Posts tagged ‘domicilie’

18 september 2018

Motie over domicilieverlening door trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Tijdens de behandeling van het dossier Parlementaire ondervraging Fiscale constructies is een motie aangenomen over domicilieverlening door trustkantoren:

constaterende dat DNB al jaren ernstige misstanden constateert in de trust-sector;
constaterende dat de trustsector een belangrijke poortwachtersfunctie vervult, onder andere door nieuwe rechtspersonen een (post)adres te verschaffen;
verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren,

De tekst doet slordig aan. Zo wordt gesproken over ‘nieuwe rechtspersonen‘ en wordt verondersteld dat domicilie ‘aan’ doorstroomvennootschappen wordt verschaft, terwijl het kenmerk van een doorstroomvennootschap juist is dat het een eigen rechtspersoon is.

7 juni 2018

Domicilieverlening in België | Wet tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 1 september aanstaande treedt in België de “Wet tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen” in werking, naar aanleiding van de verplichtingen die België heeft op grond van de 4e Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4).

Het begrip dienstenverleners wordt in artikel 3 van de wet als volgt gedefinieerd:

Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° “dienstenverlener aan vennootschappen“: elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig een van de volgende diensten aan derden aanbiedt:
a) deelnemen aan de aan- of verkoop van aandelen van een vennootschap met uitzondering van deze van een beursgenoteerde vennootschap;
b) een maatschappelijke zetel aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie verschaffen;
c) een bedrijfs-, administratief of correspondentieadres en andere daarmee samenhangende diensten verschaffen aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie; (…)

Op grond van deze wet mag een dienstenverlener alleen actief zijn zover de hij is geregistreerd bij de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de FOD Economie en moet aan integriteitseisen worden voldaan, voor een rechtspersoon:

1° ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
2° een wettelijk bestuursorgaan hebben dat enkel samengesteld is uit personen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
3° een werkelijke leiding hebben die enkel uitgevoerd wordt door personen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
4° uiteindelijke begunstigden hebben die allen beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
5° zaakvoerders en bestuurders hebben die wettelijk gerechtigd zijn een beroepsactiviteit in België uit te oefenen.

Als een domiciliedienst wordt geboden, gelden extra eisen:

1° over de mogelijkheid beschikt om de gedomicilieerde personen lokalen ter beschikking te stellen met een gedeelte dat de privacy verzekert en die de organen belast met de daadwerkelijke leiding, bestuur of toezicht van de gedomicilieerde persoon toelaten regelmatig te vergaderen;
2° dat ze de lokalen rechtmatig mag gebruiken die ter beschikking worden gesteld van de gedomicilieerde persoon;
3° met de gedomicilieerde personen een overeenkomst sluit die de voorwaarden van bezetting van de lokalen vastlegt die nodig zijn voor de werking van de gedomicilieerde persoon.

Deze dienstenverleners moeten zich aan de Belgische anti-witwaswet houden.

Bij Lydian is een inleiding over deze nieuwe weet te vinden.

Meer informatie:

5 juni 2018

Bestrijding van ontduiking van Wtt-plichtige domicilieverlening | Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Gisteren zijn in het kader van de parlementaire behandeling van Wtt 2018 de volgende documenten bekend gemaakt:

Nota naar aanleiding van het verslag

Opvallend in de nota naar aanleiding van het verslag (52 pagina’s) zijn onder meer:

  • De wens tot het besparen van belasting wordt als integriteitsrisico aangemerkt.
  • Trustkantoren dienen voldoende fiscale kennis in huis te hebben. Het onderscheid belastingaangifte en belastingadvies wordt besproken.
  • Trustkantoren moeten medewerking onthouden aan handelingen die als maatschappelijk onbetamelijk worden beschouwd. Wel jammer dat niemand weet wat dat is, het lijkt er op dat het hier gaat om de civielrechtelijke onrechtmatige daad, waarvan het de vraag is of dat een bruikbare compliance norm is. 
  • Het optreden als gevolmachtigde moet volgens de nota worden gelijk gesteld met het “in opdracht zijn van bestuurder”. Dit lijkt me juridisch onjuist en leidt tot een hellend vlak. 
  • De wetgever wil het ‘opknippen’ van Wtt-plichtige domicilieverlening gaan bestrijden.
  • Veel aandacht wordt gegeven aan een fenomeen dat mij bijzonder lijkt, nl. doelvennootschappen die niet bij het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven.  
  • De Angelsaksische trust blijkt voor leden van de tweede kamer een onbekend fenomeen te zijn, zodat in de nota basale uitleg nodig is. Jammer dat de kamerleden hier niet een handboekje over kunnen kopen.
  • Blijkens de nota zijn er trustkantoren die ook bankdiensten verlenen. Waarschijnlijk (maar dat blijkt niet uit de beantwoording) betreft dit het trustkantoor Citco dat gelieerd is aan de (afzonderlijke) Citco bank. Het trustkantoor verleent hier geen bankdiensten. Voor zover ik weet is dit het enige Nederlandse voorbeeld van een groep waarin zowel trust- als bankdiensten worden aangeboden.

De gegevensverstrekking in de nota naar aanleiding van het verslag over het functioneren van trustkantoren is niet op onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek gebaseerd (zoals overigens ook met de gegevensverstrekking inzake witwasbestrijding het geval is). Er wordt uitsluitend naar gekleurde overheidsbronnen, zoals FATF en DNB, verwezen.

Deze nota illustreert het huidige denken over toezicht, zoals ook is terug te vinden bij toezicht op andere ondernemingsactiviteiten, zoals van Wwft-plichtigen (een zeer grote groep van ondernemingen in Nederland), accountants, notarissen en advocaten.

Nota van wijziging

In de nota worden wijzigingen voorgesteld, onder meer in artikel 3, vierde lid voorstel Wtt (domicilieverlening). De voorstelde tekst luidt:

4. Het is een ieder verboden:
a. werkzaamheden te verrichten gericht op activiteiten die in strijd zijn met de verboden in het eerste tot en met derde lid; of
b. zonder vergunning op grond van deze wet werkzaamheden te verrichten gericht op zowel het ter beschikking stellen van een postadres of bezoekadres als bedoeld in onderdeel b van de begripsomschrijving van trustdienst, als het verrichten van aanvullende werkzaamheden als bedoeld in dat onderdeel, ten behoeve van een en dezelfde natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap.

Hiermee wordt beoogd het ontwijken van Wtt-plichtige dienstverlening te sanctioneren. In de toelichting staat onder meer:

Verbod in verband met omzeiling trustdienst b
Artikel 3 van het wetsvoorstel regelt dat het verboden is trustdiensten te verrichten zonder een vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB). Daarnaast is het op grond van het vierde lid verboden om werkzaamheden te verrichten gericht op het verlenen van trustdiensten zonder vergunning. Dat laatste verbod heeft tot doel te voorkomen dat partijen aanbieders van trustdiensten zonder vergunning aanprijzen. Dit verbod beoogt omzeiling van het wetsvoorstel te voorkomen. In aanvulling daarop is geconstateerd dat met betrekking tot trustdienst b (verlenen van domicilie en verrichten van aanvullende diensten) omzeiling van het verbod mogelijk is. Dit wordt wel het opknippen van de trustdienst genoemd. Het doel is daarbij dat een cliënt zowel een postadres of bezoekadres in Nederland krijgt en dat daarnaast een van de aanvullende diensten genoemd in onderdeel b van de definitie van trustdienst wordt verricht. Dit wordt echter niet door een en dezelfde partij gedaan, maar door verschillende aanbieders waardoor er technisch gezien geen partij is die beide elementen van trustdienst b verricht. Dit opknippen van trustdiensten wordt in de regel georganiseerd door een tussenpersoon. De cliënt richt zich tot de tussenpersoon en deze brengt de cliënt met verschillende partijen in contact om de twee elementen van trustdienst b te verrichten. Ook komt de variant voor dat een dienstverlener het opknippen organiseert, waarbij hij zelf een van de elementen verricht voor de cliënt en zorgt dat het andere element door een derde wordt verricht. In beide gevallen is materieel beoogd om trustdienst b te verrichten en zou derhalve onder het bereik van het wetsvoorstel moeten vallen. Dit gat wordt met de wijziging van artikel 3, vierde lid, gedicht.

Dit bericht is ook op mijn algemene weblog gepubliceerd.

5 juni 2014

Bericht DNB over de uitleg van het begrip “receptiewerkzaamheden” (domicilieverlening)

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft op 3 juni 2014 op zijn website het onderstaande bericht geplaatst over de uitleg van het begrip “receptiewerkzaamheden” in het kader van het onderscheid tussen Wwft-domicilie en Wtt-domicilie:

Trustkantoren – Receptiewerkzaamheden

Datum: 3 juni 2014.
Status: Factsheet
Referentie: 01622

De Wet toezicht trustkantoren bepaalt dat een trustdienst onder meer is het ter beschikking stellen van een adres mits er tenminste bijkomende werkzaamheden worden verricht.

Indien een trustkantoor een adres ter beschikking stelt aan een rechtspersoon of vennootschap en daarbij tevens bijkomende werkzaamheden verricht ten behoeve van die rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een, tot dezelfde groep behorende, andere rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon, wordt deze dienstverlening als een trustdienst beschouwd (artikel 1, sub d, onderdeel 2, Wet toezicht trustkantoren). Daarmee is de Wet toezicht trustkantoren van toepassing op deze dienstverlening.

Als bijkomende werkzaamheden worden onder meer beschouwd het op privaatrechtelijk gebied geven van advies of verlenen van bijstand. De wet zondert expliciet het verrichten van receptiewerkzaamheden uit en beschouwt dit niet als bijkomende werkzaamheid. Deze uitzondering is per 1 juli 2011 in de Wet toezicht trustkantoren opgenomen. Als receptiewerkzaamheden worden aangemerkt het doorschakelen van telefonisch verkeer en het doorzenden van ongeopende poststukken. Let op: de grens van enkel receptiewerkzaamheden wordt zeer snel overschreden. In de praktijk gaat het daarbij om het openen van een poststuk, het bewaren van documentatie, het voorschieten van een rekening, het legaliseren van buitenlandse documenten.

Het meer doen – hoe marginaal ook – voor een rechtspersoon of vennootschap (of ten behoeve van een, tot dezelfde groep behorende, andere rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon) waaraan een adres ter beschikking wordt gesteld, heeft tot gevolg dat een trustdienst wordt verricht waarop de Wtt van toepassing is. Aan een dergelijke trustdienst zijn vervolgens wettelijke verplichtingen verbonden zoals omschreven in de Regeling Integere Bedrijfsvoering (Rib). Let ook op de verplichtingen onder de Sanctiewet 1977.

In die gevallen waar inderdaad slechts een adres ter beschikking wordt gesteld, en dus de Wet toezicht trustkantoren niet van toepassing is, is wel de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) van toepassing. De Wwft kent een eigen wettelijk kader waarbinnen de dienstverlener de cliënt moet kennen. Deze wijken in essentie niet veel af van de vereisten onder de Wtt.

Tags: , ,
20 maart 2014

Hoe zat het ook al weer met domicilie. Over wettelijke verplichtingen van degene die bedrijfsmatig domicilie verleent

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De overheid houdt het zorgvuldig geheim, maar domicilieverlening is tegenwoordig een zwaar gereguleerde bezigheid. In Nederland bestaan momenteel drie soorten domicilie:

[a] Domicilieverlening in de zin van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). In die wet wordt domicilieverlening gedefinieerd als:

het in opdracht van een niet tot dezelfde groep behorende rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon, ter beschikking stellen van het adres of het postadres [*] aan een andere rechtspersoon of vennootschap, indien bepaalde bijkomende werkzaamheden [**] wordt verricht ten behoeve van die rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een, tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, andere rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon

Belanghebbenden dienen er op te letten dat er zeer snel sprake is van bijkomende werkzaamheden, met name “het op privaatrechtelijk gebied geven van advies of het verlenen van bijstand”. De toepasselijkheid van de Wtt heeft grote gevolgen: de ondernemer die deze domiciliediensten verleent dient bij De Nederlandsche Bank een vergunning aan te vragen en dient als vergunninghouder aan een groot aantal eisen te voldoen. Zie voor meer informatie de DNB-pagina over de Wtt.

[b] Domicilieverlening in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De definitie is hier: het beroeps- of bedrijfsmatig een adres of postadres ter beschikking stellen. Dit is ruimer dan de Wtt, waar naar adres en postadres op grond van de Handelsregisterwet [*] wordt verwezen. Zie voor meer informatie over de Wwft de site van FIU-Nederland. Overigens valt op dat domicilieverleners niet als Wwft-melder bij FIU-Nederland worden genoemd. De toezichthouder is het Bureau Toezicht Wwft van de belastingdienst. Zie voor informatie de site van de belastingdienst.

[c] Overige domicilieverlening, dat wil zeggen domicilieverlening die niet onder [a] of [b] valt en dus niet gereguleerd is.

Door de gebrekkige informatievoorziening vrees ik dat er de nodige domicilieverleners buiten de trust(kantoren)sector zijn die niet van hun wettelijke verplichtingen op de hoogte zijn. Zij komen er pas achter als een overheidstoezichthouder of opsporingsinstantie vanwege onderzoek naar strafbare feiten de domicilieverlener op het spoor komt.

[*] Adres of postadres bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel c, en 14, eerste lid, onderdeel c, van de Handelsregisterwet 2007.

[**] In de wet wordt het volgende genoemd:

i) het op privaatrechtelijk gebied geven van advies of het verlenen van bijstand, met uitzondering van het verrichten van receptiewerkzaamheden;
ii) het verstrekken van belastingadvies of het verzorgen van belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden;
iii) het verrichten van werkzaamheden in verband met het opstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het voeren van administraties;
iv) het werven van een bestuurder voor een rechtspersoon of vennootschap;
v) andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bijkomende werkzaamheden.

16 augustus 2013

Voorstellen tot wijziging Wtt en Wwft in consultatie Wijzigingswet financiële markten 2015

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Gisteren is de consultatie inzake de Wijzigingswet financiële markten 2015 gestart. In het voorstel zijn wijzigingen van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) opgenomen. Onderstaand meer informatie over de voorgestelde wijzigingen in de Wtt. Zie voor de voorstellen inzake de Wwft dit artikel.

Er worden in artikel IX twee wijzigingen van de Wtt voorgesteld:

A
In artikel 1, onderdeel d, onder 2°, aanhef, wordt “het adres of het postadres, bedoeld in” vervangen door: een postadres of een bezoekadres als bedoeld in.

B
Artikel 5, tweede lid, komt te luiden:
2. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt niet doorgevoerd, anders dan na toestemming van de toezichthouder.

De voorstellen worden als volgt toegelicht:

A
In artikel 1, onderdeel d, onder 2°, Wet toezicht trustkantoren wordt de term “het adres of het postadres” in de verwijzing naar de Handelsregisterwet 2007, vervangen door “een postadres of een bezoekadres”. Met deze wijziging wordt beoogd de situatie te ondervangen waarin meer dan één adres aan een onderneming ter beschikking wordt gesteld. Verder wordt de terminologie aangepast aan de Handelsregisterwet 2007.

B
De wijziging van artikel 5, tweede lid, heeft betrekking op de voorwaarde waaronder een trustkantoor wijzigingen als bedoeld in het eerste lid van dat artikel mag doorvoeren. Thans is bepaald dat dergelijke wijzigingen niet mogen worden doorgevoerd indien de toezichthouder binnen zes weken het voornemen daartoe afwijst of om nadere gegevens of inlichtingen verzoekt. De onderhavige wijziging strekt ertoe dat de toezichthouder uitdrukkelijk dient in te stemmen met dergelijke wijzigingen. In lijn met soortgelijke bepalingen in de Wet op het financieel toezicht kan daardoor niet meer stilzwijgend worden ingestemd.

Tags:
16 april 2013

Uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven over complianceverplichtingen op grond van de Wet toezicht trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 28 maart jl. heeft College van Beroep voor het bedrijfsleven een belangrijke uitspraak gedaan over complianceverplichtingen op grond van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Naar alle waarschijnlijkheid heeft deze uitspraak een bredere betekenis voor het financiële toezichtrecht. Onderwerpen die onder meer aan de orde komen:

  • “domicilieverlening” in de zin van de Wtt
  • de grondslag voor de ‘documentatieverplichtingen’ voor trustkantoren
  • bestuursrechtelijke resultaatsverplichtingen
  • de bewijslast
  • de wijze waarop de last is omschreven in de last onder dwangsom
  • de cautie

Belangrijke overwegingen over de ‘resultaatsverplichtingen’ in het bestuursrecht:

5.3.6  Ten aanzien van de achtste, elfde en twaalfde grief van [appellant] overweegt het College dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat op trustkantoren op grond van de artikelen 12, 13, 14 en 18 van de Rib een aantal duidelijke (resultaats)verplichtingen rust. De in deze artikelen neergelegde verplichtingen zijn concreet ten aanzien van het verzamelen, controleren en administreren van specifiek omschreven informatie. Het College vermag niet in te zien dat het hier niet (ook) om resultaatsverplichtingen zou gaan, nu specifiek is bepaald over welke kennis het trustkantoor dient te beschikken en welke gegevens opgevraagd en in de cliëntadministratie vastgelegd moeten worden. Dat een trustkantoor, zoals [appellant] betoogt, wellicht “geen absolute zekerheid” kan verkrijgen omtrent een deel van de onderwerpen waarvan documentatie is vereist, doet daar niet aan af. Daargelaten wat onder “absolute zekerheid” moet worden verstaan, merkt het College op dat “absolute zekerheid” niet de maatstaf is aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een trustkantoor aan de uit de Wtt en Rib voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
De stelling van [appellant] dat ten aanzien van de verplichtingen op grond van het eerste lid van artikel 10 Wtt en de Rib voor haar niet (voldoende) kenbaar is geweest op welke wijze zij daaraan moest voldoen, kan niet worden gevolgd. In aansluiting op hetgeen hiervoor is overwogen, is het College van oordeel dat de in de Rib neergelegde normen voldoende concreet duidelijk maken, welke handelingen van een trustkantoor worden verlangd.
Het College ziet voorts in de gedingstukken geen aanleiding voor het oordeel dat de eisen die DNB aan de inrichting van het cliëntacceptatiedossier en het vergaren van de gevraagde informatie heeft gesteld, voor [appellant] niet voldoende duidelijk waren of dat deze eisen, zoals [appellant] heeft gesteld, zouden hebben gewisseld. Uit de stukken blijkt dat DNB in haar brieven naar aanleiding van de gehouden bezoeken steeds uiteen heeft gezet waarom en op welke punten de dossiers van [appellant] te kort schoten.

Op een later tijdstip hoop ik aandacht te kunnen besteden aan de betekenis van deze uitspraak voor de financiële toezichtpraktijk.

Tags: , , ,
%d bloggers liken dit: