Posts tagged ‘doorstroomvennootschap’

18 september 2018

Motie over domicilieverlening door trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Tijdens de behandeling van het dossier Parlementaire ondervraging Fiscale constructies is een motie aangenomen over domicilieverlening door trustkantoren:

constaterende dat DNB al jaren ernstige misstanden constateert in de trust-sector;
constaterende dat de trustsector een belangrijke poortwachtersfunctie vervult, onder andere door nieuwe rechtspersonen een (post)adres te verschaffen;
verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren,

De tekst doet slordig aan. Zo wordt gesproken over ‘nieuwe rechtspersonen‘ en wordt verondersteld dat domicilie ‘aan’ doorstroomvennootschappen wordt verschaft, terwijl het kenmerk van een doorstroomvennootschap juist is dat het een eigen rechtspersoon is.

17 juni 2014

Doorstroomvennootschappen in het FD

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Achter de betaalmuur van het FD zijn vandaag diverse artikelen over de problematiek van “doorstroomvennootschappen” te vinden:

4 juli 2013

Bericht DNB over doorstroomvennootschappen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag heeft DNB een nieuwsbrief uitgebracht waarin onder meer het nieuwe fenomeen doorstroomvennootschappen aan de orde komt. DNB schrijft:

Doorstroomvennootschappen van trustkantoren onderzocht door DNB

Nieuwsbericht
Datum 4 juli 2013

DNB constateert grote integriteitsrisico’s bij trustkantoren die Ubo-Ubo structuren in combinatie met adviesdiensten of handelsactiviteiten mogelijk maken via eigen doorstroomvennootschappen. Dienstverlening via deze structuren vergroot de risico’s op het witwassen van geld door cliënten.

Dit voorjaar heeft DNB onderzoek gedaan bij vier trustkantoren naar de dienstverlening via zogenoemde doorstroomvennootschappen. Doorstroomvennootschappen (of inhouse-vennootschappen) zijn vennootschappen die tot dezelfde groep behoren als het trustkantoor en gebruikt worden voor de dienstverlening aan klanten. Deze vorm van dienstverlening valt sinds juli 2012 onder de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en daarmee onder het toezicht van DNB.

Uit het onderzoek blijkt dat trustkantoren deze doorstroomvennootschappen voor zeer verschillende vormen van dienstverlening gebruiken. Van diensten voor bedrijven die rechten op intellectueel eigendom en image rights exploiteren tot diensten voor consultancybureaus. Handels- en financieringsactiviteiten, zoals het uit- en doorlenen van een door de cliënt verstrekte lening of eenmalige financiële transacties, zijn ook diensten die trustkantoren via doorstroomvennootschappen hun cliënten aanbieden.

Risicostructuren
In een aantal gevallen blijkt deze vorm van dienstverlening een verhoogde kans op integriteitrisico’s met zich mee te brengen, zo constateert DNB. Bijvoorbeeld in geval een doorstroomvennootschap diensten afneemt van een cliënt, en deze vervolgens aan een onderneming van diezelfde cliënt levert; ook wel ultimate beneficial owner (UBO) genoemd. Deze zogenaamde ‘ubo-ubo structuren’ worden vooral gebruikt voor consultancy diensten en handelsactiviteiten.

Een praktijkvoorbeeld hiervan is een structuur waarbij de cliënt, een vennootschap, de doorstroomvennootschap inhuurde voor het doen van internationaal marktonderzoek op het gebied van telecommunicatie. De doorstroomvennootschap huurde vervolgens een buitenlandse vennootschap in om dit marktonderzoek feitelijk uit te voeren. Vervolgens bleek dat de UBO van deze buitenlandse vennootschap ook de UBO en/of directeur van de cliënt was, die in eerste instantie de doorstroomvennootschap inhuurde voor het uitvoeren van het betreffende marktonderzoek. In een dergelijke situatie is het voor een trustkantoor lastig om vast te stellen of het marktonderzoek daadwerkelijk en tegen een redelijke prijs wordt uitgevoerd, en of de structuur niet gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het witwassen van geld.

Verplichting
Trustkantoren zijn bij deze dienstverlening verplicht op grond van artikel 16a Regeling interne bedrijfsvoering Wtt (Rib), vast te stellen of, net als bij ‘reguliere’ consultancy doelvennootschappen, de geleverde consultancy diensten daadwerkelijk zijn geleverd én of de afgesproken prijs redelijk is. Dit is noodzakelijk om de integriteitsrisico’s te beperken.

DNB heeft de betreffende trustkantoren gewezen op de geconstateerde verhoogde integriteitrisico’s en ziet er op toe dat zij passende maatregelen nemen om deze risico’s op te sporen en te beperken. Bijvoorbeeld door deze klanten regelmatiger te monitoren en hun cliëntendossiers vaker te reviewen. Een aantal trustkantoren heeft inmiddels afscheid genomen van klanten met dergelijke hoog risicostructuren. Wanneer de betreffende trustkantoren onvoldoende maatregelen nemen zal DNB handhavend optreden.

16 mei 2013

Nieuwe wijzigingen van de Wet toezicht trustkantoren in aantocht

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Gisteren is door de minister van financiën een voorstel “Wijzigingswet financiële markten 2014” bekend gemaakt. Van dit voorstel maakt ook een wijziging van de Wtt deel uit. Het voorstel inzake de Wtt luidt:

ARTIKEL XIV

De Wet toezicht trustkantoren wordt als volgt gewijzigd:

A
Artikel 1, onderdeel c, komt te luiden:

c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:

1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust;

tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;.

B
In artikel 2a wordt “artikel 2, eerste, tweede of derde lid,” telkens vervangen door: de bij of krachtens de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 10, eerste lid, gestelde regels,.

C
In artikel 9, eerste lid, onderdeel b, wordt “artikel 2, derde lid” vervangen door: artikel 2a, eerste lid.

D
Artikel 10, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt “, zodanig dat” vervangen door: die ertoe strekken dat.

2. De onderdelen a en b komen te luiden:

a. het trustkantoor cliëntenonderzoek verricht dat het trustkantoor onder meer in staat stelt de identiteit te kennen van de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende of over informatie te beschikken waaruit blijkt dat er geen uiteindelijk belanghebbende is;
b. het trustkantoor kennis heeft van de herkomst en de bestemming van de gelden van de doelvennootschap, de trust of de vennootschap waarvan het trustkantoor gebruikmaakt in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 5°;.

3. In onderdeel e wordt “de uiteindelijk belanghebbende” vervangen door “de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende” en wordt de punt aan het eind van subonderdeel 4° vervangen door een puntkomma.

4. Onderdeel f komt te luiden:

f. het trustkantoor bij het bemiddelen bij de verkoop van een vennootschap in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 3°, de identiteit kent van de koper en de verkoper en van de uiteindelijk belanghebbende van de koper en de verkoper;.

5. Onderdeel h wordt vervangen door twee onderdelen, luidende:

h. het trustkantoor kennis heeft van het doel van zijn dienstverlening en onderzoekt of aan die dienstverlening integriteitsrisico’s zijn verbonden;
i. door het trustkantoor geen dienst wordt verleend, indien niet wordt voldaan aan onderdeel a.

Dit wordt als volgt toegelicht in de memorie van toelichting:

g. wijzigingen Wtt
De inhoudelijke wijzigingen van de Wet toezicht trustkantoren hebben betrekking op de definitie van het begrip ‘Uiteindelijk belanghebbende’ en de formulering van de grondslag voor nadere regels inzake integere bedrijfsvoering. Deze wijzigingen houden verband met de recente uitbreiding van de reikwijdte van de wet en de voorziene aanscherping van de regels inzake integere bedrijfsvoering voor trustkantoren.

(…)

ARTIKEL XIV
A
De definitie van uiteindelijk belanghebbende in artikel 1, onderdeel c, wordt opnieuw vastgesteld in verband met de verruiming van de reikwijdte van deze bepaling. Thans is deze definitie nog gericht op de doelvennootschap, overeenkomstig de reikwijdte van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt), zoals die tot 1 juli 2012 gold. Sinds die datum vallen ook het gebruik van een vennootschap ten behoeve van een cliënt en het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen onder deze wet. In de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren zijn per diezelfde datum regels gesteld met betrekking tot het onderzoek dat trustkantoren moeten uitvoeren naar de uiteindelijk belanghebbenden van partijen die betrokken zijn bij die dienstverlening. De voorgestelde herziening van de definitie van uiteindelijk belanghebbende strekt ertoe, die regels beter te laten aansluiten bij de Wtt. Voor de formulering is aangesloten bij de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

B en C
De wijzigingen in de artikelen 2a en 9 strekken tot herstel van enkele omissies. De vrijstelling en ontheffing op grond van artikel 2a moeten, naast de vergunningplicht, kunnen zien op alle overige verplichtingen bij of krachtens deze wet gesteld. Daartoe wordt voorgesteld ook te verwijzen naar artikel 10, eerste lid, op grond waarvan regels worden gesteld met het oog op een integere bedrijfs- voering. Voorts wordt in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, ten onrechte verwezen naar artikel 2, derde lid, waar verwezen had moeten worden naar artikel 2a, eerste lid. Met de onderhavige wijziging wordt deze fout hersteld.

D
Artikel 10, eerste lid, bevat de grondslag voor het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels ten behoeve van een integere bedrijfsvoering. Daarbij wordt een niet-limitatieve opsomming gegeven van regels die binnen de reikwijdte van die grondslag vallen. Deze bepaling is uitgewerkt in de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren. Die regeling is per 1 juli 2012 aangevuld met regels gerelateerd aan de diensten die per diezelfde datum onder de reikwijdte van de Wtt zijn gebracht. Om hiervan blijk te geven wordt voorgesteld die regels te benoemen in de opsomming in artikel 10 van de Wtt. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt te verduidelijken dat een trustkantoor in algemene zin kennis heeft van het doel van zijn dienstverlening en onderzoekt of aan die dienstverlening integriteitsrisico’s zijn verbonden. Dit sluit aan bij de huidige praktijk.

19 februari 2013

DNB doet in 2013 onderzoek naar doorstroomvennootschappen

door mr R.W. van der Grinten

Onderstaand een nieuwsbericht van DNB over onderzoek naar doorstroomvennootschappen.

Datum 15 februari 2013

Begin 2013 is DNB een themaonderzoek gestart naar doorstroomvennootschappen bij trustkantoren. De cliënten van doorstroomvennootschappen, ook wel ‘inhouse’-vennootschappen genoemd, vallen namelijk sinds 1 juli 2012 onder de Wtt.

Start themaonderzoek doorstroomvennootschappen

Sinds 1 juli 2012 vallen de doorstroomvennootschappen binnen de reikwijdte van de Wtt en daarmee binnen het toezicht van DNB, omdat aan de cliënten van deze doorstroomvennootschappen en de transacties die daarmee gepaard gaan integriteitsrisico’s zijn verbonden. Deze risico’s zijn voor DNB voldoende aanleiding om begin 2013 het themaonderzoek ‘Doorstroomvennootschappen bij trustkantoren’ te starten.

In dit onderzoek kijkt DNB naar de dienstverlening aan cliënten via doorstroomvennootschappen en in het bijzonder naar consultancydiensten, waar DNB in 2012 uitvoerig onderzoek naar heeft gedaan, leningen en royalties. Binnen één doorstroomvennootschap worden vaak verschillende cliënten bedient en zijn er dus meerdere geldstromen. Dit bemoeilijkt de monitoring van de geldstromen alsook het inzicht in de onderbouwing van de transacties, wat doorstroomvennootschappen tot een risicovolle trustdienst maakt.    Van de trustkantoren wordt verwacht dat ze de clientacceptatiedossiers voor de cliënten in de doorstroomvennootschapen op gelijke wijze inrichten als voor bestaande Wtt-klanten. DNB zal bij onvoldoende naleving van de normen bij doorstroomvennootschappen direct handhavend kunnen optreden.

Doorstroomvennootschap

Per 1 juli 2012 is de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gewijzigd waardoor als trustdienst wordt aangemerkt het ten behoeve van een cliënt gebruikmaken van een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als het trustkantoor.    De wettelijke verplichtingen zien niet alleen op bestaande trustkantoren. Ook andere  partijen, onder meer belastingadviseurs en juridisch adviesbureaus, die voor hun cliënten gebruik maken van deze zogenoemde inhouse- of doorstroomvennootschappen zijn verplicht een trustvergunning aan te vragen. Een voorbeeld van een doorstroomvennootschap bij een niet-trustkantoor is de belastingadviseur die zijn cliënt een royaltystructuur adviseert en tevens aanbiedt dat de cliënt voor deze structuur gebruik kan maken van een vennootschap van de belastingadviseur.

Eisen aan de bedrijfsvoering

De wettelijke eisen die gelden voor de dienstverlening aan cliënten door middel van een eigen doorstroomvennootschap zijn vergelijkbaar met de Wtt-normen zoals die gelden voor doelvennootschappen van trustkantoren. Zo bepaalt de wet dat het trustkantoor moet voldoen aan de ‘ken-uw-klant’ eisen  en de verdere vereisten voor cliëntacceptatie; zoals kennis van het doel van de  dienstverlening aan de cliënt en de herkomst en bestemming van de middelen. Tot slot zal het trustkantoor ook een individuele risicoanalyse moeten maken van de cliënt.

Aandacht voor Meldingen Ongebruikelijke Transacties

DNB besteedt in 2013 extra aandacht aan het wijzen van trustkantoren op de verplichting om Meldingen Ongebruikelijke Transacties (MOT) te melden aan de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU). Ook voor ongebruikelijke transacties van cliënten in doorstroomvennootschappen geldt dat trustkantoren deze moeten melden aan FIU-Nederland. DNB verwijst voor extra informatie, uitleg over de meldindicatoren en FAQ over MOT-meldingen naar de website van FIU-Nederland.

20 december 2012

Trustkantoren onderschatten risico’s bij consultancydiensten

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Onder de titel “Trustkantoren onderschatten risico’s bij consultancydiensten” heeft DNB op 3 december 2012 een bericht verspreid over de cliëntendossiers van trustkantoren. Het bericht luidt:

Nieuwsbericht
Datum 3 december 2012

Trustkantoren moeten extra aandacht besteden aan het cliëntendossier van de consultancydoelvennootschappen.

In 2012 heeft DNB thematisch onderzoek gedaan naar zogenoemde consultancydoelvennootschappen. De toezichthouder heeft juist voor deze doelvennootschappen gekozen omdat bij consultancy de waarde van de geleverde prestatie doorgaans moeilijk is in te schatten en daarmee gevoelig is voor witwassen. Verder is er vaak sprake van internationale structuren waarbij middels re-invoicing de geldstroom bewust wordt verlegd naar andere jurisdicties. 
 
Resultaten van het themaonderzoek
Voor dit onderzoek heeft DNB in 2012 negen trustkantoren bezocht. Daaruit komt naar voren dat bij zes van de negen trustkantoren de bedrijfsvoering tekort schiet ten aanzien van de dienstverlening aan consultancydoelvennootschappen. De geconstateerde tekortkomingen zijn met name: onvoldoende kennis omtrent het doel van de structuur, een ontoereikende analyse van de integriteitrisico’s en een gebrekkige monitoring van de herkomst en bestemming van middelen. Naar aanleiding hiervan heeft DNB bij de betreffende trustkantoren passende handhavingsmaatregelen getroffen.  
 
Groeiend risico
Uit de instelling specifieke informatie (ISI) rapportage blijkt het aantal consultancydoelvennootschappen bij trustkantoren te groeien van 153 in 2011 naar 247 in 2012. Gezien deze toename vormen consultancydiensten een groeiend risico binnen de trustsector.   
  
Aanbeveling DNB
Op basis van de onderzoeksresultaten benadrukt DNB dat trustkantoren extra aandacht moeten besteden aan het cliëntendossier van deze consultancydoelvennootschappen en extra kritisch moeten zijn bij de clientacceptatie van toekomstige clienten’. Dit geldt overigens ook voor consultancycliënten die het trustkantoor bedient via een doorstroomvennootschap, ook wel inhouse vennootschap genoemd.

FATF-rapport over consultancydiensten
Ook in het FATF rapport van oktober 2010 ‘Money Laundering using Trust and Company Service Providers’ wordt misbruik van fictieve consultancy entiteiten genoemd om gelden weg te sluizen dan wel illegaal verkregen gelden wit te wassen.  In hetzelfde rapport worden betalingen van consultancy fees aangeduid als ‘Money Laundering Indicators’. (Pagina 48 van het rapport)
Wat zijn consultancydoelvennootschappen?
Dit zijn: Doelvennootschappen waar sprake is van betalingen voor verleende diensten in het kader van een specifieke kennis of vaardigheid van de doelvennootschap, hetzij aan natuurlijke personen, hetzij aan een entiteit, waarbij door de doelvennootschap veelal gebruik gemaakt wordt van de diensten van een specialist die de diensten namens de doelvennootschap uitvoert, gezien de specifieke kennis of vaardigheden die benodigd zijn om de betreffende dienst uit te voeren.

Reactie van de pers

Boeiend is de wijze waarop de pers op dit soort berichten reageert. Het is meestal grote stappen, snel thuis, vooral als het over de koppen boven de berichten gaat.

Neem bijvoorbeeld BNR, die het artikel voorziet van de kop “Witwassen is koud kunstje in Nederland”. ElsevierFiscaal citeert een artikel uit het FD dat als kop heeft “Mogelijke witwaspraktijken trustkantoren”. Deze suggestieve koppen staan boven artikelen die verder grotendeels navertellen wat er in het bericht van DNB staat. Dit type berichtgeving blijf ik merkwaardig vinden, aangezien de activiteiten van trustkantoren niet verschillen van de activiteiten van andere ondernemers door middel van rechtspersonen. Wat de trustkantoren doen met de door hen beheerde rechtspersonen (“doelvennootschappen”) zou veiliger en veel minder riskant moeten zijn, dan wat in de rest van het bedrijfsleven gebeurt, vanwege de verplichtingen die de financiële toezichtwetgeving aan trustkantoren oplegt en vanwege het toezicht door DNB. Dat soort boodschappen dringen echter niet bij de journalisten en beleidsmakers door.

2 november 2012

Aanpassing DNB-internetpagina’s over trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Blijkens een bericht van DNB zijn een aantal internetpagina’s over trustkantoren op de website van DNB aangepast. Hierna volgt het overzicht dat DNB geeft, met de links naar de gewijzigde pagina’s.

  • Trustkantoren – overzicht markttoegang – nieuw
  • Introductie Trustkantoren – gewijzigd
  • Wat is een Trustkantoor – gewijzigd
  • Wat is een trustdienst? – nieuw
  • Doorstroomvennootschap of inhouse-vennootschap – Wtt – nieuw
  • Termijn voor behandeling vergunningaanvraag trustkantoor – gewijzid
  • Vereisten voor een vergunning van een trustkantoor – gewijzigd
  • Begrip bemiddelen Wet Toezicht Trustkantoren – gewijzigd
  • Groepsbegrip onder de Wet Toezicht Trustkantoren – gewijzigd
  • Indienen stukken vergunning trustkantoor – gewijzigd
  • Vragen over de aanvraag van een vergunning voor trustkantoren – gewijzigd
  • Kosten aanvraag vergunning trustkantoor – gewijzigd 
  • Register trustkantoren – gewijzigd
10 oktober 2012

Het begrip doorstroomvennootschap volgens DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De opvatting van DNB over het begrip ‘doorstroomvennootschap’ zoals per 1 juli 2012 in de Wtt is opgenomen, is bekend gemaakt door middel van een factsheet.

Doorstroomvennootschap of inhouse-vennootschap – Wet Toezicht Trustkantoren

Per 1 juli 2012 is de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gewijzigd waardoor als trustdienst wordt aangemerkt het ten behoeve van een cliënt gebruikmaken van een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als het trustkantoor. 

Artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 5, Wtt beschouwt het ten behoeve van de cliënt gebruik maken van een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt als een kwalificerende trustdienst.

Tot 1 juli 2012 waren diensten nog gedefinieerd als diensten gericht op of verleend aan een vennootschap waarvan een derde eigenaar (uiteindelijk belanghebbende) is. Voor de bestrijding van witwassen en financieren van terrorisme is echter ook de praktijk van de zogenoemde doorstroomvennootschappen van belang. Dit zijn vennootschappen die, vooral om fiscale redenen, worden gebruikt om gelden te ontvangen en uit te keren. De eigendom van een doorstroomvennootschap is niet van belang nu, zoals de naam al aangeeft, uiteindelijk geen resultaat in de vennootschap achterblijft. Voor deze praktijk wordt dan ook vaak gebruik gemaakt van vennootschappen die eigendom zijn van of behoren tot dezelfde groep als het trustkantoor, de zogenaamde inhouse-vennootschappen.

%d bloggers liken dit: