Posts tagged ‘Wtt’

30 januari 2019

Uitvoering toezeggingen en motie trustsector | kamerbrief

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 29 januari jl. verscheen de kamerbrief (lees aankondiging) “Uitvoering toezeggingen en motie trustsector“. In deze brief (pdf) gaat de Minister van Financiën in op de uitvoering van toezeggingen tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018.

Uit de brief blijkt dat de combinatie bankdiensten en trustdiensten geen probleem hoeft op te leveren. Er wordt een opmerking gemaakt over de compliancemedewerker van trustkantoren. Er wordt melding gemaakt van de periodieke rapportages inzake de trustkantorensector.

Tot slot wordt gezegd dat er nog onderzoek plaats vindt naar de vraag of het trustkantoren verboden moet worden domicilie te verlenen aan doorstroomvennootschappen en ‘brievenbusmaatschappijen‘ (ik heb geen idee wat met het laatste wordt bedoeld).

14 januari 2019

De cliëntenonderzoeksdossiers onder de Wet toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Volgens Fecwise zouden de cliëntenonderzoeksdossiers, die onder de oude versie van de Wet toezicht trustkantoren tot stand zijn gekomen, niet voldoen aan de nieuwe wet, de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018), zo lees ik in hun artikel “De nieuwe Wet toezicht trustkantoren 2018: wees alert op het overgangsregime!“. In hun artikel wijzen ze er op dat er geen overgangsrecht is en dat meteen aan Wtt 2018 moet worden voldaan.

Eerlijk gezegd verkeer ik in de veronderstelling dat ten aanzien van de inhoud en het bewijs van het uitgevoerde cliëntenonderzoek niets is veranderd. Ik hoor graag van jullie of jullie daar anders over denken.


Aanvulling 17 januari 2019
Overigens is er wel iets anders veranderd. De Wwft is met ingang van 25 juli 2018 ingrijpend gewijzigd, wat ook gevolgen kan hebben voor trustkantoren.

Ik kreeg op dit bericht een e-mail reactie van iemand die zei dat het cliëntenonderzoek van trustkantoren per 1 januari 2019 veranderd zou zijn, “qua bewijskracht is er (vrij) weinig veranderd, maar qua inhoud moet er veel meer bij en zijn er nu meer vragen zijn die specifiek beantwoord moeten worden“, zonder te vermelden op welke juridische bron dat is gebaseerd. Mogelijk is dat niet een wijziging als gevolg van Wtt 2018 maar iets wat voortvloeit uit wat DNB in de praktijk van trustkantoren eist en wat betrokkenen ontdekken tijdens toezichtbezoeken.

Dus ik blijf benieuwd.

Tags: ,
18 december 2018

Gevolmachtigden onder de Wet toezicht trustkantoren 2018 gebracht | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In een consultatie, enige tijd geleden, is al aan de orde geweest dat het begrip Wtt-dienst op grond van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt) zou worden verbreed naar gevolmachtigden, zie mijn artikel Tijdbom onder volmacht: gevolmachtigden worden trustkantoor | Besluit toezicht trustkantoren 2018,. De consultatietekst luidde:

Artikel 2. Aanvullende trustdienst
In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die een rechtspersoon of vennootschap kan binden in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

 

Inmiddels is het uitvoeringsbesluit definitief bekend gemaakt. Daarin staat:

§ 2. Aanvullende trustdiensten
Artikel 2. Aanvullende trustdienst

In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die algemene bestuurshandelingen kan verrichten voor een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

 

De omschrijving is ten opzichte van de consultatietekst aangepast. De toelichting bij het definitieve besluit luidt als volgt:

2. Aanvullende trustdienst
De regels in de Wtt 2018 en onderliggende regelgeving zijn van toepassing op trustkantoren. Op grond van de wet is sprake van een trustkantoor als een trustdienst wordt verricht. De Wtt 2018 kent vijf trustdiensten en een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur andere diensten als trustdiensten aan te wijzen. De vijf benoemde trustdiensten in de wet moeten beschouwd worden als de kern van de trustdienstverlening. Eventuele aanvullende diensten die bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld, zullen afgeleide diensten of aanpalende diensten zijn.

In dit besluit is geregeld dat naast de vijf diensten in de wet tevens het in opdracht algemene bestuurshandelingen kunnen verrichten voor een rechtspersoon of vennootschap een trustdienst in de zin van de Wtt 2018 is. Deze trustdienst is nieuw in de wetgeving. De trustdienst komt inhoudelijk echter in grote mate overeen met trustdienst a in artikel 1 van de wet: het in opdracht optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap. Die trustdienst (en daarmee de wetgeving om integriteitrisico’s te mitigeren) kan echter omzeild worden door een (rechts)persoon niet formeel als bestuurder te benoemen, maar door middel van een volmacht of anderszins een (rechts)persoon de materiële bevoegdheid te geven bindende bestuurshandelingen te verrichten. Als een (rechts)persoon bindende bestuurshandelingen kan verrichten dan kan deze feitelijk optreden als bestuurder. In de praktijk is gebleken dat deze constructie regelmatig wordt toegepast. Het gaat dan om de situatie waarbij een rechtspersoon of vennootschap in Nederland wordt opgericht met buitenlandse bestuurders of vennoten. Voor het besturen van de rechtspersoon of vennootschap is vervolgens aan een persoon die goed bekend is met het Nederlandse rechtssysteem een volmacht verleend om handelingen namens de rechtspersoon of vennootschap te verrichten die nodig zijn voor het voortbestaan van de rechtspersoon of vennootschap. In wezen verschilt deze situatie niet van het oprichten van een rechtspersoon of vennootschap in Nederland en deze laten besturen door een trustkantoor. De integriteitrisico’s verbonden aan het materieel optreden als bestuurder, zoals deze variant van dienstverlening ook wel wordt genoemd, zijn vergelijkbaar met de integriteitrisico’s verbonden aan het reeds gereguleerde formeel optreden als bestuurder. Het risico voor Nederland dat trustdienstverlening het vertrouwen in de Nederlandse financiële en juridische stelsels kan schaden kan evengoed optreden als de cliënt zelf voorziet in het formele bestuur, maar het feitelijke bestuur overdraagt aan een dienstverlener. Uit dien hoofde is het noodzakelijk de reikwijdte te verbreden om zo de belangen die de wet beoogd te beschermen beter te kunnen waarborgen en te eisen dat alleen een gereguleerd trustkantoor met inachtneming van de poortwachterfunctie deze dienst mag verlenen.

Het gaat hier om alle mogelijke volmacht varianten. Het is mogelijk dat een volmacht zichtbaar is in het handelsregister, maar het kan ook om een onderhandse volmacht gaan of een volmacht met beperkingen. Het doorslaggevend criterium is dat de houder van de volmacht feitelijk in staat is om de rechtspersoon te binden ten aanzien van rechtshandelingen die samenhangen met het in stand houden van de rechtspersoon of vennootschap. Een volmacht voor het verrichten van een individuele afgebakende handeling, zoals het aangaan van een enkele overeenkomst of het verrichten van een aangifte, valt niet onder deze trustdienst. De volmacht moet daadwerkelijk strekken tot het verrichten van algemene bestuurshandelingen of zodanig open zijn dat de gevolmachtigde feitelijk het algemene bestuur over de rechtspersoon of vennootschap kan voeren.
Met de regeling van deze trustdienst is het op grond van de Wtt 2018 verboden om een dergelijke dienst zonder vergunning te verlenen en zijn de eisen op grond van de Wtt 2018 van toepassing op de dienstverlening.

Met betrekking tot het cliëntenonderzoek bij de trustdienst uit dit besluit is geregeld dat dit gelijk is aan het cliëntenonderzoek bij trustdiensten a en b in de wet (het in opdracht zijn van bestuurder of het verlenen van domicilie in combinatie met andere diensten). Zoals hierboven aangegeven komt de trustdienst in dit besluit inhoudelijk overeen met het in opdracht zijn van bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap (trustdienst a). Het cliëntenonderzoek kan dan ook gelijkluidend zijn.

 

Opmerking
Deze verbreding van de toepasselijkheid van de Wtt zal grote gevolgen hebben voor de reguliere ondernemingsrecht praktijk.

Tags:
14 december 2018

Inwerkingtredingskb Wtt 2018 bekend gemaakt

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag is in de Staatscourant het besluit van 3 december jl. gepubliceerd met betrekking tot de inwerkingtreding van de Wtt 2018 en het Besluit toezicht trustkantoren 2018. Die datum is zoals verwacht 1 januari 2019.

(Met dank aan Marco van Poppel, die me hier over informeerde.)

Tags:
13 december 2018

Wtt 2018 in het Staatsblad en dalende trend sector trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Inmiddels is de nieuwe Wtt in het Staatsblad geplaatst, zie de tekst van de wet. Het besluit tot inwerkingtreding kon ik nog niet vinden, maar dat zal wel 1 januari a.s. zijn. Het dossier van deze wet is hier te vinden. Voorts is de Regeling toezicht trustkantoren 2018 in de Staatscourant verschenen.

In een nieuwsbericht laat DNB verheugd weten dat daling van het aantal trustkantoren en het aantal doelvennootschappen plaats vindt:

 

Cijfers en trends in de trustsector
Nieuwsbericht
Datum 31 oktober 2018

Het aantal trustkantoren blijft dalen. Datzelfde geldt voor het aantal doelvennootschappen die door de trustkantoren worden bediend.
DNB vraagt jaarlijks via de ISI-rapportage informatie op bij trustkantoren. In de door de trustkantoren aangeleverde informatie zijn bepaalde trends te zien. De afgelopen jaren is een dalende trend in het aantal vergunninghoudende trustkantoren waarneembaar. Waren er eind 2011 nog 310 trustkantoren in Nederland, eind 2017 waren dit er 222. Uit gegevens van het Register Trustkantoren blijkt dat het aantal trustkantoren medio oktober 2018 verder is gedaald naar 207.

Doelvennootschappen
Ook is sprake van een significante daling van het totale aantal doelvennootschappen die door de trustkantoren worden bediend. Uit onderstaand overzicht blijkt dat het aantal doelvennootschappen in de periode juni 2016 tot en met december 2017 met 10% is gedaald.

Structuren bediend door trustkantoren
Het aantal structuren van een groep waartoe een doelvennootschap behoort waar trustkantoren diensten aan verlenen en waarin een (Angelsaksische) trust is opgenomen, is in 2017 met 15% gestegen tot 1.607. Daarnaast is het aantal structuren waarbij sprake is van één of meer nominee shareholders in 2017 met 20% gedaald tot 566. Het aantal structuren waarin één of meer stichtingen zijn opgenomen is met 7% gedaald tot 4.795. Dit is ongeveer een kwart van het totale aantal structuren die door trustkantoren worden bediend.

Doorstroomvennootschappen
DNB heeft in het verleden onderzoek gedaan naar de integriteitrisico’s die met doorstroomvennootschappen gepaard kunnen gaan. Sinds het onderzoek door DNB is het aantal doorstroomvennootschappen gedaald van 132 medio 2013 naar 27 eind 2017. Het aantal trustkantoren die gebruikmaken van deze doorstroomvennootschappen is in dezelfde periode gedaald van 50 naar 19.

Commanditaire vennootschappen
DNB heeft in het verleden ook de dienstverlening aan commanditaire vennootschappen (cv’s) die onderdeel uitmaken van complexe internationale structuren onderzocht. Trustkantoren hebben de dienstverlening aan cv-structuren sinds 2013 afgebouwd. Op 30 juni 2013 verleenden 75 trustkantoren diensten aan 1.602 cv’s, waarna een daling is gezet. Eind 2017 was het aantal cv’s waaraan diensten werden verleend gedaald tot 521 cv’s, waaraan 62 trustkantoren diensten verleenden.

Tags: ,
20 november 2018

Optreden als trustkantoor zonder vergunning leidt tot taakstraf | Wtt, strafzaak

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 16 november jl. heeft de Rechtbank Den Haag uitspraken gedaan inzake twee personen die de Wtt overtraden door als trustkantoor te handelen zonder vergunning. Betrokkenen gaven feitelijk leiding aan limiteds die handelden in strijd met de Wtt. De verdachten worden vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie.

De inhoudsindicatie in de twee zaken luidt als volgt:

Overtreding verbodsbepaling Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Vrijspraak deelname criminele organisatie.

A ltd heeft, als onderdeel van de X Group, werkzaamheden verricht, gericht op het verlenen van trustdiensten door B ltd, een trustkantoor met een zetel in een niet-aangewezen staat dat niet beschikt over een vergunning van DNB. Hiermee heeft A ltd vanaf 1 juli 2012 de verbodsbepaling van artikel 2, derde lid van de Wtt overtreden. De verdachte heeft samen met een ander feitelijke leiding gegeven aan deze strafbare gedragingen van A ltd. De rechtbank kan niet vaststellen dat A ltd, B ltd en andere rechtspersonen behorende bij de X Group, in Den Haag/Nederland als trustkantoor werkzaam zijn geweest.

De verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie, omdat niet bewezen kan worden verklaard dat bij de verdachte het oogmerk bestond op het medeplegen van of het medeplichtig zijn aan het plegen van misdrijven door de klanten van de organisatie.

Verwerping verweer dat toepassing van artikel 2, derde lid, Wtt een schending oplevert van het vrije verkeer van diensten zoals dat op grond van het EU-werkingsverdrag is gewaarborgd binnen de EU. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een gerechtvaardigde beperking van het vrije verkeer van diensten binnen de Europese gemeenschap, nu deze beperking zijn rechtvaardiging vindt in het algemene belang, zoals dat is verwoord in de memorie van toelichting bij de Wijzigingswet financiële markten.

Vaststelling overschrijding redelijke termijn, geen gevolgen voor de strafmaat.

Taakstraf van 180 uren.

ECLI:NL:RBDHA:2018:13626
ECLI:NL:RBDHA:2018:13653

Tags: ,
19 november 2018

Consultatie Regeling toezicht trustkantoren 2018 afgesloten

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Onlangs is de consultatie Regeling toezicht trustkantoren 2018 afgesloten. Er zijn vier openbare reacties op de consultatie bekend gemaakt, te weten van advocatenkantoor Finnius, de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (“GCV”, KNB/NOvA), trustkantoren brancheorganisatie Holland Qaestor (HQ) en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).

  • Finnius maakt zich zorgen over nevenactiviteiten.
  • GCV doet suggesties met betrekking tot de bestuurders van stichtingen administratiekantoor.
  • HQ ziet nieuwe commerciële mogelijkheden door alle bestuurders van stichtingen administratiekantoor onder de Wtt te brengen.
  • De VNCI denkt dat zij trustkantoor zijn en wil graag worden vrijgesteld.

 

Meer informatie:

8 november 2018

Wet toezicht trustkantoren 2018 aangenomen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De Eerste Kamer laat weten dat de Wet toezicht trustkantoren 2018 is aangenomen. Inwerkingtreding: nog niet bekend (op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld), maar naar verwachting per 1 januari 2019.

Meer informatie:

Tags:
30 oktober 2018

Memorie van antwoord Wet toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 15 oktober jl. werd bij de Eerste Kamer de memorie van antwoord ingediend in het dossier Wet toezicht trustkantoren 2018.

Poortwachtersproza
Een nieuwe term in het poortwachtersproza blijkt “comparatief voordeel” te zijn, zo blijkt uit de eerste alinea van paragraaf 2.

Zo te zien is deze memorie met artificial intelligence geschreven, want ik kom weer vele bekende teksten tegen. Zoals deze optimistische en onjuiste mededeling over Wwft-plichtigen in het algemeen (“dienstverleners’ = Wwft-plichtigen):

De dienstverleners zijn namelijk bij uitstek in staat om in het kader van hun dienstverlening signalen op te pikken dat hun cliënten betrokken zijn bij financieel handelen dat is gerelateerd aan witwassen of financieren van terrorisme.

Feeder
Spannend is dat het fenomeen ‘feeder’ heel kort aan de orde komt. Ik heb geen idee wat dat is. Ik vermoed dat feeders cliënten van het trustkantoor zijn die van het trustkantoor diensten of voordelen ontvangen, hoewel daarmee niet goed te rijmen is dat het volgens het citaat in de memorie om belastingadviseurs, accountants, notarissen en advocaten zou gaan. Die betekenis sluit niet aan bij allerlei andere passages in overheidsdocumenten over de ‘feeder’, die al even summier toegelicht zijn. Waarom hier niet wordt gesproken over het begrip ‘adviseur’ van de cliënt van het trustkantoor, is al even raadselachtig. Want de genoemde beroepsbeoefenaren zullen adviseurs van de doelvennootschappen of hun aandeelhouders c.s. zijn.

Trouwens: de minister lijkt te denken dat de belastingadviseurs, accountants, notarissen en advocaten waarmee een trustkantoor te maken heeft alleen uit Nederland zouden komen.

Een mooi staaltje luchtfietsen.

Citaat:

De suggestie met betrekking tot de «feeders» van structuren ziet op belastingadviseurs en accountants alsmede op notarissen en advocaten. Voor deze beroepsgroepen bestaan verschillende codes waarin ethische aspecten zijn opgenomen. Bij de plenaire behandeling van het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie fiscale constructies op 5 september jl. heeft de Minister voor Rechtsbescherming aangegeven om samen met de Staatssecretaris van Financiën een gesprek te beleggen met de beroepsgroepen en het Bureau Financieel Toezicht. In dat gesprek zal ter sprake komen wat de beroepsgroepen kunnen doen op het terrein van het bevorderen van de maatschappelijke betamelijkheid.

Analyse
Helaas beschik ik nog niet over artificial intelligence om deze ministeriële uiting te analyseren en te zien of en waar er beweging is en waar het toe leidt.

Ik beveel de memorie uiteraard in de aandacht van de sector van trustkantoren aan.

Tags: ,
3 oktober 2018

De niet geregistreerde rechtspersonen van het ministerie van financiën | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het is me al eerder opgevallen dat het ondernemingsrecht van het ministerie van financiën anders is dan het ondernemingsrecht dat de beoefenaren daarvan kennen.
Onlangs las ik de memorie van de toelichting bij het wetsvoorstel Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) door en kwam de volgende opmerkelijke tekst tegen:

Allereerst is in het wetsvoorstel een verplichting opgenomen om te controleren of ten aanzien van een doelvennootschap of ander relevant onderdeel van de groep waar de doelvennootschap toe behoort, is voldaan aan een plicht tot inschrijving in het Handelsregister of een daarmee vergelijkbaar buitenlands register. Deze plicht moet verhulling door gebruik van rechtspersonen of vennootschappen die onbekend zijn bij autoriteiten tegengaan. De controle levert het trustkantoor informatie op over het bestaan van een mogelijke plicht voor de betrokken rechtspersonen of vennootschappen tot inschrijving in een register en of aan deze plicht voldaan is. Het niet voldoen aan een inschrijvingsplicht kan naast het overtreden van de desbetreffende wettelijke plicht ook een indicatie zijn dat de dienstverlening integriteitrisico’s met zich brengt. Van het trustkantoor wordt verwacht dat deze geen diensten verleent voordat aan een inschrijvingsplicht is voldaan. In het dossier moet het trustkantoor een document hebben waaruit de inschrijving van de desbetreffende rechtspersonen of vennootschappen blijkt of dat is geconstateerd dat voor de desbetreffende rechtspersoon of vennootschap geen inschrijvingsplicht in het land van de zetel geldt. In het geval voor de rechtspersoon of juridische entiteit geen inschrijvingsplicht geldt, kan het in het bijzonder van belang zijn dat een trustkantoor achterhaalt wat het doel van de dienstverlening is en wat de reden is dat die rechtsfiguur in dat land wordt gebruikt. Het trustkantoor moet zich realiseren dat de gekozen rechtsfiguur niet bekend is bij de desbetreffende autoriteiten en dus verhullende doeleinden kan hebben.

Een hoogst merkwaardige passage, want hoe kun je als trustkantoor (die veelal statutair directeur is van rechtspersonen) een opdracht uitvoeren voor rechtspersonen, als je het bestaan daarvan niet kan verifiëren.

Voor een trustkantoor is de doelvennootschap (de door het trustkantoor bestuurde rechtspersoon) juridisch een opdrachtgeefster (van managementdiensten). Ook de aandeelhouders(s)-rechtspersoon/-personen van de doelvennootschap zijn civielrechtelijk opdrachtgevers. Als het trustkantoor een zakelijke relatie met doelvennootschap en aandeelhouder aangaat, is dat alleen mogelijk als het bestaan en de vertegenwoordiging geverifieerd kunnen worden. In de meeste Europese landen (misschien is dat in Engeland en [voormalige] kroonkoloniën anders) worden rechtspersonen door notarissen opgericht en in ingeschreven in handelsregisters.

Leeft het ministerie van financiën in een juridische schimmenwereld?

Het ministerie trok het been later bij, in de nota naar aanleiding van het verslag worden vragen over de ‘niet ingeschreven rechtspersonen’ als volgt beantwoord:

162–164
De leden van de SP-fractie lezen dat van trustkantoren wordt verwacht dat zij geen diensten verlenen aan bedrijven die niet zijn ingeschreven in het Handelsregister. Zij vragen de regering of er ook een verbod wordt voorgesteld op het verlenen van trustdiensten aan dergelijke bedrijven. Staan alle doelvennootschappen die door trustkantoren worden beheerd ingeschreven in het Handelsregister? Komen zij allemaal hun verplichtingen na? En wanneer dit niet zo is, wordt dan de relatie verbroken? Zo nee, waarom niet?

Zoals hierboven in antwoord op de vragen 155 tot en met 158 is aangegeven, mag een trustkantoor geen zakelijke relatie aangaan dan wel trustdiensten verlenen als de betrokken doelvennootschap of ander relevant onderdeel van de groep waartoe zij behoort, niet voldoet aan een plicht tot inschrijving in een handelsregister of vergelijkbaar register. Het is afhankelijk van de wetgeving in het land van de zetel van de doelvennootschap of het relevante onderdeel van de groep waartoe zij behoort, of inschrijving in een dergelijk register verplicht is. Voor de meeste doelvennootschappen met een zetel in Nederland zal een verplichting tot inschrijving in het handelsregister gelden. Het is onbekend of al deze vennootschappen op dit moment zijn ingeschreven. Het is nu nog geen verplichting voor trustkantoren om hier informatie over ter beschikking te hebben. Overigens bestaat de verwachting dat de inschrijving van de doelvennootschappen zelf, die in de regel een zetel in Nederland hebben, aan de inschrijvingsplichten voldoen. Het probleem speelt meer bij onderdelen van de groep die hun zetel in een ander land hebben. Als een trustkantoor constateert dat een doelvennootschap of een relevant onderdeel van de groep niet voldoet aan een inschrijvingsverplichting dan moet het trustkantoor de zakelijke relatie beëindigen.

Uit het antwoord blijkt dat het bestaan van het handelsregister bij het ministerie is doorgedrongen, al is de vraag waarom het ministerie schrijft: “Voor de meeste doelvennootschappen met een zetel in Nederland zal een verplichting tot inschrijving in het handelsregister gelden“. Waarom spreekt men over “de meeste“. Zijn er dan kapitaalvennootschappen met zetel in Nederland die niet ingeschreven zijn? Dat lijkt me onzin. Ik ben benieuwd of iemand mij over dit wel heel bijzondere fenomeen kan informeren.

Voorlopig ga ik er van uit dat juridische bijscholing van het ministerie gewenst is.

Meer informatie:

Dit artikel is ook verschijnen op de site van het Compliance Platform Trustkantoren.

%d bloggers liken dit: