Posts tagged ‘trust’

31 maart 2020

Trustkantoren zijn moeilijk voor de Minister | Wwft, Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De Minister van Financiën tobt met het fenomeen ‘trustkantoor’, zo blijkt een recent verslag van een algemeen overleg (AO) inzake de financiële sector [1], waarin de Minister het hardnekkig over ‘trusts‘ heeft, terwijl hij toch zou moeten weten dat dit een Angelsaksische rechtsvorm is. De eerder tijdens het AO door leden van de Tweede Kamer gestelde vragen gingen over trustkantoren.

Enkele passages uit het verslag waarin de Minister aan het woord is:

Dan relatief kort over de trusts. De Kamer is het in grote lijnen met mij eens, dus er is weinig reden om vragen te stellen, laat staan om mij te complimenteren. Ik voel het toch maar alsof er relatief brede steun is voor de drie specifieke onderwerpen rond de trusts. Voor die steun wil ik de Kamer danken.
(…)
Voorzitter. Daarmee hebben we het gehad over het tijdpad. Ik wilde nog tegen de heer Nijboer zeggen dat dit allemaal zaken zijn waarvoor hij eerder indirect of direct aandacht heeft gevraagd. Ik dank hem dus voor zijn steun. Ik heb hem eerder ook weleens kritisch gehoord over de sector en over wat er verder kan. Misschien mag ik nog één dilemma schetsen, ook in zijn richting? Het ingewikkelde met deze sector is natuurlijk wel dat als je de sector verbiedt – in de woorden van de heer Nijboer – je niet meteen van al die activiteiten af bent. De puzzel is dus best complex, maar ik ben ook op latere momenten graag beschikbaar om te debatteren over wat er kan. Een van de redenen om de duimschroeven echt verder aan te draaien, is voor mij niet alleen gelegen in de rapportage over de integriteit, maar ook in het witwassen en in de enorme problematiek die dat geeft voor de samenleving. We moeten daar heel eerlijk over zijn: we hebben dat nu allemaal veel scherper in het vizier dan een jaar geleden. Volgens mij heb ik daarmee de trusts gedaan, voorzitter.

 

De onbekendheid met de regelgeving straalt ook af in het antwoord van de Minister op kamervragen [2], dat op 3 maart jl. werd gegeven. Naar aanleiding van een vraag over een rechtspersoon van Isabel dos Santos (Luanda Leaks), die door de vragensteller als ‘brievenbusfirma’ wordt aangeduid, antwoordt de Minister dat die rechtspersoon “geen trustkantoor” is. Kennelijk is hij niet bekend met het verschil tussen een trustkantoor en een doelvennootschap.

Doorstroomvennootschappen
Terug naar het verslag van het AO: er wordt breedvoerig door de Minister gesproken terwijl het eigenlijk alleen over de ‘doorstroomvennootschap‘ onder de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) gaat. Voor zover mij bekend wordt deze dienst niet meer of nauwelijks nog aangeboden door trustkantoren.

Noch bij de Tweede Kamer, noch bij de Minister lijkt het kwartje gevallen te zijn als het gaat om het fenomeen ‘doorstroomvennootschappen’. Zo spreekt lid van de Tweede Kamer Ronnes over “Trustkantoren die enkel als doorstroomvennootschap functioneren, voegen weinig tot niets toe aan onze samenleving“, het is wel duidelijk dat hij niet begrijpt wat een Wtt 2018-doorstroomvennootschap is.

Als het over doorstroomvennootschappen gaat, betreft dit veelal de fiscale doorstroomvennootschap, die binnen concerns wordt toegepast en waarvan misbruik via fiscale regels wordt bestreden. Deze moet goed worden onderscheiden van de Wtt 2018-doorstroomvennootschap.

Tot slot
Trustkantoren worden door het Ministerie van Financiën tegen beter weten in neergezet als ‘beheerders van vermogen’ , terwijl het juister zou zijn de trustkantoren, wiens kerntaak het besturen van rechtspersonen is, aan hun rechtspersonenrechtelijke verplichtingen te houden. Hier schreef ik al eerder over (onder meer 1 en 2).

Geconcludeerd kan worden dat zowel in het parlement als bij de betrokken ministeries juridische kennis inzake trustkantoren ontbreekt. Daar waar zij spreken over ‘kwaliteit‘ bij banken, trustkantoren en accountants, zou het goed zijn als de eigen kwaliteit ook flink omhoog ging, dat kan de kwaliteit van de regelgeving ter bestrijding van misbruik van rechtspersonen ten goede komen en is goed voor de samenleving.

 

[1] Verslag van een algemeen overleg, dossier 32 013 Toekomst financiële sector, vastgesteld 6 maart 2020.
[2] Antwoord op kamervragen inzake het Marginal da Corimba-project in Angola.

8 november 2019

DNB publiceert factsheet met antwoorden op veelgestelde vragen inzake Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 24 oktober jl. publiceerde DNB een factsheet met antwoorden op veel gestelde vragen. Lees de aankondiging en de factsheet.

Onderwerpen van de factsheet:

  • De invulling van de compliancefunctie
  • Het inzichtelijk maken van de werkzaamheden door de compliancefunctie
  • De functiescheiding tussen audit en compliance voor beleidsbepalers
  • De kwalificatie van een volmacht als trustdienst
  • Vergunningplichtige dienstverlening ten aanzien van postadres of bezoekadres en aanvullende werkzaamheden
  • Het acceptatiememorandum, en het verschil met de integriteitsrisicoanalyse
  • Het verschil tussen ‘vaststellen’ en ‘zoveel mogelijk met zekerheid vaststellen’
  • De nieuwe wettelijke eis van het opstellen van een transactieprofiel
  • De begrippen ‘specifieke kenmerken’ of ‘naar categorie is omschreven’ waaraan een trust of een soortgelijke juridische constructie moet voldoen
  • Het wijzigen van de begunstigde van een trust en de eis van de voorafgaande informatieplicht aan het trustkantoor
  • Het begrip ‘eerste gelegenheid’ in de overgangsbepaling ten aanzien van het dienstverleningsdossier met het oog op de verscherpte eisen in de Wtt 2018
  • De publicatieplicht van Wtt-overtredingen
  • Het uitwisselen van informatie tussen trustkantoren over dienstverlening aan cliënten en/of doelvennootschappen
23 november 2017

Belastingontduiking niet altijd motief voor verplaatsing van vermogen naar het buitenland

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Kamerlid mevrouw Leijten, bekend van de Nederlandse PANA commissie, stelt regelmatig vragen over trustkantoren, zo ook weer onlangs. Alleen gingen die vragen niet over Nederlandse trustkantoren of de door hen beheerde doelvennootschappen. Naar aanleiding van de vragen merkt de minister van financiën op dat bij verplaatsing van vermogen naar het buitenland niet altijd sprake is van ontgaan van belastingen als motivatie:

De ervaring die is opgedaan tijdens onderzoeken naar situaties waarbij vermogen is verplaatst naar het buitenland leert dat niet in alle gevallen sprake is van het ontgaan van belastingen. Redenen die door belastingplichtigen worden genoemd voor het plaatsen van vermogen in het buitenland zijn onder meer:

– het bundelen van (familie)vermogen;
– het voorkomen van versnippering van (familie)vermogen in geval van bijvoorbeeld overlijden, echtscheiding of conflicten;
– het gebruik van een trust (niet zijnde een trustkantoor) als alternatief voor een testament, om (erf)opvolging van internationaal georiënteerde families te regelen;
– het versterken van de zeggenschap van personen in een bedrijf;
– het voorkomen dat familievermogen onnodig wordt uitgeven terwijl dit geld bijvoorbeeld nodig is voor investeringen in een bedrijf;
– het voorkomen dat kinderen bekend raken met hun rijkdom;
– het voorkomen dat derden (bijvoorbeeld media, criminelen) bekend raken met de vermogenspositie van bepaalde personen;
– het veiligstellen van vermogen in conflictgebieden;
– het veiligstellen van vermogen uit vrees voor nationalisatie van privéeigendom.

De achtergrond is verschillend van aard: de eerste drie hiervoor genoemde redenen houden verband met het erfrecht. Hiervoor wordt vaak gebruik gemaakt van de rechtsfiguur trust of een daarmee vergelijkbare buitenlandse rechtsfiguur omdat het Nederlandse recht geen volwaardig alternatief hiervoor kent. Bij een trust wordt vermogen afgezonderd en wordt de trustee de eigenaar van het afgezonderde vermogen terwijl dit vermogen geen deel uitmaakt van zijn eigen vermogen en dus bijvoorbeeld niet vatbaar is voor het verhaal van schuldeisers van de trustee. De Nederlandse rechtsvorm die de trust het dichtst benadert, is de stichting. Echter, een Nederlandse stichting mag in tegenstelling tot de trust geen uitkeringen doen. Het uitkeringsverbod vormt een wezenlijke belemmering om de stichting te gebruiken als alternatief voor de trust. Bij gebruik van een trust, of een daarmee vergelijkbare buitenlandse rechtsfiguur, hoeft geen sprake te zijn van ontgaan van belasting. De Nederlandse belastingwetgeving kent specifieke bepalingen omtrent dergelijke rechtsfiguren. Die bepalingen zijn ook van belang in het kader van het toezicht door de Belastingdienst.
Redenen als het voorkomen dat kinderen bekend raken met hun rijkdom of het vermogen uitgeven hebben een ander karakter. In dergelijke gevallen is het ook mogelijk om dit binnen een Nederlands context te realiseren. Wel is het zo dat betrokkenen vrij zijn om hierin hun eigen keuzes te maken.
De laatste twee genoemde redenen, het veiligstellen van vermogen in conflictgebieden of het veiligstellen van vermogen uit vrees voor nationalisatie zullen zich niet snel voordoen in een geheel Nederlandse context.

Meer informatie: antwoord op kamervragen 20 november 2017

%d bloggers liken dit: