Posts tagged ‘fiscale structuren’

7 mei 2020

Fiscale geschillen als grondslag voor witwasvermoedens | De Wwft als hefboom ter bestrijding van belastingontwijking en -ontduiking

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Voor het Tijdschrift voor Compliance schreef ik het artikel Fiscale geschillen als grondslag voor witwasvermoedens. De Wwft als hefboom ter bestrijding van belastingontwijking en -ontduiking, dat mogelijk ook voor trustkantoren interessant is.

Elementen zijn onder meer:

  • de onjuiste fiscale risico-indicatoren van DNB,
  • de rol van grondrechten bij beoordeling van buitenlandse fiscale verplichtingen (FATCA),
  • de vraag of van banken kan worden verwacht dat fiscale risico’s bij hun klanten worden beoordeeld en
  • een pleidooi voor een ingrijpende herziening van de internationale antiwitwaswetgeving.

Ik besluit met de opmerking dat monitoring van naleving van fiscale regelgeving niet thuis hoort bij ondernemingen met onvoldoende fiscale kennis.

Het artikel staat als html tekst op mijn algemene blog en kan als pdf bestand worden gedownload.

25 april 2020

DNB heeft iets bedacht voor trustkantoren | verbod op fiscaal advies

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het is een fascinerend te zien hoe er om de zoveel maanden nieuwe wetgevende ideeën voor de trustkantorensector worden gelanceerd. In januari van dit jaar werd door de Minister van Financiën meegedeeld dat DNB ontevreden was en het op de wensen van DNB gebaseerde wetsvoorstel ging in april in consultatie. Deze maand werd bekend dat de ubo van het trustkantoor getoetst gaat worden.

Het geeft aan dat regels in het domein van het Ministerie van Financiën met de snelheid van het licht kunnen veranderen, het regelgevingssubject heeft nauwelijks de vorige wijziging geïmplementeerd, of daar is de volgende wijziging al weer.

Nieuw idee van DNB

Uit de laatste wetgevingswensenbrief, die van 12 maart dateert en onlangs bekend werd, blijkt dat DNB iets nieuws heeft bedacht, iets waarvan ik me afvraag of het een serieus prangend probleem is. In ieder geval werd daar in het bericht van de Minister van januari jl. niet over gerept.

DNB vraagt in de wensenbrief om een algeheel belastingadviesverbod in de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018):

2.6 Algeheel verbod op het verstrekken van belastingadvies door een trustkantoor

Op grond van de Wtt 2018 is het voor een trustkantoor met zetel in Nederland verboden om trustdiensten te verlenen aan een cliënt die uitvoering geeft aan belastingadvies dat aan deze cliënt is verstrekt door ditzelfde trustkantoor. Het verbod beoogt de onafhankelijke uitvoering van het cliëntenonderzoek voorafgaand aan het aangaan van de zakelijke relatie of het verlenen van de trustdienst te waarborgen. Doordat het verbod thans is beperkt tot de combinatie van het verlenen van trustdiensten en het verstrekken van belastingadviezen aan één en dezelfde cliënt, is het voor DNB niet altijd vast te stellen of deze onafhankelijke uitvoering daadwerkelijk gewaarborgd is. Dit komt ook omdat er geen verplichting bestaat om een onafhankelijk belastingadvies op te nemen in een dienstverleningsdossier. DNB stelt voor om het verbod te vereenvoudigen door een algeheel verbod op te nemen op het verstrekken van belastingadvies door een trustkantoor. Hiermee wordt het uitvoeren van een onafhankelijk cliëntenonderzoek beter gewaarborgd.

De Wtt 2018 is op 1 januari 2019 in werking getreden, zodat er nog nauwelijks ervaring mee is. Uit het bericht van DNB blijkt niet dat er grote aantallen incidenten zijn geweest, die tot deze wijziging nopen.

Is dit misschien een oplossing voor een niet bestaand probleem? Of is de gedachte dat het goed is om de regelgeving ieder half jaar aan te passen, zodat de veranderingen alleen door ondernemingen met een grote juridische afdeling kunnen worden gevolgd?

Overigens is het belangrijk voor trustkantoren om over adequate fiscale kennis te beschikken, aangezien zij de door de belastingadviseurs van hun cliënten ontworpen structuren c.a. moeten beoordelen. Vanwege de rol van trustkantoren onder DAC6 is dat al helemaal belangrijk.

4 oktober 2019

DNB maakt good practices fiscale integriteitsrisico’s voor trustkantoren bekend

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Door middel van onderstaande tekst maakte DNB de vaststelling van good practices fiscale integriteitsrisico’s bekend:

 

Good practices fiscale integriteitsrisico’s voor cliënten van trustkantoren

Relevant voor: tk
Status: Good Practices
Datum: 24 september 2019
Geldigheid: geldig
Referentie: 02342
Auteur: DNB

Op 7 februari 2019 heeft DNB de consultatieversie van het good practices document ‘fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van trustkantoren’ gepubliceerd. De hoofdvraag bij deze consultatie was of deze good practices voor trustkantoren voldoende duidelijk zijn en de trustkantoren daadwerkelijk voldoende handvatten bieden om te voldoen aan de wettelijke eisen voor het beheersen van (fiscale) integriteitsrisico’s.

DNB heeft op 20 maart een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd ter bespreking van het good practices document.

In deze consultatieronde hebben we van verschillende trustkantoren en van de brancheorganisatie van trustkantoren, Holland Quaestor (hierna: HQ), reacties ontvangen, inclusief de ‘concept’ richtlijn ‘Tax Integrity’ die Holland Quaestor voor haar eigen leden heeft opgesteld. DNB waardeert de inspanningen van de trustkantoren en HQ om bij te dragen aan het definitieve good practices document. Alle consultatiereacties zijn zorgvuldig bekeken en waar passend verwerkt in de definitieve good practices.
DNB wijst erop dat bevindingen uit het in 2019 verrichte thema-onderzoek ‘Fiscale integriteitsrisico’s’ zijn meegenomen in dit good practices document.

Hieronder is kort toegelicht hoe DNB is omgegaan met de belangrijkste punten die door (meerdere) trustkantoren en HQ naar voren zijn gebracht in hun reacties.

1. (Juridische) status van de good practices
In de verschillende consultatiereacties hebben de trustkantoren gevraagd naar de (juridische) status van de good practices en verzocht om dit nader te expliciteren in het document.
Naar aanleiding hiervan heeft DNB in Hoofdstuk 2 paragraaf 2.4 een nadere toelichting opgenomen waarin de juridische status van het good practices document nader wordt toegelicht.
Verder is in de consultatiereacties gevraagd nader te expliciteren welke verwachtingen DNB heeft ten aanzien van de vraag in hoeverre trustkantoren deze good practices daadwerkelijk moeten implementeren in hun bedrijfsvoering.
Naar aanleiding hiervan heeft DNB in Hoofdstuk 2 paragraaf 2.4 toegelicht hoe trustkantoren deze good practices kunnen gebruiken voor de invulling van de wettelijke norm.
In de consultatiereacties is ook gevraagd aan te geven dat de door DNB aangegeven fiscale risico-indicatoren voorbeelden betreffen en dat trustkantoren dit zelf kunnen invullen middels hun Integrity Risk Appetite en de daarop gebaseerde interne procedures.
Naar aanleiding hiervan heeft DNB in Hoofdstuk 2 paragraaf 2.4 toegelicht dat deze voorbeelden van fiscale risico-indicatoren niet uitputtend zijn. De good practices zijn een handreiking voor de uitleg en toepassing van de wettelijke verplichtingen.

2. Onderzoek fiscale integriteitsrisico’s: Belastingontduiking versus belastingontwijking
In een aantal consultatiereacties is aangegeven dat de good practices zich zouden moeten beperken tot belastingontduiking en niet in zouden moeten gaan op belastingontwijking.

Naar aanleiding hiervan heeft DNB in Hoofdstuk 1 paragraaf 1.1 toegelicht dat een trustkantoor inzicht moet hebben in welke delen van haar cliëntportefeuille verhoogde risico’s op belastingontduiking bestaan. Het onderzoek naar risico op belastingontduiking bij cliënten, als verschijningsvorm van witwassen, is voor trustkantoren niet een nieuwe of aanvullende (wettelijke) verplichting. Om te kunnen voorkomen dat trustkantoren betrokken raken bij belastingontduiking door cliënten, zullen trustkantoren ook belastingontwijkende structuren moeten beoordelen op eventuele kenmerken van belastingontduiking.

DNB wil met de good practices praktische handvatten bieden om risico’s op belastingontduiking te herkennen in (cliënt)structuren en -transacties die (door de cliënt) zijn vormgegeven als fiscaal-gedreven structuren en transacties. Elk trustkantoor kan hieraan individueel een nadere invulling geven.

De wetgever verwacht ten aanzien van belastingontwijking een nadere onderzoeksinspanning van trustkantoren1. Dit om vast te kunnen stellen of het bedienen van bepaalde fiscale constructies zich verdraagt met de eigen ‘risk appetite’ en ook om te voorkomen dat trustkantoren handelingen verrichten die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen in het maatschappelijk verkeer als onbetamelijk worden beschouwd dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor dan wel de financiële markten ernstig kan worden geschaad.

Fiscale integriteits-risico’s voor Trustkantoren 2019

1 MvT Wtt 2018, p. 52: Hierbij kan het niet alleen gaan over of «in compliance technische zin» de relatie kan worden aangegaan (is aan de wettelijke standaarden voldaan), maar of het ook wenselijk (past het binnen het beleid) en verantwoord (moreel en ethisch bezien) is om dat te doen.

 

Kijk hier voor andere berichten op dit blog over fiscale structuren en de rol van trustkantoren.

18 september 2019

Bank en trustkantoor als belastingkundige | artikel Leenders in WFR

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In het recent verschenen artikel “Noblesse oblige: de rol van belastingadviseurs bij de fiscale integriteitsrisico’s voor banken en trustkantoren” geeft V.S.T. Leenders mooi weer hoe de overheid aankijkt tegen de rol van banken en trustkantoren bij de bestrijding van “fiscale maatschappelijke onbetamelijkheid”. (Oftewel belastingontwijking, wat legaal is. Het dient goed te worden onderscheiden van fiscaal strafbaar of beboetbaar handelen, wat illegaal is.)

Opvallend is dat de auteur in het artikel niet de vraag aan de orde stelt of het wel verstandig is om van banken en trustkantoren (die statutair bestuurder zijn van hun doelvennootschappen) te verwachten dat zij voldoende fiscale kennis in huis hebben om de van hen verwachte taak uit te voeren. Die taak bestaat uit het signaleren van “fiscaal grensverkennende structuren” en “agressieve tax planning”. Banken geven geen fiscale adviezen. Trustkantoren mogen tegenwoordig geen fiscale adviezen meer geven. Van zowel banken als trustkantoren wordt nu iets verwacht, wat bij deze ondernemingen niet thuis hoort.

De auteur vermeldt dat de nieuwe Europese regelgeving (DAC6 / MDR) banken en trustkantoren verplicht tot het melden van grensverkennende structuren maar geeft niet aan waarin het verschil zit met de door hem beschreven fiscale maatschappelijke onbetamelijkheid. Als de fiscale maatschappelijke onbetamelijkheid voldoende wordt gedekt door de DAC6 regels, is er geen reden meer voor Good Practices van DNB op het gebied van fiscale structuren.

De aap komt in het artikel wel uit de mouw:
de belastingadviseur kan hier mooi zijn diensten aanbieden, lees deze vrome passage: “Dat is iets waar belastingadviseurs bij zullen kunnen maar ook moeten ondersteunen in het belang van hun cliënt en in het belang van de Nederlandse financiële sector“. Ik signaleerde al eerder dat regelgeving die niet-proportionele verplichtingen aan niet-fiscalisten oplegt, een goudmijn voor de belastingadviessector zal worden.

Regelgeving van de angst
De door Leenders geformuleerde gedachten passen in een overheidsconcept, dat ik als “de regelgeving van de angst” aanduid. Ondernemingen worden bedreigd met hogere eisen aan het kapitaalbuffer (bij banken) en met reputatierisico, openbaarmaking van sancties en hoge boetes. Mensen die betrokken zijn bij de naleving, zoals statutair bestuurders en compliance medewerkers worden in privé bedreigd met sancties. Dit is een ongezond concept, voor zover het over gewone hardwerkende en niet-criminele mensen en ondernemingen gaat. Ook bij banken en trustkantoren werken zulke mensen. Als banken en trustkantoren als organisatie crimineel zijn, horen zij hun vergunning te verliezen, dus dat is ook niet aan de orde.

Ik blijf er bij dat de financiële toezichtregelgeving zeer ongezonde elementen bevat. De voorschriften die er toe leiden dat banken en trustkantoren fiscale structuren van hun cliënten moeten beoordelen, onder dreiging van juridische hel en verdoemenis, is zo’n element.

 


Artikel:
Noblesse oblige: de rol van belastingadviseurs bij de fiscale integriteitsrisico’s voor banken en trustkantoren, V.S.T. Leenders, WFR 2019/171, 2 september 2019.
Abonnees op de Kluwer Navigator kunnen het artikel hier vinden.

11 september 2019

Nieuwsbrief DNB met onder meer SIRA, compliancerapportages, de FATF guidance en de uitkomsten van het onderzoek naar beheersing van fiscale risico’s

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heeft DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht. Artikelen:

  • Betere SIRA met concrete scenario’s, over de Systematische Integriteitsrisico Analyse (SIRA), een fenomeen waarvan in het financiële toezicht en de criminaliteitsbestrijding veel effect wordt verwacht.
  • Compliancefunctie minder effectief door ontbrekende of onvolledige rapportages, waarover DNB schrijft: “De compliancefunctie dient periodiek te rapporteren aan het bestuur over de (mate van) beheersing van integriteitsrisico’s en het risico op ontoereikende naleving van de wet/interne regels. DNB heeft tijdens onderzoeken geconstateerd dat compliancerapportages ontbreken of voornamelijk cijfermatige informatie bevatten. DNB is van oordeel dat dit afbreuk doet of kan doen aan de effectiviteit van de compliancefunctie“. Wat niet is opgeschreven bestaat niet, is een van de hoofdregels in de naleefkunde.
  • Nieuwe FATF-guidance voor risico’s witwassen en terrorismefinanciering, over de ‘Guidance for a Risk-based Approach Trust and Company Service Providers‘, een van de vele bronnen waarvan DNB verwacht dat trustkantoren er kennis van nemen.
  • Nieuwsbericht Sancties, over de e-mail nieuwsdienst
  • Resultaten onderzoek Fiscale integriteitrisico’s, met een tekst van DNB die vooral procedureel en niet inhoudelijk is. Belasting ontwijken is illegaal, dus daar mogen trustkantoren niet aan meewerken. DNB wenst ook geen ‘belastingontwijking’ maar legt in het artikel geen relatie met DAC6 / MDR, hetgeen is te betreuren. Het rapport waar DNB over spreekt, is niet toegevoegd, zodat een analyse van het rapport en de gevolgde methodiek niet mogelijk is. Het is een goede ontwikkeling dat DNB in het bericht het belang van eigen fiscale expertise erkent en zou nog beter zijn als DNB zou aandringen op het meer laten uitvoeren van onafhankelijke beoordelingen door externe fiscale deskundigen.
  • Methoden om klimaatgerelateerde risico’s te beoordelen is een artikel over de mogelijkheden van banken. Het is mij niet duidelijk welke relevantie dit voor trustkantoren heeft.
19 juli 2019

Good Practices fiscale integriteitsrisico’s door DNB overbodig geworden

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Onlangs is het DAC6-wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend, op grond waarvan trustkantoren als ‘hulpintermediair’ agressieve fiscale constructies moeten melden. Lees over de positie van die hulpintermediair ook het artikel op mijn algemene blog.

In de memorie van toelichting bij het DAC6-voorstel is aangekondigd dat een leidraad zal worden uitgebracht, die intermediairs zal ondersteunen bij beoordeling van fiscale structuren.

Het zou DNB sieren, als de Good practices fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van banken worden ingetrokken bij de inwerkingtreding van het Nederlandse DAC6 wetsvoorstel en dat de Good practices fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren (dit voorjaar geconsulteerd) niet definitief worden gemaakt.

 

Meer informatie:

2 mei 2019

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heeft DNB de nieuwsbrief voor trustkantoren verspreid.

Onderwerpen:

14 maart 2019

DNB houdt consultatie fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren en ander nieuws voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 28 februari jl. bracht DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.

Berichten:

6 september 2018

Nieuws van DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 30 augustus jl. heeft DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren verspreid.

De onderwerpen:

27 juli 2018

Fiscale fabeltjes

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Follow the Money is een liefhebber van financiële criminaliteit. De interesse van hun journalisten gaat in dat verband ook uit naar doelvennootschappen van trustkantoren, die in dit artikel van Arno Wellens als ‘kamerplantbedrijven’ worden gepresenteerd.

In het artikel wordt de Nederlandse overheid beschuldigd van nalatigheid. Zo wordt beweerd dat de privacy van criminelen wordt beschermd, zij fiscaal zouden worden gefaciliteerd en de sanctieregelgeving niet zou worden nageleefd.

Asset protection
Ik weet niets van de Rus waarover dit sappige artikel gaat of over de feiten. Wat ik wel weet is dat Oosteuropeanen vaak in Nederland zitten wegens iets dat ‘asset protection’ heet, dus niet om fiscale redenen. Het zou me daarom niets verbazen als het relaas van Wellens over door hem vermoede fiscale voordelen onjuist is. Het substance verhaal dat Wellens houdt, slaat dan nergens op. Wat asset protection inhoudt is niet moeilijk te achterhalen. Uit het artikel blijkt niet dat de auteur zich hier in heeft verdiept en dit heeft uitgesloten, en ook niet dat hij heeft vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake was van fiscale oogmerken.

Bevriezing
Ook het sanctieregelgevingsverhaal is te gemakkelijk. Als de betrokken Rus op de Europese sanctielijst is geplaatst, nádat hij statutair directeur van de Nederlandse entiteit is geworden, krijg je hem niet zo maar weg als directeur. Plaatsing op een sanctielijst betekent, anders dan de auteur van het artikel denkt, niet dat je geen directeur van een Nederlandse vennootschap kunt zijn. Het kan wel betekenen dat de structuur waar de ‘geliste’ persoon in zit ‘bevriest’, dat er niets meer kan gebeuren. Uit het artikel blijkt niet dat de auteur zich hier in verdiept.

Overigens zal het niet gemakkelijk zijn om ‘uit de verte’ directeur te zijn.

Privacy
Over privacy staat in het artikel niet meer dan een citaat van een parlementslid die spreekt over het basisprincipe van belastingheffing: de vertrouwelijkheid van de persoonsgegevens van belastingplichtigen. Met vervolgens de onzintekst “Die privacybescherming dekt kennelijk ook bezitters van bedrijven met lege brievenbussen en kapitaal van dubieuze herkomst“. De auteur is kennelijk niet op de hoogte van de intensieve gegevensuitwisseling die tussen allerlei Nederlandse bestuursorganen en overheidsinstellingen plaats vindt. Ook de verplichting van trustkantoren om melding van ongebruikelijke transacties te doen en (wellicht via de bank) tegoeden te ‘bevriezen’ lijkt onbekend.

De geheimhoudingsverplichting heeft tot gevolg dat de media die vertrouwelijke informatie niet krijgt. Het is de vraag of dat erg is.

Tot slot
De Nederlandse overheid moet het spel spelen volgens de spelregels, spelregels waar de auteur van het artikel kennelijk geen belangstelling voor heeft.

Een dergelijke desinteresse leidt tot gemakkelijke conclusies als
de Amsterdamse Zuidas als een soort Wilde Westen, waar de optredende overheid afwezig is en
Als zelfs … zich niet aan de regels hoeft te houden in belastingparadijs Nederland, wie dan nog wel?

Dat noem ik luie journalistiek.

PS 1 Ook reguliere ondernemingen hebben houdstermaatschappijen. Het kamerplantbedrijven gedoe is flauwekul.
PS 2 Uiteraard ben ik tegen criminaliteit. Maar dat betekent niet dat de overheid zich niet aan bepaalde spelregels moet houden.

Dit artikel heb ik ook geplaatst op mijn algemene weblog.

%d bloggers liken dit: