9 augustus 2018

Het huidige denken over toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Advocaten M.T. van der Wulp en P.C. Verloop vatten in het artikel “Poortwachters en facilitators in de Nederlandse trustsector” het huidige denken van het ministerie van financiën en DNB met betrekking tot toezicht op trustkantoren mooi samen en plaatsen dit in historisch perspectief.
Wel is jammer dat het toezicht op trustkantoren niet in een breder perspectief wordt geplaatst. Zo mis ik de ontwikkelingen met betrekking tot de witwasbestrijding in het algemeen, te weten de 4e en 5e Europese antiwitwasrichtlijnen en de daaruit voortvloeiende regelgeving. Verder ontbreekt reflectie op het feit dat de rol van het trustkantoor meestal die van statutair bestuurder van de doelvennootschap is (met als nevendienst domicilieverlening). Afzonderlijke domicilieverlening komt – althans zo hoor ik van trustkantoren – weinig voor. Statutair bestuurders hebben op grond van het rechtspersonenrecht belangrijke verantwoordelijkheden en kunnen zich niet als dienstbare opdrachtnemer opstellen. Die bredere blik zou ook nuttig zijn bij het ministerie van financiën.

1 augustus 2018

Consultatiereacties ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Eerde meldde ik de start van de consultatie inzake het ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018 en het opmerkelijke voorstel om door middel van een algemene maatregel van bestuur alle gevolmachtigden tot trustkantoor te bestempelen.

Inmiddels is de consultatie gesloten. Er zijn vier openbare reacties, een reactie van A. Zoutendijk, een reactie van trustkantoren brancheorganisatie Holland Questor (HQ) en tot slot een reactie van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en één korte van mij op het volmacht-voorstel.

Volmacht
NOB en HQ besteden aandacht aan het idee om volmacht als trustdienst te bestempelen, waarbij HQ een voorstander er van is om de algemene volmacht onder de Wet toezicht trustkantoren te brengen.

Dat is wat mij betreft eveneens een zeer slecht idee en hoort sowieso niet in een algemene maatregel van bestuur thuis. Voorts hoort op gedetailleerde wijze te worden onderbouwd waarom een privaatrechtelijk concept met brede werking in het contractenrecht op een dergelijke manier het financiële recht ingetrokken moet worden. Mij lijkt dat hier op zijn minst een goede analyse door privaatrechtelijke deskundigen aan vooraf hoort te gaan.

Nominee shareholder
De reactie van HQ bevat een opmerkelijk onderdeel. HQ meent dat bij Nederlandse kapitaalvennootschappen de ‘nominee shareholder‘ (een Angelsaksisch fenomeen) zou voorkomen en dat gewenst is deze dienst als trustdienst aan te wijzen. Zelf ben ik in mijn Nederlandse praktijk nog geen nominee shareholder tegen gekomen (maar uiteraard zie ik niet alles). De Wtt kent wel de ‘doorstroomvennootschap’, maar dat bedoelt HQ waarschijnlijk niet. De roep van HQ om het leveren van een nominee shareholder als trustdienst te bestempelen begrijp ik niet.

Beleidsbepaler en bestuurder
Al eerder signaleerde ik dat in het financiële recht slordig wordt omgegaan met het begrip ‘beleidsbepaler’ en dat de verhouding tussen beleidsbepaler en statutair bestuurder niet correct wordt uitgewerkt. HQ schrijft in haar reactie ook over dat onderwerp:

E. Functiescheiding – Twee beleidsbepalers/ twee bestuurders?
In artikel 11 van de Wtt18 wordt de eis geformuleerd dat tenminste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen van een trustkantoor. In artikel 8, eerste lid, onderdelen a en b, Wtt18, wordt een onderscheid gemaakt tussen bestuurders en commissarissen enerzijds en beleidsbepalers en mede-beleidsbepalers anderzijds. Artikel 19, vierde lid, van het ontwerpbesluit, spreekt echter van twee verschillende bestuurders. Hierdoor lijkt via een achterdeur alsnog te worden geëist dat de twee beleidsbepalers ook bestuurder zijn. Is dit beoogd? HQ stelt voor om in artikel 19, vierde lid, van het ontwerpbesluit, het woord “bestuurders” te vervangen door “beleidsbepalers”. Of heeft de wetgever hier bewust de woorden “bestuurders” genoemd, bijvoorbeeld om te voorkomen dat het bestuur van een trustkantoor de verantwoordelijkheid over de compliancefunctie en de auditfunctie toebedeelt tot het (takenpakket van) één bestuurder (op grond van art. 2:9 BW)? Het zou de wetgever sieren helderheid te verschaffen over haar bedoeling achter het huidige artikel 19 lid 4 Btt 2018. HQ denkt graag mee indien gewenst.

Dit artikel staat ook op mijn algemene weblog.

27 juli 2018

Fiscale fabeltjes

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Follow the Money is een liefhebber van financiële criminaliteit. De interesse van hun journalisten gaat in dat verband ook uit naar doelvennootschappen van trustkantoren, die in dit artikel van Arno Wellens als ‘kamerplantbedrijven’ worden gepresenteerd.

In het artikel wordt de Nederlandse overheid beschuldigd van nalatigheid. Zo wordt beweerd dat de privacy van criminelen wordt beschermd, zij fiscaal zouden worden gefaciliteerd en de sanctieregelgeving niet zou worden nageleefd.

Asset protection
Ik weet niets van de Rus waarover dit sappige artikel gaat of over de feiten. Wat ik wel weet is dat Oosteuropeanen vaak in Nederland zitten wegens iets dat ‘asset protection’ heet, dus niet om fiscale redenen. Het zou me daarom niets verbazen als het relaas van Wellens over door hem vermoede fiscale voordelen onjuist is. Het substance verhaal dat Wellens houdt, slaat dan nergens op. Wat asset protection inhoudt is niet moeilijk te achterhalen. Uit het artikel blijkt niet dat de auteur zich hier in heeft verdiept en dit heeft uitgesloten, en ook niet dat hij heeft vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake was van fiscale oogmerken.

Bevriezing
Ook het sanctieregelgevingsverhaal is te gemakkelijk. Als de betrokken Rus op de Europese sanctielijst is geplaatst, nádat hij statutair directeur van de Nederlandse entiteit is geworden, krijg je hem niet zo maar weg als directeur. Plaatsing op een sanctielijst betekent, anders dan de auteur van het artikel denkt, niet dat je geen directeur van een Nederlandse vennootschap kunt zijn. Het kan wel betekenen dat de structuur waar de ‘geliste’ persoon in zit ‘bevriest’, dat er niets meer kan gebeuren. Uit het artikel blijkt niet dat de auteur zich hier in verdiept.

Overigens zal het niet gemakkelijk zijn om ‘uit de verte’ directeur te zijn.

Privacy
Over privacy staat in het artikel niet meer dan een citaat van een parlementslid die spreekt over het basisprincipe van belastingheffing: de vertrouwelijkheid van de persoonsgegevens van belastingplichtigen. Met vervolgens de onzintekst “Die privacybescherming dekt kennelijk ook bezitters van bedrijven met lege brievenbussen en kapitaal van dubieuze herkomst“. De auteur is kennelijk niet op de hoogte van de intensieve gegevensuitwisseling die tussen allerlei Nederlandse bestuursorganen en overheidsinstellingen plaats vindt. Ook de verplichting van trustkantoren om melding van ongebruikelijke transacties te doen en (wellicht via de bank) tegoeden te ‘bevriezen’ lijkt onbekend.

De geheimhoudingsverplichting heeft tot gevolg dat de media die vertrouwelijke informatie niet krijgt. Het is de vraag of dat erg is.

Tot slot
De Nederlandse overheid moet het spel spelen volgens de spelregels, spelregels waar de auteur van het artikel kennelijk geen belangstelling voor heeft.

Een dergelijke desinteresse leidt tot gemakkelijke conclusies als
de Amsterdamse Zuidas als een soort Wilde Westen, waar de optredende overheid afwezig is en
Als zelfs … zich niet aan de regels hoeft te houden in belastingparadijs Nederland, wie dan nog wel?

Dat noem ik luie journalistiek.

PS 1 Ook reguliere ondernemingen hebben houdstermaatschappijen. Het kamerplantbedrijven gedoe is flauwekul.
PS 2 Uiteraard ben ik tegen criminaliteit. Maar dat betekent niet dat de overheid zich niet aan bepaalde spelregels moet houden.

Dit artikel heb ik ook geplaatst op mijn algemene weblog.

10 juli 2018

Wtt 2018 aangenomen door de tweede kamer

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 5 juli jl. heeft de tweede kamer het voorstel voor de nieuwe Wet toezicht trustkantoren aangenomen. Het wetsvoorstel zoals aan de eerste kamer is voorgelegd, is hier te vinden. Het wetgevingsdossier op overheid.nl kan op deze locatie geraadpleegd worden. De bedoeling is dat nieuwe wet op 1 januari 2018 in werking treedt.

Intussen loopt nog de internetconsultatie over het uitvoeringsbesluit.

Naar ik begreep is er een motie over het begrip ‘maatschappelijke betamelijkheid‘ aangenomen.

Tags:
26 juni 2018

Tijdbom onder volmacht: gevolmachtigden worden trustkantoor | Besluit toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het ministerie van financiën legde vandaag een tijdbom onder het privaatrechtelijke concept van volmachtverlening. Op grond van het ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018 dat vandaag ter consultatie is bekend gemaakt, wordt iedereen die op grond van een volmacht een ander vertegenwoordigt gebracht onder de doelgroep van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018).

In het ontwerp is de volgende uitbreiding van de reikwijdte van de Wtt 2018 ( ‘de wet’) opgenomen:

Artikel 2. Aanvullende trustdienst
In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die een rechtspersoon of vennootschap kan binden in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

De toelichting op dit bizarre voorstel luidt als volgt:

2. Aanvullende trustdienst

De regels in de Wtt 2018 en onderliggende regelgeving zijn van toepassing op trustkantoren. Op grond van de wet is sprake van een trustkantoor als een trustdienst wordt verricht. De Wtt 2018 kent vijf trustdiensten en een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur andere diensten als trustdiensten aan te wijzen. De vijf benoemde trustdiensten in de wet moeten beschouwd worden als de kern van de trustdienstverlening. Eventuele aanvullende diensten die bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld, zullen voornamelijk afgeleide diensten of aanpalende diensten zijn.

In dit besluit is geregeld dat naast de vijf diensten in de wet tevens het in opdracht kunnen binden van een rechtspersoon of vennootschap een trustdienst in de zin van de Wtt 2018 is. Deze trustdienst is nieuw in de wetgeving. De trustdienst komt inhoudelijk echter in grote mate overeen met trustdienst a: het in opdracht optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap. Die trustdienst (en daarmee de wetgeving om integriteitrisico’s te mitigeren) kan echter omzeild worden door een (rechts)persoon niet formeel als bestuurder te benoemen, maar door middel van een volmacht of anderszins een (rechts)persoon de materiële bevoegdheid te geven een rechtspersoon of vennootschap te binden. Als een (rechts)persoon bindende handelingen kan verrichten dan kan deze feitelijk optreden als bestuurder. In de praktijk is gebleken dat deze constructie regelmatig wordt toegepast. Het gaat dan om de situatie waarbij een rechtspersoon of vennootschap in Nederland wordt opgericht met buitenlandse bestuurders of vennoten. Voor het besturen van de rechtspersoon of vennootschap is vervolgens aan een persoon die goed bekend is met het Nederlandse rechtssysteem een volmacht verleend om handelingen namens de rechtspersoon of vennootschap te verrichten. In wezen verschilt deze situatie niet van het oprichten van een rechtspersoon of vennootschap in Nederland en deze laten besturen door een trustkantoor. De integriteitrisico’s verbonden aan het materieel optreden als bestuurder, zoals deze variant van dienstverlening ook wel wordt genoemd, zijn vergelijkbaar met de integriteitrisico’s verbonden aan het reeds gereguleerde formeel optreden als bestuurder. Het risico voor Nederland dat trustdienstverlening het vertrouwen in de Nederlandse financiële en juridische stelsels kan schaden kan evengoed optreden als de cliënt zelf voorziet in het formele bestuur, maar het feitelijke bestuur overdraagt aan een dienstverlener. Uit dien hoofde is het noodzakelijk de reikwijdte te verbreden om zo de belangen die het wetsvoorstel beoogd te beschermen beter te kunnen waarborgen en te eisen dat alleen een gereguleerd trustkantoor met inachtneming van de poortwachterfunctie deze dienst mag verlenen.

Het gaat hier om alle mogelijke volmacht varianten. Het is mogelijk dat een volmacht zichtbaar is in het handelsregister, maar het kan ook om een onderhandse volmacht gaan of een volmacht met beperkingen. Het doorslaggevend criterium is dat de houder van de volmacht feitelijk in staat is om de rechtspersoon te binden ten aanzien van rechtshandelingen die samenhangen met het in stand houden van de rechtspersoon of vennootschap met inbegrip van administratieve of compliance-gerichte handelingen.

Van de trustdienst in dit besluit is sprake als een rechtspersoon of natuurlijke persoon in opdracht handelingen namens een rechtspersoon of vennootschap verricht op basis van een volmacht of anderszins rechtsgeldige besluiten kan nemen. Daarmee is het op grond van de Wtt 2018 verboden om een dergelijke dienst zonder vergunning te verlenen en zijn de eisen op grond van de Wtt 2018 van toepassing op de dienstverlening. Met betrekking tot het cliëntenonderzoek bij de trustdienst uit dit besluit is geregeld dat dit gelijk is aan het cliëntenonderzoek bij trustdiensten a en b in de wet (het in opdracht zijn van bestuurder of het verlenen van domicilie in combinatie met andere diensten). Zoals hierboven aangegeven komt de trustdienst in dit besluit inhoudelijk overeen met het in opdracht zijn van bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap (trustdienst a). Het cliëntenonderzoek kan dan ook gelijkluidend zijn.

Het is hoog tijd om de ambtenaren van het ministerie van financiën bij te scholen op het gebied van het privaatrecht. Tegen betaling wil ik dat graag ter hand nemen.

Meer informatie:

Dit artikel verscheen ook op mijn algemene weblog.

25 juni 2018

Rijksoverheid waarschuwt intermediairs dat regelgeving melding fiscale constructies is ingegaan

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In een nieuwsbericht van 22 juni jl. waarschuwt de rijksoverheid dat de Europese regelgeving inzake de meldplicht voor intermediairs de facto in werking is getreden:

Intermediairs worden verplicht grensoverschrijdende constructies te gaan melden
Nieuwsbericht | 22-06-2018 | 16:23

Er wordt wetgeving voorbereid die intermediairs zoals belastingadviseurs, accountants en financiële instellingen vanaf 1 juli 2020 verplicht stelt om grensoverschrijdende constructies die gebruikt kunnen worden om belasting te ontduiken bij de Belastingdienst te melden. De informatie die vanaf dan geleverd moet worden gaat terug tot 25 juni 2018.
Dit vloeit voort uit een Europese richtlijn die in maart dit jaar is aangenomen. Vanaf 31 oktober 2020 moet de eerste informatie tussen de belastingdiensten van de Europese lidstaten onderling uitgewisseld worden.
Dit betekent een belangrijke stap in de strijd tegen belastingontwijking. Met het nieuwe waarschuwingssysteem krijgen belastingdiensten meer informatie over potentiële misbruiksituaties, zodat zij hierop ook actie kunnen ondernemen. Dit heeft ook een preventieve werking op het aantal potentieel agressieve fiscale adviezen.
De komende periode wordt de richtlijn nog in wet- en regelgeving uitgewerkt, die naar verwachting in de loop van 2019 wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Er volgt dit najaar een internetconsultatie waarmee belanghebbenden een reactie kunnen geven op de voorgenomen wetgeving.

Omdat de informatieplicht zal gaan gelden vanaf 25 juni 2018, wil het ministerie van Financiën belanghebbenden nu al op de hoogte stellen. De informatie over de periode van 25 juni tot 1 juli 2020 hoeft pas uiterlijk 31 augustus 2020 aan de Belastingdienst te worden verstrekt.
Als er vanaf 2020 een melding wordt gedaan dan betekent dit dat een belastingconstructie voor de Belastingdienst mogelijk de moeite van het verder onderzoeken waard is. Van belastingontduiking hoeft geen sprake te zijn. Als gevolg van de Europese richtlijn krijgen de belastingdiensten van alle lidstaten toegang tot een database met informatie over deze constructies, die door de Europese Commissie wordt opgericht. De Belastingdienst krijgt zo meer inzicht in welke structuren gebruikt worden en kan hierop actie ondernemen.
Het kabinet pakt belastingontwijking en ontduiking aan. Door internationale constructies die zijn opgezet om belasting te ontduiken loopt de schatkist geld mis voor voorzieningen als zorg, onderwijs en veiligheid. Het kabinet zet daarom al geruime tijd in op de aanpak van belastingontduiking. Het nieuwe systeem levert hier een belangrijke bijdrage aan, in Nederland en in Europa.

Zie de eerdere berichten over deze meldplicht: 1, 2.

20 juni 2018

Fair play

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het Openbaar Ministerie moet zich aan de principes van fair play houden, ook als het trustkantoren betreft, zo blijkt uit een artikel van twee strafrechtadvocaten, Boezelman en De Boer.

Uit de uitspraak:

Onder deze gegeven omstandigheden is het hof van oordeel dat door het instellen van strafvervolging en daarbij tot inbeslagname van de DVD met e-mails over te gaan, het Openbaar Ministerie een aan hem toekomende strafrechtelijke bevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. Het Openbaar Ministerie heeft daarmee het beginsel van zuiverheid van oogmerk, oftewel het verbod van détournement de pouvoir, met voeten getreden. Het hof rekent het Openbaar Ministerie het in ernstige mate aan dat hierdoor de rechtsbeschermingsmogelijkheden, die de wetgever met ingang van 1 juli 2011 in de AWR aan de verdachte heeft willen bieden om zijn weigering in bezwaar door de inspecteur en in (hoger) beroep door de belastingrechter te laten toetsen, volstrekt illusoir zijn geworden.

Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval derhalve sprake van een uitzonderlijke situatie waarin het instellen van strafvervolging onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde, nu het Openbaar Ministerie het verbod van détournement de pouvoir heeft overtreden. Mitsdien zal het hof, onder vernietiging van het bestreden vonnis, de sanctie van niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging uitspreken.

7 juni 2018

Domicilieverlening in België | Wet tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 1 september aanstaande treedt in België de “Wet tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen” in werking, naar aanleiding van de verplichtingen die België heeft op grond van de 4e Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4).

Het begrip dienstenverleners wordt in artikel 3 van de wet als volgt gedefinieerd:

Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° “dienstenverlener aan vennootschappen“: elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig een van de volgende diensten aan derden aanbiedt:
a) deelnemen aan de aan- of verkoop van aandelen van een vennootschap met uitzondering van deze van een beursgenoteerde vennootschap;
b) een maatschappelijke zetel aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie verschaffen;
c) een bedrijfs-, administratief of correspondentieadres en andere daarmee samenhangende diensten verschaffen aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie; (…)

Op grond van deze wet mag een dienstenverlener alleen actief zijn zover de hij is geregistreerd bij de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de FOD Economie en moet aan integriteitseisen worden voldaan, voor een rechtspersoon:

1° ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
2° een wettelijk bestuursorgaan hebben dat enkel samengesteld is uit personen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
3° een werkelijke leiding hebben die enkel uitgevoerd wordt door personen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
4° uiteindelijke begunstigden hebben die allen beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
5° zaakvoerders en bestuurders hebben die wettelijk gerechtigd zijn een beroepsactiviteit in België uit te oefenen.

Als een domiciliedienst wordt geboden, gelden extra eisen:

1° over de mogelijkheid beschikt om de gedomicilieerde personen lokalen ter beschikking te stellen met een gedeelte dat de privacy verzekert en die de organen belast met de daadwerkelijke leiding, bestuur of toezicht van de gedomicilieerde persoon toelaten regelmatig te vergaderen;
2° dat ze de lokalen rechtmatig mag gebruiken die ter beschikking worden gesteld van de gedomicilieerde persoon;
3° met de gedomicilieerde personen een overeenkomst sluit die de voorwaarden van bezetting van de lokalen vastlegt die nodig zijn voor de werking van de gedomicilieerde persoon.

Deze dienstenverleners moeten zich aan de Belgische anti-witwaswet houden.

Bij Lydian is een inleiding over deze nieuwe weet te vinden.

Meer informatie:

5 juni 2018

Bestrijding van ontduiking van Wtt-plichtige domicilieverlening | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Gisteren zijn in het kader van de parlementaire behandeling van Wtt 2018 de volgende documenten bekend gemaakt:

Nota naar aanleiding van het verslag

Opvallend in de nota naar aanleiding van het verslag (52 pagina’s) zijn onder meer:

  • De wens tot het besparen van belasting wordt als integriteitsrisico aangemerkt.
  • Trustkantoren dienen voldoende fiscale kennis in huis te hebben. Het onderscheid belastingaangifte en belastingadvies wordt besproken.
  • Trustkantoren moeten medewerking onthouden aan handelingen die als maatschappelijk onbetamelijk worden beschouwd. Wel jammer dat niemand weet wat dat is, het lijkt er op dat het hier gaat om de civielrechtelijke onrechtmatige daad, waarvan het de vraag is of dat een bruikbare compliance norm is. 
  • Het optreden als gevolmachtigde moet volgens de nota worden gelijk gesteld met het “in opdracht zijn van bestuurder”. Dit lijkt me juridisch onjuist en leidt tot een hellend vlak. 
  • De wetgever wil het ‘opknippen’ van Wtt-plichtige domicilieverlening gaan bestrijden.
  • Veel aandacht wordt gegeven aan een fenomeen dat mij bijzonder lijkt, nl. doelvennootschappen die niet bij het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven.  
  • De Angelsaksische trust blijkt voor leden van de tweede kamer een onbekend fenomeen te zijn, zodat in de nota basale uitleg nodig is. Jammer dat de kamerleden hier niet een handboekje over kunnen kopen.
  • Blijkens de nota zijn er trustkantoren die ook bankdiensten verlenen. Waarschijnlijk (maar dat blijkt niet uit de beantwoording) betreft dit het trustkantoor Citco dat gelieerd is aan de (afzonderlijke) Citco bank. Het trustkantoor verleent hier geen bankdiensten. Voor zover ik weet is dit het enige Nederlandse voorbeeld van een groep waarin zowel trust- als bankdiensten worden aangeboden.

De gegevensverstrekking in de nota naar aanleiding van het verslag over het functioneren van trustkantoren is niet op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gebaseerd (zoals overigens ook met de gegevensverstrekking inzake witwasbestrijding het geval is). Er wordt uitsluitend naar gekleurde overheidsbronnen, zoals FATF en DNB, verwezen.

Deze nota illustreert het huidige denken over toezicht, zoals ook is terug te vinden bij toezicht op andere ondernemingsactiviteiten, zoals van Wwft-plichtigen (een zeer grote groep van ondernemingen in Nederland), accountants, notarissen en advocaten.

Nota van wijziging

In de nota worden wijzigingen voorgesteld, onder meer in artikel 3, vierde lid voorstel Wtt (domicilieverlening). De voorstelde tekst luidt:

4. Het is een ieder verboden:
a. werkzaamheden te verrichten gericht op activiteiten die in strijd zijn met de verboden in het eerste tot en met derde lid; of
b. zonder vergunning op grond van deze wet werkzaamheden te verrichten gericht op zowel het ter beschikking stellen van een postadres of bezoekadres als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van trustdienst, als het verrichten van aanvullende werkzaamheden als bedoeld in dat onderdeel, ten behoeve van een en dezelfde natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap.

Hiermee wordt beoogd het ontwijken van Wtt-plichtige dienstverlening te sanctioneren. In de toelichting staat onder meer:

Verbod in verband met omzeiling trustdienst b
Artikel 3 van het wetsvoorstel regelt dat het verboden is trustdiensten te verrichten zonder een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB). Daarnaast is het op grond van het vierde lid verboden om werkzaamheden te verrichten gericht op het verlenen van trustdiensten zonder vergunning. Dat laatste verbod heeft tot doel te voorkomen dat partijen aanbieders van trustdiensten zonder vergunning aanprijzen. Dit verbod beoogt omzeiling van het wetsvoorstel te voorkomen. In aanvulling daarop is geconstateerd dat met betrekking tot trustdienst b (verlenen van domicilie en verrichten van aanvullende diensten) omzeiling van het verbod mogelijk is. Dit wordt wel het opknippen van de trustdienst genoemd. Het doel is daarbij dat een cliënt zowel een postadres of bezoekadres in Nederland krijgt en dat daarnaast een van de aanvullende diensten genoemd in onderdeel b van de definitie van trustdienst wordt verricht. Dit wordt echter niet door een en dezelfde partij gedaan, maar door verschillende aanbieders waardoor er technisch gezien geen partij is die beide elementen van trustdienst b verricht. Dit opknippen van trustdiensten wordt in de regel georganiseerd door een tussenpersoon. De cliënt richt zich tot de tussenpersoon en deze brengt de cliënt met verschillende partijen in contact om de twee elementen van trustdienst b te verrichten. Ook komt de variant voor dat een dienstverlener het opknippen organiseert, waarbij hij zelf een van de elementen verricht voor de cliënt en zorgt dat het andere element door een derde wordt verricht. In beide gevallen is materieel beoogd om trustdienst b te verrichten en zou derhalve onder het bereik van het wetsvoorstel moeten vallen. Dit gat wordt met de wijziging van artikel 3, vierde lid, gedicht.

Dit bericht is ook op mijn algemene weblog gepubliceerd.

29 mei 2018

DNB nieuwsbrief over uitbesteding, aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad en melding wijzigingen zeggenschapsstructuur

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft vandaag een nieuwsbrief uitgebracht met als onderwerpen

Over de aansprakelijkheid van het trustkantoor schreef ik al op dit blog.

%d bloggers liken dit: