Posts tagged ‘Wtt’

17 januari 2020

Wijziging Beleidsregel geschiktheid 2012 | DNB, AFM

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 14 januari jl. is het besluit tot wijziging van de Beleidsregel geschiktheid 2012 [*] in de Staatscourant verschenen. In het wijzigingsbesluit is onder meer de beleidsbepaler opgenomen op een bijzondere manier:

Onderdeel 1.1, sub a komt te luiden:

a) beleidsbepaler: een persoon die bij of krachtens de Wet op het financieel toezicht, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen, het Besluit prudentiële regels Wft, de Pensioenwet of de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet toezicht trustkantoren 2018, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de CSDR of de EMIR moet of kan worden getoetst op geschiktheid.

 

Uit de toelichting blijkt dat onder meer de inwerkingtreding van de Wet toezicht trustkantoren 2018 aanleiding was voor de wijzigingen. Er staat een verwijzing in naar de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zodat de beleidsregel ook gaat gelden voor aanbieders van cryptovaluta.

De actuele tekst van het besluit is in voormelde tekst na het wijzigingsbesluit vermeld en kan ook hier [**] worden geraadpleegd.

 

Noten

[*] Besluit van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) van 12 december 2019 tot wijziging van de Beleidsregel geschiktheid 2012.

[**] Was toen ik er bij het afsluiten van deze tekst naar keek nog niet geactualiseerd.

16 januari 2020

Nieuwe wetgevende plannen voor de trustkantoren-sector

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 14 januari jl. maakten de ministers van Financiën en van Veiligheid een brief bekend over de voortgang van de maatregelen op het gebied van bestrijding van financieel-economische criminaliteit, in het kort als ‘witwassen’ aangeduid. Zoals bekend heeft de overheid taken op het gebied van opsporing (‘monitoring van transacties‘) van vermoedelijke strafbare feiten (‘ongebruikelijke transacties‘) naar het bedrijfsleven geprivatiseerd. Belangrijke spelers in dat verband zijn onder meer trustkantoren, waar ik in dit artikel op focus.

Bij de brief van de ministers horen een aantal  bijlagen, onder meer een door DNB opgesteld ‘Toezichtbeeld DNB Trustkantoren 2019‘.

Kernrol trustkantoren: optreden als statutair bestuurders
De trustkantoren krijgen in de brief van de ministers en in het door DNB vervaardigde toezichtbeeld flinke vegen uit de pan, waarbij de suggestie wordt gewekt dat het financiële instellingen zijn. Het opmerkelijke daarbij is dat de belangrijkste dienst die trustkantoren verlenen, het optreden als statutair directeur van rechtspersonen is, met name bij besloten vennootschappen en stichtingen naar Nederlands recht. In verband met die bestuursrol verlenen ze domicilie en verrichten ze administratieve werkzaamheden. Trustkantoren verlenen geen financiële diensten en zijn ook geen financiële instellingen.

Voorlopig gaan de ministeries van Financiën en van Veiligheid door met verhullen dat het hier om gewone statutair bestuurders gaat.

Beleidsvoornemens
De ministers schrijven in de brief van 14 januari dat trustkantoren de nieuwe regelgeving nog niet voldoende geïncorporeerd zou hebben. Uit de brief van de ministers blijkt niet wat er dan onvoldoende geïmplementeerd zou zijn en welk verband die zogenaamde onvolkomenheden hebben met de aangekondigde maatregel van het verbieden van de ‘doorstroomvennootschap‘ als bedoeld in de Wtt 2018 (goed te onderscheiden van de fiscale doorstroomvennootschap). Ik hoor nl. zelden van de trustkantoren die ik spreek, dat zij er Wtt-doorstroomvennootschappen op na houden.

Voorts bestaat het voornemen om trustkantoren te verbieden om “diensten verlenen waarbij landen betrokken zijn die a) op de lijst van derde-hoogrisicolanden staan of b) op de lijst van de Europese Commissie van non-coöperatieve derde landen op belastinggebied staan“. Uiteraard wordt dit gevolgd door een bekend poortwachtersmantra:

In die gevallen is sprake van een cumulatie van risico’s die wij onbeheersbaar achten in een sector waarbij de diensten op zichzelf al inherent hoge integriteitrisico’s met zich brengen.

Hoe de ministers er bij komen dat het zijn van statutair bestuurder een inherent hoog integriteitsrisico met zich meebrengt, is mij een raadsel, zeker nu trustkantoren – anders dan andere statutair bestuurders – onder toezicht van DNB staan.

De ministers starten een onderzoek naar illegale trustdienstverlening, iets waarover al vele malen is gesproken, namelijk het splitsen tussen het zijn van statutair bestuurder en het verlenen van domicilie. DNB spreekt er alleen in vage termen over, zodat niet duidelijk is wat er speelt.

Verslag DNB
Opvallend is dat de ministers spreken over door DNB opgelegde formele handhavingsmaatregelen, waarbij de suggestie wordt gewekt dat dit verband houdt met de hiervoor bedoelde beleidsvoornemens. Dat verband kan niet worden gevonden in het document van DNB, nu DNB spreekt over onderzoeken naar 21 trustkantoren en oplegging aan een deel van die trustkantoren van tien handhavingsmaatregelen. Dat geeft dus geen beeld van de sector van de trustkantoren in het algemeen.

Het beeld waar DNB over spreekt heeft betrekking op de bureaucratische eisen die aan trustkantoren worden gesteld, op het gebied van het bewijzen van hun inspanningen (vastlegging in het dossier). Lees bijvoorbeeld:

Belangrijke gemene deler bij de uitkomst van onderzoeken is dat er nog regelmatig tekortkomingen worden aangetroffen in de uitvoering van het verplichte cliëntenonderzoek en de vastlegging ervan in het dienstverleningsdossier (dvd), in een dvd komt het door het trustkantoor uitgevoerde cliëntenonderzoek met betrekking tot een specifieke cliënt tot uiting. Uit een dvd is op te maken of het trustkantoor het cliëntenonderzoek adequaat heeft uitgevoerd. Dit houdt in dat in het dvd de integriteitsrisico’s zijn benoemd, hoe deze worden ondervangen en of de integriteitsrisico’s na mitigerende maatregelen acceptabel zijn voor het trustkantoor, oftewel of die risico’s (na mitigatie) passen binnen de zogenaamde risk appetite van het trustkantoor. DNB ziet dat de vereiste ‘due diligence’ niet altijd aanwezig is waardoor in sommige gevallen integriteitsrisico’s niet in beeld zijn, of lager worden ingeschat dan ze zijn, of de effectiviteit van mitigerende maatregelen hoger wordt ingeschat dan die is. Ook ziet DNB dat het cliëntenonderzoek niet compleet is.

Weg met de trust?
Het is niet verrassend dat lid van de Tweede Kamer Nijboer tijdens de behandeling van de Wwft-voorstellen op 3 december 2019 in de Tweede Kamer zei:

Bij trustkantoren vind ik dat anders. Dan vind ik het heel gek om zo’n trustkantoor dat vertrouwen te geven. Dat weet de minister ook. Ik wil gewoon van die trustkantoren af. Dan moet wel de wetgeving worden aangescherpt, maar het is vragen om ellende om die te laten voortbestaan. 

Het lijkt er op dat dit de kern is van waar de ministeries en DNB mee bezig zijn. Nu trustkantoren huis-tuin-en-keuken activiteiten hebben op het gebied van rechtspersonen (besturen, domicilie verlenen en administreren), is de wens van Nijboer niet reëel.

Machine-denken
Uit de brief van de ministers rijst het bij trustkantoren bekende beeld op van het stellen van onhaalbare eisen, waaraan geen mens kan voldoen.

Het is een voorbeeld van het machine-denken van de overheid waarover ik op mijn algemene blog schreef. Lees over dat onderwerp ook Dehumanisation of the large corporation door Jaap Winter. Juist bestrijding van criminaliteit leidt tot het doorslaan van de overheid, heeft de toeslagenaffaire ons geleerd. Ondernemers hebben daar niet zoveel aan.

Ik ben heel benieuwd of het toezichtregime voor trustkantoren straks voor alle statutair bestuurders in Nederland zal gaan gelden. Als dat gebeurt dan is er werkgelegenheid voor iedere burger tot in de lengte van dagen. Met behulp van IT kan iedereen zich tot het oneindige bezighouden met vastleggen, risico’s analyseren, mitigerende maatregelen nemen, risk appetite bepalen en gesprekken voeren met compliance- en audit-functionarissen en met de toezichthouder.

 

Meer informatie:

Brief van 14 januari 2020, rijksoverheid.nl (pdf)

  • Bijlage – Reactie beleidsmonitor terrorismefinanciering, rijksoverheid.nl (pdf)
  • Bijlage – Bijlage bij Kamerbrief Beleidsmonitor Terrorismefinanciering, rijksoverheid.nl (pdf)
  • Bijlage – Toezichtbeeld DNB Trustkantoren 2019, rijksoverheid.nl (pdf), opgesteld door DNB
  • Bijlage – Advies toegang tot gegevens voor poortwachters in de aanpak van witwassen, rijksoverheid.nl (pdf). Advies Autoriteit Persoonsgegevens.

Lees ook mijn artikel De bureaucratische dwaalweg van het toezicht op trustkantoren.

25 november 2019

Guidance door Holland Quaestor op het gebied van Wtt 2018 en Wwft

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Trustkantoren brancheorganisatie Holland Quaestor bracht in november een guidancedocument (pdf) inzake de naleving door trustkantoren van Wtt 2018 en Wwft uit.

8 november 2019

DNB publiceert factsheet met antwoorden op veelgestelde vragen inzake Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 24 oktober jl. publiceerde DNB een factsheet met antwoorden op veel gestelde vragen. Lees de aankondiging en de factsheet.

Onderwerpen van de factsheet:

  • De invulling van de compliancefunctie
  • Het inzichtelijk maken van de werkzaamheden door de compliancefunctie
  • De functiescheiding tussen audit en compliance voor beleidsbepalers
  • De kwalificatie van een volmacht als trustdienst
  • Vergunningplichtige dienstverlening ten aanzien van postadres of bezoekadres en aanvullende werkzaamheden
  • Het acceptatiememorandum, en het verschil met de integriteitsrisicoanalyse
  • Het verschil tussen ‘vaststellen’ en ‘zoveel mogelijk met zekerheid vaststellen’
  • De nieuwe wettelijke eis van het opstellen van een transactieprofiel
  • De begrippen ‘specifieke kenmerken’ of ‘naar categorie is omschreven’ waaraan een trust of een soortgelijke juridische constructie moet voldoen
  • Het wijzigen van de begunstigde van een trust en de eis van de voorafgaande informatieplicht aan het trustkantoor
  • Het begrip ‘eerste gelegenheid’ in de overgangsbepaling ten aanzien van het dienstverleningsdossier met het oog op de verscherpte eisen in de Wtt 2018
  • De publicatieplicht van Wtt-overtredingen
  • Het uitwisselen van informatie tussen trustkantoren over dienstverlening aan cliënten en/of doelvennootschappen
6 september 2019

Beantwoording vragen uit de Tweede Kamer over Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 4 september jl. verscheen het verslag van een schriftelijk overleg in de Tweede Kamer op overheid.nl. De Minister van Financiën beantwoordde vragen over de nog prille nieuwe regels. Daarin kwam niet veel opvallends aan de orde.

Het blijft apart dat er leden van de Tweede Kamer zijn die over het ongedefinieerde begrip brievenbusmaatschappijen spreken en dat de Minister de leden niet uit de droom helpt. Nl. dat iedere rechtspersoon een brievenbusmaatschappij is.

Het is fijn voor de leden van de Tweede Kamer dat zij hebben kunnen laten zien hoe goed zij bezig zijn met misdaadbestrijding.

Tags:
17 juni 2019

Consultatie van gewijzigde beleidsregel geschiktheid

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

AFM en DNB houden een consultatie over de beleidsregel inzake geschiktheid.

De door AFM geplaatste aankondiging volgt hier onder.

Consultatie van gewijzigde beleidsregel geschiktheid
14 juni 2019

Marktpartijen kunnen tot 1 september 2019 reageren op wijzigingen van de Beleidsregel geschiktheid 2012. Deze beleidsregel beschrijft het kader dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) gebruiken bij de geschiktheidstoetsingen van beleidsbepalers in de financiële sector.
De AFM en DNB gaan de beleidsregel wijzigen op basis van aanpassingen in nationale en Europese wet- en regelgeving. Afgelopen tijd zijn door de toezichthouders de relevante wijzigingen geïnventariseerd en verwerkt in de beleidsregel. Nu worden marktpartijen uitgenodigd te reageren op de voorgenomen wijzigingen.

Wat wordt geconsulteerd?
Er worden twee documenten geconsulteerd door de AFM en DNB. Dit zijn:
• Het Concept Besluit 2019 tot wijziging van de beleidsregel geschiktheid 2012. Dit betreft een overzicht van de voorgestelde wijzigingen van de beleidsregel en een toelichting op de wijzigingen.
• Het concept van de aangepaste tekst van de beleidsregel, inclusief toelichting. In dit document is voor de duidelijkheid de toegevoegde tekst geel gearceerd en de geschrapte tekst grijs doorgehaald.

Reageren met reactieformulier
Om uw reactie zo goed mogelijk te kunnen behandelen, vragen wij partijen gebruik te maken van een reactieformulier. De reacties op de beleidsregel worden verwerkt in een gezamenlijk feedbackstatement. Dit feedbackstatement wordt na afloop van de consultatie openbaar gemaakt. Zo wordt zichtbaar wat er met de reacties uit de consultatie is gedaan.

Stuur reactie vóór 1 september
De consultatie loopt tot 1 september 2019. Partijen kunnen hun reactieformulier en eventuele vragen sturen naar de AFM via consultatie_beleidsr@afm.nl of DNB via consultatie@dnb.nl. Het is niet nodig uw reactie aan beide toezichthouders te sturen.

Vervolg
Naar aanleiding van de reacties op deze consultatie worden de beleidsregel en de toelichting hierop waar nodig aangepast. De definitieve versie wordt gepubliceerd in de Staatscourant en, samen met het feedbackstatement, op de websites van de AFM en DNB. Naar verwachting wordt de beleidsregel eind 2019 gepubliceerd. De aangepaste beleidsregel is vanaf dat moment van kracht.

 


Aanvulling 18 juni 2019
DNB publiceerde de aankondiging op deze pagina. Het reactieformulier van DNB is hier te vinden.

30 januari 2019

Uitvoering toezeggingen en motie trustsector | kamerbrief

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 29 januari jl. verscheen de kamerbrief (lees aankondiging) “Uitvoering toezeggingen en motie trustsector“. In deze brief (pdf) gaat de Minister van Financiën in op de uitvoering van toezeggingen tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018.

Uit de brief blijkt dat de combinatie bankdiensten en trustdiensten geen probleem hoeft op te leveren. Er wordt een opmerking gemaakt over de compliancemedewerker van trustkantoren. Er wordt melding gemaakt van de periodieke rapportages inzake de trustkantorensector.

Tot slot wordt gezegd dat er nog onderzoek plaats vindt naar de vraag of het trustkantoren verboden moet worden domicilie te verlenen aan doorstroomvennootschappen en ‘brievenbusmaatschappijen‘ (ik heb geen idee wat met het laatste wordt bedoeld).

14 januari 2019

De cliëntenonderzoeksdossiers onder de Wet toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Volgens Fecwise zouden de cliëntenonderzoeksdossiers, die onder de oude versie van de Wet toezicht trustkantoren tot stand zijn gekomen, niet voldoen aan de nieuwe wet, de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018), zo lees ik in hun artikel “De nieuwe Wet toezicht trustkantoren 2018: wees alert op het overgangsregime!“. In hun artikel wijzen ze er op dat er geen overgangsrecht is en dat meteen aan Wtt 2018 moet worden voldaan.

Eerlijk gezegd verkeer ik in de veronderstelling dat ten aanzien van de inhoud en het bewijs van het uitgevoerde cliëntenonderzoek niets is veranderd. Ik hoor graag van jullie of jullie daar anders over denken.


Aanvulling 17 januari 2019
Overigens is er wel iets anders veranderd. De Wwft is met ingang van 25 juli 2018 ingrijpend gewijzigd, wat ook gevolgen kan hebben voor trustkantoren.

Ik kreeg op dit bericht een e-mail reactie van iemand die zei dat het cliëntenonderzoek van trustkantoren per 1 januari 2019 veranderd zou zijn, “qua bewijskracht is er (vrij) weinig veranderd, maar qua inhoud moet er veel meer bij en zijn er nu meer vragen zijn die specifiek beantwoord moeten worden“, zonder te vermelden op welke juridische bron dat is gebaseerd. Mogelijk is dat niet een wijziging als gevolg van Wtt 2018 maar iets wat voortvloeit uit wat DNB in de praktijk van trustkantoren eist en wat betrokkenen ontdekken tijdens toezichtbezoeken.

Dus ik blijf benieuwd.

Tags: ,
18 december 2018

Gevolmachtigden onder de Wet toezicht trustkantoren 2018 gebracht | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In een consultatie, enige tijd geleden, is al aan de orde geweest dat het begrip Wtt-dienst op grond van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt) zou worden verbreed naar gevolmachtigden, zie mijn artikel Tijdbom onder volmacht: gevolmachtigden worden trustkantoor | Besluit toezicht trustkantoren 2018,. De consultatietekst luidde:

Artikel 2. Aanvullende trustdienst
In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die een rechtspersoon of vennootschap kan binden in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

 

Inmiddels is het uitvoeringsbesluit definitief bekend gemaakt. Daarin staat:

§ 2. Aanvullende trustdiensten
Artikel 2. Aanvullende trustdienst

In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die algemene bestuurshandelingen kan verrichten voor een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

 

De omschrijving is ten opzichte van de consultatietekst aangepast. De toelichting bij het definitieve besluit luidt als volgt:

2. Aanvullende trustdienst
De regels in de Wtt 2018 en onderliggende regelgeving zijn van toepassing op trustkantoren. Op grond van de wet is sprake van een trustkantoor als een trustdienst wordt verricht. De Wtt 2018 kent vijf trustdiensten en een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur andere diensten als trustdiensten aan te wijzen. De vijf benoemde trustdiensten in de wet moeten beschouwd worden als de kern van de trustdienstverlening. Eventuele aanvullende diensten die bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld, zullen afgeleide diensten of aanpalende diensten zijn.

In dit besluit is geregeld dat naast de vijf diensten in de wet tevens het in opdracht algemene bestuurshandelingen kunnen verrichten voor een rechtspersoon of vennootschap een trustdienst in de zin van de Wtt 2018 is. Deze trustdienst is nieuw in de wetgeving. De trustdienst komt inhoudelijk echter in grote mate overeen met trustdienst a in artikel 1 van de wet: het in opdracht optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap. Die trustdienst (en daarmee de wetgeving om integriteitrisico’s te mitigeren) kan echter omzeild worden door een (rechts)persoon niet formeel als bestuurder te benoemen, maar door middel van een volmacht of anderszins een (rechts)persoon de materiële bevoegdheid te geven bindende bestuurshandelingen te verrichten. Als een (rechts)persoon bindende bestuurshandelingen kan verrichten dan kan deze feitelijk optreden als bestuurder. In de praktijk is gebleken dat deze constructie regelmatig wordt toegepast. Het gaat dan om de situatie waarbij een rechtspersoon of vennootschap in Nederland wordt opgericht met buitenlandse bestuurders of vennoten. Voor het besturen van de rechtspersoon of vennootschap is vervolgens aan een persoon die goed bekend is met het Nederlandse rechtssysteem een volmacht verleend om handelingen namens de rechtspersoon of vennootschap te verrichten die nodig zijn voor het voortbestaan van de rechtspersoon of vennootschap. In wezen verschilt deze situatie niet van het oprichten van een rechtspersoon of vennootschap in Nederland en deze laten besturen door een trustkantoor. De integriteitrisico’s verbonden aan het materieel optreden als bestuurder, zoals deze variant van dienstverlening ook wel wordt genoemd, zijn vergelijkbaar met de integriteitrisico’s verbonden aan het reeds gereguleerde formeel optreden als bestuurder. Het risico voor Nederland dat trustdienstverlening het vertrouwen in de Nederlandse financiële en juridische stelsels kan schaden kan evengoed optreden als de cliënt zelf voorziet in het formele bestuur, maar het feitelijke bestuur overdraagt aan een dienstverlener. Uit dien hoofde is het noodzakelijk de reikwijdte te verbreden om zo de belangen die de wet beoogd te beschermen beter te kunnen waarborgen en te eisen dat alleen een gereguleerd trustkantoor met inachtneming van de poortwachterfunctie deze dienst mag verlenen.

Het gaat hier om alle mogelijke volmacht varianten. Het is mogelijk dat een volmacht zichtbaar is in het handelsregister, maar het kan ook om een onderhandse volmacht gaan of een volmacht met beperkingen. Het doorslaggevend criterium is dat de houder van de volmacht feitelijk in staat is om de rechtspersoon te binden ten aanzien van rechtshandelingen die samenhangen met het in stand houden van de rechtspersoon of vennootschap. Een volmacht voor het verrichten van een individuele afgebakende handeling, zoals het aangaan van een enkele overeenkomst of het verrichten van een aangifte, valt niet onder deze trustdienst. De volmacht moet daadwerkelijk strekken tot het verrichten van algemene bestuurshandelingen of zodanig open zijn dat de gevolmachtigde feitelijk het algemene bestuur over de rechtspersoon of vennootschap kan voeren.
Met de regeling van deze trustdienst is het op grond van de Wtt 2018 verboden om een dergelijke dienst zonder vergunning te verlenen en zijn de eisen op grond van de Wtt 2018 van toepassing op de dienstverlening.

Met betrekking tot het cliëntenonderzoek bij de trustdienst uit dit besluit is geregeld dat dit gelijk is aan het cliëntenonderzoek bij trustdiensten a en b in de wet (het in opdracht zijn van bestuurder of het verlenen van domicilie in combinatie met andere diensten). Zoals hierboven aangegeven komt de trustdienst in dit besluit inhoudelijk overeen met het in opdracht zijn van bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap (trustdienst a). Het cliëntenonderzoek kan dan ook gelijkluidend zijn.

 

Opmerking
Deze verbreding van de toepasselijkheid van de Wtt zal grote gevolgen hebben voor de reguliere ondernemingsrecht praktijk.

Tags:
14 december 2018

Inwerkingtredingskb Wtt 2018 bekend gemaakt

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag is in de Staatscourant het besluit van 3 december jl. gepubliceerd met betrekking tot de inwerkingtreding van de Wtt 2018 en het Besluit toezicht trustkantoren 2018. Die datum is zoals verwacht 1 januari 2019.

(Met dank aan Marco van Poppel, die me hier over informeerde.)

Tags:
%d bloggers liken dit: