9 september 2013

10 oktober relatiedag FIU-Nederland voor trustkantoren in het kader van de Wwft

door Compliance Platform Trustkantoren

FIU-Nederland en de Holland Quaestor nodigen trustkantoren uit om deel te nemen aan de ‘Relatiedag FIU-Nederland Trustkantoren’ op donderdag 10 oktober 2013 in Hotel Schiphol (Van der Valk Schiphol A4). De onderwerpen die aan bod komen zijn de meldketen, het herkennen en melden van ongebruikelijke transacties in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de rol van de trustkantoren in het bestrijden van witwassen en terrorismefinanciering.
Trustkantoren zijn op basis van de Wwft bij wet verplicht om (voorgenomen) ongebruikelijke transacties te melden bij de FIU-Nederland.
Zie voor de aankondiging ook de site van FIU-Nederland, het programma staat hier. Het organiserend bureau is te bereiken onder: relatiedag@wvhcommunicatie.nl

Met dank aan Ella van Kranenburg, advocaat financieel recht, voor het attenderen op dit bericht.

3 september 2013

Nieuwe plannen inzake het toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer

Iedereen zal inmiddels kennis hebben genomen van de brief van 30 augustus jl. met de kabinetsreactie op de rapporten inzake belastingheffing bij internationale ondernemingen. In de brief worden ook voor trustkantoren relevante voornemens vermeld, nl. op pagina 9:

Het kabinet is zich van dit risico bewust en heeft zich onder andere voorgenomen om in overleg met DNB de Regeling Integere Bedrijfsvoering Wet Toezicht Trustkantoren aan te scherpen [noot 12].

[noot 12] Deze aanscherping vloeit ook voort uit de IMF-evaluatie inzake de implementatie van de internationale standaarden tegen witwassen en terrorisme financiering (FATF) uit 2011.

Meer informatie:

16 augustus 2013

Voorstellen tot wijziging Wtt en Wwft in consultatie Wijzigingswet financiële markten 2015

door Ellen Timmer

Gisteren is de consultatie inzake de Wijzigingswet financiële markten 2015 gestart. In het voorstel zijn wijzigingen van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) opgenomen. Onderstaand meer informatie over de voorgestelde wijzigingen in de Wtt. Zie voor de voorstellen inzake de Wwft dit artikel.

Er worden in artikel IX twee wijzigingen van de Wtt voorgesteld:

A
In artikel 1, onderdeel d, onder 2°, aanhef, wordt “het adres of het postadres, bedoeld in” vervangen door: een postadres of een bezoekadres als bedoeld in.

B
Artikel 5, tweede lid, komt te luiden:
2. Een wijziging als bedoeld in het eerste lid wordt niet doorgevoerd, anders dan na toestemming van de toezichthouder.

De voorstellen worden als volgt toegelicht:

A
In artikel 1, onderdeel d, onder 2°, Wet toezicht trustkantoren wordt de term “het adres of het postadres” in de verwijzing naar de Handelsregisterwet 2007, vervangen door “een postadres of een bezoekadres”. Met deze wijziging wordt beoogd de situatie te ondervangen waarin meer dan één adres aan een onderneming ter beschikking wordt gesteld. Verder wordt de terminologie aangepast aan de Handelsregisterwet 2007.

B
De wijziging van artikel 5, tweede lid, heeft betrekking op de voorwaarde waaronder een trustkantoor wijzigingen als bedoeld in het eerste lid van dat artikel mag doorvoeren. Thans is bepaald dat dergelijke wijzigingen niet mogen worden doorgevoerd indien de toezichthouder binnen zes weken het voornemen daartoe afwijst of om nadere gegevens of inlichtingen verzoekt. De onderhavige wijziging strekt ertoe dat de toezichthouder uitdrukkelijk dient in te stemmen met dergelijke wijzigingen. In lijn met soortgelijke bepalingen in de Wet op het financieel toezicht kan daardoor niet meer stilzwijgend worden ingestemd.

Tags:
15 augustus 2013

Naar een beter financieel toezicht met De Nederlandsche Bank

door Ellen Timmer

Op ManagementSite verscheen op 14 augustus jl. een interview met Femke de Vries, divisiedirecteur Toezicht Expertisecentra bij De Nederlandsche Bank onder de titel “Naar een beter financieel toezicht”. Citaat:

Voor DNB is de belangrijkste les dat we het toezicht meer vooruitblikkend willen maken. We willen problemen op het spoor komen voordat ze zich vertalen in de cijfers. Als dat gebeurt sta je als toezichthouder vaak machteloos.

Tags:
14 augustus 2013

Nieuwe informatiebron voor Wwft cliëntenonderzoek: de database van ICIJ

door Ellen Timmer

Een groep journalisten, opererend onder de naam The International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), doet onderzoek naar misbruik van offshore vennootschappen. Zie voor een korte beschrijving van de activiteiten van de ICIJ deze pagina.

In het kader van de activiteiten betreffende offshore vennootschappen heeft de ICIJ een Offshore Leaks Database samengesteld, die ook voor het publiek te raadplegen is. Ondernemingen die cliëntenonderzoek dienen uit te voeren op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) kunnen er hun voordeel mee doen.

Tags: ,
12 augustus 2013

Wijziging Wet toezicht trustkantoren in het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2014

door Ellen Timmer

In een op 31 juli jl. ingediende nota van wijziging in het kader van de behandeling van het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt ook tekst inzake de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) aangepast. Onderstaand volgen allereerst de voorgestelde wijzigingen en vervolgens de toelichting.

Onderwerpen die onder meer aan de orde komen:

  • Definitie van dienstverlening door een trustkantoor.
  • Definitie van het begrip “uiteindelijk belanghebbende“;
  • De grondslag voor het stellen van regels aan trustkantoren met het oog op een integere bedrijfsvoering.
  • Uitbreiding van de aanwijzingsbevoegdheid.
  • Afstemming tussen Wtt en Wwft.
  • Wijziging van de Wet op de economische delicten.

Wijzigingsvoorstel

S
Artikel XIV, onderdeel A, komt te luiden:

A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:
c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:
1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust;
tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;

2. Onderdeel d wordt als volgt gewijzigd:
a. Subonderdeel 1 komt te luiden:
1°. het zijn van bestuurder of vennoot van een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is; .
b. In subonderdeel 2 vervalt “als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt” en wordt “tot dezelfde groep behorende” vervangen door: tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende.
c. In subonderdeel 4 wordt “een, niet tot dezelfde groep als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt behorende” vervangen door: een niet tot dezelfde groep behorende. d. In subonderdeel 5 wordt “een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt” vervangen door: een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van de vennootschap.

T
Artikel XIV, onderdeel D, subonderdeel 1, komt te luiden:
1. In de aanhef wordt na “begrepen” ingevoegd “regels omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door trustkantoren, alsmede” en wordt “, zodanig dat” vervangen door: alsmede die ertoe strekken dat.

U
Artikel XVI, onderdeel A, komt te luiden:
A
Artikel 1, eerste lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 1 wordt “die ingevolge artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, van die wet geregistreerd is” vervangen door: , niet zijnde een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap waarvoor op grond van artikel 2:11, tweede lid, of artikel 2:16, vierde lid, van die wet geen vergunning tot uitoefening van het bedrijf van bank vereist is;.
2. Subonderdeel 2 komt te luiden:
2°. degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden die zijn opgenomen onder punt 2, 3, 5, 6, 9, 10 en 12 van Bijlage I van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU 2006, L 177);.

V
In artikel XVI wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ba
Artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 2 wordt “met zetel in Nederland” vervangen door: waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren is verleend.
2. In subonderdeel 4 wordt “een instelling als bedoeld onder 2°” vervangen door: een instelling als bedoeld onder 1° of 3°.

W
Aan artikel XVI worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

E
In de artikelen 26 en 27 wordt “de artikelen 2, 3, eerste tot en met derde en zevende lid,” tot en met “34 en 35 van deze wet” telkens vervangen door “de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste tot en met vijfde, zevende en achtste lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, eerste tot en met vijfde lid, 9, eerste lid, 10, tweede lid, 11, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, en 35 en 38, eerste, tweede en vierde lid, van deze wet” en wordt de punt aan het eind van het eerste lid telkens vervangen door: , alsmede ter zake van het geen gevolg geven dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een krachtens artikel 32 gegeven aanwijzing.

F
Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32
Indien een instelling niet voldoet aan haar verplichtingen op grond van de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste tot en met vijfde, zevende en achtste lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, eerste tot en met vijfde lid, 9, eerste lid, 10, tweede lid, 11, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, 35 en 38, eerste, tweede en vierde lid, van deze wet, artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2006/1781 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU 2010, L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010, L 302), kan de op grond van artikel 24, eerste lid, aangewezen persoon door middel van het geven van een aanwijzing de instelling verplichten binnen een door de op grond van artikel 24, eerste lid, aangewezen persoon gestelde termijn een bepaalde gedragslijn te volgen.

X
Na artikel XIX wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIXa
Artikel 1, onder 2°, van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:
1. In de zinsnede met betrekking tot de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme wordt “de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23 eerste en tweede lid, 33 en 34” vervangen door: de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 8, 9, eerste lid, 16, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, en 38, eerste, tweede en vierde lid.
2. In de zinsnede met betrekking tot de Wet toezicht trustkantoren wordt “de artikelen 2, eerste en derde tot en met vijfde lid,” vervangen door: de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, 2a,.

Toelichting op de voorgestelde wijzigingen

S
In artikel 1, onderdeel d, wordt het begrip dienst gedefinieerd, ter afbakening van de werkzaamheden die vallen onder de vergunningplicht van de Wet toezicht trustkantoren. Het begrip dienst is onderdeel van de definitie van het begrip trustkantoor in onderdeel a. Zodoende kan het gebruik van de term trustkantoor in de definitie van dienst leiden tot verwarring, nu het lijkt alsof daarmee de definitie van trustkantoor indirect naar zichzelf verwijst. Om dit te vermijden wordt de term trustkantoor geschrapt uit de definitie van dienst in onderdeel d. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

T
Artikel 10 bevat de grondslag voor het stellen van regels aan trustkantoren met het oog op een integere bedrijfsvoering. In die regels worden trustkantoren ondermeer verplicht desgevraagd inlichtingen te verstrekken over (voormalige) personeelsleden aan een ander trustkantoor of financiële instelling. Voor alle duidelijkheid wordt met de onderhavige wijziging de bevoegdheid tot het stellen van regels ter zake geëxpliciteerd in deze grondslag.

U
In onderdeel U wordt een wijziging van artikel 1, onderdeel a, onder 2°, ingevoegd. De wijziging strekt ertoe de reikwijdte van de Wwft nader af te stemmen op de derde witwasrichtlijn [4]. Thans wordt in dit onderdeel verwezen naar de definitie van financiële instelling in de Wet op het financieel toezicht. Die definitie ziet echter mede op “het verwerven of houden van deelnemingen”, hetgeen buiten de reikwijdte van de derde witwasrichtlijn valt. Om die reden wordt de verwijzing naar die definitie vervangen door de inhoud van die definitie, onder weglaten van het bedoelde element. Ook is de verwijzing naar bepaalde punten van bijlage I bij de herziene richtlijn banken [5] niet overgenomen uit die definitie, nu de daar bedoelde werkzaamheden reeds zijn benoemd in andere subonderdelen van artikel 1, onderdeel a, van de Wwft: punt 4 overlapt met subonderdeel 20, de punten 7, 8 en 11 overlappen met subonderdeel 6, en punt 15 overlapt met subonderdeel 22.

V
In artikel 5, eerste lid, van de Wwft is geregeld dat het verplichte cliëntenonderzoek onder voorwaarden door een derde kan worden uitgevoerd. In onderdeel a zijn de categorieën derden aangewezen die daarvoor in aanmerking komen. Daarbij is telkens als vereiste opgenomen dat de derde zijn zetel in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie heeft, met uitzondering van trustkantoren waarvoor een zetel in Nederland is vereist. Echter, de vergunningplicht in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) is per 1 juli 2012 uitgebreid tot het met zetel buiten Nederland verrichten van trustdiensten naar Nederland. In aansluiting daarbij wordt in subonderdeel 2 het vereiste van een zetel in Nederland vervangen door het vereiste van een vergunning op grond van de Wtt. In subonderdeel 4 is geregeld dat de derde zijn zetel ook kan hebben in een andere staat indien deze daartoe door de Minister van Financiën is aangewezen. Daarbij is ten onrechte verwezen naar subonderdeel 2 (trustkantoren), terwijl juist verwezen moest worden naar subonderdelen 1 (financiële instellingen) en 3 (juridische dienstverleners). Dit wordt hersteld met de wijziging in het nieuwe onderdeel Ba.

W
Toezichthouders kunnen thans een aanwijzing geven aan instellingen in geval van overtreding van de voorschriften inzake de melding van ongebruikelijke transacties en de opleiding van personeel. In de toezichtpraktijk is gebleken dat het instrument van de aanwijzing ook ten aanzien van andere voorschriften van nut kan zijn. De wijziging van artikel 32 strekt ertoe de mogelijkheid tot het geven van een aanwijzing uit te breiden tot alle voorschriften waarvan overtreding bedreigd wordt met een boete. Door een verwijzing naar artikel 32 op te nemen in de artikelen 26 en 27 kan ook voor het niet naleven van een aanwijzing een boete of een last onder dwangsom worden opgelegd.

X
De wijziging van de Wet op de economische delicten strekt tot strafbaarstelling van overtreding van de voorschriften die bij wetswijziging van 1 januari 2013 (Stb. 2012, 686) zijn opgenomen in de Wwft. Die voorschriften liggen op het terrein van het verplichte cliëntenonderzoek en de meldingsplicht inzake ongebruikelijke transacties. De wijziging van de Wet op de economische delicten strekt voorts tot strafbaarstelling van overtreding van de vergunningplicht die per 1 juli 2012 (Stb. 2011, 610) is ingevoerd in de Wet toezicht trustkantoren. Die vergunningplicht geldt voor het als trustkantoor werkzaam zijn door middel van het verrichten van diensten naar Nederland.

Noten
[4] Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PbEU 2005, L 309).
[5] Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU 2006, L 177).

Aanvulling 8 oktober 2013

Inmiddels is het wetsvoorstel “Wijzigingswet financiële markten 2014” aangenomen door de Tweede Kamer. Het lijkt er op dat de voorstellen waarover ik hierboven schreef zijn overgenomen. De wijzigingstekst inzake de Wtt, als opgenomen in artikel XIV luidt als volgt:

ARTIKEL XIV
De Wet toezicht trustkantoren wordt als volgt gewijzigd:

A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:

c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:
1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust; tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;

2. Onderdeel d wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 1 komt te luiden:

1°. het zijn van bestuurder of vennoot van een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is;.

b. In subonderdeel 2 vervalt «als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt» en wordt «tot dezelfde groep behorende» vervangen door: tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende.

c. In subonderdeel 4 wordt «een, niet tot dezelfde groep als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt behorende» vervangen door: een niet tot dezelfde groep behorende.

d. In subonderdeel 5 wordt «een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt» vervangen door: een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van de vennootschap.

B
In artikel 2a wordt «artikel 2, eerste, tweede of derde lid,» telkens vervangen door: de bij of krachtens de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 10, eerste lid, gestelde regels,.

C
In artikel 9, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 2, derde lid» vervangen door: artikel 2a, eerste lid.

D
Artikel 10, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt na «begrepen» ingevoegd «regels omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door trustkantoren, alsmede» en wordt «, zodanig dat» vervangen door: alsmede die ertoe strekken dat.

2. De onderdelen a en b komen te luiden:

a. het trustkantoor cliëntenonderzoek verricht dat het trustkantoor onder meer in staat stelt de identiteit te kennen van de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende of over informatie te beschikken waaruit blijkt dat er geen uiteindelijk belanghebbende is;
b. het trustkantoor kennis heeft van de herkomst en de bestemming van de gelden van de doelvennootschap, de trust of de vennootschap waarvan het trustkantoor gebruikmaakt in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 5°;.

3. In onderdeel e wordt «de uiteindelijk belanghebbende» vervangen door «de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende» en wordt de punt aan het eind van subonderdeel 4° vervangen door een puntkomma.

4. Onderdeel f komt te luiden:

f. het trustkantoor bij het bemiddelen bij de verkoop van een vennootschap in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 3°, de identiteit kent van de koper en de verkoper en van de uiteindelijk belanghebbende van de koper en de verkoper;.

5. Onderdeel h wordt vervangen door twee onderdelen, luidende:

h. het trustkantoor kennis heeft van het doel van zijn dienstverlening en onderzoekt of aan die dienstverlening integriteitsrisico’s zijn verbonden;
i. door het trustkantoor geen dienst wordt verleend, indien niet wordt voldaan aan onderdeel a.

29 juli 2013

Nieuwe definitie “terrorismefinanciering” treedt op 1 september 2013 in werking

door Ellen Timmer

Blijkens een besluit van 19 juli 2013 treedt op 1 september 2013 een wijziging in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) in werking als gevolg van de wet strafbaarstelling financieren van terrorisme van 10 juli jl. Door de wetswijziging komt artikel 1, eerste lid, onderdeel i Wwft te luiden:

i. financieren van terrorisme: de gedraging strafbaar gesteld in artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht

Artikel 421 Wetboek van Strafrecht luidt met ingang van 1 september 2013:

Artikel 421
1. Als schuldig aan het financieren van terrorisme wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie:

a. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf;
b. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in:

– de artikelen 117 tot en met 117b alsmede artikel 285, indien dat misdrijf is gericht tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen;
– de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, de artikelen 161quater, 173a en 284a alsmede de artikelen 140, 157, 225, 310 tot en met 312, 317, 318, 321, 322 en 326, indien het feit opzettelijk wederrechtelijk handelen betreft met betrekking tot kernmateriaal;
– de artikelen 162, 162a, 166, 168, 282a, 352, 385a tot en met 385d;
– de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 121 tot en met 123, 140, 157, 161, 161bis, 161sexies, 164, 170, 172, 287, 288 en 289, indien het feiten betreft die worden gepleegd door middel van het opzettelijk wederrechtelijk tot ontlading of ontploffing brengen van een springstof of ander voorwerp, of het laten vrijkomen, verspreiden of inwerken van een voorwerp, waardoor levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke materiële schade te duchten is.

2. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Opmerkelijk is dat ook het verschaffen van inlichtingen onder het begrip “terrorismefinanciering” valt, zie hierover mijn eerdere bericht: Volgens wetsvoorstel omvat financieren van terrorisme ook het verschaffen van inlichtingen (14 maart 2013).

29 juli 2013

Bericht DNB over FATF rapporten over witwas- en terrorismefinancieringstypologieën

door Ellen Timmer

In een ook voor trustkantoren bestemd bericht van 25 juli jl. laat DNB weten dat de Financial Action Task Force (FATF), tijdens de plenaire vergadering in juni jl. een aantal rapporten heeft aangenomen over onder andere Politically Exposed Persons (PEPs), New Payment Products and Services (NPPS) en de kwetsbaarheid juridische dienstverleners [*] ten aanzien van witwassen en terrorismefinanciering. Trustkantoren dienen met de aanbevelingen rekening te houden.

[*] Advocatenorganisatie CCBE had bezwaar tegen de FATF aanpak en heeft zich uit de werkgroep teruggetrokken, zie dit bericht.

Tags: ,
29 juli 2013

Vragen door Amsterdamse gemeenteraadsleden over trustkantoren

door Ellen Timmer

Begin juli 2013 beantwoordde het college van burgemeester & wethouders vragen van gemeenteraadsleden over de activiteiten van trustkantoren in Amsterdam, zie dit pdf bestand.

9 juli 2013

DNB verzoekt om maatregelen tegen kleine trustkantoren / ten minste twee dagelijkse beleidsbepalers

door Ellen Timmer

Gisteren heeft de minister van financiën een wetgevingsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd, samen met brieven van DNB en AFM met hun “verlanglijstjes”. Daar komt de trustsector ook in voor. DNB verzoekt in zijn brief om maatregelen tegen kleine trustkantoren, de Bank schrijft:

Minimaal twee dagelijkse beleidsbepalers trustkantoren

De afgelopen jaren is een toename te zien van het aantal kleine trustkantoren, waarbij het dagelijks beleid vaak bepaald wordt door één natuurlijke persoon. Vanuit het uitvoerend toezicht op trustkantoren komt naar voren dat er een verhoogd integriteitsrisico bestaat bij deze eenmanskantoren. Er is sprake van onvoldoende checks and balances, omdat er geen sprake is van functiescheiding. Dit verhoogde risico wordt thans gedeeltelijk gemitigeerd door te eisen dat een dergelijk kantoor een externe compliance officer aanstelt en er extra eisen worden gesteld aan deze uitbesteding. Deze bieden in de praktijk echter onvoldoende waarborg dat dit risico voldoende wordt gemitigeerd.

Van trustkantoren wordt verwacht dat zij als poortwachter de toegang tot het financiële systeem bewaken. DNB is van mening dat deze poortwachterfunctie in de praktijk onvoldoende kan worden uitgeoefend door een trustkantoor zonder voldoende omvang en een dagelijkse beleidsbepaler die zich volledig op deze functie toelegt. De voorgenomen wijzigingen van de Regeling Integere Bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren ten aanzien van de interne controle zijn een goede tussenstap richting een strenger wettelijk kader ten aanzien van de integere bedrijfsvoering van trustkantoren. In aanvulling hierop acht DNB het van belang dat er ten minste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen.

DNB verzoekt om de Wtt aan te vullen met een artikel overeenkomstig artikel 3:15 Wet op het financieel toezicht en te vereisen dat bij trustkantoren er ten minste twee natuurlijke personen optreden als dagelijkse beleidsbepaler.

De minister reageert als volgt:

Ik onderken dat bij trustkantoren waar het dagelijks beleid wordt bepaald door niet meer dan één persoon sprake kan zijn van een verhoogd integriteitsrisico. In dat verband is in de voorgenomen herziening van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren een versterking van de compliancefunctie opgenomen. In aanvulling daarop ben ik voornemens te regelen dat ten minste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen van een trustkantoor, tenzij blijkt dat de met bedoelde herziening van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren dit risico adequaat wordt ondervangen. Daartoe zal ik het effect van die herziening, in overleg met DNB als toezichthouder, een jaar na inwerkingtreding evalueren.