20 november 2018

Optreden als trustkantoor zonder vergunning leidt tot taakstraf | Wtt, strafzaak

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 16 november jl. heeft de Rechtbank Den Haag uitspraken gedaan inzake twee personen die de Wtt overtraden door als trustkantoor te handelen zonder vergunning. Betrokkenen gaven feitelijk leiding aan limiteds die handelden in strijd met de Wtt. De verdachten worden vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie.

De inhoudsindicatie in de twee zaken luidt als volgt:

Overtreding verbodsbepaling Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Vrijspraak deelname criminele organisatie.

A ltd heeft, als onderdeel van de X Group, werkzaamheden verricht, gericht op het verlenen van trustdiensten door B ltd, een trustkantoor met een zetel in een niet-aangewezen staat dat niet beschikt over een vergunning van DNB. Hiermee heeft A ltd vanaf 1 juli 2012 de verbodsbepaling van artikel 2, derde lid van de Wtt overtreden. De verdachte heeft samen met een ander feitelijke leiding gegeven aan deze strafbare gedragingen van A ltd. De rechtbank kan niet vaststellen dat A ltd, B ltd en andere rechtspersonen behorende bij de X Group, in Den Haag/Nederland als trustkantoor werkzaam zijn geweest.

De verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie, omdat niet bewezen kan worden verklaard dat bij de verdachte het oogmerk bestond op het medeplegen van of het medeplichtig zijn aan het plegen van misdrijven door de klanten van de organisatie.

Verwerping verweer dat toepassing van artikel 2, derde lid, Wtt een schending oplevert van het vrije verkeer van diensten zoals dat op grond van het EU-werkingsverdrag is gewaarborgd binnen de EU. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een gerechtvaardigde beperking van het vrije verkeer van diensten binnen de Europese gemeenschap, nu deze beperking zijn rechtvaardiging vindt in het algemene belang, zoals dat is verwoord in de memorie van toelichting bij de Wijzigingswet financiële markten.

Vaststelling overschrijding redelijke termijn, geen gevolgen voor de strafmaat.

Taakstraf van 180 uren.

ECLI:NL:RBDHA:2018:13626
ECLI:NL:RBDHA:2018:13653

Tags: ,
19 november 2018

Consultatie Regeling toezicht trustkantoren 2018 afgesloten

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Onlangs is de consultatie Regeling toezicht trustkantoren 2018 afgesloten. Er zijn vier openbare reacties op de consultatie bekend gemaakt, te weten van advocatenkantoor Finnius, de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (“GCV”, KNB/NOvA), trustkantoren brancheorganisatie Holland Qaestor (HQ) en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).

  • Finnius maakt zich zorgen over nevenactiviteiten.
  • GCV doet suggesties met betrekking tot de bestuurders van stichtingen administratiekantoor.
  • HQ ziet nieuwe commerciële mogelijkheden door alle bestuurders van stichtingen administratiekantoor onder de Wtt te brengen.
  • De VNCI denkt dat zij trustkantoor zijn en wil graag worden vrijgesteld.

 

Meer informatie:

8 november 2018

Wet toezicht trustkantoren 2018 aangenomen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De Eerste Kamer laat weten dat de Wet toezicht trustkantoren 2018 is aangenomen. Inwerkingtreding: nog niet bekend (op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld), maar naar verwachting per 1 januari 2019.

Meer informatie:

Tags:
3 november 2018

Naming & shaming: openbaarmaking Wwft-sanctiebesluiten

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB laat weten in de nieuwsbrief voor trustkantoren dat Wwft-sanctiebesluiten in het vervolg in beginsel openbaar worden gemaakt. Gelijksoortige mededelingen staan in nieuwsbrieven van andere toezichtssubjecten van DNB.

Ondernemingen die als leverancier van trustkantoren optreden, zoals banken, administratiekantoren, belastingadviseurs, notarissen en compliance dienstverleners, doen er goed de berichten van DNB omtrent oplegging van deze sancties regelmatig te raadplegen.

Onderstaand het bericht in de nieuwsbrief voor trustkantoren:

Publicatie sanctiebesluiten Wwft
Nieuwsbericht 31 oktober 2018

DNB maakt voortaan alle sanctiebesluiten openbaar, tenzij er dwingende redenen zijn om dit later, geanonimiseerd of niet te doen.

Volgens de op 25 juli 2018 gewijzigde Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft) moet DNB in beginsel alle sanctiebesluiten openbaar maken. Dit geldt voor sancties die zijn opgelegd voor overtredingen van de Wwft die zijn begaan na 25 juli 2018.

Doelen
DNB kan verschillende sanctiebesluiten nemen, zoals een bestuurlijke boete, last onder dwangsom, aanwijzing en openbare waarschuwing. Met het openbaar maken van sanctiebesluiten worden meerdere doelen nagestreefd: het waarschuwen van het publiek, het verschaffen van inzicht in de handhavingspraktijk van DNB en de preventieve werking.

Belangenafweging
DNB kan na een belangenafweging besluiten om sanctiebesluiten geanonimiseerd, op een later tijdstip of helemaal niet te publiceren. Dit kan volgens de Wwft onder meer als de openbaarmaking van een sanctiebesluit de betrokken partijen in onevenredige mate schade berokkent of de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar brengt.

1 november 2018

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 31 oktober 2018 heeft DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht.

Thema’s:

31 oktober 2018

Undercoveragent betrokken bij strafonderzoek naar trustkantoor

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In het FD van 30 oktober jl. verscheen een artikel van Vasco van der Boon: “OM maakte gebruik van undercoveragent bij strafonderzoek naar trustkantoor HJC“.

Tags:
30 oktober 2018

Memorie van antwoord Wet toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 15 oktober jl. werd bij de Eerste Kamer de memorie van antwoord ingediend in het dossier Wet toezicht trustkantoren 2018.

Poortwachtersproza
Een nieuwe term in het poortwachtersproza blijkt “comparatief voordeel” te zijn, zo blijkt uit de eerste alinea van paragraaf 2.

Zo te zien is deze memorie met artificial intelligence geschreven, want ik kom weer vele bekende teksten tegen. Zoals deze optimistische en onjuiste mededeling over Wwft-plichtigen in het algemeen (“dienstverleners’ = Wwft-plichtigen):

De dienstverleners zijn namelijk bij uitstek in staat om in het kader van hun dienstverlening signalen op te pikken dat hun cliënten betrokken zijn bij financieel handelen dat is gerelateerd aan witwassen of financieren van terrorisme.

Feeder
Spannend is dat het fenomeen ‘feeder’ heel kort aan de orde komt. Ik heb geen idee wat dat is. Ik vermoed dat feeders cliënten van het trustkantoor zijn die van het trustkantoor diensten of voordelen ontvangen, hoewel daarmee niet goed te rijmen is dat het volgens het citaat in de memorie om belastingadviseurs, accountants, notarissen en advocaten zou gaan. Die betekenis sluit niet aan bij allerlei andere passages in overheidsdocumenten over de ‘feeder’, die al even summier toegelicht zijn. Waarom hier niet wordt gesproken over het begrip ‘adviseur’ van de cliënt van het trustkantoor, is al even raadselachtig. Want de genoemde beroepsbeoefenaren zullen adviseurs van de doelvennootschappen of hun aandeelhouders c.s. zijn.

Trouwens: de minister lijkt te denken dat de belastingadviseurs, accountants, notarissen en advocaten waarmee een trustkantoor te maken heeft alleen uit Nederland zouden komen.

Een mooi staaltje luchtfietsen.

Citaat:

De suggestie met betrekking tot de «feeders» van structuren ziet op belastingadviseurs en accountants alsmede op notarissen en advocaten. Voor deze beroepsgroepen bestaan verschillende codes waarin ethische aspecten zijn opgenomen. Bij de plenaire behandeling van het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie fiscale constructies op 5 september jl. heeft de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven om samen met de Staatssecretaris van Financiën een gesprek te beleggen met de beroepsgroepen en het Bureau Financieel Toezicht. In dat gesprek zal ter sprake komen wat de beroepsgroepen kunnen doen op het terrein van het bevorderen van de maatschappelijke betamelijkheid.

Analyse
Helaas beschik ik nog niet over artificial intelligence om deze ministeriële uiting te analyseren en te zien of en waar er beweging is en waar het toe leidt.

Ik beveel de memorie uiteraard in de aandacht van de sector van trustkantoren aan.

Tags: ,
16 oktober 2018

Capaciteit DNB voor toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 9 oktober jl. gaf het ministerie van financiën antwoord op kamervragen over de capaciteit bij DNB voor toezicht op trustkantoren. Bij deze brief hoort een brief van DNB.

De minister schreef:

DNB heeft haar capaciteit voor het toezicht op trustkantoren in 2016 tijdelijk verhoogd tot 14 fte. Zij geeft aan deze verhoging structureel te willen maken. Met in totaal 14 fte denkt DNB in staat te zijn de toezichtintensiteit niet alleen in stand te kunnen houden, maar deze ook te kunnen intensiveren. De basis hiervoor ligt in de verwachte inwerkingtreding van de Wet toezicht trustkantoren 2018, die DNB meer en verdergaande bevoegdheden geeft. Daarbij is van belang dat DNB verwacht dat de sector kleiner zal worden en dat het toezicht overeenkomstig internationale aanbevelingen risicogebaseerd plaatsvindt.

Gezien bovenstaande informatie van DNB acht ik de capaciteitsinzet voor het toezicht op trustkantoren adequaat. Met het oog op de inwerkingtreding van de nieuwe wet blijf ik periodiek in gesprek met DNB over de inzet van haar capaciteit en over de ontwikkelingen in de trustsector.

3 oktober 2018

De niet geregistreerde rechtspersonen van het ministerie van financiën | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het is me al eerder opgevallen dat het ondernemingsrecht van het ministerie van financiën anders is dan het ondernemingsrecht dat de beoefenaren daarvan kennen.
Onlangs las ik de memorie van de toelichting bij het wetsvoorstel Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) door en kwam de volgende opmerkelijke tekst tegen:

Allereerst is in het wetsvoorstel een verplichting opgenomen om te controleren of ten aanzien van een doelvennootschap of ander relevant onderdeel van de groep waar de doelvennootschap toe behoort, is voldaan aan een plicht tot inschrijving in het Handelsregister of een daarmee vergelijkbaar buitenlands register. Deze plicht moet verhulling door gebruik van rechtspersonen of vennootschappen die onbekend zijn bij autoriteiten tegengaan. De controle levert het trustkantoor informatie op over het bestaan van een mogelijke plicht voor de betrokken rechtspersonen of vennootschappen tot inschrijving in een register en of aan deze plicht voldaan is. Het niet voldoen aan een inschrijvingsplicht kan naast het overtreden van de desbetreffende wettelijke plicht ook een indicatie zijn dat de dienstverlening integriteitrisico’s met zich brengt. Van het trustkantoor wordt verwacht dat deze geen diensten verleent voordat aan een inschrijvingsplicht is voldaan. In het dossier moet het trustkantoor een document hebben waaruit de inschrijving van de desbetreffende rechtspersonen of vennootschappen blijkt of dat is geconstateerd dat voor de desbetreffende rechtspersoon of vennootschap geen inschrijvingsplicht in het land van de zetel geldt. In het geval voor de rechtspersoon of juridische entiteit geen inschrijvingsplicht geldt, kan het in het bijzonder van belang zijn dat een trustkantoor achterhaalt wat het doel van de dienstverlening is en wat de reden is dat die rechtsfiguur in dat land wordt gebruikt. Het trustkantoor moet zich realiseren dat de gekozen rechtsfiguur niet bekend is bij de desbetreffende autoriteiten en dus verhullende doeleinden kan hebben.

Een hoogst merkwaardige passage, want hoe kun je als trustkantoor (die veelal statutair directeur is van rechtspersonen) een opdracht uitvoeren voor rechtspersonen, als je het bestaan daarvan niet kan verifiëren.

Voor een trustkantoor is de doelvennootschap (de door het trustkantoor bestuurde rechtspersoon) juridisch een opdrachtgeefster (van managementdiensten). Ook de aandeelhouders(s)-rechtspersoon/-personen van de doelvennootschap zijn civielrechtelijk opdrachtgevers. Als het trustkantoor een zakelijke relatie met doelvennootschap en aandeelhouder aangaat, is dat alleen mogelijk als het bestaan en de vertegenwoordiging geverifieerd kunnen worden. In de meeste Europese landen (misschien is dat in Engeland en [voormalige] kroonkoloniën anders) worden rechtspersonen door notarissen opgericht en in ingeschreven in handelsregisters.

Leeft het ministerie van financiën in een juridische schimmenwereld?

Het ministerie trok het been later bij, in de nota naar aanleiding van het verslag worden vragen over de ‘niet ingeschreven rechtspersonen’ als volgt beantwoord:

162–164
De leden van de SP-fractie lezen dat van trustkantoren wordt verwacht dat zij geen diensten verlenen aan bedrijven die niet zijn ingeschreven in het Handelsregister. Zij vragen de regering of er ook een verbod wordt voorgesteld op het verlenen van trustdiensten aan dergelijke bedrijven. Staan alle doelvennootschappen die door trustkantoren worden beheerd ingeschreven in het Handelsregister? Komen zij allemaal hun verplichtingen na? En wanneer dit niet zo is, wordt dan de relatie verbroken? Zo nee, waarom niet?

Zoals hierboven in antwoord op de vragen 155 tot en met 158 is aangegeven, mag een trustkantoor geen zakelijke relatie aangaan dan wel trustdiensten verlenen als de betrokken doelvennootschap of ander relevant onderdeel van de groep waartoe zij behoort, niet voldoet aan een plicht tot inschrijving in een handelsregister of vergelijkbaar register. Het is afhankelijk van de wetgeving in het land van de zetel van de doelvennootschap of het relevante onderdeel van de groep waartoe zij behoort, of inschrijving in een dergelijk register verplicht is. Voor de meeste doelvennootschappen met een zetel in Nederland zal een verplichting tot inschrijving in het handelsregister gelden. Het is onbekend of al deze vennootschappen op dit moment zijn ingeschreven. Het is nu nog geen verplichting voor trustkantoren om hier informatie over ter beschikking te hebben. Overigens bestaat de verwachting dat de inschrijving van de doelvennootschappen zelf, die in de regel een zetel in Nederland hebben, aan de inschrijvingsplichten voldoen. Het probleem speelt meer bij onderdelen van de groep die hun zetel in een ander land hebben. Als een trustkantoor constateert dat een doelvennootschap of een relevant onderdeel van de groep niet voldoet aan een inschrijvingsverplichting dan moet het trustkantoor de zakelijke relatie beëindigen.

Uit het antwoord blijkt dat het bestaan van het handelsregister bij het ministerie is doorgedrongen, al is de vraag waarom het ministerie schrijft: “Voor de meeste doelvennootschappen met een zetel in Nederland zal een verplichting tot inschrijving in het handelsregister gelden“. Waarom spreekt men over “de meeste“. Zijn er dan kapitaalvennootschappen met zetel in Nederland die niet ingeschreven zijn? Dat lijkt me onzin. Ik ben benieuwd of iemand mij over dit wel heel bijzondere fenomeen kan informeren.

Voorlopig ga ik er van uit dat juridische bijscholing van het ministerie gewenst is.

Meer informatie:

Dit artikel is ook verschijnen op de site van het Compliance Platform Trustkantoren.

25 september 2018

Wtt in de Eerste Kamer

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 21 september jl. is het voorlopig verslag gepubliceerd, waarin de leden van de Eerste Kamer een groot aantal vragen stellen naar aanleiding van het wetsvoorstel tot herziening van de Wet toezicht trustkantoren. Onderstaand een citaat:

2. De trustsector

Poortwachter
Graag herinneren de leden van de PvdA-fractie – mede namens de leden van de fracties van de SP en ChristenUnie – de regering aan de toezegging [2] van de minister van Financiën, zoals gedaan tijdens de plenaire behandeling van het voorstel voor de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn op 10 juli 2018, om de Eerste Kamer schriftelijk te informeren over het comparatieve voordeel van financiële dienstverleners om verscherpt cliëntenonderzoek te doen. Deze toezegging volgde op de vraag van de leden van de fractie van de PvdA waar verscherpt cliëntenonderzoek het beste kan worden neergelegd.

In het verlengde van de vraag in hoeverre banken het comparatieve voordeel hebben om dit soort beoordelingen uit te voeren, rijst in relatie tot het voorliggende wetsvoorstel de vraag in hoeverre trustkantoren het comparatieve voordeel hebben om als poortwachter te fungeren en cliëntenonderzoek te doen. Graag vragen deze leden aan de regering om een doorwrochte analyse van de instituties bij welke cliëntenonderzoek in de voorliggende context het beste kan worden belegd. Voorts vragen zij welke conclusies de regering hieruit trekt.

Vervolgens stellen voornoemde leden ook de vraag in hoeverre het in het belang is van de trustkantoren zelf om als poortwachter te fungeren. Met andere woorden, zijn de financiële prikkels van trustkantoren niet zodanig dat integriteitsrisico’s worden vergroot? Graag verzoeken de aan het woord zijnde leden de regering om een doortimmerde uiteenzetting van de perverse prikkels die zich bij trustkantoren kunnen voordoen. Welke lessen trekt de regering hieruit?

3. Aanleiding voor de herziening van de Wtt

Inleiding
De leden van de fractie van GroenLinks constateren dat analyses over trustkantoren van De Nederlandsche Bank (DNB), van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies (POFC) van de Tweede Kamer en van de regering zeer kritisch zijn en de conclusies zeer negatief luiden: een groot deel van de trustkantoren leeft de wet niet adequaat na, leeft niet naar de letter en geest van de wet en maakt de poortwachterfunctie niet waar. Op basis waarvan verwacht de regering dat de trustsector de nieuwe wettelijke verplichtingen in dit wetsvoorstel wél zal naleven, zo vragen de leden van deze fractie mede namens de leden van de fractie van de SP.

Onderzoeken DNB
De Nederlandse trustdienstensector is erg groot, ook vergeleken met omringende landen, met in- en uitgaande geldstromen van zo’n 5,5 biljoen euro [3], zo lezen voornoemde leden. DNB heeft vorig jaar bij 17 van de meer dan 200 kantoren on-site onderzoek kunnen doen. [4] Vindt de regering dit voldoende? Of is de regering het eens met deze leden dat DNB over meer middelen en capaciteit voor onderzoek moet kunnen beschikken? Zeker gezien het onderzoek van DNB zelf waaruit blijkt dat in vrijwel alle gevallen tekortkomingen worden vastgesteld en in veel gevallen ernstige tekortkomingen. [5]
Deze leden stellen vast dat de regering veel suggesties van DNB met betrekking tot regulering van de trustsector overneemt, maar niet de suggestie om accountantscontrole verplicht te stellen bij trustkantoren. [6] De leden van de fracties van GroenLinks, D66 en SP zijn hier verbaasd over. Kan de regering nader toelichten waarom zij de meerwaarde hiervan beperkt acht?

Ook het idee van een permanent beroepsverbod wanneer willens en wetens is meegewerkt aan witwassen en/of belastingfraude vindt de regering niet proportioneel en niet noodzakelijk. [7] De leden van de fracties van GroenLinks en SP ontvangen graag een toelichting hierop. De suggestie om de norm van betamelijk handelen ook van toepassing te laten zijn op “feeders” van structuren, zoals advocaten, notarissen, accountants en fiscalisten, wijst de minister van Financiën door naar de minister van Justitie en Veiligheid. [8] Gaat de minister van Justitie en Veiligheid werk maken van deze suggestie, zo willen de aan het woord zijnde leden weten. En zo ja, hoe?

4. Hoofdpunten van het wetsvoorstel

Verbeteren cliëntenonderzoek en onafhankelijke beoordeling
De leden van de fractie van GroenLinks memoreren dat de Tweede Kamer het amendement-Leijten [9] heeft aangenomen, waarmee de inspanningsverplichting bij het cliëntenonderzoek is aangescherpt. Als er redelijkerwijs twijfel kan bestaan over de juistheid of volledigheid van het cliëntonderzoek mag een trustkantoor geen zakelijke relatie aangaan met de desbetreffende client of trustdienst verlenen. Als niet zeker is dat de gebruikte structuur niet wordt gebruikt voor doeleinden als het verhullen van vermogen, belastingontduiking of witwassen, ziet het trustkantoor af van dienstverlening aan de desbetreffende cliënt. Deze leden vragen – mede namens de fractie van SP – de regering om toe te lichten hoe de naleving van deze verplichtingen wordt vormgegeven in de praktijk. Beschikt DNB over voldoende capaciteit voor toezicht hierop, of voorziet de regering in uitbreiding van de capaciteit en middelen?
De leden van genoemde fracties wijzen de regering graag op het boek Global Shell Games: Experiments in Transnational Relations, Crime and Terrorism waarin een onderzoek uit 2012-2014 wordt vermeld [10], gebaseerd op een experiment met honderden nepmails naar trustkantoren. Er werd gekeken bij welke kantoren je terecht kunt zonder het aanleveren van identiteitsbewijzen of andere documentatie. De uitkomst van dit experiment is dat in de OESO 11,9% van de trustkantoren zich aan de wet houdt en in offshore landen 34,4%. Is de regering bekend met dit onderzoek? Deze leden verzoeken om een reactie van de regering hierop.

5. Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

Naar aanleiding van de constatering dat ING zeven jaar lang structureel de anti-witwaswetgeving heeft overtreden vragen de leden van de fractie van de PvdA, mede namens de fracties van VVD, CDA, SP en ChristenUnie: waar was toezichthouder DNB al die tijd? In de context van het voorliggende wetsvoorstel stellen deze leden vervolgens de vraag of DNB adequaat geëquipeerd is om bij wanprestaties bij de trustkantoren te kunnen acteren in toezicht en handhaving. Graag vragen de leden van de fractie van de PvdA aan de regering om het antwoord op deze vraag van een zorgvuldige onderbouwing te voorzien.
De leden van de fractie van GroenLinks lezen dat de Raad van State schrijft dat “het toezicht op trustkantoren in belangrijke mate een afgeleide [is] van problemen met internationale belastingconcurrentie en belastingontwijking. Zolang er geen internationale afspraken zijn over deze problemen, blijft het toezicht op trustkantoren suboptimaal”. [11] Deze leden vragen – mede namens de fracties van VVD, CDA, SP en ChristenUnie – of de regering deze analyse van de Raad van State deelt en welke oplossingen de regering ziet ten aanzien van hetgeen de Raad van State constateert. De leden van de vaste commissie voor Financiën zien de reactie van de regering met belangstelling en bij voorkeur binnen vier weken tegemoet.

Noten
2 Zie toezegging T02618 op http://www.eerstekamer.nl en Handelingen I, 2017-2018, nr. 37, item 3, blz. 3, 5,7, 11, 13.
3 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 4, blz. 3.
4 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 6, blz. 9.
5 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 3, blz. 4,5.
6 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 6, blz. 17 en verslagen van openbare verhoren Parlementaire ondervragingscommissie fiscale constructies (POFC), Kamerstukken II, 2016-2017, 34 566, nr. 4.
7 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 6, blz. 41.
8 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 6, blz. 17, 18.
9 Kamerstukken II, 2017-2018, 34 910, nr. 16.
10 M.G. Findley, D.L. Nielson en J.C. Sharman, Global Shell Games: Experiments in Transnational Relations, Crime and Terrorism (Cambridge University Press 2014), blz. 73.

Tags:
%d bloggers liken dit: