Posts tagged ‘DNB’

11 juli 2019

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren uitgebracht

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht, waarin de consultatie inzake de beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid en de consultatie inzake de beleidsregel geschiktheid worden gemeld. Verder wordt de sector herinnerd aan het vereiste van twee dagelijks beleidsbepalers en meldt de Bank dat de risico’s ten aanzien van financiële stabiliteit toenemen.

1 juli 2019

Aankondiging wijziging witwasbestrijdingsregels met ook gevolgen voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Trustkantoren krijgen te maken met de nieuwe regels ter bestrijding van criminaliteit als vermeld in een op 30 juni jl. bekend gemaakte brief van de ministers van Financiën en Veiligheid. In die brief worden ingrijpende wijzigingen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en aanverwante regelgeving bekend gemaakt, lees uitvoeriger op mijn algemene blog.

DNB schrijft op 1 juli naar aanleiding van de aankondiging:

DNB verwelkomt maatregelen tegen witwassen
Een effectieve aanpak van witwassen is alleen mogelijk als de hele financiële keten – van meldplichtige instellingen tot toezichthoudende en opsporings- en vervolgingsinstanties – zich maximaal inspant en er tussen de partijen op een goede manier wordt samengewerkt en informatie wordt gedeeld. DNB ondersteunt daarom het voorstel om de krachten van de betrokken partijen te bundelen waarbij private en publieke instellingen effectief samenwerken. DNB vindt het ook belangrijk dat maatregelen op het terrein van cash zodanig worden vormgegeven dat de goede werking van het betalingsverkeer voor legitieme transacties niet gehinderd wordt.
Witwassen is een grensoverschrijdende vorm van criminaliteit. DNB verwelkomt daarom ook de plannen om de effectiviteit van de aanpak van witwassen op Europees niveau te vergroten door te pleiten voor een Europese AML/CFT-toezichthouder. DNB benadrukt de goede samenwerking met het Ministerie van Financiën en de AFM op dit gebied. DNB zal zich samen met het Ministerie van Financiën en de AFM inzetten om dit onder de Europese aandacht brengen.
DNB vindt het belangrijk dat in het plan aandacht wordt besteed aan de capaciteit van de toezichthouders. Die capaciteit moet zodanig zijn dat zij in staat zijn om hun taken goed uit voeren, voldoende deskundigheid in huis hebben en in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld op het gebied van technologie.
Tegengaan van witwassen betekent ook dat onderliggende criminaliteit wordt aangepakt. Voor Nederland gaat het dan met name om drugshandel en fraude. DNB is daarom voorstander van de stevige aanpak van ondermijning.

Tags: ,
28 juni 2019

Consultatie beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 25 juni jl. heeft DNB de internetconsultatie inzake de beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid voor trustkantoren bekend gemaakt. Het consultatiedocument is hier (MS Word) te vinden.

De omschrijving van “maatschappelijke betamelijkheid” in de titel van het consultatiedocument heeft veel weg van de norm die in het privaatrecht ten grondslag ligt aan onrechtmatige daad:

betrokkenheid van het trustkantoor of zijn medewerkers bij handelingen die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad

 

DNB denkt deze zorgvuldigheidsnorm te kunnen bevorderen door schriftelijke vastlegging in het beleidsdocument. Het beleidsdocument moet een beschrijving bevatten “van hoe, wanneer en bij welke handelingen een evenwichtige belangenafweging gemaakt wordt ten aanzien van maatschappelijke betamelijkheid“.

Vervolgens moet uit dat beleid voortvloeiende procedures, processen en maatregelen en aantal in het consultatiedocument beschreven elementen bevatten:

a. een overzicht van de (potentiële) besluiten, activiteiten, soorten transacties en overige handelingen waarbij het risico, bedoeld in het eerste lid, zich met name kan voordoen; en de hierbij noodzakelijke mitigerende maatregelen;
b. criteria op basis waarvan het trustkantoor op risicogebaseerde wijze beoordeelt of bij het eigen handelen of dat van haar werknemers sprake kan zijn van zodanige strijdigheid met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad.
c. een beschrijving welke functionaris of afdeling binnen het trustkantoor verantwoordelijk is voor het creëren, agenderen en bestendigen van bewustwording bij de meest relevante organisatieonderdelen ten aanzien van handelingen die mogelijk dusdanig strijdig zijn met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad;
d. voorschriften voor een periodieke evaluatie en beoordeling van de effectiviteit van bedoeld beleid en de procedures, processen en maatregelen waarin dit zijn weerslag vindt. Deze analyse en beoordeling vinden tenminste jaarlijks plaats of zo vaak als hiervoor aanleiding is. Het trustkantoor draagt aantoonbaar zorg voor een tijdige implementatie van geconstateerde verbeterpunten;
e. voorschriften waaruit blijkt welke onderdelen en of functionarissen binnen het trustkantoor betrokken dienen te worden bij het maken van de evenwichtige belangenafweging, bedoeld in het tweede lid en een overzicht van de beslissingsbevoegdheid per onderdeel en/ of functionaris;
f. voorschriften waaruit blijkt hoe de evenwichtige belangenafweging, bedoeld in het tweede lid, en de belangrijkste afwegingen die door het trustkantoor zijn gemaakt, worden vastgelegd;
g. voorschriften waaruit blijkt hoe onderwerpen die maatschappelijke betamelijkheid aangaan extern worden gecommuniceerd;
h. procedures en maatregelen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen inzake de omgang met incidenten inzake maatschappelijk betamelijkheid, waaronder het onverwijld informeren van DNB over het incident. Naast de wettelijk verplichte melding van incidenten, conform reeds bestaande procedures, verwacht DNB dat het trustkantoor onderzoek doet naar de oorzaken en gevolgen van een incident en dat de (voorlopige) onderzoeksresultaten zo spoedig mogelijk aan DNB worden verstrekt.

 

Wat daarna volgt is eveneens uitdagend:

4. Bij het identificeren en mitigeren van de risico’s, bedoeld in het eerste lid, weegt DNB mee in hoeverre door het trustkantoor ook gegevens worden betrokken over de activiteiten die door de cliënten van het trustkantoor worden uitgevoerd en de bij die activiteiten betrokken derden, beide voor zover van het trustkantoor redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij hiervan op de hoogte is of had moeten zijn.
5. DNB weegt mee hoe het trustkantoor er zorg voor draagt dat als onderdeel van de processen, procedures en maatregelen, bedoeld in het derde lid, in ieder geval een analyse wordt gemaakt van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer en bij de voor het trustkantoor belangrijkste stakeholders als onbetamelijk wordt gezien op de voor het trustkantoor relevante gebieden. DNB verwacht dat deze analyse jaarlijks wordt uitgevoerd of vaker wanneer daar aanleiding voor is. DNB verwacht tevens dat het trustkantoor zorg draagt voor de noodzakelijke aanpassingen van het beleid en de daaruit voortvloeiende procedures, processen en maatregelen op basis van de uitkomsten van deze analyse.
6. DNB verwacht dat het trustkantoor aantoonbaar stimuleert dat op een voor haar passende wijze een actieve discussie binnen het eigen trustkantoor wordt gevoerd over hetgeen al dan niet als maatschappelijk betamelijk kan worden gezien.

 

De trustkantoren en hun medewerkers moeten over wonderbaarlijke krachten bezitten, om hier aan te kunnen voldoen.

Het is jammer dat DNB de focus legt op procedures, in plaats van de invulling van de door hen gewenste norm, waarover DNB zich niet wenst uit te laten.

Andere gereguleerde beroepsbeoefenaren doen er goed aan de ontwikkelingen goed te volgen, want ook bij accountants, belastingadviseurs en andere juridische beroepsbeoefenaars wordt over “maatschappelijke betamelijkheid” gesproken.

17 juni 2019

Consultatie van gewijzigde beleidsregel geschiktheid

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

AFM en DNB houden een consultatie over de beleidsregel inzake geschiktheid.

De door AFM geplaatste aankondiging volgt hier onder.

Consultatie van gewijzigde beleidsregel geschiktheid
14 juni 2019

Marktpartijen kunnen tot 1 september 2019 reageren op wijzigingen van de Beleidsregel geschiktheid 2012. Deze beleidsregel beschrijft het kader dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) gebruiken bij de geschiktheidstoetsingen van beleidsbepalers in de financiële sector.
De AFM en DNB gaan de beleidsregel wijzigen op basis van aanpassingen in nationale en Europese wet- en regelgeving. Afgelopen tijd zijn door de toezichthouders de relevante wijzigingen geïnventariseerd en verwerkt in de beleidsregel. Nu worden marktpartijen uitgenodigd te reageren op de voorgenomen wijzigingen.

Wat wordt geconsulteerd?
Er worden twee documenten geconsulteerd door de AFM en DNB. Dit zijn:
• Het Concept Besluit 2019 tot wijziging van de beleidsregel geschiktheid 2012. Dit betreft een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van de beleidsregel en een toelichting op de wijzigingen.
• Het concept van de aangepaste tekst van de beleidsregel, inclusief toelichting. In dit document is voor de duidelijkheid de toegevoegde tekst geel gearceerd en de geschrapte tekst grijs doorgehaald.

Reageren met reactieformulier
Om uw reactie zo goed mogelijk te kunnen behandelen, vragen wij partijen gebruik te maken van een reactieformulier. De reacties op de beleidsregel worden verwerkt in een gezamenlijk feedbackstatement. Dit feedbackstatement wordt na afloop van de consultatie openbaar gemaakt. Zo wordt zichtbaar wat er met de reacties uit de consultatie is gedaan.

Stuur reactie vóór 1 september
De consultatie loopt tot 1 september 2019. Partijen kunnen hun reactieformulier en eventuele vragen sturen naar de AFM via consultatie_beleidsr@afm.nl of DNB via consultatie@dnb.nl. Het is niet nodig uw reactie aan beide toezichthouders te sturen.

Vervolg
Naar aanleiding van de reacties op deze consultatie worden de beleidsregel en de toelichting hierop waar nodig aangepast. De definitieve versie wordt gepubliceerd in de Staatscourant en, samen met het feedbackstatement, op de websites van de AFM en DNB. Naar verwachting wordt de beleidsregel eind 2019 gepubliceerd. De aangepaste beleidsregel is vanaf dat moment van kracht.

 


Aanvulling 18 juni 2019
DNB publiceerde de aankondiging op deze pagina. Het reactieformulier van DNB is hier te vinden.

2 mei 2019

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heeft DNB de nieuwsbrief voor trustkantoren verspreid.

Onderwerpen:

15 maart 2019

Overleg over de Wtt 2018 | inbreng verslag van een schriftelijk overleg

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 12 maart jl. werd een Inbreng verslag van een schriftelijk overleg (2019D09418) gepubliceerd, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Financiën. De pdf versie staat hier.

De tekst volgt hierna.

2019D09418 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

De vaste commissie voor Financiën heeft op 8 maart 2019 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief van 29 januari 2019 (Kamerstuk 34 910, nr. 23) over de uitvoering van toezeggingen, gedaan tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018, en de uitvoering van motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg (Kamerstuk 34 566, nr. 11) ingediend tijdens dit laatste debat.
(…)

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavige brief van de Minister van Financiën. Zij vinden de uitspraken onder het kopje «Deskundigheid complianceofficer» uiterst onbevredigend.
Het punt dat de woordvoerder van de VVD-fractie tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel maakte, was het volgende. Trustkantoren worden op grond van de nieuwe Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gedwongen een interne compliance officer aan te stellen. De rationale daarvan ontgaat de leden van de VVD-fractie. Externe compliance dienstverleners zijn doorgaans deskundiger en onafhankelijker dan interne. Dat geldt des te sterker bij kleine trustkantoren. De nieuwe bepaling in de Wtt lijkt ingegeven te zijn door één malafide, inmiddels niet meer bestaande dienstverlener, die vele trustkantoren bediende. Dat probleem is te ondervangen door het stellen van deskundigheidseisen aan de externe dienstverlener. De leden van de VVD-fractie lezen nu dat slechts gesproken is over de deskundigheid van de interne compliance officer. Dat gaat voorbij aan de strekking van de inbreng bij de wetsbehandeling. Deze leden vragen de Minister een wetswijziging op dit punt voor te bereiden en dat nog dit kalenderjaar in te dienen bij de Raad van State.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de motie Omtzigt/Van Weyenberg [1] over de trustsector. Deze leden merken op dat het dictum van de aangenomen motie over domicilieverlening luidt: «verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren».
Er had dus in maart een onderzoek moeten liggen naar de mogelijkheden om de domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken.
De regering stelt nu voor om ergens in 2020 te rapporteren, meer dan anderhalf jaar na aanname van de motie. Dat is in de ogen van de CDA-fractie echt te laat. De discussie over belastingontwijking en de rol van de trustsector daarin is niet nieuw. Dan gaat het niet om administratieve dienstverlening door de trustsector, maar door die diensten die per definitie de substance in negatieve zin raken, zoals het verlenen van domicilie en bijvoorbeeld ook het leveren van bestuurders. Het onderzoek van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies heeft dat opnieuw bevestigd en aangegeven dat het problematisch is dat de sector geen verantwoordelijkheid draagt. Door domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken, en daardoor bijvoorbeeld beboetbaar, wordt de sector wel medeverantwoordelijk en heeft zij belang bij een goede afweging wat een vennootschap is met reële activiteiten en wat slechts een doorstroomvennootschap is.
Daarom verzoeken de leden van de CDA-fractie de regering dan ook nu binnen drie maanden over de mogelijkheden te rapporteren en dan meteen een voorstel te doen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de regering d.d. 29 januari 2019 waarin zij terugkomt op de uitvoering van een motie en enkele toezeggingen met betrekking tot de trustsector. Deze leden hebben in dit verband vragen over de toezegging om te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en over het voorlopige antwoord van de regering inzake de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt/Van Weyenberg [2].
De leden van de D66-fractie constateren dat de regering tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 had toegezegd te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en de samenloop van onwenselijke belangen kan voorkomen. In de voornoemde brief lezen deze leden dat de regering met De Nederlandsche Bank (DNB) tot de conclusie is gekomen dat de combinatie van het verlenen van bank- en trustdiensten niet of nauwelijks een risico op belangenverstrengeling bij het verrichten van onafhankelijk cliëntenonderzoek oplevert. De leden van de D66-fractie vernemen in de brief niets over de poortwachtersfunctie. Deze leden zijn van mening dat een bank en trustkantoor beide een poortwachtersfunctie vervullen. Wordt die functie door dezelfde partij vervuld, dan is er eenvoudigweg één poortwachter minder. Uit het recente witwasschandaal bij ING blijkt eens te meer dat een extra slot op de deur geen overbodige luxe is. Thans komt de combinatie van bank- en trustdiensten in Nederland nog weinig voor. Het is, mede gelet op de opkomst van FinTech, echter aannemelijk dat dit in de toekomst zal veranderen. Heeft de regering expliciet bekeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de gehele poortwachtersfunctie zou kunnen versterken? Zo nee, is de regering alsnog bereid dit te doen?
De leden van de D66-fractie hebben tevens een vraag over het voorlopige antwoord van de regering betreffende de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg [3], die verzoekt om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een half jaar aan de Kamer te rapporteren. Deze leden lezen dat de Minister dit onderzoek wil betrekken bij de eerste rapportage over de Wet toezicht trustkantoren 2018. Wanneer wordt deze rapportage naar de Kamer gezonden? In hoeverre verwacht de regering dat de aanbieding van de genoemde trustdiensten een ander karakter zal hebben dan voor implementatie van deze wet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de moties naar aanleiding van de Wet toezicht trustkantoren 2018. Zij hebben nog enkele vragen aan de Minister over zijn brief.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister aangeeft de wenselijkheid van het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt onderzocht te hebben, en concludeert dat hij op dit moment geen grote risico’s ziet voor het combineren van deze twee diensten. Graag wijzen deze leden de Minister op het nieuws van deze week, waarbij opnieuw grote Europese banken betrokken blijken te zijn in het witwassen van Russische miljarden, zonder een werkend controlemechanisme te hebben gehad op de oorsprong van dit geld. Onlangs werd bekend dat ook ING betrokken zou zijn, de bank die onlangs de grootste schikking uit de Nederlandse geschiedenis moest betalen vanwege het op grote schaal faciliteren van witwassen van illegaal geld. Hoe kan de Minister in dit licht stellen dat het bieden van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt geen gevaar voor belangenverstrengeling oplevert?
Wat adviseert Holland Queastor met betrekking tot het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt, vragen de leden van de SP-fractie.
De aanvullende eisen ten aanzien van de deskundigheid van de compliance officer hebben in de visie van de leden van de SP-fractie een hoog kosmetisch gehalte. In een eerdere rapportage stelde DNB dat de inherent hogere integriteitsrisico’s onvoldoende worden beheerst, niet alleen omdat de wet onvoldoende wordt nageleefd, maar ook omdat deze wet alleen naar de letter ervan «mechanisch wordt toegepast». In hoeverre denkt de Minister, in dit licht, dat de aanvullende eisen aan de sector niet op dezelfde manier mechanisch zullen worden toegepast? Deelt de Minister de mening van de leden van de SP-fractie dat er meer effectieve manieren zijn om de doorstroom van illegaal geld via de trustsector tegen te gaan?
De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat de eerste rapportage over de effecten van de Wtt 2018 tot 2020 op zich laat wachten. Deze leden vragen de Minister of de Kamer, wanneer grove misstanden worden geconstateerd met betrekking tot de naleving ervan, wel wordt geïnformeerd. Kan de Minister dit toezeggen?
De leden van de SP-fractie betreuren het dat de motie Omtzigt/Van Weyenberg [4], welke Kamerbreed is aangenomen, niet wordt uitgevoerd. Zij vragen de regering dit alsnog te doen. Kan de Minister hierop reageren?
De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het verdienmodel van de trustsector juist zit in het laten doorstromen van zoveel mogelijk financiële middelen door Nederland, en dat interne controle hierop afbreuk doet aan het verdienmodel. Hoe kan de Minister erop vertrouwen dat trustkantoren, wiens verdienmodel in belangrijke mate bestaat uit het opzetten van belastingbesparende constructies, hetgeen indruist tegen het maatschappelijk belang, op zichzelf toezicht kunnen houden, als dit lijnrecht ingaat tegen de belangen van de aandeelhouders van deze kantoren?
Nederland komt internationaal steeds meer onder druk te staan als belastingparadijs, merken de leden van de SP-fractie op. Deelt de Minister de mening van deze leden dat we deze reputatie niet moeten willen hebben, en bovendien schadelijk is voor andere delen van onze economie? Blijft de Minister, na al deze schandalen, van mening dat de trustsector iets wezenlijks toevoegt aan onze economie? Of er meer aan toevoegt, dan het er afbreuk aan doet?
Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat zelfregulering van de sector tegen het verdienmodel van de sector in gaat? Deelt de Minister de constatering van de SP-fractie dat manieren om toezicht aan te scherpen vrij eenvoudig door de sector omzeild kunnen worden? Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat het verscherpte toezicht op de trustkantoren, in de bovenstaande context hooguit cosmetisch zijn zolang de legitimiteit van hun verdienmodel niet ter discussie wordt gesteld in dit debat?

________________________________________

1 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
2 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
3 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
4 Kamerstuk 34 566, nr. 11.

14 maart 2019

DNB houdt consultatie fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren en ander nieuws voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 28 februari jl. bracht DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.

Berichten:

13 december 2018

Wtt 2018 in het Staatsblad en dalende trend sector trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Inmiddels is de nieuwe Wtt in het Staatsblad geplaatst, zie de tekst van de wet. Het besluit tot inwerkingtreding kon ik nog niet vinden, maar dat zal wel 1 januari a.s. zijn. Het dossier van deze wet is hier te vinden. Voorts is de Regeling toezicht trustkantoren 2018 in de Staatscourant verschenen.

In een nieuwsbericht laat DNB verheugd weten dat daling van het aantal trustkantoren en het aantal doelvennootschappen plaats vindt:

 

Cijfers en trends in de trustsector
Nieuwsbericht
Datum 31 oktober 2018

Het aantal trustkantoren blijft dalen. Datzelfde geldt voor het aantal doelvennootschappen die door de trustkantoren worden bediend.
DNB vraagt jaarlijks via de ISI-rapportage informatie op bij trustkantoren. In de door de trustkantoren aangeleverde informatie zijn bepaalde trends te zien. De afgelopen jaren is een dalende trend in het aantal vergunninghoudende trustkantoren waarneembaar. Waren er eind 2011 nog 310 trustkantoren in Nederland, eind 2017 waren dit er 222. Uit gegevens van het Register Trustkantoren blijkt dat het aantal trustkantoren medio oktober 2018 verder is gedaald naar 207.

Doelvennootschappen
Ook is sprake van een significante daling van het totale aantal doelvennootschappen die door de trustkantoren worden bediend. Uit onderstaand overzicht blijkt dat het aantal doelvennootschappen in de periode juni 2016 tot en met december 2017 met 10% is gedaald.

Structuren bediend door trustkantoren
Het aantal structuren van een groep waartoe een doelvennootschap behoort waar trustkantoren diensten aan verlenen en waarin een (Angelsaksische) trust is opgenomen, is in 2017 met 15% gestegen tot 1.607. Daarnaast is het aantal structuren waarbij sprake is van één of meer nominee shareholders in 2017 met 20% gedaald tot 566. Het aantal structuren waarin één of meer stichtingen zijn opgenomen is met 7% gedaald tot 4.795. Dit is ongeveer een kwart van het totale aantal structuren die door trustkantoren worden bediend.

Doorstroomvennootschappen
DNB heeft in het verleden onderzoek gedaan naar de integriteitrisico’s die met doorstroomvennootschappen gepaard kunnen gaan. Sinds het onderzoek door DNB is het aantal doorstroomvennootschappen gedaald van 132 medio 2013 naar 27 eind 2017. Het aantal trustkantoren die gebruikmaken van deze doorstroomvennootschappen is in dezelfde periode gedaald van 50 naar 19.

Commanditaire vennootschappen
DNB heeft in het verleden ook de dienstverlening aan commanditaire vennootschappen (cv’s) die onderdeel uitmaken van complexe internationale structuren onderzocht. Trustkantoren hebben de dienstverlening aan cv-structuren sinds 2013 afgebouwd. Op 30 juni 2013 verleenden 75 trustkantoren diensten aan 1.602 cv’s, waarna een daling is gezet. Eind 2017 was het aantal cv’s waaraan diensten werden verleend gedaald tot 521 cv’s, waaraan 62 trustkantoren diensten verleenden.

Tags: ,
1 november 2018

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 31 oktober 2018 heeft DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht.

Thema’s:

16 oktober 2018

Capaciteit DNB voor toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 9 oktober jl. gaf het ministerie van financiën antwoord op kamervragen over de capaciteit bij DNB voor toezicht op trustkantoren. Bij deze brief hoort een brief van DNB.

De minister schreef:

DNB heeft haar capaciteit voor het toezicht op trustkantoren in 2016 tijdelijk verhoogd tot 14 fte. Zij geeft aan deze verhoging structureel te willen maken. Met in totaal 14 fte denkt DNB in staat te zijn de toezichtintensiteit niet alleen in stand te kunnen houden, maar deze ook te kunnen intensiveren. De basis hiervoor ligt in de verwachte inwerkingtreding van de Wet toezicht trustkantoren 2018, die DNB meer en verdergaande bevoegdheden geeft. Daarbij is van belang dat DNB verwacht dat de sector kleiner zal worden en dat het toezicht overeenkomstig internationale aanbevelingen risicogebaseerd plaatsvindt.

Gezien bovenstaande informatie van DNB acht ik de capaciteitsinzet voor het toezicht op trustkantoren adequaat. Met het oog op de inwerkingtreding van de nieuwe wet blijf ik periodiek in gesprek met DNB over de inzet van haar capaciteit en over de ontwikkelingen in de trustsector.

%d bloggers liken dit: