Posts tagged ‘sanctieregelgeving’

29 november 2017

Nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In de nieuwsbrief die DNB vandaag uitbracht zijn de onderwerpen:

  • DNB-prioriteiten en -onderzoeken 2018: onder meer zal in 2018 naar de naleving van de sanctieregelgeving worden gekeken.
  • Stand van zaken nieuwe wetgeving voor trustkantoren, onder meer wijziging Wwft en introductie ubo-register.
  • Eis van meerdere beleidsbepalers: tweede bestuurder moet volwaardig en gelijkwaardig zijn. DNB attendeert er op dat bij inwerkingtreding van de nieuwe Wtt sprake moet zijn van een dagelijkse leiding van een trustkantoor, bestaande uit tenminste twee personen die in Nederland werken.
  • DNB verzoekt de trustkantoren om hun relatiebestand te controleren op vermelding in de Paradise Papers en eventuele hits te melden.
  • Voortgang DNB onderzoek SIRA in de praktijk
  • FATF-waarschuwingslijsten: update november 2017

 

27 september 2017

Nieuwsbrief trustkantoren door DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft wederom een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht. Onderstaand de intro’s:

Combinatie belastingadvies en trustdienstverlening problematisch
Bij kantoren die belastingadvies en trustdiensten combineren, is de trustdienstverlening vaak ondergeschikt aan belastingadvies. Dit belemmert een integere bedrijfsvoering.

Handmatige controle van sanctielijsten te foutgevoelig
Handmatige screening aan de hand van sanctielijsten is dermate foutgevoelig dat dit in de hoogrisico-omgeving van de trustdienstverlening ongewenst is.

Acht trustkantoren kregen aanwijzingen over hun auditfunctie
DNB heeft acht trustkantoren via een aanwijzing gedwongen tot een effectieve audit van een onafhankelijke auditor.

Uitvraag over beheersing integriteitrisico’s
DNB zal medio oktober aan ongeveer 25 trustkantoren een online vragenlijst voorleggen over de integere bedrijfsvoering.

Wet toezicht trustkantoren 2018
Het wetsvoorstel inzake de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt18) wordt naar verwachting in 2018 in de Tweede Kamer behandeld.

Kort nieuws
Hierin aandacht voor:

  • Good Practice Integrity Risk Appetite;
  • Informatiebijeenkomst toetsingen 6 november;
  • Vervolg onderzoeken Agressieve belastingplanning en klantanonimiteit.
12 juli 2017

Nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht. Onderwerpen:

  • Aandacht voor fiscale risico’s
  • Goede dossiervorming essentieel
  • Ken-uw-klant-verplichting ook bij ‘opgeknipte dienstverlening’
  • Meer meldingen ongebruikelijke transacties
  • Kosten toezicht
  • Kort nieuws met: concept good practices Integrity risk appetite; aanvragen via Digitaal Loket Toezicht; wijziging boetecategorie sanctiewet; update FATF; parlementaire ondervragingscommissie fiscale constructies.

Opgeknipte dienstverlening

Opvallend is dat DNB spreekt over iets wat ‘opgeknipte dienstverlening’ wordt genoemd. DNB schrijft:

DNB ontvangt echter signalen uit de markt dat partijen de dienstverlening opknippen: daarbij worden de adresverlening en de bijkomende werkzaamheden uit elkaar getrokken. De diensten verschuiven daarmee naar onder meer domicilieverleners, administratiekantoren, belastingadviseurs en advocaten. Een veel gehoorde reden is dat de dienstverlening daarmee niet meer onder de Wtt valt. Echter, de integriteitrisico’s verbonden aan een cliënt blijven bestaan en de ken-uw-klant-verplichtingen blijven eveneens onverminderd van toepassing – zij het onder de vlag van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Verder wil DNB schijnconstructies gaan bestrijden:

Een dienstverlener wordt als een vergunningplichtig trustkantoor beschouwd indien deze dienstverlener trustdiensten verleend, al dan niet in samenwerking met andere partijen. Indien twee dienstverleners onder één hoedje spelen – met elkaar samenwerken maar doelbewust de diensten afscheiden om de Wtt te omzeilen – dan is er sprake is van een schijnconstructie. DNB kan in dat geval formele maatregelen treffen.

Trustkantoren worden opgeroepen om te melden als zij een schijnconstructie vermoeden.

21 juni 2017

Antwoord op vragen naar onderzoek van verdachte transacties bij een trustkantoor

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op 15 juni 2017 beantwoordde de minister van financiën vragen over een naar een trustkantoor ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Kennisname van de antwoorden is nuttig in het kader van de naleefverplichtingen en de visie daarop van de minister.

De tekst volgt hier onder.

2105
Vragen van het lid Leijten (SP) aan de Ministers van Financiën en van Veiligheid en Justitie over het bericht dat het Openbaar Ministerie verdachte transacties bij een trustkantoor onderzoekt (ingezonden 12 mei 2017).

Antwoord van Minister Dijsselbloem (Financiën), mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 15 juni 2017).

Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht «OM onderzoekt verdachte transacties bij trustkantoor BK Group»? [1]

Antwoord 1
In het desbetreffende krantenbericht wordt kort gezegd melding gemaakt van vermeende overtredingen van wettelijke voorschriften door een aantal trustkantoren en optreden daartegen door verschillende overheidsinstanties. Wij onderschrijven het belang van het naleven van wettelijke verplichtingen door trustkantoren alsmede van handhavend optreden door daartoe bevoegde overheidsinstanties daar waar deze wettelijke verplichtingen door trustkantoren worden overtreden. Dit wordt hieronder desgevraagd nader toegelicht. Over lopende bestuursrechtelijke toezichtonderzoeken kunnen verder geen uitspraken worden gedaan, en op dit moment evenmin over hetgeen waar het Openbaar Ministerie al dan niet onderzoek naar doet.

Vraag 2 en 3
Mogen trustkantoren diensten verlenen aan bedrijven waarin personen belangen hebben die op de Europese sanctielijst staan die is ingesteld vanwege de verduistering van Oekraïense spaartegoeden? Zo ja, welke diensten mogen zij wel verlenen en welke niet? Vindt u het verlenen van diensten aan dergelijke personen gewenst? Kunt u uw antwoord toelichten?
Kunt u uitsluiten dat de genoemde personen die op de Europese sanctielijst staan, tegoeden hebben kunnen wegsluizen? Zo ja, hoe kunt u dat aantonen?

Antwoord 2 en 3
Op grond van EU Verordening 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne [2] (hierna: de Verordening) moeten tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de in bijlage I van de Verordening opgenomen natuurlijke personen worden bevroren, en is het verboden om aan deze personen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking te stellen. Onder tegoeden worden verstaan financiële activa en financiële voordelen van welke aard ook, waaronder aandelen in (Nederlandse) rechtspersonen. Onder economische middelen worden verstaan activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen.
Concreet betekent dit voor trustkantoren dat zij maatregelen moeten treffen met als doel dat gesanctioneerde personen niet kunnen beschikken over de rechtspersonen en vermogensbestanddelen die hen toebehoren, zoals bijvoorbeeld de bedrijven die trustkantoren namens de gesanctioneerde personen beheren, noch over de eventuele winsten of dividenden voortkomend uit deze bezittingen.
Wanneer een trustkantoor constateert dat de identiteit van een relatie overeenkomt met een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld in de Verordening, dient het trustkantoor alle tegoeden en economische middelen van de betreffende relatie te bevriezen en dit onverwijld aan de toezichthouder, De Nederlandsche Bank (hierna: DNB), te melden. In de melding aan DNB moet het trustkantoor exact aangeven welke tegoeden en economische middelen er zijn bevroren op grond van de Verordening. Deze tegoeden en economische middelen kunnen vervolgens alleen nog worden aangewend met toestemming van de Minister van Financiën. Hiervoor kan een trustkantoor een gemotiveerd verzoek tot ontheffing indienen. Gronden tot ontheffing zijn gelimiteerd tot de gronden die beschreven staan in de Verordening, en zien onder andere op de mogelijkheid ontheffing te verlenen voor het betalen van honoraria of kosten voor het aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen. DNB ontvangt ten behoeve van haar toezicht op de naleving van de sancties een afschrift van iedere verleende ontheffing. Mutaties in de bevroren tegoeden of economische middelen waarvoor geen ontheffing is afgegeven of het niet melden van een gesanctioneerde relatie bij DNB, vormen een overtreding. Dit is een economisch delict dat strafrechtelijk kan worden vervolgd.
Het is belangrijk om op te merken dat een maatregel tot bevriezing geen verandering van eigendom bewerkstelligt. De maatregel strekt tot instandhouding van tegoeden en economische middelen voor de duur van de bevriezing en is dan ook niet gericht op aantasting van de waarde van die tegoeden en economische middelen. Volledige opschorting van de dienstverlening kan haaks staan op het doel van instandhouding en zich om die reden niet verdragen met de bevriezingsmaatregel. Dienstverlening aan of ten behoeve van rechtspersonen die onder de bevriezingsmaatregel vallen is dan ook toegestaan voor zover gericht op en noodzakelijk voor het bewaren, beheren en in stand houden hiervan, het zogenoemde in «good legal standing» houden van de rechtspersoon. [3] Voorwaarde hierbij is wel dat door die dienstverlening geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking komen van gesanctioneerde personen. Het is in alle gevallen aan de dienstverlener om telkens opnieuw te onderzoeken of er aanwijzingen zijn dat door beoogde werkzaamheden tegoeden of middelen direct of indirect ter beschikking kunnen komen van gesanctioneerde personen.

Vraag 4 en 5
Erkent u dat het ernstig tekortschietende integriteitsbeleid van trustkantoren Nederland zeer gevoelig maakt voor het wegsluizen van tegoeden van personen die op sanctielijsten staan, dan wel voor terrorismefinanciering, witwassen en belastingontduiking? [4] Zo neen, waarom niet?
Welke stappen gaat u concreet ondernemen om de trustsector om te vormen tot een sector waarin niet alleen commerciële belangen leidend zijn maar waarin ook algemene principes van fatsoenlijk ondernemen worden nageleefd? Hebt u er vertrouwen in dat dit überhaupt mogelijk is? Zo ja, waaraan ontleent u dit vertrouwen?

Antwoord 4 en 5
Uit de toezichtpraktijk is gebleken dat een groot deel van de trustkantoren onvoldoende invulling geeft aan hun taak als poortwachter van het Nederlands financieel stelsel. Dit is één van de redenen geweest om het wettelijk kader voor trustkantoren te herzien.
Met het concept wetvoorstel voor een Wet toezicht trustkantoren 2018 wordt beoogd het regelgevend kader voor trustkantoren strenger te maken. Er zal bijvoorbeeld aansluiting worden gezocht bij de normen voor een integere en beheerste bedrijfsvoering die ook voor financiële instellingen gelden op grond van de Wet op het financieel toezicht. Ook wordt voorgesteld om een tweehoofdige dagelijkse leiding voor trustkantoren verplicht te stellen. Het concept wetsvoorstel voorziet tevens in de introductie van een grondslag om dienstverlening aan of ten behoeve van specifieke structuren te kunnen verbieden. Daarnaast wordt een verruiming van het toezichtsinstrumentarium van DNB voorgesteld, waaronder de mogelijkheid voor de toezichthouder om een vergunning van een trustkantoor in te trekken. Deze nieuwe regelgeving is bedoeld om, in combinatie met een verdere inspanning van de sector zelf en consequent en doelmatig toezicht, de integriteitproblemen binnen de sector aan te pakken.

Vraag 6
Hebben de toezichthouder en opsporingsdiensten, zoals De Nederlandsche Bank (DNB) en de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD), voldoende capaciteit om het doen en laten van trustkantoren te controleren? Zo ja, waaruit blijkt dit? Zo nee, wat gaat u hieraan doen?

Antwoord 6
DNB heeft haar toezicht geïntensiveerd naar aanleiding van haar bevindingen dat de integriteitsrisico’s te hoog zijn en deze onvoldoende door de trustkantoren worden beheerst. Deze intensivering is bedoeld om de integriteitsproblemen binnen de Nederlandse sector aan te pakken. Daarnaast wordt, als gezegd, met de herziening van de Wet toezicht trustkantoren een verruiming van het toezichtsinstrumentarium van DNB voorgesteld. De FIOD beschikt over voldoende capaciteit om opvolging te geven wanneer de signalen uit het toezicht door DNB tot aangifte hebben geleid. DNB en de FIOD werken verder nauw samen met het Openbaar Ministerie (OM) aan het bestrijden van diverse vormen van criminaliteit. Ingevolgde de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten stellen de Minister van Financiën en het College van procureurs-generaal jaarlijks een handhavingsarrangement vast, waarin de wederzijdse afspraken over opsporing en afhandeling van de opsporingsonderzoeken vanuit de FIOD zijn opgenomen. Op die manier wordt bewerkstelligd dat in de keten voldoende capaciteit kan worden ingezet.

Vraag 7
Kunt u een verklaring geven voor het feit dat het trustkantoor BK Group, dat nota bene een keurmerk van branchevereniging Holland Quaestor heeft, diensten verleent aan een bedrijf waar door een ander trustkantoor afscheid van is genomen vanwege ontbrekend inzicht in bankrekeningen en te grote risico’s?

Antwoord 7
Voor trustkantoren is het cliëntenonderzoek voorgeschreven op basis van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). De dienstverlening van trustkantoren wordt naar zijn aard beschouwd als dienstverlening met een hoog integriteitsrisico. Daarom is in de Wtt per trustdienst bepaald welke informatie minimaal moet worden vergaard in het kader van het cliëntenonderzoek. In het kader van dit cliëntenonderzoek verzamelen trustkantoren onder meer informatie over de identiteit van de cliënt, diens uiteindelijk belanghebbende(n) en het doel en de aard van de beoogde relatie met de cliënt. Indien een trustkantoor niet kan voldoen aan de vereisten van het cliëntenonderzoek, wordt het trustkantoor geacht van dienstverlening aan de cliënt af te zien of de dienstverlening te beëindigen.
In het concept-wetsvoorstel voor de Wet toezicht trustkantoren 2018 wordt voorgesteld dat een trustkantoor, voorafgaand aan het aangaan van een relatie met een cliënt of doelvennootschap, onderzoekt of een ander trustkantoor diensten verleent of heeft verleend aan deze cliënt of deze doelvennootschap. Indien een ander trustkantoor diensten verleent of heeft verleend aan de cliënt of de doelvennootschap, informeert het trustkantoor bij dat andere trustkantoor naar gebleken integriteitrisico’s. Dit is een aanscherping ten opzichte van de huidige Wtt.

Vraag 8
Wat zegt deze gang van zaken naar uw mening over het keurmerk van Holland Questor, de branchevereniging van trustkantoren, dat dit kantoor heeft?

Antwoord 8
Inspanningen binnen de sector zelf om integriteitsproblemen aan te pakken zijn nodig en worden aangemoedigd. Dit laat onverlet dat trustkantoren dienen te voldoen aan de voor hen geldende wet- en regelgeving. DNB houdt daar toezicht op en de FIOD onder gezag van het OM kan daar waar nodig strafrechtelijk optreden.

Vraag 9
Zijn alle ongebruikelijke transacties die momenteel worden onderzocht door het trustkantoor BK Group gemeld, hetgeen juridisch verplicht is?

Antwoord 9
Indien een trustkantoor constateert dat sprake is van een ongebruikelijke transactie die door een doelvennootschap wordt verricht, dan dient het trustkantoor hiervan melding te maken bij de Financiële inlichtingen eenheid Nederland (FIU-NL). Het niet melden of onvolledig of niet tijdig melden van ongebruikelijke transacties is in strijd met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en is een economisch delict in de zin van de Wet op de economische delicten. Tegen een dergelijke overtreding kan bestuursrechtelijk of strafrechtelijk handhavend worden opgetreden. Over lopende bestuursrechtelijke toezichtonderzoeken kunnen verder geen uitspraken worden gedaan, en op dit moment evenmin over hetgeen waar het Openbaar Ministerie al dan niet onderzoek naar doet.

Vraag 10
Wat is uw opvatting over het feit dat het bedrijf LMP Bomore staat ingeschreven op het privéadres van de directeur van BK group, terwijl LMP Bomore volgens mediaberichten is gebruikt om miljoenen euro’s aan voetbalgelden naar Panama te sluizen, om zo belasting te ontwijken? [5] Geeft dit u vertrouwen in het integriteitsbeleid van BK Group?

Antwoord 10
De Wtt noch de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt 2014 (Rib Wtt 2014) kennen een verbod of gebod ten aanzien van het vestigingsadres van een vennootschap waar de dienstverlening van een trustkantoor betrekking op heeft. Een afweging omtrent het vestigingsadres van een vennootschap maakt wel onderdeel uit van het integriteitsbeleid van een trustkantoor. Daarbij dient het trustkantoor de feiten en omstandigheden van een concreet geval in acht te nemen.

Vraag 11
Hoeveel rechtszaken lopen er momenteel naar aanleiding van de Panama Papers, de football leaks en andere «leaks»?

Antwoord 11
Het Openbaar Ministerie en de Raad voor de rechtspraak beschikken niet over een dergelijk overzicht. Rechtszaken worden niet aldus gecategoriseerd en niet zelden zijn er verschillenden bronnen die aanleiding tot een rechtszaak geven, waaronder de Panama Papers.

Noten
1 https://fd.nl/ondernemen/1201271/om-onderzoekt-verdachte-transacties-bij-trustkantoor-bk-group
2 PB L 66 van 6-3-2014, blz. 1
3 Hieronder wordt blijkens de Verordening de volgende dienstverlening aan de rechtspersoon verstaan, zover deze dienstverlening al voor de inwerkingtreding van de sancties werd verricht en voor zover nodig om te voldoen aan wettelijke vereisten; i) het ter beschikking stellen van een vestigingsadres dan wel post- en bezoekadres in Nederland, ii) het beheren van bankrekening(en) met strikte inachtneming van de bevriezingsverplichting, iii) het opstellen en verrichten van registraties en deponeringen, iv) het bijhouden van een actuele administratie en boekhouding, v) het opstellen van de financiële verantwoording, vi) het bijeenroepen van de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders, vii) het indienen van belastingaangiften, viii) het vertegenwoordigen van de rechtspersoon en verrichten van (rechts)handelingen met betrekking tot de onderdelen i) tot en met vii).
4 https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/10/voetballer-di-maria-sluisde-miljoenen-weg-via-naarden-8773289-a1558069
5 https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/10/voetballer-di-maria-sluisde-miljoenen-weg-via-naarden-8773289-a1558069

23 mei 2017

Nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Vandaag is een nieuwe editie van de DNB-nieuwsbrief voor trustkantoren uitgekomen.  Daarin signaleert DNB problemen bij de naleving van de sanctieregelgeving, dringt de Bank aan op melding van ongebruikelijke transacties (Wwft) en behandelt de bank het onderwerp belastingplanning.

Onderstaand de introductieteksten van DNB:

  • DNB-onderzoek belastingplanning: eerste observaties. In het onderzoek signaleert DNB de positieve ontwikkeling dat enkele kantoren het begrip agressieve belastingplanning nader hebben uitgewerkt en vertaald in beleid. Aan de andere kant heeft DNB gezien dat fiscale adviezen die ten grondslag liggen aan de dienstverlening niet altijd actueel zijn. 
  • Trustkantoren hanteren niet altijd de Nederlandse sanctielijst. Uit DNB-onderzoek blijkt dat meerdere trustkantoren niet bekend zijn met de Nederlandse sanctielijst. Ten onrechte veronderstellen zij daardoor te voldoen aan de wet. 
  • Cijfers en trends in de trustsector. In navolging van de eerder gesignaleerde daling van het aantal trustkantoren en aantal doelvennootschappen ziet DNB nu ook een dalende trend in het aantal UBO’s en PEP’s in risicolanden. 
  • Trustsector terughoudend bij melden ongebruikelijke transacties. DNB constateert dat trustkantoren ongebruikelijke transacties niet altijd meteen of soms helemaal niet melden aan de FIU-NL. Dit is in strijd met de wettelijke meldingsplicht.
  • DNB publiceert handvatten voor integrity risk appetite. Veel financiële instellingen zijn bezig met het vormgeven van een integrity risk appetite. In mei publiceert DNB handvatten hiervoor. 
  • De SIRA van papier naar praktijk. DNB start vier nieuwe onderzoeken binnen het thema systematische integriteitrisicoanalyse (SIRA). Vanuit verschillende invalshoeken wordt gekeken naar gebruik en werking van de SIRA. 
  • Drie sanctieregimes voor de Oekraïne. Banken moeten rekening houden met drie sanctieregimes voor de Oekraïne, waaronder de beperkende maatregelen vanwege de illegale inlijving van de Krim en Sebastopol door Rusland.
  • DNB opent Digitaal Loket Toezicht. Op 10 april ging het Digitaal Loket Toezicht (DLT) live. Daarmee biedt DNB een transparanter, efficiënter en gebruiksvriendelijker communicatiemiddel voor de financiële instellingen.
  • Korte berichten: Oproep: geef uw mening over ons toezicht; Inschrijven informatiebijeenkomst toetsingen 5 juli.

NB Overigens klopt in het bericht over de sanctieregelgeving Rusland/Oekraïne de hyperlink niet (15:45 uur). De juiste link is deze.

28 juli 2016

DNB publiceert handreiking Sanctiewet voor specifieke doelgroep

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Via een bericht van de Pensioenfederatie ontdekte ik dat dat DNB een handreiking Sanctiewet voor pensioenfondsen heeft uitgebracht, die hier is te vinden. Daarin wordt aandacht aan de specifieke omstandigheden van pensioenfondsen besteed. Ook voor andere ondernemingen die met de Sanctiewet te maken krijgen, zoals trustkantoren, zou zo’n specifieke aanpak nuttig kunnen zijn.

25 juli 2016

Nederlandse terroristenlijst uitgebreid, verdere uitbreiding te verwachten

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Nederland heeft een nieuwe versie van de eigen terroristenlijst bekend gemaakt.
De lijst kan zowel in excel-formaat als in pdf-formaat worden gedownload. Verder is er een plaatje (pdf) met uitleg van het waarom van deze lijst.

Uit de zesde voortgangsrapportage inzake terrorismebestrijding blijkt dat de verwachting is dat de Nederlandse lijst verder zal worden uitgebreid:

Stand van zaken
Sinds december 2013 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de Ministers van Financiën en Veiligheid en Justitie 38 personen toegevoegd aan de nationale terrorismelijst, waarvan 9 sinds de vorige voortgangsrapportage.
In totaal staan er 48 personen en drie organisaties op de nationale terrorismelijst. [1] De tegoeden van deze personen en organisaties zijn bevroren en het is verboden om geld aan hen over te maken.

Recente ontwikkelingen
Het kabinet zet in op het bevriezen van de tegoeden van terroristen en terroristische organisaties. Het afgelopen jaar is het aantal namen op de nationale terrorismelijst [2] flink toegenomen. Dit aantal zal, in lijn met internationale afspraken en verplichtingen, naar verwachting de komende periode nog verder toenemen.
Op 15 juni 2016 heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken een informele internationale bijeenkomst georganiseerd. Het doel van de bijeenkomst was het delen van de verschillende manieren waarop landen VN VR Resolutie 1373 hebben geïmplementeerd en geoperationaliseerd alsmede te komen tot een gezamenlijke uitvoering en coördinatie van de Resolutie. VN VR resolutie 1373 (2001) schept voor VN-lidstaten een internationaal bindende verplichting het financieren van terrorisme te bestrijden en de tegoeden, andere financiële activa of andere economische middelen van personen en organisaties die zich bezighouden met terroristische activiteiten, te bevriezen.

NB Ik kon niet vinden waar noten [1] en [2] naar verwijzen binnen het document.

30 juni 2016

DNB meent dat trustkantoren sanctieregelgeving niet goed naleven

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB zegt in de laatste nieuwsbrief dat trustkantoren de sanctieregelgeving niet goed zouden naleven. Die naleving is voor geen enkele ondernemer een makkelijke opgave.

In de sanctieregelgeving kennen we Nederlandse, Europese en UN-varianten met een hoog mandarijnenwetenschap gehalte. Verder zullen Nederlandse ondernemingen ook nog rekening moeten houden met de eigen sanctieregelgeving van landen met ‘lange armen’, zoals de Verenigde Staten en na de Brexit wellicht ook de UK.

Onderzoek

Ik ben al jaren benieuwd of er onafhankelijk onderzoek wordt gedaan naar een aantal elementaire vragen rondom die sanctieregelgeving:

  • Is de sanctieregelgeving voldoende makkelijk te vinden voor de regelgevingssubjecten; zorgen de respectievelijke overheden voor voldoende toegankelijke informatiebronnen.
  • Is de structuur van de sanctieregelgeving voldoende gemakkelijk te doorgronden en zo nee: op welke wijze kan daar verbetering in worden gebracht.
  • Mag van kleine ondernemingen worden verwacht dat zij de sanctieregelgeving kunnen doorgronden.
  • Mag van kleine ondernemingen worden verwacht dat zij in staat zijn om hun medewerkers zodanig op te leiden en instrueren dat zij de feiten respectievelijk patronen kunnen herkennen die op mogelijke overtreding van die sanctieregelgeving wijzen.

In het kader van de eigen transparantie van DNB ben ik zeer benieuwd naar de door de Bank gehanteerde onderzoeksopzet. Bijvoorbeeld welke op de sanctieregelgeving betrekking hebbende vragen zij hebben gesteld en aan de hand van welke maatstaven zij de onderzochte trustkantoren hebben beoordeeld. Uit het eerder genoemde artikel is dat niet op te maken.

Gezien de grote gevolgen voor ondernemingen als zij niet aan de compliance eisen voldoen, zou het goed zijn als er meer informatie beschikbaar zou komen, zowel over methodiek als over de wetenschappelijke onderbouwing. Als dat soort informatie er al zou zijn, is deze in ieder geval niet via de website van DNB te vinden.

30 juni 2016

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB heeft vandaag een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht.

  • De trustsector wil DNB vaker spreken
  • Cijfers en trends in de trustsector
  • Minder meldingen ongebruikelijke transacties
  • Transactiemonitoring van trustkantoren schiet tekort
  • Systematische integriteitsrisicoanalyse beter in orde
  • Naleving sanctiewet nog altijd onvoldoende
  • Kort nieuws: misbruik van stichting derdengelden; gelijkblijvende tarieven toezicht; update juni van de FATF-waarschuwingslijsten en “Toetsingen: een goede voorbereiding is het halve werk
20 januari 2016

DNB: sancties tegen Iran deels opgeheven

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

DNB laat vandaag in een nieuwsbericht weten dat de Iran-sancties deels zijn opgeheven:

Sancties tegen Iran deels opgeheven

Op 16 januari 2016 zijn de wijzigingen met betrekking tot de nucleair gerelateerde sancties tegen Iran in werking getreden. Deze wijzigingen zijn reeds bij Uitvoeringsverordeningen EU 2015/1861, 2015/1862 en 2015/1863 van 18 oktober 2015 vastgesteld.[1] De wijzigingen komen er in het kort op neer dat een deel van de sancties tegen Iran is opgeheven.

Blijvende sancties
Financiële instellingen dienen zich er rekenschap van te geven dat niet alle sancties zijn opgeheven. Zo blijven onverkort sancties voor het schenden van de mensenrechten, het steunen van terrorisme en embargo’s ten aanzien van wapens en ballistische raketten van kracht. Dit betekent dat financiële instellingen de beheersmaatregelen ten aanzien van Iran niet volledig kunnen opheffen, maar goed moeten bekijken welke maatregelen nog toepassing moeten blijven.

Aanvullende risico’s
Verder is het belangrijk dat financiële instellingen in hun zaken doen met Iran alert blijven op integriteitsrisico’s, zoals corruptie, witwassen en terrorismefinanciering. In oktober 2015 heeft de FATF een document gepubliceerd waarin zij hier nogmaals op wijst (zie: http://www.fatf-gafi.org/publications/high-riskandnon-cooperativejurisdictions/documents/public-statement-october-2015.html). De conclusie luidt: “The FATF remains particularly and exceptionally concerned about Iran’s failure to address the risk of terrorist financing and the serious threat this poses to the integrity of the international financial system”. Daarnaast is het belangrijk dat financiële instellingen bekijken in hoeverre activiteiten en transacties met Iran binnen de risk appetite van de instelling passen.

Achtergronden
Al vele jaren zijn sancties van Verenigde Naties (VN), Europese Unie (EU) en Verenigde Staten (VS) tegen Iran van kracht. Een belangrijk aanleiding hiervoor is dat Iran de mensenrechten schendt, terrorisme steunt, weigerde te voldoen aan de eis van de VN-Veiligheidsraad om te stoppen met verrijking van uranium en zich niet aan het non-proliferatieverdrag hield.

Op 14 juli 2015 hebben China, Frankrijk, Duitsland, de Russische Federatie, het Verenigd Koninkrijk en de VS, gesteund door de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid met Iran overeenstemming bereikt over een alomvattende langetermijnoplossing voor de Iraanse nucleaire kwestie. Deze oplossing is opgenomen in de Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA) (zie http://eeas.europa.eu/statements-eeas/docs/iran_agreement/iran_joint-comprehensive-plan-of-action_en.pdf). De International Atomic Energy Agency (IAEA) heeft nu vastgesteld dat Iran de nucleaire afspraken zoals opgenomen in dit JCPOA is nagekomen (zie https://www.iaea.org/newscenter/news/iaea-director-general%E2%80%99s-statement-iran).

De VN, EU en US hebben vervolgens een deel van de nucleair gerelateerde, economische en financiële sancties opgeheven. Deze nucleair gerelateerde sancties worden in drie stappen verlicht en als Iran het akkoord niet uitvoert zoals afgesproken zullen sancties automatisch weer worden ingesteld (‘snapback’). In een uitgebreide nota (zie http://eeas.europa.eu/top_stories/pdf/iran_implementation/information_note_eu_sanctions_jcpoa_en.pdf) wordt hierover praktische informatie gegeven.

Vanwege deze sanctieverlichting zijn binnen de EU bepaalde financiële en andere diensten en activiteiten, zoals betalingen aan Iraniërs en verzekeringsdiensten, weer toegestaan. Tevens zijn meerdere personen en entiteiten van de sanctielijsten geschrapt.[2] De VS heeft een soortgelijke opheffing van de nucleair gerelateerde sancties toegepast (zie http://content.govdelivery.com/accounts/USTREAS/bulletins/130aae2).

[1] BESLUIT (GBVB) 2016/37 VAN DE RAAD van 16 januari 2016 met betrekking tot de toepassingsdatum van Besluit (GBVB) 2015/1863 tot wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (zie: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1453200811797&uri=CELEX:32016D0037)
[2] UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1862 VAN DE RAAD van 18 oktober 2015 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran

Wat financiële ondernemingen, pensioenfondsen en trustkantoren moeten doen:
– Controleer of deze verordening van toepassing is (bijvoorbeeld op uw klanten, deelnemers of gedane beleggingen).
– Indien deze verordening van toepassing is, pas de geboden en verboden in de verordening direct toe: bevries de tegoeden en/of economische middelen en voorkom dat de tegoeden en/of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld.
– Meld de bevriezing direct aan DNB, voor verdere instructies klik hier.
– Ingeval DNB vragen heeft naar aanleiding van uw melding, beantwoord deze direct.

Als u vragen heeft, stel deze aan de juiste instantie. Nadere informatie hierover vind u op Open Boek Toezicht.

Aanvulling 25 januari 2016

Vandaag heeft DNB een aanvullend bericht uitgebracht:

DNB Sanctie Alert – Iran
Nieuwsbericht 25 januari 2016

Op 23 januari is Uitvoeringsverordening (EU) 2016/74 gepubliceerd tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran.
Op 17 januari 2016 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de volgende twee entiteiten Bank Sepah en Bank Sepah International verwijderd van de lijst van aan beperkende maatregelen onderworpen personen en entiteiten in bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 267/2012. Voor meer informatie, zie: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:OJ.L_.2016.016.01.0006.01.NLD&toc=OJ:L:2016:016:TOC

Wat financiële ondernemingen, pensioenfondsen en trustkantoren moeten doen:
– Controleer of deze verordening van toepassing is (bijvoorbeeld op uw klanten, deelnemers of gedane beleggingen).
– Indien deze verordening van toepassing is, pas de geboden en verboden in de verordening direct toe: bevries de tegoeden en/of economische middelen en voorkom dat de tegoeden en/of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld.
– Meld de bevriezing direct aan DNB, voor verdere instructies klik hier.
– Ingeval DNB vragen heeft naar aanleiding van uw melding, beantwoord deze direct.

Als u vragen heeft, stel deze aan de juiste instantie. Nadere informatie hierover vind u op Open Boek Toezicht

%d bloggers liken dit: