Posts tagged ‘Wtt’

22 augustus 2018

De bureaucratische dwaalweg van het toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In juli jl. heeft de Tweede Kamer het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 aangenomen. Later verscheen de tekst van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. In dit artikel geef ik een impressie van wat ik las.

Showelement
Het showelement in de parlementaire behandeling is groot, wat de vraag doet rijzen of de Tweede Kamer wel een serieuze instelling is. Zo wordt door kamerid Leijten een obligate grap over kamerplanten gemaakt:

Dan hebben we het over brievenbusmaatschappijen, die kunnen bestaan omdat de trustsector daar een locatie voor aanbiedt. Dat is een lege locatie. Daar staat vaak een kamerplant, omdat er volgens de Belastingdienst sprake moet zijn van “reële aanwezigheid van een levend organisme”. Nou, dan zet je een kamerplant neer in het kantoor en het is geregeld. Daarvoor waren brievenbussen nodig. Daarom heten ze nu “brievenbusmaatschappijen”. Je kan ze ook “kamerplantkantoren” noemen.

Al lezende vraag ik me af waartoe het slordige denken dat uit de parlementaire behandeling blijkt zal gaan leiden. Want teksten als:

De aanwijzing dat wij hier te maken hebben met een sector die tot op het bot ziek is, komt uit de Panama Papers

en

Wat doet een trustkantoor? Ik zal het maar eventjes vertellen. Er is een bouwtekening gemaakt voor een bedrijfsconstructie met een zo gunstig mogelijke belastinguitkomst. Die bouwtekening wordt gemaakt door een belastingadviseur en het trustkantoor gaat die bouwtekening uitvoeren. Het schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel, opent bankrekeningen voor de persoon, en kan daarmee verhullen wie erachter zit.

hebben niets met de werkelijkheid te maken.
Die werkelijkheid bestaat niet alleen uit trustkantoren en hun doelvennootschappen. Lachwekkend: de Kamer van Koophandel die wordt genoemd als partij die ‘bedrijven en doelvennootschappen‘ registreert.

Analyse ontbreekt
De kerntaak van trustkantoren, het optreden als statutair bestuurder van rechtspersonen, krijgt in de behandeling geen aandacht. De opmerking van kamerlid Van der Linde, dat zich bij zijn partij een keurige brancheorganisatie heeft gemeld, “een koninklijke brancheorganisatie nog wel, die zegt: wij vallen plotseling onder de definitie van trustkantoor”, geeft aan dat de basisprincipes van het toezicht op trustkantoren rammelen. Ook de discussie inzake het ‘opknippen’ van trustdiensten geeft aan dat de kern van de Wet toezicht trustkantoren niet goed doordacht is.

De kamerleden hebben het in relatie tot trustkantoren alleen over ‘een adres‘ bieden en over het regelen van formaliteiten. Zoals gebruikelijk worden bijzondere financiële instellingen, door trustkantoren bestuurde rechtspersonen en houdstermaatschappijen op één hoop geveegd. Een echte analyse van de rol van rechtspersonen en de bij die rechtspersonen betrokken personen, zoals bestuurders en aandeelhouders, ontbreekt.

Na een introductie met hoog Panama gehalte wordt er gesproken over ondergeschikte bureaucratische kwesties, zoals de positie van de compliance officer in het trustkantoor, het intrekken van de vergunning en een raad van commissarissen binnen het trustkantoor.
De kamerleden spreken over de ‘papieren werkelijkheid‘ van de trustkantoren; de door hen bepleite regels voor trustkantoren zijn dat ook. Met de werkelijkheid heeft het niets te maken.

Terug naar de kern
Over de kern werd niet gesproken. Wat mij betreft zouden de onderwerpen van discussie moeten zijn:

  • Waar zitten de verschillen tussen ‘gewone’ internationaal opererende rechtspersonen (en hun bestuurders) en de doelvennootschappen bestuurd door trustkantoren?
  • Hoe vult het trustkantoor de rol van statutair bestuurder van de doelvennootschap in. Hoe wordt er voor zorg gedragen dat de natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur exact op de hoogte zijn van de gebeurtenissen bij de doelvennootschap.
  • Op welke manier worden de mensen die bij het trustkantoor het statutair bestuur feitelijk uitvoeren ondersteund met (interne of externe) juridische, fiscale en andere expertise.
  • Op welke manier wordt er voor gezorgd dat er voldoende kennis is over de relevante buitenlanden. (Dat is iets waar internationaal opererende ondernemingen ook mee te maken hebben.)
  • Hoe wordt er voor gezorgd dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur voldoende toegerust zijn voor hun taak.

Binnen trustkantoren vinden veel administratieve en uitvoerende activiteiten plaats. Wellicht zou het goed zijn om die activiteiten apart te zetten van het statutaire bestuur.

Wat mij betreft mag de regelgeving inzake trustkantoren compleet op de schop.

Meer informatie:

  • Handelingen 27 juni 2018 inzake het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018.
  • Dossier overheid.nl inzake het wetsvoorstel Regels met betrekking tot het verlenen van trustdiensten en het toezicht daarop (Wet toezicht trustkantoren 2018) (34910).

Dit artikel publiceerde ik ook op mijn algemene weblog.

Tags:
9 augustus 2018

Het huidige denken over toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Advocaten M.T. van der Wulp en P.C. Verloop vatten in het artikel “Poortwachters en facilitators in de Nederlandse trustsector” het huidige denken van het ministerie van financiën en DNB met betrekking tot toezicht op trustkantoren mooi samen en plaatsen dit in historisch perspectief.
Wel is jammer dat het toezicht op trustkantoren niet in een breder perspectief wordt geplaatst. Zo mis ik de ontwikkelingen met betrekking tot de witwasbestrijding in het algemeen, te weten de 4e en 5e Europese antiwitwasrichtlijnen en de daaruit voortvloeiende regelgeving. Verder ontbreekt reflectie op het feit dat de rol van het trustkantoor meestal die van statutair bestuurder van de doelvennootschap is (met als nevendienst domicilieverlening). Afzonderlijke domicilieverlening komt – althans zo hoor ik van trustkantoren – weinig voor. Statutair bestuurders hebben op grond van het rechtspersonenrecht belangrijke verantwoordelijkheden en kunnen zich niet als dienstbare opdrachtnemer opstellen. Die bredere blik zou ook nuttig zijn bij het ministerie van financiën.

Tags:
1 augustus 2018

Consultatiereacties ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Eerde meldde ik de start van de consultatie inzake het ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018 en het opmerkelijke voorstel om door middel van een algemene maatregel van bestuur alle gevolmachtigden tot trustkantoor te bestempelen.

Inmiddels is de consultatie gesloten. Er zijn vier openbare reacties, een reactie van A. Zoutendijk, een reactie van trustkantoren brancheorganisatie Holland Questor (HQ) en tot slot een reactie van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en één korte van mij op het volmacht-voorstel.

Volmacht
NOB en HQ besteden aandacht aan het idee om volmacht als trustdienst te bestempelen, waarbij HQ een voorstander er van is om de algemene volmacht onder de Wet toezicht trustkantoren te brengen.

Dat is wat mij betreft eveneens een zeer slecht idee en hoort sowieso niet in een algemene maatregel van bestuur thuis. Voorts hoort op gedetailleerde wijze te worden onderbouwd waarom een privaatrechtelijk concept met brede werking in het contractenrecht op een dergelijke manier het financiële recht ingetrokken moet worden. Mij lijkt dat hier op zijn minst een goede analyse door privaatrechtelijke deskundigen aan vooraf hoort te gaan.

Nominee shareholder
De reactie van HQ bevat een opmerkelijk onderdeel. HQ meent dat bij Nederlandse kapitaalvennootschappen de ‘nominee shareholder‘ (een Angelsaksisch fenomeen) zou voorkomen en dat gewenst is deze dienst als trustdienst aan te wijzen. Zelf ben ik in mijn Nederlandse praktijk nog geen nominee shareholder tegen gekomen (maar uiteraard zie ik niet alles). De Wtt kent wel de ‘doorstroomvennootschap’, maar dat bedoelt HQ waarschijnlijk niet. De roep van HQ om het leveren van een nominee shareholder als trustdienst te bestempelen begrijp ik niet.

Beleidsbepaler en bestuurder
Al eerder signaleerde ik dat in het financiële recht slordig wordt omgegaan met het begrip ‘beleidsbepaler’ en dat de verhouding tussen beleidsbepaler en statutair bestuurder niet correct wordt uitgewerkt. HQ schrijft in haar reactie ook over dat onderwerp:

E. Functiescheiding – Twee beleidsbepalers/ twee bestuurders?
In artikel 11 van de Wtt18 wordt de eis geformuleerd dat tenminste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen van een trustkantoor. In artikel 8, eerste lid, onderdelen a en b, Wtt18, wordt een onderscheid gemaakt tussen bestuurders en commissarissen enerzijds en beleidsbepalers en mede-beleidsbepalers anderzijds. Artikel 19, vierde lid, van het ontwerpbesluit, spreekt echter van twee verschillende bestuurders. Hierdoor lijkt via een achterdeur alsnog te worden geëist dat de twee beleidsbepalers ook bestuurder zijn. Is dit beoogd? HQ stelt voor om in artikel 19, vierde lid, van het ontwerpbesluit, het woord “bestuurders” te vervangen door “beleidsbepalers”. Of heeft de wetgever hier bewust de woorden “bestuurders” genoemd, bijvoorbeeld om te voorkomen dat het bestuur van een trustkantoor de verantwoordelijkheid over de compliancefunctie en de auditfunctie toebedeelt tot het (takenpakket van) één bestuurder (op grond van art. 2:9 BW)? Het zou de wetgever sieren helderheid te verschaffen over haar bedoeling achter het huidige artikel 19 lid 4 Btt 2018. HQ denkt graag mee indien gewenst.

Dit artikel staat ook op mijn algemene weblog.

10 juli 2018

Wtt 2018 aangenomen door de tweede kamer

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 5 juli jl. heeft de tweede kamer het voorstel voor de nieuwe Wet toezicht trustkantoren aangenomen. Het wetsvoorstel zoals aan de eerste kamer is voorgelegd, is hier te vinden. Het wetgevingsdossier op overheid.nl kan op deze locatie geraadpleegd worden. De bedoeling is dat nieuwe wet op 1 januari 2019 in werking treedt.

Intussen loopt nog de internetconsultatie over het uitvoeringsbesluit.

Naar ik begreep is er een motie over het begrip ‘maatschappelijke betamelijkheid‘ aangenomen.

Tags:
5 juni 2018

Bestrijding van ontduiking van Wtt-plichtige domicilieverlening | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Gisteren zijn in het kader van de parlementaire behandeling van Wtt 2018 de volgende documenten bekend gemaakt:

Nota naar aanleiding van het verslag

Opvallend in de nota naar aanleiding van het verslag (52 pagina’s) zijn onder meer:

  • De wens tot het besparen van belasting wordt als integriteitsrisico aangemerkt.
  • Trustkantoren dienen voldoende fiscale kennis in huis te hebben. Het onderscheid belastingaangifte en belastingadvies wordt besproken.
  • Trustkantoren moeten medewerking onthouden aan handelingen die als maatschappelijk onbetamelijk worden beschouwd. Wel jammer dat niemand weet wat dat is, het lijkt er op dat het hier gaat om de civielrechtelijke onrechtmatige daad, waarvan het de vraag is of dat een bruikbare compliance norm is. 
  • Het optreden als gevolmachtigde moet volgens de nota worden gelijk gesteld met het “in opdracht zijn van bestuurder”. Dit lijkt me juridisch onjuist en leidt tot een hellend vlak. 
  • De wetgever wil het ‘opknippen’ van Wtt-plichtige domicilieverlening gaan bestrijden.
  • Veel aandacht wordt gegeven aan een fenomeen dat mij bijzonder lijkt, nl. doelvennootschappen die niet bij het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven.  
  • De Angelsaksische trust blijkt voor leden van de tweede kamer een onbekend fenomeen te zijn, zodat in de nota basale uitleg nodig is. Jammer dat de kamerleden hier niet een handboekje over kunnen kopen.
  • Blijkens de nota zijn er trustkantoren die ook bankdiensten verlenen. Waarschijnlijk (maar dat blijkt niet uit de beantwoording) betreft dit het trustkantoor Citco dat gelieerd is aan de (afzonderlijke) Citco bank. Het trustkantoor verleent hier geen bankdiensten. Voor zover ik weet is dit het enige Nederlandse voorbeeld van een groep waarin zowel trust- als bankdiensten worden aangeboden.

De gegevensverstrekking in de nota naar aanleiding van het verslag over het functioneren van trustkantoren is niet op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gebaseerd (zoals overigens ook met de gegevensverstrekking inzake witwasbestrijding het geval is). Er wordt uitsluitend naar gekleurde overheidsbronnen, zoals FATF en DNB, verwezen.

Deze nota illustreert het huidige denken over toezicht, zoals ook is terug te vinden bij toezicht op andere ondernemingsactiviteiten, zoals van Wwft-plichtigen (een zeer grote groep van ondernemingen in Nederland), accountants, notarissen en advocaten.

Nota van wijziging

In de nota worden wijzigingen voorgesteld, onder meer in artikel 3, vierde lid voorstel Wtt (domicilieverlening). De voorstelde tekst luidt:

4. Het is een ieder verboden:
a. werkzaamheden te verrichten gericht op activiteiten die in strijd zijn met de verboden in het eerste tot en met derde lid; of
b. zonder vergunning op grond van deze wet werkzaamheden te verrichten gericht op zowel het ter beschikking stellen van een postadres of bezoekadres als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van trustdienst, als het verrichten van aanvullende werkzaamheden als bedoeld in dat onderdeel, ten behoeve van een en dezelfde natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap.

Hiermee wordt beoogd het ontwijken van Wtt-plichtige dienstverlening te sanctioneren. In de toelichting staat onder meer:

Verbod in verband met omzeiling trustdienst b
Artikel 3 van het wetsvoorstel regelt dat het verboden is trustdiensten te verrichten zonder een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB). Daarnaast is het op grond van het vierde lid verboden om werkzaamheden te verrichten gericht op het verlenen van trustdiensten zonder vergunning. Dat laatste verbod heeft tot doel te voorkomen dat partijen aanbieders van trustdiensten zonder vergunning aanprijzen. Dit verbod beoogt omzeiling van het wetsvoorstel te voorkomen. In aanvulling daarop is geconstateerd dat met betrekking tot trustdienst b (verlenen van domicilie en verrichten van aanvullende diensten) omzeiling van het verbod mogelijk is. Dit wordt wel het opknippen van de trustdienst genoemd. Het doel is daarbij dat een cliënt zowel een postadres of bezoekadres in Nederland krijgt en dat daarnaast een van de aanvullende diensten genoemd in onderdeel b van de definitie van trustdienst wordt verricht. Dit wordt echter niet door een en dezelfde partij gedaan, maar door verschillende aanbieders waardoor er technisch gezien geen partij is die beide elementen van trustdienst b verricht. Dit opknippen van trustdiensten wordt in de regel georganiseerd door een tussenpersoon. De cliënt richt zich tot de tussenpersoon en deze brengt de cliënt met verschillende partijen in contact om de twee elementen van trustdienst b te verrichten. Ook komt de variant voor dat een dienstverlener het opknippen organiseert, waarbij hij zelf een van de elementen verricht voor de cliënt en zorgt dat het andere element door een derde wordt verricht. In beide gevallen is materieel beoogd om trustdienst b te verrichten en zou derhalve onder het bereik van het wetsvoorstel moeten vallen. Dit gat wordt met de wijziging van artikel 3, vierde lid, gedicht.

Dit bericht is ook op mijn algemene weblog gepubliceerd.

2 mei 2018

Wet toezicht trustkantoren 2018: verslag

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 1 mei jl. is het verslag vastgesteld in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel Wet toezicht trustkantoren 2018. Trustkantoren worden flink onder vuur genomen. Er worden allerlei vragen gesteld, onder meer over de relatie tussen BFI’s en doelvennootschappen:

De leden van de SP-fractie hebben vragen over het aantal bijzondere financiële instellingen (bfi’s) dat wordt bestuurd door trustkantoren. Zij hebben gelezen dat er zo’n 229 vergunninghoudende trustkantoren actief zijn in Nederland die samen zo’n 20.000 doelvennootschappen beheren. Ook hebben de leden van de SP-fractie vernomen dat er eind 2015 zo’n 15.000 bfi’s in Nederland waren en dat bij 87 procent van deze bfi’s niemand werkt. Mogen deze leden aannemen dat deze bfi’s waar niemand werkt, worden bestuurd door een trustkantoor? Kan de regering enige duiding geven over deze verschillende cijfers? Kan de regering aangeven hoeveel werkgelegenheid de trustsector in directe zin biedt? Door hoeveel medewerkers van een trustkantoor wordt een doelvennootschap gemiddeld beheerd? Hoeveel doelvennootschappen heeft een gemiddelde trustee onder zich in Nederland?

Ook het ‘maatschappelijk betamelijk handelen’ komt in het verslag aan bod. De VVD stelt een verstandige vraag over de open normen:

De leden van de VVD-fractie lezen dat de Raad van State vreest dat de open normstelling van het wetsvoorstel tot spanning kan leiden omdat DNB deze normen werkendeweg zal invullen. De leden van de VVD-fractie vrezen de rechtsonzekerheid die dit mee zal brengen en begrijpen dat de regering die wil ondervangen door DNB procedurele beleidsregels op te laten stellen. Hoe moeten deze leden zich die beleidsregels voorstellen? Is het mogelijk daarvan een proeve te delen met de Kamer? Had het niet meer voor de hand gelegen een aantal open normen, zoals die in artikel 10 en 14, verder uit te werken in de wettekst?

Er worden vragen gesteld over de verplichte rechtsvorm van bv, nv of Europese vennootschap. Zo wordt gevraagd “Zijn er ervaringscijfers waaruit blijkt dat integriteitsvraagstukken zich vaker voordoen bij trustkantoren met andere rechtsvormen?

Degenen die actief zijn in de trustsector doen er goed aan het verslag te lezen.

 

Tags:
24 maart 2018

De ongedefinieerde beleidsbepaler in het financiële recht | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De Nederlandse financiële wetgever heeft een hekel aan het definiëren van het begrip ‘beleidsbepaler‘, daar schreef ik in 2012 al over.

Dat is nog steeds zo, want in het onlangs ingediende wetsvoorstel Wet toezicht trustkantoren 2018 (hierna: Wtt 2018) is nog steeds geen definitie opgenomen. Nog erger: aandacht voor het rechtspersonenrecht ontbreekt grotendeels. Hier en daar komt het begrip ‘bestuurder’ voor, zoals in de definitie van trustdiensten (artikel 1) en in het artikel over de gegevens inzake het trustkantoor (artikel 8). Grappig is dat bestuurders en commissarissen in artikel 8 als aparte categorie worden genoemd, naast de (mede)beleidsbepalers, bijvoorbeeld in lid 1 en onderdelen a. en b. van dat lid:

1. Een trustkantoor meldt schriftelijk aan de Nederlandsche Bank een voornemen tot wijziging van:
a. de identiteit van de bestuurders en commissarissen van het trustkantoor;
b. de identiteit van degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen;

Welke relatie er tussen de onder a. en b. genoemde categorieën bestaat, wordt noch in het wetsvoorstel, noch in de memorie van toelichting uitgewerkt.

Nog aparter wordt het als we artikel 11 van het voorstel lezen:

Artikel 11. Twee dagelijks beleidsbepalers
1. Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland.
2. De personen die het dagelijks beleid van een trustkantoor met zetel in Nederland bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland.
3. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van dit artikel, voor zover de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de belangen die dit artikel beoogt te beschermen voldoende worden gewaarborgd.

Dit leidt er toe dat de dagelijks beleidsbepalers geen statutair bestuurder van het trustkantoor (dat een rechtspersoon behoort te zijn op grond van het wetsvoorstel) behoeven te zijn. Dat kan op zijn minst apart worden genoemd.

Meer aandacht voor het rechtspersonenrecht zou goed zijn voor de kwaliteit van financiële regelgeving.

Meer informatie:

Dit artikel verscheen ook op mijn algemene weblog.

20 maart 2018

Artikelen over het wetsvoorstel

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Over het wetsvoorstel zijn de volgende artikelen verschenen:

Het enige eigen geluid rondom dit onderwerp komt van de Raad van State, samenvatting, advies.

Tags:
19 maart 2018

Wet toezicht trustkantoren 2018 ingediend

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 16 maart jl. is het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 bij de tweede kamer ingediend:

Tags:
29 november 2017

Nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de nieuwsbrief die DNB vandaag uitbracht zijn de onderwerpen:

  • DNB-prioriteiten en -onderzoeken 2018: onder meer zal in 2018 naar de naleving van de sanctieregelgeving worden gekeken.
  • Stand van zaken nieuwe wetgeving voor trustkantoren, onder meer wijziging Wwft en introductie ubo-register.
  • Eis van meerdere beleidsbepalers: tweede bestuurder moet volwaardig en gelijkwaardig zijn. DNB attendeert er op dat bij inwerkingtreding van de nieuwe Wtt sprake moet zijn van een dagelijkse leiding van een trustkantoor, bestaande uit tenminste twee personen die in Nederland werken.
  • DNB verzoekt de trustkantoren om hun relatiebestand te controleren op vermelding in de Paradise Papers en eventuele hits te melden.
  • Voortgang DNB onderzoek SIRA in de praktijk
  • FATF-waarschuwingslijsten: update november 2017

 

%d bloggers liken dit: