Posts tagged ‘Wtt’

10 juli 2018

Wtt 2018 aangenomen door de tweede kamer

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 5 juli jl. heeft de tweede kamer het voorstel voor de nieuwe Wet toezicht trustkantoren aangenomen. Het wetsvoorstel zoals aan de eerste kamer is voorgelegd, is hier te vinden. Het wetgevingsdossier op overheid.nl kan op deze locatie geraadpleegd worden. De bedoeling is dat nieuwe wet op 1 januari 2018 in werking treedt.

Intussen loopt nog de internetconsultatie over het uitvoeringsbesluit.

Naar ik begreep is er een motie over het begrip ‘maatschappelijke betamelijkheid‘ aangenomen.

Tags:
5 juni 2018

Bestrijding van ontduiking van Wtt-plichtige domicilieverlening | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Gisteren zijn in het kader van de parlementaire behandeling van Wtt 2018 de volgende documenten bekend gemaakt:

Nota naar aanleiding van het verslag

Opvallend in de nota naar aanleiding van het verslag (52 pagina’s) zijn onder meer:

  • De wens tot het besparen van belasting wordt als integriteitsrisico aangemerkt.
  • Trustkantoren dienen voldoende fiscale kennis in huis te hebben. Het onderscheid belastingaangifte en belastingadvies wordt besproken.
  • Trustkantoren moeten medewerking onthouden aan handelingen die als maatschappelijk onbetamelijk worden beschouwd. Wel jammer dat niemand weet wat dat is, het lijkt er op dat het hier gaat om de civielrechtelijke onrechtmatige daad, waarvan het de vraag is of dat een bruikbare compliance norm is. 
  • Het optreden als gevolmachtigde moet volgens de nota worden gelijk gesteld met het “in opdracht zijn van bestuurder”. Dit lijkt me juridisch onjuist en leidt tot een hellend vlak. 
  • De wetgever wil het ‘opknippen’ van Wtt-plichtige domicilieverlening gaan bestrijden.
  • Veel aandacht wordt gegeven aan een fenomeen dat mij bijzonder lijkt, nl. doelvennootschappen die niet bij het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven.  
  • De Angelsaksische trust blijkt voor leden van de tweede kamer een onbekend fenomeen te zijn, zodat in de nota basale uitleg nodig is. Jammer dat de kamerleden hier niet een handboekje over kunnen kopen.
  • Blijkens de nota zijn er trustkantoren die ook bankdiensten verlenen. Waarschijnlijk (maar dat blijkt niet uit de beantwoording) betreft dit het trustkantoor Citco dat gelieerd is aan de (afzonderlijke) Citco bank. Het trustkantoor verleent hier geen bankdiensten. Voor zover ik weet is dit het enige Nederlandse voorbeeld van een groep waarin zowel trust- als bankdiensten worden aangeboden.

De gegevensverstrekking in de nota naar aanleiding van het verslag over het functioneren van trustkantoren is niet op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gebaseerd (zoals overigens ook met de gegevensverstrekking inzake witwasbestrijding het geval is). Er wordt uitsluitend naar gekleurde overheidsbronnen, zoals FATF en DNB, verwezen.

Deze nota illustreert het huidige denken over toezicht, zoals ook is terug te vinden bij toezicht op andere ondernemingsactiviteiten, zoals van Wwft-plichtigen (een zeer grote groep van ondernemingen in Nederland), accountants, notarissen en advocaten.

Nota van wijziging

In de nota worden wijzigingen voorgesteld, onder meer in artikel 3, vierde lid voorstel Wtt (domicilieverlening). De voorstelde tekst luidt:

4. Het is een ieder verboden:
a. werkzaamheden te verrichten gericht op activiteiten die in strijd zijn met de verboden in het eerste tot en met derde lid; of
b. zonder vergunning op grond van deze wet werkzaamheden te verrichten gericht op zowel het ter beschikking stellen van een postadres of bezoekadres als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van trustdienst, als het verrichten van aanvullende werkzaamheden als bedoeld in dat onderdeel, ten behoeve van een en dezelfde natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap.

Hiermee wordt beoogd het ontwijken van Wtt-plichtige dienstverlening te sanctioneren. In de toelichting staat onder meer:

Verbod in verband met omzeiling trustdienst b
Artikel 3 van het wetsvoorstel regelt dat het verboden is trustdiensten te verrichten zonder een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB). Daarnaast is het op grond van het vierde lid verboden om werkzaamheden te verrichten gericht op het verlenen van trustdiensten zonder vergunning. Dat laatste verbod heeft tot doel te voorkomen dat partijen aanbieders van trustdiensten zonder vergunning aanprijzen. Dit verbod beoogt omzeiling van het wetsvoorstel te voorkomen. In aanvulling daarop is geconstateerd dat met betrekking tot trustdienst b (verlenen van domicilie en verrichten van aanvullende diensten) omzeiling van het verbod mogelijk is. Dit wordt wel het opknippen van de trustdienst genoemd. Het doel is daarbij dat een cliënt zowel een postadres of bezoekadres in Nederland krijgt en dat daarnaast een van de aanvullende diensten genoemd in onderdeel b van de definitie van trustdienst wordt verricht. Dit wordt echter niet door een en dezelfde partij gedaan, maar door verschillende aanbieders waardoor er technisch gezien geen partij is die beide elementen van trustdienst b verricht. Dit opknippen van trustdiensten wordt in de regel georganiseerd door een tussenpersoon. De cliënt richt zich tot de tussenpersoon en deze brengt de cliënt met verschillende partijen in contact om de twee elementen van trustdienst b te verrichten. Ook komt de variant voor dat een dienstverlener het opknippen organiseert, waarbij hij zelf een van de elementen verricht voor de cliënt en zorgt dat het andere element door een derde wordt verricht. In beide gevallen is materieel beoogd om trustdienst b te verrichten en zou derhalve onder het bereik van het wetsvoorstel moeten vallen. Dit gat wordt met de wijziging van artikel 3, vierde lid, gedicht.

Dit bericht is ook op mijn algemene weblog gepubliceerd.

2 mei 2018

Wet toezicht trustkantoren 2018: verslag

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 1 mei jl. is het verslag vastgesteld in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel Wet toezicht trustkantoren 2018. Trustkantoren worden flink onder vuur genomen. Er worden allerlei vragen gesteld, onder meer over de relatie tussen BFI’s en doelvennootschappen:

De leden van de SP-fractie hebben vragen over het aantal bijzondere financiële instellingen (bfi’s) dat wordt bestuurd door trustkantoren. Zij hebben gelezen dat er zo’n 229 vergunninghoudende trustkantoren actief zijn in Nederland die samen zo’n 20.000 doelvennootschappen beheren. Ook hebben de leden van de SP-fractie vernomen dat er eind 2015 zo’n 15.000 bfi’s in Nederland waren en dat bij 87 procent van deze bfi’s niemand werkt. Mogen deze leden aannemen dat deze bfi’s waar niemand werkt, worden bestuurd door een trustkantoor? Kan de regering enige duiding geven over deze verschillende cijfers? Kan de regering aangeven hoeveel werkgelegenheid de trustsector in directe zin biedt? Door hoeveel medewerkers van een trustkantoor wordt een doelvennootschap gemiddeld beheerd? Hoeveel doelvennootschappen heeft een gemiddelde trustee onder zich in Nederland?

Ook het ‘maatschappelijk betamelijk handelen’ komt in het verslag aan bod. De VVD stelt een verstandige vraag over de open normen:

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Raad van State vreest dat de open normstelling van het wetsvoorstel tot spanning kan leiden omdat DNB deze normen werkendeweg zal invullen. De leden van de VVD-fractie vrezen de rechtsonzekerheid die dit mee zal brengen en begrijpen dat de regering die wil ondervangen door DNB procedurele beleidsregels op te laten stellen. Hoe moeten deze leden zich die beleidsregels voorstellen? Is het mogelijk daarvan een proeve te delen met de Kamer? Had het niet meer voor de hand gelegen een aantal open normen, zoals die in artikel 10 en 14, verder uit te werken in de wettekst?

Er worden vragen gesteld over de verplichte rechtsvorm van bv, nv of Europese vennootschap. Zo wordt gevraagd “Zijn er ervaringscijfers waaruit blijkt dat integriteitsvraagstukken zich vaker voordoen bij trustkantoren met andere rechtsvormen?

Degenen die actief zijn in de trustsector doen er goed aan het verslag te lezen.

 

Tags:
24 maart 2018

De ongedefinieerde beleidsbepaler in het financiële recht | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De Nederlandse financiële wetgever heeft een hekel aan het definiëren van het begrip ‘beleidsbepaler‘, daar schreef ik in 2012 al over.

Dat is nog steeds zo, want in het onlangs ingediende wetsvoorstel Wet toezicht trustkantoren 2018 (hierna: Wtt 2018) is nog steeds geen definitie opgenomen. Nog erger: aandacht voor het rechtspersonenrecht ontbreekt grotendeels. Hier en daar komt het begrip ‘bestuurder’ voor, zoals in de definitie van trustdiensten (artikel 1) en in het artikel over de gegevens inzake het trustkantoor (artikel 8). Grappig is dat bestuurders en commissarissen in artikel 8 als aparte categorie worden genoemd, naast de (mede)beleidsbepalers, bijvoorbeeld in lid 1 en onderdelen a. en b. van dat lid:

1. Een trustkantoor meldt schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een voornemen tot wijziging van:
a. de identiteit van de bestuurders en commissarissen van het trustkantoor;
b. de identiteit van degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen;

Welke relatie er tussen de onder a. en b. genoemde categorieën bestaat, wordt noch in het wetsvoorstel, noch in de memorie van toelichting uitgewerkt.

Nog aparter wordt het als we artikel 11 van het voorstel lezen:

Artikel 11. Twee dagelijks beleidsbepalers
1. Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland.
2. De personen die het dagelijks beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.
3. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van dit artikel, voor zover de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de belangen die dit artikel beoogt te beschermen voldoende worden gewaarborgd.

Dit leidt er toe dat de dagelijks beleidsbepalers geen statutair bestuurder van het trustkantoor (dat een rechtspersoon behoort te zijn op grond van het wetsvoorstel) behoeven te zijn. Dat kan op zijn minst apart worden genoemd.

Meer aandacht voor het rechtspersonenrecht zou goed zijn voor de kwaliteit van financiële regelgeving.

Meer informatie:

Dit artikel verscheen ook op mijn algemene weblog.

20 maart 2018

Artikelen over het wetsvoorstel

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Over het wetsvoorstel zijn de volgende artikelen verschenen:

Het enige eigen geluid rondom dit onderwerp komt van de Raad van State, samenvatting, advies.

Tags:
19 maart 2018

Wet toezicht trustkantoren 2018 ingediend

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 16 maart jl. is het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 bij de tweede kamer ingediend:

Tags:
29 november 2017

Nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de nieuwsbrief die DNB vandaag uitbracht zijn de onderwerpen:

  • DNB-prioriteiten en -onderzoeken 2018: onder meer zal in 2018 naar de naleving van de sanctieregelgeving worden gekeken.
  • Stand van zaken nieuwe wetgeving voor trustkantoren, onder meer wijziging Wwft en introductie ubo-register.
  • Eis van meerdere beleidsbepalers: tweede bestuurder moet volwaardig en gelijkwaardig zijn. DNB attendeert er op dat bij inwerkingtreding van de nieuwe Wtt sprake moet zijn van een dagelijkse leiding van een trustkantoor, bestaande uit tenminste twee personen die in Nederland werken.
  • DNB verzoekt de trustkantoren om hun relatiebestand te controleren op vermelding in de Paradise Papers en eventuele hits te melden.
  • Voortgang DNB onderzoek SIRA in de praktijk
  • FATF-waarschuwingslijsten: update november 2017

 

24 november 2017

Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen is de wijziging van de Wet toezicht trustkantoren aan de orde geweest. De minister van financiën zegt naar aanleiding van vragen dat de verwachting is dat het voorstel begin volgend jaar kan worden ingediend.

Onderstaand de betreffende passage:

De heer Van Weyenberg van D66 heeft gevraagd waarom de Wet toezicht trustkantoren zolang duurt. Het voorstel voor de herziening van de trustwetgeving is al enige tijd in voorbereiding. Vorig jaar heeft een consultatie over een concept van het voorstel plaatsgevonden. Er waren natuurlijk belangrijke ontwikkelingen, niet in de laatste plaats deze week, maar ik noem ook de onthullingen rond de Panama Papers. De parlementaire ondervragingscommissie is daar natuurlijk ook mee bezig geweest. Zoals ik het heb begrepen, werd het ook van belang geacht om de bevindingen van die commissie bij het voorstel te betrekken. Voor de zomer heeft de commissie dat verslag uitgebracht. Mijn voorganger heeft de Kamer aangegeven dat enkele zaken uit het verslag ook direct een plek krijgen in het wetsvoorstel. Dat wetsvoorstel is afgerond en zal op zeer korte termijn voor advies naar de Raad van State worden gestuurd. Ik hoop en verwacht dat het voorstel begin volgend jaar ook bij uw Kamer, voorzitter, wordt ingediend.

Meer informatie: dit document

Tags:
10 november 2017

Nieuwsbericht kabinet: strengere regels trustsector

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het kabinet laat in een nieuwsbericht van vandaag weten dat er strengere regels voor trustkantoren aankomen en meldt dat het consultatieverslag openbaar is gemaakt:

Kabinet legt trustsector strengere regels op
Nieuwsbericht | 10-11-2017 | 14:30

Het kabinet gaat de trustsector in Nederland strengere regels opleggen. De Nederlandsche Bank krijgt daarnaast meer bevoegdheden voor toezicht en handhaving. Dat is de kern van het wetsvoorstel van minister Hoekstra van Financiën, waarmee de ministerraad heeft ingestemd.

Trustkantoren dienen als poortwachters het Nederlandse financiële stelsel te beschermen tegen misbruik. Ze moeten witwassen, terrorismefinanciering en belastingontduiking voorkomen. Minister Hoekstra: ‘De afgelopen jaren heeft de trustsector ons stelsel onvoldoende verdedigd en in sommige gevallen zelfs zaken als belastingontduiking gefaciliteerd. DNB heeft meermalen geconstateerd dat trustkantoren de wet, naar de letter maar ook naar de geest, onvoldoende naleven. Dat is reden voor het kabinet om in te grijpen. Trustkantoren moeten integer en betrouwbaar zijn en goed controleren voor wie ze werken.’

In de nieuwe Wet toezicht trustkantoren 2018 wordt meer integriteit en professionaliteit van kantoren geëist. Ze moeten een BV of NV zijn en een dagelijkse leiding hebben van ten minste twee personen, die vanuit Nederland moeten werken. Verder scherpt de nieuwe wet de eisen aan de interne controle aan. De zogeheten compliancefunctie mag niet worden uitbesteed aan een externe partij.

Trustkantoren mogen niet langer aan een en dezelfde cliënt zowel belastingadvies geven als trustdiensten verlenen. Ook moeten kantoren meer en beter onderzoek doen naar een cliënt voor ze daadwerkelijk met hem in zee gaan. Die gegevens moeten voor DNB controleerbaar zijn. Trustkantoren worden verder verplicht om in het kader van cliëntenonderzoek informatie met elkaar te delen. Dit moet voorkomen dat trustkantoor A een klant afwijst vanwege integriteitsrisico’s, maar hij bij trustkantoor B gewoon geholpen wordt.

De Wet toezicht trustkantoren 2018 breidt de bevoegdheden van DNB op meerdere punten uit. DNB kan kantoren verplichten een gedragslijn over te nemen. De hoogste boetes die DNB kan opleggen gaan omhoog van 4 naar 5 miljoen euro. Er komt ook een omzetgerelateerde en een voordeelgerelateerde boete.

DNB krijgt verder meer mogelijkheden om de vergunning van een trustkantoor in te trekken en kan bij bepaalde overtredingen de bestuurders een tijdelijk beroepsverbod opleggen. DNB mag als de nieuwe wet is aangenomen ook overtredingen en sancties openbaar maken. Net als de overige uitgebreide bevoegdheden moet hier een afschrikwekkende werking van uit gaan.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer. Het consultatieverslag wordt nu al wel openbaar gemaakt op internetconsultatie.nl. Hierin reageert de minister van Financiën op suggesties van betrokken partijen bij de vorig jaar geconsulteerde eerste versie van het wetsvoorstel.

Zie voor de internetconsultatie die heeft plaats gevonden deze pagina. Er zijn negen openbare consultatiereacties.

Tags: , ,
30 oktober 2017

Panama Commissie | brief van de commissie over parlementaire ondervraging in het algemeen; brief minister

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In het dossier ‘Parlementaire ondervraging Fiscale constructies’ over toezicht op trustkantoren en fiscale constructies heeft het volgende plaats gevonden

Brief commissie

Op 26 september 2017 stuurde de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies (‘Panama Commissie’) een brief aan de tweede kamer, die als volgt wordt geïntroduceerd door de voorzitter:

De Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies biedt u hierbij haar evaluatie aan. In de evaluatie geeft de ondervragingscommissie een terugblik op de door haar verrichte werkzaamheden en zijn enkele aanbevelingen geformuleerd die de werking van het instrument parlementaire ondervraging, vastgelegd in het Tijdelijk protocol parlementaire ondervraging, kunnen verbeteren.

In deze brief wordt de onderzoeksopdracht nog een keer samengevat:

1. De opdracht van de ondervragingscommissie

Op 11 oktober 2016 stemde de Tweede Kamer in met het onderzoeksvoorstel tot het houden van een parlementaire ondervraging naar fiscale constructies (Handelingen II 2016/17, nr. 10, item 14). Het doel van de parlementaire ondervraging was het verkrijgen van meer inzicht in de werkwijze van de trustsector en de fiscale adviespraktijk en de effectiviteit van het toezicht daarop. De parlementaire ondervraging richtte zich op twee in principe afzonderlijke kwesties, te weten:
A) het doorsluizen van kapitaal via in Nederland gevestigde doelvennootschappen zonder noemenswaardige reële economische activiteit in Nederland («brievenbusfirma’s»);
B) het wegsluizen van particuliere vermogens naar in het buitenland gevestigde doelvennootschappen, met de bedoeling deze aan het oog van de fiscus te onttrekken.

Het inzicht dat de commissie wilde vergaren in de trustsector, de werking van de fiscale adviespraktijk en het toezicht daarop, heeft zij in ruim voldoende mate verkregen. De commissie heeft dit voornamelijk bereikt door het openbaar verhoren onder ede van 27 personen in 23 verhoren.
Inherent aan de inzet van het instrument parlementaire ondervraging is dat geen stukken worden gevorderd. [6] Mondelinge informatievergaring staat bij een parlementaire ondervraging centraal. De commissie heeft zich op de verhoren voorbereid op basis van openbare bronnen, enkele openbare en besloten gesprekken met deskundigen en adviezen van de klankbordgroep.
De vraagstelling in de onderzoeksopdracht was breed geformuleerd en richtte zich niet op een concrete casus, maar op het verkrijgen van inzicht in een complexe en veelomvattende sector. De onderzoeksopdracht richtte zich zoals gezegd op twee afzonderlijke kwesties; het doorsluizen van kapitaal via Nederland («brievenbusfirma’s») en het wegsluizen van particuliere vermogens.
De commissie is van mening dat het aanbrengen van meer specifieke focus in de vraagstelling in het toch al complexe thema van het onderzoek, nuttig was geweest. Omdat niet één maar twee kwesties centraal stonden, werden meer getuigen en deskundigen verhoord dan bij één thema van onderzoek het geval zou zijn geweest. Ook waren de verhoren veelomvattend en liepen de discussies over enerzijds brievenbusfirma’s en anderzijds het wegsluizen van particuliere vermogens, soms door elkaar. Omdat beide kwesties zeer aan elkaar zijn gelieerd en samenhangen met dezelfde problematiek, was dit voor het onderzoek van de commissie geen probleem. Wel zorgt het onderzoeken van één in plaats van twee thema’s voor meer overzichtelijkheid en focus én voor minder verhoren. De commissie beveelt dan ook aan de vraagstelling in een onderzoeksopdracht zo specifiek en concreet mogelijk te formuleren.


[6] De opzet van het protocol is dat een ondervragingscommissie geen gebruik zal hoeven maken van haar bevoegdheden om schriftelijke inlichtingen te vorderen, documenten te vorderen of plaatsen te betreden, zo vermeldt het Tijdelijk protocol parlementaire ondervraging (Kamerstuk 34 400, nr. 2, p. 6).

Brief minister van financiën

Op 24 oktober 2017 verzond de minister van financiën een brief aan de tweede kamer waarin met name op het toezicht op trustkantoren wordt ingegaan. Opvallend is dat een verbod op uitbesteding van de compliance functie in het aankomende wetsvoorstel zal worden opgenomen en dat geen belastingadvies aan eigen cliënten zal mogen worden gegeven.

Daarbij kan worden aangetekend dat er dan een verschil zal moeten worden gemaakt tussen belastingadvies en naleving van belastingverplichtingen door doelvennootschappen. Dat laatste is een eigen verantwoordelijkheid van het bestuur (= het trustkantoor) van doelvennootschappen, zodat het trustkantoor over medewerkers zal dienen te beschikken met fiscale kennis.

De tekst van de brief van de minister:

In deze brief wil ik mij daarom beperken tot de bevindingen van de commissie over zelfregulering in de trustsector en het toezicht op trustkantoren. Daarnaast ga ik in op de wetgevingssuggesties van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) die in het verslag zijn opgenomen en informeer ik uw Kamer over de acties die ik in gang heb gezet.

Naleving en zelfregulering trustsector
Uit het verslag van de ondervragingscommissie blijkt dat DNB van oordeel is dat de trustsector nog steeds moeite heeft om te voldoen aan de wettelijke vereisten. De commissie heeft daarnaast bij de ondervragingen de indruk gekregen dat de sector niet zelf bereid is om nadere invulling te geven aan het handelen naar de geest van de wet. De commissie constateert ook dat breed wordt erkend, overigens mede door bevraagde vertegenwoordigers van trustkantoren, dat binnen de trustsector geen sprake is van effectieve zelfregulering.
De trustsector wordt op grond van de Wet toezicht trustkantoren geacht om te fungeren als een van de poortwachters van het Nederlandse financieel stelsel. Deze rol houdt in dat trustkantoren zich moeten inspannen om te helpen voorkomen dat het Nederlandse financieel stelsel wordt gebruikt voor het witwassen van geld, het financieren van terrorisme of voor handelingen die als maatschappelijk onbetamelijk worden beschouwd. Dit vraagt uitdrukkelijk om meer dan alleen het handelen naar de letter van de wet. De constatering dat de trustsector moeite heeft om de wet na te leven en dat er tevens een gebrek aan bereidheid is om zowel letter als geest van de wet na te leven, is mij niet onbekend. Deze signalen zijn mede aanleiding geweest om de betrokken wetgeving en het toezicht daarop aan te scherpen. Daarover hierna meer.
Dat een sector of een deel daarvan besluit tot zelfregulering, is in beginsel lovenswaardig, maar heeft alleen meerwaarde als die eigen regels uitstijgen boven wat al wettelijk verplicht is en als die regels ook worden omgezet in daadwerkelijk handelen. Bij de op dit moment bestaande zelfregulering van de trustsector is hiervan geen sprake. Ik heb de sector dan ook opgeroepen om te laten zien dat het hun ernst is met deze zelfregulering. Dat houdt, wat mij betreft, in dat op korte termijn een eigen keurmerk is vastgesteld dat zichtbaar uitstijgt boven de wettelijke normen en dat de trustkantoren aan wie dit keurmerk wordt verleend ook daadwerkelijk en aantoonbaar aan deze strenge eigen regels voldoen.

Toezicht op trustkantoren
Het toezicht van DNB op trustkantoren is nadrukkelijk aan bod gekomen bij de ondervragingen. Daarbij ging het mede om de beschikbare capaciteit en de inzet hiervan. Allereerst vind ik het van belang om op te merken dat het toezicht van DNB risicogebaseerd plaatsvindt. Daarvoor gebruikt DNB risicoanalysemodellen. Met gebruik van deze modellen en de beschikbare informatie over een trustkantoor worden relevante risico’s in kaart gebracht en beoordeeld. DNB gebruikt het opgestelde risicoprofiel om in het operationele toezicht prioriteiten te stellen. Het risicoprofiel en de mate van risicobeheersing door trustkantoren wordt zeer regelmatig geactualiseerd. DNB inventariseert de maatregelen van risicobeheersing onder andere door middel van eigen onderzoeken ter plaatse. Tegelijkertijd houdt risicogebaseerd toezicht in dat de toezichtinspanning niet op alle trustkantoren gelijk hoeft te zijn. Vanwege geconstateerde misstanden in de trustsector heeft DNB sinds 2016 extra capaciteit voor het toezicht op trustkantoren. Deze extra capaciteit is in ieder geval nodig totdat de wetgeving voor trustkantoren verder is aangescherpt. Hiervoor is een wetsvoorstel in voorbereiding (Wet toezicht trustkantoren 2018). Met de aangescherpte regels en aanvullende bevoegdheden in de Wet toezicht trustkantoren 2018 verwacht DNB effectiever toezicht te kunnen houden. Daardoor kan DNB haar capaciteit efficiënter inzetten. Ik maak daarbij de afspraak met DNB dat zij goed in de gaten houdt of de beschikbare capaciteit afdoende is om het toezicht effectief uit te voeren en de Minister van Financiën te informeren als dit niet het geval blijkt.

Wetgevingssuggesties DNB
Tijdens de ondervragingen heeft DNB suggesties gedaan voor wijziging van de wetgeving voor trustkantoren. Deze suggesties zijn opgenomen in box 2 van het verslag van de ondervragingscommissie.
Op dit moment heeft het Ministerie van Financiën de Wet toezicht trustkantoren 2018 in voorbereiding waarmee wordt beoogd de regelgeving voor het verlenen van trustdiensten aan te scherpen. Het streven is dat dit voorstel begin volgend jaar aan uw Kamer kan worden gezonden. De suggesties in het verslag zijn betrokken bij dit voorstel. Mede op basis van suggesties die door DNB zijn gedaan, wordt het wetsvoorstel aangescherpt of aangevuld.

Drie suggesties hebben direct een plek gekregen in het wetsvoorstel. Het voorstel bevat:
1. een verbod voor trustkantoren om de uitoefening van de compliancefunctie uit te besteden;
2. een verbod om binnen dezelfde groep zowel trustdiensten als belastingadvies te verlenen aan een cliënt, ten einde belangenverstrengeling te voorkomen en de onafhankelijkheid van een trustkantoor te waarborgen;
3. een verruiming van de mogelijkheden om bij overtreding van de wet de vergunning van een trustkantoor in te trekken.

Daarnaast wordt bezien hoe de suggestie om dienstverlening aan bepaalde juridische constructies met inherente integriteitrisico’s te verbieden, later gedurende het wetgevingstraject een plek in het voorstel kan krijgen. In de komende periode wordt samen met DNB gekeken welke dienstverlening dit zou moeten betreffen en hoe het verbod vorm kan krijgen.

Naar de suggesties 6 (verplichting toezichthoudend orgaan bij trustkantoren) en 7 (inzicht in financiële positie trustkantoren inclusief externe controle) wordt nog nader gekeken. Het verplicht hebben van een toezichthoudend orgaan zorgt voor aanvullende inhoudelijke en financiële verplichtingen voor trustkantoren. Bezien wordt in hoeverre deze maatregel voor alle trustkantoren proportioneel is, mede gelet op de beperkte omvang van sommige trustkantoren. Voor wat betreft het inzicht in de financiële positie van trustkantoren zal vooral nader worden gekeken naar externe controle. Op dit moment moeten trustkantoren al diverse gegevens beschikbaar houden voor DNB waaronder financiële informatie. Een verplichting om op de informatie over de financiële positie een externe controle te laten verrichten zou nieuw zijn. Hierover vindt overleg met DNB plaats.

Suggestie 5 (ruimere informatiedeling DNB met partners) en suggestie 8 (toepassing maatschappelijk betamelijk handelen op beroepsgroepen advocaten, notarissen, accountants en fiscalisten) zullen in gezamenlijkheid met de Minister van Veiligheid en Justitie worden bezien.

%d bloggers liken dit: