Posts tagged ‘hoog-risicolanden’

25 september 2020

Trustkantoren in het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen | Wwft, Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag werd het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen aangekondigd, lees dit op mijn algemene blog. Over trustkantoren staat het volgende in het nieuwsbericht van de rijksoverheid:

Verder worden in dit wetsvoorstel maatregelen getroffen om de integriteit van de trustsector te waarborgen. De afgelopen jaren is gebleken dat de wetgeving in deze sector nog niet volledig wordt nageleefd en er integriteitsrisico’s blijven bestaan. Dienstverlening waaraan bijzonder hoge integriteitsrisico’s zijn verbonden, wordt daarom verboden. Dit betekent dat er een verbod komt op dienstverlening waarbij derde-hoog risicolanden of op belastinggebied non-coöperatieve landen betrokken zijn en dat het aanbieden van doorstroomvennootschappen wordt verboden.

8 mei 2020

European Commission announces new list of high-risk countries

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

On 5 May I published my Wtt 2018-consultation comments regarding high-risk countries. Two days later the European Commission announced it has revised the list of high-risk third countries with strategic deficiencies in their regime regarding anti-money laundering (AML) and countering terrorist financing (CTF).

  • Countries which have been listed are: The Bahamas, Barbados, Botswana, Cambodia, Ghana, Jamaica, Mauritius, Mongolia, Myanmar, Nicaragua, Panama and Zimbabwe.
  • Countries which have been delisted are: Bosnia-Herzegovina, Ethiopia, Guyana, Lao People’s Democratic Republic, Sri Lanka and Tunisia.

The revised list is not yet in force, it has to be approved by the European Parliament and Council.

 

The new list:

 

More information: EU policy on high-risk third countries.

4 mei 2020

Verbod hoog-risicolanden voor trustkantoren is onverstandig | consultatie Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heb ik een consultatiereactie ingediend over het voorgestelde verbod voor trustkantoren om cliënten te bedienen met een relatie met ‘hoog-risicolanden’. De tekst kan als pdf worden gedownload en is hieronder geplaatst. In onderstaande tekst zijn enige typefouten gecorrigeerd.

 


 

Consultatiedeelname

Aan: Ministerie van Financiën
Van: Ellen Timmer, ellen.timmer@pellicaan.nl,
blog: https://ellentimmer.com/ (verbonden aan Pellicaan Advocaten)
Datum: 4 mei 2020
Onderwerp: consultatie Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018, aangekondigd op https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingwtt2018

 

Mijne dames en heren,

Hierbij maak ik gebruik van de mogelijkheid om op persoonlijke titel deel te nemen aan deze consultatie. De consultatie betreft het voorstel voor Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018, waarin een nieuw artikel 23a wordt voorgesteld, met een verbod op diensten in relatie tot hoog risicolanden.

Bezorgde reacties van mijn relaties in de sector van de trustkantoren met betrekking tot dit verbod waren voor mij reden om aan deze consultatie mee te doen. Ik hoop dat u acht zult slaan op deze consultatiereactie.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 

 

Inhoud:

1. Inleiding
Het fenomeen hoog-risicolanden
Verbod op zakelijke relaties/transacties met hoog-risicolanden niet mogelijk op grond van AMLD4
Europese AML-hoog-risicolandenlijst loopt achter
Ontbrekende landendatabase
Regelgeving voor trustkantoren
Brief 14 januari 2020
Tekst artikel 23a
Commentaar 1

2. Praktische consequenties van het verbod
Definitie cliënt
Gevolgen van plaatsing voor bestaande situaties
Commentaar 2

3. Tot slot

Bijlage 1 – Overzicht van hoog-risicolanden
Bijlage 2 – Het consultatiedocument

 

 

1. Inleiding

Onderwerp van deze reactie is het verbod op relaties van cliënten van trustkantoren met ‘hoog-risicolanden’.

Het fenomeen hoog-risicolanden
In deze consultatiereactie bespreek ik naast het verbod voor trustkantoren ook de problematiek van de hoog-risicolanden in het algemeen. Dat commentaar is voor alle ondernemingen die zich aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten houden (Wwft-plichtigen) van belang.

Op dit moment is sprake van een onoverzichtelijk gebeuren rondom het fenomeen ‘hoog-risicolanden’. Er zijn vele zwarte lijsten van verschillende landen, verschillende internationale instituties en met verschillende thema’s (zoals witwasbestrijding en bestrijding van belastingparadijzen) [1].

Deze zwarte lijsten worden door overheden ingezet om ondernemingen, zoals in casu trustkantoren, te beïnvloeden. Bij de beslissingen over plaatsing van landen op lijsten spelen niet alleen zakelijke overwegingen een rol [2]. Er is meer aan de hand.

De plaatsing van landen op een zwarte lijst is een politiek middel om op de betreffende landen druk uit te oefenen. Daarbij valt op dat bepaalde landen die voor plaatsing op een zwarte lijst in aanmerking komen, daar niet op worden geplaatst. Een voorbeeld daarvan is Rusland, dat een goede beoordeling van FATF kreeg [3] terwijl het land op de Duitse zwarte lijst is geplaatst [4].

Op het proces rond plaatsing van landen op zwarte lijsten wordt veel kritiek uitgeoefend. Lees onder andere Tom Keatinge op de RUSI site, It’s Time to Reform and Refocus the Financial Action Task Force, 23 oktober 2019 [5].

Mij is opgevallen dat het type landen dat op de lijsten van hoog-risicolanden wordt geplaatst, sterk verschilt. Er staan ontwikkelingslanden en landen in (burger)oorlog op, zoals Afghanistan, Ethopië [6], Iraq, Jemen, Libië en Syrië. Er staan de bekende eilanden op, vaak voormalige Britse of Amerikaanse koloniën, die leven van de belastingverdragen die zij met de hele wereld hebben afgesloten (zoals de Bahama’s, de Kaaiman Eilanden en de Maagdeneilanden [7]). Maar er staan ook grote(re) landen op, zoals Pakistan en (als de Europese Commissie zijn zin krijgt) Saoedi Arabië. Bij landen met zulke verschillende karakteristieken kunnen de werkelijke risico’s verschillen. Bovendien kunnen antiwitwasmaatregelen de gang van zaken in ontwikkelingslanden en landen in (burger)oorlog ernstig belemmeren en de ‘verkeerde’ krachten stimuleren.

Voorbeeld:
Van een van de trustkantoren waarmee ik contact heb, hoorde ik dat er in Pakistan effectenbeurzen zijn die zich houden aan internationale standaarden en daar ook op worden geaudit [8]. Dit trustkantoor vraagt zich af waarom er een algemeen verbod ten aanzien van Pakistan zou moeten gelden terwijl er door deze beurzen moeite wordt gedaan om aan de witwasbestrijdingseisen te voldoen.

Verbod op zakelijke relaties/transacties met hoog-risicolanden niet mogelijk op grond van AMLD4
Op grond van de vierde Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4) [9] zijn Europese lidstaten verplicht in hun wetgeving op te nemen dat ondernemingen, die vallen onder de witwasbestrijdingsregelgeving (witwasbestrijdingsplichtigen), verplicht zijn om extra cliëntenonderzoek te verrichten in relatie tot “business relationships or transactions involving high-risk third countries” zoals door de Europese Commissie geïdentificeerd, aldus artikel 18a AMLD4. In deze bepaling wordt mogelijk gemaakt dat landen kiezen voor “limitation of business relationships or transactions with natural persons or legal entities from” de hoog-risicolanden [10], op voorwaarde dat zorgvuldig rekening wordt gehouden met relevante rapportages [11].

Er is geen sprake van dat AMLD4 zakelijke relaties of transacties met hoog-risicolanden verbiedt. Dat is een welbewuste keuze. Daar waar een verbod op transacties gewenst is, worden deze opgenomen in de sanctieregelgeving die in Nederland wordt geïmplementeerd via de Sanctiewet 1977.

Europese AML-hoog-risicolandenlijst loopt achter
Aandachtspunt is verder dat de Europese lijst van hoog-risicolanden in de witwasbestrijding achter loopt. De laatste wijziging dateert uit 2018 [12]. In februari 2019 heeft de Europese Commissie een nieuwe lijst voorgesteld met onder andere Saoedi Arabië [13]. Dat voorstel is verworpen en sindsdien loopt een discussie met onder andere het Europees Parlement inzake de methodologie van vaststelling van de hoog-risicolanden-lijst. Op 15 april 2020 stond dat onderwerp op de agenda van een commissie van het Europees Parlement [14]. Informatie over de methodologie zelf is niet te vinden.

Geconstateerd kan worden dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen de hoog-risicolanden-lijsten van FATF en de Europese Commissie, zie bijlage 1,

* Zo komt EU-kandidaat Albanië niet voor op de Europese lijst, terwijl het land wel op de FATF-lijst staat.
* Ook IJsland staat op de FATF-lijst en niet op de Europese lijst.
* Ethiopië is wegens goede maatregelen van de FATF-lijst afgevoerd, maar staat wel op de Europese lijst. Zo is er nog veel meer te noemen.

De vraag is waarop deze verschillen zijn gebaseerd en waarom landen die voldoende maatregelen hebben genomen niet van de Europese lijst worden afgevoerd.

Ontbrekende landendatabase
Overigens ontbreek een behoorlijke landendatabase, waarin wordt geregistreerd welk land wanneer en waarom op de FATF-lijst en Europese hoog-risicolandenlijst is geplaatst. Hierin zou de Europese Commissie zelf moeten voorzien. Daarbij is belangrijk dat gedetailleerd wordt aangegeven waarom een land hoog-risico zou zijn, zodat het makkelijker wordt voor witwasbestrijdingsplichtigen om na te gaan hoe zij om moeten gaan met relaties met dergelijke landen.

Regelgeving voor trustkantoren
Trustkantoren zijn de afgelopen tijd zeer druk bezig geweest met implementatie van allerlei wijzigingen in de regelgeving. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), gewijzigd per 25 juli 2018. De Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) is op 1 januari 2019 in werking getreden.

Deze branche wordt vaak als ‘trustsector’ aangeduid al hebben hun activiteiten niets met de Angelsaksische trust [15] te maken.

De motivatie voor de thans voorgestelde wijziging in de Wtt 2018 lijkt te berusten op voorvallen die vóór inwerkingtreding de gewijzigde regelgeving hebben plaats gevonden. De vraag is waarom een verbod nodig is, terwijl trustkantoren al maatregelen hebben genomen in verband met hoog-risicolanden en niet gebleken is dat die maatregelen onvoldoende zouden zijn.

Brief 14 januari 2020
In een brief die de Ministers van Financiën en van Veiligheid op 14 januari 2020 aan de Tweede Kamer schreven [16] is een aankondiging van het hoog-risicolanden verbod te vinden, zonder dat een onderbouwing wordt vermeld, anders dan het bekende mantra:

“In die gevallen is sprake van een cumulatie van risico’s die wij onbeheersbaar achten in een sector waarbij de diensten op zichzelf al inherent hoge integriteitrisico’s met zich brengen”

Allereerst is onjuist dat diensten van trustkantoren inherent hoge integriteitrisico’s met zich mee zouden brengen en wordt niet onderbouwd waarom trustkantoor-bestuurders riskanter zouden zijn dan andere statutair bestuurders van internationaal opererende ondernemingen. Ten tweede is er geen sprake van onbeheersbare cumulatie van risico’s bij hoog-risicolanden. Immers, trustkantoren zijn professionele bestuurders, die hun huiswerk juist beter doen dan andere statutair bestuurders, zodat er vermindering van risico is [17].

De ministers schrijven in de brief van 14 januari dat trustkantoren de nieuwe regelgeving nog niet voldoende geïncorporeerd zou hebben. Uit de brief van de ministers blijkt niet wat er dan onvoldoende geïmplementeerd zou zijn en welk verband die zogenaamde onvolkomenheden hebben met het voorgestelde verbod.

Bij de brief van de ministers zit als bijlage een verslag van DNB [18], waaruit niet blijkt dat er speciale problemen rondom hoog-risicolanden zijn. DNB rept in het verslag van de onderzoeken die in 2019 tot en met september zijn uitgevoerd alleen over onvoldoende verslaglegging in het cliëntenonderzoeksdossier [19].

Consultatietoelichting
In de toelichting op het consultatievoorstellen keren dezelfde onjuistheden terug, onder andere in paragraaf 2.1:

* Het optreden als statutair bestuurder van Nederlandse doelvennootschappen in internationale structuren, is volgens de trustkantoren waarmee ik contact heb, niet riskanter dan wat er gebeurt bij andere Nederlandse kapitaalvennootschappen, die deel uitmaken van internationale structuren. De laatstgenoemde kapitaalvennootschappen hebben bestuurders die minder kennis hebben van witwasrisico’s dan Nederlandse trustbestuurders.
* Het is onjuist [20] dat dat er in de eerste twaalf maanden van Wtt 2018 onvoldoende verbeteringen zouden zijn opgetreden. De trustkantoren waarmee ik contact heb beschouwen dit als een klap in hun gezicht, die zij niet verdienen.
* Een onderbouwing van het verbod van artikel 23a ontbreekt. Er staat in paragraaf 2.3 niet meer dan:

Bij trustdienstverlening zijn vaak complexe structuren betrokken en worden tussen vennootschappen grote sommen geld verplaatst teneinde fiscaal voordeel te behalen. Indien hier landen bij betrokken zijn met strategische tekortkomingen op het gebied van hun anti-witwasbeleid, stapelen de integriteitsrisico’s zich op. Daarom wordt met dit wetsvoorstel dienstverlening door trustkantoren verboden indien de cliënt, de doelvennootschap of de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of doelvennootschap woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een derde hoog risicoland.

* De trustkantoren die ik spreek betwisten dat er “vaak complexe structuren betrokken” zijn en dat er ook voor het overige sprake is van onbeheersbare risico’s en zijn van mening dat zij adequate risico-mitigerende maatregelen hebben genomen respectievelijk kunnen nemen. Dat er een noodzaak voor dit verbod is, blijkt niet uit de rapportage van DNB, die in januari 2020 is bekend gemaakt (zie voetnoot 18). Deze onderbouwing voldoet ook niet aan de eisen van artikel 18a AMLD4.
* Ook de passage in paragraaf 2.4, “Trustdienstverlening laat zich niet goed combineren met betrokkenheid van landen die non-coöperatief zijn op belastinggebied. Dit omdat deze combinatie vaak leidt tot complexe en intransparante structuren” is volgens de trustkantoren die ik spreek onjuist. Volgens hen zitten er grote verschillen tussen de landen op de Europese hoog-risicolandenlijst (zie bijlage 1) en verdient de aanwezigheid van dergelijke landen zeker fiscale aandacht, maar het het niet zo dat de risico’s niet kunnen worden beheerst.

Tekst artikel 23a
Voorts verdient de tekst van het voorgestelde artikel 23a aandacht.

[a] In de aanhef van lid 1 wordt naast elkaar gesproken over:

* het aangaan van een zakelijke relatie [21];
* het verlenen van een trustdienst.

Nu het verlenen van een trustdienst een zakelijke relatie in de zin van Wtt 2018 veronderstelt, kan de passage “een zakelijke relatie aan te gaan of” vervallen. Als de tekst gehandhaafd zou blijven, is een uitvoerige toelichting op de noodzaak gewenst, zodat trustkantoren weten waar zij aan toe zijn.

[b] In de aanhef van lid 1 wordt naast elkaar gesproken over:

* uiteindelijk belanghebbenden van cliënten;
* uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen.

De cliënt is degene met wie het trustkantoor een zakelijke relatie heeft, wat zowel de doelvennootschap(pen) als de aandeelhouder(s) van de doelvennootschappen als degenen achter die aandeelhouders kan omvatten. Zo is denkbaar dat een trustkantoor niet alleen contact heeft met de aandeelhouder van de doelvennootschap maar ook met een topholding uit de groep. Een en ander betekent dat het niet nodig is om de uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen apart te noemen en kan dat onderdeel vervallen.

 

Commentaar 1

1.a Kan worden toegelicht waarom het verbod op zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden niet is meegenomen bij de totstandkoming van Wtt 2018 (op 1 januari 2019 in werking getreden) en/of de Wwft (gewijzigd per 25 juli 2018)?

1.b Kan het Ministerie van Financiën juridisch onderbouwen dat een generiek verbod op alle zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden (‘het verbod’) is toegestaan op grond van AMLD4?

TOELICHTING
Uit artikel 18a AMLD4 leid ik af dat landen kunnen bepalen dat bepaalde zakelijke relaties en transacties met natuurlijke personen of juridische entiteiten uit bepaalde hoog-risicolanden mogen worden beperkt, als dat goed is onderbouwd (lid 4). Er is geen sprake van dat alle zakelijke relaties en transacties met hoog-risicolanden mogen worden verboden, zodat het verbod niet is toegestaan.
Ik hoor graag of het Ministerie van Financiën deze visie deelt.

1.c Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen dat een generiek verbod als vermeld onder 1.b betrekking mag hebben op alle door Europa vastgestelde hoog-risicolanden (witwasbestrijding en belastingparadijzen), dus dat er geen onderscheid hoeft te worden gemaakt tussen verschillende landen.

TOELICHTING
Zoals hierboven vermeld, is het proces van vaststelling van hoog-risicolanden een willekeurig proces, zeker als het FATF betreft en heeft het ook tot doel om druk op landen uit te oefenen, terwijl de risico’s tussen landen sterk kan verschillen.
Als een generiek verbod al mogelijk zou zijn, schrijft artikel 18a AMLD4 een individuele beoordeling per hoog-risicoland en per type zakelijke relatie / transactie voor. Daarvan is in het voorstel geen sprake, zodat een verbod niet is toegestaan.
Ik hoor graag of het Ministerie van Financiën deze visie deelt.

1.d Kan het Ministerie van Financiën per hoog-risicoland onderbouwen, op de wijze zoals in artikel 18a lid 4 AMLD4 is voorgeschreven, dat het onder 1.b bedoelde verbod gewenst is?

1.e Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen dat het onder 1.b bedoelde verbod uitsluitend betrekking dient te hebben door op trustkantoren bestuurde rechtspersonen (doelvennootschappen)? Tenslotte zijn trustkantoren niet meer dan statutair bestuurders van Nederlandse entiteiten (meestal Nederlandse kapitaalvennootschappen, dus besloten en naamloze vennootschappen), met een aantal bijkomende activiteiten die van toepassing zijn op alle statutair bestuurders van rechtspersonen (zoals het voeren van administraties en het verrichten van fiscale aangiften). De doelvennootschappen hebben dezelfde activiteiten als vele andere in Nederland gevestigde rechtspersonen. Het maken van een onderscheid dient te worden onderbouwd. Kan het Ministerie van Financiën onderbouwen waarom onderscheid mag worden gemaakt tussen doelvennootschappen en andere rechtspersonen naar Nederlands recht? Is deze vorm van discriminatie ten opzichte van andere Wwft-plichtigen (zoals banken en verzekeringsmaatschappijen) gerechtvaardigd?

1.f Naar aanleiding van de tekst van het voorgestelde artikel 23a Wtt 2018 is het volgende van belang:

[a] Nu het verlenen van een trustdienst een zakelijke relatie in de zin van Wtt 2018 veronderstelt, kan de passage “een zakelijke relatie aan te gaan of” vervallen. Als de tekst gehandhaafd zou blijven, is een uitvoerige toelichting op de noodzaak gewenst, zodat trustkantoren weten waar zij aan toe zijn.
[b] De tekst “uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen” kan vervallen, nu doelvennootschappen dezelfde uiteindelijk belanghebbenden hebben als de cliënt.

 

2. Praktische consequenties van het verbod

Het voornemen van het Ministerie van Financiën heeft niet alleen algemene aspecten, zoals onder 1. besproken. Er zitten ook belangrijke praktische consequenties aan, die in het voorstel niet onder ogen worden gezien.

Definitie cliënt
Trustkantoren maken zich zorgen over het uitrekken de definitie van ‘cliënt’ in Wtt 2018, zie ook hiervoor. Het is ongewenst als de wetgever en het Ministerie van Financiën niet helder zijn over de kernbegrippen van de wetgeving, met als gevolg dat toezichthouders – als bij trustkantoren DNB – een ruimere uitleg geven dan de wetgever heeft beoogd, omdat het de toezichthouder goed uitkomt.

Bestaande situaties
Als het verbod zou worden ingevoerd kan het gebeuren dat plaatsing van een land op een hoog-risicolandenlijst gevolgen heeft voor de relatie van een trustkantoor met een bestaande cliënt. Het is dan voor het trustkantoor niet mogelijk om onmiddellijk maatregelen te nemen. Daarmee wordt in het voorgestelde artikel 23a geen enkele rekening gehouden.

Als er al een dergelijk verbod zou komen, hetgeen ik ongewenst acht, zal in de wet een voorziening moeten worden opgenomen voor bestaande gevallen.

Commentaar 2

2.a Helderheid rondom de basisbegrippen van de Wtt 2018 is gewenst.

2.b Als het verbod op cliënten en uiteindelijk belanghebbenden bij cliënten in hoog-risicolanden doorgang vindt, zal in de wet een voorziening moeten worden opgenomen voor bestaande situaties.

 

3. Tot slot

Naar mijn mening is de noodzaak op een generiek verbod op relaties met hoog-risicolanden, als geformuleerd in artikel 23a, onvoldoende onderbouwd, zowel omdat niet is gebleken dat de huidige Wtt 2018 onvoldoende regels zou bevatten, als omdat de onderbouwing niet voldoet aan de eisen van artikel 18a AMLD4.

Het zou goed zijn als invoering van artikel 23a niet doorgaat.

 

Bijlagen

Bijlage 1 – Overzicht van hoog-risicolanden

Een overzicht met de meest recente FATF-lijst en de twee Europese lijsten, alsmede het voorstel van februari 2019 van de Europese Commissie van de zwarte lijst voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

Bijlage 2 – Het consultatiedocument

 

Noten

1 Zoals ik ook memoreerde in mijn artikel https://ellentimmer.com/2020/04/20/wwft-307/.
2 Zakelijke overwegingen zijn onder meer of de landen criminaliteit goed bestrijden. Lastig bij de zwarte lijsten is dat de onderbouwing aanleveren voor de redenen waarom bepaalde landen op zwarte lijsten worden geplaatst vaak zeer summier is of ontbreekt.
Aantekening: criminaliteit wordt vaak als ‘witwassen’ aangeduid, maar praktisch is ieder financieel voordeel vanwege crimineel handelen witwassen, zodat het onderscheid tussen criminaliteit en witwassen niet relevant meer is).
3 http://www.fatf-gafi.org/countries/a-c/brazil/documents/outcomes-plenary-october-2019.html,The Plenary discussed the joint FATF-EAG-MONEYVAL assessment of Russia and concluded that Russia has an in-depth understanding of the money laundering and terrorist financing risks it faces. It has established robust policies and laws to address these risks, and the country is particularly effective in its investigation and prosecution of terrorist financing”.
Dit leverde een aantal verraste reacties op, onder andere van ACAMS, As FATF Readies Praise for Russia, Critics Anticipate Backlash, Koos Couvée, 19 november 2019, https://www.moneylaundering.com/news/as-fatf-readies-praise-for-russia-critics-anticipate-backlash/.
4 Aldus de Duitse NRA, https://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/Downloads/Broschueren_Bestellservice/2019-10-19-erste-nationale-risikoanalyse_2018-2019.pdf;jsessionid=E5548E0645DACF539698AF061AA0EBF2?__blob=publicationFile&v=7. Duitsland merkt ook China, Cyprus en Malta als hoog-risicolanden aan.
5 https://rusi.org/commentary/it%E2%80%99s-time-reform-and-refocus-financial-action-task-force
6 Inmiddels van de FATF-lijst verdwenen.
7 Europese belastinglijst.
8 Het kantoor noemde Karachi 100 en de FTSE Pakistan.
9 http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:32015L0849, zoals gewijzigd door de vijfde Europese anti-witwasrichtlijn.
10 Artikel 18a lid 2 AMLD4.
11 Artikel 18a lid 4 AMLD4.
12 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/AUTO/?uri=celex:32018R1467
13 Zie https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-8-2019-0216_EN.pdf.
14 https://www.europarl.europa.eu/meetdocs/2014_2019/plmrep/COMMITTEES/CJ12/OJ/2020/04-15/1202913EN.pdf
15 https://nl.wikipedia.org/wiki/Trust_(rechtsvorm); https://en.wikipedia.org/wiki/Trust_law
16 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/01/14/kamerbrief-voortgang-plan-van-aanpak-witwassen/kamerbrief-voortgang-plan-van-aanpak-witwassen.pdf
17 Dergelijke beweringen werden al eerder in officiële publicaties gedaan. Echter, veel herhalen van standpunten, betekent nog niet dat die standpunten juist zijn.
18 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/01/14/toezichtbeeld-dnb-trustkantoren-2019/toezichtbeeld-dnb-trustkantoren-2019.pdf
19 Zie pagina 3 onder het kopje Beeld op basis van onderzoeken.
20 Volgens een aantal trustkantoren waarmee ik contact heb.
21 In Wtt 2018 is de definitie van dit begrip in artikel 1 lid 1 analoog aan de definitie van zakelijke relatie in artikel 1 lid 1 van de Wwft en verwijst naar de cliënt ten behoeve van wie het trustkantoor respectievelijk de Wwft-plichtige diensten verleent.

9 april 2020

Wijziging Wtt 2018 in consultatie | doorstroomvennootschappen en schurkenstaten

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag is de internetconsultatie ‘Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018‘ van start gegaan. Onderstaand de aankondiging met vindplaatsen en daarna de teksten van het doorstroomvennootschapverbod en het hoog risicolandenverbod.

 

Aankondiging

Hierna volgen delen van de aankondiging, met verwijzingen naar de consultatiedocumenten.

Wijziging Wet toezicht trustkantoren 2018
Wijziging van de Wet toezicht trustkantoren 2018 in verband met aanvullende maatregelen om de integriteitrisico’s bij trustdienstverlening te beheersen

Consultatie gegevens
Publicatiedatum 09-04-2020
Einddatum consultatie 07-05-2020

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt
Trustkantoren

Verwachte effecten van de regeling voor de doelgroepen
Voor de verwachte effecten van de regeling wordt verwezen naar §3 van het algemeen deel van de memorie van toelichting. In deze paragraaf wordt ingegaan op de gevolgen en effecten voor het bedrijfsleven die het wetsvoorstel met zich mee zou kunnen brengen.

Waarop kunt u reageren
De reacties mogen betrekking hebben op alle onderdelen van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting.

Downloads
Concept regeling Wetsvoorstel
Ontwerp toelichting Memorie van Toelichting
• Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Toelichting op IAK vragen

 

Doorstroomvennootschapsverbod en hoog risicolandenverbod in het voorstel

Het voorstel bevat een verbod op doorstroomvennootschappen dat als volgt is geformuleerd:

Artikel 3a. Verbod optreden als doorstroomvennootschap
1. Het is eenieder met zetel in Nederland verboden om beroeps- of bedrijfsmatig een doorstroomvennootschap aan te bieden.
2. Onder doorstroomvennootschap wordt in dit artikel verstaan een rechtspersoon of vennootschap zonder economische activiteit, die gebruikt wordt ten behoeve van één of meerdere derden die niet tot de groep behoort of behoren waartoe de rechtspersoon of vennootschap behoort, en waarvan het gebruik niet tot doel heeft om te voldoen aan enige wettelijke verplichting.

Het verbod op diensten in relatie tot hoog risicolanden is in het voorstel als volgt geformuleerd:

Artikel 23a. Verbod op dienstverlening bij betrokkenheid hoog risicolanden
1. Het is een trustkantoor verboden een zakelijke relatie aan te gaan of een trustdienst te verlenen indien cliënten, doelvennootschappen, uiteindelijk belanghebbenden van cliënten en uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in staten die:
a. op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn, in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie, zijn aangewezen als staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme; of
b. door de Raad van de Europese Unie, op grond van artikel 22 van Verordening (EU) 2017/1601, zijn aangewezen als jurisdicties die niet- coöperatief zijn op belastinggebied.

 

Schurkenstaten volgens de EU

De lijsten van schurkenstaten van de EU zijn zoals gebruikelijk moeilijk te vinden. Voor zover ik weet zijn de fiscale schurkenstaten momenteel American Samoa, Cayman Islands, Fiji, Guam, Oman, Palau, Panama, Samoa, Trinidad and Tobago, US Virgin Islands, Vanuatu, Seychelles, aldus dit bericht.

Het laatste witwasschurkenstatenlijstje van de EU dat ik ken staat hier en vermeldt drie categorieën, met in categorie II en III de bekende namen van Iran en Noord-Korea. In categorie I staan een groot aantal ontwikkelingslanden, waarvan ik me niet kan voorstellen dat deze voor trustkantoren relevant zijn. Op de lijst staan volgens de bron Afghanistan, Bosnië en Herzegovina, Guyana, Irak, Laos, Syrië, Uganda, Vanuatu, Jemen, Ethiopië, Sri Lanka, Trinidad en Tobago, Tunesië en Pakistan.

 

Tot slot

Het zal me benieuwen of deze wijziging van de Wtt 2018 meer dan een symbolisch karakter heeft. Het Ministerie van Financiën zou pas echt doorpakken als alle statutair bestuurders van alle rechtspersonen in Nederland onder toezicht van DNB zouden worden gebracht.

 


Aanvulling 19 mei 2020
Dat het voorstel inzake doorstroomvennootschappen pure symboliek is blijkt uit het verslag van DNB over het kalenderjaar 2018. Daarin staat dat “het aantal doorstroomvennootschappen is gedaald van 132 medio 2013 naar 27 eind 2017” (kennelijk omvat dat ook doorstroomvennootschappen die niet van trustkantoren zijn). Het aantal trustkantoren die volgens DNB gebruik maken van doorstroomvennootschappen is in de periode 2013-2017 gedaald van 50 naar 19.

16 januari 2020

Nieuwe wetgevende plannen voor de trustkantoren-sector

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 14 januari jl. maakten de ministers van Financiën en van Veiligheid een brief bekend over de voortgang van de maatregelen op het gebied van bestrijding van financieel-economische criminaliteit, in het kort als ‘witwassen’ aangeduid. Zoals bekend heeft de overheid taken op het gebied van opsporing (‘monitoring van transacties‘) van vermoedelijke strafbare feiten (‘ongebruikelijke transacties‘) naar het bedrijfsleven geprivatiseerd. Belangrijke spelers in dat verband zijn onder meer trustkantoren, waar ik in dit artikel op focus.

Bij de brief van de ministers horen een aantal  bijlagen, onder meer een door DNB opgesteld ‘Toezichtbeeld DNB Trustkantoren 2019‘.

Kernrol trustkantoren: optreden als statutair bestuurders
De trustkantoren krijgen in de brief van de ministers en in het door DNB vervaardigde toezichtbeeld flinke vegen uit de pan, waarbij de suggestie wordt gewekt dat het financiële instellingen zijn. Het opmerkelijke daarbij is dat de belangrijkste dienst die trustkantoren verlenen, het optreden als statutair directeur van rechtspersonen is, met name bij besloten vennootschappen en stichtingen naar Nederlands recht. In verband met die bestuursrol verlenen ze domicilie en verrichten ze administratieve werkzaamheden. Trustkantoren verlenen geen financiële diensten en zijn ook geen financiële instellingen.

Voorlopig gaan de ministeries van Financiën en van Veiligheid door met verhullen dat het hier om gewone statutair bestuurders gaat.

Beleidsvoornemens
De ministers schrijven in de brief van 14 januari dat trustkantoren de nieuwe regelgeving nog niet voldoende geïncorporeerd zou hebben. Uit de brief van de ministers blijkt niet wat er dan onvoldoende geïmplementeerd zou zijn en welk verband die zogenaamde onvolkomenheden hebben met de aangekondigde maatregel van het verbieden van de ‘doorstroomvennootschap‘ als bedoeld in de Wtt 2018 (goed te onderscheiden van de fiscale doorstroomvennootschap). Ik hoor nl. zelden van de trustkantoren die ik spreek, dat zij er Wtt-doorstroomvennootschappen op na houden.

Voorts bestaat het voornemen om trustkantoren te verbieden om “diensten verlenen waarbij landen betrokken zijn die a) op de lijst van derde-hoogrisicolanden staan of b) op de lijst van de Europese Commissie van non-coöperatieve derde landen op belastinggebied staan“. Uiteraard wordt dit gevolgd door een bekend poortwachtersmantra:

In die gevallen is sprake van een cumulatie van risico’s die wij onbeheersbaar achten in een sector waarbij de diensten op zichzelf al inherent hoge integriteitrisico’s met zich brengen.

Hoe de ministers er bij komen dat het zijn van statutair bestuurder een inherent hoog integriteitsrisico met zich meebrengt, is mij een raadsel, zeker nu trustkantoren – anders dan andere statutair bestuurders – onder toezicht van DNB staan.

De ministers starten een onderzoek naar illegale trustdienstverlening, iets waarover al vele malen is gesproken, namelijk het splitsen tussen het zijn van statutair bestuurder en het verlenen van domicilie. DNB spreekt er alleen in vage termen over, zodat niet duidelijk is wat er speelt.

Verslag DNB
Opvallend is dat de ministers spreken over door DNB opgelegde formele handhavingsmaatregelen, waarbij de suggestie wordt gewekt dat dit verband houdt met de hiervoor bedoelde beleidsvoornemens. Dat verband kan niet worden gevonden in het document van DNB, nu DNB spreekt over onderzoeken naar 21 trustkantoren en oplegging aan een deel van die trustkantoren van tien handhavingsmaatregelen. Dat geeft dus geen beeld van de sector van de trustkantoren in het algemeen.

Het beeld waar DNB over spreekt heeft betrekking op de bureaucratische eisen die aan trustkantoren worden gesteld, op het gebied van het bewijzen van hun inspanningen (vastlegging in het dossier). Lees bijvoorbeeld:

Belangrijke gemene deler bij de uitkomst van onderzoeken is dat er nog regelmatig tekortkomingen worden aangetroffen in de uitvoering van het verplichte cliëntenonderzoek en de vastlegging ervan in het dienstverleningsdossier (dvd), in een dvd komt het door het trustkantoor uitgevoerde cliëntenonderzoek met betrekking tot een specifieke cliënt tot uiting. Uit een dvd is op te maken of het trustkantoor het cliëntenonderzoek adequaat heeft uitgevoerd. Dit houdt in dat in het dvd de integriteitsrisico’s zijn benoemd, hoe deze worden ondervangen en of de integriteitsrisico’s na mitigerende maatregelen acceptabel zijn voor het trustkantoor, oftewel of die risico’s (na mitigatie) passen binnen de zogenaamde risk appetite van het trustkantoor. DNB ziet dat de vereiste ‘due diligence’ niet altijd aanwezig is waardoor in sommige gevallen integriteitsrisico’s niet in beeld zijn, of lager worden ingeschat dan ze zijn, of de effectiviteit van mitigerende maatregelen hoger wordt ingeschat dan die is. Ook ziet DNB dat het cliëntenonderzoek niet compleet is.

Weg met de trust?
Het is niet verrassend dat lid van de Tweede Kamer Nijboer tijdens de behandeling van de Wwft-voorstellen op 3 december 2019 in de Tweede Kamer zei:

Bij trustkantoren vind ik dat anders. Dan vind ik het heel gek om zo’n trustkantoor dat vertrouwen te geven. Dat weet de minister ook. Ik wil gewoon van die trustkantoren af. Dan moet wel de wetgeving worden aangescherpt, maar het is vragen om ellende om die te laten voortbestaan. 

Het lijkt er op dat dit de kern is van waar de ministeries en DNB mee bezig zijn. Nu trustkantoren huis-tuin-en-keuken activiteiten hebben op het gebied van rechtspersonen (besturen, domicilie verlenen en administreren), is de wens van Nijboer niet reëel.

Machine-denken
Uit de brief van de ministers rijst het bij trustkantoren bekende beeld op van het stellen van onhaalbare eisen, waaraan geen mens kan voldoen.

Het is een voorbeeld van het machine-denken van de overheid waarover ik op mijn algemene blog schreef. Lees over dat onderwerp ook Dehumanisation of the large corporation door Jaap Winter. Juist bestrijding van criminaliteit leidt tot het doorslaan van de overheid, heeft de toeslagenaffaire ons geleerd. Ondernemers hebben daar niet zoveel aan.

Ik ben heel benieuwd of het toezichtregime voor trustkantoren straks voor alle statutair bestuurders in Nederland zal gaan gelden. Als dat gebeurt dan is er werkgelegenheid voor iedere burger tot in de lengte van dagen. Met behulp van IT kan iedereen zich tot het oneindige bezighouden met vastleggen, risico’s analyseren, mitigerende maatregelen nemen, risk appetite bepalen en gesprekken voeren met compliance- en audit-functionarissen en met de toezichthouder.

 

Meer informatie:

Brief van 14 januari 2020, rijksoverheid.nl (pdf)

  • Bijlage – Reactie beleidsmonitor terrorismefinanciering, rijksoverheid.nl (pdf)
  • Bijlage – Bijlage bij Kamerbrief Beleidsmonitor Terrorismefinanciering, rijksoverheid.nl (pdf)
  • Bijlage – Toezichtbeeld DNB Trustkantoren 2019, rijksoverheid.nl (pdf), opgesteld door DNB
  • Bijlage – Advies toegang tot gegevens voor poortwachters in de aanpak van witwassen, rijksoverheid.nl (pdf). Advies Autoriteit Persoonsgegevens.

Lees ook mijn artikel De bureaucratische dwaalweg van het toezicht op trustkantoren.

17 september 2019

DNB-consultatie inzake de Wwft-/Sw-leidraad

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Aan de consultatie door DNB inzake de leidraad Wwft en Sw heb ik mee gedaan met de navolgende tekst, die ook als pdf is te downloaden. In de pdf-versie zitten een aantal typfouten die in het onderstaande zijn gecorrigeerd.

 


Consultatiereactie Leidraad Wwft en Sw

Aan: de directie van DNB
Van: Ellen Timmer, e-mail, weblog https://ellentimmer.com/,
auteur voor https://complianceplatformtrust.com/
Datum: 17 september 2019
Betreft: Consultatie Leidraad Wwft en Sw, aangekondigd op https://www.toezicht.dnb.nl/7/50-237768.jsp

 

Geachte directie,

In juni jl. nam ik kennis van uw uitnodiging tot deelname aan bovengenoemde consultatie. Van die gelegenheid maak ik hierbij gebruik.

 

1. Inleiding

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is een wet waaraan naar zeggen van de overheid veel belang wordt gehecht.

De Wwft houdt kort gezegd in dat aangewezen ondernemingen (‘Wwft-plichtigen’, onder meer banken) verplicht zijn een bijdrage te leveren aan de opsporing en bestrijding van financieel-economische criminaliteit. Die bijdrage vindt uitdrukking in ‘monitoring’ (de private variant van opsporing) en ‘cliëntenonderzoek’, die er toe moeten leiden dat de Wwft-plichtigen vermoedens van criminaliteit (witwassen is ieder crimineel voordeel; terrorismefinanciering is iedere legale of illegale betaling aan een specifieke groep criminelen, ook terroristen genoemd) moeten melden. Ik duidt een en ander hierna ook aan als ‘private opsporing’.

Alle Nederlandse banken zijn de afgelopen jaren in het nieuws gekomen omdat zij hun private opsporingstaken niet goed zouden hebben vervuld. Of uw Bank en andere relevante instanties wel reële eisen aan banken stellen en hen voldoende tijd hebben gegeven om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken en de IT-systemen goed in te richten, is voor zover mij bekend nooit onafhankelijk onderzocht. Dat is geen onderwerp van deze consultatie, maar verzwakt wel het systeem.

Het is zorgwekkend dat in de algemene informatie van de rijksoverheid over de Wwft [1] nog steeds geen geactualiseerde versie van de Algemene Leidraad beschikbaar is, terwijl belangrijke wijzigingen in de Wwft medio 2018 in werking zijn getreden. Er staat slechts een verouderde leidraad uit 2011 [2]. Ook voor het overige loopt de informatie op de algemene informatiepagina van de rijksoverheid [3] dramatisch achter.

Nog zorgwekkender is dat uw Bank een conceptleidraad over de Wwft ter consultatie uitbrengt, terwijl de tekst van de vernieuwde Algemene Leidraad nog niet bekend is en u in uw concept er wel naar verwijst.

Deze gang van zaken onderschrijft mijn eerdere constatering dat in Nederland de informatievoorziening inzake de Wwft een grote chaos is. Over die chaos heb ik meerdere keren geschreven. Onder meer:

De chaos van de Wwft informatievoorziening
De chaos van de Wwft informatievoorziening | deel 2

Ik hoop dat de chaotische informatievoorziening geen teken van minachting voor de Wwft-plichtige ondernemers is, die geacht worden “de wet te kennen”. Zoals u weet is het doorgronden van van de Wwft lastig, niet alleen om de wet zeer snel wijzigt, maar ook omdat de regels buitengewoon ingewikkeld zijn.

Als gevolg van die ingewikkeldheid kom ik overal op internet, zowel bij overheidsinstanties als bij private partijen dramatische fouten en onjuistheden over de Wwft tegen, alsmede onvolledige informatie. Als ik op alle onjuistheden in dit soort informatie zou reageren, dan zou ik daar een dagtaak aan hebben.

Daar komt nog bij dat de Wwft-plichtigen een divers gamma aan ondernemingstypen vertegenwoordigen, variërend van zeer klein (zoals notariskantoren en kleine trustkantoren) tot aan grote bedrijven, zoals de grootbanken. Het is van belang dat uw informatie toegankelijk is voor zowel de Wwft-plichtigen als hun adviseurs.

 

Regelgevingstransparantie
De overheid, waarvan u deel uitmaakt, dient het goede voorbeeld te geven door zorg te dragen voor een volwassen publieksvoorlichting, zowel gericht op de Wwft-plichtigen als hun cliënten en relaties, die adequaat en up-to-date is. Die verplichting vloeit voort uit zowel het Nederlandse recht, als uit het Europese recht. De transparantiebeginselen omvatten ook dat de overheid duidelijk dient te zijn in de voorlichting en guidance gericht op burgers (inclusief ondernemingen en organisaties).

U kunt zich er niet van af maken met de mededeling dat de private sector dit zelf maar moet organiseren. Grote ondernemingen kunnen het misschien zelf realiseren, maar voor Wwft-plichtigen uit het MKB is dit onmogelijk.

Ik verzoek uw Bank een bijdrage te leveren aan de voornoemde regelgevende transparantie, door:

• bij de relevante instanties (zoals Ministerie van Financiën, FIU Nederland, Europese Commissie) aan te dringen op verbetering van de overheidsinformatie;
• zelf zorg te dragen voor volwassen en kwalitatief hoogwaardige informatie, die niet alleen voor een gespecialiseerde incrowd is te doorgronden;
• onafhankelijk onderzoek te laten doen (eventeel samen met andere toezichthouders) om vast te stellen of het regelgevingssysteem wel voor alle verschillende groepen toezichtsubjecten haalbaar en uitvoerbaar is.

 

Aanbevelingen:
* Stel een nieuwe conceptleidraad op en start een nieuwe consultatie nadat de Algemene Leidraad van het Ministerie van Financiën bekend is.
* Dring bij het Ministerie van Financiën aan op aanzienlijke verbetering van de Wwft-voorlichting, onder andere door de informatie op overheidssites up to date te houden, een Nederlandse of Europese AML-CFT website tot stand te brengen en te bewerkstelligen dat er een goede database wordt gecreëerd waarin alle landenbeoordelingen door gezaghebbende instanties zijn terug te vinden, ook per land.
* Zorg zelf voor toegankelijke en juridisch juiste informatie, die zowel de instellingen als hun adviseurs in staat stelt hun situatie te beoordelen. Richt een en ander zo in dat ook adviseurs die niet bij een toezichthouder of (andere) overheidsinstelling hebben gewerkt in staat zijn om hun cliënten te adviseren.
* In voor Wwft-plichtigen relevante documenten, zoals de SNRA, staan ernstige fouten, zoals ik heb gesignaleerd in een artikel over de not-for-profit [4]. Graag verzoek ik DNB er bij de Europese instanties op aan te dringen dat de kwaliteit van de documenten die door onder andere Wwft-plichtigen moeten worden geraadpleegd, sterk wordt verbeterd.

 

2. Concept leidraad DNB

Opvallend aan de concept leidraad is dat deze niet de structuur van de Wwft volgt. Zo valt op dat in de inleiding een duidelijke aanduiding van de doelgroep van de leidraad ontbreekt. Verder valt op dat na de inleiding meteen naar de inrichting van de bedrijfsvoering wordt overgegaan, zonder aandacht te besteden aan het doel van de Wwft en de kernbegrippen (witwassen en terrorismefinanciering). Ernstig is ook dat er onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende typen Wwft-plichtigen en de voor hen geldende regelgevende regimes. Zo is er een groot verschil tussen Wwft-plichtigen op wie de Wft of Wtt 2018 van toepassing is, en de overigen.

 

Logische opbouw
Goede publieksvoorlichting en ook goede doelgroepenvoorlichting hoort in te houden dat een leidraad als deze logisch en overzichtelijk wordt opgebouwd. Dat betekent naar mijn mening een volgende indeling:

Hoofdstuk 1 – Inleiding
Met omschrijving van de doelgroep van de Wwft, de Wwft-plichtigen, in algemene zin en de groep die onder DNB-toezicht valt.

Hoofdstuk 2 – Witwasbestrijding en sanctieregelgeving.
Beschrijving van de kernbegrippen van de Wwft, met onder meer de definities van witwassen en terrorismefinanciering. Uitleg over de principes van de sanctieregelgeving en uitleg over de landenlijsten van de sanctieregelgeving en de relatie met de zwarte lijsten van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Uitleg over de verschillen, bijvoorbeeld verschil tussen ubo op grond van Wwft en ubo op grond van sanctieregelgeving.

Hoofdstuk 3 – Risicomanagement
Uitwerking van het hoofdstuk inzake risicomanagement in de Wwft, waarbij goed onderscheid wordt gemaakt tussen Wwft-plichtigen die onder Wft en Wtt 2018 vallen en de overige Wwft-plichtingen onder toezicht van DNB. Voorts bespreking van de vereisten ten aanzien van de bedrijfsvoering op grond van de sanctieregelgeving met duidelijk aangeven van de verschillen met de Wwft.

In dit hoofdstuk kunnen als deelonderwerpen figureren:
* integere bedrijfsvoering voor vergunninghouders Wft en Wtt 2018, aangeven dat hier ook andere onderwerpen dan de Wwft / Sw een rol spelen, onder andere verkoop van adequate producten en bestrijding belangenverstrengeling ten aanzien van producten
* bedrijfsvoering algemeen
* organisatie van KYC / CDD
* IT van KYC / CDD
* SIRA in algemene zin
* risicofactoren in algemene zin (detaillering in hoofdstuk 4)
* begrip relatie in de sanctieregelgeving
* de ubo in de Wwft en in de sanctieregelgeving

Hoofdstuk 4 – Cliëntenonderzoek
Beschrijving van de Wwft-verplichtingen conform de wettelijke systematiek. Het cliëntenonderzoek op grond van de sanctieregelgeving.
Hier is transactiemonitoring een onderdeel van. Bespreking van zowel de Wwft- als de Sw-aspecten.

Deelonderwerpen:
* De wijze waarop een Wwft-plichtige bewijs kan leveren dat hij aan de Wwft en de sanctieregelgeving heeft voldaan.
* Systematiek risicofactoren: [1] Wwft en (via de Wwft); de bijlagen bij de 4e Europese anti-witwasrichtlijn, zoals gewijzigd door de de 5e Europese anti-witwasrichtlijn; de Europese zwarte lijst van landen (AML); SNRA; [2] richtlijnen van Europese toezichthouders zoals EBA voor specifieke doelgroepen; [3] overige richtlijnen, zoals de Algemene Richtlijn en de branchegerelateerde richtlijnen en leidraden.
* Aangeven welke informatiebronnen gezaghebbend zijn en of deze bronnen onafhankelijk wetenschappelijk zijn getoetst.

Hoofdstuk 5 – Meldplichten en overige maatregelen
Hier bespreking van de verplichtingen als er een ongebruikelijke transactie wordt geconstateerd en/of een relevante gebeurtenis in de sanctieregelgeving.

Onderwerpen:
* melding ongebruikelijke transactie
* meldplicht sanctieregelgeving
* maatregelen tegen geliste personen

Hoofdstuk 6 – Wire Transfer Regulation 2
Nu dit een specifieke doelgroep betreft, verdient het aanbeveling met betrekking tot dit onderwerp een afzonderlijke leidraad uit te brengen.

Hoofdstuk 7 – Bewijslevering en AVG
Hier kunnen de bewijsleveringsverplichtingen van de Wwft-plichtigen aan de orde komen alsmede de specifiek voor de Wwft geldende uitzonderingen op de AVG.

Voorts dienen de Wwft-plichtigen er op te worden gewezen dat de AVG verder integraal van toepassing is, wat onder meer betekent dat de personen wiens gegevens worden verwerkt (betrokkenen) daarvan op de hoogte worden gesteld (dus niet alleen de cliënt van de Wwft-plichtige), dat er in het algemeen een DPIA nodig en dat cliënten en betrokkenen op de hoogte worden gesteld van de profileringsmethodiek.

 

Overig commentaar
Helaas ontbreekt mij de tijd om op alle onvolkomenheden in het concept in detail in te gaan. Ik kwam er een groot aantal tegen, bijvoorbeeld:

* De opmerking dat er een ‘hit’ is als de naam van een persoon gelijk is aan de naam van een geliste persoon. Dat kan natuurlijk niet waar zijn. Die ‘hit’ is er alleen als de naam hetzelfde is en er voldoende aanwijzingen zijn dat het dezelfde persoon is.

Enkele andere onvolkomenheden:

1. Het is aan te bevelen de groep ondernemingen die onder de Wwft valt door middel van verwijzing naar de richtlijn kapitaalvereisten [5] specifiek te noemen.
2. Er wordt op allerlei plaatsen verwezen naar andere bronnen, onder andere de Wolfsberg groep, FATF en vele anderen. Het is aan te bevelen een bijlage te maken en daarin aan te geven welke bronnen voor welke Wwft-plichtige verplicht zijn. Zo zien kleine Wwft-plichtigen meteen waar zij acht op moeten slaan.
3. Het begrip maatschappelijke onbetamelijkheid dient te worden uitgewerkt als DNB wenst dat hier acht op wordt geslagen. Zie over het feit dat dit geen geschikte compliance norm is mijn eerdere consultatiereactie. [6]
4. Zoals in vele andere guidance documenten waarin ‘red flags’ worden beschreven, hebben de beschrijvingen in het concept een rommelig karakter en zijn waarschijnlijk gebaseerd op praktijkvoorbeelden. Het is aan te bevelen dit veel systematischer aan te vliegen en anderen (zoals FATF, Egmont Group) aan te bevelen dat ook te doen.

 

3. Slotopmerking

Graag verzoek ik aan het bovenstaande aandacht te besteden.

Met vriendelijke groet,
Ellen Timmer

 

Noten

1 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiele-sector/misbruik-in-financiele-sector-tegengaan/aanpak-witwassen-en-financieren-van-terrorisme
2 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiele-sector/documenten/richtlijnen/2011/02/21/algemene-leidraad-wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme-wwft-en-sanctiewet-sw
3 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiele-sector/misbruik-in-financiele-sector-tegengaan/aanpak-witwassen-en-financieren-van-terrorisme
4 https://ellentimmer.com/2019/07/25/snra/
5 Dat wil zeggen instellingen (en hun bijkantoren) die, geen bank zijnde, in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden opgenomen onder de punten 2, 3, 5, 6, 9, 10, 12 en 14 van bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten.
6 Te vinden op https://complianceplatformtrust.com/2019/08/20/maatschappelijke-betamelijkheid/.

28 juli 2016

Lijst van hoog risico landen vastgesteld door Europese Commissie | AMLD4

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 14 juli jl. heeft de Europese Commissie bekend gemaakt dat de lijst van hoog risico landen in de sfeer van witwas- en terrorismefinancieringsbestrijding voorlopig is vastgesteld door middel van een gedelegeerde verordening. De lijst wordt definitief nadat is gebleken dat Europees Parlement en de Europese Raad geen bezwaar hebben aangetekend.

De lijst bevat drie rubrieken:

I. Derde land met een hoog risico
1 Afghanistan
2 Bosnië en Herzegovina
3 Guyana
4 Irak
5 Laos
6 Syrië
7 Uganda
8 Vanuatu
9 Jemen

II. Derde land met een hoog risico
Iran

III. Derde land met een hoog risico
Democratische Volksrepubliek Korea (DVK)

Meer informatie is te vinden in het artikel dat ik op mijn persoonlijke weblog heb geplaatst.

5 januari 2015

Informatie DNB over toetsingsgesprekken en de landenlijsten van FATF

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Uit het nieuwsbericht van DNB van vandaag blijkt dat de volgende voor trustkantoren belangrijke informatie is gepubliceerd:

  • Factsheet met uitleg over de invulling van toetsingsgesprekken. >>> Meer informatie (er wordt ook verwezen naar het eerder in de nieuwsbrief voor trustkantoren verschenen bericht over de wetskennis van trustbestuurders)
  • Q&A met antwoord op de vraag wat er van ondernemingen onder DNB-toezicht wordt verwacht ten aanzien van de FATF waarschuwingslijsten inzake witwassen en de financiering van terrorisme. >>> Meer informatie

Met ‘waarschuwingslijsten’ wordt gedoeld op de lijst van landen die FATF publiceert, ingedeeld in drie categorieën.

Hinderlijk is dat noch Europa, noch internationale autoriteiten zorgen voor een goed bijgehouden databank, waarin op eenvoudige manier is terug te vinden of een land op een FATF lijst staat, in welke categorie het land staat en wat de reden is voor de indeling. DNB maakt zich er ook van af door naar de website van FATF te verwijzen.

%d bloggers liken dit: