17 juni 2019

Consultatie van gewijzigde beleidsregel geschiktheid

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

AFM en DNB houden een consultatie over de beleidsregel inzake geschiktheid.

De door AFM geplaatste aankondiging volgt hier onder.

Consultatie van gewijzigde beleidsregel geschiktheid
14 juni 2019

Marktpartijen kunnen tot 1 september 2019 reageren op wijzigingen van de Beleidsregel geschiktheid 2012. Deze beleidsregel beschrijft het kader dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) gebruiken bij de geschiktheidstoetsingen van beleidsbepalers in de financiële sector.
De AFM en DNB gaan de beleidsregel wijzigen op basis van aanpassingen in nationale en Europese wet- en regelgeving. Afgelopen tijd zijn door de toezichthouders de relevante wijzigingen geïnventariseerd en verwerkt in de beleidsregel. Nu worden marktpartijen uitgenodigd te reageren op de voorgenomen wijzigingen.

Wat wordt geconsulteerd?
Er worden twee documenten geconsulteerd door de AFM en DNB. Dit zijn:
• Het Concept Besluit 2019 tot wijziging van de beleidsregel geschiktheid 2012. Dit betreft een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van de beleidsregel en een toelichting op de wijzigingen.
• Het concept van de aangepaste tekst van de beleidsregel, inclusief toelichting. In dit document is voor de duidelijkheid de toegevoegde tekst geel gearceerd en de geschrapte tekst grijs doorgehaald.

Reageren met reactieformulier
Om uw reactie zo goed mogelijk te kunnen behandelen, vragen wij partijen gebruik te maken van een reactieformulier. De reacties op de beleidsregel worden verwerkt in een gezamenlijk feedbackstatement. Dit feedbackstatement wordt na afloop van de consultatie openbaar gemaakt. Zo wordt zichtbaar wat er met de reacties uit de consultatie is gedaan.

Stuur reactie vóór 1 september
De consultatie loopt tot 1 september 2019. Partijen kunnen hun reactieformulier en eventuele vragen sturen naar de AFM via consultatie_beleidsr@afm.nl of DNB via consultatie@dnb.nl. Het is niet nodig uw reactie aan beide toezichthouders te sturen.

Vervolg
Naar aanleiding van de reacties op deze consultatie worden de beleidsregel en de toelichting hierop waar nodig aangepast. De definitieve versie wordt gepubliceerd in de Staatscourant en, samen met het feedbackstatement, op de websites van de AFM en DNB. Naar verwachting wordt de beleidsregel eind 2019 gepubliceerd. De aangepaste beleidsregel is vanaf dat moment van kracht.

 


Aanvulling 18 juni 2019
DNB publiceerde de aankondiging op deze pagina. Het reactieformulier van DNB is hier te vinden.

4 juni 2019

Banken weigeren ongemotiveerd diensten aan trustkantoren | oproep

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Van verschillende kanten hoor ik dat het voor zowel het trustkantoor zelf als voor diens doelvennootschappen onmogelijk is geworden om bij een Nederlandse bank bankrekeningen te openen. De betreffende trustkantoren en hun doelvennootschappen worden door banken zonder enige motivering weggestuurd en op gemotiveerde bezwaren wordt door de banken niet inhoudelijk gereageerd. Dit betekent dat de banken handelen in strijd met hun maatschappelijke verplichting om te waarborgen dat iedere Nederlandse (rechts)persoon over een bankrekening kan beschikken.

Juridisch: rechtspraak, uitingen overheid
Uit de rechtspraak blijkt dat het aan de bank is om gemotiveerd aan te tonen op welke gronden het zwaarwegende belang van de cliënt dient te wijken voor het belang van de bank. Een bank kan niet volstaan met haar algemene beleidsopvatting dat het enkele feit dat een cliënt een coffeeshop, trustkantoor, doelvennootschap en dergelijke exploiteert reeds tot een aantasting van de integriteit of de reputatie van de bank leidt of tot andere risico’s oplevert. De bank moet aannemelijk maken dat deze risico’s zich in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk voordoen, zie onder meer het artikel van W.M. Schonewille, ‘Opzegging door banken van overeenkomsten met vermogensbeheerders en trustkantoren’, TOP 2018/4.

Door de Nederlandse overheid is meerdere malen gezegd dat alle nette ondernemingen een bankrekening in Nederland behoren te krijgen. Zie in dit verband onder meer “Buitenlandse bedrijven krijgen makkelijker bankrekening in Nederland“, FD 20 mei jl.

Oproep
Graag hoor ik van trustkantoren wat hun ervaringen met Nederlandse banken zijn, of zij (en hun doelvennootschappen) zonder goede motivering door banken worden weggestuurd en of de banken serieus ingaan op bezwaren. Verder kan worden overwogen gezamenlijk op te trekken, bijvoorbeeld door een klacht over het bancaire optreden in te dienen bij een geschikte instantie of andere handelingen.

 

NB Uiteraard worden alle door mij ontvangen gegevens vertrouwelijk behandeld en zonder toestemming van de verstrekker niet aan derden verschaft.

17 mei 2019

EU sanctions legislation extended to cyberattacks

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

According to a press release of today the European Council has agreed on extention of the sanctions regime to cyber-attacks. Just like in the existing sanctions, measures include asset freezing and travelling bans.

The press release:

Cyber-attacks: Council is now able to impose sanctions
The EU and its member states are getting ready to be more resistant and to respond to cyber-attacks.
On 17 May 2019, the Council established a framework which allows the EU to impose targeted restrictive measures to deter and respond to cyber-attacks which constitute an external threat to the EU or its member states, including cyber-attacks against third States or international organisations where restricted measures are considered necessary to achieve the objectives of the Common Foreign and Security Policy (CFSP).

Cyber-attacks falling within the scope of this new sanctions regime are those which have significant impact and which:
• originate or are carried out from outside the EU or
• use infrastructure outside the EU or
• are carried out by persons or entities established or operating outside the EU or
• are carried out with the support of person or entities operating outside the EU.

Attempted cyber-attacks with a potentially significant effect are also covered by this sanctions regime.
More specifically, this framework allows the EU for the first time to impose sanctions on persons or entities that are responsible for cyber-attacks or attempted cyber-attacks, who provide financial, technical or material support for such attacks or who are involved in other ways. Sanctions may also be imposed on persons or entities associated with them.
Restrictive measures include a ban on persons travelling to the EU, and an asset freeze on persons and entities. In addition, EU persons and entities are forbidden from making funds available to those listed.

Background
The EU recognises that cyberspace offers significant opportunities, but also presents continuously evolving challenges. It is concerned at the rise of malicious behaviour in cyberspace that aims at undermining the EU’s integrity, security and economic competitiveness, with the eventual risk of conflict.
On 19 June 2017 the Council adopted a framework, the cyber diplomacy toolbox, which helps improve cooperation, prevent conflict, mitigate potential cyber threats as well as deter and influence the behaviour of potential aggressors. This was in response to growing concern at the increased ability and willingness of state and non-state actors to undertake malicious cyber activities.
On 16 April 2018, the Council adopted conclusions on malicious cyber activities which underlined the importance of a global, open, free, stable and secure cyberspace, and expressed concern about the activity of malicious actors.
On 28 June 2018 and 18 October 2018 the European Council called for work on the capacity to respond to and deter cyber-attacks to be taken forward.
On 12 April 2019, the High Representative issued a declaration on behalf of the EU stressing the need to respect the rules-based order in cyberspace, urging actors to stop undertaking malicious cyber activities including the theft of intellectual property, and calling on all partners to strengthen international cooperation to promote security and stability in cyberspace.
The EU remains committed to keeping cyberspace open, stable and secure and reiterates its attachment to the settlement of international disputes in cyberspace by peaceful means. In this context, all of the EU’s diplomatic efforts should aim as a matter of priority to promote security and stability in cyberspace through increased international cooperation, and reduce the risk of misperception, escalation and conflict that may stem from Information and Communications Technologies (ICT) incidents.

 

2 mei 2019

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heeft DNB de nieuwsbrief voor trustkantoren verspreid.

Onderwerpen:

23 april 2019

Trustkantoor scheert langs de rand van de afgrond

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Trustkantoor TMF scheerde langs de rand van de afgrond in een zaak waarin op 30 maart jl. door de Hoge Raad uitspraak is gedaan. In deze zaak werd TMF niet verantwoordelijk geacht voor niet-naleving door een medebestuurder van de entiteit van de Nederlandse toezichtwetgeving. In paragraaf 3.5.2 overweegt de Hoge Raad dat onder omstandigheden het houden van onvoldoende toezicht op de uitoefening van een taak persoonlijke aansprakelijkheid met zich kan meebrengen, maar dat dit in de behandelde casus niet aan de orde is:

3.5.2 Op zichzelf is juist dat ook het houden van onvoldoende toezicht op de uitoefening van een taak door een medebestuurder onder omstandigheden persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder kan meebrengen. Het hof heeft dit evenwel niet miskend. Het heeft het daarop betrekking hebbende verwijt van [eisers] immers onderzocht en is tot het oordeel gekomen dat [eisers] geen feiten en omstandigheden hebben gesteld waaruit blijkt dat TMF Management heeft geweten of redelijkerwijs heeft behoren te weten (waarmee het hof kennelijk heeft bedoeld: wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen) dat [betrokkene 2] c.s. in strijd met de Nederlandse regelgeving hebben gehandeld (rov. 3.6.4). Het heeft daarbij in aanmerking genomen dat de vestiging van TMF Management op de British Virgin Islands en de omstandigheid dat de bedrijfsvoering van TMF Management bestond uit het verlenen van management- en administratieve services, belangrijke redenen zijn geweest om TMF Management ten behoeve van de op die eilanden gevestigde vennootschappen in te zetten, en dat ook niet is gebleken dat zij andere dan – kort gezegd – administratieve werkzaamheden heeft verricht. Het oordeel dat TMF Management onder die omstandigheden niet persoonlijk een ernstig verwijt ervan kan worden gemaakt dat zij niet actief erop heeft toegezien dat de vennootschappen de art. 3 en 7 (oud) Wte 1995 naleefden, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

 

Het maakt voor bestuursverantwoordelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid niet uit of de bestuurder een trustkantoor is. Uiteraard kan de taakverdeling tussen bestuurders worden meegewogen, maar complete onoplettendheid hoort gesanctioneerd te worden.

Ik blijf vinden dat de politiek en DNB te weinig aandacht geven aan de bestuursrol van trustkantoren respectievelijk de personen die door hen worden ingezet, zie daar over een eerder artikel.

16 april 2019

FATF-RBA Guidance for Trust and Company Service Providers

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 25 februari 2019 kondigde kondigde FATF een publieke consultatie aan over het concept voor een Risk-Based Approach (‘RBA’) Guidance for Trust and Company Service Providers.

Hoewel trustkantoren zich moeten houden aan de Wwft, die naar Europese bronnen (onder meer de bijlagen bij de 4e antiwitwasrichtlijn) verwijst, kan de guidance van FATF wel een informatiebron zijn. Onder meer kan het gebruikt worden als een nadere uitleg bij de cryptische teksten die door Europa, het Nederlandse Ministerie van Financiën en DNB worden geproduceerd.

 

Meer informatie:

    • Aankondiging FATF van 25 februari 2019.
    • Concept RBA Guidance for Trust and Company Service Providers (docx).
Tags: ,
15 maart 2019

Overleg over de Wtt 2018 | inbreng verslag van een schriftelijk overleg

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 12 maart jl. werd een Inbreng verslag van een schriftelijk overleg (2019D09418) gepubliceerd, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Financiën. De pdf versie staat hier.

De tekst volgt hierna.

2019D09418 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

De vaste commissie voor Financiën heeft op 8 maart 2019 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief van 29 januari 2019 (Kamerstuk 34 910, nr. 23) over de uitvoering van toezeggingen, gedaan tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018, en de uitvoering van motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg (Kamerstuk 34 566, nr. 11) ingediend tijdens dit laatste debat.
(…)

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavige brief van de Minister van Financiën. Zij vinden de uitspraken onder het kopje «Deskundigheid complianceofficer» uiterst onbevredigend.
Het punt dat de woordvoerder van de VVD-fractie tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel maakte, was het volgende. Trustkantoren worden op grond van de nieuwe Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gedwongen een interne compliance officer aan te stellen. De rationale daarvan ontgaat de leden van de VVD-fractie. Externe compliance dienstverleners zijn doorgaans deskundiger en onafhankelijker dan interne. Dat geldt des te sterker bij kleine trustkantoren. De nieuwe bepaling in de Wtt lijkt ingegeven te zijn door één malafide, inmiddels niet meer bestaande dienstverlener, die vele trustkantoren bediende. Dat probleem is te ondervangen door het stellen van deskundigheidseisen aan de externe dienstverlener. De leden van de VVD-fractie lezen nu dat slechts gesproken is over de deskundigheid van de interne compliance officer. Dat gaat voorbij aan de strekking van de inbreng bij de wetsbehandeling. Deze leden vragen de Minister een wetswijziging op dit punt voor te bereiden en dat nog dit kalenderjaar in te dienen bij de Raad van State.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de motie Omtzigt/Van Weyenberg [1] over de trustsector. Deze leden merken op dat het dictum van de aangenomen motie over domicilieverlening luidt: «verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren».
Er had dus in maart een onderzoek moeten liggen naar de mogelijkheden om de domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken.
De regering stelt nu voor om ergens in 2020 te rapporteren, meer dan anderhalf jaar na aanname van de motie. Dat is in de ogen van de CDA-fractie echt te laat. De discussie over belastingontwijking en de rol van de trustsector daarin is niet nieuw. Dan gaat het niet om administratieve dienstverlening door de trustsector, maar door die diensten die per definitie de substance in negatieve zin raken, zoals het verlenen van domicilie en bijvoorbeeld ook het leveren van bestuurders. Het onderzoek van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies heeft dat opnieuw bevestigd en aangegeven dat het problematisch is dat de sector geen verantwoordelijkheid draagt. Door domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken, en daardoor bijvoorbeeld beboetbaar, wordt de sector wel medeverantwoordelijk en heeft zij belang bij een goede afweging wat een vennootschap is met reële activiteiten en wat slechts een doorstroomvennootschap is.
Daarom verzoeken de leden van de CDA-fractie de regering dan ook nu binnen drie maanden over de mogelijkheden te rapporteren en dan meteen een voorstel te doen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de regering d.d. 29 januari 2019 waarin zij terugkomt op de uitvoering van een motie en enkele toezeggingen met betrekking tot de trustsector. Deze leden hebben in dit verband vragen over de toezegging om te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en over het voorlopige antwoord van de regering inzake de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt/Van Weyenberg [2].
De leden van de D66-fractie constateren dat de regering tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 had toegezegd te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en de samenloop van onwenselijke belangen kan voorkomen. In de voornoemde brief lezen deze leden dat de regering met De Nederlandsche Bank (DNB) tot de conclusie is gekomen dat de combinatie van het verlenen van bank- en trustdiensten niet of nauwelijks een risico op belangenverstrengeling bij het verrichten van onafhankelijk cliëntenonderzoek oplevert. De leden van de D66-fractie vernemen in de brief niets over de poortwachtersfunctie. Deze leden zijn van mening dat een bank en trustkantoor beide een poortwachtersfunctie vervullen. Wordt die functie door dezelfde partij vervuld, dan is er eenvoudigweg één poortwachter minder. Uit het recente witwasschandaal bij ING blijkt eens te meer dat een extra slot op de deur geen overbodige luxe is. Thans komt de combinatie van bank- en trustdiensten in Nederland nog weinig voor. Het is, mede gelet op de opkomst van FinTech, echter aannemelijk dat dit in de toekomst zal veranderen. Heeft de regering expliciet bekeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de gehele poortwachtersfunctie zou kunnen versterken? Zo nee, is de regering alsnog bereid dit te doen?
De leden van de D66-fractie hebben tevens een vraag over het voorlopige antwoord van de regering betreffende de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg [3], die verzoekt om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een half jaar aan de Kamer te rapporteren. Deze leden lezen dat de Minister dit onderzoek wil betrekken bij de eerste rapportage over de Wet toezicht trustkantoren 2018. Wanneer wordt deze rapportage naar de Kamer gezonden? In hoeverre verwacht de regering dat de aanbieding van de genoemde trustdiensten een ander karakter zal hebben dan voor implementatie van deze wet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de moties naar aanleiding van de Wet toezicht trustkantoren 2018. Zij hebben nog enkele vragen aan de Minister over zijn brief.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister aangeeft de wenselijkheid van het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt onderzocht te hebben, en concludeert dat hij op dit moment geen grote risico’s ziet voor het combineren van deze twee diensten. Graag wijzen deze leden de Minister op het nieuws van deze week, waarbij opnieuw grote Europese banken betrokken blijken te zijn in het witwassen van Russische miljarden, zonder een werkend controlemechanisme te hebben gehad op de oorsprong van dit geld. Onlangs werd bekend dat ook ING betrokken zou zijn, de bank die onlangs de grootste schikking uit de Nederlandse geschiedenis moest betalen vanwege het op grote schaal faciliteren van witwassen van illegaal geld. Hoe kan de Minister in dit licht stellen dat het bieden van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt geen gevaar voor belangenverstrengeling oplevert?
Wat adviseert Holland Queastor met betrekking tot het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt, vragen de leden van de SP-fractie.
De aanvullende eisen ten aanzien van de deskundigheid van de compliance officer hebben in de visie van de leden van de SP-fractie een hoog kosmetisch gehalte. In een eerdere rapportage stelde DNB dat de inherent hogere integriteitsrisico’s onvoldoende worden beheerst, niet alleen omdat de wet onvoldoende wordt nageleefd, maar ook omdat deze wet alleen naar de letter ervan «mechanisch wordt toegepast». In hoeverre denkt de Minister, in dit licht, dat de aanvullende eisen aan de sector niet op dezelfde manier mechanisch zullen worden toegepast? Deelt de Minister de mening van de leden van de SP-fractie dat er meer effectieve manieren zijn om de doorstroom van illegaal geld via de trustsector tegen te gaan?
De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat de eerste rapportage over de effecten van de Wtt 2018 tot 2020 op zich laat wachten. Deze leden vragen de Minister of de Kamer, wanneer grove misstanden worden geconstateerd met betrekking tot de naleving ervan, wel wordt geïnformeerd. Kan de Minister dit toezeggen?
De leden van de SP-fractie betreuren het dat de motie Omtzigt/Van Weyenberg [4], welke Kamerbreed is aangenomen, niet wordt uitgevoerd. Zij vragen de regering dit alsnog te doen. Kan de Minister hierop reageren?
De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het verdienmodel van de trustsector juist zit in het laten doorstromen van zoveel mogelijk financiële middelen door Nederland, en dat interne controle hierop afbreuk doet aan het verdienmodel. Hoe kan de Minister erop vertrouwen dat trustkantoren, wiens verdienmodel in belangrijke mate bestaat uit het opzetten van belastingbesparende constructies, hetgeen indruist tegen het maatschappelijk belang, op zichzelf toezicht kunnen houden, als dit lijnrecht ingaat tegen de belangen van de aandeelhouders van deze kantoren?
Nederland komt internationaal steeds meer onder druk te staan als belastingparadijs, merken de leden van de SP-fractie op. Deelt de Minister de mening van deze leden dat we deze reputatie niet moeten willen hebben, en bovendien schadelijk is voor andere delen van onze economie? Blijft de Minister, na al deze schandalen, van mening dat de trustsector iets wezenlijks toevoegt aan onze economie? Of er meer aan toevoegt, dan het er afbreuk aan doet?
Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat zelfregulering van de sector tegen het verdienmodel van de sector in gaat? Deelt de Minister de constatering van de SP-fractie dat manieren om toezicht aan te scherpen vrij eenvoudig door de sector omzeild kunnen worden? Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat het verscherpte toezicht op de trustkantoren, in de bovenstaande context hooguit cosmetisch zijn zolang de legitimiteit van hun verdienmodel niet ter discussie wordt gesteld in dit debat?

________________________________________

1 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
2 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
3 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
4 Kamerstuk 34 566, nr. 11.

14 maart 2019

DNB houdt consultatie fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren en ander nieuws voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 28 februari jl. bracht DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.

Berichten:

8 februari 2019

NVVTK sponsort het Compliance Platform Trustkantoren

door Compliance Platform Trustkantoren

De Nederlandse Vereniging van Trustkantoren (NVVTK) is bereid gevonden om met ingang van 1 januari 2019 deze website te sponsoren, waarvoor wij de vereniging danken.

Wij bevelen de vereniging aan in de aandacht van allen die zijn verbonden aan trustkantoren. Meer informatie over de NVVTK is op haar site te vinden.

Tags:
30 januari 2019

Uitvoering toezeggingen en motie trustsector | kamerbrief

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 29 januari jl. verscheen de kamerbrief (lees aankondiging) “Uitvoering toezeggingen en motie trustsector“. In deze brief (pdf) gaat de Minister van Financiën in op de uitvoering van toezeggingen tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018.

Uit de brief blijkt dat de combinatie bankdiensten en trustdiensten geen probleem hoeft op te leveren. Er wordt een opmerking gemaakt over de compliancemedewerker van trustkantoren. Er wordt melding gemaakt van de periodieke rapportages inzake de trustkantorensector.

Tot slot wordt gezegd dat er nog onderzoek plaats vindt naar de vraag of het trustkantoren verboden moet worden domicilie te verlenen aan doorstroomvennootschappen en ‘brievenbusmaatschappijen‘ (ik heb geen idee wat met het laatste wordt bedoeld).

%d bloggers liken dit: