11 juni 2015

Speerpunten FEC voor 2015: trustkantoren, terrorismefinanciering en sanctieregelgeving

door Ellen Timmer

Het Financieel Expertise Centrum (FEC) is een samenwerkingsverband tussen een aantal bestuursorganen en andere overheidsinstellingen en bestaat uit:

  • Autoriteit Financiële Markten (AFM)
  • Belastingdienst
  • De Nederlandsche Bank (DNB)
  • Financial Intelligence Unit – Nederland (FIU)
  • Fiscale Opsporingsdienst (FIOD)
  • Openbaar Ministerie (OM)
  • Politie

Dit samenwerkingsverband houdt zich bezig met toezicht, controle, opsporing en vervolging in de financieel-economische sfeer. Uit het in april 2015 bekend gemaakte jaarplan voor dit jaar (hier te vinden), blijkt dat de FEC een aantal speerpunten heeft aangewezen, te weten trustkantoren, terrorismefinanciering en sanctieregelgeving. Dit zijn onderwerpen waar DNB in 2014 al veel aandacht voor heeft gevraagd. Opvallend is dat het hier om een branche (de trustkantoren) en om twee aandachtsgebieden (terrorismefinanciering en sanctieregelgeving) die een groot aantal ondernemingen kunnen raken.

Het onderwerp terrorismefinanciering is relevant voor alle ondernemingen die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vallen, terwijl sanctieregelgeving voor ‘een ieder’ geldt. Voor beide onderwerpen geldt dat het juridische mandarijnenwetenschappen betreft die door weinigen worden doorgrond en waarmee de overheid ook tobt. Om hier goed mee om te gaan, zowel in de sfeer van preventie en naleving van regelgeving (‘compliance’) als toezicht, is een grote uitdaging.

Toelichting FEC

Onderstaand de toelichting van FEC op de keuze voor de speerpunten:

3.4.2 Trustkantoren

Resultaten: Het ontwikkelen van een gezamenlijke effectieve en integrale aanpak van vergunninghoudende trustkantoren die er toe leidt dat de beheersing van integriteitsrisico’s door trustkantoren op orde is. Trustkantoren nemen eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van risico- identificatie en -mitigatie en hebben het belang van integriteit ingebed in de bedrijfscultuur en de relatie met klanten. In gevallen waar de integere bedrijfsvoering nog niet als interne norm geldt, worden passende maatregelen ingezet om het beoogde resultaat te realiseren. Hiertoe zal 1) een inventarisatie plaatsvinden van de rol, bevoegdheden en bijdrage van de deelnemende partners aan hierboven genoemde resultaat; 2) onderlinge kennisuitwisseling plaatsvinden over de trustsector; 3) een aanpak worden opgeleverd met afspraken over concrete activiteiten inclusief een specifiek op de trustsector toegespitst handhavingsbeleid, gebaseerd op de criteria van het tripartiete overleg, waaraan OM, AFM, DNB en FIOD deelnemen.

Trekker en deelnemers: DNB met de FEC-eenheid en de betrokken FEC-partners en -waarnemers eventuele overige relevante partijen. Tevens zal samenwerking worden gezocht met BFT.

Achtergrond: Door het aantrekkelijke vestigingsklimaat heeft Nederland een omvangrijke trustsector. Deze brengt een relatief groot integriteitrisico met zich en daarmee ook een reputatierisico voor de Nederlandse financiële sector. Niet alle trustkantoren beheersen integriteitrisico’s (met name faciliteren van witwassen, belastingontduiking en ontwijking van sanctiemaatregelen) afdoende. De hoofdoorzaak hiervan is dat deze kantoren een onvoldoende integere bedrijfscultuur kennen: de letter van de wet wordt mechanisch toegepast en mitigatie van risico’s vindt vooral plaats nadat DNB deze expliciet onder de aandacht heeft gebracht. In de periode 2016-2018 zullen de gemaakte afspraken via een programmatische aanpak worden uitgevoerd in concrete casus.

3.4.3. Terrorismefinanciering

Resultaten: 1) De financiële netwerken van bij de FEC-partners en FEC-participanten bekende in- en uitreizigers en andere relevante personen en entiteiten zijn op basis van FEC-signalen in kaart gebracht. Daardoor is onder meer inzicht verkregen in de wijze waarop en door wie de in- en uitreizigers worden gefinancierd; 2) In alle gevallen waarin het verkregen inzicht daartoe aanleiding geeft, is een interventiestrategie opgesteld; 3) Ten slotte zijn typologieën van potentiële soorten terrorismefinanciering geformuleerd.

Trekker en deelnemers: OM is samen met de FEC-eenheid trekker. Deelnemers zijn de FEC-partners en -waarnemers en de beoogde participanten: de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Douane, Koninklijke Marechaussee (KMar), Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Belastingdienst/Toeslagen.

Achtergrond: In september 2014 is het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Daarmee is Jihadisme de komende tijd, en zeker in 2015 (waarop het jaarplan FEC ziet), een prioriteit in beleid en uitvoering van overheidsorganisaties. Terrorismebestrijding en met name de financiële kant daarvan, is een onderdeel van de versterking van de integriteit van de financiële sector en vrijwel alle FEC-partners kunnen daar een bijdrage aan leveren. Daarnaast wordt mogelijk door dit thema ook meer inzicht verkregen in de terroristische netwerken, groeperingen of (rechts)personen, en zogenoemde facilitatoren. Zie verder ook paragraaf 3.2.5 waar aanvullende resultaten zijn geformuleerd om informatie-uitwisseling mogelijk te maken. Over de aanpak op het thema terrorismefinanciering wordt de Tweede Kamer door de minister van Veiligheid en Justitie geïnformeerd middels de Voortgangsrapportage Actieprogramma Jihadisme.

3.4.6 Sanctieregelgeving

Resultaten: Eind 2015 bestaat een integrale aanpak van de FEC-partners in de situaties waarin financiële sanctieregelgeving niet wordt nageleefd. De integrale aanpak omvat afspraken ten aanzien van toezicht en handhaving van de financiële sanctieregelgeving. Het brengt onder andere de taakverdeling en bevoegdheden van betrokken diensten in beeld, zodat signalen van niet naleving effectief kunnen worden opgepakt in de handhavingsketen volgens de gemaakte afspraken.

Trekker en deelnemers: Ministerie van Financiën, de FEC-eenheid en betrokken FEC-partners en -waarnemers.

Achtergrond: Vrijwel alle FEC-partners en –waarnemers hebben een rol in de handhavingsketen op het gebied van sanctiewetgeving. Mede gelet op de actualiteit, de toenemende complexiteit van de sancties en de snelheid waarmee sancties elkaar momenteel opvolgen, is het voor een effectieve handhavingsketen van belang dat de ketenpartners hierin samenwerken als één overheid. Doel van het project is mede om op die wijze een bijdrage te leveren aan de tot standkoming van een handhavingsarrangement zoals het ministerie van Financiën dat met het OM en alle betrokken partners af wil sluiten.

Dit bericht is ook gepubliceerd op mijn algemene weblog.

4 juni 2015

‘Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid’

door Ellen Timmer

Onder de titel ‘Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid’ verscheen in de nieuwsbrief voor verzekeraars een artikel dat voor alle ondernemingen onder DNB-toezicht van belang is:

Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid
Nieuwsbericht 27 mei 2015

DNB doet een themaonderzoek integriteitsrisicoanalyse. Doel is dat instellingen niet alleen een analyse maken, maar die ook vertalen in het beleid.

In maart 2015 is het onderzoek van start gegaan. Het onderzoek moet erin resulteren dat instellingen beschikken over een integriteitsrisicoanalyse die voldoet aan het normenkader en die aantoonbaar zijn weerslag heeft in hun integriteitsbeleid.

Verwachtingen
DNB verwacht dat elke instelling regelmatig een gedegen integriteitsrisicoanalyse maakt, waarin wordt ingegaan op integriteitsrisico’s als witwassen, terrorismefinanciering, sancties, corruptie, belangenverstrengeling, fraude en fiscaliteit. Zonder adequate integriteitsrisicoanalyse kunnen de instellingen eigenlijk de vereisten van integere bedrijfsvoering niet goed naleven. De regelgeving staat een risicogebaseerde benadering toe, maar onontbeerlijk is een pro-actief nadenken over integriteitrisico’s en een weldoordachte risicoanalyse. De risicoanalyse vormt de basis voor een visie en strategie voor de beheersing van integriteitrisico’s.

Onderzoek
DNB heeft voor dit onderzoek circa honderd instellingen uit vijf sectoren (banken, verzekeraars, pensioenfondsen, betaalinstellingen en trustkantoren) gevraagd om hun integriteitsrisicoanalyse. Daarnaast is gebruikgemaakt van de integriteitsrisicoanalyses van onder toezicht staande instellingen die bij andere onderzoeken zijn opgevraagd. Een eerste beoordeling van deze analyses laat zien dat de gebruikte systematiek varieert van globale, beschrijvende analyses tot gedetailleerde, cijfermatige analyses. Verder valt op dat de risicoanalyses zich beperken tot een klein aantal integriteitrisico’s en daarbij diepgang missen. En de instellingen waar DNB eerder wees op het belang van de risicoanalyse, hebben nu een (redelijk) goede analyse opgeleverd.

Guidance
DNB stelt guidance op om de instellingen een leidraad te geven bij het opstellen van een risicoanalyse. Hierbij maakt DNB gebruik van de goede voorbeelden uit de aangeleverde analyses. In de guidance staat onder meer:
◾ de noodzaak van een integriteitrisicoanalyse
◾ hoe een instelling een analyse kan opstellen
◾welke onderwerpen aan bod moeten komen.

DNB wil deze guidance in het derde kwartaal publiceren. Tegelijkertijd krijgen de individuele instellingen dan een terugkoppeling op hun risicoanalyse.

Tags:
3 juni 2015

DNB-onderzoek naar naleving van de sanctieregelgeving in vaste commissie voor Financiën besproken

door Ellen Timmer

Terwijl trustkantoren nog zitten met een groot aantal onbeantwoorde vragen over de sanctieregelgeving, is het onderzoek door DNB inzake naleving van de sanctieregelgeving door onder meer trustkantoren in vaste commissie voor Financiën van de tweede kamer tijdens een schriftelijk overleg besproken. Het verslag is op 20 mei jl. vastgesteld en vermeldt het volgende:

II Reactie van de Minister en de Staatssecretaris (…)

De leden van de GroenLinks-fractie vragen hoe het kabinet de conclusie van DNB beoordeelt naar aanleiding van het eerste onderzoek over het naleven van de sanctiewet dat «de activiteiten van de relatie onderbelicht worden bij trustkantoren».
De Minister van Financiën is het met DNB eens dat er een bijzondere inspanning gevraagd kan worden van de trustsector. De Regeling Toezicht Sanctiewet 1977 en de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014 stellen hoge eisen aan trustkantoren voor wat betreft de kennis die zij moeten hebben van hun relaties. Daar ligt het eerste aangrijpingspunt voor de adequate naleving van financiële sancties. Daarnaast kunnen ook de activiteiten van een relatie, zoals een uiteindelijk belanghebbende of een doelvennootschap, onder de werking van de sanctiemaatregelen vallen. De eisen die worden gesteld aan trustkantoren zijn, zoals aangekondigd in de brief van 14 mei 2014 [11] van de Minister van Financiën aangescherpt per 1 januari 2015.

De leden van de GroenLinks-fractie vragen om hoeveel trustkantoren het gaat en op welke wijze DNB heeft opgetreden tegen financiële instellingen die de sanctiewetgeving onvoldoende naleefden.
Voor het themaonderzoek uit 2014 naar sancties zijn 14 trustkantoren onderzocht. In de afgelopen jaren zijn er bij verschillende financiële instellingen maatregelen getroffen inzake de onvoldoende naleving van de Sanctiewet 1977, zoals een last onder dwangsom. Ook is het mogelijk dat op basis van de bevindingen van toezichtsonderzoek instellingen een plan van aanpak aanleveren om onvolkomenheden in de beheersing te herstellen – dat kan ook op verzoek van DNB. DNB controleert of de aanpak de zaken voldoende adresseert en of het plan goed wordt uitgevoerd.

Momenteel verricht DNB vervolgonderzoek naar het uitvoeren van de sancties door financiële instellingen. De leden van de GroenLinks-fractie vragen wanneer de uitkomsten daarvan bekend worden.
Deze resultaten worden in algemene zin via nieuwsbrieven teruggekoppeld aan de verschillende sectoren, en kunnen verder aanleiding geven tot aanpassing van de eerdergenoemde Leidraad. Zo heeft DNB inmiddels een deel van de uitkomsten gepubliceerd in de Nieuwsbrief Trustkantoren van maart 2015.12 Overigens is het thema «Sancties» door DNB opgenomen in de Thema’s DNB toezicht 2015 en zal er dus verder onderzoek plaatsvinden later in 2015.

[11] Kamerstukken II 2013/2014, 32 384, nr. 2

 

21 mei 2015

European Parlement adopted 4th Anti Money Laundering Directive

door Ellen Timmer

Yesterday the European Parlement adopted 4th Anti Money Laundering Directive (‘AMLD4′). The press release is to be found here and in my article on my weblog.
More information on my weblog: posts with the tag ‘4e Europese antiwitwasrichtlijn’; page on AMLD4. Those interested in the ubo-register can look at the ubo-register weblog.

20 mei 2015

Antecedentenregister DNB

door Ellen Timmer

Al lange tijd beheert DNB een register, waarin gegevens over beleidsbepalers van financiële ondernemingen worden opgeslagen. Sinds kort heeft dit antecedentenregister een eigen naam. DNB noemt het de ‘bestuurdersmonitor’. Op deze pagina beschrijft DNB wat het register inhoudt, wie er toegang toe hebben en dat geregistreerde personen om inzage kunnen vragen. Onderstaand het op de site van DNB gepubliceerde bericht:

Bestuurdersmonitor in werking

Datum:19 mei 2015
Status: factsheet
Referentie: 01536.13

Om de betrouwbaarheidstoets en geschiktheidstoets zo goed en efficiënt mogelijk uit te voeren, heeft DNB een nieuw register aangelegd: de bestuurdersmonitor.

Wat is de bestuurdersmonitor?
De bestuurdersmonitor is een niet-openbaar register van DNB waarin de antecedenten van de door DNB getoetste personen worden bijgehouden. Antecedenten worden in de monitor geregistreerd op persoonsniveau. Het gaat hierbij om bekende en nieuwe antecedenten van bestuurders, commissarissen en functionarissen van het tweede echelon die zijn getoetst vanaf 2 februari 2015.

Heeft de bestuurdersmonitor invloed op de toetsing?
De wijze waarop DNB toetst, verandert niet door de ingebruikname van de bestuurdersmonitor. Registratie in de bestuurdersmonitor heeft op zichzelf geen rechtsgevolg voor de betreffende persoon of de financiële onderneming.

Welke antecedenten worden geregistreerd?
In de bestuurdersmonitor worden de volgende antecedenten opgenomen:

  • Toezichtantecedenten: bijvoorbeeld maatregelen die DNB heeft opgelegd
  • Strafrechtelijkeantecedenten: bijvoorbeeld een veroordeling voor een strafbaar feit
  • Financiëleantecedenten: bijvoorbeeld betrokkenheid bij een faillissement
  • Fiscaalbestuursrechtelijke antecedenten: bijvoorbeeld een vergrijpboete van de Belastingdienst

Meer informatie over antecedenten vindt u hier.

Wanneer gebruikt DNB de bestuurdersmonitor?
Bij iedere toetsing door DNB wordt de monitor geraadpleegd, omdat het een overzicht geeft van de antecedenten die iemand heeft. Deze antecedenten worden bij de toetsing meegewogen. De zwaarte en de toerekenbaarheid zijn bepalend voor de weging van een antecedent. Meer informatie over antecedenten vindt u hier.

Hoe is de privacy van de gegevens geregeld in de bestuurdersmonitor?
In de bestuurdersmonitor wordt uiterst zorgvuldig omgegaan met persoonlijke gegevens. Op het opnemen van gegevens in de monitor zijn de rechten en plichten van de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing. Slechts een beperkte groep van instellingen en personen heeft toegang tot de informatie in de monitor. Binnen DNB heeft alleen het Expertisecentrum toetsingen toegang tot het register. Daarnaast bestaat de bevoegdheid tot het delen van de informatie in de monitor met instellingen zoals AFM, ECB, een buitenlandse financiële toezichthouder of een strafrechtelijke autoriteit.

De persoon van wie de gegevens in de bestuurdersmonitor zijn opgenomen kan bij DNB een schriftelijk verzoek indienen om inzage. Meer informatie daarover vindt u hier.

19 mei 2015

Brief minister van financiën naar aanleiding van nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer

Op 13 mei jl. verscheen op de site van de rijksoverheid een brief van de minister van financiën naar aanleiding van de nieuwsbrief van DNB voor trustkantoren, die onlangs is verschenen. In de brief komt onder meer aan de orde dat trustkantoren de Sanctiewet onvoldoende zouden naleven (gebaseerd op een klein onderzoek), terwijl uit de via het Compliance Platform Trustkantoren georganiseerde twee cursussen blijkt dat er vele praktische en theoretische vragen bij trustkantoren leven. Een groot aantal vragen konden tijdens de cursus niet door de docent van DNB worden beantwoord. Door DNB is toegezegd dat beantwoording zal plaats vinden, helaas zal dat nog enige tijd gaan duren.

Het is een goede zaak dat DNB nieuwsbrieven ten behoeve van de trustkantoren uitbrengt. De gang van zaken rondom het toezicht op de sanctieregelgeving door DNB illustreert dat aan de informatievoorziening door DNB nog veel dient te worden verbeterd. Dat zal de kwaliteit van de activiteiten van DNB ten goede komen.

Brief van de minister van 13 mei 2015:

NB De brief is ook op overheid.nl als html-pagina te vinden.

24 april 2015

Welkom volger 200

door Compliance Platform Trustkantoren

Vandaag heeft zich volger nummer 200 voor de e-mail signalering van deze site aangemeld: van harte welkom!
Het is prettig te constateren dat de nieuwsvoorziening via deze site op prijs wordt gesteld. De initiatiefnemers van het Platform zullen binnenkort van zich laten horen. Eerst even Koningsdag vieren.

21 april 2015

Inwerkingtreding 4e Europese antiwitwasrichtlijn binnenkort verwacht

door Ellen Timmer

Nu het ontwerp voor de 4e Europese antiwitwasrichtlijn (AMLD4) door de Europese Raad is vastgesteld, valt inwerkingtreding binnenkort te verwachten. Zie voor het persbericht en vindplaatsen dit bericht op mijn algemene weblog. Deze richtlijn is niet alleen van belang vanwege de introductie van het ubo-register. Ook bevat de richtlijn allerlei andere thema’s met gevolgen voor Wwft-plichtige ondernemingen.

Trustkantoren in AMLD4

Over trustkantoren (trust or company service providers) is het volgende in het ontwerp vermeld. In de considerans staat:

(51) Competent authorities should ensure that, with regard to (…) trust or company service providers (…) the persons who effectively direct the business of such entities and the beneficial owners of such entities are fit and proper. The criteria for determining whether or not a person is fit and proper should, as a minimum, reflect the need to protect such entities from being misused by their managers or beneficial owners for criminal purposes.

In artikel 47 is het volgende opgenomen:

1. Member States shall provide that (…) trust or company service providers be licensed or registered (…).

2. Member States shall require competent authorities to ensure that the persons who hold a management function in the entities referred to in paragraph 1, or are the beneficial owners of such entities, are fit and proper persons.

16 april 2015

Wwft-toezichthouder zat er naast met tuchtklacht tegen accountant

door Ellen Timmer

Het zorgelijke aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme(Wwft) is dat dat ondernemers het slachtoffer kunnen worden van ijverige overheidsdienaren met onvoldoende kennis van het vakgebied van de ondernemer, zeker als die overheidsdienaren beschikken over kennis ‘achteraf’. Zo bleek onlangs weer in een zaak tegen een accountant. Citaten uit de uitspraak zijn te vinden in het artikel op mijn algemene weblog.

Tags:
15 april 2015

Nieuwe DNB leidraad Wwft en Sanctiewet

door Ellen Timmer

Onlangs is door DNB een nieuwe leidraad Wwft en Sanctiewet uitgebracht, gericht op de ondernemingen waarop DNB toezicht houdt (zoals trustkantoren):