Posts tagged ‘DNB’

4 september 2020

Opinie: poortwachters en DNB moeten samen optrekken tegen witwaspraktijken | Wwft

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag verscheen in het FD de opinie van Michiel Dill van Clavis onder de titel “Poortwachters en DNB moeten samen optrekken tegen witwaspraktijken“. Dill toont begrip voor de positie van banken en bekritiseert het ontbreken van samenwerking tussen poortwachters onderling. Hij wil niet wachten op de uitkomsten van het EBA-onderzoek:

Dat de EBA nu zaken onderzoekt is goed, maar het duurt lang voordat er langs die weg een andere aanpak is geformuleerd. Het is gewenst dat de banken inclusief De Nederlandsche Bank als toezichthouder een aanpak formuleren die het hoofddoel realiseert, de economische schade stopt en het voor banken aantrekkelijker maakt om het risico te beheersen in plaats van uit te sluiten.

Helder moet zijn dat er geen enkele ruimte is voor witwassen, belastingontduiking of terrorismefinanciering. Maar daar begint het pas. Ook schadelijke activiteiten als agressieve belastingplanning moeten worden bestreden. Dat lukt alleen als poortwachters en toezichthouders samen optrekken.

4 mei 2020

Verbod hoog-risicolanden voor trustkantoren is onverstandig | consultatie Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heb ik een consultatiereactie ingediend over het voorgestelde verbod voor trustkantoren om cliënten te bedienen met een relatie met ‘hoog-risicolanden’. De tekst kan als pdf worden gedownload en is hieronder geplaatst. In onderstaande tekst zijn enige typefouten gecorrigeerd.

 


 

Consultatiedeelname

Aan: Ministerie van Financiën
Van: Ellen Timmer, ellen.timmer@pellicaan.nl,
blog: https://ellentimmer.com/ (verbonden aan Pellicaan Advocaten)
Datum: 4 mei 2020
Onderwerp: consultatie Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018, aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingwtt2018

 

Mijne dames en heren,

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze consultatie. De consultatie betreft het voorstel voor Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018, waarin een nieuw artikel 23a wordt voorgesteld, met een verbod op diensten in relatie tot hoog risicolanden.

Bezorgde reacties van mijn relaties in de sector van de trustkantoren met betrekking tot dit verbod waren voor mij reden om aan deze consultatie mee te doen. Ik hoop dat u acht zult slaan op deze consultatiereactie.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 

 

Inhoud:

1. Inleiding
Het fenomeen hoog-risicolanden
Verbod op zakelijke relaties/transacties met hoog-risicolanden niet mogelijk op grond van AMLD4
Europese AML-hoog-risicolandenlijst loopt achter
Ontbrekende landendatabase
Regelgeving voor trustkantoren
Brief 14 januari 2020
Tekst artikel 23a
Commentaar 1

2. Praktische consequenties van het verbod
Definitie cliënt
Gevolgen van plaatsing voor bestaande situaties
Commentaar 2

3. Tot slot

Bijlage 1 – Overzicht van hoog-risicolanden
Bijlage 2 – Het consultatiedocument

 

 

1. Inleiding

Onderwerp van deze reactie is het verbod op relaties van cliënten van trustkantoren met ‘hoog-risicolanden’.

Het fenomeen hoog-risicolanden
In deze consultatiereactie bespreek ik naast het verbod voor trustkantoren ook de problematiek van de hoog-risicolanden in het algemeen. Dat commentaar is voor alle ondernemingen die zich aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten houden (Wwft-plichtigen) van belang.

Op dit moment is sprake van een onoverzichtelijk gebeuren rondom het fenomeen ‘hoog-risicolanden’. Er zijn vele zwarte lijsten van verschillende landen, verschillende internationale instituties en met verschillende thema’s (zoals witwasbestrijding en bestrijding van belastingparadijzen) [1].

Deze zwarte lijsten worden door overheden ingezet om ondernemingen, zoals in casu trustkantoren, te beïnvloeden. Bij de beslissingen over plaatsing van landen op lijsten spelen niet alleen zakelijke overwegingen een rol [2]. Er is meer aan de hand.

De plaatsing van landen op een zwarte lijst is een politiek middel om op de betreffende landen druk uit te oefenen. Daarbij valt op dat bepaalde landen die voor plaatsing op een zwarte lijst in aanmerking komen, daar niet op worden geplaatst. Een voorbeeld daarvan is Rusland, dat een goede beoordeling van FATF kreeg [3] terwijl het land op de Duitse zwarte lijst is geplaatst [4].

Op het proces rond plaatsing van landen op zwarte lijsten wordt veel kritiek uitgeoefend. Lees onder andere Tom Keatinge op de RUSI site, It’s Time to Reform and Refocus the Financial Action Task Force, 23 oktober 2019 [5].

Mij is opgevallen dat het type landen dat op de lijsten van hoog-risicolanden wordt geplaatst, sterk verschilt. Er staan ontwikkelingslanden en landen in (burger)oorlog op, zoals Afghanistan, Ethopië [6], Iraq, Jemen, Libië en Syrië. Er staan de bekende eilanden op, vaak voormalige Britse of Amerikaanse koloniën, die leven van de belastingverdragen die zij met de hele wereld hebben afgesloten (zoals de Bahama’s, de Kaaiman Eilanden en de Maagdeneilanden [7]). Maar er staan ook grote(re) landen op, zoals Pakistan en (als de Europese Commissie zijn zin krijgt) Saoedi Arabië. Bij landen met zulke verschillende karakteristieken kunnen de werkelijke risico’s verschillen. Bovendien kunnen antiwitwasmaatregelen de gang van zaken in ontwikkelingslanden en landen in (burger)oorlog ernstig belemmeren en de ‘verkeerde’ krachten stimuleren.

Voorbeeld:
Van een van de trustkantoren waarmee ik contact heb, hoorde ik dat er in Pakistan effectenbeurzen zijn die zich houden aan internationale standaarden en daar ook op worden geaudit [8]. Dit trustkantoor vraagt zich af waarom er een algemeen verbod ten aanzien van Pakistan zou moeten gelden terwijl er door deze beurzen moeite wordt gedaan om aan de witwasbestrijdingseisen te voldoen.

Verbod op zakelijke relaties/transacties met hoog-risicolanden niet mogelijk op grond van AMLD4
Op grond van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4) [9] zijn Europese lidstaten verplicht in hun wetgeving op te nemen dat ondernemingen, die vallen onder de witwasbestrijdingsregelgeving (witwasbestrijdingsplichtigen), verplicht zijn om extra cliëntenonderzoek te verrichten in relatie tot “business relationships or transactions involving high-risk third countries” zoals door de Europese Commissie geïdentificeerd, aldus artikel 18a AMLD4. In deze bepaling wordt mogelijk gemaakt dat landen kiezen voor “limitation of business relationships or transactions with natural persons or legal entities from” de hoog-risicolanden [10], op voorwaarde dat zorgvuldig rekening wordt gehouden met relevante rapportages [11].

Er is geen sprake van dat AMLD4 zakelijke relaties of transacties met hoog-risicolanden verbiedt. Dat is een welbewuste keuze. Daar waar een verbod op transacties gewenst is, worden deze opgenomen in de sanctieregelgeving die in Nederland wordt geïmplementeerd via de Sanctiewet 1977.

Europese AML-hoog-risicolandenlijst loopt achter
Aandachtspunt is verder dat de Europese lijst van hoog-risicolanden in de witwasbestrijding achter loopt. De laatste wijziging dateert uit 2018 [12]. In februari 2019 heeft de Europese Commissie een nieuwe lijst voorgesteld met onder andere Saoedi Arabië [13]. Dat voorstel is verworpen en sindsdien loopt een discussie met onder andere het Europees Parlement inzake de methodologie van vaststelling van de hoog-risicolanden-lijst. Op 15 april 2020 stond dat onderwerp op de agenda van een commissie van het Europees Parlement [14]. Informatie over de methodologie zelf is niet te vinden.

Geconstateerd kan worden dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen de hoog-risicolanden-lijsten van FATF en de Europese Commissie, zie bijlage 1,

* Zo komt EU-kandidaat Albanië niet voor op de Europese lijst, terwijl het land wel op de FATF-lijst staat.
* Ook IJsland staat op de FATF-lijst en niet op de Europese lijst.
* Ethiopië is wegens goede maatregelen van de FATF-lijst afgevoerd, maar staat wel op de Europese lijst. Zo is er nog veel meer te noemen.

De vraag is waarop deze verschillen zijn gebaseerd en waarom landen die voldoende maatregelen hebben genomen niet van de Europese lijst worden afgevoerd.

Ontbrekende landendatabase
Overigens ontbreek een behoorlijke landendatabase, waarin wordt geregistreerd welk land wanneer en waarom op de FATF-lijst en Europese hoog-risicolandenlijst is geplaatst. Hierin zou de Europese Commissie zelf moeten voorzien. Daarbij is belangrijk dat gedetailleerd wordt aangegeven waarom een land hoog-risico zou zijn, zodat het makkelijker wordt voor witwasbestrijdingsplichtigen om na te gaan hoe zij om moeten gaan met relaties met dergelijke landen.

Regelgeving voor trustkantoren
Trustkantoren zijn de afgelopen tijd zeer druk bezig geweest met implementatie van allerlei wijzigingen in de regelgeving. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), gewijzigd per 25 juli 2018. De Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) is op 1 januari 2019 in werking getreden.

Deze branche wordt vaak als ‘trustsector’ aangeduid al hebben hun activiteiten niets met de Angelsaksische trust [15] te maken.

De motivatie voor de thans voorgestelde wijziging in de Wtt 2018 lijkt te berusten op voorvallen die vóór inwerkingtreding de gewijzigde regelgeving hebben plaats gevonden. De vraag is waarom een verbod nodig is, terwijl trustkantoren al maatregelen hebben genomen in verband met hoog-risicolanden en niet gebleken is dat die maatregelen onvoldoende zouden zijn.

Brief 14 januari 2020
In een brief die de Ministers van Financiën en van Veiligheid op 14 januari 2020 aan de Tweede Kamer schreven [16] is een aankondiging van het hoog-risicolanden verbod te vinden, zonder dat een onderbouwing wordt vermeld, anders dan het bekende mantra:

“In die gevallen is sprake van een cumulatie van risico’s die wij onbeheersbaar achten in een sector waarbij de diensten op zichzelf al inherent hoge integriteitrisico’s met zich brengen”

Allereerst is onjuist dat diensten van trustkantoren inherent hoge integriteitrisico’s met zich mee zouden brengen en wordt niet onderbouwd waarom trustkantoor-bestuurders riskanter zouden zijn dan andere statutair bestuurders van internationaal opererende ondernemingen. Ten tweede is er geen sprake van onbeheersbare cumulatie van risico’s bij hoog-risicolanden. Immers, trustkantoren zijn professionele bestuurders, die hun huiswerk juist beter doen dan andere statutair bestuurders, zodat er vermindering van risico is [17].

De ministers schrijven in de brief van 14 januari dat trustkantoren de nieuwe regelgeving nog niet voldoende geïncorporeerd zou hebben. Uit de brief van de ministers blijkt niet wat er dan onvoldoende geïmplementeerd zou zijn en welk verband die zogenaamde onvolkomenheden hebben met het voorgestelde verbod.

Bij de brief van de ministers zit als bijlage een verslag van DNB [18], waaruit niet blijkt dat er speciale problemen rondom hoog-risicolanden zijn. DNB rept in het verslag van de onderzoeken die in 2019 tot en met september zijn uitgevoerd alleen over onvoldoende verslaglegging in het cliëntenonderzoeksdossier [19].

Consultatietoelichting
In de toelichting op het consultatievoorstellen keren dezelfde onjuistheden terug, onder andere in paragraaf 2.1:

* Het optreden als statutair bestuurder van Nederlandse doelvennootschappen in internationale structuren, is volgens de trustkantoren waarmee ik contact heb, niet riskanter dan wat er gebeurt bij andere Nederlandse kapitaalvennootschappen, die deel uitmaken van internationale structuren. De laatstgenoemde kapitaalvennootschappen hebben bestuurders die minder kennis hebben van witwasrisico’s dan Nederlandse trustbestuurders.
* Het is onjuist [20] dat dat er in de eerste twaalf maanden van Wtt 2018 onvoldoende verbeteringen zouden zijn opgetreden. De trustkantoren waarmee ik contact heb beschouwen dit als een klap in hun gezicht, die zij niet verdienen.
* Een onderbouwing van het verbod van artikel 23a ontbreekt. Er staat in paragraaf 2.3 niet meer dan:

Bij trustdienstverlening zijn vaak complexe structuren betrokken en worden tussen vennootschappen grote sommen geld verplaatst teneinde fiscaal voordeel te behalen. Indien hier landen bij betrokken zijn met strategische tekortkomingen op het gebied van hun anti-witwasbeleid, stapelen de integriteitsrisico’s zich op. Daarom wordt met dit wetsvoorstel dienstverlening door trustkantoren verboden indien de cliënt, de doelvennootschap of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of doelvennootschap woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een derde hoog risicoland.

* De trustkantoren die ik spreek betwisten dat er “vaak complexe structuren betrokken” zijn en dat er ook voor het overige sprake is van onbeheersbare risico’s en zijn van mening dat zij adequate risico-mitigerende maatregelen hebben genomen respectievelijk kunnen nemen. Dat er een noodzaak voor dit verbod is, blijkt niet uit de rapportage van DNB, die in januari 2020 is bekend gemaakt (zie voetnoot 18). Deze onderbouwing voldoet ook niet aan de eisen van artikel 18a AMLD4.
* Ook de passage in paragraaf 2.4, “Trustdienstverlening laat zich niet goed combineren met betrokkenheid van landen die non-coöperatief zijn op belastinggebied. Dit omdat deze combinatie vaak leidt tot complexe en intransparante structuren” is volgens de trustkantoren die ik spreek onjuist. Volgens hen zitten er grote verschillen tussen de landen op de Europese hoog-risicolandenlijst (zie bijlage 1) en verdient de aanwezigheid van dergelijke landen zeker fiscale aandacht, maar het het niet zo dat de risico’s niet kunnen worden beheerst.

Tekst artikel 23a
Voorts verdient de tekst van het voorgestelde artikel 23a aandacht.

[a] In de aanhef van lid 1 wordt naast elkaar gesproken over:

* het aangaan van een zakelijke relatie [21];
* het verlenen van een trustdienst.

Nu het verlenen van een trustdienst een zakelijke relatie in de zin van Wtt 2018 veronderstelt, kan de passage “een zakelijke relatie aan te gaan of” vervallen. Als de tekst gehandhaafd zou blijven, is een uitvoerige toelichting op de noodzaak gewenst, zodat trustkantoren weten waar zij aan toe zijn.

[b] In de aanhef van lid 1 wordt naast elkaar gesproken over:

* uiteindelijk belanghebbenden van cliënten;
* uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen.

De cliënt is degene met wie het trustkantoor een zakelijke relatie heeft, wat zowel de doelvennootschap(pen) als de aandeelhouder(s) van de doelvennootschappen als degenen achter die aandeelhouders kan omvatten. Zo is denkbaar dat een trustkantoor niet alleen contact heeft met de aandeelhouder van de doelvennootschap maar ook met een topholding uit de groep. Een en ander betekent dat het niet nodig is om de uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen apart te noemen en kan dat onderdeel vervallen.

 

Commentaar 1

1.a Kan worden toegelicht waarom het verbod op zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden niet is meegenomen bij de totstandkoming van Wtt 2018 (op 1 januari 2019 in werking getreden) en/of de Wwft (gewijzigd per 25 juli 2018)?

1.b Kan het Ministerie van Financiën juridisch onderbouwen dat een generiek verbod op alle zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden (‘het verbod’) is toegestaan op grond van AMLD4?

TOELICHTING
Uit artikel 18a AMLD4 leid ik af dat landen kunnen bepalen dat bepaalde zakelijke relaties en transacties met natuurlijke personen of juridische entiteiten uit bepaalde hoog-risicolanden mogen worden beperkt, als dat goed is onderbouwd (lid 4). Er is geen sprake van dat alle zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden mogen worden verboden, zodat het verbod niet is toegestaan.
Ik hoor graag of het Ministerie van Financiën deze visie deelt.

1.c Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen dat een generiek verbod als vermeld onder 1.b betrekking mag hebben op alle door Europa vastgestelde hoog-risicolanden (witwasbestrijding en belastingparadijzen), dus dat er geen onderscheid hoeft te worden gemaakt tussen verschillende landen.

TOELICHTING
Zoals hierboven vermeld, is het proces van vaststelling van hoog-risicolanden een willekeurig proces, zeker als het FATF betreft en heeft het ook tot doel om druk op landen uit te oefenen, terwijl de risico’s tussen landen sterk kan verschillen.
Als een generiek verbod al mogelijk zou zijn, schrijft artikel 18a AMLD4 een individuele beoordeling per hoog-risicoland en per type zakelijke relatie / transactie voor. Daarvan is in het voorstel geen sprake, zodat een verbod niet is toegestaan.
Ik hoor graag of het Ministerie van Financiën deze visie deelt.

1.d Kan het Ministerie van Financiën per hoog-risicoland onderbouwen, op de wijze zoals in artikel 18a lid 4 AMLD4 is voorgeschreven, dat het onder 1.b bedoelde verbod gewenst is?

1.e Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen dat het onder 1.b bedoelde verbod uitsluitend betrekking dient te hebben door op trustkantoren bestuurde rechtspersonen (doelvennootschappen)? Tenslotte zijn trustkantoren niet meer dan statutair bestuurders van Nederlandse entiteiten (meestal Nederlandse kapitaalvennootschappen, dus besloten en naamloze vennootschappen), met een aantal bijkomende activiteiten die van toepassing zijn op alle statutair bestuurders van rechtspersonen (zoals het voeren van administraties en het verrichten van fiscale aangiften). De doelvennootschappen hebben dezelfde activiteiten als vele andere in Nederland gevestigde rechtspersonen. Het maken van een onderscheid dient te worden onderbouwd. Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen waarom onderscheid mag worden gemaakt tussen doelvennootschappen en andere rechtspersonen naar Nederlands recht? Is deze vorm van discriminatie ten opzichte van andere Wwft-plichtigen (zoals banken en verzekeringsmaatschappijen) gerechtvaardigd?

1.f Naar aanleiding van de tekst van het voorgestelde artikel 23a Wtt 2018 is het volgende van belang:

[a] Nu het verlenen van een trustdienst een zakelijke relatie in de zin van Wtt 2018 veronderstelt, kan de passage “een zakelijke relatie aan te gaan of” vervallen. Als de tekst gehandhaafd zou blijven, is een uitvoerige toelichting op de noodzaak gewenst, zodat trustkantoren weten waar zij aan toe zijn.
[b] De tekst “uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen” kan vervallen, nu doelvennootschappen dezelfde uiteindelijk belanghebbenden hebben als de cliënt.

 

2. Praktische consequenties van het verbod

Het voornemen van het Ministerie van Financiën heeft niet alleen algemene aspecten, zoals onder 1. besproken. Er zitten ook belangrijke praktische consequenties aan, die in het voorstel niet onder ogen worden gezien.

Definitie cliënt
Trustkantoren maken zich zorgen over het uitrekken de definitie van ‘cliënt’ in Wtt 2018, zie ook hiervoor. Het is ongewenst als de wetgever en het Ministerie van Financiën niet helder zijn over de kernbegrippen van de wetgeving, met als gevolg dat toezichthouders – als bij trustkantoren DNB – een ruimere uitleg geven dan de wetgever heeft beoogd, omdat het de toezichthouder goed uitkomt.

Bestaande situaties
Als het verbod zou worden ingevoerd kan het gebeuren dat plaatsing van een land op een hoog-risicolandenlijst gevolgen heeft voor de relatie van een trustkantoor met een bestaande cliënt. Het is dan voor het trustkantoor niet mogelijk om onmiddellijk maatregelen te nemen. Daarmee wordt in het voorgestelde artikel 23a geen enkele rekening gehouden.

Als er al een dergelijk verbod zou komen, hetgeen ik ongewenst acht, zal in de wet een voorziening moeten worden opgenomen voor bestaande gevallen.

Commentaar 2

2.a Helderheid rondom de basisbegrippen van de Wtt 2018 is gewenst.

2.b Als het verbod op cliënten en uiteindelijk belanghebbenden bij cliënten in hoog-risicolanden doorgang vindt, zal in de wet een voorziening moeten worden opgenomen voor bestaande situaties.

 

3. Tot slot

Naar mijn mening is de noodzaak op een generiek verbod op relaties met hoog-risicolanden, als geformuleerd in artikel 23a, onvoldoende onderbouwd, zowel omdat niet is gebleken dat de huidige Wtt 2018 onvoldoende regels zou bevatten, als omdat de onderbouwing niet voldoet aan de eisen van artikel 18a AMLD4.

Het zou goed zijn als invoering van artikel 23a niet doorgaat.

 

Bijlagen

Bijlage 1 – Overzicht van hoog-risicolanden

Een overzicht met de meest recente FATF-lijst en de twee Europese lijsten, alsmede het voorstel van februari 2019 van de Europese Commissie van de zwarte lijst voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

Bijlage 2 – Het consultatiedocument

 

Noten

1 Zoals ik ook memoreerde in mijn artikel https://ellentimmer.com/2020/04/20/wwft-307/.
2 Zakelijke overwegingen zijn onder meer of de landen criminaliteit goed bestrijden. Lastig bij de zwarte lijsten is dat de onderbouwing aanleveren voor de redenen waarom bepaalde landen op zwarte lijsten worden geplaatst vaak zeer summier is of ontbreekt.
Aantekening: criminaliteit wordt vaak als ‘witwassen’ aangeduid, maar praktisch is ieder financieel voordeel vanwege crimineel handelen witwassen, zodat het onderscheid tussen criminaliteit en witwassen niet relevant meer is).
3 http://www.fatf-gafi.org/countries/a-c/brazil/documents/outcomes-plenary-october-2019.html,The Plenary discussed the joint FATF-EAG-MONEYVAL assessment of Russia and concluded that Russia has an in-depth understanding of the money laundering and terrorist financing risks it faces. It has established robust policies and laws to address these risks, and the country is particularly effective in its investigation and prosecution of terrorist financing”.
Dit leverde een aantal verraste reacties op, onder andere van ACAMS, As FATF Readies Praise for Russia, Critics Anticipate Backlash, Koos Couvée, 19 november 2019, https://www.moneylaundering.com/news/as-fatf-readies-praise-for-russia-critics-anticipate-backlash/.
4 Aldus de Duitse NRA, https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/Downloads/Broschueren_Bestellservice/2019-10-19-erste-nationale-risikoanalyse_2018-2019.pdf;jsessionid=E5548E0645DACF539698AF061AA0EBF2?__blob=publicationFile&v=7. Duitsland merkt ook China, Cyprus en Malta als hoog-risicolanden aan.
5 https://rusi.org/commentary/it%E2%80%99s-time-reform-and-refocus-financial-action-task-force
6 Inmiddels van de FATF-lijst verdwenen.
7 Europese belastinglijst.
8 Het kantoor noemde Karachi 100 en de FTSE Pakistan.
9 http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32015L0849, zoals gewijzigd door de vijfde Europese anti-witwasrichtlijn.
10 Artikel 18a lid 2 AMLD4.
11 Artikel 18a lid 4 AMLD4.
12 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/AUTO/?uri=celex:32018R1467
13 Zie https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-8-2019-0216_EN.pdf.
14 https://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2014_2019/plmrep/COMMITTEES/CJ12/OJ/2020/04-15/1202913EN.pdf
15 https://nl.wikipedia.org/wiki/Trust_(rechtsvorm); https://en.wikipedia.org/wiki/Trust_law
16 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/01/14/kamerbrief-voortgang-plan-van-aanpak-witwassen/kamerbrief-voortgang-plan-van-aanpak-witwassen.pdf
17 Dergelijke beweringen werden al eerder in officiële publicaties gedaan. Echter, veel herhalen van standpunten, betekent nog niet dat die standpunten juist zijn.
18 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/01/14/toezichtbeeld-dnb-trustkantoren-2019/toezichtbeeld-dnb-trustkantoren-2019.pdf
19 Zie pagina 3 onder het kopje Beeld op basis van onderzoeken.
20 Volgens een aantal trustkantoren waarmee ik contact heb.
21 In Wtt 2018 is de definitie van dit begrip in artikel 1 lid 1 analoog aan de definitie van zakelijke relatie in artikel 1 lid 1 van de Wwft en verwijst naar de cliënt ten behoeve van wie het trustkantoor respectievelijk de Wwft-plichtige diensten verleent.

25 april 2020

DNB heeft iets bedacht voor trustkantoren | verbod op fiscaal advies

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het is een fascinerend te zien hoe er om de zoveel maanden nieuwe wetgevende ideeën voor de trustkantorensector worden gelanceerd. In januari van dit jaar werd door de Minister van Financiën meegedeeld dat DNB ontevreden was en het op de wensen van DNB gebaseerde wetsvoorstel ging in april in consultatie. Deze maand werd bekend dat de ubo van het trustkantoor getoetst gaat worden.

Het geeft aan dat regels in het domein van het Ministerie van Financiën met de snelheid van het licht kunnen veranderen, het regelgevingssubject heeft nauwelijks de vorige wijziging geïmplementeerd, of daar is de volgende wijziging al weer.

Nieuw idee van DNB

Uit de laatste wetgevingswensenbrief, die van 12 maart dateert en onlangs bekend werd, blijkt dat DNB iets nieuws heeft bedacht, iets waarvan ik me afvraag of het een serieus prangend probleem is. In ieder geval werd daar in het bericht van de Minister van januari jl. niet over gerept.

DNB vraagt in de wensenbrief om een algeheel belastingadviesverbod in de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018):

2.6 Algeheel verbod op het verstrekken van belastingadvies door een trustkantoor

Op grond van de Wtt 2018 is het voor een trustkantoor met zetel in Nederland verboden om trustdiensten te verlenen aan een cliënt die uitvoering geeft aan belastingadvies dat aan deze cliënt is verstrekt door ditzelfde trustkantoor. Het verbod beoogt de onafhankelijke uitvoering van het cliëntenonderzoek voorafgaand aan het aangaan van de zakelijke relatie of het verlenen van de trustdienst te waarborgen. Doordat het verbod thans is beperkt tot de combinatie van het verlenen van trustdiensten en het verstrekken van belastingadviezen aan één en dezelfde cliënt, is het voor DNB niet altijd vast te stellen of deze onafhankelijke uitvoering daadwerkelijk gewaarborgd is. Dit komt ook omdat er geen verplichting bestaat om een onafhankelijk belastingadvies op te nemen in een dienstverleningsdossier. DNB stelt voor om het verbod te vereenvoudigen door een algeheel verbod op te nemen op het verstrekken van belastingadvies door een trustkantoor. Hiermee wordt het uitvoeren van een onafhankelijk cliëntenonderzoek beter gewaarborgd.

De Wtt 2018 is op 1 januari 2019 in werking getreden, zodat er nog nauwelijks ervaring mee is. Uit het bericht van DNB blijkt niet dat er grote aantallen incidenten zijn geweest, die tot deze wijziging nopen.

Is dit misschien een oplossing voor een niet bestaand probleem? Of is de gedachte dat het goed is om de regelgeving ieder half jaar aan te passen, zodat de veranderingen alleen door ondernemingen met een grote juridische afdeling kunnen worden gevolgd?

Overigens is het belangrijk voor trustkantoren om over adequate fiscale kennis te beschikken, aangezien zij de door de belastingadviseurs van hun cliënten ontworpen structuren c.a. moeten beoordelen. Vanwege de rol van trustkantoren onder DAC6 is dat al helemaal belangrijk.

17 april 2020

Nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft vandaag een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht. De onderwerpen zijn:

  1. Beleidsregel maatschappelijke betamelijkheid voor trustkantoren > beleidsregel; feedback statement consultatiereacties.
  2. Uw organisatiegegevens in het Digitaal Loket Toezicht.
  3. Verder uitstel indientermijn ISI vragenlijst 2020.
  4. Wijzigingen beleidsregel geschiktheid.

 

Beleidsregel maatschappelijke betamelijkheid voor trustkantoren
DNB laat weten dat op basis van de evaluatie van de Beleidsregel maatschappelijke betamelijkheid voor trustkantoren wordt bepaald of ook voor instellingen die onder de Wet op het financieel toezicht vallen een beleidsregel maatschappelijke betamelijkheid opgesteld wordt.

Beleidsregel geschiktheid 2012
Deze beleidsregel geldt zowel voor trustkantoren als voor financiële instellingen. DNB deelt mee dat de Beleidsregel geschiktheid 2012 is gewijzigd naar aanleiding van wijzigingen in Europese en nationale wet- en regelgeving (zal niet trustkantoren betreffen) en de inwerkingtreding van Europese richtsnoeren. De gewijzigde beleidsregel is per 15 januari 2020 in werking getreden. Via het bericht van DNB zijn de nieuwe beleidsregel, het wijzigingsbesluit en de feedback statement consultatiereacties te vinden.
Het eerdere bericht over de wijziging van deze beleidsregel stond in de nieuwsbrief voor trustkantoren van juli 2019. Daarin wordt gemeld dat er geen specifieke wijzigingen zijn voor trustkantoren, anders dan verwijzing naar de nieuwe wet. Een aantal algemene punten zijn volgens het bericht wel van belang, nl.

  • Onafhankelijkheid van geest en voldoende tijd.
  • Diversiteit in het collectief.
  • Verduidelijking van de kring van beleidsbepalers
4 februari 2020

DNB geeft aanwijzing aan een trustkantoor | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB maakte vandaag bekend dat een aanwijzing is gegeven aan een trustkantoor. De bekendmaking past in trend van naming & shaming van ondernemingen in de financiële sector.

Overigens begrijp ik niet goed hoe in februari 2020 een aanwijzing kan worden gegeven met deadlines in 2019. Misschien is er een lezer die mij dat kan uitleggen.

 

DNB geeft aanwijzing aan Corporate Trust Services B.V
Nieuwsbericht
Datum 4 februari 2020

De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) heeft op 15 maart 2019 een aanwijzing gegeven aan Corporate Trust Services B.V. (CTS). De aanwijzing is gegeven wegens diverse overtredingen van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018), het Besluit toezicht trustkantoren 2018 (Btt 2018) en de Sanctiewet 1977.

Overtreding
DNB heeft onder meer vastgesteld dat CTS geen adequaat beleid voerde en haar bedrijfsvoering niet zodanig had ingericht dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgde. Tevens heeft CTS haar audit- en compliance functie niet op orde, verleende zij trustdiensten voordat voldoende cliëntenonderzoek is gedaan en vond er onvoldoende screening tegen sanctielijsten plaats. DNB heeft daarom besloten CTS een aanwijzing te geven. De aanwijzing houdt in dat DNB van CTS verlangt dat zij de geconstateerde overtredingen herstelt en DNB maandelijks informeert over de voortgang daarvan.

Procesverloop
CTS heeft geen bezwaar ingediend tegen het besluit van DNB tot het geven van een aanwijzing, waardoor het besluit onherroepelijk is geworden.

Lees hieronder het volledige besluit, m.u.v. vertrouwelijke gegevens.

Downloads
Aanwijzing CTS (PDF, 213,1 kB)

 


Aanvulling 5 februari 2019
Inmiddels laat één van mijn lezers weten dat de hyperlink in het eerdere bericht van DNB niet meer klopt. Op deze locatie staat een aangepast bericht, waaraan geen pdf is toegevoegd.

Mij is onbekend waarom het nieuwsbericht van 4 februari jl. is aangepast.

De vraag blijft waarom DNB een nieuwsbericht publiceert over iets wat al voorbij is.

16 januari 2020

Nieuwe wetgevende plannen voor de trustkantoren-sector

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 14 januari jl. maakten de ministers van Financiën en van Veiligheid een brief bekend over de voortgang van de maatregelen op het gebied van bestrijding van financieel-economische criminaliteit, in het kort als ‘witwassen’ aangeduid. Zoals bekend heeft de overheid taken op het gebied van opsporing (‘monitoring van transacties‘) van vermoedelijke strafbare feiten (‘ongebruikelijke transacties‘) naar het bedrijfsleven geprivatiseerd. Belangrijke spelers in dat verband zijn onder meer trustkantoren, waar ik in dit artikel op focus.

Bij de brief van de ministers horen een aantal  bijlagen, onder meer een door DNB opgesteld ‘Toezichtbeeld DNB Trustkantoren 2019‘.

Kernrol trustkantoren: optreden als statutair bestuurders
De trustkantoren krijgen in de brief van de ministers en in het door DNB vervaardigde toezichtbeeld flinke vegen uit de pan, waarbij de suggestie wordt gewekt dat het financiële instellingen zijn. Het opmerkelijke daarbij is dat de belangrijkste dienst die trustkantoren verlenen, het optreden als statutair directeur van rechtspersonen is, met name bij besloten vennootschappen en stichtingen naar Nederlands recht. In verband met die bestuursrol verlenen ze domicilie en verrichten ze administratieve werkzaamheden. Trustkantoren verlenen geen financiële diensten en zijn ook geen financiële instellingen.

Voorlopig gaan de ministeries van Financiën en van Veiligheid door met verhullen dat het hier om gewone statutair bestuurders gaat.

Beleidsvoornemens
De ministers schrijven in de brief van 14 januari dat trustkantoren de nieuwe regelgeving nog niet voldoende geïncorporeerd zou hebben. Uit de brief van de ministers blijkt niet wat er dan onvoldoende geïmplementeerd zou zijn en welk verband die zogenaamde onvolkomenheden hebben met de aangekondigde maatregel van het verbieden van de ‘doorstroomvennootschap‘ als bedoeld in de Wtt 2018 (goed te onderscheiden van de fiscale doorstroomvennootschap). Ik hoor nl. zelden van de trustkantoren die ik spreek, dat zij er Wtt-doorstroomvennootschappen op na houden.

Voorts bestaat het voornemen om trustkantoren te verbieden om “diensten verlenen waarbij landen betrokken zijn die a) op de lijst van derde-hoogrisicolanden staan of b) op de lijst van de Europese Commissie van non-coöperatieve derde landen op belastinggebied staan“. Uiteraard wordt dit gevolgd door een bekend poortwachtersmantra:

In die gevallen is sprake van een cumulatie van risico’s die wij onbeheersbaar achten in een sector waarbij de diensten op zichzelf al inherent hoge integriteitrisico’s met zich brengen.

Hoe de ministers er bij komen dat het zijn van statutair bestuurder een inherent hoog integriteitsrisico met zich meebrengt, is mij een raadsel, zeker nu trustkantoren – anders dan andere statutair bestuurders – onder toezicht van DNB staan.

De ministers starten een onderzoek naar illegale trustdienstverlening, iets waarover al vele malen is gesproken, namelijk het splitsen tussen het zijn van statutair bestuurder en het verlenen van domicilie. DNB spreekt er alleen in vage termen over, zodat niet duidelijk is wat er speelt.

Verslag DNB
Opvallend is dat de ministers spreken over door DNB opgelegde formele handhavingsmaatregelen, waarbij de suggestie wordt gewekt dat dit verband houdt met de hiervoor bedoelde beleidsvoornemens. Dat verband kan niet worden gevonden in het document van DNB, nu DNB spreekt over onderzoeken naar 21 trustkantoren en oplegging aan een deel van die trustkantoren van tien handhavingsmaatregelen. Dat geeft dus geen beeld van de sector van de trustkantoren in het algemeen.

Het beeld waar DNB over spreekt heeft betrekking op de bureaucratische eisen die aan trustkantoren worden gesteld, op het gebied van het bewijzen van hun inspanningen (vastlegging in het dossier). Lees bijvoorbeeld:

Belangrijke gemene deler bij de uitkomst van onderzoeken is dat er nog regelmatig tekortkomingen worden aangetroffen in de uitvoering van het verplichte cliëntenonderzoek en de vastlegging ervan in het dienstverleningsdossier (dvd), in een dvd komt het door het trustkantoor uitgevoerde cliëntenonderzoek met betrekking tot een specifieke cliënt tot uiting. Uit een dvd is op te maken of het trustkantoor het cliëntenonderzoek adequaat heeft uitgevoerd. Dit houdt in dat in het dvd de integriteitsrisico’s zijn benoemd, hoe deze worden ondervangen en of de integriteitsrisico’s na mitigerende maatregelen acceptabel zijn voor het trustkantoor, oftewel of die risico’s (na mitigatie) passen binnen de zogenaamde risk appetite van het trustkantoor. DNB ziet dat de vereiste ‘due diligence’ niet altijd aanwezig is waardoor in sommige gevallen integriteitsrisico’s niet in beeld zijn, of lager worden ingeschat dan ze zijn, of de effectiviteit van mitigerende maatregelen hoger wordt ingeschat dan die is. Ook ziet DNB dat het cliëntenonderzoek niet compleet is.

Weg met de trust?
Het is niet verrassend dat lid van de Tweede Kamer Nijboer tijdens de behandeling van de Wwft-voorstellen op 3 december 2019 in de Tweede Kamer zei:

Bij trustkantoren vind ik dat anders. Dan vind ik het heel gek om zo’n trustkantoor dat vertrouwen te geven. Dat weet de minister ook. Ik wil gewoon van die trustkantoren af. Dan moet wel de wetgeving worden aangescherpt, maar het is vragen om ellende om die te laten voortbestaan. 

Het lijkt er op dat dit de kern is van waar de ministeries en DNB mee bezig zijn. Nu trustkantoren huis-tuin-en-keuken activiteiten hebben op het gebied van rechtspersonen (besturen, domicilie verlenen en administreren), is de wens van Nijboer niet reëel.

Machine-denken
Uit de brief van de ministers rijst het bij trustkantoren bekende beeld op van het stellen van onhaalbare eisen, waaraan geen mens kan voldoen.

Het is een voorbeeld van het machine-denken van de overheid waarover ik op mijn algemene blog schreef. Lees over dat onderwerp ook Dehumanisation of the large corporation door Jaap Winter. Juist bestrijding van criminaliteit leidt tot het doorslaan van de overheid, heeft de toeslagenaffaire ons geleerd. Ondernemers hebben daar niet zoveel aan.

Ik ben heel benieuwd of het toezichtregime voor trustkantoren straks voor alle statutair bestuurders in Nederland zal gaan gelden. Als dat gebeurt dan is er werkgelegenheid voor iedere burger tot in de lengte van dagen. Met behulp van IT kan iedereen zich tot het oneindige bezighouden met vastleggen, risico’s analyseren, mitigerende maatregelen nemen, risk appetite bepalen en gesprekken voeren met compliance- en audit-functionarissen en met de toezichthouder.

 

Meer informatie:

Brief van 14 januari 2020, rijksoverheid.nl (pdf)

  • Bijlage – Reactie beleidsmonitor terrorismefinanciering, rijksoverheid.nl (pdf)
  • Bijlage – Bijlage bij Kamerbrief Beleidsmonitor Terrorismefinanciering, rijksoverheid.nl (pdf)
  • Bijlage – Toezichtbeeld DNB Trustkantoren 2019, rijksoverheid.nl (pdf), opgesteld door DNB
  • Bijlage – Advies toegang tot gegevens voor poortwachters in de aanpak van witwassen, rijksoverheid.nl (pdf). Advies Autoriteit Persoonsgegevens.

Lees ook mijn artikel De bureaucratische dwaalweg van het toezicht op trustkantoren.

23 december 2019

DNB maakt definitieve versie leidraad Wwft bekend en Financiën start consultatie

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In het nieuwsbericht van 18 december 2019 maakte DNB bekend de eigen leidraad Wwft definitief te hebben vastgesteld.

Op 22 december is de internetconsultatie van start gegaan inzake het ontwerp voor de Algemene Leidraad Wwft, opgesteld door het Ministerie van Financiën.

 

Meer informatie:

Tags: ,
17 december 2019

Hoe bestuurders worden bestuurd door DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Fascinerend aan het toezicht op trustkantoren is dat de overheid doet voorkomen alsof een trustkantoor een financiële instelling is, terwijl dat niet geval is. Trustkantoren zijn bestuurder van rechtspersonen (en soms van personenvennootschappen), geven in het kader van dat bestuurderschap domicilie en verzorgen bijkomende diensten die ook door administratiekantoren worden verricht.

Alleraardigst is dat de overheid zich met de aansturing van de bestuurder bemoeit. In de laatste nieuwsbrief van DNB staat daar een berichtje over. Daarin schrijft DNB:

Toestemming vragen bij een voorgenomen wijziging
Nieuwsbericht
Datum: 17 december 2019

Op grond van de Wtt 2018 is een trustkantoor verplicht om toestemming aan DNB te vragen voor voorgenomen wijzigingen van de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur van de groep waartoe het trustkantoor behoort. Trustkantoren vragen die toestemming echter niet altijd (tijdig). Ook komt het voor dat trustkantoren bij hun melding niet direct de juiste informatie geven.

Daarom geven wij u hieronder een overzicht van wat u bij een voorgenomen structuurwijziging in ieder geval moet aanleveren:

1. een (begeleidend) schrijven waarin tenminste het voornemen wordt aangekondigd, de reden van het voornemen wordt uiteengezet en waarin om goedkeuring door DNB wordt gevraagd,
2. een volledig organogram van de relevante delen van de zeggenschapsstructuur inclusief percentages, tot en met de natuurlijke personen van de huidige structuur,
3. een volledig organogram van de relevante delen van de zeggenschapsstructuur inclusief percentages, tot en met de natuurlijke personen van de beoogde structuur
4. een overzicht van alle houders van een gekwalificeerde deelneming in het trustkantoor onder de huidige structuur en de beoogde structuur én, indien de gekwalificeerde deelneming wordt gehouden door een rechtspersoon, de bestuurders (natuurlijke personen) van die rechtspersoon of -personen onder de huidige structuur en de beoogde structuur,
5. indien beschikbaar: recente uittreksels uit het (buitenlandse) handelsregister van de Kamer van Koophandel van ‘nieuwe’ (buitenlandse) entiteiten welke voornemens zijn onderdeel te gaan uitmaken van de zeggenschapsstructuur waartoe het trustkantoor behoort en die zich in de beoogde structuur kwalificeren als houder van een gekwalificeerde deelneming in het trustkantoor,
6. alle overige informatie die relevant kan zijn voor DNB.

De overige berichten van DNB in de nieuwsbrief betreffen:

Tags:
8 november 2019

DNB publiceert factsheet met antwoorden op veelgestelde vragen inzake Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 24 oktober jl. publiceerde DNB een factsheet met antwoorden op veel gestelde vragen. Lees de aankondiging en de factsheet.

Onderwerpen van de factsheet:

  • De invulling van de compliancefunctie
  • Het inzichtelijk maken van de werkzaamheden door de compliancefunctie
  • De functiescheiding tussen audit en compliance voor beleidsbepalers
  • De kwalificatie van een volmacht als trustdienst
  • Vergunningplichtige dienstverlening ten aanzien van postadres of bezoekadres en aanvullende werkzaamheden
  • Het acceptatiememorandum, en het verschil met de integriteitsrisicoanalyse
  • Het verschil tussen ‘vaststellen’ en ‘zoveel mogelijk met zekerheid vaststellen’
  • De nieuwe wettelijke eis van het opstellen van een transactieprofiel
  • De begrippen ‘specifieke kenmerken’ of ‘naar categorie is omschreven’ waaraan een trust of een soortgelijke juridische constructie moet voldoen
  • Het wijzigen van de begunstigde van een trust en de eis van de voorafgaande informatieplicht aan het trustkantoor
  • Het begrip ‘eerste gelegenheid’ in de overgangsbepaling ten aanzien van het dienstverleningsdossier met het oog op de verscherpte eisen in de Wtt 2018
  • De publicatieplicht van Wtt-overtredingen
  • Het uitwisselen van informatie tussen trustkantoren over dienstverlening aan cliënten en/of doelvennootschappen
4 oktober 2019

DNB maakt good practices fiscale integriteitsrisico’s voor trustkantoren bekend

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Door middel van onderstaande tekst maakte DNB de vaststelling van good practices fiscale integriteitsrisico’s bekend:

 

Good practices fiscale integriteitsrisico’s voor cliënten van trustkantoren

Relevant voor: tk
Status: Good Practices
Datum: 24 september 2019
Geldigheid: geldig
Referentie: 02342
Auteur: DNB

Op 7 februari 2019 heeft DNB de consultatieversie van het good practices document ‘fiscale integriteitsrisico’s bij cliënten van trustkantoren’ gepubliceerd. De hoofdvraag bij deze consultatie was of deze good practices voor trustkantoren voldoende duidelijk zijn en de trustkantoren daadwerkelijk voldoende handvatten bieden om te voldoen aan de wettelijke eisen voor het beheersen van (fiscale) integriteitsrisico’s.

DNB heeft op 20 maart een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd ter bespreking van het good practices document.

In deze consultatieronde hebben we van verschillende trustkantoren en van de brancheorganisatie van trustkantoren, Holland Quaestor (hierna: HQ), reacties ontvangen, inclusief de ‘concept’ richtlijn ‘Tax Integrity’ die Holland Quaestor voor haar eigen leden heeft opgesteld. DNB waardeert de inspanningen van de trustkantoren en HQ om bij te dragen aan het definitieve good practices document. Alle consultatiereacties zijn zorgvuldig bekeken en waar passend verwerkt in de definitieve good practices.
DNB wijst erop dat bevindingen uit het in 2019 verrichte thema-onderzoek ‘Fiscale integriteitsrisico’s’ zijn meegenomen in dit good practices document.

Hieronder is kort toegelicht hoe DNB is omgegaan met de belangrijkste punten die door (meerdere) trustkantoren en HQ naar voren zijn gebracht in hun reacties.

1. (Juridische) status van de good practices
In de verschillende consultatiereacties hebben de trustkantoren gevraagd naar de (juridische) status van de good practices en verzocht om dit nader te expliciteren in het document.
Naar aanleiding hiervan heeft DNB in Hoofdstuk 2 paragraaf 2.4 een nadere toelichting opgenomen waarin de juridische status van het good practices document nader wordt toegelicht.
Verder is in de consultatiereacties gevraagd nader te expliciteren welke verwachtingen DNB heeft ten aanzien van de vraag in hoeverre trustkantoren deze good practices daadwerkelijk moeten implementeren in hun bedrijfsvoering.
Naar aanleiding hiervan heeft DNB in Hoofdstuk 2 paragraaf 2.4 toegelicht hoe trustkantoren deze good practices kunnen gebruiken voor de invulling van de wettelijke norm.
In de consultatiereacties is ook gevraagd aan te geven dat de door DNB aangegeven fiscale risico-indicatoren voorbeelden betreffen en dat trustkantoren dit zelf kunnen invullen middels hun Integrity Risk Appetite en de daarop gebaseerde interne procedures.
Naar aanleiding hiervan heeft DNB in Hoofdstuk 2 paragraaf 2.4 toegelicht dat deze voorbeelden van fiscale risico-indicatoren niet uitputtend zijn. De good practices zijn een handreiking voor de uitleg en toepassing van de wettelijke verplichtingen.

2. Onderzoek fiscale integriteitsrisico’s: Belastingontduiking versus belastingontwijking
In een aantal consultatiereacties is aangegeven dat de good practices zich zouden moeten beperken tot belastingontduiking en niet in zouden moeten gaan op belastingontwijking.

Naar aanleiding hiervan heeft DNB in Hoofdstuk 1 paragraaf 1.1 toegelicht dat een trustkantoor inzicht moet hebben in welke delen van haar cliëntportefeuille verhoogde risico’s op belastingontduiking bestaan. Het onderzoek naar risico op belastingontduiking bij cliënten, als verschijningsvorm van witwassen, is voor trustkantoren niet een nieuwe of aanvullende (wettelijke) verplichting. Om te kunnen voorkomen dat trustkantoren betrokken raken bij belastingontduiking door cliënten, zullen trustkantoren ook belastingontwijkende structuren moeten beoordelen op eventuele kenmerken van belastingontduiking.

DNB wil met de good practices praktische handvatten bieden om risico’s op belastingontduiking te herkennen in (cliënt)structuren en -transacties die (door de cliënt) zijn vormgegeven als fiscaal-gedreven structuren en transacties. Elk trustkantoor kan hieraan individueel een nadere invulling geven.

De wetgever verwacht ten aanzien van belastingontwijking een nadere onderzoeksinspanning van trustkantoren1. Dit om vast te kunnen stellen of het bedienen van bepaalde fiscale constructies zich verdraagt met de eigen ‘risk appetite’ en ook om te voorkomen dat trustkantoren handelingen verrichten die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen in het maatschappelijk verkeer als onbetamelijk worden beschouwd dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor dan wel de financiële markten ernstig kan worden geschaad.

Fiscale integriteits-risico’s voor Trustkantoren 2019

1 MvT Wtt 2018, p. 52: Hierbij kan het niet alleen gaan over of «in compliance technische zin» de relatie kan worden aangegaan (is aan de wettelijke standaarden voldaan), maar of het ook wenselijk (past het binnen het beleid) en verantwoord (moreel en ethisch bezien) is om dat te doen.

 

Kijk hier voor andere berichten op dit blog over fiscale structuren en de rol van trustkantoren.

%d bloggers liken dit: