Posts tagged ‘DNB’

17 september 2019

DNB-consultatie inzake de Wwft-/Sw-leidraad

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Aan de consultatie door DNB inzake de leidraad Wwft en Sw heb ik mee gedaan met de navolgende tekst, die ook als pdf is te downloaden. In de pdf-versie zitten een aantal typfouten die in het onderstaande zijn gecorrigeerd.

 


Consultatiereactie Leidraad Wwft en Sw

Aan: de directie van DNB
Van: Ellen Timmer, e-mail, weblog https://ellentimmer.com/,
auteur voor https://complianceplatformtrust.com/
Datum: 17 september 2019
Betreft: Consultatie Leidraad Wwft en Sw, aangekondigd op https://www.toezicht.dnb.nl/7/50-237768.jsp

 

Geachte directie,

In juni jl. nam ik kennis van uw uitnodiging tot deelname aan bovengenoemde consultatie. Van die gelegenheid maak ik hierbij gebruik.

 

1. Inleiding

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is een wet waaraan naar zeggen van de overheid veel belang wordt gehecht.

De Wwft houdt kort gezegd in dat aangewezen ondernemingen (‘Wwft-plichtigen’, onder meer banken) verplicht zijn een bijdrage te leveren aan de opsporing en bestrijding van financieel-economische criminaliteit. Die bijdrage vindt uitdrukking in ‘monitoring’ (de private variant van opsporing) en ‘cliëntenonderzoek’, die er toe moeten leiden dat de Wwft-plichtigen vermoedens van criminaliteit (witwassen is ieder crimineel voordeel; terrorismefinanciering is iedere legale of illegale betaling aan een specifieke groep criminelen, ook terroristen genoemd) moeten melden. Ik duidt een en ander hierna ook aan als ‘private opsporing’.

Alle Nederlandse banken zijn de afgelopen jaren in het nieuws gekomen omdat zij hun private opsporingstaken niet goed zouden hebben vervuld. Of uw Bank en andere relevante instanties wel reële eisen aan banken stellen en hen voldoende tijd hebben gegeven om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken en de IT-systemen goed in te richten, is voor zover mij bekend nooit onafhankelijk onderzocht. Dat is geen onderwerp van deze consultatie, maar verzwakt wel het systeem.

Het is zorgwekkend dat in de algemene informatie van de rijksoverheid over de Wwft [1] nog steeds geen geactualiseerde versie van de Algemene Leidraad beschikbaar is, terwijl belangrijke wijzigingen in de Wwft medio 2018 in werking zijn getreden. Er staat slechts een verouderde leidraad uit 2011 [2]. Ook voor het overige loopt de informatie op de algemene informatiepagina van de rijksoverheid [3] dramatisch achter.

Nog zorgwekkender is dat uw Bank een conceptleidraad over de Wwft ter consultatie uitbrengt, terwijl de tekst van de vernieuwde Algemene Leidraad nog niet bekend is en u in uw concept er wel naar verwijst.

Deze gang van zaken onderschrijft mijn eerdere constatering dat in Nederland de informatievoorziening inzake de Wwft een grote chaos is. Over die chaos heb ik meerdere keren geschreven. Onder meer:

De chaos van de Wwft informatievoorziening
De chaos van de Wwft informatievoorziening | deel 2

Ik hoop dat de chaotische informatievoorziening geen teken van minachting voor de Wwft-plichtige ondernemers is, die geacht worden “de wet te kennen”. Zoals u weet is het doorgronden van van de Wwft lastig, niet alleen om de wet zeer snel wijzigt, maar ook omdat de regels buitengewoon ingewikkeld zijn.

Als gevolg van die ingewikkeldheid kom ik overal op internet, zowel bij overheidsinstanties als bij private partijen dramatische fouten en onjuistheden over de Wwft tegen, alsmede onvolledige informatie. Als ik op alle onjuistheden in dit soort informatie zou reageren, dan zou ik daar een dagtaak aan hebben.

Daar komt nog bij dat de Wwft-plichtigen een divers gamma aan ondernemingstypen vertegenwoordigen, variërend van zeer klein (zoals notariskantoren en kleine trustkantoren) tot aan grote bedrijven, zoals de grootbanken. Het is van belang dat uw informatie toegankelijk is voor zowel de Wwft-plichtigen als hun adviseurs.

 

Regelgevingstransparantie
De overheid, waarvan u deel uitmaakt, dient het goede voorbeeld te geven door zorg te dragen voor een volwassen publieksvoorlichting, zowel gericht op de Wwft-plichtigen als hun cliënten en relaties, die adequaat en up-to-date is. Die verplichting vloeit voort uit zowel het Nederlandse recht, als uit het Europese recht. De transparantiebeginselen omvatten ook dat de overheid duidelijk dient te zijn in de voorlichting en guidance gericht op burgers (inclusief ondernemingen en organisaties).

U kunt zich er niet van af maken met de mededeling dat de private sector dit zelf maar moet organiseren. Grote ondernemingen kunnen het misschien zelf realiseren, maar voor Wwft-plichtigen uit het MKB is dit onmogelijk.

Ik verzoek uw Bank een bijdrage te leveren aan de voornoemde regelgevende transparantie, door:

• bij de relevante instanties (zoals Ministerie van Financiën, FIU Nederland, Europese Commissie) aan te dringen op verbetering van de overheidsinformatie;
• zelf zorg te dragen voor volwassen en kwalitatief hoogwaardige informatie, die niet alleen voor een gespecialiseerde incrowd is te doorgronden;
• onafhankelijk onderzoek te laten doen (eventeel samen met andere toezichthouders) om vast te stellen of het regelgevingssysteem wel voor alle verschillende groepen toezichtsubjecten haalbaar en uitvoerbaar is.

 

Aanbevelingen:
* Stel een nieuwe conceptleidraad op en start een nieuwe consultatie nadat de Algemene Leidraad van het Ministerie van Financiën bekend is.
* Dring bij het Ministerie van Financiën aan op aanzienlijke verbetering van de Wwft-voorlichting, onder andere door de informatie op overheidssites up to date te houden, een Nederlandse of Europese AML-CFT website tot stand te brengen en te bewerkstelligen dat er een goede database wordt gecreëerd waarin alle landenbeoordelingen door gezaghebbende instanties zijn terug te vinden, ook per land.
* Zorg zelf voor toegankelijke en juridisch juiste informatie, die zowel de instellingen als hun adviseurs in staat stelt hun situatie te beoordelen. Richt een en ander zo in dat ook adviseurs die niet bij een toezichthouder of (andere) overheidsinstelling hebben gewerkt in staat zijn om hun cliënten te adviseren.
* In voor Wwft-plichtigen relevante documenten, zoals de SNRA, staan ernstige fouten, zoals ik heb gesignaleerd in een artikel over de not-for-profit [4]. Graag verzoek ik DNB er bij de Europese instanties op aan te dringen dat de kwaliteit van de documenten die door onder andere Wwft-plichtigen moeten worden geraadpleegd, sterk wordt verbeterd.

 

2. Concept leidraad DNB

Opvallend aan de concept leidraad is dat deze niet de structuur van de Wwft volgt. Zo valt op dat in de inleiding een duidelijke aanduiding van de doelgroep van de leidraad ontbreekt. Verder valt op dat na de inleiding meteen naar de inrichting van de bedrijfsvoering wordt overgegaan, zonder aandacht te besteden aan het doel van de Wwft en de kernbegrippen (witwassen en terrorismefinanciering). Ernstig is ook dat er onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende typen Wwft-plichtigen en de voor hen geldende regelgevende regimes. Zo is er een groot verschil tussen Wwft-plichtigen op wie de Wft of Wtt 2018 van toepassing is, en de overigen.

 

Logische opbouw
Goede publieksvoorlichting en ook goede doelgroepenvoorlichting hoort in te houden dat een leidraad als deze logisch en overzichtelijk wordt opgebouwd. Dat betekent naar mijn mening een volgende indeling:

Hoofdstuk 1 – Inleiding
Met omschrijving van de doelgroep van de Wwft, de Wwft-plichtigen, in algemene zin en de groep die onder DNB-toezicht valt.

Hoofdstuk 2 – Witwasbestrijding en sanctieregelgeving.
Beschrijving van de kernbegrippen van de Wwft, met onder meer de definities van witwassen en terrorismefinanciering. Uitleg over de principes van de sanctieregelgeving en uitleg over de landenlijsten van de sanctieregelgeving en de relatie met de zwarte lijsten van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Uitleg over de verschillen, bijvoorbeeld verschil tussen ubo op grond van Wwft en ubo op grond van sanctieregelgeving.

Hoofdstuk 3 – Risicomanagement
Uitwerking van het hoofdstuk inzake risicomanagement in de Wwft, waarbij goed onderscheid wordt gemaakt tussen Wwft-plichtigen die onder Wft en Wtt 2018 vallen en de overige Wwft-plichtingen onder toezicht van DNB. Voorts bespreking van de vereisten ten aanzien van de bedrijfsvoering op grond van de sanctieregelgeving met duidelijk aangeven van de verschillen met de Wwft.

In dit hoofdstuk kunnen als deelonderwerpen figureren:
* integere bedrijfsvoering voor vergunninghouders Wft en Wtt 2018, aangeven dat hier ook andere onderwerpen dan de Wwft / Sw een rol spelen, onder andere verkoop van adequate producten en bestrijding belangenverstrengeling ten aanzien van producten
* bedrijfsvoering algemeen
* organisatie van KYC / CDD
* IT van KYC / CDD
* SIRA in algemene zin
* risicofactoren in algemene zin (detaillering in hoofdstuk 4)
* begrip relatie in de sanctieregelgeving
* de ubo in de Wwft en in de sanctieregelgeving

Hoofdstuk 4 – Cliëntenonderzoek
Beschrijving van de Wwft-verplichtingen conform de wettelijke systematiek. Het cliëntenonderzoek op grond van de sanctieregelgeving.
Hier is transactiemonitoring een onderdeel van. Bespreking van zowel de Wwft- als de Sw-aspecten.

Deelonderwerpen:
* De wijze waarop een Wwft-plichtige bewijs kan leveren dat hij aan de Wwft en de sanctieregelgeving heeft voldaan.
* Systematiek risicofactoren: [1] Wwft en (via de Wwft); de bijlagen bij de 4e Europese anti-witwasrichtlijn, zoals gewijzigd door de de 5e Europese anti-witwasrichtlijn; de Europese zwarte lijst van landen (AML); SNRA; [2] richtlijnen van Europese toezichthouders zoals EBA voor specifieke doelgroepen; [3] overige richtlijnen, zoals de Algemene Richtlijn en de branchegerelateerde richtlijnen en leidraden.
* Aangeven welke informatiebronnen gezaghebbend zijn en of deze bronnen onafhankelijk wetenschappelijk zijn getoetst.

Hoofdstuk 5 – Meldplichten en overige maatregelen
Hier bespreking van de verplichtingen als er een ongebruikelijke transactie wordt geconstateerd en/of een relevante gebeurtenis in de sanctieregelgeving.

Onderwerpen:
* melding ongebruikelijke transactie
* meldplicht sanctieregelgeving
* maatregelen tegen geliste personen

Hoofdstuk 6 – Wire Transfer Regulation 2
Nu dit een specifieke doelgroep betreft, verdient het aanbeveling met betrekking tot dit onderwerp een afzonderlijke leidraad uit te brengen.

Hoofdstuk 7 – Bewijslevering en AVG
Hier kunnen de bewijsleveringsverplichtingen van de Wwft-plichtigen aan de orde komen alsmede de specifiek voor de Wwft geldende uitzonderingen op de AVG.

Voorts dienen de Wwft-plichtigen er op te worden gewezen dat de AVG verder integraal van toepassing is, wat onder meer betekent dat de personen wiens gegevens worden verwerkt (betrokkenen) daarvan op de hoogte worden gesteld (dus niet alleen de cliënt van de Wwft-plichtige), dat er in het algemeen een DPIA nodig en dat cliënten en betrokkenen op de hoogte worden gesteld van de profileringsmethodiek.

 

Overig commentaar
Helaas ontbreekt mij de tijd om op alle onvolkomenheden in het concept in detail in te gaan. Ik kwam er een groot aantal tegen, bijvoorbeeld:

* De opmerking dat er een ‘hit’ is als de naam van een persoon gelijk is aan de naam van een geliste persoon. Dat kan natuurlijk niet waar zijn. Die ‘hit’ is er alleen als de naam hetzelfde is en er voldoende aanwijzingen zijn dat het dezelfde persoon is.

Enkele andere onvolkomenheden:

1. Het is aan te bevelen de groep ondernemingen die onder de Wwft valt door middel van verwijzing naar de richtlijn kapitaalvereisten [5] specifiek te noemen.
2. Er wordt op allerlei plaatsen verwezen naar andere bronnen, onder andere de Wolfsberg groep, FATF en vele anderen. Het is aan te bevelen een bijlage te maken en daarin aan te geven welke bronnen voor welke Wwft-plichtige verplicht zijn. Zo zien kleine Wwft-plichtigen meteen waar zij acht op moeten slaan.
3. Het begrip maatschappelijke onbetamelijkheid dient te worden uitgewerkt als DNB wenst dat hier acht op wordt geslagen. Zie over het feit dat dit geen geschikte compliance norm is mijn eerdere consultatiereactie. [6]
4. Zoals in vele andere guidance documenten waarin ‘red flags’ worden beschreven, hebben de beschrijvingen in het concept een rommelig karakter en zijn waarschijnlijk gebaseerd op praktijkvoorbeelden. Het is aan te bevelen dit veel systematischer aan te vliegen en anderen (zoals FATF, Egmont Group) aan te bevelen dat ook te doen.

 

3. Slotopmerking

Graag verzoek ik aan het bovenstaande aandacht te besteden.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 

Noten

1 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiele-sector/misbruik-in-financiele-sector-tegengaan/aanpak-witwassen-en-financieren-van-terrorisme
2 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiele-sector/documenten/richtlijnen/2011/02/21/algemene-leidraad-wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme-wwft-en-sanctiewet-sw
3 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiele-sector/misbruik-in-financiele-sector-tegengaan/aanpak-witwassen-en-financieren-van-terrorisme
4 https://ellentimmer.com/2019/07/25/snra/
5 Dat wil zeggen instellingen (en hun bijkantoren) die, geen bank zijnde, in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden opgenomen onder de punten 2, 3, 5, 6, 9, 10, 12 en 14 van bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten.
6 Te vinden op https://complianceplatformtrust.com/2019/08/20/maatschappelijke-betamelijkheid/.

Tags: ,
20 augustus 2019

Maatschappelijke betamelijkheid is niet geschikt als compliance-norm | consultatiereactie

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 17 augustus jl. heb ik onderstaande consultatiereactie aan DNB verzonden. De reactie kan ook als pdf-bestand gedownload worden.

 

 

Consultatiereactie beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid

 

Aan: de directie van DNB
Van: Ellen Timmer, e-mail ellen.timmer@pellicaan.nl, weblog https://ellentimmer.com/, auteur voor https://complianceplatformtrust.com/
Datum: 17 augustus 2019
Betreft: Consultatie beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid, https://www.toezicht.dnb.nl/7/50-237738.jsp#

 

Geachte directie,

In juni jl. nam ik kennis van uw uitnodiging tot deelname aan bovengenoemde consultatie. Van die gelegenheid maak ik hierbij gebruik.

 

1. Onderbouwing

U heeft een concept-beleidsregel in consultatie gebracht, die uitsluitend procesmatige regels bevat. De vraag wat ‘maatschappelijke betamelijkheid’ is wordt door u ontweken. Evenmin bespreekt u het juridische en bedrijfskundige vraagstuk of maatschappelijke betamelijkheid wel een geschikte norm is aan de hand waarvan het handelen van professionele statutaire bestuurders van rechtspersonen (de meest voorkomende dienst door trustkantoren) kan worden getoetst.

In de parlementaire geschiedenis van de huidige wet, de Wet toezicht trustkantoren 2018, is door leden van de Tweede Kamer gesproken over ‘maatschappelijke betamelijkheid’ van trustkantoren en van dienstverleners in de financiële sector. Uit wat er is gezegd, kan worden afgeleid dat de leden van de Tweede Kamer met hun opmerkingen goede politieke sier willen maken (bij bestrijding van financieel-economische criminaliteit) maar dat voor de wetgevingstechnische en grondrechtelijke aspecten geen aandacht is. Uit de behandeling blijkt evenmin dat er juridisch en/of bedrijfskundig onderzoek aan de voorstellen ten grondslag liggen.

Aanbevelingen:

1.a Nu er geen enkele onderbouwing is van ‘maatschappelijke betamelijkheid’ als nalevingsnorm dient van het invoeren van de voorgestelde beleidsregel te worden afgezien.

1.b Het betaamt DNB niet om voorschriften op te leggen die trustkantoren er toe verplichten symbolische activiteiten te verrichten. Voorschriften dienen op het praktische handelen gericht te zijn.

 

2. Open normen

In aansluiting op het onder 1. opgemerkte vestig ik uw aandacht op het volgende. Dit geldt zowel voor ‘maatschappelijke betamelijkheid’ als nalevingsnorm als voor het toezicht op statutair bestuurders in het algemeen.

Zoals u weet heeft de Raad van State in adviezen en jaarverslagen meerdere malen gewezen op het feit dat open normen ongewenste consequenties hebben.

Jaarverslag 2016 (vindplaats)

Citaat:

De behoefte aan flexibele normstelling moet er volgens de Afdeling advisering eveneens niet toe leiden dat onduidelijk is tot wie een bepaling zich richt. Het gebruik van open normen heeft tevens gevolgen voor het toezicht op de naleving en handhaving. Bij de uitoefening van toezicht en handhaving kan gebruik worden gemaakt van ingrijpende bevoegdheden tegenover burgers en instanties. Belangrijk is dat nauwlettend wordt toegezien op de uitoefening van deze bevoegdheden. Eveneens moet voorzienbaar en duidelijk zijn welke bevoegdheden onder welke omstandigheden gehandhaafd kunnen worden en jegens wie. Open normen kunnen er niet alleen toe leiden dat de voorzienbaarheid voor justitiabelen afneemt, maar dat ook de mate van bescherming die zij genieten om ongerechtvaardigd overheidsingrijpen te voorkomen, kan verminderen. Kaderwetgeving en het (door)delegeren van wetgevende bevoegdheden kan op gespannen voet staan met het primaat van de wetgever. De Afdeling advisering heeft er in 2016 meerdere keren op gewezen dat de wet niet alleen de grondslag vormt voor de instrumenten die de overheid kan inzetten om publieke belangen te verwezenlijken, maar ook de legitimatie en begrenzing vormt van overheidsingrijpen.

Jaarverslag 2018 (vindplaats)

Citaat:

Open normen in de wet
De wetgever biedt het bestuur, de uitvoerende macht, steeds meer ruimte voor oplossingen die aansluiten bij de praktijk van alledag. Ook dat is een begrijpelijke ontwikkeling. Maar normen die de wetgever zelf zou moeten invullen in de wet, worden in de wet dan heel open geformuleerd, zodat ze nauwelijks richting geven. De bevoegdheid om deze normen vast te stellen, wordt aan het bestuur overgedragen. Deze terugtred van de wetgever ten gunste van de uitvoerende macht heeft weliswaar voordelen voor de slagkracht van de overheid, maar doet afbreuk aan de functie van wetgeving als rechtsstatelijke waarborg. (…)

Minder duidelijkheid en zekerheid
De Raad van State begrijpt waarom de overheid deze wegen is ingeslagen, maar wijst erop dat de wet zelf door deze ontwikkelingen steeds minder duidelijkheid en zekerheid biedt. Het wetgevingsproces is geen stempelmachine van besluiten die anderen dan de wetgever hebben genomen. Niet alleen kan deze ontwikkeling het vertrouwen van de burger in de democratische rechtsstaat aantasten, maar ook stelt ze zowel de uitvoerende als de rechterlijke macht voor problemen. Het bestuur moet zelf regels maken en de rechter moet invulling geven aan open normen in de wet en antwoorden vinden waar de wet die duidelijkheid niet biedt.

Een voorbeeld van Europees geïnspireerde regelgeving met een nieuwe onnauwkeurig aangeduide normadressaat en veel open normen, is het wetsvoorstel ter bestrijding van agressieve belastingplanning. Ook in het advies over het voorontwerp van dat wetsvoorstel was de Raad van State kritisch over de open normen.

Advies Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies
19 juni 2019 (vindplaats)

Citaat:

2. Open normen
DAC 6 – en daarmee voorliggend wetsvoorstel – kent geen definitie van “agressieve (plannings)constructies”. De reden daarvoor is dat constructies in de loop der jaren steeds complexer zijn geworden, en ook constant worden aangepast en gewijzigd in reactie op defensieve tegenmaatregelen van de belastingautoriteiten. (zie noot 6) Daarom probeert het voorstel grip te krijgen op agressieve grensoverschrijdende planningsconstructies door een lijst te hanteren van de kenmerken en elementen van transacties die een sterke aanwijzing vormen voor belastingontwijking of -misbruik. (zie noot 7) Deze aanwijzingen worden wezenskenmerken genoemd en zij moeten, naast andere gegevens, door intermediairs worden gemeld bij de Belastingdienst.

Inherent aan deze aanpak is dat de wezenskenmerken uit DAC 6 – en uit voorliggend voorstel nu ze daarin zijn overgenomen – veel open normen bevatten waarvan de betekenis niet a priori (volledig) duidelijk is. (zie noot 8) Gemeenschappelijk in de reacties op de internetconsultatieversie van het voorstel is dan ook de vraag naar een (nadere) uitleg van veel DAC 6 normen. De consultatieparagraaf maakt duidelijk dat de toelichting op het voorstel naar aanleiding van deze vragen “zoveel mogelijk” is aangevuld. (zie noot 9) Ook wordt in deze paragraaf (zie noot 10) aangegeven dat er nog een leidraad zal worden opgesteld waarin nadere inkleding wordt gegeven aan de verplichtingen van DAC 6. Volgens de toelichting op het voorstel zal de leidraad onder andere – ter illustratie – ten aanzien van een aantal concrete constructies aangeven of zij wel of juist niet aan (één van) de wezenskenmerken voldoen, teneinde intermediairs en relevante belastingplichtigen, waar mogelijk, te ontlasten. (zie noot 11)

De Afdeling merkt op dat veel DAC 6 begrippen, ondanks de nog op te stellen leidraad, ook bij de inwerkingtreding van het voorstel nog niet (volledig) duidelijk zullen zijn. De inhoud van veel begrippen zal zich in de praktijk, waaronder de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, moeten uitkristalliseren. Dat blijkt ook uit de uitvoeringstoets van de Belastingdienst die vermeldt dat “de open normen in het voorstel bij zullen dragen aan meer discussies”. (zie noot 12) De Afdeling merkt daarover het volgende op.

Dit is terechte kritiek waarop zowel de wetgevers als bestuursorganen, zoals DNB, acht dienen te slaan.

Aanbeveling:

2. Beperk het hanteren van open normen bij het toezicht op trustkantoren.

 

3. Aparte rol beleid ‘maatschappelijke betamelijkheid’

Tot slot attendeer ik u er op dat er geen reden is voor afzonderlijk beleid door trustkantoren inzake maatschappelijke betamelijkheid, nu dit onderwerp al deel uitmaakt van de Wtt 2018 en de huidige door DNB uitgevaardigde regelgeving, meer in het bijzonder:

• de good practices integriteitrisicoanalyse;
• Good practice Integrity Risk Appetite.

Bovendien zijn trustkantoren ‘hulpintermediair’ op grond van de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (‘MDR-wet’), die thans in de Tweede Kamer wordt behandeld (vindplaats). Dat heeft tot gevolg dat trustkantoren zowel rekening moeten houden met datgene wat in de MDR-wet staat, als in de op die wet gebaseerde leidraden. De naleving zal een plaats moeten vinden in de risicoanalyses die nu al worden gemaakt.

NB Dit laat onverlet dat de MDR-wet mogelijk regels bevat die in strijd zijn met Nederlandsrechtelijke of Europeesrechtelijke grondrechtelijke principes op het gebied van financiële mensenrechten.

Aanbevelingen:

3.a Voor zover ‘maatschappelijke betamelijkheid’ als nalevingsnorm ingevuld zou kunnen worden (wat ik betwijfel), dient dat pas aan de orde te komen nadat naleving van de reguliere regelgeving gewaarborgd is. Aangezien er momenteel een vloed van nieuwe regelgeving is, past het een zorgvuldige toezichthouder niet om er extra voorschriften aan toe te voegen.

3.b Van de invoering van good practices voor trustkantoren op het gebied van fiscale structuren, dient door DNB te worden afgezien.

3.c DNB dient als een zorgvuldige toezichthouder transparant te zijn over zijn verwachtingen ten aanzien van toezichtssubjecten en dient deze via de website openbaar te maken, zodat ook adviseurs van trustkantoren van die verwachtingen kunnen kennis nemen.

 

4. Voorbeelden van maatschappelijke betamelijkheid

Ten aanzien van het navolgende zou ik graag vernemen van DNB of mijn mening deelt dat het navolgende maatschappelijk onbetamelijk is.

a. Het is onbetamelijk dat een doelvennootschap of het trustkantoor medewerking verleent aan buitenlandse overheden die verlangen dat in Nederland wonende personen, die geen binding hebben met die buitenlandse overheid (bij voorbeeld doordat zij in dat land inkomen genereren of daar vastgoed hebben), fiscaal aangifte in dat land moeten doen over hun wereldinkomen. Dit doet zich bij voorbeeld voor bij de ‘accidental Americans’, die slachtoffer zijn van de Amerikaanse belastingwetgever en FATCA, als hun enige band met de VS is dat één van de ouders daar is geboren (meer informatie).

b. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen of hun deelnemingen zaken doen met ondernemingen in landen, die op grote schaal handelen in wapens en daarmee gewelddadige regimes faciliteren die hun bevolking onderdrukken. Handel met ondernemingen in zulke landen is onbetamelijk, ook als die ondernemingen zelf niet in wapens handelen, omdat er nu geen stimulans is voor die ondernemingen om van hun regering te eisen dat een einde wordt gemaakt aan de wapenhandel. Voorbeeld: de VS.

c. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen zaken doen met of deelnemingen hebben in landen die bekend staan wegens de onderdrukking van hun bevolking, of waar op grote schaal kinderarbeid of slavenarbeid voorkomt, of waar de overheid grootschalig alle leden van de bevolking in het geheim monitort via elektronische middelen, zoals onderschepping van messaging, e-mail en andere elektronische communicatie. Voorbeelden: China, VS, UK.
Variant: zaken doen met een onderneming die gebruik heeft gemaakt van kinderarbeid (voorbeeld: Amazon).

d. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen en hun deelnemingen actief zijn in regio’s waar grootschalige milieuvervuiling plaats vindt en de overheid onvoldoende maatregelen neemt.

e. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen en hun deelnemingen direct of indirect participeren in ondernemingen die illegaal persoonsgegevens verzamelen, verwerken en vermarkten (zoals Facebook en Google grootschalig doen met gegevens van derden via de eigen klanten en via scripts en andere trackingtechnieken; voorts alle adtech bedrijven). Deze groep omvat ook ondernemingen die illegaal persoonsgegevens oogsten ten behoeve van kredietbeoordeling en witwasgegevensdiensten (WorldCheck, Equifax c.s.).

f. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen en hun deelnemingen direct of indirect participeren in ondernemingen die hun eigen cybersecurity niet bewijsbaar op orde hebben en/of de aldaar geldende databeschermingsregelgeving niet bewijsbaar naleven.

g. Het is onbetamelijk dat doelvennootschappen en hun deelnemingen met hun MKB-leveranciers betalingstermijnen overeen komen langer dan dertig dagen (zodat de leverancier de facto als bank van het bedrijf fungeert) dan wel direct of indirect participeren in ondernemingen die zich schuldig maken aan oneerlijke handelspraktijken waarbij MKB-leveranciers worden uitgebuit.

Zo zijn nog veel andere voorbeelden van onbetamelijkheid te bedenken.

Graag hoor ik of, als mijn onbetamelijkheidsstellingen juist zijn, er überhaupt nog door iemand zaken kan worden gedaan.

 

Slotopmerking

NB Het voorgaande laat onverlet dat ik van mening ben dat de Wtt 2018 een op onjuiste concepten gebaseerde wet is. Een algemene toelichting is te vinden in mijn artikelen, onder meer een bericht van 22 augustus 2018 (vindplaats).

Graag verzoek ik aan het bovenstaande aandacht te besteden.

 

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 


In bovenstaande tekst is ten opzichte van de tekst als aan DNB gezonden in een alinea de tekst aangepast, “een nieuw nauwkundige normadressaat” moet zijn “een nieuwe onnauwkeurig aangeduide normadressaat”.

23 juli 2019

DNB consulteert nieuwe leidraad Wwft/SW

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 17 juli jl. kondigde DNB de consultatie inzake de nieuwe leidraad Wwft/Sw aan. Het consultatiedocument is hier (pdf) te vinden. Voor trustkantoren zal een aparte leidraad worden opgesteld.

Onderstaand de aankondiging:

 

Consultatie Leidraad Wwft en Sw

DNB biedt de Leidraad Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en Sanctiewet (Sw) ter consultatie aan. De consultatie loopt tot 16 september 2019.

In de Leidraad Wwft en Sw legt DNB uit hoe instellingen invulling kunnen geven aan de naleving van de Wwft en de Sw. De Leidraad Wwft en Sw vervangt de versie van april 2015, die geheel komt te vervallen.

De belangrijkste aanleiding voor de herziening van de Leidraad Wwft en Sw is de wetswijzing van de Wwft van 25 juli 2018.

De ontvangen reacties zullen worden meegewogen in de totstandkoming van de definitieve Leidraad Wwft en Sw en DNB zal na verwerking van de reacties een algemeen feedback statement publiceren.

Q&A Wtt 2018
In de herziene versie van de Leidraad Wwft en Sw zijn de kaders die betrekking hadden op de Wet toezicht trustkantoren verwijderd. DNB werkt op dit moment aan een separate Q&A Wet toezicht trustkantoren 2018. Naar verwachting wordt deze Q&A na de zomer ter consultatie aangeboden.

Reageren?
Reacties op deze consultatie kunt u sturen aan DNB, via consultatie@dnb.nl onder vermelding van ‘Reactie consultatie Leidraad Wwft en Sw’. De deadline voor het insturen van reacties is 16 september 2019.

Tenzij anders aangegeven wordt er vanuit gegaan dat er geen bezwaar is tegen het geanonimiseerd publiceren van consultatiereacties.

Consultatie Leidraad Wwft en Sw

Tags: ,
11 juli 2019

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren uitgebracht

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht, waarin de consultatie inzake de beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid en de consultatie inzake de beleidsregel geschiktheid worden gemeld. Verder wordt de sector herinnerd aan het vereiste van twee dagelijks beleidsbepalers en meldt de Bank dat de risico’s ten aanzien van financiële stabiliteit toenemen.

1 juli 2019

Aankondiging wijziging witwasbestrijdingsregels met ook gevolgen voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Trustkantoren krijgen te maken met de nieuwe regels ter bestrijding van criminaliteit als vermeld in een op 30 juni jl. bekend gemaakte brief van de ministers van Financiën en Veiligheid. In die brief worden ingrijpende wijzigingen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en aanverwante regelgeving bekend gemaakt, lees uitvoeriger op mijn algemene blog.

DNB schrijft op 1 juli naar aanleiding van de aankondiging:

DNB verwelkomt maatregelen tegen witwassen
Een effectieve aanpak van witwassen is alleen mogelijk als de hele financiële keten – van meldplichtige instellingen tot toezichthoudende en opsporings- en vervolgingsinstanties – zich maximaal inspant en er tussen de partijen op een goede manier wordt samengewerkt en informatie wordt gedeeld. DNB ondersteunt daarom het voorstel om de krachten van de betrokken partijen te bundelen waarbij private en publieke instellingen effectief samenwerken. DNB vindt het ook belangrijk dat maatregelen op het terrein van cash zodanig worden vormgegeven dat de goede werking van het betalingsverkeer voor legitieme transacties niet gehinderd wordt.
Witwassen is een grensoverschrijdende vorm van criminaliteit. DNB verwelkomt daarom ook de plannen om de effectiviteit van de aanpak van witwassen op Europees niveau te vergroten door te pleiten voor een Europese AML/CFT-toezichthouder. DNB benadrukt de goede samenwerking met het Ministerie van Financiën en de AFM op dit gebied. DNB zal zich samen met het Ministerie van Financiën en de AFM inzetten om dit onder de Europese aandacht brengen.
DNB vindt het belangrijk dat in het plan aandacht wordt besteed aan de capaciteit van de toezichthouders. Die capaciteit moet zodanig zijn dat zij in staat zijn om hun taken goed uit voeren, voldoende deskundigheid in huis hebben en in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld op het gebied van technologie.
Tegengaan van witwassen betekent ook dat onderliggende criminaliteit wordt aangepakt. Voor Nederland gaat het dan met name om drugshandel en fraude. DNB is daarom voorstander van de stevige aanpak van ondermijning.

Tags: ,
28 juni 2019

Consultatie beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 25 juni jl. heeft DNB de internetconsultatie inzake de beleidsregel Maatschappelijke Betamelijkheid voor trustkantoren bekend gemaakt. Het consultatiedocument is hier (MS Word) te vinden.

De omschrijving van “maatschappelijke betamelijkheid” in de titel van het consultatiedocument heeft veel weg van de norm die in het privaatrecht ten grondslag ligt aan onrechtmatige daad:

betrokkenheid van het trustkantoor of zijn medewerkers bij handelingen die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad

 

DNB denkt deze zorgvuldigheidsnorm te kunnen bevorderen door schriftelijke vastlegging in het beleidsdocument. Het beleidsdocument moet een beschrijving bevatten “van hoe, wanneer en bij welke handelingen een evenwichtige belangenafweging gemaakt wordt ten aanzien van maatschappelijke betamelijkheid“.

Vervolgens moet uit dat beleid voortvloeiende procedures, processen en maatregelen en aantal in het consultatiedocument beschreven elementen bevatten:

a. een overzicht van de (potentiële) besluiten, activiteiten, soorten transacties en overige handelingen waarbij het risico, bedoeld in het eerste lid, zich met name kan voordoen; en de hierbij noodzakelijke mitigerende maatregelen;
b. criteria op basis waarvan het trustkantoor op risicogebaseerde wijze beoordeelt of bij het eigen handelen of dat van haar werknemers sprake kan zijn van zodanige strijdigheid met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad.
c. een beschrijving welke functionaris of afdeling binnen het trustkantoor verantwoordelijk is voor het creëren, agenderen en bestendigen van bewustwording bij de meest relevante organisatieonderdelen ten aanzien van handelingen die mogelijk dusdanig strijdig zijn met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad;
d. voorschriften voor een periodieke evaluatie en beoordeling van de effectiviteit van bedoeld beleid en de procedures, processen en maatregelen waarin dit zijn weerslag vindt. Deze analyse en beoordeling vinden tenminste jaarlijks plaats of zo vaak als hiervoor aanleiding is. Het trustkantoor draagt aantoonbaar zorg voor een tijdige implementatie van geconstateerde verbeterpunten;
e. voorschriften waaruit blijkt welke onderdelen en of functionarissen binnen het trustkantoor betrokken dienen te worden bij het maken van de evenwichtige belangenafweging, bedoeld in het tweede lid en een overzicht van de beslissingsbevoegdheid per onderdeel en/ of functionaris;
f. voorschriften waaruit blijkt hoe de evenwichtige belangenafweging, bedoeld in het tweede lid, en de belangrijkste afwegingen die door het trustkantoor zijn gemaakt, worden vastgelegd;
g. voorschriften waaruit blijkt hoe onderwerpen die maatschappelijke betamelijkheid aangaan extern worden gecommuniceerd;
h. procedures en maatregelen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen inzake de omgang met incidenten inzake maatschappelijk betamelijkheid, waaronder het onverwijld informeren van DNB over het incident. Naast de wettelijk verplichte melding van incidenten, conform reeds bestaande procedures, verwacht DNB dat het trustkantoor onderzoek doet naar de oorzaken en gevolgen van een incident en dat de (voorlopige) onderzoeksresultaten zo spoedig mogelijk aan DNB worden verstrekt.

 

Wat daarna volgt is eveneens uitdagend:

4. Bij het identificeren en mitigeren van de risico’s, bedoeld in het eerste lid, weegt DNB mee in hoeverre door het trustkantoor ook gegevens worden betrokken over de activiteiten die door de cliënten van het trustkantoor worden uitgevoerd en de bij die activiteiten betrokken derden, beide voor zover van het trustkantoor redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij hiervan op de hoogte is of had moeten zijn.
5. DNB weegt mee hoe het trustkantoor er zorg voor draagt dat als onderdeel van de processen, procedures en maatregelen, bedoeld in het derde lid, in ieder geval een analyse wordt gemaakt van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer en bij de voor het trustkantoor belangrijkste stakeholders als onbetamelijk wordt gezien op de voor het trustkantoor relevante gebieden. DNB verwacht dat deze analyse jaarlijks wordt uitgevoerd of vaker wanneer daar aanleiding voor is. DNB verwacht tevens dat het trustkantoor zorg draagt voor de noodzakelijke aanpassingen van het beleid en de daaruit voortvloeiende procedures, processen en maatregelen op basis van de uitkomsten van deze analyse.
6. DNB verwacht dat het trustkantoor aantoonbaar stimuleert dat op een voor haar passende wijze een actieve discussie binnen het eigen trustkantoor wordt gevoerd over hetgeen al dan niet als maatschappelijk betamelijk kan worden gezien.

 

De trustkantoren en hun medewerkers moeten over wonderbaarlijke krachten bezitten, om hier aan te kunnen voldoen.

Het is jammer dat DNB de focus legt op procedures, in plaats van de invulling van de door hen gewenste norm, waarover DNB zich niet wenst uit te laten.

Andere gereguleerde beroepsbeoefenaren doen er goed aan de ontwikkelingen goed te volgen, want ook bij accountants, belastingadviseurs en andere juridische beroepsbeoefenaars wordt over “maatschappelijke betamelijkheid” gesproken.

17 juni 2019

Consultatie van gewijzigde beleidsregel geschiktheid

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

AFM en DNB houden een consultatie over de beleidsregel inzake geschiktheid.

De door AFM geplaatste aankondiging volgt hier onder.

Consultatie van gewijzigde beleidsregel geschiktheid
14 juni 2019

Marktpartijen kunnen tot 1 september 2019 reageren op wijzigingen van de Beleidsregel geschiktheid 2012. Deze beleidsregel beschrijft het kader dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) gebruiken bij de geschiktheidstoetsingen van beleidsbepalers in de financiële sector.
De AFM en DNB gaan de beleidsregel wijzigen op basis van aanpassingen in nationale en Europese wet- en regelgeving. Afgelopen tijd zijn door de toezichthouders de relevante wijzigingen geïnventariseerd en verwerkt in de beleidsregel. Nu worden marktpartijen uitgenodigd te reageren op de voorgenomen wijzigingen.

Wat wordt geconsulteerd?
Er worden twee documenten geconsulteerd door de AFM en DNB. Dit zijn:
• Het Concept Besluit 2019 tot wijziging van de beleidsregel geschiktheid 2012. Dit betreft een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van de beleidsregel en een toelichting op de wijzigingen.
• Het concept van de aangepaste tekst van de beleidsregel, inclusief toelichting. In dit document is voor de duidelijkheid de toegevoegde tekst geel gearceerd en de geschrapte tekst grijs doorgehaald.

Reageren met reactieformulier
Om uw reactie zo goed mogelijk te kunnen behandelen, vragen wij partijen gebruik te maken van een reactieformulier. De reacties op de beleidsregel worden verwerkt in een gezamenlijk feedbackstatement. Dit feedbackstatement wordt na afloop van de consultatie openbaar gemaakt. Zo wordt zichtbaar wat er met de reacties uit de consultatie is gedaan.

Stuur reactie vóór 1 september
De consultatie loopt tot 1 september 2019. Partijen kunnen hun reactieformulier en eventuele vragen sturen naar de AFM via consultatie_beleidsr@afm.nl of DNB via consultatie@dnb.nl. Het is niet nodig uw reactie aan beide toezichthouders te sturen.

Vervolg
Naar aanleiding van de reacties op deze consultatie worden de beleidsregel en de toelichting hierop waar nodig aangepast. De definitieve versie wordt gepubliceerd in de Staatscourant en, samen met het feedbackstatement, op de websites van de AFM en DNB. Naar verwachting wordt de beleidsregel eind 2019 gepubliceerd. De aangepaste beleidsregel is vanaf dat moment van kracht.

 


Aanvulling 18 juni 2019
DNB publiceerde de aankondiging op deze pagina. Het reactieformulier van DNB is hier te vinden.

2 mei 2019

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heeft DNB de nieuwsbrief voor trustkantoren verspreid.

Onderwerpen:

15 maart 2019

Overleg over de Wtt 2018 | inbreng verslag van een schriftelijk overleg

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 12 maart jl. werd een Inbreng verslag van een schriftelijk overleg (2019D09418) gepubliceerd, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Financiën. De pdf versie staat hier.

De tekst volgt hierna.

2019D09418 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

De vaste commissie voor Financiën heeft op 8 maart 2019 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief van 29 januari 2019 (Kamerstuk 34 910, nr. 23) over de uitvoering van toezeggingen, gedaan tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018, en de uitvoering van motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg (Kamerstuk 34 566, nr. 11) ingediend tijdens dit laatste debat.
(…)

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavige brief van de Minister van Financiën. Zij vinden de uitspraken onder het kopje «Deskundigheid complianceofficer» uiterst onbevredigend.
Het punt dat de woordvoerder van de VVD-fractie tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel maakte, was het volgende. Trustkantoren worden op grond van de nieuwe Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gedwongen een interne compliance officer aan te stellen. De rationale daarvan ontgaat de leden van de VVD-fractie. Externe compliance dienstverleners zijn doorgaans deskundiger en onafhankelijker dan interne. Dat geldt des te sterker bij kleine trustkantoren. De nieuwe bepaling in de Wtt lijkt ingegeven te zijn door één malafide, inmiddels niet meer bestaande dienstverlener, die vele trustkantoren bediende. Dat probleem is te ondervangen door het stellen van deskundigheidseisen aan de externe dienstverlener. De leden van de VVD-fractie lezen nu dat slechts gesproken is over de deskundigheid van de interne compliance officer. Dat gaat voorbij aan de strekking van de inbreng bij de wetsbehandeling. Deze leden vragen de Minister een wetswijziging op dit punt voor te bereiden en dat nog dit kalenderjaar in te dienen bij de Raad van State.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de motie Omtzigt/Van Weyenberg [1] over de trustsector. Deze leden merken op dat het dictum van de aangenomen motie over domicilieverlening luidt: «verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren».
Er had dus in maart een onderzoek moeten liggen naar de mogelijkheden om de domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken.
De regering stelt nu voor om ergens in 2020 te rapporteren, meer dan anderhalf jaar na aanname van de motie. Dat is in de ogen van de CDA-fractie echt te laat. De discussie over belastingontwijking en de rol van de trustsector daarin is niet nieuw. Dan gaat het niet om administratieve dienstverlening door de trustsector, maar door die diensten die per definitie de substance in negatieve zin raken, zoals het verlenen van domicilie en bijvoorbeeld ook het leveren van bestuurders. Het onderzoek van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies heeft dat opnieuw bevestigd en aangegeven dat het problematisch is dat de sector geen verantwoordelijkheid draagt. Door domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken, en daardoor bijvoorbeeld beboetbaar, wordt de sector wel medeverantwoordelijk en heeft zij belang bij een goede afweging wat een vennootschap is met reële activiteiten en wat slechts een doorstroomvennootschap is.
Daarom verzoeken de leden van de CDA-fractie de regering dan ook nu binnen drie maanden over de mogelijkheden te rapporteren en dan meteen een voorstel te doen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de regering d.d. 29 januari 2019 waarin zij terugkomt op de uitvoering van een motie en enkele toezeggingen met betrekking tot de trustsector. Deze leden hebben in dit verband vragen over de toezegging om te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en over het voorlopige antwoord van de regering inzake de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt/Van Weyenberg [2].
De leden van de D66-fractie constateren dat de regering tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 had toegezegd te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en de samenloop van onwenselijke belangen kan voorkomen. In de voornoemde brief lezen deze leden dat de regering met De Nederlandsche Bank (DNB) tot de conclusie is gekomen dat de combinatie van het verlenen van bank- en trustdiensten niet of nauwelijks een risico op belangenverstrengeling bij het verrichten van onafhankelijk cliëntenonderzoek oplevert. De leden van de D66-fractie vernemen in de brief niets over de poortwachtersfunctie. Deze leden zijn van mening dat een bank en trustkantoor beide een poortwachtersfunctie vervullen. Wordt die functie door dezelfde partij vervuld, dan is er eenvoudigweg één poortwachter minder. Uit het recente witwasschandaal bij ING blijkt eens te meer dat een extra slot op de deur geen overbodige luxe is. Thans komt de combinatie van bank- en trustdiensten in Nederland nog weinig voor. Het is, mede gelet op de opkomst van FinTech, echter aannemelijk dat dit in de toekomst zal veranderen. Heeft de regering expliciet bekeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de gehele poortwachtersfunctie zou kunnen versterken? Zo nee, is de regering alsnog bereid dit te doen?
De leden van de D66-fractie hebben tevens een vraag over het voorlopige antwoord van de regering betreffende de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg [3], die verzoekt om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een half jaar aan de Kamer te rapporteren. Deze leden lezen dat de Minister dit onderzoek wil betrekken bij de eerste rapportage over de Wet toezicht trustkantoren 2018. Wanneer wordt deze rapportage naar de Kamer gezonden? In hoeverre verwacht de regering dat de aanbieding van de genoemde trustdiensten een ander karakter zal hebben dan voor implementatie van deze wet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de moties naar aanleiding van de Wet toezicht trustkantoren 2018. Zij hebben nog enkele vragen aan de Minister over zijn brief.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister aangeeft de wenselijkheid van het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt onderzocht te hebben, en concludeert dat hij op dit moment geen grote risico’s ziet voor het combineren van deze twee diensten. Graag wijzen deze leden de Minister op het nieuws van deze week, waarbij opnieuw grote Europese banken betrokken blijken te zijn in het witwassen van Russische miljarden, zonder een werkend controlemechanisme te hebben gehad op de oorsprong van dit geld. Onlangs werd bekend dat ook ING betrokken zou zijn, de bank die onlangs de grootste schikking uit de Nederlandse geschiedenis moest betalen vanwege het op grote schaal faciliteren van witwassen van illegaal geld. Hoe kan de Minister in dit licht stellen dat het bieden van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt geen gevaar voor belangenverstrengeling oplevert?
Wat adviseert Holland Queastor met betrekking tot het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt, vragen de leden van de SP-fractie.
De aanvullende eisen ten aanzien van de deskundigheid van de compliance officer hebben in de visie van de leden van de SP-fractie een hoog kosmetisch gehalte. In een eerdere rapportage stelde DNB dat de inherent hogere integriteitsrisico’s onvoldoende worden beheerst, niet alleen omdat de wet onvoldoende wordt nageleefd, maar ook omdat deze wet alleen naar de letter ervan «mechanisch wordt toegepast». In hoeverre denkt de Minister, in dit licht, dat de aanvullende eisen aan de sector niet op dezelfde manier mechanisch zullen worden toegepast? Deelt de Minister de mening van de leden van de SP-fractie dat er meer effectieve manieren zijn om de doorstroom van illegaal geld via de trustsector tegen te gaan?
De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat de eerste rapportage over de effecten van de Wtt 2018 tot 2020 op zich laat wachten. Deze leden vragen de Minister of de Kamer, wanneer grove misstanden worden geconstateerd met betrekking tot de naleving ervan, wel wordt geïnformeerd. Kan de Minister dit toezeggen?
De leden van de SP-fractie betreuren het dat de motie Omtzigt/Van Weyenberg [4], welke Kamerbreed is aangenomen, niet wordt uitgevoerd. Zij vragen de regering dit alsnog te doen. Kan de Minister hierop reageren?
De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het verdienmodel van de trustsector juist zit in het laten doorstromen van zoveel mogelijk financiële middelen door Nederland, en dat interne controle hierop afbreuk doet aan het verdienmodel. Hoe kan de Minister erop vertrouwen dat trustkantoren, wiens verdienmodel in belangrijke mate bestaat uit het opzetten van belastingbesparende constructies, hetgeen indruist tegen het maatschappelijk belang, op zichzelf toezicht kunnen houden, als dit lijnrecht ingaat tegen de belangen van de aandeelhouders van deze kantoren?
Nederland komt internationaal steeds meer onder druk te staan als belastingparadijs, merken de leden van de SP-fractie op. Deelt de Minister de mening van deze leden dat we deze reputatie niet moeten willen hebben, en bovendien schadelijk is voor andere delen van onze economie? Blijft de Minister, na al deze schandalen, van mening dat de trustsector iets wezenlijks toevoegt aan onze economie? Of er meer aan toevoegt, dan het er afbreuk aan doet?
Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat zelfregulering van de sector tegen het verdienmodel van de sector in gaat? Deelt de Minister de constatering van de SP-fractie dat manieren om toezicht aan te scherpen vrij eenvoudig door de sector omzeild kunnen worden? Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat het verscherpte toezicht op de trustkantoren, in de bovenstaande context hooguit cosmetisch zijn zolang de legitimiteit van hun verdienmodel niet ter discussie wordt gesteld in dit debat?

________________________________________

1 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
2 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
3 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
4 Kamerstuk 34 566, nr. 11.

14 maart 2019

DNB houdt consultatie fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren en ander nieuws voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 28 februari jl. bracht DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.

Berichten:

%d bloggers liken dit: