18 augustus 2020

Trustkantoor met vaste notaris | uitspraak rechtbank Rotterdam 30 juli 2020

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 30 juli jl. deed de rechtbank Rotterdam uitspraak inzake een trustkantoor dat bezwaar maakte tegen intrekking van de vergunning.

Bezwaar tegen intrekking was logischerwijs heilloos omdat het kantoor te maken kreeg met een FIOD-inval, haar fiscale verplichtingen niet nakwam en geen of of onvoldoende medewerking aan de Belastingdienst verleende. Voorts waren een aantal formele verplichtingen uit de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) niet nageleefd (*1). Dat de beschuldigingen voldoende zijn onderbouwd door DNB, is genoeg voor intrekking.

Het lijkt er op dat de fiscale troebelen het trustkantoor zelf betreffen en niet door het trustkantoor bestuurde rechtspersonen (doelvennootschappen).

Bijzondere rol notaris
De uitspraak is opmerkelijk vanwege de daarin beschreven rol van een notaris: in paragraaf 1.1 staat dat de Wtt-vergunning mede is verleend

op basis van de verklaring van [naam] dat hij nauw samenwerkt met zijn vaste notaris, die [eiseres 1] zal ondersteunen bij de identificatie en verificatie van cliënten en de ‘ultimate beneficial owners’

Ik vraag me af of de regelgeving voor notarissen wel een dergelijke nauwe verbondenheid met een trustkantoor toetstaat. En het is vreemd dat een Wtt-vergunning gebaseerd zou mogen worden op een zakelijke relatie met een notaris.

Het samenwerken met een verkeerde notaris, wordt door DNB als afzonderlijk gebrek verweten, aldus paragraaf 5.3 sub 8) van de uitspraak. Waarom een dergelijke samenwerking in strijd is met de Wtt en/of de Rib, is mij een raadsel. Mij lijkt dat het niet correct identificeren/verifiëren en niet-naleving van andere op de Wtt gebaseerde gebaseerde verplichtingen klachtwaardig zijn, respectievelijk reden kunnen zijn voor intrekking van een vergunning. De keuze van een ‘foute’ leverancier lijkt me meer een omstandigheid te zijn die wijst op niet naleving van Wtt-verplichtingen.

 

(*1) SIRA en procedurehandboek voldeden niet aan de eisen, compliancefunctie voldeed niet aan de eisen, auditfunctie was niet ingevuld, “Onvoldoende is gewaarborgd dat adequaat voortdurend cliëntonderzoek en adequate transactiemonitoring plaatsvindt” (niet duidelijk is waarom niet) en wijzigingen in antecedenten waren niet (tijdig) gemeld.

(*2) De notaris is later geschorst, zie laatste alinea paragraaf 2.1.1. en paragraaf 5.3 sub 8).

 


Aanvulling 4 september 2020
Dat een strafrechtelijke veroordeling niet hoeft te worden afgewacht volgt ook uit de uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 19 mei 2004, die pas op 9 juli jl. werd gepubliceerd.

Tags:
12 augustus 2020

De-risking door banken [2]

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Eerder meldde ik de FD-artikelen over opzegging door banken van bankrekeningen. Inmiddels verschenen in dezelfde krant:

10 augustus 2020

De-risking door banken

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

De de-risking praktijken van banken hebben de voorpagina van het FD gehaald: Witwascontroles monden uit in juridische strijd om bankrekening. Een tweede artikel in hetzelfde nummer heeft als kop: Saunaclub tot opticien vecht gesloten bankrekening aan.

Intussen wordt geroepen door fatsoensrakkers dat de koppen van de managers van de grootbanken figuurlijk moeten worden afgehakt, een onzorgvuldige praktijk waartegen het FD waarschuwt in het commentaar Hoofd koel houden in witwaszaak ABN Amro.

Laten we hopen dat het gezond verstand terugkeert in de witwasbestrijding.

24 juli 2020

Trustbazen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Een nieuw dieptepunt in de journalistiek is het artikel Nederlandse trustbazen en notarissen waren cruciaal in Braziliaans bedrog, geschreven door Jeroen Wester voor het NRC. Tegen dergelijke journalistieke marketing kunnen nette mensen niet op. Met ongenuanceerde teksten als “Trustkantoren weten hoe je de geursporen van geld uitwist“. Net alsof alle trustkantoren criminelen zijn.

Er wordt geschreven [*] dat het vermeende criminele gebeuren mogelijk zou zijn door de rol van notarissen, die het criminele gebeuren – zo wordt gesuggereerd – hadden moeten ontdekken en melden aan FIU-Nederland. Enige onderbouwing daarvan ontbreekt, zodat de notarissen ten onrechte prominent in de kop van het artikel staan.

Het is te hopen dat de feiten in het verhaal over het criminele circuit en de betrokkenheid van de mensen van trustkantoren kloppen, want ook journalisten maken fouten. En de bron, ICIJ, is niet brandschoon.

Het is een lekker vet verhaal. Dus de auteur kan tevreden zijn.

 

Ter zijde: onderzoeksjournalistiek is een lucratieve business, waarbij het belangrijk is om in beeld te blijven. Vandaar dat de schandalen elkaar gedoseerd opvolgen.

 

[*] Er staat:

Mede mogelijk door notarissen
De steekpenningenadministratie van Odebrecht reikt in Nederland verder dan alleen de trustkantoren en de stromannen. Nederlandse notarissen spelen een belangrijke rol bij het mogelijk maken van het smeergeldsysteem. Notarissen dienen als poortwachters om de samenleving te beschermen tegen witwaspraktijken en na te gaan wie hun cliënten zijn en wat de herkomst van gelden is. Ongebruikelijke transacties moeten zij melden.

Meer staat er niet over de notarissen. Tja, de journalist weet niet af van de Wtt 2018 en de Wwft die gelden voor de door hem beschreven trustkantoren.

Tags: ,
22 juli 2020

De bekwaamheid van de ubo van het trustkantoor, de crypto-aanbieder en de wisselinstelling | Wwft

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 15 juli jl. werden de antwoorden van de de Minister van Financiën gepubliceerd inzake het nieuwste Wwft-wijzigingsvoorstel, dat voor trustkantoren relevant is omdat voorgesteld wordt de ubo’s van trustkantoren te toetsen.

Paragraaf 1 van de nota naar aanleiding van het verslag geeft een mooi beeld van de juridische puinhoop die het financiële ministerie van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft gemaakt, waarbij men zich achter Europa probeert te verschuilen.

In paragraaf 3 van de nota wordt op de administratieve lasten, nalevingskosten en toezichtlasten ingegaan, die zoals bij alle witwasbestrijdingsregelgeving aanzienlijk en niet-proportioneel zullen zijn.

De bekwaamheid van de ubo
Het hoogtepunt is in paragraaf 2 van de nota te vinden.

In die paragraaf wordt het fascinerende thema van de de toetsing van de uiteindelijk belanghebbenden (ubo’s) van trustkantoren, crypto-aanbieders en wisselinstellingen besproken. Interessant is dat niet alleen wordt getoetst op betrouwbaarheid, maar ook op ‘bekwaamheid‘, wat vreemd is voor iemand die geen beleidsbepaler of statutair bestuurder is. In de tekst over die bekwaamheid worden er omstandigheden bij gehaald die irrelevant zijn voor het zijn van ubo:

De beoordeling of een uiteindelijk belanghebbende voldoende bekwaam is, vindt grotendeels plaats aan de hand van de eerdere ervaringen die de uiteindelijk belanghebbende heeft met het zijn van uiteindelijk belanghebbende van andere entiteiten, het investeringsverleden van de uiteindelijk belanghebbende, zijn of haar curriculum vitae, en zijn of haar ervaring met trustkantoren, wisselinstellingen of aanbieders. Ook eventuele berichtgeving in de media over de uiteindelijk belanghebbende wordt meegenomen in de beoordeling.

Bij de beoordeling van de bekwaamheid wordt voorts rekening gehouden met de invloed die de uiteindelijk belanghebbende kan uitoefenen op het trustkantoor, wisselinstelling of aanbieder. Dit betekent dat de eisen voor een uiteindelijk belanghebbende met een kleine mate van invloed op de instelling lager kunnen zijn dan voor een uiteindelijk belanghebbende met meer invloed. Ook wordt door de toezichthouder naar de aard van de (beoogde) activiteiten van het trustkantoor, wisselinstelling of aanbieder gekeken.

Bij de bekwaamheidstoets wordt dus gekeken naar een samenstel van verschillende aspecten die beoordeeld worden. Indien hieruit een positief beeld ontstaat en de toezichthouder heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de uiteindelijk belanghebbende buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en gedragingen, dan wordt betrokkene geacht een goede reputatie te bezitten.

 

Dit is klinkklare nonsens.

Ervaring met het type onderneming is alleen relevant voor (mede)beleidsbepalers, zoals bestuurders. In deze tekst wordt  een gewone geschiktheidstoetsing naar binnen gehaald, ondanks de tekst voorafgaand over (mede)beleidsbepalers.

Het is simpel: als de ubo beleidsbepaler is, dan wordt op hem/haar de beleidsbepalerstoetsing toegepast. Als de ubo geen beleidsbepaler is, is alleen relevant of hij betrouwbaar is (geen negatieve antecedenten heeft) en of hij geen persoonlijke eigenschappen heeft die een negatieve rol hebben bij het uitoefenen van de bevoegdheden als ubo (oftewel het optreden in een aandeelhoudersvergadering).

Voorbeeld: stel dat alle aandelen van het trustkantoor worden gehouden door een stichting administratiekantoor, bestuurd door vader X, die ook statutair bestuurder is van het trustkantoor en in die hoedanigheid getoetst door DNB. De stichting administratiekantoor heeft certificaten van aandelen uitgegeven aan de tien-jarige zoon van X. Als certificaathouder heeft hij geen enkele bevoegdheid maar hij is wel de ubo van het trustkantoor. De jongeman heeft nog geen antecedenten. Als ubo-certificaathouder lijkt hij mij zeer bekwaam om ubo te zijn.

Tot slot

Het is indrukwekkend, maar dat zijn we niet anders gewend als het om witwasbestrijding gaat.

6 juli 2020

Trustkantoren in de witwasbestrijdingsplannen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Trustkantoren worden genoemd in de nieuwste criminaliteitsbestrijdingsupdate van de Ministeries van Financiën en Veiligheid. Aanvullende regels zullen worden opgenomen in het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen, waarvan is voorzien dat het na de zomer voor advies aan de Raad van State wordt aangeboden.

Voorts wordt melding gemaakt van maatregelen op fiscaal gebied, naast maatregelen in de sfeer van de Wtt 2018:

Voorts zijn ten aanzien van het verder terugdringen van witwaspraktijken via constructies bij trustkantoren en offshore vennootschappen, (aanvullende) maatregelen aangekondigd in de eerste voortgangsrapportage van het plan van aanpak witwassen. De aanvullende wettelijke maatregelen worden meegenomen in het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen. Het onderzoek naar illegale trustdiensten is aanbesteed en zal eind 2020 worden afgerond. Daarnaast loopt in het FEC een project waarin een Compliance Model Trust wordt ontwikkeld voor een integraal beeld van de sector, om te komen tot de best mogelijke interventiestrategie. Ook heeft het thema offshores verhoogde aandacht binnen het AMLC. Fiscale maatregelen om belastingontwijking tegen te gaan versterken de aanpak van deze risico’s. Over de effecten van deze maatregelen is uw Kamer bij brief van 29 mei jl. geïnformeerd. Een belangrijke nieuwe maatregel die is aangekondigd op dit gebied is de conditionele bronheffing op dividenden vanaf 2024. Deze maatregel is aanvullend op de bronbelasting op rente en royalty’s vanaf 2021, en gaat gelden voor geldstromen naar landen met een winstbelastingtarief van minder dan 9% en landen die op de Europese lijst staan, ook als Nederland met deze landen een belastingverdrag heeft.

 

Bron: Wwft-brief van de Ministers van Financiën en Veiligheid van 3 juli 2020: document site Tweede Kamer.

Tags: , , ,
16 juni 2020

Consultation by the European Bank Authority on de-risking by financial institutions

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Currently it is a common practice of Dutch banks to refuse certain groups of companies or organisations, claiming that these groups have a risk profile that is ‘too high’ for the risk appetite of the bank. The clients are not consulted by the bank on the alleged risk profile and in the Netherlands there is no discussion on the harmful practices of banks. Some companies and organisations meet a lot of difficulties to find a bank. This practice of refusing certain clients, that has nothing to do with criminal acts of these (future) clients, is called ‘de-risking’. The theme was already highlighted by MONEYVAL (read this post). I am following it for a time, read these posts.

Now the topic seems to have reached the desks of the European Banking Authority (EBA), the European supervisor of banks. On 15 June 2020 EBA issued a call for “input to understand the scale and drivers of ‘de-risking‘ at EU level and its impact on customers of financial institutions“, read this announcement:

EBA calls for input to understand impact of de-risking on financial institutions and customers
15 June 2020

The European Banking Authority (EBA) issued today a call for input to understand the scale and drivers of ‘de-risking‘ at EU level and its impact on customers. This call, which forms part of the EBA’s work to lead, coordinate and monitor the EU financial sector’s AML/CFT efforts, aims primarily to understand why financial institutions choose to de-risk instead of managing the risks associated with certain sectors or customers. This call for input is of interest to stakeholders across the financial sector and its users, as the EBA wants to hear from all groups affected by de-risking. The call for input runs until 11 September 2020.

To manage customers‘ profiles associated with higher money laundering and terrorist financing (ML/TF) risks, financial institutions may decide not to service a particular customer or category of customers. This is referred to as ‘de-risking‘, and affects both financial institutions and its users. De-risking affects particular sectors and customers across the EU, such as banks engaged in correspondent banking relationships, payment institutions and NGOs.

Given the variety of institutions and customers affected by de-risking and the different degree at which Member States are exposed to this phenomenon, the EBA is reaching out to stakeholders across the financial sector and its users to hear from their experiences.

Responses to this call will inform the EBA 2021 Opinion on ML/TF risks and potentially other policy outputs.

Process
The contributions to the call for input can be submitted by clicking on the “send your comments” button on the EBA’s dedicated webpage. All contributions received will be published, unless requested otherwise. The call for input is open until 6 p.m. CET on 11 September 2020.

Legal Basis
The EBA is mandated under Art. 6(5) of Directive (EU) 2015/849 to develop a biennial Opinion on the risks of money laundering and terrorist financing affecting the Union’s financial sector. The EBA also has a legal mandate to lead, coordinate and monitor the financial sector’s fight against ML/TF across the EU. [For more information, check the factsheet]

Links
Call for input on ‘de-risking’ and its impact on access to financial services
Anti-Money Laundering and Countering the Financing of Terrorism

 

Hopefully a discussion on the harmful de-risking practices of banks and other institutions is started.

 

This post was originally written for my general blog.

27 mei 2020

Transparency International Nederland: gefinancierd door grote bedrijven en een vermogende familiestichting en onder leiding van een ex-FATF voorzitter

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Voor mijn algemene blog schreef ik “Transparency International Nederland: gefinancierd door grote bedrijven en een vermogende familiestichting en onder leiding van een ex-FATF voorzitter“. Mijn bevindingen doen de vraag rijzen of dit een lobbygroep van het grootbedrijf is, in plaats van een aardige not-for-profit organisatie.

Op het bericht kreeg ik een uitvoerige reactie van iemand die zegt dat not-for-profit organisaties en onderzoeksjournalisten zich lenen voor door overheden gewenste witwasbestrijdingsmarketing. Het zou zo maar kunnen (maar ik heb nog geen tijd om me te verdiepen in de verschafte informatie).

Hier zullen onderzoeksjournalisten wel niet over willen schrijven, denk ik maar zo.

Tags:
22 mei 2020

Personentoetsing ubo’s trustkantoren | wetsvoorstel wijziging Wwft en Wtt 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op mijn algemene blog publiceerde ik Vragen over personentoetsing naar aanleiding van de nieuwste wijzigingswet Wwft | nieuwste witwasbestrijdings-hamerstuk. Daarin bespreek het nieuwste voorstel tot wijziging van de Wwft en Wtt 2018, met personentoetsing van ubo’s van bepaalde vergunningplichtige ondernemingen, waaronder trustkantoren.

8 mei 2020

European Commission announces new list of high-risk countries

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

On 5 May I published my Wtt 2018-consultation comments regarding high-risk countries. Two days later the European Commission announced it has revised the list of high-risk third countries with strategic deficiencies in their regime regarding anti-money laundering (AML) and countering terrorist financing (CTF).

  • Countries which have been listed are: The Bahamas, Barbados, Botswana, Cambodia, Ghana, Jamaica, Mauritius, Mongolia, Myanmar, Nicaragua, Panama and Zimbabwe.
  • Countries which have been delisted are: Bosnia-Herzegovina, Ethiopia, Guyana, Lao People’s Democratic Republic, Sri Lanka and Tunisia.

The revised list is not yet in force, it has to be approved by the European Parliament and Council.

 

The new list:

 

More information: EU policy on high-risk third countries.

%d bloggers liken dit: