Posts tagged ‘Wtt’

4 mei 2022

De wonderbaarlijke competenties van trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Iedere jurist weet dat mensen en organisaties nauwelijks in staat zijn te weten wat de regels zijn. Tenslotte is dat voor juristen al moeilijk. Nog lastiger is om de regels toereikend na te leven.

Gelukkig kent Nederland ondernemingen met wonderbaarlijke competenties. Deze ondernemingen zijn in staat het “risico van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is bepaald” te onderkennen en te beheersen, zowel bij zichzelf als bij hun zakelijke relaties. Deze ondernemingen gaan door het leven onder de naam ‘trustkantoren’.

Integriteitrisico
De liefhebbers van de trustkantorenmandarijnenwetenschap kunnen in lid 1 van artikel 1 Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) de definitie van integriteitrisico vinden:

integriteitrisico:
a. risico van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is bepaald;
b. risico van betrokkenheid van het trustkantoor of zijn medewerkers bij handelingen die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in het trustkantoor of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad;

In deze ruime definitie is onder a. iedere ontoereikende naleving van een voorschrift al een integriteitrisico en de definitie gaat uit van de veronderstelling van een perfecte wereld. In de menselijke wereld zijn die risico’s overal aanwezig en kunnen zij niet afdoende onderkend worden (maar daarin is het ministerie van Financiën, die verantwoordelijk is voor deze regels, niet geïnteresseerd).

Opmerkelijk is dat onder b. het zich onthouden van onrechtmatige daad als norm in de Wtt 2018 is terecht gekomen, wat wetgevingstechnisch zeer opmerkelijk kan worden genoemd. Verder heeft dit onderdeel alleen betrekking op iets waarbij het trustkantoor of zijn medewerkers ‘betrokken’ kunnen zijn, terwijl onderdeel a. zowel op het trustkantoor betrekking kan hebben als op degenen met wie het trustkantoor zaken doet.

Profileren en beheersen
Uit artikelen 22 en verder Wtt 2018 blijkt dat de wetgever veronderstelt dat die integriteitsrisico’s ‘beheerst‘ kunnen worden (artikel 22 en artikel 26) en dat het mogelijk is om een ‘integriteitrisicoprofiel‘ op te stellen van de cliënt en van de door het trustkantoor bestuurde rechtspersoon (de ‘doelvennootschap’) (artikel 23, artikel 27), alsmede dat tijdens de controle van de zakelijke relatie door het trustkantoor kan worden nagegaan of deze zakelijke relatie overeenkomt met dat integriteitrisicoprofiel. Aangezien dit praktisch vrijwel onmogelijk is, moeten trustkantoren over wonderbaarlijke competenties beschikken.

Schaduw
De regelgeving voor trustkantoren werpt een donkere schaduw vooruit op wat straks van iedere burger en organisatie wordt verwacht. Het zijn regels voor een perfecte wereld waarin robots het hebben overgenomen en waarin voor mensen geen plaats meer is.

Tags:
3 mei 2022

Parlementaire behandeling voorstel Russenverbod

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de Tweede Kamer zijn inmiddels vragen gesteld over het wetsvoorstel Russenverbod voor trustkantoren, onder meer wordt gevraagd waarom het wetsvoorstel niet veel verder gaat. Er zijn ook leden van de Tweede Kamer die vragen stellen over het nut van het verbod, zoals:

De leden van de CDA-fractie lezen in de memorie van toelichting dat bij trustdienstverlening het risico te groot is “dat dit type dienstverlening op de een of andere wijze ten goede komt aan de Russische staat of aan (rechts)personen die op sanctielijsten staan.” Deze leden vragen of de regering dit nog eens uitgebreid kan toelichten. De leden van de CDA-fractie vragen verder of de regering kan toelichten wie er worden geraakt door deze maatregel en of dit ook de personen en entiteiten zijn die het onderhavige wetsvoorstel beoogt te treffen.

De leden van de SP-fractie lijken er niet van op de hoogte te zijn dat alle rechtspersonen in Nederland statutair bestuurders hebben, zodat hun vraag of “het optreden als bestuurder van een onderneming en het verlenen van onderdak, meerwaarde hebben voor de reële economie” vreemd aandoet. Misschien is het een idee dat deze leden van de Tweede Kamer eens het Burgerlijk Wetboek gaan lezen.

Het lid Omtzigt is ook toe aan huiswerk want hij vraagt of trustkantoren de ubo’s van hun doelvennootschappen moeten vaststellen:

Vereist het cliëntonderzoek op grond van de Wtt 2018 een verificatie van de UBO door het trustkantoor, zodat aan de hand van objectieve stukken kan worden achterhaald of de UBO van een vennootschap in Rusland woont?

We gaan zien wat er van komt.

2 mei 2022

Verruiming reikwijdte Wet toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Een internetconsultatie is gestart, waarin de reikwijdte van de Wet toezicht trustkantoren 2018 flink wordt verruimd door het begrip ‘trustdienst’ (bestuurder zijn, domicilie verlenen) te verbreden. Uiteraard negeert het Ministerie van Financiën dat het illegaal is om het zijn van bestuurder en verlenen van domicilie vergunningplichtig te maken.

Meer informatie: consultatie Wijzigingswet financiële markten 2024

Tags:
19 april 2022

Russenverbod

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de spoedwet, die ik vandaag al meldde, is alleen een Russenverbod opgenomen, dat als volgt luidt:

Artikel 23a. Verbod op dienstverlening bij betrokkenheid bepaalde landen
1. Het is een trustkantoor verboden een trustdienst te verlenen indien cliënten, doelvennootschappen, uiteindelijk belanghebbenden van cliënten en uiteindelijk belanghebbenden van doelvennootschappen woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in:

a. de Russische Federatie; of
b. de Republiek Belarus.

2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de identiteit van een cliënt, doelvennootschap, uiteindelijk belanghebbende van de cliënt of uiteindelijk belanghebbende van doelvennootschap overeenkomt met een rechtspersoon of natuurlijk persoon als bedoeld in de Sanctiewet 1977 en de op grond van de Sanctiewet 1977 vastgestelde regelingen en besluiten met betrekking tot het financieel verkeer. Na beëindiging van de omstandigheid, bedoeld in de eerste volzin, voldoet een trustkantoor binnen drie maanden aan het eerste lid, gerekend vanaf de datum dat de omstandigheid is beëindigd.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien de cliënt of uiteindelijk belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, een natuurlijk persoon is die de nationaliteit bezit van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland, of die in het bezit is van een verblijfsvergunning voor een van deze staten.

Niet-naleving is een economisch delict. Trustkantoren moeten binnen vier weken na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet (als dit voorstel wet wordt) hun Russische cliënten opzeggen.

Tags:
5 april 2022

Nieuwe regelgeving voor trustkantoren in aantocht

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de brief van 1 april jl. van de ministers van Financiën en Buitenlandse Zaken naar aanleiding van de toespraak van Zelensky zijn ook toezeggingen inzake trustkantoren opgenomen, zie onderstaand citaat en de door mij blauw gemarkeerde passage:

Trustkantoren

De heer Omtzigt heeft geïnformeerd of DNB bij trustkantoren de ultimate beneficial owner weet en daar streng toezicht op houdt.

Het is van belang onderscheid te maken tussen uiteindelijk belanghebbenden van trustkantoren zelf en van de cliënten van trustkantoren. Bij een vergunningaanvraag wordt de organisatie van een trustkantoor door de Nederlandsche Bank (DNB) beoordeeld, waaronder de uiteindelijk belanghebbende van het trustkantoor. Een trustkantoor is verplicht hierover informatie aan te leveren bij de vergunningaanvraag. Nadat een vergunning is verstrekt, moeten wijzigingen in de organisatie van het trustkantoor bij DNB worden gemeld. Dit geldt onder meer in geval van wijzigingen in deelnemingen, maar ook in geval van wijzigingen van de uiteindelijk belanghebbende (artikel 8 Wet toezicht trustkantoren 2018). Het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens is een overtreding van de wet en kan tot sancties of intrekking van de vergunning leiden.

DNB houdt intensief toezicht op trustkantoren. Bij overtredingen van de wet kan DNB handhavend optreden. Het regelgevend kader voor trustkantoren in Nederland is streng en DNB rapporteert jaarlijks aan de minister van Financiën over de naleving van de wetgeving door de sector.

In relatie tot cliënten, geldt dat trustkantoren verplicht zijn om bij elke zakelijke relatie de uiteindelijk belanghebbende vast te stellen. Dit betreft niet alleen de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt, maar ook de uiteindelijk belanghebbende van de doelvennootschap ten behoeve waarvan de trustdienst wordt verricht (zie artikel 25 in combinatie met de artikelen 27 tot en met 30 Wet toezicht trustkantoren 2018). Het is op grond van artikel 23 van de Wet toezicht trustkantoren 2018 verboden voor een trustkantoor om een zakelijke relatie aan te gaan als de uiteindelijk belanghebbende niet is vastgesteld. Trustkantoren zijn verplicht om een voortdurende controle op deze gegevens te doen.

Voor de informatie die DNB verkrijgt in de uitoefening van haar taak op grond van de Wet toezicht trustkantoren geldt een geheimhoudingsplicht. DNB kan geen mededelingen doen die herleidbaar zijn tot afzonderlijke personen (artikel 55 Wet toezicht trustkantoren 2018). Op grond van de artikelen 56 tot en met 58a van de Wet toezicht trustkantoren 2018 kan DNB aan enkele specifieke autoriteiten toezichtinformatie verstrekken. Dit geldt onder meer voor de instanties die belast zijn met de uitvoering van de sanctieregelgeving en met de partners in het Financieel Expertise Centrum. DNB kan geen toezichtvertrouwelijke informatie verstrekken aan de minister van Financiën.

Ook trustkantoren moeten, net als eenieder in Nederland, voldoen aan de Sanctiewet. Bij trustkantoren is er daarbij toezicht van DNB op de naleving van de regels die gesteld zijn voor de bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie en de interne controle van trustkantoren. Trustkantoren melden relaties met gesanctioneerde personen of bedrijven en bevriezingen bij DNB en DNB geeft deze meldingen door aan de minister van Financiën. Per brief van 31 maart jl. is weergegeven dat trustkantoren 138 meldingen hebben gedaan van relaties met gesanctioneerde personen of bedrijven en circa EUR 227 miljoen hebben bevroren. Zoals de minister van Financiën eerder heeft toegelicht worden bij trustkantoren doorgaans niet direct tegoeden aangehouden. Het gaat bij trustkantoren om bevriezing van vermogensbestanddelen van een doelvennootschap die door het trustkantoor als bestuurder van de doelvennootschap worden beheerd.

In het kader van deze vraag wijzen wij er verder op dat in opdracht van de minister van Financiën op dit moment onderzoek wordt gedaan naar de toekomst van de trustsector in Nederland.[1] De uitkomsten van dit onderzoek worden deze zomer, voorzien van een appreciatie door de minister van Financiën, aangeboden aan uw Kamer.

De ministerraad heeft vandaag ingestemd met het voorstel van de minister van Financiën om een wetsvoorstel voor spoedadvies voor te leggen aan de Raad van State waarin dienstverlening door trustkantoren gericht op Russische geldstromen wordt verboden. In het wetsvoorstel is ook een verbod om doorstroomvennootschappen aan te bieden en om trustdiensten te verlenen met betrokkenheid van derde-hoogrisicolanden op witwasgebied of non-coöperatieve landen op belastinggebied opgenomen. Na verwerking van het spoedadvies wordt het wetsvoorstel ingediend bij uw Kamer.

[1] Kamerstukken II, 2020/21, 32 545, nr. 144.

Tags: ,
14 december 2021

Prof. Unger begrijpt trustkantoren niet | Wwft, Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In het kader van het rapport door de Commissie Doorstroomvennootschappen (ik schreef er al over) zijn position papers van leden van de commissie openbaar gemaakt. Onder meer werd de paper van prof. dr. Brigitte Unger, een van de hofleveranciers van de overheid als het om witwasbestrijding gaat, gepubliceerd.

Vestigingsland
In haar paper bespreekt zij onder meer de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor rechtspersonen [1], zij schrijft onder meer:

Het is niet de dalende Vpb (die in bijna alle landen daalt), maar de vele mogelijkheden door dubbel belastingscontracten (double tax treatise), special tax rulings, niet vol openbare Ultimate Beneficial Owner registers om belasting te ontwijken en wit te wassen. Slimme grote bedrijven hebben weinig reden om belasting te ontduiken. Ze kunnen makkelijker legaal belasting ontwijken.

Haar laatste twee volzinnen klinken logisch.

Ubo-register
Hoe ze er bij komt dat openbare ubo-registers (“niet vol openbare Ultimate Beneficial Owner registers“) zouden bijdragen aan bestrijding van belastingontwijking en witwassen, is mij overigens een raadsel. Ze legt het ook niet uit. Vermoedelijk is dat gebaseerd op de veronderstelling dat niet-transparante door de overheid of private onbekende partijen gefinancierde not-for-profit organisaties beter dan overheden in staat zijn om misdaad op te sporen [2]. Zulke organisaties worden niet gehinderd door verplichtingen op het gebied van zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens en de kwaliteit van hun werk wordt niet getoetst, laat staan dat de betrokken personen op integriteit worden gescreend. Datzelfde probleem geldt voor de ‘Leaks’, zoals Panama Papers, waarvan mevrouw Unger zegt dat het een belangrijke bron van informatie zou, terwijl de integriteit en juistheid er van niet kan worden getoetst (bijvoorbeeld: wat is er weg gelaten omdat dit politiek niet uit kwam?).

Trustkantoren
Het lijkt er op dat mevrouw Unger het onderscheid tussen trustkantoren en doelvennootschappen niet kent, in haar paper spreekt ze op diverse plaatsen over trustkantoren, waar ze op doelvennootschappen doelt, zoals in de passages “Nederlandse trustkantoren in ontwikkelingslanden in de mijnbouw” en “Het gaat niet om de afschaffing van trustkantoren, maar om het identificeren van rotte appels – ook wanneer ze legale middelen (belastingontwijking) gebruiken“. Zie voorts paragraaf 13 waar ze een Oekraïner noemt die “in Nederland een trustkantoor heeft“, ook hier is doelvennootschap bedoeld, net als in paragraaf 21 “MNEs financieren zich niet via de bank – maar via trustkantoren“.

In paragraaf 9 over de doorstroomvennootschap maakt Unger het helemaal bont door te veronderstellen dat ‘trustkantoor’ hetzelfde is als een doorstroomvennootschap [3]:

maar wat is dan anders dan bij een trustkantoor? Of anders gevraagd: welke doorstroomvennootschappen zijn g e e n trustkantoren?
En wat zijn de functies van trustkantoren? Doen trustkantoren nog iets anders dan geld te laten doorstromen?

Het is schokkend om te constateren dat deze hoogleraar het juridische concept van de Wtt 2018 niet begrijpt [4].

De economische kwaliteiten van mevrouw Unger kan ik niet beoordelen, maar juridisch is ze niet goed op de hoogte.

 

Noten

[1] Zie bijvoorbeeld de tekst onder het kopje ‘3. Nederland moet ook zijn internationale reputatie beschermen’.
[2] Voor zover mij bekend is daar geen bewijs van. Zie ook haar paragraaf 4 waarin zij zich beroept op Transparency International en Tax Justice Network, organisaties die veronderstellen dat burgeropsporing door private organisaties als zijzelf zou bijdragen aan de misdaadbestrijding. In paragraaf 18 meent ze dat via een transparant ubo-register de georganiseerde misdaad kan worden getraceerd; hoe ze er bij komt dat dit mogelijk is, legt ze niet uit. Ik kan me niet voorstellen dat misdadigers als ubo geregistreerd gaan worden.
[3] Ze gaat er aan voorbij dat een doelvennootschap niet hetzelfde is als een ‘offshore vennootschap’ of een Bijzondere Financiële Instelling (BFI) en ze vergist zich in paragraaf 9 als ze denkt dat BFI alleen spraakgebruik is.
[4] Eveneens onjuist is de veronderstelling in paragraaf 9 onder c. dat de doelvennootschappen die door SEO in 2008 zijn onderzocht uitsluitend buitenlandse aandeelhouders zouden hebben. Onder d. in paragraaf 9 wordt het helemaal bizar. Paragraaf 10 spreekt op rommelige wijze over substance (niet altijd relevant voor doelvennootschappen), belastingontwijking als enige doel (er zijn ook andere redenen voor doelvennootschappen in Nederland) en opnieuw over doelvennootschappen die alleen buitenlandse aandeelhouders zouden hebben.

Tags:
13 december 2021

Vragen over trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Tijdens een overleg van de vaste commissie van Financiën zijn over de trustkantorensector de volgende vragen gesteld:

De leden van de VVD-fractie bedanken de minister voorts  voor het toesturen van de onderzoeksopzet en de planning  van het onderzoek naar de toekomst van de trustsector. Zij  kijken uit naar de bevindingen van het onderzoek.

De leden van de D66-fractie zijn geïnteresseerd in de  uitkomsten van het onderzoek naar de trustsector en  hebben met belangstelling kennisgenomen van de opzet. Deze leden vragen of het beantwoorden van de vraag wat de  meerwaarde van de trustsector in Nederland is zal gebeuren  met het perspectief van brede welvaart.

De leden van de PvdA-fractie danken het kabinet voor het instellen van een onderzoek naar de toekomst van de  trustsector, en kijken met interesse uit naar de bevindingen  die er komende zomer zouden moeten zijn. Zij vragen wat  wordt bedoeld met “de waterbedeffecten”. Is het kabinet  bang dat louche trustactiviteiten zich verplaatsen naar  minder gereguleerde jurisdicties? Zou het niet inherent  wenselijk zijn om dit soort activiteiten niet in dit land te  faciliteren, ongeacht of iemand anders er met de handel  vandoor zou gaan?

 

Het blijft apart dat niemand lijkt te weten dat trustkantoren vrijwel alleen als statutair bestuurder van rechtspersonen optreden, eventueel gecombineerd met domicilieverlening, zodat de rol van het rechtspersonenrecht ook van belang is. Het wordt zorgvuldig geheim gehouden.

Tags:
12 november 2021

Grootschalig onderzoek naar trustkantoren | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De Minister van Financiën stuurde op 10 november jl. een brief aan de Tweede Kamer waarin een grootschalig onderzoek naar de sector van de trustkantoren wordt aangekondigd. Deze sector, die hoofdzakelijk zorgt voor statutair bestuurders van rechtspersonen, wordt beschouwd als een hoog risico sector. Aan die veronderstelling ligt geen onderbouwing ten grondslag; incidenten betekenen immers niet dat de hele sector ‘rot’ is. We gaan zien of die onderbouwing te vinden zal zijn in de aangekondigde rapportage.

In het onderzoek dienen de volgende scenario’s te worden bekeken:

Bij deze vraag dienen een aantal toekomstscenario’s te worden geanalyseerd. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende scenario’s:
a) het volledig verbieden van trustdienstverlening in Nederland;
b) het verbieden van specifieke trustdiensten in Nederland;
c) het strikter reguleren van de trustsector in Nederland;
d) de situatie ongewijzigd laten.

Het belangrijkste scenario ontbreekt:

e) Afschaffing van het toezicht op trustkantoren,
[1] nu de aanpak van statutair bestuurders afdoende kan plaats vinden via het reguliere rechtspersonenrecht en via de reguliere fiscale en commune strafrechtelijke regels;
[2] nu het vergunningplichtig maken van het zijn van statutair bestuurder in strijd is met het Nederlandse en Europese recht.

Een gemiste kans!

 

Meer informatie:

 

Tekst van de brief:

Tijdens het commissiedebat over de bestrijding van witwassen met de vaste commissie voor Financiën van 9 september 2021 heb ik toegezegd uw Kamer nader te informeren over de onderzoeksopzet en de planning van het onderzoek naar de toekomst van de trustsector. Gedurende dit debat zijn er ook een aantal suggesties gedaan voor de onderzoeksopzet, ik heb deze suggesties verwerkt in de onderzoeksopzet.

Tijdens het debat heb ik aangegeven dat het onderzoek onafhankelijk zal worden uitgevoerd door een externe partij die door middel van een aanbestedingstraject wordt geworven. In de offerte-uitvraag heb ik nadrukkelijk opgenomen dat de partij die het onderzoek gaat uitvoeren geen banden mag hebben met de trustsector. In deze brief ga ik in op de onderzoeksopzet die wordt aanbesteed en de planning van de aanbesteding en het onderzoek. Volledigheidshalve wijs ik uw Kamer op de recente berichten naar aanleiding van de Pandora Papers. Het onderzoek zal inzichten bieden die ook relevant zijn bij de opvolging van mogelijke lessen die getrokken worden uit de Pandora Papers.

Onderzoeksopzet
De hoofdvraag die centraal staat in dit onderzoek is of bij trustdienstverlening in Nederland de integriteit voldoende te waarborgen is. Deze vraag zal in breder verband worden onderzocht, waarbij ook zal worden gekeken naar de financieel-economische en de maatschappelijke meerwaarde van deze sector voor Nederland. Bij het onderzoek worden tevens de uitkomsten betrokken van het onderzoek van de Commissie doorstroomvennootschappen. In dat onderzoek is aandacht besteed aan financiële stromen door Nederland en de relatie met witwassen.

Om de centrale vraag goed te kunnen beantwoorden en afwegingen te kunnen maken, moeten de onderzoekers tenminste de volgende vragen beantwoorden.

1. Wat is de aard en omvang van de Nederlandse trustsector?
Hierbij moeten de trustkantoren in Nederland in kaart worden gebracht, welke activiteiten zij verrichten en welke type cliënten zij bedienen.

2. Welke inherente integriteitsrisico’s kent de trustdienstverlening in Nederland en kunnen die voldoende worden beheerst?
De beantwoording van deze vraag dient inzicht te geven in integriteitrisico’s die gepaard gaan met trustdiensten die partijen op dit moment in Nederland aanbieden. Ook moet het uitvoeren van de poortwachtersfunctie door trustkantoren worden geanalyseerd.

3. Wat is de meerwaarde van de trustsector in Nederland?
De beantwoording van deze vraag moet inzicht geven in de rol van trustdiensten in het internationale financiële systeem en de maatschappelijke en de financieel-economische (meer)waarde van de trustsector binnen de Nederlandse economie.

4. Hoe zal de Nederlandse trustsector er in de nabije toekomst uitzien?
Dit deel van het onderzoek draait om de vraag welke legale en illegale trustdiensten in de toekomst naar verwachting zullen afnemen, of toenemen en/of trustkantoren zich wellicht gaan richten op het verlenen van andere type diensten.

5. Wat zijn de voor- en nadelen van (nieuwe) regulering ten opzichte van het geheel of gedeeltelijk verbieden van trustdienstverlening, met het oog op het voorkomen van witwassen?
Bij deze vraag dienen een aantal toekomstscenario’s te worden geanalyseerd. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende scenario’s:

a) het volledig verbieden van trustdienstverlening in Nederland;
b) het verbieden van specifieke trustdiensten in Nederland;
c) het strikter reguleren van de trustsector in Nederland;
d) de situatie ongewijzigd laten.

Deze analyse zal zowel economisch, juridisch als maatschappelijk van aard zijn. Ook moeten de waterbedeffecten worden ingeschat bij de verschillende scenario’s.

Planning
Het aanbestedingstraject is gestart. Er is een aantal onderzoeksbureaus benaderd. Bij een geslaagde aanbesteding zal het geselecteerde onderzoeksbureau naar verwachting eind november starten met het onderzoek. Het onderzoek moet voor de zomer van 2022 worden opgeleverd.

Tags:
23 augustus 2021

Afschaffing van trustkantoren -2-

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het eerdere artikel is aangevuld naar aanleiding van het bericht in het FD, Hoekstra onderzoekt verbod op trustkantoren vanwege misstanden, een fraai staaltje van politieke journalistiek.

Tags:
28 juli 2021

Afschaffing van trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 8 juli stuurde de minister van financiën een brief (ook hier) aan de Tweede Kamer waarin de afschaffing van trustkantoren wordt aangekondigd. Aanleiding is het rapport van SEO Economisch Onderzoek (ook hier) over illegale trustdienstverlening.

Over de toekomst van de sector schrijft de minister:

Het onderzoek naar illegale trustkantoren laat zien dat bij een eerste inventarisatie er een substantieel aantal partijen is dat zich aan de wetgeving voor trustkantoren onttrekt. Die wetgeving beoogt de hoge integriteitsrisico’s bij het verlenen van trustdiensten te mitigeren. Het is voor mij van wezenlijk belang dat trustkantoren integer handelen en hun rol als poortwachter adequaat vervullen. De problemen uit het verleden, de ervaringen van DNB in het toezicht op vergunninghoudende trustkantoren en in haar handhavend optreden tegen illegale trustdienstverlening en het beeld dat een mogelijk flink deel van de illegale trustdienstverleners zich onttrekt aan regelgeving en toezicht, roepen bij mij de vraag op of bij trustdienstverlening de integriteit wel voldoende te waarborgen is. Ik wil deze vraag in breder verband laten onderzoeken en zal daarbij ook de economische voor- en nadelen van het verbieden van deze dienstverlening betrekken. Daarbij zal ik ook de uitkomsten betrekken van het onderzoek van de Commissie doorstroomvennootschappen die uw Kamer naar verwachting na het zomerreces ontvangt. Een besluit hierover is, op basis van de uitkomsten van het onderzoek, aan een volgend kabinet.

 

Zoals ik al eerder schreef, is het standpunt van financiën hoogst merkwaardig, nu trustkantoren iets heel gewoons doen, nl. statutair bestuurder zijn en domicilie aan de bestuurde vennootschappen verlenen. De vergunningplicht van Wtt 2018 acht ik dan ook onrechtmatig.

Logischer is om de vergunningplicht voor statutair bestuurders af te schaffen en daarmee een einde te maken aan de illegale trustkantorenwetgeving

 


Aanvulling 23 augustus 2021

Het is interessant om te zien hoe het FD bezig is met een campagne om trustkantoren af te schaffen. Het geeft aan hoe journalisten politieke invloed uitoefenen, zonder daar over transparant te zijn.

Dit wordt geïllustreerd door het artikel van 22 augustus jl. in het FD, waarin het FD schrijft over de hierboven genoemde brief van de minister van financiën: “De brief en het onderzoek zijn tot nu toe nauwelijks in de publiciteit geweest“, wat voor de krant reden is om er anderhalve maand later aandacht aan te besteden en de politieke boodschap nog een keer helder te brengen. De journalisten worden niet gehinderd door kennis van zaken, maar dat is ook niet nodig voor politieke propaganda.

Tags:
%d bloggers liken dit: