8 september 2015

Doorberekening kosten AFM en DNB aan de sector | marktbeïnvloeding sector trustkantoren via tariefstructuur

door Ellen Timmer

Een trend in de regelgeving is dat de rijksoverheid probeert de kosten van toezicht zoveel mogelijk op de onder toezicht staande ondernemingen te verhalen. Over dat principe kan het nodige worden gezegd, wat ik hier niet ga doen.

Wet bekostiging financieel toezicht

In het financiële toezicht gebeurt de doorberekening via de Wet bekostiging financieel toezicht, met een nadere uitwerking in een uitvoeringsregeling, voor 2015 is dat de Regeling bekostiging financieel toezicht 2015. Op grond van de wet dient de toezichthouder tweemaal per jaar een inspraakbijeenkomst (‘overleg’) te organiseren met een ‘daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging’ van de onder toezicht staande ondernemingen. De toezichthouder hoeft geen gehoor te geven aan de wensen van die ondernemingen.

Opvallend is dat de wet geen normen bevat voor de verdeling van de kosten over de vergunninghouders binnen een vergunninghoudergroep. Dat biedt voor degene die de regeling vaststelt (het ministerie van financiën) mooie mogelijkheden om via de kostenbijdrage invloed uit te oefenen op de markt, zoals blijkt uit het navolgende voorbeeld.

Beïnvloeding markt via de tarieven | trustkantoren

De bijdrage die trustkantoren betalen is afhankelijk van hun omzet. Voor hen geldt een soort schijventarief (de schijf is de omzetcategorie). Het tarief binnen de schijf is een vast bedrag.

De grote trustkantoren (omzet meer dan 5 miljoen euro) betalen in 2015 EUR 88.000 aan De Nederlandsche Bank (DNB), terwijl kleinere trustkantoren bedragen betalen die variëren tussen EUR 5.500 (omzet minder dan EUR 100.000) en EUR 62.000 (omzet meer dan 2 miljoen euro tot en met 5 miljoen euro). Er zijn zeven schijven. De complete tabel is te vinden in de Regeling bekostiging financieel toezicht 2015.

Als de bijdrage wordt afgezet tegen de top van iedere schijf, is de bijdrage achtereenvolgens 5,5%, 6,25%, 4,2%, 3,1%, 2,25% en 1,24% van de omzet (eerste tot en met zesde schijf), terwijl de zevende schijf begint met 1,76% van de omzet en dan onbeperkt daalt. Zie de spreadsheet die ik heb gemaakt. Met name trustkantoren met een omzet aan de onderkant van de eerste tot en met derde schijf zijn heel onvoordelig uit.

Kennelijk gaat de minister er van uit dat de controle bij grote trustkantoren goedkoper is dan bij kleine en dienen kleine trustkantoren te worden ontmoedigd, met name bij een omzet van EUR 500.000 en minder.

Hoewel in de toelichting op de regeling wordt gezegd dat kleine ondernemingen worden ontzien, blijkt daar in de praktijk bij trustkantoren weinig van. Kennelijk was dit in het eerdere systeem ook al zo, want in de toelichting staat dat de tarieven voor kleine trustkantoren ten opzicht van het verleden relatief minder zouden zijn gestegen:

In de categorieën (…) ‘Betaalinstellingen, clearinginstellingen en elektronischgeldinstellingen’ en ‘Trustkantoren’ van DNB bestaat de heffing uit een vast tarief dat afhangt van de omvang van de instelling. Om de kleinere partijen te ontzien is ervoor gekozen om de vaste tarieven voor de kleinere partijen in deze categorieën minder te laten stijgen dan de vaste tarieven voor de grotere partijen. Daarbij geldt dat hoe groter de instelling is, hoe groter de procentuele stijging van het tarief.

Marktbeïnvloeding

Geconcludeerd kan worden dat via het systeem van doorberekening van kosten aan ondernemingen de overheid een mooi instrument er bij heeft gekregen om de markt te beïnvloeden.

Wellicht dat een liefhebber zin heeft om de totale tariefstructuur van de Regeling bekostiging financieel toezicht 2015 te onderzoeken en na te gaan of er ook bij andere groepen vergunninghouders dit soort marktbeïnvloedingssystemen worden toegepast.

Meer informatie

Dit artikel is ook geplaatst op mijn algemene weblog.

Aanvulling 28 december 2015
Inzake de tarieven die DNB in rekening brengt is informatie te vinden in een bijlage bij een kamerstuk (Verslag van een schriftelijk overleg over de regeling bekostiging financieel toezicht 2015), zie deze locatie. Het is een overzicht inzake alle ondernemingen die onder AFM- en DNB-toezicht staan. De trustkantoren zijn op pagina 3 te vinden.

 

19 augustus 2015

DNB komt met guidance integriteitsanalyse

door Ellen Timmer

In een bericht van 17 augustus 2015 meldt DNB dat de uitkomst van een onderzoek door DNB in 2015 naar ruim 170 integriteitrisicoanalyses van banken, verzekeraars, betaalinstellingen, trustkantoren en pensioenfondsen is dat meer dan 80% van de analyses niet voldoet en dat er vele instellingen zijn die niet over een integriteitrisicoanalyse beschikken.

Dit bericht kan opmerkelijk worden genoemd. Het zou nl. kunnen betekenen dat DNB de verwachtingen omtrent het uitvoeren van integriteitrisicoanalyses onvoldoende onder de vergunninghouders heeft gecommuniceerd, zodat zij niet op de hoogte waren wat er van hen werd verwacht. Het illustreert ook dat DNB bekendheid veronderstelt in ‘de markt’ waar die bekendheid er helemaal niet is.

Het is verheugend dat DNB nu guidance op het gebied van integriteitsrisicoanalyse publiceert. Jammer is dat daar geen publieke internetconsultatie aan is vooraf gegaan. Zoiets hoort wel bij een dergelijk document. Wat dat betreft doet de AFM het anders, wat blijkt uit hun consultatie over de beleidsregel incidentenmelding, waar DNB een voorbeeld aan zou kunnen nemen.

Onderstaand het complete bericht van DNB:

Good practices “De Integriteitrisicoanalyse – meer waar dat moet, minder waar dat kan”

Relevant voor: ba, bti, pf, tk, vz, wi
Geldigheid: geldig
Datum: 17 augustus 2015
Status: factsheet
Referentie: 01823
Auteur: DNB

In 2015 heeft DNB ruim 170 integriteitrisicoanalyses van banken, verzekeraars, betaalinstellingen, trustkantoren en pensioenfondsen beoordeeld. Uit de deze beoordeling blijkt dat meer dan 80% van de analyses niet voldoet en dat er vele instellingen zijn die niet over een integriteitrisicoanalyse beschikken. DNB vindt het zorgelijk dat dit cruciale onderdeel bij zo veel instellingen niet op orde is en heeft daarom besloten deze good practices te publiceren.

In de good practices kunnen financiële instellingen en pensioenfondsen lezen welke stappen een instelling of fonds moet nemen om een gedegen integriteitrisicoanalyse op te stellen. Een integriteitrisicoanalyse is niet alleen een wettelijke verplichting. Zonder deze risicoanalyse kan een instelling of fonds de integriteitwetgeving niet risicogebaseerd naleven. Daarnaast is de integriteitrisicoanalyse een voorwaarde voor een toereikende inrichting van de integere bedrijfsvoering.

De good practices beschrijven waarom een instelling of een fonds een integriteitrisicoanalyse moet maken, hoe dat gedaan kan worden en welke gevolgen aan de risicoanalyse verbonden moeten worden.

Good Practices
De integriteitrisicoanalyse

Dit bericht is ook op mijn algemene weblog geplaatst.

4 augustus 2015

Informatie FATF, relevant voor Wwft-naleving

door Ellen Timmer

Op 7 juli 2015 heeft DNB een nieuwsbericht geplaatst over FATF informatie inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. DNB schrijft:

De FATF heeft naar aanleiding van haar plenaire vergadering (juni 2015) twee documenten doen uitgaan waarin wordt gewezen op landen met tekortkomingen in hun systeem ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering:

1. FATF Public statement – 26 juni 2015
2. Improving Global AML/CFT compliance: ongoing process – 26 juni 2015

Bepaalde landen hebben laten zien tekortkomingen serieus te willen aanpakken. Andere laten minder vooruitgang zien, zoals de door de FATF in het ‘public statement’ genoemde landen. Deze landen laten ernstige tekortkomingen zien (Iran, Noord-Korea). Voor deze landen wijzen DNB en het Ministerie van Financiën erop dat verscherpte maatregelen ten aanzien van relaties met ingezetenen van deze landen en het uitvoeren van transacties van/naar deze landen nodig zijn.

Daarnaast noemt het ‘public statement’ landen die onvoldoende verbetering hebben laten zien of zich niet hebben gecommitteerd aan een actieplan (Algerije, Myanmar). DNB en het Ministerie van Financiën wijzen erop dat het onderhouden van zakelijke relaties met ingezetenen van deze landen of het uitvoeren van transacties van/naar deze landen een hoger risico op witwassen en/of terrorismefinanciering met zich meebrengen. Zie de tekst van het ‘public statement’ voor informatie over de landenspecifieke risico’s.

Het document ‘improving global AML/CFT compliance’ bevat een lijst met landen die ernstige tekortkomingen hebben in hun AML/CFT systeem maar die wél gecommitteerd zijn om deze tekortkomingen te adresseren. Deze lijst bestaat uit de volgende landen: Afghanistan, Angola, Bosnië Herzegovina, Ecuador, Guyana, Irak, Laos, Panama, Papua Nieuw-Guinea, Soedan, Syrië, Uganda en Jemen. Indonesië heeft significante vooruitgang laten zien wat ertoe heeft geleid dat het niet langer in het document genoemd wordt.

Van financiële instellingen wordt verwacht dat zij in het kader van de te nemen AML/CFT-maatregelen de specifieke omstandigheden in acht nemen. Hiervoor wordt verwezen naar de gepubliceerde Q&A van DNB ‘FATF Waarschuwingslijsten’.

In de volgende plenaire vergadering (oktober 2015) zal de FATF de documenten herzien indien daar aanleiding voor is.

Tags: , ,
28 juli 2015

Informeel verkennend overleg over de toekomst van trustkantoren in Nederland

door Compliance Platform Trustkantoren

Naar aanleiding van de brief dd 25 juni jl. van DNB aan de Minister van Financien omtrent het aanscherpen van de wet- en regelgeving voor de trustsector, veronderstellen wij dat er bij de kleine en middelgrote trustkantoren behoefte is om over deze brief met elkaar van gedachten te wisselen. De verwachting is dat de voorstellen van DNB voor deze kantoren verregaande consequenties kan gaan hebben.
Hierbij moet worden gedacht aan de vereisten van ten minste twee beleidsbepalers en de aanwezigheid van een interne compliance officer. De beoogde maatregelen wekken de indruk dat er wordt aangestuurd op een consolidatie binnen de trustsector. Wij zijn van mening dat consolidatie niet hoeft te leiden tot verbetering van de kwaliteit en denken dat er alternatieven zijn die tot een beter resultaat leiden. Verder denken wij dat het belangrijk is overleg te plegen over de praktijk van compliance in onze sector.

Het Compliance Platform wil daarom kleine en middelgrote trustkantoren uitnodigen voor een vertrouwelijk overleg zonder de aanwezigheid van commerciële dienstverleners, software leveranciers en/of banken. Voor dit overleg nodigen we directeuren/beleidsbepalers en compliance officers van kleine en middelgrote trustkantoren uit. De bijeenkomst zal het karakter krijgen van een informeel verkennend overleg en plaatsvinden op:

woensdag 26 augustus 2015 van 16.00 – 18.00 uur
ten kantore van Pellicaan Advocaten Amsterdam
Delflandlaan 1, 1062 EA Amsterdam

Geïnteresseerde kantoren kunnen zich aanmelden door middel van een e-mail aan Marianne van Rappard. Aan degenen die zich aanmelden wordt geen bevestiging van deelname verstuurd.

Namens het Compliance Platform:
Marianne van Rappard en Stijn Wortelboer

6 juli 2015

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer

In de laatste nieuwsbrief van DNB voor trustkantoren komen een aantal thema’s aan de orde die hier al besproken zijn:

3 juli 2015

DNB verzoekt om ingrijpende herziening Wet toezicht trustkantoren

door Ellen Timmer

In een brief van 25 juni jl. aan de minister van financiën laat De Nederlandsche Bank weten dat ingrijpende herziening van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) wordt gewenst. In het onderstaande bespreek ik de belangrijkste punten die DNB aan de orde stelt.

  • DNB schrijft in de brief dat er geen breed geïnstitutionaliseerde integriteitsstandaard bij trustkantoren zou zijn; ik zou menen dat dit één van de onderwerpen is waarmee brancheorganisatie Holland Quaestor druk bezig is. Nu Rome ook niet in één dag kon worden gebouwd, is de vraag of de mededeling van DNB als kritiek op de brancheorganisatie moet worden opgevat. Maar over de initiatieven in de sector spreekt DNB in het geheel niet.
  • DNB laat weten dat er voortbouwend op de per 1 januari 2015 gewijzigde Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (Rib Wtt) wijziging van de Wtt nodig is. DNB schrijft “De invoering van de Rib Wtt heeft in de praktijk niet geleid tot voortgaande structurele verbeteringen in het gewenste tempo“. Bijzonder: de Rib Wtt is op 1 januari 2015 ingevoerd en nu al denkt DNB dat het niet hard genoeg gaat.
  • In de brief komt impliciet de gedachte van DNB terug dat het cliëntenonderzoek onder de Wtt minder ver zou gaan dan onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), mij lijkt die gedachte onjuist. Maar misschien gaat het DNB in de bewuste passage meer om aansluiting in de sfeer van de organisatorische eisen bij de Wet op het financieel toezicht (Wft). Ten slotte wordt door DNB verwezen naar voorbeelden in artikelen 3:10 en 3:17 Wft. Als ik zie dat DNB spreekt over mitigeren van integriteitsrisico’s, dan lijkt me dat wijziging van de Wtt niet nodig is om dat te bereiken. Dus de vraag is waarom DNB over dit soort wijzigingen spreekt, is het meer gericht op de beeldvorming?
  • DNB laat weten dat het een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers wenst, naar model van artikel 3:15 Wft. Voorts meent DNB nu dat (deels) uitbesteden van compliance aan externe partijen een belemmering zou vormen voor internalisering van integriteit binnen een trustkantoor. Het lijkt er op dat DNB van mening is dat kleine(re) trustkantoren niet goed zouden kunnen functioneren. DNB schrijft: “DNB stelt daarom voor om verdere internalisering van integriteit binnen een trustkantoor voortaan te laten geschieden via een geïntegreerde compliancefunctie, hetgeen ook bijdraagt aan de professionalisering van de sector“. Al eerder signaleerde ik dat DNB kennelijk van de veronderstelling uitgaat dat kleine trustkantoren hun werk minder goed doen dan grote. DNB geeft geen toelichting op deze wens. De vraag is of de aard van de activiteiten van trustkantoren (toch vooral het besturen van rechtspersonen) wel geschikt is voor grote organisaties. Het karakter van de bedrijfsactiviteiten van een trustkantoor is tenslotte geheel anders dan van bijvoorbeeld banken of verzekeringsmaatschappijen. Het zou fijn zijn als DNB dit punt van een inhoudelijke onderbouwing zou kunnen voorzien, bijvoorbeeld door middel van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek over management en organisatie van dienstverlenende ondernemingen. Mijn persoonlijke indruk is namelijk dat ‘big’ lang niet altijd ‘beautiful’ is.
  • DNB meent dat in sommige structuren het trustkantoor op te grote afstand staat om haar taken in de sfeer van integriteit goed te vervullen. DNB wil hier over met het ministerie in overleg treden; uit de brief wordt niet duidelijk met welk doel.
  • Opnieuw wordt door DNB om meer bevoegdheden in de sfeer van handhaving gevraagd, zoals verruiming van de mogelijkheden om boetes te publiceren en intrekking van de vergunning. (Dat laatste kan toch al?) Bij de publicatiewens teken ik aan dat naming & shaming zonder rechterlijk toezicht een zeer gevaarlijke activiteit is, zoals door de gang van zaken bij de AFM wordt geïllustreerd. Als de AFM op een later tijdstip laat weten door de rechter tot de orde te zijn geroepen, is het kwaad voor de belanghebbende al geschied. Ik ben van mening dat de beslissing tot het openbaar maken van boetebesluiten bij de rechter thuis hoort, aangezien het een strafkarakter heeft.

De minister van financiën schrijft naar aanleiding van de wetgevingswensen van DNB:

Trustsector
Ik onderschrijf het belang van goede regelgeving voor de trustsector, en zal daartoe in overleg met DNB inventariseren waar de bestaande trustregelgeving aanpassing behoeft.

Het bovenstaande illustreert dat de trustkantorensector nog de nodige veranderingen kan verwachten.

Meer informatie:

Aanvulling 10 juli 2015

Vandaag verscheen in het FD een artikel van Siem Eikelenboom en Gaby de Groot over de wetgevingswensen van DNB. Lees ook de reacties onder het artikel. Van dezelfde auteurs verscheen het artikel ‘DNB en trustkantoren, een moeizame relatie‘. Het derde artikel, van dezelfde auteurs plus Vasco van der Boon, gaat over het afnemen door DNB van de trustvergunning van Intercity Corporate Management (ICM).

2 juli 2015

Informatievoorziening sanctieregelgeving door DNB

door Ellen Timmer

DNB heeft via een nieuwsbrief van vandaag bekend gemaakt dat de informatievoorziening inzake sanctieregelgeving is aangepast. Het betreft de volgende pagina’s:

Op de ‘Wegwijs’ pagina zijn onder meer links naar Nederlandse informatie, zoals de Nederlandse personenlijst, de laatste DNB leidraad en dergelijke te vinden.
Een link naar de Europese overzichtspagina over sanctieregelgeving trof ik er niet aan. Het zou goed zijn als die pagina aan de rubriek ‘Gerelateerde websites’ zou worden toegevoegd.

Overigens blijf ik de DNB-informatie onoverzichtelijk vinden. Vanwege het grote belang van de sanctieregelgeving, ook voor partijen die er weinig mee te maken hebben (en dus geen dure adviseurs inhuren), zou het prettig zijn als de informatie op een betere manier bij elkaar werd gebracht, bijvoorbeeld op de manier zoals dat inzake de Wet Normering Topinkomens is gebeurd op www.topinkomens.nl.

29 juni 2015

Transparantie DNB | onderzoek onder stakeholders

door Ellen Timmer

In de nieuwste editie van het DNB Magazine wordt verslag gedaan van een onderzoek onder stakeholders, waartoe ook de onder toezicht staande ondernemingen zoals trustkantoren worden gerekend.

Uit het verslag blijkt dat de communicatie door DNB wel wat moderner en aansprakender kan. Als de toezichthouder risico’s signaleert, dan zien de stakeholders graag dat DNB meer toelichting geeft en ruimte maakt voor bespreking. Ook willen de stakeholders dat de toezichthouder duidelijker aangeeft aan welke verwachtingen ze moeten voldoen. Er is behoefte aan uitleg over de toezichtstrategie, inclusief beantwoording van vragen waarom DNB bepaalde eisen stelt en wat het oplevert. De ondervraagden ervaren een verschil tussen mondelinge en geschreven informatie, wat verwarring kan wekken. Over de themaonderzoeken wordt in het verslag vermeld dat het stakeholders niet altijd even duidelijk is waarom DNB het onderzoek doet en waarvoor. DNB wil bij elk onderzoek drie communicatiemomenten inbouwen, ten eerste de aankondiging, ten tweede een update over de voortgang en tot slot een duidelijk verslag van de belangrijkste bevindingen. In het verslag wordt uitgesproken dat transparantie een speerpunt van DNB is.

Mijn aantekening: op dit moment is er over veel thema’s op het gebied van compliance door trustkantoren onduidelijkheid. Trustkantoren hebben soms de indruk dat het beleid en de uitleg van de regelgeving tijdens de toezichtbezoeken wordt bedacht, wat natuurlijk een verkeerde volgorde is. Het is te hopen dat de informatievoorziening van DNB over onderwerpen die trustkantoren aangaan zal verbeteren.

Meer informatie:

DNB Magazine nr. 2 van 2015, te zijner tijd te vinden via het digitale archief (bij het afsluiten van dit artikel stond magazine nr. 2 er nog niet bij).

Tags:
18 juni 2015

Trustkantoren melden meer ongebruikelijke transacties

door Ellen Timmer

Onlangs is het jaarverslag 2014 van FIU-Nederland uitgebracht. Uit het jaarverslag blijkt dat de inspanningen van FIU-Nederland om trustkantoren te informeren over de meldplicht ongebruikelijke transacties vruchten heben afgeworpen. Het aantal meldingen neemt toe en het aantal actieve melders is ook toegenomen ten opzichte van de voorgaande jaren.

Uit de statistieken blijkt dat het aantal meldingen is gegroeid van 38 in 2012, naar 88 in 2013 en vervolgens naar 201 in 2014. De groei in 2014 is waarschijnlijk veroorzaakt door meldingen die betrekking hebben op overtreding van de Europese sancties tegen Oekraïne en Rusland. In 2012 kwamen de meldingen van zes trustkantoren. In 2013 deden 22 trustkantoren meldingen. In 2014 was het aantal trustkantoren dat meldingen deed gegroeid naar 31. Opvallend is dat van de in 2014 gemelde 201 transacties er door FIU-Nederland 149 ‘verdacht’ zijn verklaard.

Nog steeds komen de meeste meldingen van ongebruikelijke transacties van geldtransactiekantoren (233.989 in 2014), banken (14.696 in 2014) en voertuigenhandelaars (3.871 in 2014).

12 juni 2015

4th Anti Money Laundering Directive published in the EU Official Journal

door Ellen Timmer

On 5 June 2015 the 4th Anti Money Laundering Directive has been published in the EU Official Journal. Member states of the EU will have to implement the Directive by 26 June 2017.

More information on
Directive (EU) 2015/849 of the European Parliament and of the Council of 20 May 2015 on the prevention of the use of the financial system for the purposes of money laundering or terrorist financing, amending Regulation (EU) No 648/2012 of the European Parliament and of the Council, and repealing Directive 2005/60/EC of the European Parliament and of the Council and Commission Directive 2006/70/EC (Text with EEA relevance):