Archive for ‘Vaktechniek’

25 augustus 2021

Trustkantoren en de toekomst van de misdaadbestrijding | DNB-nieuws juli 2021

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft in juli jl. een nieuwsbrief uitgebracht die op de DNB-site is te vinden via deze drie artikelen: 1 aandachtspunten, 2 melden incidenten, 3 kort nieuws.

Aandachtspunten

Degenen die meer willen weten van de wonderlijke wereld van het cliëntenonderzoek door beroepsmatige statutair bestuurders (‘trustkantoren’), doen er goed aan het DNB-artikel met aandachtspunten te lezen.

Herkomst van het totale vermogen van de ubo
In het artikel met aandachtspunten valt op dat het trustkantoor volgens DNB de vermogenspositie van de uiteindelijk belanghebbende (ubo) van de doelvennootschap “met zoveel mogelijk zekerheid” zou moeten vaststellen. Dat is gebaseerd op artikel 27 lid 2 sub d. van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018), wat daarmee veel verder gaat dan het cliëntenonderzoeksartikel van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Bovendien is het trustkantoor verplicht na te gaan of het vermogen dat de ubo bij de doelvennootschap heeft ingezet, alsmede het totale vermogen van de ubo, een legitieme oorsprong heeft. Uit de mededelingen van DNB blijkt dat het trustkantoor wordt geacht van de complete vermogenspositie bewijsstukken te hebben, dus dat kost goud geld. Hoewel dit een inspanningsverplichting is voor het trustkantoor, lijkt me dat het nog steeds een onuitvoerbare verplichting is. Verder is de vraag of het proportioneel is om deze eis te stellen met betrekking tot het complete vermogen van de ubo.

Als de wetgever onuitvoerbare eisen stelt, is logisch dat de subjecten van het toezicht (hier de trustkantoren) daar niet aan kunnen voldoen.

Trustkantoren bezitten wonderbaarlijke kwaliteiten als zij artikel 27 lid 2 sub c., d. en e. kunnen naleven. Het is maar goed dat deze verplichtingen niet voor alle statutair bestuurders van rechtspersonen gelden.

Relevante onderdelen van de structuur
Opmerkelijk is verder dat DNB voor relevante onderdelen van de structuur verwijst naar de memorie van toelichting, in plaats van dit soort informatie op een samenhangende wijze op de website vermelden.

Transactieprofiel

Net als Wwft-plichtigen moeten trustkantoren transactieprofielen maken. Uit de mededelingen van DNB blijkt dat zij denken dat een transactieprofiel een soort van schaduwadministratie is, nl. een overzicht van betalingsbevoegdheden, bankrekeningnummers en veel voorkomende betalingsrelaties (zoals betaling van de belastingadviseur). Dat is wel een heel merkwaardige opvatting, die uiteraard niet bestreden kan worden omdat DNB altijd gelijk heeft.
Bij het transactieprofielengebeuren wordt steeds beweerd dat het zo nuttig zou zijn voor de misdaadbestrijding. Enig onafhankelijk onderzoek daarnaar heb ik nog niet voorbij zien komen. Het is hoog tijd dat dit wel gebeurt, zodat zichtbaar is of de hoge kosten die onder meer banken en trustkantoren aan transactiemonitoring besteden wel iets opleveren.

Incidentmelding

In het artikel over incidentmelding geeft DNB enige voorbeelden. Het tweede voorbeeld is bijzonder, omdat het trustkantoor hier een incidentmelding doet die uitsluitend is gebaseerd op negatieve berichtgeving in de media.
Hoewel het nuttig is als media zoals Follow the Money en NRC over financiële criminaliteit schrijven, worden zij meestal niet gehinderd door kennis van zaken. Dus mij lijkt dat het trustkantoor onrechtmatig handelt door een incident te melden op basis van uitsluitend mediaberichten. Op zijn hoogst kunnen de mediaberichten aanleiding zijn voor nader onderzoek.

Tot slot

De ontwikkelingen in de regelgeving inzake trustkantoren geven aan waar het met de misdaadbestrijding naar toe gaat.

De trend geeft weinig reden tot optimisme, nu proportionaliteit niet relevant wordt geacht en de kosten evenmin een rol spelen. Misschien dat de klanten van trustkantoren de hoge compliancekosten kunnen betalen. Als gelijksoortige eisen gesteld gaan worden onder de Wwft en in de gemeentelijke misdaadbestrijding, kunnen we bij klanten (consument, mkb) uitkomen die deze kosten niet kunnen betalen.

Tags:
23 augustus 2021

Afschaffing van trustkantoren -2-

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het eerdere artikel is aangevuld naar aanleiding van het bericht in het FD, Hoekstra onderzoekt verbod op trustkantoren vanwege misstanden, een fraai staaltje van politieke journalistiek.

Tags:
16 augustus 2021

Lichtpuntje rondom uitsluitingspraktijken van banken | uitspraak Rechtbank Amsterdam 29 juni 2021

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het wordt steeds duidelijker dat banken de antiwitwaswetgeving aangrijpen om maatschappelijk onbetamelijk te handelen, daarbij aangevuurd door DNB met haar standpunt over ‘risk appetite’, ik schreef daar al eerder over.

Een lichtpuntje is dat de rechter inmiddels bereid is om een stokje te steken voor deze discriminatoire praktijken, zo valt in een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam te lezen. In deze zaak tegen de Rabobank, gaat het om twee aandeelhouders van een coffeeshop (die al een Rabobank rekening heeft) die geen rekening bij deze bank kunnen openen.

Rechtbank:

4.2 Het belangrijkste verweer van Rabobank is dat zij gezien de contractsvrijheid niet verplicht kan worden tot het openen van een (zakelijke) bankrekening. Hierin wordt Rabobank niet zonder meer gevolgd. De contractsvrijheid is voor banken gezien hun bijzondere zorgplicht niet onbegrensd. Het hebben van een bankrekening is noodzakelijk om in volle omvang aan het maatschappelijk verkeer te kunnen deelnemen. In dit verband wordt verwezen naar de conclusie van mr. T. Hartlief, procureur-generaal bij de Hoge Raad van 12 maart 2021 (ECLI:NL:PHR:2021:239) waarin onder meer het volgende is opgenomen:

Ik sluit niet uit dat de bijzondere zorgplicht onder bepaalde (bijzondere) omstandigheden een bank kan verplichten (opnieuw) een contractuele relatie met een derde aan te gaan. De in de rechtspraak ontwikkelde bijzondere zorgplicht, die op zijn beurt voortvloeit uit de in art. 6:162 BW neergelegde zorgvuldigheidsnorm, betreft immers een open norm, die met de tijd mee-ontwikkelt en niet op voorhand tot bepaalde situaties is beperkt. Daarom moet telkens opnieuw aan de hand van de omstandigheden van het geval worden bezien tot welke zorg de bank in het concrete geval jegens de derde(n) is gehouden. In dit systeem past niet dat bepaalde zorg, zoals het aangaan van een (standaard) contractuele relatie met een derde, bij voorbaat is uitgesloten van de bijzondere zorgplicht van de bank.

Daarbij komt dat de achtergrond van de bijzondere zorgplicht van de bank in de eerste plaats wordt gezocht in de spilfunctie die banken in het maatschappelijke verkeer vervullen. Zeker in het digitale tijdperk waarin we nu leven, is het simpelweg niet meer (goed) mogelijk om aan het maatschappelijk verkeer – en daarmee de samenleving – deel te nemen zonder in elk geval toegang te hebben tot een betaalrekening. De weigering van een bank om een contractuele relatie met een derde aan te gaan (in het bijzonder met betrekking tot een betaalrekening), kan er derhalve toe leiden dat de derde van het maatschappelijk verkeer en de samenleving wordt uitgesloten. De bank heeft wat dat betreft dus een zekere ‘macht’ over (de) derde(n) en een weigering van de bank om (opnieuw) met de derde(n) in zee te gaan, kan (en zal) voor de derde(n) ingrijpende gevolgen hebben. Ook gelet op dit ‘machtsonevenwicht’ acht ik het niet uitgesloten dat een bank, onder bepaalde (bijzondere) omstandigheden, kan worden verplicht om (opnieuw) een contractuele relatie met de derde(n) aan te gaan.

4.3. Ook in dit geval wordt geoordeeld dat Rabobank op grond van haar bijzondere zorgplicht verplicht kan worden gesteld ten behoeve van [eiseres 1] en [eiseres 2] zakelijke bankrekeningen te openen. De in de loop der tijd door Rabobank aangevoerde bezwaren tegen [eiseres 1] en [eiseres 2] zijn niet steekhoudend. Rabobank heeft [eiseres 1] en [eiseres 2] aanvankelijk alleen het algemene verwijt gemaakt dat zij zijn gerelateerd aan Café City Hall, een vennootschap die een coffeeshop drijft (zie de onder 2.3 geciteerde brief van 23 februari 2021). Rabobank heeft in dit verband echter geen concrete bezwaren over Café City Hall of over [eiseres 1] en [eiseres 2] naar voren gebracht, terwijl zij Café City Hall kent omdat deze vennootschap al een zakelijke bankrekening heeft bij Rabobank. Een dergelijke categorale uitsluiting is niet toegestaan. De nadien door Rabobank naar voren gebrachte bezwaren zijn evenmin steekhoudend. Dat andere banken (de banken waar [naam 1] en [naam 2] een privérekening aanhouden) een zakelijke bankrekening hebben geweigerd, geeft Rabobank nog niet het recht dit ook te doen. De vraagtekens die Rabobank heeft geplaatst bij de hoogte van de koopprijs voor de 50% aandelen in Café City Hall, bij het feit dat die koopprijs is geleend van de verkoper en bij de structurering via persoonlijke holdings, zijn voorshands niet terecht. De aandelentransactie heeft, zoals ter zitting toegelicht, plaatsgevonden in de familiesfeer (moeder, die onder meer om medische redenen met pensioen wil, verkoopt haar aandelen aan haar dochter en nicht die al in de zaak werkzaam zijn). De hoogte van de koopprijs, die mogelijk op het eerste gezicht in het licht van de omzetten die Café City Hall maakt, aan de lage kant is, kan bovendien goed worden verklaard door de groeiende onzekerheid waarin coffeeshops verkeren die zijn gevestigd in het centrum van Amsterdam en die zich met name richten op toeristen. Dat de aandelen worden gehouden via een structuur van persoonlijk holdings is in het geheel niet ongebruikelijk.

4.4. Verder heeft Rabobank aangevoerd dat een verplichting om een relatie aan te gaan met [eiseres 1] en [eiseres 2] in strijd zou zijn met de Wwft omdat het cliëntenonderzoek nog niet met succes is afgerond. Dit zou haar tenminste vier weken kosten, zoals blijkt uit haar pas ter zitting ingenomen standpunt (zie onder 3.3). Ook dit kan niet leiden tot het afwijzen van de vordering, noch tot het verbinden van een voorwaarde aan toewijzing dat Rabobank eerst vier weken de tijd krijgt het cliëntenonderzoek te doen. Niet bestreden is dat [eiseres 1] en [eiseres 2] reeds in november 2020 de aanvraag tot het openen van een bankrekening hebben ingediend. Vervolgens zijn zij aan het lijntje gehouden, zoals blijkt uit de in het geding gebrachte correspondentie, en heeft Rabobank geen enkele moeite gedaan om het cliëntenonderzoek te starten. Toen Rabobank met concrete bezwaren kwam, zijn die uitgebreid weerlegd in de brief van 16 april 2021 van de raadsman van [eiseres 1] en [eiseres 2] . Rabobank heeft dus ruimschoots de gelegenheid gehad tot het doen van een cliëntenonderzoek. Dat zij dit kennelijk nog niet heeft gedaan komt voor haar risico. Er zijn bovendien voorshands geen aanwijzingen dat het cliëntenonderzoek ingewikkeld is of problemen zal opleveren. [naam 1] en [naam 2] zijn jonge vrouwen die werkzaam zijn in de door Café City Hall (bij Rabobank bekende) gedreven coffeeshop en hebben verder geen zakelijke activiteiten. Wel zal Rabobank bij toewijzing van de vordering om administratieve redenen een termijn van twee weken worden gegund, zoals zij subsidiair heeft verzocht.

 

Het geeft aan dat de grens van het maatschappelijk betamelijke bij de ‘de-risking’ praktijken door banken is bereikt.

29 juli 2021

Trustkantoor is een gewone statutair bestuurder | uitspraak 10 mei 2021

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het blijft apart dat trustkantoren blijven denken dat zij ‘bijzondere’ statutair bestuurders zijn, terwijl uit allerlei bestuurdersaansprakelijkheidszaken blijkt dat zij gewoon een rechtspersonenrechtelijke rol vervullen.

Zo blijkt ook weer uit een uitspraak van 10 mei 2021 van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao over een trustkantoor dat alleen de instructies van de uiteindelijk belanghebbende (ubo) opvolgde en geen acht sloeg op de door de entiteit aangegane verplichtingen. Het Gerecht oordeelt dat trustkantoor United

haar taak als bestuurder van Cable Plus niet behoorlijk heeft vervuld en een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat United als trustbestuurder een beperkte rol had en dat zij de betalingen in opdracht van de aandeelhouder uitvoerde mag zo zijn. Een trustkantoor dat het bestuur van een vennootschap op zich neemt is echter een volwaardig bestuurder. Als een behoorlijk handelend bestuurder, had United zich dan ook voldoende rekenschap moeten geven van de gevolgen van de door haar uitgevoerde c.q. goedgekeurde uitkeringen.

Het Gerecht concludeerde dat het trustkantoor voor het tekort in de faillissementsboedel aansprakelijk is.

28 juli 2021

Afschaffing van trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 8 juli stuurde de minister van financiën een brief (ook hier) aan de Tweede Kamer waarin de afschaffing van trustkantoren wordt aangekondigd. Aanleiding is het rapport van SEO Economisch Onderzoek (ook hier) over illegale trustdienstverlening.

Over de toekomst van de sector schrijft de minister:

Het onderzoek naar illegale trustkantoren laat zien dat bij een eerste inventarisatie er een substantieel aantal partijen is dat zich aan de wetgeving voor trustkantoren onttrekt. Die wetgeving beoogt de hoge integriteitsrisico’s bij het verlenen van trustdiensten te mitigeren. Het is voor mij van wezenlijk belang dat trustkantoren integer handelen en hun rol als poortwachter adequaat vervullen. De problemen uit het verleden, de ervaringen van DNB in het toezicht op vergunninghoudende trustkantoren en in haar handhavend optreden tegen illegale trustdienstverlening en het beeld dat een mogelijk flink deel van de illegale trustdienstverleners zich onttrekt aan regelgeving en toezicht, roepen bij mij de vraag op of bij trustdienstverlening de integriteit wel voldoende te waarborgen is. Ik wil deze vraag in breder verband laten onderzoeken en zal daarbij ook de economische voor- en nadelen van het verbieden van deze dienstverlening betrekken. Daarbij zal ik ook de uitkomsten betrekken van het onderzoek van de Commissie doorstroomvennootschappen die uw Kamer naar verwachting na het zomerreces ontvangt. Een besluit hierover is, op basis van de uitkomsten van het onderzoek, aan een volgend kabinet.

 

Zoals ik al eerder schreef, is het standpunt van financiën hoogst merkwaardig, nu trustkantoren iets heel gewoons doen, nl. statutair bestuurder zijn en domicilie aan de bestuurde vennootschappen verlenen. De vergunningplicht van Wtt 2018 acht ik dan ook onrechtmatig.

Logischer is om de vergunningplicht voor statutair bestuurders af te schaffen en daarmee een einde te maken aan de illegale trustkantorenwetgeving

 


Aanvulling 23 augustus 2021

Het is interessant om te zien hoe het FD bezig is met een campagne om trustkantoren af te schaffen. Het geeft aan hoe journalisten politieke invloed uitoefenen, zonder daar over transparant te zijn.

Dit wordt geïllustreerd door het artikel van 22 augustus jl. in het FD, waarin het FD schrijft over de hierboven genoemde brief van de minister van financiën: “De brief en het onderzoek zijn tot nu toe nauwelijks in de publiciteit geweest“, wat voor de krant reden is om er anderhalve maand later aandacht aan te besteden en de politieke boodschap nog een keer helder te brengen. De journalisten worden niet gehinderd door kennis van zaken, maar dat is ook niet nodig voor politieke propaganda.

Tags:
30 april 2021

Zoeken op naam ubo straks internationaal mogelijk | AML, AVG

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Hoewel de Nederlandse overheid het doet voorkomen dat het zoeken op de naam van de uiteindelijk belanghebbende (ubo) niet mogelijk zal zijn, is de digitale werkelijkheid anders.
Zo zag ik dat een Luxemburgse onderneming actief aan klanten de mogelijkheid aanbiedt om te zoeken op de naam van de ubo. In een reclame-e-mail prijst het bedrijf hun KYC/AML zoekmachine aan en schrijft:

In addition to PEP, sanctions lists and adverse media, we also solved one of the largest problems related to beneficial ownership identification. We enable our customers to perform searches using the subject’s name, and we return all companies in which he or she is registered as a beneficial owner.

Bekijk de site van Digitalus:

Our AI-based entity resolution technology connects billions of data points across public data sources to create a Unified Digital Profile of a single individual or legal entity without ambiguity

In november 2020 verscheen het artikel “We are building a product that will help banks” met een video waarin de pitch is te zien. Op Vimeo is een recentere video te vinden.
Lees het artikel over een van de initiatiefnemers, die vertelt hoe hij bezig is geweest met het deanonimiseren van persoonsgegevens van online gebruikers:

I was working on a project that attempted to deanonymise online users by trying to link information they made publicly available to other media sources. It soon became clear that this linking process (also known as ‘entity resolution’) could be applied to a plethora of sources, from social media and other public sharing platforms to obscure forums and leaked information.

Deze Luxemburgse start-up zal niet de enige zijn. Ongetwijfeld zijn alle databrokers die AML-diensten leveren met hetzelfde bezig.

Het geeft aan dat het einde van de privacy in zicht komt, niet alleen voor ubo’s, maar ook voor alle andere burgers, met grote cybersecurity-risico’s. Het zal me benieuwen of deze gevaarlijke trend nog gekeerd kan worden.

Het lijkt er op dat de vrees van Privacy First inzake het ubo-register waarheid wordt, zij verloren het kort geding en hebben inmiddels hoger beroep ingesteld. Op 15 april schreef de organisatie:

Update 15 april 2021: gisteren heeft Privacy First spoedappèl tegen het gehele vonnis ingesteld bij het Hof Den Haag. De appèldagvaarding vindt u HIER (pdf). Privacy First verzoekt het Hof o.a. om alsnog zelf prejudiciële vragen over het UBO-register te stellen aan het Europees Hof van Justitie en het UBO-register buiten werking te stellen totdat die vragen beantwoord zijn. Gezien de grote belangen die op het spel staan hoopt Privacy First dat het Hof Den Haag deze zaak op de kortst mogelijke termijn zal behandelen.

 

Dit artikel verscheen eerder op mijn algemene blog.

15 april 2021

Even FATF is aware of the major flaws in its AML-standards – mitigation of harmful consequences

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Even FATF is aware of the major flaws in its AML-standards. In February the organisation started a project to study and mitigate the harmful consequences of the FATF Standards. Readers are invited to submit contributions, preferably before 21 April 2021.

The FATF article:

Mitigating the Unintended Consequences of the FATF Standards
In February 2021, the Financial Action Task Force (FATF) launched a new project to study and mitigate the unintended consequences resulting from the incorrect implementation of the FATF Standards.

The project will focus on four main areas:

  • De-risking, or the loss or limitation of access to financial services. This practice has affected non-profit organisations (NPOs), money value transfer service providers, and correspondent banking relationships, in particular;
  • Financial exclusion, a phenomenon whereby individuals are excluded from the formal financial system and denied access to basic financial services;
  • Suppression of NPOs or the NPO sector as a whole through non-implementation of the FATF’s risk-based approach;
  • Threats to fundamental human rights stemming from the misuse of the FATF Standards or AML/CFT assessment processes to enact, justify, or implement laws, which may violate rights such as due process or the right to a fair trial.

The FATF will conduct the project in two phases:

Phase One: research and engagement. The project team will analyse these unintended consequences resulting from the misuse of the FATF’s Standards on preventing and combating money laundering and the financing of terrorism. This work will draw on the knowledge and experiences of members of the FATF’s Global Network of 205 jurisdictions, its observers, and outside stakeholders.

Phase Two: solutions. The second phase will develop options the FATF could consider to prevent and mitigate these unintended consequences.

The FATF welcomes input to inform this project, including, for example: scholarly research; industry and civil society perspectives; and documented instances of unintended consequences. Information may be sent to pscf@fatf-gafi.org. While contributions are welcome for the duration of the project, they would be most relevant for Phase One if submitted on or before 20 April 2021.

This is not an investigative endeavour, but an opportunity to study trends and propose solutions. Any information provided to the FATF Secretariat will be shared with the project team and the source will be identified. Depending on the volume of input, we may not be able to follow up on each suggestion for engagement, nor are we able to provide feedback about how, or if, information received is used.

Also available
Atténuer les conséquences imprévues des normes du GAFI

 

Necessity of supervision and counterbalance.
Of course this is not enough. An undemocratic body like FATF should not draft regulations that have consequences for every citizen in the world. The concepts FATF has developed are fundamentally flawed and have to be replaced before more damage is done.

8 april 2021

DNB tobt met de nieuwe website en de laatste nieuwsbrief

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB is nog steeds aan het tobben met website en nieuwsbrief. In de laatste e-mail nieuwsbrief voor trustkantoren van 7 april wordt een vragenlijst van het ministerie van Financiën over AMLD4 aangekondigd, terwijl de nieuwsbrief vervolgens alleen rept over de ‘easy’ uitvraag over 2020 en over de verdwenen nieuwsbrief van februari.

Degenen die naar het bericht over de ISI-vragenlijst 2020 doorklikken komen op de DNB pagina terecht, waaraan niet is te zien dat dit een item is dat voor trustkantoren bestemd is:

 

Overigens verschijnt dit bericht evenmin als in de rubriek nieuws toezicht wordt gefilterd op trustkantoren.

De site-navigatie laat zeer te wensen over. Tip voor DNB: neem een andere websitebouwer.

Tags:
23 maart 2021

The EBA takes steps to address ‘de-risking’ practices by European banks | AML

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

On 22 March the European Banking Authority (EBA) informed the public that it is taking steps to address inappropriate de-risking practices by banks. One of the sectors that is harmed by these practices, is the trust offices (trustkantoren) sector in the Netherlands.

The announcement by EBA:

The EBA takes steps to address ‘de-risking’ practices
22 March 2021

The European Banking Authority (EBA) published this month three regulatory instruments to address de-risking practices based on evidence gathered in its call for input. The instruments clarify that compliance with anti-money and countering terrorist financing (AML/CTF) obligations in EU law does not require financial institutions to refuse, or terminate, business relationships with entire categories of customers that they consider to present a higher ML/TF risk. In these documents the EBA also set out steps that financial institutions and competent authorities should take to manage risks associated with individual business relationships in an effective manner.

De-risking refers to decisions taken by financial institutions not to provide services to customers in certain risk categories. This can leave customers without access to the financial system. De-risking can be a legitimate risk management tool in some cases but it can also be a sign of ineffective ML/TF risk management, with severe consequences.

The EBA referred to particular aspects of de-risking in its previous work, such as in the Opinion in 2016 to mitigate risks of financial exclusion of asylum seekers in situations where they were unable to provide the standard Customer Due Diligence documentation. However, it has become apparent that more comprehensive action is needed to address unwarranted de-risking, given its impact on consumers and competition in the single market. In May 2020, the EBA therefore launched a Call for Input to the wider public so as to better understand the drivers, scale and the impact of de-risking across the EU. The EBA subsequently assessed the extensive feedback received and, issued three legal instruments this month to address this issue.

First, the EBA published its 2021 Opinion on ML/TF risks in the EU financial sector, in which it observes that de-risking is a continuing trend that has implications from an ML/TF risk, consumer protection and financial stability point of view and sets out a number of actions the competent authorities should take to understand the drivers, scale and impact of de-risking in their sectors.

Secondly, the EBA issued its revised ML/TF Risk Factors Guidelines, which clarify that the application of a risk-based approach to AML/CFT does not require financial institutions to refuse, or terminate, business relationships with entire categories of customers that are considered to present higher ML/TF risk. Instead, the Guidelines provide guidance on the steps financial institutions should take effectively to manage ML/TF risks associated with individual business relationships.

Finally, the EBA launched a public consultation on changes to its existing Guidelines on risk-based AML/CFT supervision. The proposed Guidelines require competent authorities to take stock of the extent of de-risking in their jurisdiction and address de-risking in their ML/TF risk assessments. The proposed Guidelines also require competent authorities to pay particular attention to the way financial institutions manage ML/TF risks and encourage them to engage with their sectors to ensure that financial institutions have a good understanding of the regulatory expectations of how ML/TF risks should be managed.

Throughout the remainder of this year, the EBA will continue to monitor and assess the scale and impact of, as well as the reasons for, de-risking, and consider the extent to which the current legal and regulatory framework is sufficient to address the issues associated with de-risking.

Legal basis

The EBA is carrying out its work on de-risking to fulfil its mandates to lead, coordinate and monitor the EU financial sector’s fight against ML/TF, to contribute to the protection of consumers across the EU, and to bring about supervisory convergence in the implementation of the competition enhancing objective of PSD2.

 

Links

 

All posts on this blog on de-risking and ‘dienstweigering banken’.

22 maart 2021

Geen WNT voor directeur DNB | oproep aan de heer Maijoor

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het Ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor de privatisering van de misdaadbestrijding naar ondernemingen (onder meer door middel van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, Wwft) en promoot via toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) dat ondernemingen zich integer moeten gedragen.

Diezelfde toezichthouder claimt nu een uitzondering op de Nederlandse voorschriften inzake topinkomens. Uit het nieuwsbericht van 19 maart jl. blijkt dat de nieuwe directeur van DNB, de heer Maijoor, per 1 april a.s. is benoemd voor de duur van zeven jaar. Uit het bericht blijkt voorts dat de Wet Normering Topinkomens (WNT) niet voor Maijoor gaat gelden:

De raad van commissarissen van DNB heeft verzocht om een uitzondering op de WNT. De ministers van Financiën en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben, na behandeling in de ministerraad, besloten dit verzoek te honoreren vanwege de benodigde kennis en ervaring waarover Maijoor beschikt.

Dat is een merkwaardige redenering, nu er meer topfunctionarissen zijn die over bijzondere kennis en ervaring beschikken en toch maximaal de WNT-norm krijgen.

Mijn oproep aan de heer Maijoor:
laat zien dat u financiële integriteit serieus neemt door af te zien van het deel van de bezoldiging die hoger is dan de WNT-norm.

 

De WNT bepaalt dat topfunctionarissen van publieke organisaties en publiek gefinancierde instellingen niet meer mogen verdienen dan de WNT-norm. Meer informatie op de site topinkomens.nl. Op mijn algemene blog zijn artikelen over de WNT hier te vinden.

Tags:
%d bloggers liken dit: