Archive for ‘Vaktechniek’

15 maart 2019

Overleg over de Wtt 2018 | inbreng verslag van een schriftelijk overleg

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 12 maart jl. werd een Inbreng verslag van een schriftelijk overleg (2019D09418) gepubliceerd, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Financiën. De pdf versie staat hier.

De tekst volgt hierna.

2019D09418 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

De vaste commissie voor Financiën heeft op 8 maart 2019 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief van 29 januari 2019 (Kamerstuk 34 910, nr. 23) over de uitvoering van toezeggingen, gedaan tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018, en de uitvoering van motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg (Kamerstuk 34 566, nr. 11) ingediend tijdens dit laatste debat.
(…)

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavige brief van de Minister van Financiën. Zij vinden de uitspraken onder het kopje «Deskundigheid complianceofficer» uiterst onbevredigend.
Het punt dat de woordvoerder van de VVD-fractie tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel maakte, was het volgende. Trustkantoren worden op grond van de nieuwe Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gedwongen een interne compliance officer aan te stellen. De rationale daarvan ontgaat de leden van de VVD-fractie. Externe compliance dienstverleners zijn doorgaans deskundiger en onafhankelijker dan interne. Dat geldt des te sterker bij kleine trustkantoren. De nieuwe bepaling in de Wtt lijkt ingegeven te zijn door één malafide, inmiddels niet meer bestaande dienstverlener, die vele trustkantoren bediende. Dat probleem is te ondervangen door het stellen van deskundigheidseisen aan de externe dienstverlener. De leden van de VVD-fractie lezen nu dat slechts gesproken is over de deskundigheid van de interne compliance officer. Dat gaat voorbij aan de strekking van de inbreng bij de wetsbehandeling. Deze leden vragen de Minister een wetswijziging op dit punt voor te bereiden en dat nog dit kalenderjaar in te dienen bij de Raad van State.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de motie Omtzigt/Van Weyenberg [1] over de trustsector. Deze leden merken op dat het dictum van de aangenomen motie over domicilieverlening luidt: «verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren».
Er had dus in maart een onderzoek moeten liggen naar de mogelijkheden om de domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken.
De regering stelt nu voor om ergens in 2020 te rapporteren, meer dan anderhalf jaar na aanname van de motie. Dat is in de ogen van de CDA-fractie echt te laat. De discussie over belastingontwijking en de rol van de trustsector daarin is niet nieuw. Dan gaat het niet om administratieve dienstverlening door de trustsector, maar door die diensten die per definitie de substance in negatieve zin raken, zoals het verlenen van domicilie en bijvoorbeeld ook het leveren van bestuurders. Het onderzoek van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies heeft dat opnieuw bevestigd en aangegeven dat het problematisch is dat de sector geen verantwoordelijkheid draagt. Door domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken, en daardoor bijvoorbeeld beboetbaar, wordt de sector wel medeverantwoordelijk en heeft zij belang bij een goede afweging wat een vennootschap is met reële activiteiten en wat slechts een doorstroomvennootschap is.
Daarom verzoeken de leden van de CDA-fractie de regering dan ook nu binnen drie maanden over de mogelijkheden te rapporteren en dan meteen een voorstel te doen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de regering d.d. 29 januari 2019 waarin zij terugkomt op de uitvoering van een motie en enkele toezeggingen met betrekking tot de trustsector. Deze leden hebben in dit verband vragen over de toezegging om te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en over het voorlopige antwoord van de regering inzake de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt/Van Weyenberg [2].
De leden van de D66-fractie constateren dat de regering tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 had toegezegd te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en de samenloop van onwenselijke belangen kan voorkomen. In de voornoemde brief lezen deze leden dat de regering met De Nederlandsche Bank (DNB) tot de conclusie is gekomen dat de combinatie van het verlenen van bank- en trustdiensten niet of nauwelijks een risico op belangenverstrengeling bij het verrichten van onafhankelijk cliëntenonderzoek oplevert. De leden van de D66-fractie vernemen in de brief niets over de poortwachtersfunctie. Deze leden zijn van mening dat een bank en trustkantoor beide een poortwachtersfunctie vervullen. Wordt die functie door dezelfde partij vervuld, dan is er eenvoudigweg één poortwachter minder. Uit het recente witwasschandaal bij ING blijkt eens te meer dat een extra slot op de deur geen overbodige luxe is. Thans komt de combinatie van bank- en trustdiensten in Nederland nog weinig voor. Het is, mede gelet op de opkomst van FinTech, echter aannemelijk dat dit in de toekomst zal veranderen. Heeft de regering expliciet bekeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de gehele poortwachtersfunctie zou kunnen versterken? Zo nee, is de regering alsnog bereid dit te doen?
De leden van de D66-fractie hebben tevens een vraag over het voorlopige antwoord van de regering betreffende de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg [3], die verzoekt om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een half jaar aan de Kamer te rapporteren. Deze leden lezen dat de Minister dit onderzoek wil betrekken bij de eerste rapportage over de Wet toezicht trustkantoren 2018. Wanneer wordt deze rapportage naar de Kamer gezonden? In hoeverre verwacht de regering dat de aanbieding van de genoemde trustdiensten een ander karakter zal hebben dan voor implementatie van deze wet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de moties naar aanleiding van de Wet toezicht trustkantoren 2018. Zij hebben nog enkele vragen aan de Minister over zijn brief.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister aangeeft de wenselijkheid van het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt onderzocht te hebben, en concludeert dat hij op dit moment geen grote risico’s ziet voor het combineren van deze twee diensten. Graag wijzen deze leden de Minister op het nieuws van deze week, waarbij opnieuw grote Europese banken betrokken blijken te zijn in het witwassen van Russische miljarden, zonder een werkend controlemechanisme te hebben gehad op de oorsprong van dit geld. Onlangs werd bekend dat ook ING betrokken zou zijn, de bank die onlangs de grootste schikking uit de Nederlandse geschiedenis moest betalen vanwege het op grote schaal faciliteren van witwassen van illegaal geld. Hoe kan de Minister in dit licht stellen dat het bieden van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt geen gevaar voor belangenverstrengeling oplevert?
Wat adviseert Holland Queastor met betrekking tot het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt, vragen de leden van de SP-fractie.
De aanvullende eisen ten aanzien van de deskundigheid van de compliance officer hebben in de visie van de leden van de SP-fractie een hoog kosmetisch gehalte. In een eerdere rapportage stelde DNB dat de inherent hogere integriteitsrisico’s onvoldoende worden beheerst, niet alleen omdat de wet onvoldoende wordt nageleefd, maar ook omdat deze wet alleen naar de letter ervan «mechanisch wordt toegepast». In hoeverre denkt de Minister, in dit licht, dat de aanvullende eisen aan de sector niet op dezelfde manier mechanisch zullen worden toegepast? Deelt de Minister de mening van de leden van de SP-fractie dat er meer effectieve manieren zijn om de doorstroom van illegaal geld via de trustsector tegen te gaan?
De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat de eerste rapportage over de effecten van de Wtt 2018 tot 2020 op zich laat wachten. Deze leden vragen de Minister of de Kamer, wanneer grove misstanden worden geconstateerd met betrekking tot de naleving ervan, wel wordt geïnformeerd. Kan de Minister dit toezeggen?
De leden van de SP-fractie betreuren het dat de motie Omtzigt/Van Weyenberg [4], welke Kamerbreed is aangenomen, niet wordt uitgevoerd. Zij vragen de regering dit alsnog te doen. Kan de Minister hierop reageren?
De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het verdienmodel van de trustsector juist zit in het laten doorstromen van zoveel mogelijk financiële middelen door Nederland, en dat interne controle hierop afbreuk doet aan het verdienmodel. Hoe kan de Minister erop vertrouwen dat trustkantoren, wiens verdienmodel in belangrijke mate bestaat uit het opzetten van belastingbesparende constructies, hetgeen indruist tegen het maatschappelijk belang, op zichzelf toezicht kunnen houden, als dit lijnrecht ingaat tegen de belangen van de aandeelhouders van deze kantoren?
Nederland komt internationaal steeds meer onder druk te staan als belastingparadijs, merken de leden van de SP-fractie op. Deelt de Minister de mening van deze leden dat we deze reputatie niet moeten willen hebben, en bovendien schadelijk is voor andere delen van onze economie? Blijft de Minister, na al deze schandalen, van mening dat de trustsector iets wezenlijks toevoegt aan onze economie? Of er meer aan toevoegt, dan het er afbreuk aan doet?
Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat zelfregulering van de sector tegen het verdienmodel van de sector in gaat? Deelt de Minister de constatering van de SP-fractie dat manieren om toezicht aan te scherpen vrij eenvoudig door de sector omzeild kunnen worden? Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat het verscherpte toezicht op de trustkantoren, in de bovenstaande context hooguit cosmetisch zijn zolang de legitimiteit van hun verdienmodel niet ter discussie wordt gesteld in dit debat?

________________________________________

1 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
2 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
3 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
4 Kamerstuk 34 566, nr. 11.

14 maart 2019

DNB houdt consultatie fiscale integriteitsrisico’s trustkantoren en ander nieuws voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 28 februari jl. bracht DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.

Berichten:

30 januari 2019

Uitvoering toezeggingen en motie trustsector | kamerbrief

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 29 januari jl. verscheen de kamerbrief (lees aankondiging) “Uitvoering toezeggingen en motie trustsector“. In deze brief (pdf) gaat de Minister van Financiën in op de uitvoering van toezeggingen tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018.

Uit de brief blijkt dat de combinatie bankdiensten en trustdiensten geen probleem hoeft op te leveren. Er wordt een opmerking gemaakt over de compliancemedewerker van trustkantoren. Er wordt melding gemaakt van de periodieke rapportages inzake de trustkantorensector.

Tot slot wordt gezegd dat er nog onderzoek plaats vindt naar de vraag of het trustkantoren verboden moet worden domicilie te verlenen aan doorstroomvennootschappen en ‘brievenbusmaatschappijen‘ (ik heb geen idee wat met het laatste wordt bedoeld).

14 januari 2019

De cliëntenonderzoeksdossiers onder de Wet toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Volgens Fecwise zouden de cliëntenonderzoeksdossiers, die onder de oude versie van de Wet toezicht trustkantoren tot stand zijn gekomen, niet voldoen aan de nieuwe wet, de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018), zo lees ik in hun artikel “De nieuwe Wet toezicht trustkantoren 2018: wees alert op het overgangsregime!“. In hun artikel wijzen ze er op dat er geen overgangsrecht is en dat meteen aan Wtt 2018 moet worden voldaan.

Eerlijk gezegd verkeer ik in de veronderstelling dat ten aanzien van de inhoud en het bewijs van het uitgevoerde cliëntenonderzoek niets is veranderd. Ik hoor graag van jullie of jullie daar anders over denken.


Aanvulling 17 januari 2019
Overigens is er wel iets anders veranderd. De Wwft is met ingang van 25 juli 2018 ingrijpend gewijzigd, wat ook gevolgen kan hebben voor trustkantoren.

Ik kreeg op dit bericht een e-mail reactie van iemand die zei dat het cliëntenonderzoek van trustkantoren per 1 januari 2019 veranderd zou zijn, “qua bewijskracht is er (vrij) weinig veranderd, maar qua inhoud moet er veel meer bij en zijn er nu meer vragen zijn die specifiek beantwoord moeten worden“, zonder te vermelden op welke juridische bron dat is gebaseerd. Mogelijk is dat niet een wijziging als gevolg van Wtt 2018 maar iets wat voortvloeit uit wat DNB in de praktijk van trustkantoren eist en wat betrokkenen ontdekken tijdens toezichtbezoeken.

Dus ik blijf benieuwd.

Tags: ,
24 december 2018

Accountantsorganisatie NBA zoekt discussie met sector trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 19 december jl. heeft de NBA een rapport (pdf) gepubliceerd over de trustkantorensector.
Het rapport, met de titel “Poortwachters” heeft als subtitel “Discussierapport voor de trustsector“. Uit de inleidende brief blijkt dat de accountantsorganisatie een discussie met trustkantoren wil aangaan. De voorzitter van de NBA en het lid van een werkgroep van de NBA schrijven “Wij nodigen u van harte uit om te reageren op de stellingen in dit rapport“.

 

Tags:
19 december 2018

Straf voor beleidsbepaler trustkantoor; gedrag- en cultuurmarketing | Wtt, Wwft

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het beeld in de trustdienstverlening is tegenstrijdig. DNB deelt verheugd mee dat het aantal trustkantoren en doelvennootschappen afneemt, terwijl de overheid alle algemeen gevolmachtigden onder de Wtt brengt, ook degenen die niet bezig zijn om de Wtt te ontduiken, zodat de bedrijfsuitoefening van trustkantoren gestimuleerd wordt.

Intussen hebben trustkantoren geen goede naam en wordt onder meer door het FD actief campagne tegen de trustsector gevoerd. Dat is niet voor niets want de sector kent rotte appels.

Dat blijkt ook uit een recente strafrechtelijke uitspraak. Op de site van de rechtspraak wordt het volgende over de zaak vermeld:

 

Celstraffen voor bestuurder en eigenaar Amsterdams trustkantoor
Amsterdam, 10 december 2018

Een voormalige eigenaar van trustkantoor Caute Management krijgt 36 maanden gevangenisstraf en een voormalige bestuurder krijgt 1 jaar gevangenisstraf (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) en 240 uur werkstraf voor het jarenlang opzetten en gebruiken van schijnconstructies waarmee zij fiscale fraude en corruptie faciliteerden. De rechtbank vindt ook bewezen dat de mannen door hun werkwijze hebben deelgenomen aan een criminele organisatie. De oud-eigenaar wordt bovendien gezien als leidinggever aan die organisatie: dat is een strafverzwarende omstandigheid.

Wegsluizen
De mannen stroomden – met valse overeenkomsten en facturen – gelden door naar bankrekeningen in Monaco of Zwitserland. Die bankrekeningen stonden op naam van offshores in belastingparadijzen met een fiscaal gunstig klimaat, een bankgeheim en afwezigheid van een publicatieplicht. Daarmee sluisden zij winsten van Europese ondernemingen buiten het zicht van de fiscale autoriteiten weg naar (in de meeste gevallen) de eigenaren van die ondernemingen.

Verkeerde voorstelling
Bij deze constructies ging het niet om reguliere trustwerkzaamheden en evenmin om structuren die in de trustsector gebruikelijk waren. Aan geen enkele structuur uit de ten laste gelegde dossiers lag een deskundig fiscaal advies ten grondslag. Evenmin vroeg het trustkantoor om zogenoemde rulings aan de Belastingdienst, op basis waarvan multinationals vooraf zekerheid krijgen over de wijze waarop hun doelvennootschappen naar Nederlands fiscaal recht zullen worden belast. In plaats daarvan werd er bewust een verkeerde voorstelling van zaken gegeven om de geldstromen te rechtvaardigen. Hoewel de rechtbank niet precies heeft kunnen becijferen voor hoeveel geld hiermee is gefraudeerd, staat wel vast dat het om zeer aanzienlijke bedragen gaat.

Vertrouwen geschaad
De mannen hebben grote schade toegebracht aan het vertrouwen in de financiële sector waarin zij werkzaam waren. Juist aan dat vertrouwen ontleent die sector in het maatschappelijk en het handelsverkeer haar meerwaarde. Van de trustsector wordt verwacht dat niet alleen aan formele verplichtingen wordt voldaan, maar dat de mensen die er werken ervoor zorgen dat die sector verschoond blijft van dergelijk misbruik. Bovendien zorgt dit handelen voor concurrentievervalsing ten opzichte van trustkantoren die wel voldoen aan de strenge vereisten en zorgplichten en onder toezicht van DNB staan. Dat er destijds nog geen vergunningsverplichting gold voor de handelstak waar de werkzaamheden plaatsvinden, doet daar niet aan af. Een financiële instelling dient integer te handelen. Ook al hebben de mannen de fraude misschien niet geïnitieerd, zij hebben als bestuurder en eigenaar van de ondernemingen besloten de fraude in stand te houden.

 

Het gaat om de volgende uitspraken:

 

Gedrag en cultuur
Overigens blijf ik apart vinden dat naleefkundige dienstverleners naar aanleiding van deze zaak roepen dat het anders moet met ‘gedrag en cultuur’ (lees bijvoorbeeld dit). Ik ga er van uit dat gedrag en cultuur aan criminelen niet zijn besteed. Uit de bovenstaande samenvatting leid ik af dat betrokken daders actief hebben meegedaan aan criminele activiteiten.
Dat is in het geheel iets anders dan de struisvogelpolitiek van sommige trustkantoren die ondanks duidelijke signalen geen melding van ongebruikelijke transacties deden en welbewust het risico liepen dat zij criminelen faciliteerden. De gedrag- en cultuurmarketing vanuit brancheorganisaties en overheidstoezichthouders is wat mij betreft misplaatst als  het om criminelen gaat.

Het grote gevaar van de gedrag- en cultuurmarketing in de witwasbestrijding is, dat er niet meer gekeken wordt naar de kwaliteit van de regels en de kwaliteit van het optreden van de overheidstoezichthouders. Met onacceptabele regels – ook in de witwasbestrijding – dient korte metten worden gemaakt.

18 december 2018

Gevolmachtigden onder de Wet toezicht trustkantoren 2018 gebracht | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In een consultatie, enige tijd geleden, is al aan de orde geweest dat het begrip Wtt-dienst op grond van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt) zou worden verbreed naar gevolmachtigden, zie mijn artikel Tijdbom onder volmacht: gevolmachtigden worden trustkantoor | Besluit toezicht trustkantoren 2018,. De consultatietekst luidde:

Artikel 2. Aanvullende trustdienst
In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die een rechtspersoon of vennootschap kan binden in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

 

Inmiddels is het uitvoeringsbesluit definitief bekend gemaakt. Daarin staat:

§ 2. Aanvullende trustdiensten
Artikel 2. Aanvullende trustdienst

In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die algemene bestuurshandelingen kan verrichten voor een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

 

De omschrijving is ten opzichte van de consultatietekst aangepast. De toelichting bij het definitieve besluit luidt als volgt:

2. Aanvullende trustdienst
De regels in de Wtt 2018 en onderliggende regelgeving zijn van toepassing op trustkantoren. Op grond van de wet is sprake van een trustkantoor als een trustdienst wordt verricht. De Wtt 2018 kent vijf trustdiensten en een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur andere diensten als trustdiensten aan te wijzen. De vijf benoemde trustdiensten in de wet moeten beschouwd worden als de kern van de trustdienstverlening. Eventuele aanvullende diensten die bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld, zullen afgeleide diensten of aanpalende diensten zijn.

In dit besluit is geregeld dat naast de vijf diensten in de wet tevens het in opdracht algemene bestuurshandelingen kunnen verrichten voor een rechtspersoon of vennootschap een trustdienst in de zin van de Wtt 2018 is. Deze trustdienst is nieuw in de wetgeving. De trustdienst komt inhoudelijk echter in grote mate overeen met trustdienst a in artikel 1 van de wet: het in opdracht optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap. Die trustdienst (en daarmee de wetgeving om integriteitrisico’s te mitigeren) kan echter omzeild worden door een (rechts)persoon niet formeel als bestuurder te benoemen, maar door middel van een volmacht of anderszins een (rechts)persoon de materiële bevoegdheid te geven bindende bestuurshandelingen te verrichten. Als een (rechts)persoon bindende bestuurshandelingen kan verrichten dan kan deze feitelijk optreden als bestuurder. In de praktijk is gebleken dat deze constructie regelmatig wordt toegepast. Het gaat dan om de situatie waarbij een rechtspersoon of vennootschap in Nederland wordt opgericht met buitenlandse bestuurders of vennoten. Voor het besturen van de rechtspersoon of vennootschap is vervolgens aan een persoon die goed bekend is met het Nederlandse rechtssysteem een volmacht verleend om handelingen namens de rechtspersoon of vennootschap te verrichten die nodig zijn voor het voortbestaan van de rechtspersoon of vennootschap. In wezen verschilt deze situatie niet van het oprichten van een rechtspersoon of vennootschap in Nederland en deze laten besturen door een trustkantoor. De integriteitrisico’s verbonden aan het materieel optreden als bestuurder, zoals deze variant van dienstverlening ook wel wordt genoemd, zijn vergelijkbaar met de integriteitrisico’s verbonden aan het reeds gereguleerde formeel optreden als bestuurder. Het risico voor Nederland dat trustdienstverlening het vertrouwen in de Nederlandse financiële en juridische stelsels kan schaden kan evengoed optreden als de cliënt zelf voorziet in het formele bestuur, maar het feitelijke bestuur overdraagt aan een dienstverlener. Uit dien hoofde is het noodzakelijk de reikwijdte te verbreden om zo de belangen die de wet beoogd te beschermen beter te kunnen waarborgen en te eisen dat alleen een gereguleerd trustkantoor met inachtneming van de poortwachterfunctie deze dienst mag verlenen.

Het gaat hier om alle mogelijke volmacht varianten. Het is mogelijk dat een volmacht zichtbaar is in het handelsregister, maar het kan ook om een onderhandse volmacht gaan of een volmacht met beperkingen. Het doorslaggevend criterium is dat de houder van de volmacht feitelijk in staat is om de rechtspersoon te binden ten aanzien van rechtshandelingen die samenhangen met het in stand houden van de rechtspersoon of vennootschap. Een volmacht voor het verrichten van een individuele afgebakende handeling, zoals het aangaan van een enkele overeenkomst of het verrichten van een aangifte, valt niet onder deze trustdienst. De volmacht moet daadwerkelijk strekken tot het verrichten van algemene bestuurshandelingen of zodanig open zijn dat de gevolmachtigde feitelijk het algemene bestuur over de rechtspersoon of vennootschap kan voeren.
Met de regeling van deze trustdienst is het op grond van de Wtt 2018 verboden om een dergelijke dienst zonder vergunning te verlenen en zijn de eisen op grond van de Wtt 2018 van toepassing op de dienstverlening.

Met betrekking tot het cliëntenonderzoek bij de trustdienst uit dit besluit is geregeld dat dit gelijk is aan het cliëntenonderzoek bij trustdiensten a en b in de wet (het in opdracht zijn van bestuurder of het verlenen van domicilie in combinatie met andere diensten). Zoals hierboven aangegeven komt de trustdienst in dit besluit inhoudelijk overeen met het in opdracht zijn van bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap (trustdienst a). Het cliëntenonderzoek kan dan ook gelijkluidend zijn.

 

Opmerking
Deze verbreding van de toepasselijkheid van de Wtt zal grote gevolgen hebben voor de reguliere ondernemingsrecht praktijk.

Tags:
14 december 2018

Regeling toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 4 december jl. is de Regeling toezicht trustkantoren 2018 in de Staatscourant verschenen. De regeling treedt op 1 januari a.s. in werking.

In de regeling zijn de vrijstellingen opgenomen, die inhoudelijk zijn overgenomen uit de huidige Vrijstellingsregeling Wet toezicht Trustkantoren, die op 1 januari a.s. is vervallen. Daarnaast is er één nieuwe vrijstelling toegevoegd, die betrekking heeft op bestuursdiensten voor pensioenfonds.

14 december 2018

Inwerkingtredingskb Wtt 2018 bekend gemaakt

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag is in de Staatscourant het besluit van 3 december jl. gepubliceerd met betrekking tot de inwerkingtreding van de Wtt 2018 en het Besluit toezicht trustkantoren 2018. Die datum is zoals verwacht 1 januari 2019.

(Met dank aan Marco van Poppel, die me hier over informeerde.)

Tags:
13 december 2018

Wtt 2018 in het Staatsblad en dalende trend sector trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Inmiddels is de nieuwe Wtt in het Staatsblad geplaatst, zie de tekst van de wet. Het besluit tot inwerkingtreding kon ik nog niet vinden, maar dat zal wel 1 januari a.s. zijn. Het dossier van deze wet is hier te vinden. Voorts is de Regeling toezicht trustkantoren 2018 in de Staatscourant verschenen.

In een nieuwsbericht laat DNB verheugd weten dat daling van het aantal trustkantoren en het aantal doelvennootschappen plaats vindt:

 

Cijfers en trends in de trustsector
Nieuwsbericht
Datum 31 oktober 2018

Het aantal trustkantoren blijft dalen. Datzelfde geldt voor het aantal doelvennootschappen die door de trustkantoren worden bediend.
DNB vraagt jaarlijks via de ISI-rapportage informatie op bij trustkantoren. In de door de trustkantoren aangeleverde informatie zijn bepaalde trends te zien. De afgelopen jaren is een dalende trend in het aantal vergunninghoudende trustkantoren waarneembaar. Waren er eind 2011 nog 310 trustkantoren in Nederland, eind 2017 waren dit er 222. Uit gegevens van het Register Trustkantoren blijkt dat het aantal trustkantoren medio oktober 2018 verder is gedaald naar 207.

Doelvennootschappen
Ook is sprake van een significante daling van het totale aantal doelvennootschappen die door de trustkantoren worden bediend. Uit onderstaand overzicht blijkt dat het aantal doelvennootschappen in de periode juni 2016 tot en met december 2017 met 10% is gedaald.

Structuren bediend door trustkantoren
Het aantal structuren van een groep waartoe een doelvennootschap behoort waar trustkantoren diensten aan verlenen en waarin een (Angelsaksische) trust is opgenomen, is in 2017 met 15% gestegen tot 1.607. Daarnaast is het aantal structuren waarbij sprake is van één of meer nominee shareholders in 2017 met 20% gedaald tot 566. Het aantal structuren waarin één of meer stichtingen zijn opgenomen is met 7% gedaald tot 4.795. Dit is ongeveer een kwart van het totale aantal structuren die door trustkantoren worden bediend.

Doorstroomvennootschappen
DNB heeft in het verleden onderzoek gedaan naar de integriteitrisico’s die met doorstroomvennootschappen gepaard kunnen gaan. Sinds het onderzoek door DNB is het aantal doorstroomvennootschappen gedaald van 132 medio 2013 naar 27 eind 2017. Het aantal trustkantoren die gebruikmaken van deze doorstroomvennootschappen is in dezelfde periode gedaald van 50 naar 19.

Commanditaire vennootschappen
DNB heeft in het verleden ook de dienstverlening aan commanditaire vennootschappen (cv’s) die onderdeel uitmaken van complexe internationale structuren onderzocht. Trustkantoren hebben de dienstverlening aan cv-structuren sinds 2013 afgebouwd. Op 30 juni 2013 verleenden 75 trustkantoren diensten aan 1.602 cv’s, waarna een daling is gezet. Eind 2017 was het aantal cv’s waaraan diensten werden verleend gedaald tot 521 cv’s, waaraan 62 trustkantoren diensten verleenden.

Tags: ,
%d bloggers liken dit: