18 januari 2022

Opzegging door bank van trustkantoor ongeldig, uitspraak 5 januari 2022 | Wwft

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 5 januari jl. is een belangrijk vonnis over opzegging door een bank gewezen, dat nog niet via rechtspraak.nl openbaar is gemaakt. De uitspraak is van belang voor trustkantoren en andere vermeende hoog risico branches.

In deze zaak maakte het trustkantoor bezwaar tegen opzegging door de bank, die de opzegging motiveerde door te stellen dat trustkantoren niet meer passen in haar ‘risk appetite‘, tenzij een breed scala aan diensten wordt afgenomen. De Rechtbank Amsterdam overweegt dat het toetsingskader als volgt luidt, waarbij ik de namen van partijen heb vervangen door [trustkantoor] en [bank]:

4.2. Vast staat, [trustkantoor] heeft dit ook niet betwist, dat [bank] een contractueel recht tot opzegging heeft. Het beginsel van de contractsvrijheid brengt ook mee dat iedereen het recht heeft om niet te worden verplicht een contractuele relatie aan te gaan met een ander. Ook banken hebben dit recht. Banken kunnen bovendien zonder meer een gerechtvaardigd belang hebben om cliënten te weigeren vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s, en dit belang kan eraan in de weg staan een bank te verplichten een betaalrekening aan te bieden. Dit recht is fundamenteel en zwaarwegend, maar het is niet onbegrensd. Bij de begrenzing van dit recht voor banken is onder meer van belang dat hun maatschappelijke functie een bijzondere zorgplicht meebrengt, ook ten opzichte van derden. Met de belangen van die derden dienen zij rekening te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat het vrijwel onmogelijk is om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, laat staan om een bedrijf te exploiteren, zonder te beschikken over een betaalrekening bij een bank. Dit geldt niet alleen voor natuurlijke personen, maar ook voor rechtspersonen. Een rechtspersoon staat wat het vermogensrecht betreft met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit. Weliswaar geldt de wettelijke verplichting van artikel 4:7If van de Wet op het financieel toezicht (Wft), die voor consumenten geldt, niet voor rechtspersonen, maar daaruit vloeit niet voort dat de contractsvrijheid van banken ten opzichte van rechtspersonen in het geheel niet kan worden ingeperkt. Daarom kan een bank onder bijzondere omstandigheden worden verplicht een contractuele relatie aan te gaan, of aan te houden, met een rechtspersoon. Of die verplichting bestaat dient te worden bepaald door het belang van de bank te onderzoeken en af te wegen tegen het belang van de klant. Het is dus aan de rechtbank de belangen van zowel [bank] als [trustkantoor] te onderzoeken en deze tegen elkaar af te wegen (zie ook HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652).

De Rechtbank oordeelt dat van individuele verwijten aan het adres van het trustkantoor in deze zaak geen sprake is en dat de hiervoor bedoelde afweging in het voordeel van het trustkantoor uitvalt:

4.8. Dit leidt tot de volgende belangenafweging. Uit 4.7 volgt dat het besluit om afscheid te nemen van [trustkantoor] een beleidsmatige keuze was. Op zichzelf staat het een bank vrij haar beleid met betrekking tot het accepteren en behouden van cliënten te wijzigen, maar bij de wijze waarop daaraan in een concreet geval uitvoering wordt gegeven, geldt wel de maatstaf zoals weergeven onder 4.2. De wens van [bank] om de genoemde risico’s uit te sluiten is legitiem, maar moet afgewogen worden tegen de belangen van [trustkantoor]. De rechtbank is van oordeel dat bij de huidige stand van zaken het belang van [trustkantoor] bij voortzetting van de bankrelatie zwaarder dient te wegen dan het belang van [bank] bij beëindiging daarvan. Beëindiging van de relatie zal er immers toe leiden dat de kans groot is dat [trustkantoor] haar onderneming niet meer kan voortzetten, terwijl er geen concrete aanwijzingen bestaan dat juist [trustkantoor] een integriteitsrisico vormt voor [bank] en/of dat [bank] daardoor voor onevenredig hoge kosten wordt geplaatst. Het belang van [bank] bij beëindiging van de bankrelatie is op dit moment dan ook relatief beperkt.

De uitspraak maakt duidelijk dat banken onrechtmatig handelen als zij legitieme ondernemingen uitsluiten van het bancaire systeem. Dit ligt in het verlengde van de uitspraak van de Hoge Raad van 5 november 2021 die ik hier al besprak.

 

Zie over dit onderwerp de berichten op dit blog met de tags de-risking en dienstweigering banken.

18 januari 2022

Maatschappelijke betamelijkheid van banken en de besmettelijkheid van trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Banken zijn bijzondere organisaties. Ze zeggen mensenrechten te respecteren en maatschappelijk betamelijk te handelen, maar of dat in de praktijk ook gebeurt…

Sportvereniging
Van iemand verbonden aan een trustkantoor hoorde ik dat zijn sportvereniging, waar hij bestuurder van is, ineens rare vragen kreeg van de bank. Kennelijk zijn niet alleen trustkantoren ‘besmet’, maar is ook iedereen die er een functie vervult is per definitie een vermoedelijke crimineel, wat er voor zorgt dat alle organisaties waaraan trustkantoorbestuurders verbonden zijn, zelfs sportclubs, verdacht zijn. Mij lijkt dat maatschappelijk onbetamelijk.

Privé-financiering
Eveneens bont werd het gemaakt door een bank het die een financieringsaanvraag kreeg van een bv van iemand die werknemer (geen directeur) van een trustkantoor is. De werknemer heeft een beperkte volmacht voor het trustkantoor, wat voor de bank voldoende is om de aanvraag van zijn persoonlijke bv te weigeren, zonder verder te kijken naar de specifieke rol van de werknemer bij het trustkantoor en andere omstandigheden.

Onbetamelijk
Trustkantoren die zich moeite getroosten hun wettelijke taken goed uit te voeren worden niet beloond door banken, zij worden over één kam geschoren met de zwakke broeders (die je overal hebt). Kennelijk wordt door banken uitsluitend gehandeld op basis van vooroordelen. Dat is overigens niet iets waarmee alleen trustkantoren te maken hebben, ‘de-risking’ is endemisch in de financiële sector.

In de praktijk hebben benadeelden meestal geen zin om een en ander aan de kaak te stellen.

De maatschappelijke betamelijkheid is in de twee voorbeelden ver te zoeken. Het is hoog tijd dat banken hun gedrag ten opzichte van Nederlandse burgers verbeteren en niet meer uit angst voor DNB hun klanten onfatsoenlijk behandelen.

 

PS Voor andere voorbeelden houd ik me aanbevolen.

27 december 2021

DNB nieuws

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de meest recente nieuwsbrief laat DNB weten aan de merkwaardige beleidsregel maatschappelijke betamelijkheid trustkantoren vast te houden, ook al staan er alleen procedureregels in. Verder maakt men melding van de nieuwe leges voor personentoetsing, die variëren tussen 1.100 en 2.000 euro per toetsing. Verder werd een algemeen bericht over cybersecurity geplaatst, dat geldt voor trustkantoren en voor financiële instellingen.

24 december 2021

The virtual registered office in Europe | consultation European Commission

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

For Dutch trust offices, with their specialisation in providing domiciliation for companies, it will be interesting that the European Commission has started a consultation on digital company law that also includes questions on a virtual registered office.

In the questionnaire the virtual registered office is introduced as follows:

With the digitalisation of the economy and companies operating in an increasingly virtual environment, new questions/challenges also appear for traditional company law rules. These include the use of new technologies and new scenarios, such as companies with virtual rather than physical registered offices. Traditionally, a registered office refers to the physical address of a company. For legal and administrative reasons, all companies are normally required to have a registered seat, which usually corresponds to the location where the company has its physical office. However, in the recent years, the perception of how business can be conducted has evolved. While the concept of a “virtual registered office” is not defined, there are more and more companies operating without permanent physical offices.

 

The following questions are asked:

Question 27. What do you understand by the concept of a virtual registered office?
Question 28. Do you think that virtual registered offices can serve real business needs?
Question 29. In your experience, is the use of virtual registered offices widespread/growing?
Question 30. In your opinion, what is the overall impact of companies using virtual registered offices?
Question 31. What issues does the use of virtual registered offices raise?
Question 32. Is there a need for any action to address the use of virtual registered offices?

 

On my personal blog (in Dutch) I have written an article on the plans of the future of the Dutch trade register. In the Netherlands SMEs experience major problems with the disclosure of private data through the trade register, not only unwanted commercial approaches, but also nuisance and threats. Many smaller companies use a residential address of the owner, shareholder or director as their business address, which is increasingly causing problems. The Dutch government is looking for a solution that respects the purpose of the trade register.

We’ll see if Europe is going to do something in regard of virtual registered offices.

Tags:
17 december 2021

DNB onder de loep | evaluatie 2016-2020

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het optreden van DNB is onderzocht in het kader van een periodieke evaluatie. Deze maand is het rapport openbaar gemaakt, samen met een brief van de minister van Financiën en de reactie van DNB. Trustkantoren komen in de evaluatie niet afzonderlijk aan de orde. Ongetwijfeld zijn er elementen die voor trustkantoren relevant zijn, zoals de kritiek op de wijze waarop gegevens worden uitgevraagd (pagina 22/23).

De aanbevelingen kunnen ook voor de trustkantorensector relevant zijn:

 

Aanbeveling 1: Heb aandacht voor het draagvlak voor de invulling van het risicogebaseerde toezicht. DNB kan het draagvlak bijvoorbeeld vergroten door transparant te zijn over de afwegingen om op bepaalde risico’s wel of juist minder te focussen, of door actief stakeholders te consulteren. Uiteraard dient DNB hierbij te allen tijde de onafhankelijkheid in het oog te houden en een afweging te maken tussen transparantie en effectiviteit van het toezicht.

Aanbeveling 2: IT is essentieel voor het toezicht. Draag zorg voor een IT-infrastructuur waarmee de ambities op het gebied van datagedreven toezicht behaald kunnen worden.

Aanbeveling 3: Het is belangrijk om kansen door innovatie niet onbenut te laten, maar het bieden van ruimte daarvoor blijkt binnen de bestaande wetgeving niet eenvoudig. We moedigen DNB aan om in dialoog met de sector te blijven zoeken naar mogelijkheden om ruimte te bieden voor innovatie. Daarbij kan ook worden gekeken naar regulatory sandboxes in andere landen, zoals het VK.

Aanbeveling 4: Herintroduceer de samenwerking met de AFM op de strategische agenda van DNB. Niet alleen om te voorkomen dat dubbel werk wordt gedaan en dat onder toezicht staande instellingen worden geconfronteerd met onnodige overlap. Ook om krachten te bundelen en gezamenlijke uitdagingen ook gezamenlijk tegemoet te treden (bijvoorbeeld datagedreven toezicht, effectmeting).

Aanbeveling 5. Maak, eventueel samen met andere toezichthouders, afspraken met de AP over de invulling van het toezicht op financiële instellingen inzake het opvragen van data. Aanbevolen wordt om deze afspraken vast te leggen in een convenant.

Aanbeveling 6: Doordenk of de governance van DNB nog steeds effectief en efficiënt is, rekening houdend met belangrijke ontwikkelingen en gewijzigde omstandigheden, waaronder in ieder geval de “Europeanisering” en de digitalisering van samenleving en toezicht.

Aanbeveling 7: Zet de inspanningen om effectmeting structureler en meer integraal vorm te geven kracht bij. Rapporteer in het jaarverslag over de grootste risico’s in de financiële markten en het (aannemelijke) effect van het toezicht door DNB daarop.

Aanbeveling 8: Blijf openstaan voor kritische geluiden van buiten en gebruiken deze als mogelijkheid om de effectiviteit van het toezicht en het functioneren van de organisatie te verbeteren. Specifiek kan DNB deze zbo-evaluatie (en ook andere onderzoeken waaruit kan worden geleerd) aangrijpen als aanleiding voor het doorvoeren van verbeteringen en het leggen van nieuwe accenten.

 

Meer informatie:
Kaderwetevaluaties Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank 2016-2020: brief minister van Financiën, evaluatie DNB, reactie DNB.

Tags:
14 december 2021

Prof. Unger begrijpt trustkantoren niet | Wwft, Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In het kader van het rapport door de Commissie Doorstroomvennootschappen (ik schreef er al over) zijn position papers van leden van de commissie openbaar gemaakt. Onder meer werd de paper van prof. dr. Brigitte Unger, een van de hofleveranciers van de overheid als het om witwasbestrijding gaat, gepubliceerd.

Vestigingsland
In haar paper bespreekt zij onder meer de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor rechtspersonen [1], zij schrijft onder meer:

Het is niet de dalende Vpb (die in bijna alle landen daalt), maar de vele mogelijkheden door dubbel belastingscontracten (double tax treatise), special tax rulings, niet vol openbare Ultimate Beneficial Owner registers om belasting te ontwijken en wit te wassen. Slimme grote bedrijven hebben weinig reden om belasting te ontduiken. Ze kunnen makkelijker legaal belasting ontwijken.

Haar laatste twee volzinnen klinken logisch.

Ubo-register
Hoe ze er bij komt dat openbare ubo-registers (“niet vol openbare Ultimate Beneficial Owner registers“) zouden bijdragen aan bestrijding van belastingontwijking en witwassen, is mij overigens een raadsel. Ze legt het ook niet uit. Vermoedelijk is dat gebaseerd op de veronderstelling dat niet-transparante door de overheid of private onbekende partijen gefinancierde not-for-profit organisaties beter dan overheden in staat zijn om misdaad op te sporen [2]. Zulke organisaties worden niet gehinderd door verplichtingen op het gebied van zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens en de kwaliteit van hun werk wordt niet getoetst, laat staan dat de betrokken personen op integriteit worden gescreend. Datzelfde probleem geldt voor de ‘Leaks’, zoals Panama Papers, waarvan mevrouw Unger zegt dat het een belangrijke bron van informatie zou, terwijl de integriteit en juistheid er van niet kan worden getoetst (bijvoorbeeld: wat is er weg gelaten omdat dit politiek niet uit kwam?).

Trustkantoren
Het lijkt er op dat mevrouw Unger het onderscheid tussen trustkantoren en doelvennootschappen niet kent, in haar paper spreekt ze op diverse plaatsen over trustkantoren, waar ze op doelvennootschappen doelt, zoals in de passages “Nederlandse trustkantoren in ontwikkelingslanden in de mijnbouw” en “Het gaat niet om de afschaffing van trustkantoren, maar om het identificeren van rotte appels – ook wanneer ze legale middelen (belastingontwijking) gebruiken“. Zie voorts paragraaf 13 waar ze een Oekraïner noemt die “in Nederland een trustkantoor heeft“, ook hier is doelvennootschap bedoeld, net als in paragraaf 21 “MNEs financieren zich niet via de bank – maar via trustkantoren“.

In paragraaf 9 over de doorstroomvennootschap maakt Unger het helemaal bont door te veronderstellen dat ‘trustkantoor’ hetzelfde is als een doorstroomvennootschap [3]:

maar wat is dan anders dan bij een trustkantoor? Of anders gevraagd: welke doorstroomvennootschappen zijn g e e n trustkantoren?
En wat zijn de functies van trustkantoren? Doen trustkantoren nog iets anders dan geld te laten doorstromen?

Het is schokkend om te constateren dat deze hoogleraar het juridische concept van de Wtt 2018 niet begrijpt [4].

De economische kwaliteiten van mevrouw Unger kan ik niet beoordelen, maar juridisch is ze niet goed op de hoogte.

 

Noten

[1] Zie bijvoorbeeld de tekst onder het kopje ‘3. Nederland moet ook zijn internationale reputatie beschermen’.
[2] Voor zover mij bekend is daar geen bewijs van. Zie ook haar paragraaf 4 waarin zij zich beroept op Transparency International en Tax Justice Network, organisaties die veronderstellen dat burgeropsporing door private organisaties als zijzelf zou bijdragen aan de misdaadbestrijding. In paragraaf 18 meent ze dat via een transparant ubo-register de georganiseerde misdaad kan worden getraceerd; hoe ze er bij komt dat dit mogelijk is, legt ze niet uit. Ik kan me niet voorstellen dat misdadigers als ubo geregistreerd gaan worden.
[3] Ze gaat er aan voorbij dat een doelvennootschap niet hetzelfde is als een ‘offshore vennootschap’ of een Bijzondere Financiële Instelling (BFI) en ze vergist zich in paragraaf 9 als ze denkt dat BFI alleen spraakgebruik is.
[4] Eveneens onjuist is de veronderstelling in paragraaf 9 onder c. dat de doelvennootschappen die door SEO in 2008 zijn onderzocht uitsluitend buitenlandse aandeelhouders zouden hebben. Onder d. in paragraaf 9 wordt het helemaal bizar. Paragraaf 10 spreekt op rommelige wijze over substance (niet altijd relevant voor doelvennootschappen), belastingontwijking als enige doel (er zijn ook andere redenen voor doelvennootschappen in Nederland) en opnieuw over doelvennootschappen die alleen buitenlandse aandeelhouders zouden hebben.

Tags:
13 december 2021

Vragen over trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Tijdens een overleg van de vaste commissie van Financiën zijn over de trustkantorensector de volgende vragen gesteld:

De leden van de VVD-fractie bedanken de minister voorts  voor het toesturen van de onderzoeksopzet en de planning  van het onderzoek naar de toekomst van de trustsector. Zij  kijken uit naar de bevindingen van het onderzoek.

De leden van de D66-fractie zijn geïnteresseerd in de  uitkomsten van het onderzoek naar de trustsector en  hebben met belangstelling kennisgenomen van de opzet. Deze leden vragen of het beantwoorden van de vraag wat de  meerwaarde van de trustsector in Nederland is zal gebeuren  met het perspectief van brede welvaart.

De leden van de PvdA-fractie danken het kabinet voor het instellen van een onderzoek naar de toekomst van de  trustsector, en kijken met interesse uit naar de bevindingen  die er komende zomer zouden moeten zijn. Zij vragen wat  wordt bedoeld met “de waterbedeffecten”. Is het kabinet  bang dat louche trustactiviteiten zich verplaatsen naar  minder gereguleerde jurisdicties? Zou het niet inherent  wenselijk zijn om dit soort activiteiten niet in dit land te  faciliteren, ongeacht of iemand anders er met de handel  vandoor zou gaan?

 

Het blijft apart dat niemand lijkt te weten dat trustkantoren vrijwel alleen als statutair bestuurder van rechtspersonen optreden, eventueel gecombineerd met domicilieverlening, zodat de rol van het rechtspersonenrecht ook van belang is. Het wordt zorgvuldig geheim gehouden.

Tags:
23 november 2021

Is de doorstroomvennootschap een gewone holding geworden? Over de inhoud van het rapport commissie Ter Haar

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In dit artikel ga ik nader in op het rapport van de Commissie Doorstroomvennootschappen, dat ik gisteren al aankondigde.

Definitie
De definitie van het begrip ‘doorstroomvennootschap’ in het rapport is niet de definitie van de Wet toezicht trustkantoren 2018. Eigenlijk is het een economische definitie: het betreft rechtspersonen die geen of een beperkte reële economische bijdrage leveren aan de Nederlandse economie. Die rol kan volgens de rapporteurs heel legitiem zijn, zoals een joint venture holding van twee aandeelhouders uit twee grote EU-landen die hun holding graag in een neutraal land willen hebben.

De definitie omvat daardoor vele rechtspersonen die op volledige legitieme gronden in Nederland aanwezig zijn, men spreekt over de volgende kenmerken (pagina 24 rapport):

  1. de aanwezigheid van een internationale structuur,
  2. transacties met gelieerde partijen,
  3. beperkte reële aanwezigheid in Nederland,
  4. de aanwezigheid van fiscale, financiële of juridische motieven en
  5. grote internationale geldstromen of balansposities.

Als meerdere van deze kenmerken aanwezig zijn, kan worden gesproken van ‘doorstroom’ of een ‘doorstroomvennootschap’. Ik vermoed dat vrijwel alle holdings in internationale structuren aan eisen 1, 2, 4 en 5 voldoen, een aantal daarvan voldoet aan 3. Dat betekent dat Nederland veel doorstroomvennootschappen kent.

Legaal of illegaal behalen van fiscale voordelen, IBO’s
De meeste nadruk ligt in het rapport op het bestrijden van fiscaal ‘misbruik’ (het legaal of illegaal behalen van fiscale voordelen). Het rapport bevat een uitvoerige beschrijving van al genomen fiscale maatregelen (waarvan het effect niet altijd bekend is). Aanverwant zijn de voordelen die kunnen worden behaald met investeringsbeschermingsovereenkomsten (IBO’s). De voorgestelde maatregelen hebben vooral betrekking op fiscaliteit en IBO’s.

Criminaliteitsbestrijding
Het gedeelte van het rapport over criminaliteitsbestrijding is zeer mager. Dit onderdeel van het rapport is meer een beschrijving van wat de ministeries van Financiën en van Veiligheid al van plan zijn. Het voorstel om het begrip ‘uiteindelijk belanghebbende’ (ubo) aan te scherpen doet wereldvreemd aan.

Trustkantoren
Trustkantoren krijgen in het rapport veel aandacht als leverancier van statutair bestuurders en domicilie aan doorstroomvennootschappen. De commissie bepleit aanpak van illegale trustdienstverlening (dat is niet nieuw), waarbij opvalt dat men denkt dat de omvang daarvan aanzienlijk is. Ik ben benieuwd of de veronderstelling inzake de omvang klopt.

Informatievoorziening
In de sfeer van het jaarrekeningenrecht is volgens de commissie voordeel te behalen, door te voorkomen dat er een summiere publicatiejaarrekening wordt gepubliceerd (omdat de rechtspersoon ‘klein’ is in het jaarrekeningenrecht).

Ook stelt de commissie voor dat meer niet-fiscale informatie over deze categorie rechtspersonen wordt uitgewisseld met andere landen.

Tot slot
Naar verwachting zal dit rapport leiden tot de nodige wijzigingen met betrekking tot fiscaliteit, rechtspersonenrecht en witwasbestrijdingsregelgeving.

 

NB Opvallend is dat het de commissie wel lukte om een rapportage te krijgen over hoe het Nederlandse fiscale stelsel zich verhoudt tot dat in andere landen, maar dat een externe studie naar niet-fiscale verschillen tussen landen (met name het ondernemingsrecht) is mislukt (pagina 19).

 

Bron: Op weg naar acceptabele doorstroom. Rapport van de Commissie Doorstroomvennootschappen.

22 november 2021

Is de doorstroomvennootschap een brievenbus geworden? Rapport commissie Ter Haar

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag is het rapport van de Commissie Doorstroomvennootschappen, de commissie Ter Haar, bekend gemaakt.

Het zal me benieuwen welke definitie van het begrip ‘doorstroomvennootschap’ is gehanteerd. Mogelijk niet de definitie van de Wet toezicht trustkantoren 2018.

 

Meer informatie:

12 november 2021

Grootschalig onderzoek naar trustkantoren | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De Minister van Financiën stuurde op 10 november jl. een brief aan de Tweede Kamer waarin een grootschalig onderzoek naar de sector van de trustkantoren wordt aangekondigd. Deze sector, die hoofdzakelijk zorgt voor statutair bestuurders van rechtspersonen, wordt beschouwd als een hoog risico sector. Aan die veronderstelling ligt geen onderbouwing ten grondslag; incidenten betekenen immers niet dat de hele sector ‘rot’ is. We gaan zien of die onderbouwing te vinden zal zijn in de aangekondigde rapportage.

In het onderzoek dienen de volgende scenario’s te worden bekeken:

Bij deze vraag dienen een aantal toekomstscenario’s te worden geanalyseerd. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende scenario’s:
a) het volledig verbieden van trustdienstverlening in Nederland;
b) het verbieden van specifieke trustdiensten in Nederland;
c) het strikter reguleren van de trustsector in Nederland;
d) de situatie ongewijzigd laten.

Het belangrijkste scenario ontbreekt:

e) Afschaffing van het toezicht op trustkantoren,
[1] nu de aanpak van statutair bestuurders afdoende kan plaats vinden via het reguliere rechtspersonenrecht en via de reguliere fiscale en commune strafrechtelijke regels;
[2] nu het vergunningplichtig maken van het zijn van statutair bestuurder in strijd is met het Nederlandse en Europese recht.

Een gemiste kans!

 

Meer informatie:

 

Tekst van de brief:

Tijdens het commissiedebat over de bestrijding van witwassen met de vaste commissie voor Financiën van 9 september 2021 heb ik toegezegd uw Kamer nader te informeren over de onderzoeksopzet en de planning van het onderzoek naar de toekomst van de trustsector. Gedurende dit debat zijn er ook een aantal suggesties gedaan voor de onderzoeksopzet, ik heb deze suggesties verwerkt in de onderzoeksopzet.

Tijdens het debat heb ik aangegeven dat het onderzoek onafhankelijk zal worden uitgevoerd door een externe partij die door middel van een aanbestedingstraject wordt geworven. In de offerte-uitvraag heb ik nadrukkelijk opgenomen dat de partij die het onderzoek gaat uitvoeren geen banden mag hebben met de trustsector. In deze brief ga ik in op de onderzoeksopzet die wordt aanbesteed en de planning van de aanbesteding en het onderzoek. Volledigheidshalve wijs ik uw Kamer op de recente berichten naar aanleiding van de Pandora Papers. Het onderzoek zal inzichten bieden die ook relevant zijn bij de opvolging van mogelijke lessen die getrokken worden uit de Pandora Papers.

Onderzoeksopzet
De hoofdvraag die centraal staat in dit onderzoek is of bij trustdienstverlening in Nederland de integriteit voldoende te waarborgen is. Deze vraag zal in breder verband worden onderzocht, waarbij ook zal worden gekeken naar de financieel-economische en de maatschappelijke meerwaarde van deze sector voor Nederland. Bij het onderzoek worden tevens de uitkomsten betrokken van het onderzoek van de Commissie doorstroomvennootschappen. In dat onderzoek is aandacht besteed aan financiële stromen door Nederland en de relatie met witwassen.

Om de centrale vraag goed te kunnen beantwoorden en afwegingen te kunnen maken, moeten de onderzoekers tenminste de volgende vragen beantwoorden.

1. Wat is de aard en omvang van de Nederlandse trustsector?
Hierbij moeten de trustkantoren in Nederland in kaart worden gebracht, welke activiteiten zij verrichten en welke type cliënten zij bedienen.

2. Welke inherente integriteitsrisico’s kent de trustdienstverlening in Nederland en kunnen die voldoende worden beheerst?
De beantwoording van deze vraag dient inzicht te geven in integriteitrisico’s die gepaard gaan met trustdiensten die partijen op dit moment in Nederland aanbieden. Ook moet het uitvoeren van de poortwachtersfunctie door trustkantoren worden geanalyseerd.

3. Wat is de meerwaarde van de trustsector in Nederland?
De beantwoording van deze vraag moet inzicht geven in de rol van trustdiensten in het internationale financiële systeem en de maatschappelijke en de financieel-economische (meer)waarde van de trustsector binnen de Nederlandse economie.

4. Hoe zal de Nederlandse trustsector er in de nabije toekomst uitzien?
Dit deel van het onderzoek draait om de vraag welke legale en illegale trustdiensten in de toekomst naar verwachting zullen afnemen, of toenemen en/of trustkantoren zich wellicht gaan richten op het verlenen van andere type diensten.

5. Wat zijn de voor- en nadelen van (nieuwe) regulering ten opzichte van het geheel of gedeeltelijk verbieden van trustdienstverlening, met het oog op het voorkomen van witwassen?
Bij deze vraag dienen een aantal toekomstscenario’s te worden geanalyseerd. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende scenario’s:

a) het volledig verbieden van trustdienstverlening in Nederland;
b) het verbieden van specifieke trustdiensten in Nederland;
c) het strikter reguleren van de trustsector in Nederland;
d) de situatie ongewijzigd laten.

Deze analyse zal zowel economisch, juridisch als maatschappelijk van aard zijn. Ook moeten de waterbedeffecten worden ingeschat bij de verschillende scenario’s.

Planning
Het aanbestedingstraject is gestart. Er is een aantal onderzoeksbureaus benaderd. Bij een geslaagde aanbesteding zal het geselecteerde onderzoeksbureau naar verwachting eind november starten met het onderzoek. Het onderzoek moet voor de zomer van 2022 worden opgeleverd.

Tags:
%d bloggers liken dit: