5 september 2018

Capaciteit DNB voor toezicht op trustkantoren | brief ministerie van financiën

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 3 september jl. heeft de rijksoverheid een brief bekend gemaakt van de minister van financiën over de capaciteit DNB voor toezicht op trustkantoren. In deze brief schrijft de minister dat beantwoording van vagen inzake de capaciteit van DNB wordt uitgesteld:

Tijdens het debat over het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli jl. heb ik toegezegd bij De Nederlandsche Bank (DNB) te informeren of zij over afdoende toezichtcapaciteit beschikt. Ik heb daarbij aangegeven hier na de zomer bij uw Kamer op terug te komen.
Op 5 juli heb ik aan de president van DNB gevraagd of DNB een oordeel kan geven over haar toezichtcapaciteit voor trustkantoren. DNB heeft aangegeven dat daarvoor een zorgvuldige analyse van haar huidige inzet van fte op trustkantoren nodig is, mede omdat bij haar integriteitstoezicht ook andere afdelingen zoals markttoegang, bestuurderstoetsingen, handhaving en juridische zaken betrokken zijn. Daarnaast moet DNB mogelijke herprioritering in haar organisatie bezien in relatie tot het meerjarig kostenkader. Mede gezien de zomerperiode is de analyse van DNB nog niet afgerond.
Met het oog op het debat over de bevindingen van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies, dat gepland is op 5 september aanstaande, informeer ik u bij dezen dat ik het oordeel van DNB over de toezichtcapaciteit voor trustkantoren niet voor dat debat aan uw Kamer kan zenden. Ik verwacht uw Kamer eind september over het oordeel van DNB te kunnen informeren.

Meer informatie:

22 augustus 2018

De bureaucratische dwaalweg van het toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In juli jl. heeft de Tweede Kamer het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 aangenomen. Later verscheen de tekst van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. In dit artikel geef ik een impressie van wat ik las.

Showelement
Het showelement in de parlementaire behandeling is groot, wat de vraag doet rijzen of de Tweede Kamer wel een serieuze instelling is. Zo wordt door kamerid Leijten een obligate grap over kamerplanten gemaakt:

Dan hebben we het over brievenbusmaatschappijen, die kunnen bestaan omdat de trustsector daar een locatie voor aanbiedt. Dat is een lege locatie. Daar staat vaak een kamerplant, omdat er volgens de Belastingdienst sprake moet zijn van “reële aanwezigheid van een levend organisme”. Nou, dan zet je een kamerplant neer in het kantoor en het is geregeld. Daarvoor waren brievenbussen nodig. Daarom heten ze nu “brievenbusmaatschappijen”. Je kan ze ook “kamerplantkantoren” noemen.

Al lezende vraag ik me af waartoe het slordige denken dat uit de parlementaire behandeling blijkt zal gaan leiden. Want teksten als:

De aanwijzing dat wij hier te maken hebben met een sector die tot op het bot ziek is, komt uit de Panama Papers

en

Wat doet een trustkantoor? Ik zal het maar eventjes vertellen. Er is een bouwtekening gemaakt voor een bedrijfsconstructie met een zo gunstig mogelijke belastinguitkomst. Die bouwtekening wordt gemaakt door een belastingadviseur en het trustkantoor gaat die bouwtekening uitvoeren. Het schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel, opent bankrekeningen voor de persoon, en kan daarmee verhullen wie erachter zit.

hebben niets met de werkelijkheid te maken.
Die werkelijkheid bestaat niet alleen uit trustkantoren en hun doelvennootschappen. Lachwekkend: de Kamer van Koophandel die wordt genoemd als partij die ‘bedrijven en doelvennootschappen‘ registreert.

Analyse ontbreekt
De kerntaak van trustkantoren, het optreden als statutair bestuurder van rechtspersonen, krijgt in de behandeling geen aandacht. De opmerking van kamerlid Van der Linde, dat zich bij zijn partij een keurige brancheorganisatie heeft gemeld, “een koninklijke brancheorganisatie nog wel, die zegt: wij vallen plotseling onder de definitie van trustkantoor”, geeft aan dat de basisprincipes van het toezicht op trustkantoren rammelen. Ook de discussie inzake het ‘opknippen’ van trustdiensten geeft aan dat de kern van de Wet toezicht trustkantoren niet goed doordacht is.

De kamerleden hebben het in relatie tot trustkantoren alleen over ‘een adres‘ bieden en over het regelen van formaliteiten. Zoals gebruikelijk worden bijzondere financiële instellingen, door trustkantoren bestuurde rechtspersonen en houdstermaatschappijen op één hoop geveegd. Een echte analyse van de rol van rechtspersonen en de bij die rechtspersonen betrokken personen, zoals bestuurders en aandeelhouders, ontbreekt.

Na een introductie met hoog Panama gehalte wordt er gesproken over ondergeschikte bureaucratische kwesties, zoals de positie van de compliance officer in het trustkantoor, het intrekken van de vergunning en een raad van commissarissen binnen het trustkantoor.
De kamerleden spreken over de ‘papieren werkelijkheid‘ van de trustkantoren; de door hen bepleite regels voor trustkantoren zijn dat ook. Met de werkelijkheid heeft het niets te maken.

Terug naar de kern
Over de kern werd niet gesproken. Wat mij betreft zouden de onderwerpen van discussie moeten zijn:

  • Waar zitten de verschillen tussen ‘gewone’ internationaal opererende rechtspersonen (en hun bestuurders) en de doelvennootschappen bestuurd door trustkantoren?
  • Hoe vult het trustkantoor de rol van statutair bestuurder van de doelvennootschap in. Hoe wordt er voor zorg gedragen dat de natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur exact op de hoogte zijn van de gebeurtenissen bij de doelvennootschap.
  • Op welke manier worden de mensen die bij het trustkantoor het statutair bestuur feitelijk uitvoeren ondersteund met (interne of externe) juridische, fiscale en andere expertise.
  • Op welke manier wordt er voor gezorgd dat er voldoende kennis is over de relevante buitenlanden. (Dat is iets waar internationaal opererende ondernemingen ook mee te maken hebben.)
  • Hoe wordt er voor gezorgd dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor het bestuur voldoende toegerust zijn voor hun taak.

Binnen trustkantoren vinden veel administratieve en uitvoerende activiteiten plaats. Wellicht zou het goed zijn om die activiteiten apart te zetten van het statutaire bestuur.

Wat mij betreft mag de regelgeving inzake trustkantoren compleet op de schop.

Meer informatie:

  • Handelingen 27 juni 2018 inzake het voorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018.
  • Dossier overheid.nl inzake het wetsvoorstel Regels met betrekking tot het verlenen van trustdiensten en het toezicht daarop (Wet toezicht trustkantoren 2018) (34910).

Dit artikel publiceerde ik ook op mijn algemene weblog.

Tags:
9 augustus 2018

Het huidige denken over toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Advocaten M.T. van der Wulp en P.C. Verloop vatten in het artikel “Poortwachters en facilitators in de Nederlandse trustsector” het huidige denken van het ministerie van financiën en DNB met betrekking tot toezicht op trustkantoren mooi samen en plaatsen dit in historisch perspectief.
Wel is jammer dat het toezicht op trustkantoren niet in een breder perspectief wordt geplaatst. Zo mis ik de ontwikkelingen met betrekking tot de witwasbestrijding in het algemeen, te weten de 4e en 5e Europese antiwitwasrichtlijnen en de daaruit voortvloeiende regelgeving. Verder ontbreekt reflectie op het feit dat de rol van het trustkantoor meestal die van statutair bestuurder van de doelvennootschap is (met als nevendienst domicilieverlening). Afzonderlijke domicilieverlening komt – althans zo hoor ik van trustkantoren – weinig voor. Statutair bestuurders hebben op grond van het rechtspersonenrecht belangrijke verantwoordelijkheden en kunnen zich niet als dienstbare opdrachtnemer opstellen. Die bredere blik zou ook nuttig zijn bij het ministerie van financiën.

Tags:
1 augustus 2018

Consultatiereacties ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Eerde meldde ik de start van de consultatie inzake het ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018 en het opmerkelijke voorstel om door middel van een algemene maatregel van bestuur alle gevolmachtigden tot trustkantoor te bestempelen.

Inmiddels is de consultatie gesloten. Er zijn vier openbare reacties, een reactie van A. Zoutendijk, een reactie van trustkantoren brancheorganisatie Holland Questor (HQ) en tot slot een reactie van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en één korte van mij op het volmacht-voorstel.

Volmacht
NOB en HQ besteden aandacht aan het idee om volmacht als trustdienst te bestempelen, waarbij HQ een voorstander er van is om de algemene volmacht onder de Wet toezicht trustkantoren te brengen.

Dat is wat mij betreft eveneens een zeer slecht idee en hoort sowieso niet in een algemene maatregel van bestuur thuis. Voorts hoort op gedetailleerde wijze te worden onderbouwd waarom een privaatrechtelijk concept met brede werking in het contractenrecht op een dergelijke manier het financiële recht ingetrokken moet worden. Mij lijkt dat hier op zijn minst een goede analyse door privaatrechtelijke deskundigen aan vooraf hoort te gaan.

Nominee shareholder
De reactie van HQ bevat een opmerkelijk onderdeel. HQ meent dat bij Nederlandse kapitaalvennootschappen de ‘nominee shareholder‘ (een Angelsaksisch fenomeen) zou voorkomen en dat gewenst is deze dienst als trustdienst aan te wijzen. Zelf ben ik in mijn Nederlandse praktijk nog geen nominee shareholder tegen gekomen (maar uiteraard zie ik niet alles). De Wtt kent wel de ‘doorstroomvennootschap’, maar dat bedoelt HQ waarschijnlijk niet. De roep van HQ om het leveren van een nominee shareholder als trustdienst te bestempelen begrijp ik niet.

Beleidsbepaler en bestuurder
Al eerder signaleerde ik dat in het financiële recht slordig wordt omgegaan met het begrip ‘beleidsbepaler’ en dat de verhouding tussen beleidsbepaler en statutair bestuurder niet correct wordt uitgewerkt. HQ schrijft in haar reactie ook over dat onderwerp:

E. Functiescheiding – Twee beleidsbepalers/ twee bestuurders?
In artikel 11 van de Wtt18 wordt de eis geformuleerd dat tenminste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen van een trustkantoor. In artikel 8, eerste lid, onderdelen a en b, Wtt18, wordt een onderscheid gemaakt tussen bestuurders en commissarissen enerzijds en beleidsbepalers en mede-beleidsbepalers anderzijds. Artikel 19, vierde lid, van het ontwerpbesluit, spreekt echter van twee verschillende bestuurders. Hierdoor lijkt via een achterdeur alsnog te worden geëist dat de twee beleidsbepalers ook bestuurder zijn. Is dit beoogd? HQ stelt voor om in artikel 19, vierde lid, van het ontwerpbesluit, het woord “bestuurders” te vervangen door “beleidsbepalers”. Of heeft de wetgever hier bewust de woorden “bestuurders” genoemd, bijvoorbeeld om te voorkomen dat het bestuur van een trustkantoor de verantwoordelijkheid over de compliancefunctie en de auditfunctie toebedeelt tot het (takenpakket van) één bestuurder (op grond van art. 2:9 BW)? Het zou de wetgever sieren helderheid te verschaffen over haar bedoeling achter het huidige artikel 19 lid 4 Btt 2018. HQ denkt graag mee indien gewenst.

Dit artikel staat ook op mijn algemene weblog.

27 juli 2018

Fiscale fabeltjes

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Follow the Money is een liefhebber van financiële criminaliteit. De interesse van hun journalisten gaat in dat verband ook uit naar doelvennootschappen van trustkantoren, die in dit artikel van Arno Wellens als ‘kamerplantbedrijven’ worden gepresenteerd.

In het artikel wordt de Nederlandse overheid beschuldigd van nalatigheid. Zo wordt beweerd dat de privacy van criminelen wordt beschermd, zij fiscaal zouden worden gefaciliteerd en de sanctieregelgeving niet zou worden nageleefd.

Asset protection
Ik weet niets van de Rus waarover dit sappige artikel gaat of over de feiten. Wat ik wel weet is dat Oosteuropeanen vaak in Nederland zitten wegens iets dat ‘asset protection’ heet, dus niet om fiscale redenen. Het zou me daarom niets verbazen als het relaas van Wellens over door hem vermoede fiscale voordelen onjuist is. Het substance verhaal dat Wellens houdt, slaat dan nergens op. Wat asset protection inhoudt is niet moeilijk te achterhalen. Uit het artikel blijkt niet dat de auteur zich hier in heeft verdiept en dit heeft uitgesloten, en ook niet dat hij heeft vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake was van fiscale oogmerken.

Bevriezing
Ook het sanctieregelgevingsverhaal is te gemakkelijk. Als de betrokken Rus op de Europese sanctielijst is geplaatst, nádat hij statutair directeur van de Nederlandse entiteit is geworden, krijg je hem niet zo maar weg als directeur. Plaatsing op een sanctielijst betekent, anders dan de auteur van het artikel denkt, niet dat je geen directeur van een Nederlandse vennootschap kunt zijn. Het kan wel betekenen dat de structuur waar de ‘geliste’ persoon in zit ‘bevriest’, dat er niets meer kan gebeuren. Uit het artikel blijkt niet dat de auteur zich hier in verdiept.

Overigens zal het niet gemakkelijk zijn om ‘uit de verte’ directeur te zijn.

Privacy
Over privacy staat in het artikel niet meer dan een citaat van een parlementslid die spreekt over het basisprincipe van belastingheffing: de vertrouwelijkheid van de persoonsgegevens van belastingplichtigen. Met vervolgens de onzintekst “Die privacybescherming dekt kennelijk ook bezitters van bedrijven met lege brievenbussen en kapitaal van dubieuze herkomst“. De auteur is kennelijk niet op de hoogte van de intensieve gegevensuitwisseling die tussen allerlei Nederlandse bestuursorganen en overheidsinstellingen plaats vindt. Ook de verplichting van trustkantoren om melding van ongebruikelijke transacties te doen en (wellicht via de bank) tegoeden te ‘bevriezen’ lijkt onbekend.

De geheimhoudingsverplichting heeft tot gevolg dat de media die vertrouwelijke informatie niet krijgt. Het is de vraag of dat erg is.

Tot slot
De Nederlandse overheid moet het spel spelen volgens de spelregels, spelregels waar de auteur van het artikel kennelijk geen belangstelling voor heeft.

Een dergelijke desinteresse leidt tot gemakkelijke conclusies als
de Amsterdamse Zuidas als een soort Wilde Westen, waar de optredende overheid afwezig is en
Als zelfs … zich niet aan de regels hoeft te houden in belastingparadijs Nederland, wie dan nog wel?

Dat noem ik luie journalistiek.

PS 1 Ook reguliere ondernemingen hebben houdstermaatschappijen. Het kamerplantbedrijven gedoe is flauwekul.
PS 2 Uiteraard ben ik tegen criminaliteit. Maar dat betekent niet dat de overheid zich niet aan bepaalde spelregels moet houden.

Dit artikel heb ik ook geplaatst op mijn algemene weblog.

10 juli 2018

Wtt 2018 aangenomen door de tweede kamer

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 5 juli jl. heeft de tweede kamer het voorstel voor de nieuwe Wet toezicht trustkantoren aangenomen. Het wetsvoorstel zoals aan de eerste kamer is voorgelegd, is hier te vinden. Het wetgevingsdossier op overheid.nl kan op deze locatie geraadpleegd worden. De bedoeling is dat nieuwe wet op 1 januari 2019 in werking treedt.

Intussen loopt nog de internetconsultatie over het uitvoeringsbesluit.

Naar ik begreep is er een motie over het begrip ‘maatschappelijke betamelijkheid‘ aangenomen.

Tags:
26 juni 2018

Tijdbom onder volmacht: gevolmachtigden worden trustkantoor | Besluit toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het ministerie van financiën legde vandaag een tijdbom onder het privaatrechtelijke concept van volmachtverlening. Op grond van het ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018 dat vandaag ter consultatie is bekend gemaakt, wordt iedereen die op grond van een volmacht een ander vertegenwoordigt gebracht onder de doelgroep van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018).

In het ontwerp is de volgende uitbreiding van de reikwijdte van de Wtt 2018 ( ‘de wet’) opgenomen:

Artikel 2. Aanvullende trustdienst
In aanvulling op artikel 1, eerste lid, van de wet wordt als trustdienst aangewezen het zijn van gevolmachtigde of anderszins rechtsgeldig vertegenwoordiger die een rechtspersoon of vennootschap kan binden in opdracht van een natuurlijke persoon, rechtspersoon, of vennootschap die niet tot dezelfde groep behoort als de gevolmachtigde of vertegenwoordiger.

De toelichting op dit bizarre voorstel luidt als volgt:

2. Aanvullende trustdienst

De regels in de Wtt 2018 en onderliggende regelgeving zijn van toepassing op trustkantoren. Op grond van de wet is sprake van een trustkantoor als een trustdienst wordt verricht. De Wtt 2018 kent vijf trustdiensten en een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur andere diensten als trustdiensten aan te wijzen. De vijf benoemde trustdiensten in de wet moeten beschouwd worden als de kern van de trustdienstverlening. Eventuele aanvullende diensten die bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld, zullen voornamelijk afgeleide diensten of aanpalende diensten zijn.

In dit besluit is geregeld dat naast de vijf diensten in de wet tevens het in opdracht kunnen binden van een rechtspersoon of vennootschap een trustdienst in de zin van de Wtt 2018 is. Deze trustdienst is nieuw in de wetgeving. De trustdienst komt inhoudelijk echter in grote mate overeen met trustdienst a: het in opdracht optreden als bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap. Die trustdienst (en daarmee de wetgeving om integriteitrisico’s te mitigeren) kan echter omzeild worden door een (rechts)persoon niet formeel als bestuurder te benoemen, maar door middel van een volmacht of anderszins een (rechts)persoon de materiële bevoegdheid te geven een rechtspersoon of vennootschap te binden. Als een (rechts)persoon bindende handelingen kan verrichten dan kan deze feitelijk optreden als bestuurder. In de praktijk is gebleken dat deze constructie regelmatig wordt toegepast. Het gaat dan om de situatie waarbij een rechtspersoon of vennootschap in Nederland wordt opgericht met buitenlandse bestuurders of vennoten. Voor het besturen van de rechtspersoon of vennootschap is vervolgens aan een persoon die goed bekend is met het Nederlandse rechtssysteem een volmacht verleend om handelingen namens de rechtspersoon of vennootschap te verrichten. In wezen verschilt deze situatie niet van het oprichten van een rechtspersoon of vennootschap in Nederland en deze laten besturen door een trustkantoor. De integriteitrisico’s verbonden aan het materieel optreden als bestuurder, zoals deze variant van dienstverlening ook wel wordt genoemd, zijn vergelijkbaar met de integriteitrisico’s verbonden aan het reeds gereguleerde formeel optreden als bestuurder. Het risico voor Nederland dat trustdienstverlening het vertrouwen in de Nederlandse financiële en juridische stelsels kan schaden kan evengoed optreden als de cliënt zelf voorziet in het formele bestuur, maar het feitelijke bestuur overdraagt aan een dienstverlener. Uit dien hoofde is het noodzakelijk de reikwijdte te verbreden om zo de belangen die het wetsvoorstel beoogd te beschermen beter te kunnen waarborgen en te eisen dat alleen een gereguleerd trustkantoor met inachtneming van de poortwachterfunctie deze dienst mag verlenen.

Het gaat hier om alle mogelijke volmacht varianten. Het is mogelijk dat een volmacht zichtbaar is in het handelsregister, maar het kan ook om een onderhandse volmacht gaan of een volmacht met beperkingen. Het doorslaggevend criterium is dat de houder van de volmacht feitelijk in staat is om de rechtspersoon te binden ten aanzien van rechtshandelingen die samenhangen met het in stand houden van de rechtspersoon of vennootschap met inbegrip van administratieve of compliance-gerichte handelingen.

Van de trustdienst in dit besluit is sprake als een rechtspersoon of natuurlijke persoon in opdracht handelingen namens een rechtspersoon of vennootschap verricht op basis van een volmacht of anderszins rechtsgeldige besluiten kan nemen. Daarmee is het op grond van de Wtt 2018 verboden om een dergelijke dienst zonder vergunning te verlenen en zijn de eisen op grond van de Wtt 2018 van toepassing op de dienstverlening. Met betrekking tot het cliëntenonderzoek bij de trustdienst uit dit besluit is geregeld dat dit gelijk is aan het cliëntenonderzoek bij trustdiensten a en b in de wet (het in opdracht zijn van bestuurder of het verlenen van domicilie in combinatie met andere diensten). Zoals hierboven aangegeven komt de trustdienst in dit besluit inhoudelijk overeen met het in opdracht zijn van bestuurder van een rechtspersoon of vennootschap (trustdienst a). Het cliëntenonderzoek kan dan ook gelijkluidend zijn.

Het is hoog tijd om de ambtenaren van het ministerie van financiën bij te scholen op het gebied van het privaatrecht. Tegen betaling wil ik dat graag ter hand nemen.

Meer informatie:

Dit artikel verscheen ook op mijn algemene weblog.

25 juni 2018

Rijksoverheid waarschuwt intermediairs dat regelgeving melding fiscale constructies is ingegaan

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In een nieuwsbericht van 22 juni jl. waarschuwt de rijksoverheid dat de Europese regelgeving inzake de meldplicht voor intermediairs de facto in werking is getreden:

Intermediairs worden verplicht grensoverschrijdende constructies te gaan melden
Nieuwsbericht | 22-06-2018 | 16:23

Er wordt wetgeving voorbereid die intermediairs zoals belastingadviseurs, accountants en financiële instellingen vanaf 1 juli 2020 verplicht stelt om grensoverschrijdende constructies die gebruikt kunnen worden om belasting te ontduiken bij de Belastingdienst te melden. De informatie die vanaf dan geleverd moet worden gaat terug tot 25 juni 2018.
Dit vloeit voort uit een Europese richtlijn die in maart dit jaar is aangenomen. Vanaf 31 oktober 2020 moet de eerste informatie tussen de belastingdiensten van de Europese lidstaten onderling uitgewisseld worden.
Dit betekent een belangrijke stap in de strijd tegen belastingontwijking. Met het nieuwe waarschuwingssysteem krijgen belastingdiensten meer informatie over potentiële misbruiksituaties, zodat zij hierop ook actie kunnen ondernemen. Dit heeft ook een preventieve werking op het aantal potentieel agressieve fiscale adviezen.
De komende periode wordt de richtlijn nog in wet- en regelgeving uitgewerkt, die naar verwachting in de loop van 2019 wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Er volgt dit najaar een internetconsultatie waarmee belanghebbenden een reactie kunnen geven op de voorgenomen wetgeving.

Omdat de informatieplicht zal gaan gelden vanaf 25 juni 2018, wil het ministerie van Financiën belanghebbenden nu al op de hoogte stellen. De informatie over de periode van 25 juni tot 1 juli 2020 hoeft pas uiterlijk 31 augustus 2020 aan de Belastingdienst te worden verstrekt.
Als er vanaf 2020 een melding wordt gedaan dan betekent dit dat een belastingconstructie voor de Belastingdienst mogelijk de moeite van het verder onderzoeken waard is. Van belastingontduiking hoeft geen sprake te zijn. Als gevolg van de Europese richtlijn krijgen de belastingdiensten van alle lidstaten toegang tot een database met informatie over deze constructies, die door de Europese Commissie wordt opgericht. De Belastingdienst krijgt zo meer inzicht in welke structuren gebruikt worden en kan hierop actie ondernemen.
Het kabinet pakt belastingontwijking en ontduiking aan. Door internationale constructies die zijn opgezet om belasting te ontduiken loopt de schatkist geld mis voor voorzieningen als zorg, onderwijs en veiligheid. Het kabinet zet daarom al geruime tijd in op de aanpak van belastingontduiking. Het nieuwe systeem levert hier een belangrijke bijdrage aan, in Nederland en in Europa.

Zie de eerdere berichten over deze meldplicht: 1, 2.

20 juni 2018

Fair play

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Het Openbaar Ministerie moet zich aan de principes van fair play houden, ook als het trustkantoren betreft, zo blijkt uit een artikel van twee strafrechtadvocaten, Boezelman en De Boer.

Uit de uitspraak:

Onder deze gegeven omstandigheden is het hof van oordeel dat door het instellen van strafvervolging en daarbij tot inbeslagname van de DVD met e-mails over te gaan, het Openbaar Ministerie een aan hem toekomende strafrechtelijke bevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven. Het Openbaar Ministerie heeft daarmee het beginsel van zuiverheid van oogmerk, oftewel het verbod van détournement de pouvoir, met voeten getreden. Het hof rekent het Openbaar Ministerie het in ernstige mate aan dat hierdoor de rechtsbeschermingsmogelijkheden, die de wetgever met ingang van 1 juli 2011 in de AWR aan de verdachte heeft willen bieden om zijn weigering in bezwaar door de inspecteur en in (hoger) beroep door de belastingrechter te laten toetsen, volstrekt illusoir zijn geworden.

Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval derhalve sprake van een uitzonderlijke situatie waarin het instellen van strafvervolging onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde, nu het Openbaar Ministerie het verbod van détournement de pouvoir heeft overtreden. Mitsdien zal het hof, onder vernietiging van het bestreden vonnis, de sanctie van niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging uitspreken.

7 juni 2018

Domicilieverlening in België | Wet tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 1 september aanstaande treedt in België de “Wet tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen” in werking, naar aanleiding van de verplichtingen die België heeft op grond van de 4e Europese anti-witwasrichtlijn (AMLD4).

Het begrip dienstenverleners wordt in artikel 3 van de wet als volgt gedefinieerd:

Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° “dienstenverlener aan vennootschappen“: elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig een van de volgende diensten aan derden aanbiedt:
a) deelnemen aan de aan- of verkoop van aandelen van een vennootschap met uitzondering van deze van een beursgenoteerde vennootschap;
b) een maatschappelijke zetel aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie verschaffen;
c) een bedrijfs-, administratief of correspondentieadres en andere daarmee samenhangende diensten verschaffen aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie; (…)

Op grond van deze wet mag een dienstenverlener alleen actief zijn zover de hij is geregistreerd bij de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de FOD Economie en moet aan integriteitseisen worden voldaan, voor een rechtspersoon:

1° ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
2° een wettelijk bestuursorgaan hebben dat enkel samengesteld is uit personen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
3° een werkelijke leiding hebben die enkel uitgevoerd wordt door personen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
4° uiteindelijke begunstigden hebben die allen beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
5° zaakvoerders en bestuurders hebben die wettelijk gerechtigd zijn een beroepsactiviteit in België uit te oefenen.

Als een domiciliedienst wordt geboden, gelden extra eisen:

1° over de mogelijkheid beschikt om de gedomicilieerde personen lokalen ter beschikking te stellen met een gedeelte dat de privacy verzekert en die de organen belast met de daadwerkelijke leiding, bestuur of toezicht van de gedomicilieerde persoon toelaten regelmatig te vergaderen;
2° dat ze de lokalen rechtmatig mag gebruiken die ter beschikking worden gesteld van de gedomicilieerde persoon;
3° met de gedomicilieerde personen een overeenkomst sluit die de voorwaarden van bezetting van de lokalen vastlegt die nodig zijn voor de werking van de gedomicilieerde persoon.

Deze dienstenverleners moeten zich aan de Belgische anti-witwaswet houden.

Bij Lydian is een inleiding over deze nieuwe weet te vinden.

Meer informatie:

%d bloggers liken dit: