Posts tagged ‘DNB’

28 maart 2018

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De Nederlandsche Bank bracht vandaag een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.
Inhoud:

  • Interview met twee medewerkers van trustkantoren, onder meer over het keurmerk van Holland Quaestor
  • Artikel over onderzoek naar herkomst van vermogen en dat dit beter moet
  • Artikel Dialoog FEC en trustsector, waarin Holland Quaestor figureert als gesprekspartner van FEC
  • Bericht over het wetsvoorstel Wtt 2018, waarvan DNB verwacht dat het op 1 januari 2019 in werking zal treden.

Onder het kopje “Belangrijke wijzigingen” vat DNB de gevolgen van de nieuwe wet samen:

Veel van de huidige normen komen ook weer terug in het nieuwe normenkader. Maar het nieuwe kader biedt ook nieuwe bepalingen of uitwerkingen van bestaande normen. Dit geldt vooral voor:

◾Integere en beheerste bedrijfsvoering
Er komen verdergaande vereisten voor de integere en beheerste bedrijfsvoering. Zo voorziet het wetsvoorstel in de vereiste van minimaal twee dagelijkse beleidsbepalers vanuit Nederland, wordt het uitbesteden van de interne compliancefunctie niet langer toegestaan en komt er een verbod op de verlening van trustdiensten aan een cliënt waaraan binnen de groep tevens belastingadvies is verstrekt.

◾Cliëntenonderzoek
Het wetsvoorstel kent resultaatverplichtingen, bijvoorbeeld om de formele zeggenschapsstructuur vast te stellen en inspanningsverplichtingen, bijvoorbeeld voor het bepalen van de vermogenspositie van de UBO, die met zoveel mogelijk zekerheid moet worden bepaald indien absolute zekerheid onmogelijk is. Het acceptatiememorandum is nieuw en brengt de uitkomsten van het cliëntenonderzoek en de risicoanalyse samen als basis waarop besluitvorming over acceptatie kan plaatsvinden. Voor verhoogde risicostructuren zijn additionele vereisten gesteld aan een trustkantoor.

Wees ervan bewust dat het overgangsrecht bepaalt dat een trustkantoor zijn huidige cliëntacceptatiedossier (inclusief de invulling van het UBO- en PEP-begrip) moet omzetten bij de eerst volgende periodieke of ‘event-driven’ review (bijvoorbeeld na contact met de cliënt dat raakt aan de aard van de dienstverlening of een ‘bad press’ alert) na inwerkingtreding van de Wtt18.

DNB zal de komende maanden in haar nieuwsbrieven aandacht blijven geven aan het parlementaire proces, de voorgestelde wijzigingen en de gevolgen daarvan voor trustkantoren.

28 februari 2018

DNB vraagt financiële instellingen naar voorbereiding AMLD4 terwijl regelgeving niet transparant is

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het doet vreemd aan dat DNB vandaag in een nieuwsbericht bekend maakt dat financiële instellingen (maar trustkantoren worden niet genoemd) worden gevraagd naar hun voorbereidingen op de wijzigingen in de Wwft, terwijl de inhoud van die regelgeving en de doorwerking in de Nederlandse praktijk  niet transparant is.

Dat kan worden afgeleid uit de consultatiereacties op het uitvoeringsbesluit waarover ik vandaag schreef. Onder meer is schimmig hoe de begrippen ‘PEP’ en ‘ubo’ in de Nederlandse rechtspraktijk moeten worden geïnterpreteerd.

Zo schrijft de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht dat de ubo-definities al niet eenvoudig zijn te hanteren en dat dit extra wordt gecompliceerd als in het Uitvoeringsbesluit Wwft en de handelsregisterwet verschillende ubo-definities worden opgenomen.

Nieuwsbericht DNB:

Enquête over voorbereiding vierde anti-witwasrichtlijn
In maart kunnen deze instellingen in de online-enquête aangeven waar zij uitdagingen en knelpunten zien en wat hun informatiebehoeften zijn. Mede op basis van de reacties zal DNB in 2018 haar Leidraad Wwft actualiseren.

Aanscherping Wwft
In mei 2015 is de vierde anti-witwasrichtlijn aangenomen (2015/849). Nederland implementeert deze Europese richtlijn in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Dit betekent onder meer dat deze wet in 2018 op verschillende onderdelen zal worden aangescherpt. Bijvoorbeeld op het gebied van risicoanalyse, cliëntonderzoek en de definities van ultimate beneficial owners (UBO’s) en politically exposed persons (PEP’s). De wijzigingen kunnen met zich meebrengen dat instellingen belangrijke aanpassingen in hun bedrijfsvoering moeten maken. DNB vindt het belangrijk dat instellingen tijdig voorbereidingen treffen om te voldoen aan de aangescherpte Wwft. Dit geldt voor banken, levensverzekeraars, betaalinstellingen en money transfer instellingen.

Het is onbegrijpelijk dat DNB voorbereidingen verwacht van financiële instellingen, terwijl het wetgevende proces nog niet is afgerond.

Dit bericht verscheen ook op mijn algemene weblog.

Tags: , ,
31 januari 2018

Januari nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heeft DNB de nieuwsbrief voor trustkantoren bekend gemaakt. Daarin komen aan de orde:

  • Beperkte blik op fiscale risico’s
  • Cliëntendossiers onvoldoende belicht in SIRA, waarbij op de ‘good practices’ van DNB wordt geattendeerd
  • Incidentmelding: welke informatie is nodig
  • Aanpak illegale trustkantoren; trustkantoren worden opgeroepen mogelijk illegale situaties bij DNB te melden
  • Rondetafelbijeenkomsten over maatschappelijke betamelijkheid
  • Uitvraag ISI-formulier
  • Eigen vermogen alternatieve bewaarders
  • Informatiebijeenkomst toetsingen
  • Indienen toetsingsformulieren
  • Rib Wtt Audit Richtlijn voor trustkantoren > DNB attendeert op deze HQ richtlijn
29 november 2017

Nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de nieuwsbrief die DNB vandaag uitbracht zijn de onderwerpen:

  • DNB-prioriteiten en -onderzoeken 2018: onder meer zal in 2018 naar de naleving van de sanctieregelgeving worden gekeken.
  • Stand van zaken nieuwe wetgeving voor trustkantoren, onder meer wijziging Wwft en introductie ubo-register.
  • Eis van meerdere beleidsbepalers: tweede bestuurder moet volwaardig en gelijkwaardig zijn. DNB attendeert er op dat bij inwerkingtreding van de nieuwe Wtt sprake moet zijn van een dagelijkse leiding van een trustkantoor, bestaande uit tenminste twee personen die in Nederland werken.
  • DNB verzoekt de trustkantoren om hun relatiebestand te controleren op vermelding in de Paradise Papers en eventuele hits te melden.
  • Voortgang DNB onderzoek SIRA in de praktijk
  • FATF-waarschuwingslijsten: update november 2017

 

10 november 2017

Nieuwsbericht kabinet: strengere regels trustsector

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het kabinet laat in een nieuwsbericht van vandaag weten dat er strengere regels voor trustkantoren aankomen en meldt dat het consultatieverslag openbaar is gemaakt:

Kabinet legt trustsector strengere regels op
Nieuwsbericht | 10-11-2017 | 14:30

Het kabinet gaat de trustsector in Nederland strengere regels opleggen. De Nederlandsche Bank krijgt daarnaast meer bevoegdheden voor toezicht en handhaving. Dat is de kern van het wetsvoorstel van minister Hoekstra van Financiën, waarmee de ministerraad heeft ingestemd.

Trustkantoren dienen als poortwachters het Nederlandse financiële stelsel te beschermen tegen misbruik. Ze moeten witwassen, terrorismefinanciering en belastingontduiking voorkomen. Minister Hoekstra: ‘De afgelopen jaren heeft de trustsector ons stelsel onvoldoende verdedigd en in sommige gevallen zelfs zaken als belastingontduiking gefaciliteerd. DNB heeft meermalen geconstateerd dat trustkantoren de wet, naar de letter maar ook naar de geest, onvoldoende naleven. Dat is reden voor het kabinet om in te grijpen. Trustkantoren moeten integer en betrouwbaar zijn en goed controleren voor wie ze werken.’

In de nieuwe Wet toezicht trustkantoren 2018 wordt meer integriteit en professionaliteit van kantoren geëist. Ze moeten een BV of NV zijn en een dagelijkse leiding hebben van ten minste twee personen, die vanuit Nederland moeten werken. Verder scherpt de nieuwe wet de eisen aan de interne controle aan. De zogeheten compliancefunctie mag niet worden uitbesteed aan een externe partij.

Trustkantoren mogen niet langer aan een en dezelfde cliënt zowel belastingadvies geven als trustdiensten verlenen. Ook moeten kantoren meer en beter onderzoek doen naar een cliënt voor ze daadwerkelijk met hem in zee gaan. Die gegevens moeten voor DNB controleerbaar zijn. Trustkantoren worden verder verplicht om in het kader van cliëntenonderzoek informatie met elkaar te delen. Dit moet voorkomen dat trustkantoor A een klant afwijst vanwege integriteitsrisico’s, maar hij bij trustkantoor B gewoon geholpen wordt.

De Wet toezicht trustkantoren 2018 breidt de bevoegdheden van DNB op meerdere punten uit. DNB kan kantoren verplichten een gedragslijn over te nemen. De hoogste boetes die DNB kan opleggen gaan omhoog van 4 naar 5 miljoen euro. Er komt ook een omzetgerelateerde en een voordeelgerelateerde boete.

DNB krijgt verder meer mogelijkheden om de vergunning van een trustkantoor in te trekken en kan bij bepaalde overtredingen de bestuurders een tijdelijk beroepsverbod opleggen. DNB mag als de nieuwe wet is aangenomen ook overtredingen en sancties openbaar maken. Net als de overige uitgebreide bevoegdheden moet hier een afschrikwekkende werking van uit gaan.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Het consultatieverslag wordt nu al wel openbaar gemaakt op internetconsultatie.nl. Hierin reageert de minister van Financiën op suggesties van betrokken partijen bij de vorig jaar geconsulteerde eerste versie van het wetsvoorstel.

Zie voor de internetconsultatie die heeft plaats gevonden deze pagina. Er zijn negen openbare consultatiereacties.

Tags: , ,
30 oktober 2017

Panama Commissie | brief van de commissie over parlementaire ondervraging in het algemeen; brief minister

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In het dossier ‘Parlementaire ondervraging Fiscale constructies’ over toezicht op trustkantoren en fiscale constructies heeft het volgende plaats gevonden

Brief commissie

Op 26 september 2017 stuurde de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies (‘Panama Commissie’) een brief aan de tweede kamer, die als volgt wordt geïntroduceerd door de voorzitter:

De Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies biedt u hierbij haar evaluatie aan. In de evaluatie geeft de ondervragingscommissie een terugblik op de door haar verrichte werkzaamheden en zijn enkele aanbevelingen geformuleerd die de werking van het instrument parlementaire ondervraging, vastgelegd in het Tijdelijk protocol parlementaire ondervraging, kunnen verbeteren.

In deze brief wordt de onderzoeksopdracht nog een keer samengevat:

1. De opdracht van de ondervragingscommissie

Op 11 oktober 2016 stemde de Tweede Kamer in met het onderzoeksvoorstel tot het houden van een parlementaire ondervraging naar fiscale constructies (Handelingen II 2016/17, nr. 10, item 14). Het doel van de parlementaire ondervraging was het verkrijgen van meer inzicht in de werkwijze van de trustsector en de fiscale adviespraktijk en de effectiviteit van het toezicht daarop. De parlementaire ondervraging richtte zich op twee in principe afzonderlijke kwesties, te weten:
A) het doorsluizen van kapitaal via in Nederland gevestigde doelvennootschappen zonder noemenswaardige reële economische activiteit in Nederland («brievenbusfirma’s»);
B) het wegsluizen van particuliere vermogens naar in het buitenland gevestigde doelvennootschappen, met de bedoeling deze aan het oog van de fiscus te onttrekken.

Het inzicht dat de commissie wilde vergaren in de trustsector, de werking van de fiscale adviespraktijk en het toezicht daarop, heeft zij in ruim voldoende mate verkregen. De commissie heeft dit voornamelijk bereikt door het openbaar verhoren onder ede van 27 personen in 23 verhoren.
Inherent aan de inzet van het instrument parlementaire ondervraging is dat geen stukken worden gevorderd. [6] Mondelinge informatievergaring staat bij een parlementaire ondervraging centraal. De commissie heeft zich op de verhoren voorbereid op basis van openbare bronnen, enkele openbare en besloten gesprekken met deskundigen en adviezen van de klankbordgroep.
De vraagstelling in de onderzoeksopdracht was breed geformuleerd en richtte zich niet op een concrete casus, maar op het verkrijgen van inzicht in een complexe en veelomvattende sector. De onderzoeksopdracht richtte zich zoals gezegd op twee afzonderlijke kwesties; het doorsluizen van kapitaal via Nederland («brievenbusfirma’s») en het wegsluizen van particuliere vermogens.
De commissie is van mening dat het aanbrengen van meer specifieke focus in de vraagstelling in het toch al complexe thema van het onderzoek, nuttig was geweest. Omdat niet één maar twee kwesties centraal stonden, werden meer getuigen en deskundigen verhoord dan bij één thema van onderzoek het geval zou zijn geweest. Ook waren de verhoren veelomvattend en liepen de discussies over enerzijds brievenbusfirma’s en anderzijds het wegsluizen van particuliere vermogens, soms door elkaar. Omdat beide kwesties zeer aan elkaar zijn gelieerd en samenhangen met dezelfde problematiek, was dit voor het onderzoek van de commissie geen probleem. Wel zorgt het onderzoeken van één in plaats van twee thema’s voor meer overzichtelijkheid en focus én voor minder verhoren. De commissie beveelt dan ook aan de vraagstelling in een onderzoeksopdracht zo specifiek en concreet mogelijk te formuleren.


[6] De opzet van het protocol is dat een ondervragingscommissie geen gebruik zal hoeven maken van haar bevoegdheden om schriftelijke inlichtingen te vorderen, documenten te vorderen of plaatsen te betreden, zo vermeldt het Tijdelijk protocol parlementaire ondervraging (Kamerstuk 34 400, nr. 2, p. 6).

Brief minister van financiën

Op 24 oktober 2017 verzond de minister van financiën een brief aan de tweede kamer waarin met name op het toezicht op trustkantoren wordt ingegaan. Opvallend is dat een verbod op uitbesteding van de compliance functie in het aankomende wetsvoorstel zal worden opgenomen en dat geen belastingadvies aan eigen cliënten zal mogen worden gegeven.

Daarbij kan worden aangetekend dat er dan een verschil zal moeten worden gemaakt tussen belastingadvies en naleving van belastingverplichtingen door doelvennootschappen. Dat laatste is een eigen verantwoordelijkheid van het bestuur (= het trustkantoor) van doelvennootschappen, zodat het trustkantoor over medewerkers zal dienen te beschikken met fiscale kennis.

De tekst van de brief van de minister:

In deze brief wil ik mij daarom beperken tot de bevindingen van de commissie over zelfregulering in de trustsector en het toezicht op trustkantoren. Daarnaast ga ik in op de wetgevingssuggesties van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) die in het verslag zijn opgenomen en informeer ik uw Kamer over de acties die ik in gang heb gezet.

Naleving en zelfregulering trustsector
Uit het verslag van de ondervragingscommissie blijkt dat DNB van oordeel is dat de trustsector nog steeds moeite heeft om te voldoen aan de wettelijke vereisten. De commissie heeft daarnaast bij de ondervragingen de indruk gekregen dat de sector niet zelf bereid is om nadere invulling te geven aan het handelen naar de geest van de wet. De commissie constateert ook dat breed wordt erkend, overigens mede door bevraagde vertegenwoordigers van trustkantoren, dat binnen de trustsector geen sprake is van effectieve zelfregulering.
De trustsector wordt op grond van de Wet toezicht trustkantoren geacht om te fungeren als een van de poortwachters van het Nederlandse financieel stelsel. Deze rol houdt in dat trustkantoren zich moeten inspannen om te helpen voorkomen dat het Nederlandse financieel stelsel wordt gebruikt voor het witwassen van geld, het financieren van terrorisme of voor handelingen die als maatschappelijk onbetamelijk worden beschouwd. Dit vraagt uitdrukkelijk om meer dan alleen het handelen naar de letter van de wet. De constatering dat de trustsector moeite heeft om de wet na te leven en dat er tevens een gebrek aan bereidheid is om zowel letter als geest van de wet na te leven, is mij niet onbekend. Deze signalen zijn mede aanleiding geweest om de betrokken wetgeving en het toezicht daarop aan te scherpen. Daarover hierna meer.
Dat een sector of een deel daarvan besluit tot zelfregulering, is in beginsel lovenswaardig, maar heeft alleen meerwaarde als die eigen regels uitstijgen boven wat al wettelijk verplicht is en als die regels ook worden omgezet in daadwerkelijk handelen. Bij de op dit moment bestaande zelfregulering van de trustsector is hiervan geen sprake. Ik heb de sector dan ook opgeroepen om te laten zien dat het hun ernst is met deze zelfregulering. Dat houdt, wat mij betreft, in dat op korte termijn een eigen keurmerk is vastgesteld dat zichtbaar uitstijgt boven de wettelijke normen en dat de trustkantoren aan wie dit keurmerk wordt verleend ook daadwerkelijk en aantoonbaar aan deze strenge eigen regels voldoen.

Toezicht op trustkantoren
Het toezicht van DNB op trustkantoren is nadrukkelijk aan bod gekomen bij de ondervragingen. Daarbij ging het mede om de beschikbare capaciteit en de inzet hiervan. Allereerst vind ik het van belang om op te merken dat het toezicht van DNB risicogebaseerd plaatsvindt. Daarvoor gebruikt DNB risicoanalysemodellen. Met gebruik van deze modellen en de beschikbare informatie over een trustkantoor worden relevante risico’s in kaart gebracht en beoordeeld. DNB gebruikt het opgestelde risicoprofiel om in het operationele toezicht prioriteiten te stellen. Het risicoprofiel en de mate van risicobeheersing door trustkantoren wordt zeer regelmatig geactualiseerd. DNB inventariseert de maatregelen van risicobeheersing onder andere door middel van eigen onderzoeken ter plaatse. Tegelijkertijd houdt risicogebaseerd toezicht in dat de toezichtinspanning niet op alle trustkantoren gelijk hoeft te zijn. Vanwege geconstateerde misstanden in de trustsector heeft DNB sinds 2016 extra capaciteit voor het toezicht op trustkantoren. Deze extra capaciteit is in ieder geval nodig totdat de wetgeving voor trustkantoren verder is aangescherpt. Hiervoor is een wetsvoorstel in voorbereiding (Wet toezicht trustkantoren 2018). Met de aangescherpte regels en aanvullende bevoegdheden in de Wet toezicht trustkantoren 2018 verwacht DNB effectiever toezicht te kunnen houden. Daardoor kan DNB haar capaciteit efficiënter inzetten. Ik maak daarbij de afspraak met DNB dat zij goed in de gaten houdt of de beschikbare capaciteit afdoende is om het toezicht effectief uit te voeren en de Minister van Financiën te informeren als dit niet het geval blijkt.

Wetgevingssuggesties DNB
Tijdens de ondervragingen heeft DNB suggesties gedaan voor wijziging van de wetgeving voor trustkantoren. Deze suggesties zijn opgenomen in box 2 van het verslag van de ondervragingscommissie.
Op dit moment heeft het Ministerie van Financiën de Wet toezicht trustkantoren 2018 in voorbereiding waarmee wordt beoogd de regelgeving voor het verlenen van trustdiensten aan te scherpen. Het streven is dat dit voorstel begin volgend jaar aan uw Kamer kan worden gezonden. De suggesties in het verslag zijn betrokken bij dit voorstel. Mede op basis van suggesties die door DNB zijn gedaan, wordt het wetsvoorstel aangescherpt of aangevuld.

Drie suggesties hebben direct een plek gekregen in het wetsvoorstel. Het voorstel bevat:
1. een verbod voor trustkantoren om de uitoefening van de compliancefunctie uit te besteden;
2. een verbod om binnen dezelfde groep zowel trustdiensten als belastingadvies te verlenen aan een cliënt, ten einde belangenverstrengeling te voorkomen en de onafhankelijkheid van een trustkantoor te waarborgen;
3. een verruiming van de mogelijkheden om bij overtreding van de wet de vergunning van een trustkantoor in te trekken.

Daarnaast wordt bezien hoe de suggestie om dienstverlening aan bepaalde juridische constructies met inherente integriteitrisico’s te verbieden, later gedurende het wetgevingstraject een plek in het voorstel kan krijgen. In de komende periode wordt samen met DNB gekeken welke dienstverlening dit zou moeten betreffen en hoe het verbod vorm kan krijgen.

Naar de suggesties 6 (verplichting toezichthoudend orgaan bij trustkantoren) en 7 (inzicht in financiële positie trustkantoren inclusief externe controle) wordt nog nader gekeken. Het verplicht hebben van een toezichthoudend orgaan zorgt voor aanvullende inhoudelijke en financiële verplichtingen voor trustkantoren. Bezien wordt in hoeverre deze maatregel voor alle trustkantoren proportioneel is, mede gelet op de beperkte omvang van sommige trustkantoren. Voor wat betreft het inzicht in de financiële positie van trustkantoren zal vooral nader worden gekeken naar externe controle. Op dit moment moeten trustkantoren al diverse gegevens beschikbaar houden voor DNB waaronder financiële informatie. Een verplichting om op de informatie over de financiële positie een externe controle te laten verrichten zou nieuw zijn. Hierover vindt overleg met DNB plaats.

Suggestie 5 (ruimere informatiedeling DNB met partners) en suggestie 8 (toepassing maatschappelijk betamelijk handelen op beroepsgroepen advocaten, notarissen, accountants en fiscalisten) zullen in gezamenlijkheid met de Minister van Veiligheid en Justitie worden bezien.

27 september 2017

Nieuwsbrief trustkantoren door DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft wederom een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht. Onderstaand de intro’s:

Combinatie belastingadvies en trustdienstverlening problematisch
Bij kantoren die belastingadvies en trustdiensten combineren, is de trustdienstverlening vaak ondergeschikt aan belastingadvies. Dit belemmert een integere bedrijfsvoering.

Handmatige controle van sanctielijsten te foutgevoelig
Handmatige screening aan de hand van sanctielijsten is dermate foutgevoelig dat dit in de hoogrisico-omgeving van de trustdienstverlening ongewenst is.

Acht trustkantoren kregen aanwijzingen over hun auditfunctie
DNB heeft acht trustkantoren via een aanwijzing gedwongen tot een effectieve audit van een onafhankelijke auditor.

Uitvraag over beheersing integriteitrisico’s
DNB zal medio oktober aan ongeveer 25 trustkantoren een online vragenlijst voorleggen over de integere bedrijfsvoering.

Wet toezicht trustkantoren 2018
Het wetsvoorstel inzake de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt18) wordt naar verwachting in 2018 in de Tweede Kamer behandeld.

Kort nieuws
Hierin aandacht voor:

  • Good Practice Integrity Risk Appetite;
  • Informatiebijeenkomst toetsingen 6 november;
  • Vervolg onderzoeken Agressieve belastingplanning en klantanonimiteit.
26 juli 2017

Toezichtkosten trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Uit het verslag van een schriftelijk overleg over zelfstandige bestuursorganen, vastgesteld 17 juli 2017, blijkt dat er vragen zijn gesteld over de toezichtkosten voor trustkantoren.

 

De leden van de D66-fractie vragen de Minister of de toename van de toezichtkosten voor trustkantoren in 2015 doorzet in de jaren daarop, en wil weten welke rol DNB speelt in de aanpak van belastingontwijking. Ook willen deze leden weten waarom er geen kosten worden gemaakt voor het toezicht op casino’s.

De totale toezichtkosten van DNB voor trustkantoren bedroeg in 2.015 EUR 3,2 miljoen. Dat is een daling ten opzichte van de jaren daarvoor; in 2012, 2013 en 2014 bedroegen de totale toezichtkosten van DNB voor trustkantoren respectievelijk EUR 3,9 miljoen, EUR 4,5 miljoen en EUR 5,1 miljoen. In 2016 bedroegen de totale toezichtkosten van DNB voor trustkantoren EUR 4,5 miljoen, hetgeen een stijging is ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze toename in kosten is het gevolg van extra inzet van capaciteit voor het toezicht op trustkantoren. De aanleiding voor deze intensivering van het toezicht was de constatering van DNB dat de integriteitsrisico’s in de trustsector te hoog waren en onvoldoende werden beheerst door de trustkantoren. Zie hierover de zbo verantwoording over boekjaar 2016. 17 Uit de zbo begroting over boekjaar 2017 volgt dat DNB voorziet dat de verhoogde capaciteitsinzet op trustkantoren in ieder geval zal doorzetten totdat de Wet toezicht trustkantoren is aangescherpt en geïmplementeerd; daaraan wordt thans gewerkt. 18

In 2017 is DNB een cross-sectoraal themaonderzoek naar agressieve belastingplanning en klantanonimiteit gestart. DNB doet onderzoek naar de betrokkenheid van trustkantoren en banken bij het faciliteren van financiële constructies die de zichtbaarheid van klanten belemmeren voor overheidsinstanties. De Panama Papers hebben blootgelegd dat ze betrokken zijn bij dergelijke constructies. DNB heeft in het kader van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies een position paper uitgebracht waarin zij nader ingaat op het toezicht op trustkantoren en op risico’s van bepaalde fiscale constructies. 19

Het toezicht op casino’s ligt hoofdzakelijk bij de Kansspelautoriteit. DNB houdt uit hoofde van de Sanctiewet 1977 toezicht op casino’s.

Noten

17 https://www.dnb.nl/binaries/ZBOVerantwoording-2016_WEB_26042017_tcm46-356608.pdf.
18 https://www.dnb.nl/binaries/ZBO%20Begroting%202017_tcm46-350868.PDF.
19 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2017Z07582&did=2017D16018.

12 juli 2017

Nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht. Onderwerpen:

  • Aandacht voor fiscale risico’s
  • Goede dossiervorming essentieel
  • Ken-uw-klant-verplichting ook bij ‘opgeknipte dienstverlening’
  • Meer meldingen ongebruikelijke transacties
  • Kosten toezicht
  • Kort nieuws met: concept good practices Integrity risk appetite; aanvragen via Digitaal Loket Toezicht; wijziging boetecategorie sanctiewet; update FATF; parlementaire ondervragingscommissie fiscale constructies.

Opgeknipte dienstverlening

Opvallend is dat DNB spreekt over iets wat ‘opgeknipte dienstverlening’ wordt genoemd. DNB schrijft:

DNB ontvangt echter signalen uit de markt dat partijen de dienstverlening opknippen: daarbij worden de adresverlening en de bijkomende werkzaamheden uit elkaar getrokken. De diensten verschuiven daarmee naar onder meer domicilieverleners, administratiekantoren, belastingadviseurs en advocaten. Een veel gehoorde reden is dat de dienstverlening daarmee niet meer onder de Wtt valt. Echter, de integriteitrisico’s verbonden aan een cliënt blijven bestaan en de ken-uw-klant-verplichtingen blijven eveneens onverminderd van toepassing – zij het onder de vlag van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Verder wil DNB schijnconstructies gaan bestrijden:

Een dienstverlener wordt als een vergunningplichtig trustkantoor beschouwd indien deze dienstverlener trustdiensten verleend, al dan niet in samenwerking met andere partijen. Indien twee dienstverleners onder één hoedje spelen – met elkaar samenwerken maar doelbewust de diensten afscheiden om de Wtt te omzeilen – dan is er sprake is van een schijnconstructie. DNB kan in dat geval formele maatregelen treffen.

Trustkantoren worden opgeroepen om te melden als zij een schijnconstructie vermoeden.

11 juli 2017

Kijken naar de Nederlandse Panama Commissie

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Degenen die de verhoren van de Nederlandse Panama Commissie willen terugkijken, kunnen hyperlinks naar Debat Gemist via de tweede kamer pagina vinden. Voor zover de gehoorde personen position papers hebben ingediend, zijn deze op dezelfde pagina aan te treffen. Over de position paper van DNB schreef ik al eerder.

Onderzoek

De verhoren zijn om verschillende redenen interessant. Zo zou kunnen worden bekeken welke deskundigheid de personen die gehoord werden hadden met betrekking tot de onderwerpen waarover zij werden ondervraagd.

Ook is boeiend te onderzoeken of de leden van de commissie wel relevante vragen stelden en of die vragen wel zinvol waren gelet op de rol en de deskundigheid van de gehoorde persoon. Zo viel mij op dat aan een fiscale hoogleraar geen vragen werden gesteld over de afgrenzing tussen regulier gebruik van belastingfaciliteiten en juridisch geoorloofd maar ‘immoreel’ gebruik maken van het belastingrecht, de zgn. agressieve belastingplanning. (Anders dan belastingfraude, wat bestrafbaar en beboetbaar is.)

Helaas ontbreekt mij de tijd om dit onderzoek zelf te doen.

%d bloggers liken dit: