Dankzij het FD die schreef over het fenomeen trustkantoren (dat beroepsmatige bestuurders van rechtspersonen [*] zijn) werden er Tweede Kamer vragen gesteld, met in de beantwoording door de minister veel herhalingen van wat al bekend zou moeten zijn.
Er is in de beantwoording veel aandacht voor ‘illegale trustkantoren’, wat opmerkelijk is aangezien uit een onderzoek van het WODC (rapport) naar voren kwam dat er geen illegale trustkantoren gevonden konden worden, zo valt in het verslag van project 1, Illegale trustdienstverleners te lezen:
DNB heeft onderzoek gedaan naar een aantal zaken van mogelijke illegale trustdienstverlening. In een klein deel van die gevallen zijn waarschuwingsbrieven afgegeven. DNB zag geen aanleiding om boetes op te leggen. (…)
De doelstellingen van het project zijn slechts in beperkte mate bereikt. In een beperkt aantal zaken was sprake van illegale trustdienstverlening. Die overtredingen zijn met een waarschuwingsbrief afgedaan. Er bestond onvoldoende aanleiding om hierover media-aandacht te genereren. De hoofdoelstelling is daarmee niet bereikt. (…)
Dit project berustte op de aanname dat bepaalde partijen illegale trustdiensten verleenden. Op basis van informatie die voorafgaand aan dit project beschikbaar was, was dit een logische veronderstelling. Met de kennis achteraf is het makkelijk om te concluderen dat deze aanname aan het begin van het project niet plausibel was. Wellicht had dat eerder onderkend kunnen worden.
Wellicht dat het FD en de ambtenaar die de antwoorden van de minister hebben voorbereid, dit rapport hebben gemist.
Het probleem bij de vergunningplicht van ‘trustkantoren’ is dat zij nauwelijks zijn te onderscheiden van gewone bestuurders van rechtspersonen. Desondanks bestaat de vergunningplicht nog steeds.
[*] Er zijn ook andere trustdiensten, maar die komen weinig voor.
Plaats een reactie