Tot mijn spijt staan er tegenwoordig hinderlijke reclameberichten onder blogberichten op dit door WordPress gehoste blog. Het is wel mijn bedoeling daar iets aan te doen, helaas ontbreekt me daar nu de tijd voor. Degenen die zich storen aan de reclameberichten van de WordPress partners, bied ik hierbij mijn excuses aan.
Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street
In het onlangs uitgekomen WODC-rapport over fraude is het eerste artikel van David O. Friedrichs en heeft de prikkelende titel “Kapitalistische banken als criminele ondernemingen: de casus Wall Street“. De auteur betoogt dat de structuur, de cultuur, de collectieve praktijken en de beleidsprincipes die het huidige financiële systeem kenmerken, fundamenteel crimineel en criminogeen zijn. Interessant leesvoer voor degenen die in de financiële sector actief zijn.
DNB: “De Sanctiewet: de financiële sector als poortwachter”
DNB heeft vandaag een bericht over de Sanctiewet gepubliceerd:
De Sanctiewet: de financiële sector als poortwachter
De oplopende politieke spanningen rond het conflict in Oekraïne en de vliegramp met vlucht MH17 hebben ertoe geleid dat de Europese Unie en de Verenigde Staten sancties hebben afgekondigd tegen personen en entiteiten die betrokken zijn bij dit conflict. De financiële sector heeft een belangrijke functie als poortwachter bij de uitvoering van die sancties. Dit DNBulletin schetst de achtergronden bij de sancties en de rol van de Nederlandse financiële sector bij de uitvoering daarvan.
De afgelopen weken heeft de Europese Unie sancties afgekondigd tegen ruim honderd personen en entiteiten die betrokken zijn bij het conflict. Daarnaast zijn er restricties opgelegd aan financiële transacties met Russische staatsbanken en gelden er voor enkele sectoren handelsbeperkingen. De afgelopen jaren zijn er overigens vaker sancties opgelegd tegen personen, entiteiten en landen wereldwijd. Deze sancties kregen niet altijd veel aandacht: naast sancties tegen terroristen en hun organisaties, ging het in eerdere gevallen bijvoorbeeld om sancties die de handel in bepaalde goederen tegengaan of sancties die waren gericht op personen uit conflictgebieden op het Afrikaanse continent, of tegen dictatoriale regimes.Sanctiemaatregelen
Sancties zijn politieke instrumenten in het buitenland- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie. Het zijn dwingende instrumenten die worden ingezet als reactie op schendingen van het internationaal recht of de mensenrechten of om verandering te brengen in beleid wanneer wettelijke of democratische beginselen niet worden nageleefd.Sancties vormen ook een belangrijk wapen in de strijd tegen terrorisme. Door de tegoeden van terroristen te bevriezen wordt het weliswaar niet onmogelijk om terroristische aanslagen voor te bereiden en uit te voeren, het wordt wel moeilijker.
De meest voorkomende sancties zijn wapenembargo’s en handelsrestricties, reis- en visumrestricties en financiële sancties. Er zijn grofweg twee soorten financiële sancties te onderscheiden: een gebod tot het bevriezen van tegoeden en ander financieel bezit, en een verbod op het verlenen van financiële diensten. Het gaat dan om betalingsverkeer, handelsfinanciering, (transport)verzekeringen, maar ook de directievoering over doelvennootschappen door trustkantoren.Hoe controleren financiële instellingen de naleving?
Sancties moeten door iedereen worden nageleefd en dus ook door financiële instellingen. Het niet naleven van sancties is een economisch delict. Financiële instellingen fungeren als poortwachter om ongewenste elementen in ons financiële stelsel waar nodig te identificeren, te weren en ongewenste transacties tegen te gaan. Op basis van integriteits-, anti-terrorisme- en anti-witwas-wetgeving wordt van financiële instellingen verwacht dat zij hun klant kennen.
Als een nieuwe of gewijzigde sanctieregeling wordt uitgevaardigd, moeten financiële instellingen nagaan of zij de in de sanctieregeling opgenomen personen, bedrijven of entiteiten als relatie hebben. Daarnaast moeten ze nagaan of ze met hun dienstverlening in potentie ongeoorloofde transacties mede uitvoeren of faciliteren. Aan dat soort transacties mag geen medewerking meer worden verleend. Als daarvan sprake is moet een financiële onderneming direct actie ondernemen. Wat een financiële onderneming precies moet doen hangt af van de aard van de dienstverlening door de financiële instelling en de bepalingen in de sanctieregeling. Hierbij kan gedacht worden aan het verplicht bevriezen van een tegoed op een bankrekening, het blokkeren van een verzekerings- of pensioenpolis of het beëindigen van een handelskrediet. De financiële instelling moet DNB onmiddellijk informeren over bijvoorbeeld een bevriezing.
Financiële instellingen kunnen zich niet beperken tot een check op de gepubliceerde namen op de sanctielijst, maar moeten er alles aan doen om te doorgronden wie de uiteindelijke zeggenschap heeft bij een klant. Deze zogenoemde UBO (‘ultimate beneficial owner’) kan zich bijvoorbeeld verschuilen achter ondernemingen, stichtingen of personen. Het is dus zaak dat financiële instellingen te allen tijde weten wie hun daadwerkelijke klant is. Dit is ook verplicht gesteld in wetgeving. Daarnaast zullen financiële instellingen de financiële relaties van hun klant in hun onderzoek moeten betrekken en moeten nagaan of die wellicht voorkomen op een sanctielijst. Dit alles om te voorkomen dat een financiële instelling op welke manier dan ook meewerkt aan verboden transacties.Toezicht op de naleving van de Sanctiewet
DNB en AFM houden in de financiële sector toezicht op de naleving van de sancties. Zij kijken naar de effectiviteit van procedures en maatregelen van financiële instellingen die zijn gericht op de naleving van de sancties. Bij overtreding kunnen zij een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete aan een instelling opleggen. Ook kunnen ze strafrechtelijk aangifte doen. Ontvangen meldingen worden door DNB en AFM beoordeeld. Als er sprake is van een (voorgenomen) transactie die in strijd is met de sancties, dan sturen zij de melding daarvan door aan het ministerie van Financiën. Ook zal er, indien nodig, aanvullend onderzoek worden verricht naar de melding.
Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014 is in de Staatscourant geplaatst
De nieuwe versie van de Regeling integere bedrijfsvoering is afgelopen week in de Staatscourant geplaatst onder de titel “Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014“. Bij de tekst van de regeling hoort ook een summiere toelichting.
De regeling heeft een zeer algemeen karakter, zoals ook in de vorige versie al het geval was, zodat de praktijk behoefte zal houden aan meer informatie over de interpretatie. In de regeling zijn nieuwe regels inzake functiescheiding binnen trustkantoren opgenomen, die tot doel hebben kleine trustkantoren te weren. Met name artikel 7 is interessant, omdat daarin onder meer de functie van de juridisch auditor is opgenomen, een onderwerp waar over ik al eerder schreef. Dat artikel luidt:
Artikel 7
1. Een trustkantoor draagt zorg voor een onafhankelijke en effectieve compliancefunctie ten aanzien van haar werkzaamheden. De compliancefunctie is gericht op het controleren van de naleving door het trustkantoor van het bij of krachtens de wet bepaalde en het procedurehandboek.
2. Een trustkantoor draagt er zorg voor dat op onafhankelijke en effectieve wijze een auditfunctie wordt uitgeoefend ten aanzien van haar werkzaamheden en de compliancefunctie. De auditfunctie is gericht op het controleren van de naleving door het trustkantoor van het bij of krachtens de wet bepaalde en het procedurehandboek en de uitvoering van de compliancefunctie.
3. Een trustkantoor creëert een adequate functiescheiding. Daarmee waarborgt het trustkantoor de onaf-hankelijke uitoefening van de compliancefunctie en de auditfunctie door vastlegging van taken, verant-woordelijkheden en bevoegdheden. Met deze functiescheiding draagt een trustkantoor er in elk geval zorg voor dat:
a. de uitvoering van werkzaamheden niet wordt gecombineerd met de uitoefening van de compliancefunctie ten aanzien van die werkzaamheden;
b. de uitvoering van werkzaamheden en de uitoefening van de compliancefunctie niet wordt gecombineerd met de uitoefening van de auditfunctie;
c. een bestuurder van een trustkantoor geen auditfunctie uitoefent en geen compliancefunctie uitoefent ten aanzien van de werkzaamheden van een andere bestuurder, indien de laatstbedoelde bestuurder de compliancefunctie uitoefent of heeft uitgeoefend ten aanzien van werkzaamheden van de eerstbedoelde bestuurder.4. De personen belast met de compliancefunctie of de auditfunctie rapporteren hun bevindingen, met name gesignaleerde tekortkomingen of gebreken in de naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde en het procedurehandboek, aan het bestuur.
5. Een trustkantoor houdt de rapportages, bedoeld in het vierde lid, gedurende vijf jaar beschikbaar voor de toezichthouder.
6. Een trustkantoor kan de compliancefunctie en de auditfunctie uitbesteden.
Vindplaatsen Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014:
Meer risicogebaseerd toezicht op trustkantoren
Hoewel ik in de veronderstelling verkeerde dat het toezicht op trustkantoren in hoge mate risicogebaseerd is, denkt DNB daar blijkens de wetgevingsbrief die onlangs is bekend gemaakt anders over.
Naar aanleiding van de mededelingen van DNB deelt de minister van financiën het volgende mee:
Risicogebaseerd toezicht trustkantoren
Ik sta welwillend tegenover de wens voor een meer risicogebaseerd regelgevend kader voor trustkantoren. Ten aanzien van het eerste punt (verruiming van de mogelijkheid om boetes te publiceren) verwijs ik naar het betreffende onderdeel in deze brief. Ten aanzien van het tweede punt, verruiming van de mogelijkheden tot het intrekken van de vergunning kan ik berichten dat ik positief tegenover de wens van DNB sta. Ik zal in overleg met DNB de mogelijkheden verkennen.
DNB schrijft in de brief dat een betere gelijkschakeling tussen Wtt en Wft/Wwft zou moeten plaats vinden, door het invoeren van normen voor beheerste en integere bedrijfsvoering in de Wtt, naar model van artikel 3:17 Wft. In samenhang daarmee zou een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers moeten worden ingevoerd naar het model van artikel 3:15 Wft. De cliëntenidentificatie zou net zo risicogebaseerd moeten worden als in de Wwft (ik begrijp van het verhaal over de cliëntenidentificatie helemaal niets, eerlijk gezegd).
Zie voor de complete tekst de brief van DNB, een helaas niet citeerbaar pdf bestand, zodat ik de tekst niet makkelijk kon kopiëren en in dit bericht plakken.
Zie over naming & shaming het andere bericht op dit blog.
Aanvulling 28 juli 2014
Met dank aan Nicolaas Weeda, bij wie het OCR programma wel werkte, onderstaand passages uit de brief van DNB over trustkantoren:
Publicatie van lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes
Bij het streven naar meer transparantie, past ook een beleid om door de toezichthouder opgelegde handhavingsmaatregelen, zoals bestuurlijke boetes, openbaar te maken. In de recente praktijk is gebleken dat er een verschil bestaat tussen DNB en de AFM ten aanzien van de publicatie van bestuurlijke boetes vanwege overtreding op het gebied van de beheerste en integere bedrijfsvoering. In de consultatieversie van het Implementatiebesluit CRD IV en CRR is voorzien dat di t verschil voor nieuwe gevallen wordt opgeheven. DNB verwelkomt dit.Ten aanzien de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en de Sanctiewet l 977 (Sw) ontbreekt op dit moment nog de mogelijkheid tot publicatie van lasten onder dwangsom of van bestuurlijke boetes. Het opnemen van een dergelijke bepaling in deze wetten zou goed aansluiten bij het streven van DNB naar meer transparantie en de preventieve werking hiervan.
Hetzelfde geldt voor lasten onder dwangsom of bestuurlijke boetes die DNB oplegt op grond van artikel 9c, eerste respectievelijk tweede lid, van de Bankwet 1998 voor overtredingen van – kort gezegd – de echtheids- en geschiktheidsvereisten voor eurobankbiljetten als bedoeld in artikel 9a, eerste tot en met derde lid, van de Bankwet 1998 of voor overtredingen van de Verordening valsemunterij (EG) nr. 1338/2001. Ook voor andere regelgeving waar DNB toezicht op houdt, zoals SEPA, geldt dat DNB streeft naar het zoveel mogelijk transparantie.
DNB verzoekt om de bevoegdheid om lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes te publiceren die worden opgelegd in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), Wet toezicht trustkantoren ( Wtt) en de Sanctiewet 1977 (Sw), dan wel op grond van artikel 9c, eerste respectievelijk tweede lid, van de Bankwet 1998. (…)
Risicogebaseerd toezicht trustkantoren
DNB verwelkomt de aanstaande wijziging van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren (Rib Wtt). De wijziging van de Rib is een belangrijke stap in hel streven van DNB naar een trustsector met professionele en goed bestuurde trustkantoren die voldoen aan wel- en regelgeving. In het belang van verdere professionalisering en toekomstbestendigheid van de trustsector acht DNB het van belang om voortbouwend op de nieuwe Rib, de Wtt nader te herzien en meer risicogebaseerd in te richten en in lijn te brengen met de institutionele eisen uit de Wft en de cliëntidentificatievereisten ui t de Wwft.
Een betere gelijkschakeling tussen de Wtt en de Wft/ Wwft zou kunnen worden gerealiseerd door het invoeren van normen voor beheerste en integere bedrijfsvoering i n de Wtt, naar model van 3: 17 Wft, door te expliciteren dat de bedrijfsvoering van trustkantoren erop gericht moet zijn om de risico’s die het bedrijf van trustkantoor met zich meebrengt te mitigeren. In samenhang hiermee zou een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers moeten worden ingevoerd, naar model van 3: 15 Wft. Tevens zouden de cliëntidentificatievereisten voor trustkantoren meer risicogebaseerd moeten worden ingericht, naar model van de Wwft en zou de afbakening van de reikwijdte van de Wtt en de onder de wet gereguleerde diensten moeten worden herzien, ter beperking van het inherente integriteitrisico dat bepaalde diensten met zich meebrengen.
In aanvulling op het aanscherpen van de vereisten voor trustkantoren is het noodzakelijk dat van formele handhavingsmaatregelen een signaal uitgaat door verruiming van de mogelijkheden om boetes te publiceren, naar model van afdeling 1.5.2 van de Wft. In het geval dat een trustkantoor structureel niet in staat is om aan de wettelijke normen te voldoen en DNB vaststelt dat er geen andere middelen openstaan om naleving van de normen af te dwingen, dan moet DNB voldoende mogelijkheid hebben om de vergunning in te trekken, naar model van 1: 104 Wft.
Tot slot geldt dat de Beleidsregel Betrouwbaarheidsloetsing van DNB en AFM na een recente wijziging van regelgeving alleen nog van toepassing is op trustkantoren. Voor Wft-instellingen zijn de bepalingen aangaande de betrouwbaarheidstoetsing sinds enige tijd opgenomen in het Besluit prudentiële regels. Ook voor trustkantoren zouden deze regels op termijn in bijvoorbeeld de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt 2014 kunnen worden ingevoegd. De Beleidsregel Betrouwbaarheidstoetsing zou dan kunnen worden ingetrokken.
DNB denkt graag mee over de mogelijkheden het regelgevend kader voor trustkantoren meer risicogebaseerd te maken, in lijn met de Wft, om verdere professionalisering van de sector te kunnen bevorderen.
NB Door mij is niet gecheckt of een en ander volledig goed is overgekomen. Raadpleeg als het nodig is de originele tekst.
Naming and shaming in de Wtt: publicatie van lasten onder dwangsom en boetes
Uit de wetgevingsbrief van de minister van financiën van 15 juli 2014 (wetgevingsbrief op het terrein van de financiële markten) blijkt dat de minister gehoor zal gaan geven aan het verzoek van DNB. Dat verzoek hield in dat DNB meer bevoegdheden wenst om lasten onder dwangsom en boetes opgelegd aan onder DNB-toezicht staande instellingen bekend te mogen maken. Een en ander zoals de AFM dit al veel langer doet.
DNB schrijft in de eigen brief dat in de recente praktijk is gebleken dat er een verschil bestaat tussen DNB en AFM ten aanzien van de publicatie van boetes vanwege overtreding op het gebied van de beheerste en integere bedrijfsvoering. In de Wwft, Wtt en Sanctiewet 1977 ontbreekt op dit moment een dergelijke publicatiemogelijkheid. DNB meent dat het opnemen van een dergelijke bepaling in deze wetten goed aansluit bij het streven van DNB naar meer transparantie. Voorts meent DNB dat er een preventieve werking. van kan uitgaan.
Straffen zonder rechter
Persoonlijk blijf ik er moeite mee hebben dat sancties door AFM en DNB bekend mogen worden gemaakt, terwijl het geschil met de financiële onderneming nog niet aan de rechter is voorgelegd. Publicatie van dit soort gegevens is nl. de facto als een straf te beschouwen, een straf die niet ongedaan kan worden gemaakt, ook al zou het trustkantoor gelijk krijgen van de rechter.
Straffen horen door de rechter te worden opgelegd, niet door een bestuursorgaan. Ik zie ook niet in waarom er niet een speciale strafprocedure zou kunnen worden gecreëerd, waarin DNB en AFM als aanklager (in plaats van het Openbaar Ministerie) kunnen optreden. Het is hoog tijd dat het procesrecht op dit punt wordt aangepast.
Zie over naming & shaming ook de berichten op mijn algemene weblog.
“Onjuist debat over Nederland als belastingparadijs” (Dick van Sprundel)
Dick van Sprundel schreef voor het FD een opinie onder de titel “Onjuist debat over Nederland als belastingparadijs“. Daarin legt hij uit dat de populariteit van fiscaal Nederland onder Amerikaanse bedrijven vooral een gevolg is van het belastingsysteem van de VS.
Lees het artikel.
Column Pieter Lakeman over DNB
Pieter Lakeman schreef een column voor Ftm, waar hij uithaalt naar DNB. Intro: “De Nederlandsche Bank is onder leiding van Klaas Knot verworden tot een bemoeizuchtige club machtswellustelingen. Dat betoogt columnist Pieter Lakeman.“
Pleidooi zes brancheorganisaties in de financiële sector voor checks en balances in toezichtkosten
Een aantal brancheorganisaties in de financiële sector pleit voor checks en balances in de toezichtkosten. De Nederlandse Vereniging van Banken schrijft:
Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangekondigd dat de overheidsbijdrage in het toezicht op de financiële sector (DNB en de AFM) per 1 januari 2015 komt te vervallen. De betreffende wijziging van de wet bekostiging financieel toezicht ligt inmiddels in de Tweede Kamer.
Het belangrijkste punt dat de NVB naar voren brengt, is dat er onvoldoende ruimte bestaat voor tegenwicht door de sector in de besluitvorming over de toezichtbegroting van DNB en AFM. De NVB heeft hierover gezamenlijk met een zestal andere brancheorganisaties een brief aan de Vaste Kamercommissie voor Financiën opgesteld.
Meer informatie:
- Brief zoals namens een aantal organisaties is verzonden (2 juli 2014)
- Bericht NVB 2 juli 2014
- Bericht op de Eufin site 3 juli 2014, gebaseerd op het bericht van de Verbond van Verzekeraars
Doorstroomvennootschappen in het FD
Achter de betaalmuur van het FD zijn vandaag diverse artikelen over de problematiek van “doorstroomvennootschappen” te vinden:
- Zaak bewijst gelijk toezicht trustsector (redactie FD)
- Nederland spil in fiscale fraude (Gaby de Groot, Siem Eikelenboom, Vasco van der Boon)
- Alles verzengende vete tussen ex-compagnons bij groep trustbedrijven (Gaby de Groot, Siem Eikelenboom en Vasco van der Boon)
- Toezicht op de trustsector kent jarenlang blinde vlek (Gaby de Groot)