Posts tagged ‘AFM’

15 februari 2017

Trustsector op de agenda 2017 van het Financieel Expertise Centrum

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In het jaarplan 2017 van het Financieel Expertise Centrum (FEC) wordt de trustkantorensector genoemd als thema.

Op pagina 5 wordt de context van de FEC-thema’s aangegeven en staat er onder meer het navolgende:

  • Steeds vaker is er publiciteit rondom belastingontwijking door multinationals of door vermogende personen. De aanpak van belastingontduiking staat hoog op de nationale en internationale politieke agenda. Er is wereldwijd aandacht voor aanscherping van de fiscale regelgeving en transparantie over fiscaal gedrag. Deze ontwikkelingen raken ook de integriteit van de financiële sector. Uit verschillende incidenten is gebleken dat partijen die actief zijn in de financiële sector en onder toezicht staan van DNB of de AFM zoals banken, accountantsorganisaties, trustkantoren en vermogensbeheerders betrokken kunnen zijn bij fiscaal niet integer gedrag. Het kan daarbij gaan om zowel het fiscale gedrag van financiële ondernemingen in relatie tot de eigen belastingpositie, als het faciliteren van belastingontwijking of –ontduiking door klanten. In geval van belastingontduiking is al snel tevens sprake van witwassen. Betrokkenheid bij fiscale integriteitschendingen van partijen die actief zijn in de financiële sector doet afbreuk aan de integriteit van de financiële sector en kan het vertrouwen daarin ernstig aantasten.
  • De trustsector loopt een groot inherent risico om betrokken te raken bij financieel economische criminaliteit, zoals witwassen, de financiering van terrorisme en loopt het risico om betrokken te raken bij maatschappelijk onbetamelijke fiscale constructies. De toezichthouder op de trustsector wees hier het afgelopen jaar regelmatig op en heeft de trustsector hier ook op aangesproken. Het is van belang dat de sector deze risico’s adequaat gaat beheersen. Ook de internationale aanpak van complexe fiscale structuren kan bij trustkantoren leiden tot integriteitsproblematiek. Veel FEC-partners zijn betrokken bij het toezicht op de beheersing van integriteitsrisico’s of bij de opsporing van integriteitsmisstanden in de trustsector en/of aanverwante partijen. Voor een effectieve aanpak hiervan werken zij dan ook in 2017 weer samen op dit thema.

Bij het FEC-thema trustsector wordt de volgende opdrachtomschrijving gegeven:

Op de langere termijn wordt beoogd dat trustkantoren zichtbaar eigen verantwoordelijkheid nemen met betrekking tot de risico identificatie en mitigatie van hun dienstverlening. Trustkantoren hebben daartoe een integere en professionele organisatiestructuur waarbij het belang van integriteit is ingebed in de bedrijfscultuur. Dit vindt zijn weerslag in de relatie met en selectie van hun klanten.
In aansluiting op het verkennende project worden in 2017 de aanbevelingen uit de verkenning uitgevoerd. Deze aanbevelingen omvatten het nader uitwisselen van kennis over de trustsector, nadere samenwerking met BFT en FEC-partners bij de aanpak van illegale trustkantoren en de mogelijkheden te verkennen van een specifiek op de trustsector geformuleerd handhavingsbeleid.

Meer informatie: het jaarplan 2017, te vinden via deze pagina.

15 december 2015

Geschiktheidstoetsing in het financiële toezicht | de cijfers

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Al eerder schreef ik over het cijfermateriaal inzake de toetsing van geschiktheid in de financiële sector.
In aansluiting daar op attendeer ik de lezers op de brief van AFM en DNB van 25 juni 2015. In deze brief verschaffen DNB en AFM op verzoek van een vaste kamercommissie inzicht in de effecten van geschiktheidstoetsingen. De rapportage geeft een eerste beeld en cijfers voor de jaren 2013 en 2014, waarbij de toezichthouders aangeven dat het – gegeven de relatief jonge toetsingspraktijk – nog niet mogelijk is om duidelijke ontwikkelingen of trends uit de cijfers te halen.

19 augustus 2015

DNB komt met guidance integriteitsanalyse

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

In een bericht van 17 augustus 2015 meldt DNB dat de uitkomst van een onderzoek door DNB in 2015 naar ruim 170 integriteitrisicoanalyses van banken, verzekeraars, betaalinstellingen, trustkantoren en pensioenfondsen is dat meer dan 80% van de analyses niet voldoet en dat er vele instellingen zijn die niet over een integriteitrisicoanalyse beschikken.

Dit bericht kan opmerkelijk worden genoemd. Het zou nl. kunnen betekenen dat DNB de verwachtingen omtrent het uitvoeren van integriteitrisicoanalyses onvoldoende onder de vergunninghouders heeft gecommuniceerd, zodat zij niet op de hoogte waren wat er van hen werd verwacht. Het illustreert ook dat DNB bekendheid veronderstelt in ‘de markt’ waar die bekendheid er helemaal niet is.

Het is verheugend dat DNB nu guidance op het gebied van integriteitsrisicoanalyse publiceert. Jammer is dat daar geen publieke internetconsultatie aan is vooraf gegaan. Zoiets hoort wel bij een dergelijk document. Wat dat betreft doet de AFM het anders, wat blijkt uit hun consultatie over de beleidsregel incidentenmelding, waar DNB een voorbeeld aan zou kunnen nemen.

Onderstaand het complete bericht van DNB:

Good practices “De Integriteitrisicoanalyse – meer waar dat moet, minder waar dat kan”

Relevant voor: ba, bti, pf, tk, vz, wi
Geldigheid: geldig
Datum: 17 augustus 2015
Status: factsheet
Referentie: 01823
Auteur: DNB

In 2015 heeft DNB ruim 170 integriteitrisicoanalyses van banken, verzekeraars, betaalinstellingen, trustkantoren en pensioenfondsen beoordeeld. Uit de deze beoordeling blijkt dat meer dan 80% van de analyses niet voldoet en dat er vele instellingen zijn die niet over een integriteitrisicoanalyse beschikken. DNB vindt het zorgelijk dat dit cruciale onderdeel bij zo veel instellingen niet op orde is en heeft daarom besloten deze good practices te publiceren.

In de good practices kunnen financiële instellingen en pensioenfondsen lezen welke stappen een instelling of fonds moet nemen om een gedegen integriteitrisicoanalyse op te stellen. Een integriteitrisicoanalyse is niet alleen een wettelijke verplichting. Zonder deze risicoanalyse kan een instelling of fonds de integriteitwetgeving niet risicogebaseerd naleven. Daarnaast is de integriteitrisicoanalyse een voorwaarde voor een toereikende inrichting van de integere bedrijfsvoering.

De good practices beschrijven waarom een instelling of een fonds een integriteitrisicoanalyse moet maken, hoe dat gedaan kan worden en welke gevolgen aan de risicoanalyse verbonden moeten worden.

Good Practices
De integriteitrisicoanalyse

Dit bericht is ook op mijn algemene weblog geplaatst.

25 juli 2014

Naming and shaming in de Wtt: publicatie van lasten onder dwangsom en boetes

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Uit de wetgevingsbrief van de minister van financiën van 15 juli 2014 (wetgevingsbrief op het terrein van de financiële markten) blijkt dat de minister gehoor zal gaan geven aan het verzoek van DNB. Dat verzoek hield in dat DNB meer bevoegdheden wenst om lasten onder dwangsom en boetes opgelegd aan onder DNB-toezicht staande instellingen bekend te mogen maken. Een en ander zoals de AFM dit al veel langer doet.

DNB schrijft in de eigen brief dat in de recente praktijk is gebleken dat er een verschil bestaat tussen DNB en AFM ten aanzien van de publicatie van boetes vanwege overtreding op het gebied van de beheerste en integere bedrijfsvoering. In de Wwft, Wtt en Sanctiewet 1977 ontbreekt op dit moment een dergelijke publicatiemogelijkheid. DNB meent dat het opnemen van een dergelijke bepaling in deze wetten goed aansluit bij het streven van DNB naar meer transparantie. Voorts meent DNB dat er een preventieve werking. van kan uitgaan.

Straffen zonder rechter

Persoonlijk blijf ik er moeite mee hebben dat sancties door AFM en DNB bekend mogen worden gemaakt, terwijl het geschil met de financiële onderneming nog niet aan de rechter is voorgelegd. Publicatie van dit soort gegevens is nl. de facto als een straf te beschouwen, een straf die niet ongedaan kan worden gemaakt, ook al zou het trustkantoor gelijk krijgen van de rechter.

Straffen horen door de rechter te worden opgelegd, niet door een bestuursorgaan. Ik zie ook niet in waarom er niet een speciale strafprocedure zou kunnen worden gecreëerd, waarin DNB en AFM als aanklager (in plaats van het Openbaar Ministerie) kunnen optreden. Het is hoog tijd dat het procesrecht op dit punt wordt aangepast.

Zie over naming & shaming ook de berichten op mijn algemene weblog.

%d bloggers liken dit: