25 juli 2014

Meer risicogebaseerd toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer

Hoewel ik in de veronderstelling verkeerde dat het toezicht op trustkantoren in hoge mate risicogebaseerd is, denkt DNB daar blijkens de wetgevingsbrief die onlangs is bekend gemaakt anders over.

Naar aanleiding van de mededelingen van DNB deelt de minister van financiën het volgende mee:

Risicogebaseerd toezicht  trustkantoren
Ik sta welwillend tegenover de wens voor een meer risicogebaseerd  regelgevend kader voor trustkantoren. Ten aanzien van het eerste  punt (verruiming van de mogelijkheid om boetes te publiceren)  verwijs ik naar het betreffende onderdeel in deze brief. Ten aanzien  van het tweede punt, verruiming van de mogelijkheden tot het  intrekken van de vergunning  kan ik berichten dat ik positief  tegenover de wens van DNB sta. Ik zal in overleg met DNB de mogelijkheden verkennen.

DNB schrijft in de brief dat een betere gelijkschakeling tussen Wtt en Wft/Wwft zou moeten plaats vinden, door het invoeren van normen voor beheerste en integere bedrijfsvoering in de Wtt, naar model van artikel 3:17 Wft. In samenhang daarmee zou een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers moeten worden ingevoerd naar het model van artikel 3:15 Wft. De cliëntenidentificatie zou net zo risicogebaseerd moeten worden als in de Wwft (ik begrijp van het verhaal over de cliëntenidentificatie helemaal niets, eerlijk gezegd).

Zie voor de complete tekst de brief van DNB, een helaas niet citeerbaar pdf bestand, zodat ik de tekst niet makkelijk kon kopiëren en in dit bericht plakken.

Zie over naming & shaming het andere bericht op dit blog.

Aanvulling 28 juli 2014
Met dank aan Nicolaas Weeda, bij wie het OCR programma wel werkte, onderstaand passages uit de brief van DNB over trustkantoren:

Publicatie van lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes
Bij het streven naar meer transparantie, past ook een beleid om door de toezichthouder opgelegde handhavingsmaatregelen, zoals bestuurlijke boetes, openbaar te maken. In de recente praktijk is gebleken dat er een verschil bestaat tussen DNB en de AFM ten aanzien van de publicatie van bestuurlijke boetes vanwege overtreding op het gebied van de beheerste en integere bedrijfsvoering. In de consultatieversie van het Implementatiebesluit CRD IV en CRR is voorzien dat di t verschil voor nieuwe gevallen wordt opgeheven. DNB verwelkomt dit.

Ten aanzien de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en de Sanctiewet l 977 (Sw) ontbreekt op dit moment nog de mogelijkheid tot publicatie van lasten onder dwangsom of van bestuurlijke boetes. Het opnemen van een dergelijke bepaling in deze wetten zou goed aansluiten bij het streven van DNB naar meer transparantie en de preventieve werking hiervan.

Hetzelfde geldt voor lasten onder dwangsom of bestuurlijke boetes die DNB oplegt op grond van artikel 9c, eerste respectievelijk tweede lid, van de Bankwet 1998 voor overtredingen van – kort gezegd – de echtheids- en geschiktheidsvereisten voor eurobankbiljetten als bedoeld in artikel 9a, eerste tot en met derde lid, van de Bankwet 1998 of voor overtredingen van de Verordening valsemunterij (EG) nr. 1338/2001. Ook voor andere regelgeving waar DNB toezicht op houdt, zoals SEPA, geldt dat DNB streeft naar het zoveel mogelijk transparantie.

DNB verzoekt om de bevoegdheid om lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes te publiceren die worden opgelegd in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), Wet toezicht trustkantoren ( Wtt) en de Sanctiewet 1977 (Sw), dan wel op grond van artikel 9c, eerste respectievelijk tweede lid, van de Bankwet 1998. (…)

Risicogebaseerd toezicht trustkantoren

DNB verwelkomt de aanstaande wijziging van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren (Rib Wtt). De wijziging van de Rib is een belangrijke stap in hel streven van DNB naar een trustsector met professionele en goed bestuurde trustkantoren die voldoen aan wel- en regelgeving. In het belang van verdere professionalisering en toekomstbestendigheid van de trustsector acht DNB het van belang om voortbouwend op de nieuwe Rib, de Wtt nader te herzien en meer risicogebaseerd in te richten en in lijn te brengen met de institutionele eisen uit de Wft en de cliëntidentificatievereisten  ui t de Wwft.

Een betere gelijkschakeling tussen de Wtt en de Wft/ Wwft zou kunnen worden gerealiseerd door het invoeren van normen voor beheerste en integere bedrijfsvoering i n de Wtt, naar model van 3: 17 Wft, door te expliciteren dat de bedrijfsvoering van trustkantoren erop gericht moet zijn om de risico’s die het bedrijf van trustkantoor met zich meebrengt te mitigeren. In samenhang hiermee zou een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers moeten worden ingevoerd, naar model van 3: 15 Wft. Tevens zouden de cliëntidentificatievereisten voor trustkantoren  meer risicogebaseerd moeten worden ingericht, naar model van de Wwft en zou de afbakening van de reikwijdte van de Wtt en de onder de wet gereguleerde diensten moeten worden herzien, ter beperking van het inherente integriteitrisico dat bepaalde diensten met zich meebrengen.

In aanvulling op het aanscherpen van de vereisten voor trustkantoren is het noodzakelijk dat van formele handhavingsmaatregelen een signaal uitgaat door verruiming van de mogelijkheden om boetes te publiceren, naar model van afdeling 1.5.2 van de Wft. In het geval dat een trustkantoor structureel niet in staat is om aan de wettelijke normen te voldoen en DNB vaststelt dat er geen andere middelen openstaan om naleving van de normen af te dwingen, dan moet DNB voldoende mogelijkheid hebben om de vergunning in te trekken, naar model van 1: 104 Wft.

Tot slot geldt dat de Beleidsregel Betrouwbaarheidsloetsing van DNB en AFM na een recente wijziging van regelgeving alleen nog van toepassing is op trustkantoren. Voor Wft-instellingen zijn de bepalingen aangaande de betrouwbaarheidstoetsing sinds enige tijd opgenomen in het Besluit prudentiële regels. Ook voor trustkantoren zouden deze regels op termijn in bijvoorbeeld de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt 2014 kunnen worden ingevoegd. De Beleidsregel Betrouwbaarheidstoetsing zou dan kunnen worden ingetrokken.

DNB denkt graag mee over de mogelijkheden het regelgevend kader voor trustkantoren meer risicogebaseerd te maken, in lijn met de Wft, om verdere professionalisering van de sector te kunnen bevorderen.

NB Door mij is niet gecheckt of een en ander volledig goed is overgekomen. Raadpleeg als het nodig is de originele tekst.

 

25 juli 2014

Naming and shaming in de Wtt: publicatie van lasten onder dwangsom en boetes

door Ellen Timmer

Uit de wetgevingsbrief van de minister van financiën van 15 juli 2014 (wetgevingsbrief op het terrein van de financiële markten) blijkt dat de minister gehoor zal gaan geven aan het verzoek van DNB. Dat verzoek hield in dat DNB meer bevoegdheden wenst om lasten onder dwangsom en boetes opgelegd aan onder DNB-toezicht staande instellingen bekend te mogen maken. Een en ander zoals de AFM dit al veel langer doet.

DNB schrijft in de eigen brief dat in de recente praktijk is gebleken dat er een verschil bestaat tussen DNB en AFM ten aanzien van de publicatie van boetes vanwege overtreding op het gebied van de beheerste en integere bedrijfsvoering. In de Wwft, Wtt en Sanctiewet 1977 ontbreekt op dit moment een dergelijke publicatiemogelijkheid. DNB meent dat het opnemen van een dergelijke bepaling in deze wetten goed aansluit bij het streven van DNB naar meer transparantie. Voorts meent DNB dat er een preventieve werking. van kan uitgaan.

Straffen zonder rechter

Persoonlijk blijf ik er moeite mee hebben dat sancties door AFM en DNB bekend mogen worden gemaakt, terwijl het geschil met de financiële onderneming nog niet aan de rechter is voorgelegd. Publicatie van dit soort gegevens is nl. de facto als een straf te beschouwen, een straf die niet ongedaan kan worden gemaakt, ook al zou het trustkantoor gelijk krijgen van de rechter.

Straffen horen door de rechter te worden opgelegd, niet door een bestuursorgaan. Ik zie ook niet in waarom er niet een speciale strafprocedure zou kunnen worden gecreëerd, waarin DNB en AFM als aanklager (in plaats van het Openbaar Ministerie) kunnen optreden. Het is hoog tijd dat het procesrecht op dit punt wordt aangepast.

Zie over naming & shaming ook de berichten op mijn algemene weblog.

8 juli 2014

“Onjuist debat over Nederland als belastingparadijs” (Dick van Sprundel)

door Ellen Timmer

Dick van Sprundel schreef voor het FD een opinie onder de titel “Onjuist debat over Nederland als belastingparadijs“. Daarin legt hij uit  dat de populariteit van fiscaal Nederland onder Amerikaanse bedrijven vooral een gevolg is van het belastingsysteem van de VS.
Lees het artikel.

8 juli 2014

Column Pieter Lakeman over DNB

door Ellen Timmer

Pieter Lakeman schreef een column voor Ftm, waar hij uithaalt naar DNB. Intro: “De Nederlandsche Bank is onder leiding van Klaas Knot verworden tot een bemoeizuchtige club machtswellustelingen. Dat betoogt columnist Pieter Lakeman.

Tags:
4 juli 2014

Pleidooi zes brancheorganisaties in de financiële sector voor checks en balances in toezichtkosten

door Ellen Timmer

Een aantal brancheorganisaties in de financiële sector pleit voor checks en balances in de toezichtkosten. De Nederlandse Vereniging van Banken schrijft:

Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangekondigd dat de overheidsbijdrage in het toezicht op de financiële sector (DNB en de AFM) per 1 januari 2015 komt te vervallen. De betreffende wijziging van de wet bekostiging financieel toezicht ligt inmiddels in de Tweede Kamer.

Het belangrijkste punt dat de NVB naar voren brengt, is dat er onvoldoende ruimte bestaat voor tegenwicht door de sector in de besluitvorming over de toezichtbegroting van DNB en AFM. De NVB heeft hierover gezamenlijk met een zestal andere brancheorganisaties een brief aan de Vaste Kamercommissie voor Financiën opgesteld.

Meer informatie:

17 juni 2014

Doorstroomvennootschappen in het FD

door Ellen Timmer

Achter de betaalmuur van het FD zijn vandaag diverse artikelen over de problematiek van “doorstroomvennootschappen” te vinden:

13 juni 2014

Beantwoording kamervragen over de trustkantorensector

door Ellen Timmer

Onlangs zijn kamervragen beantwoord inzake de trustsector. In de vraag en het antwoord komt de dienstverlening aan commanditaire vennootschappen aan bod, wordt vermeld dat de nieuwe Rib in aantocht is en wordt het algemene juridische kader geschetst.

Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 2013-2014
Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden

2118
Vragen van de leden Nijboer en Groot (beiden PvdA) aan de Minister en de Staatssecretaris van Financiën over het alarmerende bericht dat de integriteit van trustkantoren in het geding is (ingezonden 6 mei 2014).
Antwoord van Minister Dijsselbloem (Financiën), mede namens de Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 3 juni 2014).

Vraag 1
Deelt u de conclusies van het onderzoek van de Nederlandsche Bank (DNB), waaruit zou blijken dat trustkantoren onaanvaardbare risico’s nemen met cv-structuren, bestuurders hun uitvoerende en controlerende functies niet scheiden, controle van de herkomst van gestald vermogen ontbreekt en misstanden vaak niet tot verbetering leiden? [1]

Antwoord 1
Ja

Vraag 2
Deelt u de mening dat, gezien de stevige kritiek van DNB, de trustsector risico’s meebrengt voor onze economie en dat er daarom reden is voor waakzaamheid en er snelle actie wordt verlangd van de toezichthouder? Zo ja, welke aanvullende acties zal DNB inzetten en welke verbeteringen zal zij afdwingen? Welke maatregelen neemt het Ministerie van Financiën zelf?

Antwoord 2
Ja, zoals ik in mijn eerdere reactie op het DNB onderzoek heb aangegeven (brief van 14 mei jl) vind ik resultaten van het onderzoek door DNB verontrustend. De aard van het trustbedrijf brengt meer dan gemiddelde risico’s met zich mee. Van het trustkantoor wordt verwacht dat zij zich vergewissen van de identiteit en intenties van hun cliënten voordat het trustkantoor hen toegang verleent tot de financiële markten.
Het toezicht op trustkantoren is een van de speerpunten van DNB. In dat verband voert DNB naast het reguliere toezicht op trustkantoren ook regelmatig onderzoeken naar specifieke onderdelen van de bedrijfsvoering van trustkantoren uit. Als gevolg van het laatste onderzoek naar functiescheiding en CV structuren bij trustkantoren heeft dit geleid tot formele maatregelen. Daarnaast laten de recente vervolg acties van het Openbaar Ministerie bij een aantal trustkantoren zien dat de resultaten van het DNB onderzoek de basis kunnen vormen voor een strafrechtelijke onderzoek.
Binnenkort zal ik de nieuwe Regeling Integere Bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren (RibWtt 2014) publiceren. Met deze regeling worden de regels rond de integere bedrijfsvoering voor trustkantoren aangescherpt. Voorziene inwerkingtreding is 1 januari 2015. In de regeling zullen aanvullende specifieke eisen worden gesteld aan de bedrijfsvoering van trustkantoren. Zo zullen de nieuwe regels trustkantoren verplichten om een derdelijns controlefunctie, een auditfunctie, in te voeren en periodiek een analyse te maken van de risico’s die zijn verbonden aan de bedrijfsvoering én aan de dienstverlening van het trustkantoor.

Vraag 3
In hoeverre dragen de vorig jaar door het kabinet genomen maatregelen bij aan het voorkomen van schadelijke belastingontwijking via trustkantoren? [2] Ziet u naar aanleiding van het onderzoek van DNB aanleiding voor aanvullende maatregelen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3
De maatregelen die het kabinet vorig jaar heeft genomen waren gericht tegen het gebruik van schakelvennootschappen in Nederland met zo weinig economische betekenis dat de vraag gerechtvaardigd is of deze vennootschappen (meestal BV’s) terecht een beroep doen op een door Nederland gesloten belastingverdrag. Die problematiek staat los van het gebruik van Nederlandse besloten CVs zoals die in het DNB rapport wordt beschreven. De in het rapport beschreven structuren lijken er meer op gericht de balans tussen enerzijds aftrekbare kosten en anderzijds de belasting over diezelfde vergoeding te verbreken.
Een besloten CV is een samenwerkingsverband waarbij naar Nederlands recht de deelnemers belastingplichtig zijn en niet de CV zelf. Indien die deelnemers niet in Nederland wonen, en in Nederland geen vaste inrichting hebben, kan Nederland dus ook bij hen geen belasting heffen over de vergoeding die de CV ontvangt. Indien de deelnemers in hun woonland wel direct belastingplichtig zijn voor die inkomsten hebben zij een eigen verantwoordelijkheid om deze inkomsten in hun woonstaat aan te geven. Uiteraard zal de Nederlandse belastingdienst, binnen de daarvoor geldende regelingen, de autoriteiten van andere landen alle gewenste informatie verstrekken over de behandeling van CV’s in Nederland.

Vraag 4
Wat is uw antwoord op de vraag van DNB of een internationale structuur met een Nederlands cv nog wel past binnen het aanbod van trustkantoren? [3] Welke rol spelen trustkantoren en cv’s in fiscale constructies als de «Double Irish with a Dutch Sandwich»? Hoe beoordeelt u dergelijke fiscale constructies conform de letter en hoe conform de geest van de Nederlandse wetgeving?

Antwoord 4
Het aanbieden van diensten door trustkantoren waarbij gebruikt wordt gemaakt van CV’s vind ik risicovol. Op grond van de bepalingen van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) hebben trustkantoren de verplichting zich te vergewissen van de identiteit en intenties van hun cliënten alvorens hen toegang te verlenen tot de Nederlandse financiële markten. Dit wordt de poortwachtersfunctie genoemd. Bij het gebruik van complexe CV structuren lijkt het vervullen van de poortwachterfunctie niet goed mogelijk en is er een risico dat het trustkantoor wordt misbruikt voor het witwassen van crimineel geld. Een trustkantoor dat dit risico niet afdoende afdekt bijvoorbeeld door onvoldoende zicht op de uiteindelijk belanghebbende, handelt in strijd met de Wtt.
In structuren die bekend staan onder diverse «sandwich» beschrijvingen gaat het niet om het in aftrek brengen van een vergoeding in het buitenland die in Nederland bij de CV buiten de belasting blijft. Dergelijke «sandwich» structuren spelen een rol bij het beperken van bronheffingen in het land waar een vennootschap actief is en waar die vennootschap ook belastingplichtig is voor de daar behaalde winst.
Voor zover dergelijke structuren in strijd zijn met de letter van de Nederlandse wet worden zij uiteraard door de Nederlandse Belastingdienst bestreden. Datzelfde geldt wanneer bestrijding aan de hand van de Nederlandse leer van fraus legis kansrijk lijkt.
Van structuren waarbij wordt ingespeeld op kwalificatieverschillen tussen nationale rechtssystemen kan moeilijk gezegd worden dat ze in strijd zijn met letter of geest van die nationale systemen. Internationaal wordt tegen dit soort structuren actie ondernomen, met name in het OESO/G20 project tegen Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) waaruit de eerste conclusies en aanbevelingen dit jaar verwacht worden. Nederland speelt daarin een actieve rol.

Vraag 5
Is een maatregel als een verplichte certificering voor bestuurders van trustkantoren wenselijk? Zo nee, waarom niet? Welke mogelijkheden ziet u verder om de integriteit en kwaliteit van bestuurders van trustkantoren beter te bewaken?

Antwoord 5
DNB controleert of de bestuurders en beleidsbepalers van het trustkantoor deskundig en betrouwbaar zijn. Op grond van de RibWtt 2014 is het bestuur van een trustkantoor verantwoordelijk voor de integere bedrijfsvoering en draagt het zorg voor inbedding van deze procedures, regels en normen in het volledige bedrijfsproces en voor controle op de naleving hiervan. Daarnaast heeft de trustsector het initiatief genomen om elkaar te controleren teneinde het aanzien van de sector te verbeteren. Dit zal geschieden door middel van een certificeringsysteem van de brancheorganisatie Holland Questor. Een dergelijk privaat certificeringsysteem kan behulpzaam zijn om het imago van de trustsector te verbeteren.

Noten

[1] Het Financieele Dagblad, 2 mei 2014, p.1–3 en http://www.dnb.nl/publicatie/publicaties-dnb/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-trustkantoren/nieuwsbrief-trustkantoren-april-2014/dnb306898.jsp
[2] Kamerstuk 25 087, nr. 60, d.d. 30 augustus 2013
[3] Kamerstuk 33 695, nr. 4, d.d. 6 februari 2014

Vindplaats: overheid.nl

5 juni 2014

Bericht DNB over de uitleg van het begrip “receptiewerkzaamheden” (domicilieverlening)

door Ellen Timmer

DNB heeft op 3 juni 2014 op zijn website het onderstaande bericht geplaatst over de uitleg van het begrip “receptiewerkzaamheden” in het kader van het onderscheid tussen Wwft-domicilie en Wtt-domicilie:

Trustkantoren – Receptiewerkzaamheden

Datum: 3 juni 2014.
Status: Factsheet
Referentie: 01622

De Wet toezicht trustkantoren bepaalt dat een trustdienst onder meer is het ter beschikking stellen van een adres mits er tenminste bijkomende werkzaamheden worden verricht.

Indien een trustkantoor een adres ter beschikking stelt aan een rechtspersoon of vennootschap en daarbij tevens bijkomende werkzaamheden verricht ten behoeve van die rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een, tot dezelfde groep behorende, andere rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon, wordt deze dienstverlening als een trustdienst beschouwd (artikel 1, sub d, onderdeel 2, Wet toezicht trustkantoren). Daarmee is de Wet toezicht trustkantoren van toepassing op deze dienstverlening.

Als bijkomende werkzaamheden worden onder meer beschouwd het op privaatrechtelijk gebied geven van advies of verlenen van bijstand. De wet zondert expliciet het verrichten van receptiewerkzaamheden uit en beschouwt dit niet als bijkomende werkzaamheid. Deze uitzondering is per 1 juli 2011 in de Wet toezicht trustkantoren opgenomen. Als receptiewerkzaamheden worden aangemerkt het doorschakelen van telefonisch verkeer en het doorzenden van ongeopende poststukken. Let op: de grens van enkel receptiewerkzaamheden wordt zeer snel overschreden. In de praktijk gaat het daarbij om het openen van een poststuk, het bewaren van documentatie, het voorschieten van een rekening, het legaliseren van buitenlandse documenten.

Het meer doen – hoe marginaal ook – voor een rechtspersoon of vennootschap (of ten behoeve van een, tot dezelfde groep behorende, andere rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon) waaraan een adres ter beschikking wordt gesteld, heeft tot gevolg dat een trustdienst wordt verricht waarop de Wtt van toepassing is. Aan een dergelijke trustdienst zijn vervolgens wettelijke verplichtingen verbonden zoals omschreven in de Regeling Integere Bedrijfsvoering (Rib). Let ook op de verplichtingen onder de Sanctiewet 1977.

In die gevallen waar inderdaad slechts een adres ter beschikking wordt gesteld, en dus de Wet toezicht trustkantoren niet van toepassing is, is wel de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) van toepassing. De Wwft kent een eigen wettelijk kader waarbinnen de dienstverlener de cliënt moet kennen. Deze wijken in essentie niet veel af van de vereisten onder de Wtt.

Tags: , ,
2 juni 2014

Over de bestrijding van het Kwaad | 126 vragen over de witwasbestrijding in Nederland

door Ellen Timmer

Voor mijn algemene weblog schreef ik het artikel “Over de bestrijding van het Kwaad | 126 vragen over de witwasbestrijding in Nederland” naar aanleiding van de vragen die een kamercommissie onlangs stelde over de witwasbestrijding in Nederland.

Tags:
27 mei 2014

Brief minister van financiën over toezicht op trustkantoren, onder meer met aankondiging dat de nieuwe Rib op 1 januari 2015 in werking zal treden

door Ellen Timmer

In het parlementaire dossier over evaluatie van trustkantoren is een brief van 14 mei 2014 van de minister van financiën opgenomen. Deze brief schrijft de minister naar aanleiding van berichten over tekortkomingen bij enkele door DNB onderzochte trustkantoren. De minister gaat in de brief onder meer in op functiescheiding en op de positie van kleine trustkantoren, en verder op de cliëntenacceptatie bij werkzaamheden voor commanditaire vennootschappen. Voorts kondigt de minister aan dat de Regeling integere bedrijfsvoering trustkantoren Wtt (“Rib”) zal worden aangescherpt en op 1 januari 2015 in werking zal treden.

Uit de brief:

Onlangs heeft DNB handhavend opgetreden naar aanleiding van geconstateerde tekortkomingen bij de naleving van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). De constateringen komen voort uit twee themaonderzoeken, het eerste naar functiescheiding bij kleine trustkantoren en het tweede naar het faciliteren van Nederlandse commanditaire vennootschapsstructuren (CV’s).

Het onderzoek naar functiescheiding richtte zich op kleine kantoren, waarbij met «klein» gedoeld wordt op een klein aantal medewerkers en (in bijna alle gevallen) maar één bestuurder. De reden voor deze selectie is de premisse dat de scheiding van functies tussen een controlerende en uitvoerende medewerker/bestuurder meer kwetsbaar is wanneer er maar weinig mensen zijn om de functies over te verdelen. Het risico dat er onvoldoende tegenwicht is om goede afwegingen te maken bij bijvoorbeeld cliëntacceptatie of bepaalde transacties moet daarom bij kleine kantoren extra scherp op het netvlies staan en passend gemitigeerd zijn.

Het onderzoek naar het faciliteren van CV’s richtte zich op zowel kleine als grotere kantoren. De feitelijke selectie van trustkantoren is voor beide onderzoeken gemaakt op basis van toezichtsinformatie van DNB én op de informatie die trustkantoren zelf in hun jaarlijkse rapportages aan DNB aanleveren.

Begin mei heeft DNB de resultaten van haar optreden in een nieuwsbrief gepubliceerd. Over de hele linie was er sprake van slecht gefundeerde afwegingen bij cliëntacceptatie die zich hoofdzakelijk openbaarde door een gebrek aan kennis over het doel van de structuur en de herkomst van het vermogen van de UBO. De controle op deze dossiers bleek vaak gebrekkig of in het geheel niet te zijn uitgevoerd.

Verder signaleert DNB onaanvaardbare risico’s met diensten waarbij trustkantoren het gebruik van CV’s door klanten faciliteren. De inkomsten voor dit type dienstverlening zijn in de regel laag maar brengen hoge risico’s met zich mee. Daarom vraagt DNB zich af waarom trustkantoren het gebruik van dergelijke structuren door hun klanten nog faciliteren. De structuur van deze CV constructies zijn vaak complex waardoor geldstromen die door een CV lopen buiten het blikveld blijven van het betrokken trustkantoor. Dit duidt op een hoog risico dat de CV structuur wordt misbruikt voor witwassen en fiscale fraude. Het invullen van de poortwachterfunctie lijkt op deze wijze niet goed mogelijk.

De twee thema onderzoeken hebben bij vier trustkantoren geleid tot het (vrijwillig) intrekken van de vergunning, in twee gevallen heeft DNB het voornemen om een boete op te leggen.

De resultaten van het onderzoek vind ik verontrustend. De aard van het trustbedrijf brengt meer dan gemiddelde risico’s met zich mee. Van het trustkantoor wordt verwacht dat zij zich vergewissen van de identiteit en intenties van hun cliënten voordat het trustkantoor hen toegang verleent tot de financiële markten. De integriteit van de trustsector dient buiten enige twijfel te staan.

Ik scherp de Regeling integere bedrijfsvoering trustkantoren Wtt aan. Voorziene inwerkingtreding is per 1 januari 2015. Zo zullen er in de toekomst aanvullende specifieke eisen worden gesteld aan de bedrijfsvoering van het trustkantoor, de diensten die het trustkantoor verleent en de risico’s die hieraan zijn verbonden. Hiertoe wordt een onderzoeksplicht opgenomen naar de risico’s ten aanzien van de integere bedrijfsvoering. Daarnaast is er een onderzoeksplicht naar de dienstverlening van de trustkantoren. Tevens wordt er naast de compliancefunctie een auditfunctie geïntroduceerd. Er wordt dus een extra controlefunctie ingericht als onderdeel van de bedrijfsvoering.

Er sprake kan zijn van een verhoogd integriteitrisico bij trustkantoren waar het dagelijks beleid wordt bepaald door niet meer dan één persoon. Dit heb ik onderkend in de wetgevingsbrief financiële markten 2013 (kamerstuk 32 545, nr. 14). Met de aanscherping van de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt wordt ondermeer door de introductie van de auditfunctie beoogd dit risico adequaat te ondervangen. Ik zal de aangescherpte regeling, in overleg met DNB als toezichthouder, een jaar na inwerkingtreding evalueren.

Tot slot heeft de branchevereniging Holland Quaestor aangegeven de onderzoeksresultaten van DNB zeer serieus te nemen. De trustsector zal elkaar gaan controleren teneinde het imago van deze sector te verbeteren. Dit zal geschieden door middel van een certificeringsysteem.

Meer informatie

  • Brief van de minister van financiën van 14 mei 2014, overheid.nl
  • Dossier evaluatie trustkantoren, 32 384