Posts tagged ‘DNB’

2 mei 2019

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heeft DNB de nieuwsbrief voor trustkantoren verspreid.

Onderwerpen:

15 maart 2019

Overleg over de Wtt 2018 | inbreng verslag van een schriftelijk overleg

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 12 maart jl. werd een Inbreng verslag van een schriftelijk overleg (2019D09418) gepubliceerd, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Financiën. De pdf versie staat hier.

De tekst volgt hierna.

2019D09418 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

De vaste commissie voor Financiën heeft op 8 maart 2019 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief van 29 januari 2019 (Kamerstuk 34 910, nr. 23) over de uitvoering van toezeggingen, gedaan tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018, en de uitvoering van motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg (Kamerstuk 34 566, nr. 11) ingediend tijdens dit laatste debat.
(…)

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavige brief van de Minister van Financiën. Zij vinden de uitspraken onder het kopje «Deskundigheid complianceofficer» uiterst onbevredigend.
Het punt dat de woordvoerder van de VVD-fractie tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel maakte, was het volgende. Trustkantoren worden op grond van de nieuwe Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gedwongen een interne compliance officer aan te stellen. De rationale daarvan ontgaat de leden van de VVD-fractie. Externe compliance dienstverleners zijn doorgaans deskundiger en onafhankelijker dan interne. Dat geldt des te sterker bij kleine trustkantoren. De nieuwe bepaling in de Wtt lijkt ingegeven te zijn door één malafide, inmiddels niet meer bestaande dienstverlener, die vele trustkantoren bediende. Dat probleem is te ondervangen door het stellen van deskundigheidseisen aan de externe dienstverlener. De leden van de VVD-fractie lezen nu dat slechts gesproken is over de deskundigheid van de interne compliance officer. Dat gaat voorbij aan de strekking van de inbreng bij de wetsbehandeling. Deze leden vragen de Minister een wetswijziging op dit punt voor te bereiden en dat nog dit kalenderjaar in te dienen bij de Raad van State.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de motie Omtzigt/Van Weyenberg [1] over de trustsector. Deze leden merken op dat het dictum van de aangenomen motie over domicilieverlening luidt: «verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren».
Er had dus in maart een onderzoek moeten liggen naar de mogelijkheden om de domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken.
De regering stelt nu voor om ergens in 2020 te rapporteren, meer dan anderhalf jaar na aanname van de motie. Dat is in de ogen van de CDA-fractie echt te laat. De discussie over belastingontwijking en de rol van de trustsector daarin is niet nieuw. Dan gaat het niet om administratieve dienstverlening door de trustsector, maar door die diensten die per definitie de substance in negatieve zin raken, zoals het verlenen van domicilie en bijvoorbeeld ook het leveren van bestuurders. Het onderzoek van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies heeft dat opnieuw bevestigd en aangegeven dat het problematisch is dat de sector geen verantwoordelijkheid draagt. Door domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken, en daardoor bijvoorbeeld beboetbaar, wordt de sector wel medeverantwoordelijk en heeft zij belang bij een goede afweging wat een vennootschap is met reële activiteiten en wat slechts een doorstroomvennootschap is.
Daarom verzoeken de leden van de CDA-fractie de regering dan ook nu binnen drie maanden over de mogelijkheden te rapporteren en dan meteen een voorstel te doen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de regering d.d. 29 januari 2019 waarin zij terugkomt op de uitvoering van een motie en enkele toezeggingen met betrekking tot de trustsector. Deze leden hebben in dit verband vragen over de toezegging om te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en over het voorlopige antwoord van de regering inzake de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt/Van Weyenberg [2].
De leden van de D66-fractie constateren dat de regering tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 had toegezegd te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en de samenloop van onwenselijke belangen kan voorkomen. In de voornoemde brief lezen deze leden dat de regering met De Nederlandsche Bank (DNB) tot de conclusie is gekomen dat de combinatie van het verlenen van bank- en trustdiensten niet of nauwelijks een risico op belangenverstrengeling bij het verrichten van onafhankelijk cliëntenonderzoek oplevert. De leden van de D66-fractie vernemen in de brief niets over de poortwachtersfunctie. Deze leden zijn van mening dat een bank en trustkantoor beide een poortwachtersfunctie vervullen. Wordt die functie door dezelfde partij vervuld, dan is er eenvoudigweg één poortwachter minder. Uit het recente witwasschandaal bij ING blijkt eens te meer dat een extra slot op de deur geen overbodige luxe is. Thans komt de combinatie van bank- en trustdiensten in Nederland nog weinig voor. Het is, mede gelet op de opkomst van FinTech, echter aannemelijk dat dit in de toekomst zal veranderen. Heeft de regering expliciet bekeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de gehele poortwachtersfunctie zou kunnen versterken? Zo nee, is de regering alsnog bereid dit te doen?
De leden van de D66-fractie hebben tevens een vraag over het voorlopige antwoord van de regering betreffende de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg [3], die verzoekt om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een half jaar aan de Kamer te rapporteren. Deze leden lezen dat de Minister dit onderzoek wil betrekken bij de eerste rapportage over de Wet toezicht trustkantoren 2018. Wanneer wordt deze rapportage naar de Kamer gezonden? In hoeverre verwacht de regering dat de aanbieding van de genoemde trustdiensten een ander karakter zal hebben dan voor implementatie van deze wet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de moties naar aanleiding van de Wet toezicht trustkantoren 2018. Zij hebben nog enkele vragen aan de Minister over zijn brief.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister aangeeft de wenselijkheid van het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt onderzocht te hebben, en concludeert dat hij op dit moment geen grote risico’s ziet voor het combineren van deze twee diensten. Graag wijzen deze leden de Minister op het nieuws van deze week, waarbij opnieuw grote Europese banken betrokken blijken te zijn in het witwassen van Russische miljarden, zonder een werkend controlemechanisme te hebben gehad op de oorsprong van dit geld. Onlangs werd bekend dat ook ING betrokken zou zijn, de bank die onlangs de grootste schikking uit de Nederlandse geschiedenis moest betalen vanwege het op grote schaal faciliteren van witwassen van illegaal geld. Hoe kan de Minister in dit licht stellen dat het bieden van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt geen gevaar voor belangenverstrengeling oplevert?
Wat adviseert Holland Queastor met betrekking tot het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt, vragen de leden van de SP-fractie.
De aanvullende eisen ten aanzien van de deskundigheid van de compliance officer hebben in de visie van de leden van de SP-fractie een hoog kosmetisch gehalte. In een eerdere rapportage stelde DNB dat de inherent hogere integriteitsrisico’s onvoldoende worden beheerst, niet alleen omdat de wet onvoldoende wordt nageleefd, maar ook omdat deze wet alleen naar de letter ervan «mechanisch wordt toegepast». In hoeverre denkt de Minister, in dit licht, dat de aanvullende eisen aan de sector niet op dezelfde manier mechanisch zullen worden toegepast? Deelt de Minister de mening van de leden van de SP-fractie dat er meer effectieve manieren zijn om de doorstroom van illegaal geld via de trustsector tegen te gaan?
De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat de eerste rapportage over de effecten van de Wtt 2018 tot 2020 op zich laat wachten. Deze leden vragen de Minister of de Kamer, wanneer grove misstanden worden geconstateerd met betrekking tot de naleving ervan, wel wordt geïnformeerd. Kan de Minister dit toezeggen?
De leden van de SP-fractie betreuren het dat de motie Omtzigt/Van Weyenberg [4], welke Kamerbreed is aangenomen, niet wordt uitgevoerd. Zij vragen de regering dit alsnog te doen. Kan de Minister hierop reageren?
De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het verdienmodel van de trustsector juist zit in het laten doorstromen van zoveel mogelijk financiële middelen door Nederland, en dat interne controle hierop afbreuk doet aan het verdienmodel. Hoe kan de Minister erop vertrouwen dat trustkantoren, wiens verdienmodel in belangrijke mate bestaat uit het opzetten van belastingbesparende constructies, hetgeen indruist tegen het maatschappelijk belang, op zichzelf toezicht kunnen houden, als dit lijnrecht ingaat tegen de belangen van de aandeelhouders van deze kantoren?
Nederland komt internationaal steeds meer onder druk te staan als belastingparadijs, merken de leden van de SP-fractie op. Deelt de Minister de mening van deze leden dat we deze reputatie niet moeten willen hebben, en bovendien schadelijk is voor andere delen van onze economie? Blijft de Minister, na al deze schandalen, van mening dat de trustsector iets wezenlijks toevoegt aan onze economie? Of er meer aan toevoegt, dan het er afbreuk aan doet?
Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat zelfregulering van de sector tegen het verdienmodel van de sector in gaat? Deelt de Minister de constatering van de SP-fractie dat manieren om toezicht aan te scherpen vrij eenvoudig door de sector omzeild kunnen worden? Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat het verscherpte toezicht op de trustkantoren, in de bovenstaande context hooguit cosmetisch zijn zolang de legitimiteit van hun verdienmodel niet ter discussie wordt gesteld in dit debat?

________________________________________

1 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
2 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
3 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
4 Kamerstuk 34 566, nr. 11.

14 maart 2019

DNB houdt consultatie fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren en ander nieuws voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 28 februari jl. bracht DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.

Berichten:

13 december 2018

Wtt 2018 in het Staatsblad en dalende trend sector trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Inmiddels is de nieuwe Wtt in het Staatsblad geplaatst, zie de tekst van de wet. Het besluit tot inwerkingtreding kon ik nog niet vinden, maar dat zal wel 1 januari a.s. zijn. Het dossier van deze wet is hier te vinden. Voorts is de Regeling toezicht trustkantoren 2018 in de Staatscourant verschenen.

In een nieuwsbericht laat DNB verheugd weten dat daling van het aantal trustkantoren en het aantal doelvennootschappen plaats vindt:

 

Cijfers en trends in de trustsector
Nieuwsbericht
Datum 31 oktober 2018

Het aantal trustkantoren blijft dalen. Datzelfde geldt voor het aantal doelvennootschappen die door de trustkantoren worden bediend.
DNB vraagt jaarlijks via de ISI-rapportage informatie op bij trustkantoren. In de door de trustkantoren aangeleverde informatie zijn bepaalde trends te zien. De afgelopen jaren is een dalende trend in het aantal vergunninghoudende trustkantoren waarneembaar. Waren er eind 2011 nog 310 trustkantoren in Nederland, eind 2017 waren dit er 222. Uit gegevens van het Register Trustkantoren blijkt dat het aantal trustkantoren medio oktober 2018 verder is gedaald naar 207.

Doelvennootschappen
Ook is sprake van een significante daling van het totale aantal doelvennootschappen die door de trustkantoren worden bediend. Uit onderstaand overzicht blijkt dat het aantal doelvennootschappen in de periode juni 2016 tot en met december 2017 met 10% is gedaald.

Structuren bediend door trustkantoren
Het aantal structuren van een groep waartoe een doelvennootschap behoort waar trustkantoren diensten aan verlenen en waarin een (Angelsaksische) trust is opgenomen, is in 2017 met 15% gestegen tot 1.607. Daarnaast is het aantal structuren waarbij sprake is van één of meer nominee shareholders in 2017 met 20% gedaald tot 566. Het aantal structuren waarin één of meer stichtingen zijn opgenomen is met 7% gedaald tot 4.795. Dit is ongeveer een kwart van het totale aantal structuren die door trustkantoren worden bediend.

Doorstroomvennootschappen
DNB heeft in het verleden onderzoek gedaan naar de integriteitrisico’s die met doorstroomvennootschappen gepaard kunnen gaan. Sinds het onderzoek door DNB is het aantal doorstroomvennootschappen gedaald van 132 medio 2013 naar 27 eind 2017. Het aantal trustkantoren die gebruikmaken van deze doorstroomvennootschappen is in dezelfde periode gedaald van 50 naar 19.

Commanditaire vennootschappen
DNB heeft in het verleden ook de dienstverlening aan commanditaire vennootschappen (cv’s) die onderdeel uitmaken van complexe internationale structuren onderzocht. Trustkantoren hebben de dienstverlening aan cv-structuren sinds 2013 afgebouwd. Op 30 juni 2013 verleenden 75 trustkantoren diensten aan 1.602 cv’s, waarna een daling is gezet. Eind 2017 was het aantal cv’s waaraan diensten werden verleend gedaald tot 521 cv’s, waaraan 62 trustkantoren diensten verleenden.

Tags: ,
1 november 2018

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 31 oktober 2018 heeft DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht.

Thema’s:

16 oktober 2018

Capaciteit DNB voor toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 9 oktober jl. gaf het ministerie van financiën antwoord op kamervragen over de capaciteit bij DNB voor toezicht op trustkantoren. Bij deze brief hoort een brief van DNB.

De minister schreef:

DNB heeft haar capaciteit voor het toezicht op trustkantoren in 2016 tijdelijk verhoogd tot 14 fte. Zij geeft aan deze verhoging structureel te willen maken. Met in totaal 14 fte denkt DNB in staat te zijn de toezichtintensiteit niet alleen in stand te kunnen houden, maar deze ook te kunnen intensiveren. De basis hiervoor ligt in de verwachte inwerkingtreding van de Wet toezicht trustkantoren 2018, die DNB meer en verdergaande bevoegdheden geeft. Daarbij is van belang dat DNB verwacht dat de sector kleiner zal worden en dat het toezicht overeenkomstig internationale aanbevelingen risicogebaseerd plaatsvindt.

Gezien bovenstaande informatie van DNB acht ik de capaciteitsinzet voor het toezicht op trustkantoren adequaat. Met het oog op de inwerkingtreding van de nieuwe wet blijf ik periodiek in gesprek met DNB over de inzet van haar capaciteit en over de ontwikkelingen in de trustsector.

6 september 2018

Nieuws van DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 30 augustus jl. heeft DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren verspreid.

De onderwerpen:

5 september 2018

Capaciteit DNB voor toezicht op trustkantoren | brief ministerie van financiën

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 3 september jl. heeft de rijksoverheid een brief bekend gemaakt van de minister van financiën over de capaciteit DNB voor toezicht op trustkantoren. In deze brief schrijft de minister dat beantwoording van vagen inzake de capaciteit van DNB wordt uitgesteld:

Tijdens het debat over het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli jl. heb ik toegezegd bij De Nederlandsche Bank (DNB) te informeren of zij over afdoende toezichtcapaciteit beschikt. Ik heb daarbij aangegeven hier na de zomer bij uw Kamer op terug te komen.
Op 5 juli heb ik aan de president van DNB gevraagd of DNB een oordeel kan geven over haar toezichtcapaciteit voor trustkantoren. DNB heeft aangegeven dat daarvoor een zorgvuldige analyse van haar huidige inzet van fte op trustkantoren nodig is, mede omdat bij haar integriteitstoezicht ook andere afdelingen zoals markttoegang, bestuurderstoetsingen, handhaving en juridische zaken betrokken zijn. Daarnaast moet DNB mogelijke herprioritering in haar organisatie bezien in relatie tot het meerjarig kostenkader. Mede gezien de zomerperiode is de analyse van DNB nog niet afgerond.
Met het oog op het debat over de bevindingen van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies, dat gepland is op 5 september aanstaande, informeer ik u bij dezen dat ik het oordeel van DNB over de toezichtcapaciteit voor trustkantoren niet voor dat debat aan uw Kamer kan zenden. Ik verwacht uw Kamer eind september over het oordeel van DNB te kunnen informeren.

Meer informatie:

5 juni 2018

Bestrijding van ontduiking van Wtt-plichtige domicilieverlening | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Gisteren zijn in het kader van de parlementaire behandeling van Wtt 2018 de volgende documenten bekend gemaakt:

Nota naar aanleiding van het verslag

Opvallend in de nota naar aanleiding van het verslag (52 pagina’s) zijn onder meer:

  • De wens tot het besparen van belasting wordt als integriteitsrisico aangemerkt.
  • Trustkantoren dienen voldoende fiscale kennis in huis te hebben. Het onderscheid belastingaangifte en belastingadvies wordt besproken.
  • Trustkantoren moeten medewerking onthouden aan handelingen die als maatschappelijk onbetamelijk worden beschouwd. Wel jammer dat niemand weet wat dat is, het lijkt er op dat het hier gaat om de civielrechtelijke onrechtmatige daad, waarvan het de vraag is of dat een bruikbare compliance norm is. 
  • Het optreden als gevolmachtigde moet volgens de nota worden gelijk gesteld met het “in opdracht zijn van bestuurder”. Dit lijkt me juridisch onjuist en leidt tot een hellend vlak. 
  • De wetgever wil het ‘opknippen’ van Wtt-plichtige domicilieverlening gaan bestrijden.
  • Veel aandacht wordt gegeven aan een fenomeen dat mij bijzonder lijkt, nl. doelvennootschappen die niet bij het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven.  
  • De Angelsaksische trust blijkt voor leden van de tweede kamer een onbekend fenomeen te zijn, zodat in de nota basale uitleg nodig is. Jammer dat de kamerleden hier niet een handboekje over kunnen kopen.
  • Blijkens de nota zijn er trustkantoren die ook bankdiensten verlenen. Waarschijnlijk (maar dat blijkt niet uit de beantwoording) betreft dit het trustkantoor Citco dat gelieerd is aan de (afzonderlijke) Citco bank. Het trustkantoor verleent hier geen bankdiensten. Voor zover ik weet is dit het enige Nederlandse voorbeeld van een groep waarin zowel trust- als bankdiensten worden aangeboden.

De gegevensverstrekking in de nota naar aanleiding van het verslag over het functioneren van trustkantoren is niet op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gebaseerd (zoals overigens ook met de gegevensverstrekking inzake witwasbestrijding het geval is). Er wordt uitsluitend naar gekleurde overheidsbronnen, zoals FATF en DNB, verwezen.

Deze nota illustreert het huidige denken over toezicht, zoals ook is terug te vinden bij toezicht op andere ondernemingsactiviteiten, zoals van Wwft-plichtigen (een zeer grote groep van ondernemingen in Nederland), accountants, notarissen en advocaten.

Nota van wijziging

In de nota worden wijzigingen voorgesteld, onder meer in artikel 3, vierde lid voorstel Wtt (domicilieverlening). De voorstelde tekst luidt:

4. Het is een ieder verboden:
a. werkzaamheden te verrichten gericht op activiteiten die in strijd zijn met de verboden in het eerste tot en met derde lid; of
b. zonder vergunning op grond van deze wet werkzaamheden te verrichten gericht op zowel het ter beschikking stellen van een postadres of bezoekadres als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van trustdienst, als het verrichten van aanvullende werkzaamheden als bedoeld in dat onderdeel, ten behoeve van een en dezelfde natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap.

Hiermee wordt beoogd het ontwijken van Wtt-plichtige dienstverlening te sanctioneren. In de toelichting staat onder meer:

Verbod in verband met omzeiling trustdienst b
Artikel 3 van het wetsvoorstel regelt dat het verboden is trustdiensten te verrichten zonder een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB). Daarnaast is het op grond van het vierde lid verboden om werkzaamheden te verrichten gericht op het verlenen van trustdiensten zonder vergunning. Dat laatste verbod heeft tot doel te voorkomen dat partijen aanbieders van trustdiensten zonder vergunning aanprijzen. Dit verbod beoogt omzeiling van het wetsvoorstel te voorkomen. In aanvulling daarop is geconstateerd dat met betrekking tot trustdienst b (verlenen van domicilie en verrichten van aanvullende diensten) omzeiling van het verbod mogelijk is. Dit wordt wel het opknippen van de trustdienst genoemd. Het doel is daarbij dat een cliënt zowel een postadres of bezoekadres in Nederland krijgt en dat daarnaast een van de aanvullende diensten genoemd in onderdeel b van de definitie van trustdienst wordt verricht. Dit wordt echter niet door een en dezelfde partij gedaan, maar door verschillende aanbieders waardoor er technisch gezien geen partij is die beide elementen van trustdienst b verricht. Dit opknippen van trustdiensten wordt in de regel georganiseerd door een tussenpersoon. De cliënt richt zich tot de tussenpersoon en deze brengt de cliënt met verschillende partijen in contact om de twee elementen van trustdienst b te verrichten. Ook komt de variant voor dat een dienstverlener het opknippen organiseert, waarbij hij zelf een van de elementen verricht voor de cliënt en zorgt dat het andere element door een derde wordt verricht. In beide gevallen is materieel beoogd om trustdienst b te verrichten en zou derhalve onder het bereik van het wetsvoorstel moeten vallen. Dit gat wordt met de wijziging van artikel 3, vierde lid, gedicht.

Dit bericht is ook op mijn algemene weblog gepubliceerd.

29 mei 2018

DNB nieuwsbrief over uitbesteding, aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad en melding wijzigingen zeggenschapsstructuur

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft vandaag een nieuwsbrief uitgebracht met als onderwerpen

Over de aansprakelijkheid van het trustkantoor schreef ik al op dit blog.

%d bloggers liken dit: