20 oktober 2020

Schaduwtrust en het nieuwste facilitator-project van AMLC | Wwft

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de nieuwsbrief van AMLC van deze maand komt de trustkantorensector aan bod onder het cryptische kopje ‘No Shelter‘. Vreemd genoeg denken de auteurs van de passage over ‘No Shelter‘ dat er al sprake is van een ‘schaduwtrustdienst’ als een ondernemer zelf een adres en een bestuurder voor een nieuw opgerichte rechtspersoon regelt. Wat mij betreft geeft dat aan dat de mensen van de opsporing onvoldoende kennis van de bedrijfspraktijk hebben. Het is voor ondernemingen heel gewoon om niet te werken met een trustkantoor als statutair directeur en als leverancier van domicilie (want het werkt altijd kostenverhogend). Het zou beter zijn als AMLC, zonder gedoe over ‘schaduwtrust’, energie zou steken in het zoeken naar de kenmerken van malafide rechtspersonen en naar manieren om dienstverleners te helpen bij het voorkomen van criminele betrokkenheid.

AMLC zegt succes te hebben geboekt met het opsporen van risicovolle adressen voor schaduwtrustdiensten. Ik ben benieuwd hoe die risicovolle adressen zijn geselecteerd en op welke manier men de 30% vermoedelijke illegale trustdienstverlening heeft vastgesteld. Het zou me niets verbazen als er veel gewone criminele bv’tjes tussen zitten.

Facilitatoren
Het bericht wordt interessanter als de auteurs melden dat men heeft bedacht dat het ‘schaduwtrustkantoor’ maar één van de ‘facilitators‘ van criminelen is. Het doel van het project wordt nu verbreed naar alle dienstverleners in het bedrijfsleven die bewust of onbewust diensten aan criminelen leveren: accountants, accountants, administratiekantoren, advocaten, banken, belastingadviseurs, domicilieverleners, notarissen en trustkantoren. Oftewel: men gaat zich verdiepen in de belangrijkste groep van Wwft-plichtigen buiten de banken.

Tip voor het AMLC: juist omdat deze dienstverleners onbewust en bewust diensten aan criminelen kunnen verlenen zijn ze Wwft- en Wtt2018-plichtig (waarvan overigens de vraag is hoeveel zin het heeft). Het is niet verstandig deze dienstverleners te onderzoeken, beter is om na te gaan hoe juridische systemen en praktische systemen beter ingericht kunnen worden om betrokkenheid bij criminaliteit te voorkomen.

Het project No Shelter lijkt mij weggegooid geld.

De plannen van AMLC getuigen van een simplistisch witwasbestrijdingsdenken gebaseerd op onvoldoende kennis over de private sector. Zo staat op de AMLC-site een artikel van Crijns van voorjaar 2019, dat over juristen gaat en een groot aantal ernstige fouten bevat, onder meer inzake de voor juristen respectievelijk advocaten geldende gedragsregels. AMLC is daar op geattendeerd en laat het artikel toch staan. Dat geeft te denken over de kwaliteit.

Ik blijf roepen in de woestijn.

Tags: ,
25 september 2020

Trustkantoren in het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen | Wwft, Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag werd het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen aangekondigd, lees dit op mijn algemene blog. Over trustkantoren staat het volgende in het nieuwsbericht van de rijksoverheid:

Verder worden in dit wetsvoorstel maatregelen getroffen om de integriteit van de trustsector te waarborgen. De afgelopen jaren is gebleken dat de wetgeving in deze sector nog niet volledig wordt nageleefd en er integriteitsrisico’s blijven bestaan. Dienstverlening waaraan bijzonder hoge integriteitsrisico’s zijn verbonden, wordt daarom verboden. Dit betekent dat er een verbod komt op dienstverlening waarbij derde-hoog risicolanden of op belastinggebied non-coöperatieve landen betrokken zijn en dat het aanbieden van doorstroomvennootschappen wordt verboden.

15 september 2020

Het trustkantoor en het rechtspersonenrecht

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Hoe belangrijk het is dat trustkantoren hun rol als statutair bestuurder serieus nemen, blijkt uit een groot aantal rechterlijke uitspraken, ook weer uit een recente uitspraak van Gerechtshof Amsterdam. In de uitspraak gewezen in een Cancun-zaak, waarbij een trustkantoor betrokken was werd het trustkantoor beschuldigd van onbehoorlijk bestuur. De vorderingen van de wederpartij waren door de rechtbank afgewezen, die het opnieuw probeerde in hoger beroep, maar ook daar mislukte de procedure.

Het hof gaf in overweging 3.9. aan dat voor het trustkantoor (Equity Trust) de normale principes van het rechtspersonenrecht gelden:

3.9. Het hof stelt voorop dat bij interne bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 (oud) BW, waarbij – zoals hier, gelet op de inhoud van de verwijten van Cancun II aan Equity Trust – de algemene gang van zaken aan de orde is, geldt dat indien het bestuur of een bestuur-der door de vennootschap vanwege zijn taakvervulling een ernstig verwijt te maken valt, álle bestuurders (collectief) jegens haar aansprakelijk zijn wegens onbehoorlijk bestuur, behoudens individuele disculpatie. Of sprake is van een ernstig verwijt dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Het bestuur alsmede elke bestuurder is gehouden om zich te richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming en om zorgvuldigheid te betrachten jegens al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken, ongeacht op wiens voordracht een bestuurder is benoemd. De omstandigheid dat Equity Trust een trustkantoor is, maakt in beginsel niet dat aan haar taakuitoefening lichtere of andere eisen dienen te worden gesteld.
Het oordeel van de Ondernemingskamer dat sprake is geweest van wanbeleid brengt voorts niet zonder meer mee dat Equity Trust aansprakelijk is jegens Cancun II ex artikel 2:9 (oud) BW (of uit hoofde van de managementovereenkomst) of dat dit voorshands moet worden aangenomen. Dit wordt niet anders doordat de Ondernemingskamer Equity Trust en haar medebestuurders op de voet van artikel 2:354 BW in de kosten van het onderzoek heeft veroordeeld. (…)

Vervolgens bespreekt het hof de feiten en komt het tot de conclusie dat geen sprake is van een ernstig verwijt of schending van de managementovereenkomst.

4 september 2020

Mag een bank het cliëntenonderzoek naar een accountant, belastingadviseur of notaris verleggen? | Wwft

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Lezers van dit blog attendeer ik op het bericht Mag een bank het cliëntenonderzoek naar een accountant, belastingadviseur of notaris verleggen? dat ik op het ondernemingsrechtweblog publiceerde.

Tags:
4 september 2020

Opinie: poortwachters en DNB moeten samen optrekken tegen witwaspraktijken | Wwft

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag verscheen in het FD de opinie van Michiel Dill van Clavis onder de titel “Poortwachters en DNB moeten samen optrekken tegen witwaspraktijken“. Dill toont begrip voor de positie van banken en bekritiseert het ontbreken van samenwerking tussen poortwachters onderling. Hij wil niet wachten op de uitkomsten van het EBA-onderzoek:

Dat de EBA nu zaken onderzoekt is goed, maar het duurt lang voordat er langs die weg een andere aanpak is geformuleerd. Het is gewenst dat de banken inclusief De Nederlandsche Bank als toezichthouder een aanpak formuleren die het hoofddoel realiseert, de economische schade stopt en het voor banken aantrekkelijker maakt om het risico te beheersen in plaats van uit te sluiten.

Helder moet zijn dat er geen enkele ruimte is voor witwassen, belastingontduiking of terrorismefinanciering. Maar daar begint het pas. Ook schadelijke activiteiten als agressieve belastingplanning moeten worden bestreden. Dat lukt alleen als poortwachters en toezichthouders samen optrekken.

3 september 2020

FD: Europese Bankenautoriteit vreest dat witwasregels doel voorbij schieten

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag is voorpaginanieuws bij het FD dat EBA zich zorgen maakt over de omgang door banken met de antiwitwasregels, lees Europese Bankenautoriteit vreest dat witwasregels doel voorbij schieten door Rutger Betlem en Johan Leupen.

De praktijk leert dat ondernemers en organisaties terughoudend zijn met het uiten van kritiek op banken, in de vrees de relatie met de banken te schaden. Gevolg daarvan is dat de banken te weinig tegenspraak krijgen. Het is belangrijk dat die tegenspraak er wel komt, zodat banken hun werkwijze kunnen verbeteren en discriminatie kunnen voorkomen. Verder is het van belang dat de overheden worden aangesproken op onvolkomenheden in de regelgeving.

Het zou goed zijn als branche-organisaties van ondernemingen dit onderwerp op hun agenda’s zouden zetten.

Ook voor consumenten is de-risking belangrijk. Zo zijn Nederlandse banken niet happig op het accepteren van mensen die belastingplichtig zijn in de Verenigde Staten en hebben banken de rekeningen opgezegd van Nederlanders die niet in de EU wonen.

Doe mee aan de consultatie!
Al eerder kondigde ik hier de consultatie van EBA over de-risking aan. Ik roep iedereen op om de ervaringen met banken bij EBA te melden. De consultatie loopt tot en met 11 september aanstaande.

20 augustus 2020

Uitspraak rechtbank Rotterdam 30 juli 2020 [2]

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De weinig opzienbarende uitspraak die ik gisteren besprak, is door het FD aangegrepen voor een mooi anti-trustkantoren verhaal onder de kop “DNB boekt belangrijke winst bij aanpak trustkantoren“. Het enige teleurstellende is dat trustkantoren nog niet zijn uitgeroeid, zo kan uit het artikel worden afgeleid, want al hebben veel trustkantoren hun vergunning ingeleverd, er zijn er nog steeds minder dan honderd, en het aantal doelvennootschappen is met een derde gedaald. Dat laatste kan ook andere oorzaken hebben, zoals het verslechterde klimaat voor ondernemingen in Nederland.

Het FD schrijft over vermoedens van fiscale fraude door de beleidsbepaler van het trustkantoor. Als een beleidsbepaler niet integer is heeft dat consequenties voor het trustkantoor, maar als zodanig kan dat bij alle bestuurders en aandeelhouders van rechtspersonen voorkomen. Het is niet uniek voor trustkantoren.

18 augustus 2020

Trustkantoor met vaste notaris | uitspraak rechtbank Rotterdam 30 juli 2020

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 30 juli jl. deed de rechtbank Rotterdam uitspraak inzake een trustkantoor dat bezwaar maakte tegen intrekking van de vergunning.

Bezwaar tegen intrekking was logischerwijs heilloos omdat het kantoor te maken kreeg met een FIOD-inval, haar fiscale verplichtingen niet nakwam en geen of of onvoldoende medewerking aan de Belastingdienst verleende. Voorts waren een aantal formele verplichtingen uit de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) niet nageleefd (*1). Dat de beschuldigingen voldoende zijn onderbouwd door DNB, is genoeg voor intrekking.

Het lijkt er op dat de fiscale troebelen het trustkantoor zelf betreffen en niet door het trustkantoor bestuurde rechtspersonen (doelvennootschappen).

Bijzondere rol notaris
De uitspraak is opmerkelijk vanwege de daarin beschreven rol van een notaris: in paragraaf 1.1 staat dat de Wtt-vergunning mede is verleend

op basis van de verklaring van [naam] dat hij nauw samenwerkt met zijn vaste notaris, die [eiseres 1] zal ondersteunen bij de identificatie en verificatie van cliënten en de ‘ultimate beneficial owners’

Ik vraag me af of de regelgeving voor notarissen wel een dergelijke nauwe verbondenheid met een trustkantoor toetstaat. En het is vreemd dat een Wtt-vergunning gebaseerd zou mogen worden op een zakelijke relatie met een notaris.

Het samenwerken met een verkeerde notaris, wordt door DNB als afzonderlijk gebrek verweten, aldus paragraaf 5.3 sub 8) van de uitspraak. Waarom een dergelijke samenwerking in strijd is met de Wtt en/of de Rib, is mij een raadsel. Mij lijkt dat het niet correct identificeren/verifiëren en niet-naleving van andere op de Wtt gebaseerde gebaseerde verplichtingen klachtwaardig zijn, respectievelijk reden kunnen zijn voor intrekking van een vergunning. De keuze van een ‘foute’ leverancier lijkt me meer een omstandigheid te zijn die wijst op niet naleving van Wtt-verplichtingen.

 

(*1) SIRA en procedurehandboek voldeden niet aan de eisen, compliancefunctie voldeed niet aan de eisen, auditfunctie was niet ingevuld, “Onvoldoende is gewaarborgd dat adequaat voortdurend cliëntonderzoek en adequate transactiemonitoring plaatsvindt” (niet duidelijk is waarom niet) en wijzigingen in antecedenten waren niet (tijdig) gemeld.

(*2) De notaris is later geschorst, zie laatste alinea paragraaf 2.1.1. en paragraaf 5.3 sub 8).

 


Aanvulling 4 september 2020
Dat een strafrechtelijke veroordeling niet hoeft te worden afgewacht volgt ook uit de uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 19 mei 2004, die pas op 9 juli jl. werd gepubliceerd.

Tags:
12 augustus 2020

De-risking door banken [2]

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Eerder meldde ik de FD-artikelen over opzegging door banken van bankrekeningen. Inmiddels verschenen in dezelfde krant:

10 augustus 2020

De-risking door banken

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De de-risking praktijken van banken hebben de voorpagina van het FD gehaald: Witwascontroles monden uit in juridische strijd om bankrekening. Een tweede artikel in hetzelfde nummer heeft als kop: Saunaclub tot opticien vecht gesloten bankrekening aan.

Intussen wordt geroepen door fatsoensrakkers dat de koppen van de managers van de grootbanken figuurlijk moeten worden afgehakt, een onzorgvuldige praktijk waartegen het FD waarschuwt in het commentaar Hoofd koel houden in witwaszaak ABN Amro.

Laten we hopen dat het gezond verstand terugkeert in de witwasbestrijding.

%d bloggers liken dit: