Posts tagged ‘Holland Quaestor’

11 april 2024

DNB bericht over rondetafelgesprek beleidsregels Wtt 2018

door Ellen Timmer

In het bericht Rondetafel trustsector beleidsuiting Wtt 2018 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) melding van het rondetafelgesprek dat op 21 maart jl. heeft plaats gevonden. DNB is voornemens om een beleidsuiting over onderdelen van de Wtt 2018 en bijbehorende regelgeving te publiceren, zo wordt in het bericht gemeld.

DNB schrijft verder:

Met de nieuwe beleidsuiting beoogt DNB om met good practices handvatten te bieden hoe trustkantoren kunnen voldoen aan de op hen van toepassing zijnde wettelijke verplichtingen. Het doel van de rondetafel was om meer kleuring te krijgen waar uitdagingen bestaan bij de uitleg van de wet. We kijken terug op een positief gesprek waarbij veel casussen zijn gedeeld.
DNB streeft ernaar om eind 2024 de beleidsuiting ter consultatie te publiceren, waarna u hierop kunt reageren. Na verwerking van de consultatiereacties zal DNB de definitieve versie publiceren.

25 november 2019

Guidance door Holland Quaestor op het gebied van Wtt 2018 en Wwft

door Ellen Timmer

Trustkantoren brancheorganisatie Holland Quaestor bracht in november een guidancedocument (pdf) inzake de naleving door trustkantoren van Wtt 2018 en Wwft uit.

12 juli 2019

Hoe poortwachters elkaar bij de les houden | NBA en de trustkantoren

door Ellen Timmer

In december jl. plaatste ik hier een bericht over de discussie die accountantsorganisatie NBA aan wilde gaan met de trustkantorensector.

In juni jl. verscheen op de site van de NBA een afrondend memo over dit poortwachtersproject, “Open brief Trustkantoren ‘Poortwachters’ – afronding project” dat belangstellenden hier (pdf) kunnen vinden. Bij het memo zit als bijlage een reactie van Holland Quaestor.

Overigens vraag ik me af hoe de NBA bij de drie ‘observaties’ (zie pagina 3 van het rapport) komt. Die observaties zijn (met daarna mijn korte reactie):

  • Maatschappelijke verantwoording is nog onderbelicht” > gezien alle aandacht voor trustkantoren en de nieuwe regels lijkt me dit onjuist.
  • Integere bedrijfsvoering is meer dan een handboek” > dat is een open deur.
  • Ook de accountant past een poortwachtersrol” > weten accountants niet dat zij poortwachter zijn?
15 maart 2019

Overleg over de Wtt 2018 | inbreng verslag van een schriftelijk overleg

door Ellen Timmer

Op 12 maart jl. werd een Inbreng verslag van een schriftelijk overleg (2019D09418) gepubliceerd, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Financiën. De pdf versie staat hier.

De tekst volgt hierna.

2019D09418 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

De vaste commissie voor Financiën heeft op 8 maart 2019 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief van 29 januari 2019 (Kamerstuk 34 910, nr. 23) over de uitvoering van toezeggingen, gedaan tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 op 4 juli 2018 en het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies op 5 september 2018, en de uitvoering van motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg (Kamerstuk 34 566, nr. 11) ingediend tijdens dit laatste debat.
(…)

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavige brief van de Minister van Financiën. Zij vinden de uitspraken onder het kopje «Deskundigheid complianceofficer» uiterst onbevredigend.
Het punt dat de woordvoerder van de VVD-fractie tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel maakte, was het volgende. Trustkantoren worden op grond van de nieuwe Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gedwongen een interne compliance officer aan te stellen. De rationale daarvan ontgaat de leden van de VVD-fractie. Externe compliance dienstverleners zijn doorgaans deskundiger en onafhankelijker dan interne. Dat geldt des te sterker bij kleine trustkantoren. De nieuwe bepaling in de Wtt lijkt ingegeven te zijn door één malafide, inmiddels niet meer bestaande dienstverlener, die vele trustkantoren bediende. Dat probleem is te ondervangen door het stellen van deskundigheidseisen aan de externe dienstverlener. De leden van de VVD-fractie lezen nu dat slechts gesproken is over de deskundigheid van de interne compliance officer. Dat gaat voorbij aan de strekking van de inbreng bij de wetsbehandeling. Deze leden vragen de Minister een wetswijziging op dit punt voor te bereiden en dat nog dit kalenderjaar in te dienen bij de Raad van State.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de motie Omtzigt/Van Weyenberg [1] over de trustsector. Deze leden merken op dat het dictum van de aangenomen motie over domicilieverlening luidt: «verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een halfjaar aan de Kamer te rapporteren».
Er had dus in maart een onderzoek moeten liggen naar de mogelijkheden om de domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken.
De regering stelt nu voor om ergens in 2020 te rapporteren, meer dan anderhalf jaar na aanname van de motie. Dat is in de ogen van de CDA-fractie echt te laat. De discussie over belastingontwijking en de rol van de trustsector daarin is niet nieuw. Dan gaat het niet om administratieve dienstverlening door de trustsector, maar door die diensten die per definitie de substance in negatieve zin raken, zoals het verlenen van domicilie en bijvoorbeeld ook het leveren van bestuurders. Het onderzoek van de Parlementaire ondervragingscommissie Fiscale constructies heeft dat opnieuw bevestigd en aangegeven dat het problematisch is dat de sector geen verantwoordelijkheid draagt. Door domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken, en daardoor bijvoorbeeld beboetbaar, wordt de sector wel medeverantwoordelijk en heeft zij belang bij een goede afweging wat een vennootschap is met reële activiteiten en wat slechts een doorstroomvennootschap is.
Daarom verzoeken de leden van de CDA-fractie de regering dan ook nu binnen drie maanden over de mogelijkheden te rapporteren en dan meteen een voorstel te doen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van D66

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de regering d.d. 29 januari 2019 waarin zij terugkomt op de uitvoering van een motie en enkele toezeggingen met betrekking tot de trustsector. Deze leden hebben in dit verband vragen over de toezegging om te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en over het voorlopige antwoord van de regering inzake de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt/Van Weyenberg [2].
De leden van de D66-fractie constateren dat de regering tijdens het plenaire debat over de Wet toezicht trustkantoren 2018 had toegezegd te onderzoeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de poortwachtersfunctie kan versterken en de samenloop van onwenselijke belangen kan voorkomen. In de voornoemde brief lezen deze leden dat de regering met De Nederlandsche Bank (DNB) tot de conclusie is gekomen dat de combinatie van het verlenen van bank- en trustdiensten niet of nauwelijks een risico op belangenverstrengeling bij het verrichten van onafhankelijk cliëntenonderzoek oplevert. De leden van de D66-fractie vernemen in de brief niets over de poortwachtersfunctie. Deze leden zijn van mening dat een bank en trustkantoor beide een poortwachtersfunctie vervullen. Wordt die functie door dezelfde partij vervuld, dan is er eenvoudigweg één poortwachter minder. Uit het recente witwasschandaal bij ING blijkt eens te meer dat een extra slot op de deur geen overbodige luxe is. Thans komt de combinatie van bank- en trustdiensten in Nederland nog weinig voor. Het is, mede gelet op de opkomst van FinTech, echter aannemelijk dat dit in de toekomst zal veranderen. Heeft de regering expliciet bekeken of een scheiding van bank- en trustdiensten de gehele poortwachtersfunctie zou kunnen versterken? Zo nee, is de regering alsnog bereid dit te doen?
De leden van de D66-fractie hebben tevens een vraag over het voorlopige antwoord van de regering betreffende de uitvoering van de motie van de leden Omtzigt en Van Weyenberg [3], die verzoekt om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om domicilieverlening door de trustsector aan doorstroomvennootschappen en brievenbusmaatschappijen onmogelijk te maken en hierover binnen een half jaar aan de Kamer te rapporteren. Deze leden lezen dat de Minister dit onderzoek wil betrekken bij de eerste rapportage over de Wet toezicht trustkantoren 2018. Wanneer wordt deze rapportage naar de Kamer gezonden? In hoeverre verwacht de regering dat de aanbieding van de genoemde trustdiensten een ander karakter zal hebben dan voor implementatie van deze wet?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de brief van de Minister over de uitvoering van de moties naar aanleiding van de Wet toezicht trustkantoren 2018. Zij hebben nog enkele vragen aan de Minister over zijn brief.
De leden van de SP-fractie lezen dat de Minister aangeeft de wenselijkheid van het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt onderzocht te hebben, en concludeert dat hij op dit moment geen grote risico’s ziet voor het combineren van deze twee diensten. Graag wijzen deze leden de Minister op het nieuws van deze week, waarbij opnieuw grote Europese banken betrokken blijken te zijn in het witwassen van Russische miljarden, zonder een werkend controlemechanisme te hebben gehad op de oorsprong van dit geld. Onlangs werd bekend dat ook ING betrokken zou zijn, de bank die onlangs de grootste schikking uit de Nederlandse geschiedenis moest betalen vanwege het op grote schaal faciliteren van witwassen van illegaal geld. Hoe kan de Minister in dit licht stellen dat het bieden van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt geen gevaar voor belangenverstrengeling oplevert?
Wat adviseert Holland Queastor met betrekking tot het verlenen van bank- en trustdiensten aan dezelfde cliënt, vragen de leden van de SP-fractie.
De aanvullende eisen ten aanzien van de deskundigheid van de compliance officer hebben in de visie van de leden van de SP-fractie een hoog kosmetisch gehalte. In een eerdere rapportage stelde DNB dat de inherent hogere integriteitsrisico’s onvoldoende worden beheerst, niet alleen omdat de wet onvoldoende wordt nageleefd, maar ook omdat deze wet alleen naar de letter ervan «mechanisch wordt toegepast». In hoeverre denkt de Minister, in dit licht, dat de aanvullende eisen aan de sector niet op dezelfde manier mechanisch zullen worden toegepast? Deelt de Minister de mening van de leden van de SP-fractie dat er meer effectieve manieren zijn om de doorstroom van illegaal geld via de trustsector tegen te gaan?
De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat de eerste rapportage over de effecten van de Wtt 2018 tot 2020 op zich laat wachten. Deze leden vragen de Minister of de Kamer, wanneer grove misstanden worden geconstateerd met betrekking tot de naleving ervan, wel wordt geïnformeerd. Kan de Minister dit toezeggen?
De leden van de SP-fractie betreuren het dat de motie Omtzigt/Van Weyenberg [4], welke Kamerbreed is aangenomen, niet wordt uitgevoerd. Zij vragen de regering dit alsnog te doen. Kan de Minister hierop reageren?
De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het verdienmodel van de trustsector juist zit in het laten doorstromen van zoveel mogelijk financiële middelen door Nederland, en dat interne controle hierop afbreuk doet aan het verdienmodel. Hoe kan de Minister erop vertrouwen dat trustkantoren, wiens verdienmodel in belangrijke mate bestaat uit het opzetten van belastingbesparende constructies, hetgeen indruist tegen het maatschappelijk belang, op zichzelf toezicht kunnen houden, als dit lijnrecht ingaat tegen de belangen van de aandeelhouders van deze kantoren?
Nederland komt internationaal steeds meer onder druk te staan als belastingparadijs, merken de leden van de SP-fractie op. Deelt de Minister de mening van deze leden dat we deze reputatie niet moeten willen hebben, en bovendien schadelijk is voor andere delen van onze economie? Blijft de Minister, na al deze schandalen, van mening dat de trustsector iets wezenlijks toevoegt aan onze economie? Of er meer aan toevoegt, dan het er afbreuk aan doet?
Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat zelfregulering van de sector tegen het verdienmodel van de sector in gaat? Deelt de Minister de constatering van de SP-fractie dat manieren om toezicht aan te scherpen vrij eenvoudig door de sector omzeild kunnen worden? Deelt de Minister de constatering van de leden van de SP-fractie dat het verscherpte toezicht op de trustkantoren, in de bovenstaande context hooguit cosmetisch zijn zolang de legitimiteit van hun verdienmodel niet ter discussie wordt gesteld in dit debat?

________________________________________

1 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
2 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
3 Kamerstuk 34 566, nr. 11.
4 Kamerstuk 34 566, nr. 11.

19 november 2018

Consultatie Regeling toezicht trustkantoren 2018 afgesloten

door Ellen Timmer

Onlangs is de consultatie Regeling toezicht trustkantoren 2018 afgesloten. Er zijn vier openbare reacties op de consultatie bekend gemaakt, te weten van advocatenkantoor Finnius, de Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht (“GCV”, KNB/NOvA), trustkantoren brancheorganisatie Holland Qaestor (HQ) en de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI).

  • Finnius maakt zich zorgen over nevenactiviteiten.
  • GCV doet suggesties met betrekking tot de bestuurders van stichtingen administratiekantoor.
  • HQ ziet nieuwe commerciële mogelijkheden door alle bestuurders van stichtingen administratiekantoor onder de Wtt te brengen.
  • De VNCI denkt dat zij trustkantoor zijn en wil graag worden vrijgesteld.

 

Meer informatie:

1 augustus 2018

Consultatiereacties ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018

door Ellen Timmer

Eerde meldde ik de start van de consultatie inzake het ontwerp Besluit toezicht trustkantoren 2018 en het opmerkelijke voorstel om door middel van een algemene maatregel van bestuur alle gevolmachtigden tot trustkantoor te bestempelen.

Inmiddels is de consultatie gesloten. Er zijn vier openbare reacties, een reactie van A. Zoutendijk, een reactie van trustkantoren brancheorganisatie Holland Questor (HQ) en tot slot een reactie van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) en één korte van mij op het volmacht-voorstel.

Volmacht
NOB en HQ besteden aandacht aan het idee om volmacht als trustdienst te bestempelen, waarbij HQ een voorstander er van is om de algemene volmacht onder de Wet toezicht trustkantoren te brengen.

Dat is wat mij betreft eveneens een zeer slecht idee en hoort sowieso niet in een algemene maatregel van bestuur thuis. Voorts hoort op gedetailleerde wijze te worden onderbouwd waarom een privaatrechtelijk concept met brede werking in het contractenrecht op een dergelijke manier het financiële recht ingetrokken moet worden. Mij lijkt dat hier op zijn minst een goede analyse door privaatrechtelijke deskundigen aan vooraf hoort te gaan.

Nominee shareholder
De reactie van HQ bevat een opmerkelijk onderdeel. HQ meent dat bij Nederlandse kapitaalvennootschappen de ‘nominee shareholder‘ (een Angelsaksisch fenomeen) zou voorkomen en dat gewenst is deze dienst als trustdienst aan te wijzen. Zelf ben ik in mijn Nederlandse praktijk nog geen nominee shareholder tegen gekomen (maar uiteraard zie ik niet alles). De Wtt kent wel de ‘doorstroomvennootschap’, maar dat bedoelt HQ waarschijnlijk niet. De roep van HQ om het leveren van een nominee shareholder als trustdienst te bestempelen begrijp ik niet.

Beleidsbepaler en bestuurder
Al eerder signaleerde ik dat in het financiële recht slordig wordt omgegaan met het begrip ‘beleidsbepaler’ en dat de verhouding tussen beleidsbepaler en statutair bestuurder niet correct wordt uitgewerkt. HQ schrijft in haar reactie ook over dat onderwerp:

E. Functiescheiding – Twee beleidsbepalers/ twee bestuurders?
In artikel 11 van de Wtt18 wordt de eis geformuleerd dat tenminste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen van een trustkantoor. In artikel 8, eerste lid, onderdelen a en b, Wtt18, wordt een onderscheid gemaakt tussen bestuurders en commissarissen enerzijds en beleidsbepalers en mede-beleidsbepalers anderzijds. Artikel 19, vierde lid, van het ontwerpbesluit, spreekt echter van twee verschillende bestuurders. Hierdoor lijkt via een achterdeur alsnog te worden geëist dat de twee beleidsbepalers ook bestuurder zijn. Is dit beoogd? HQ stelt voor om in artikel 19, vierde lid, van het ontwerpbesluit, het woord “bestuurders” te vervangen door “beleidsbepalers”. Of heeft de wetgever hier bewust de woorden “bestuurders” genoemd, bijvoorbeeld om te voorkomen dat het bestuur van een trustkantoor de verantwoordelijkheid over de compliancefunctie en de auditfunctie toebedeelt tot het (takenpakket van) één bestuurder (op grond van art. 2:9 BW)? Het zou de wetgever sieren helderheid te verschaffen over haar bedoeling achter het huidige artikel 19 lid 4 Btt 2018. HQ denkt graag mee indien gewenst.

Dit artikel staat ook op mijn algemene weblog.

28 maart 2018

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer

De Nederlandsche Bank bracht vandaag een nieuwsbrief voor trustkantoren uit.
Inhoud:

  • Interview met twee medewerkers van trustkantoren, onder meer over het keurmerk van Holland Quaestor
  • Artikel over onderzoek naar herkomst van vermogen en dat dit beter moet
  • Artikel Dialoog FEC en trustsector, waarin Holland Quaestor figureert als gesprekspartner van FEC
  • Bericht over het wetsvoorstel Wtt 2018, waarvan DNB verwacht dat het op 1 januari 2019 in werking zal treden.

Onder het kopje “Belangrijke wijzigingen” vat DNB de gevolgen van de nieuwe wet samen:

Veel van de huidige normen komen ook weer terug in het nieuwe normenkader. Maar het nieuwe kader biedt ook nieuwe bepalingen of uitwerkingen van bestaande normen. Dit geldt vooral voor:

◾Integere en beheerste bedrijfsvoering
Er komen verdergaande vereisten voor de integere en beheerste bedrijfsvoering. Zo voorziet het wetsvoorstel in de vereiste van minimaal twee dagelijkse beleidsbepalers vanuit Nederland, wordt het uitbesteden van de interne compliancefunctie niet langer toegestaan en komt er een verbod op de verlening van trustdiensten aan een cliënt waaraan binnen de groep tevens belastingadvies is verstrekt.

◾Cliëntenonderzoek
Het wetsvoorstel kent resultaatverplichtingen, bijvoorbeeld om de formele zeggenschapsstructuur vast te stellen en inspanningsverplichtingen, bijvoorbeeld voor het bepalen van de vermogenspositie van de UBO, die met zoveel mogelijk zekerheid moet worden bepaald indien absolute zekerheid onmogelijk is. Het acceptatiememorandum is nieuw en brengt de uitkomsten van het cliëntenonderzoek en de risicoanalyse samen als basis waarop besluitvorming over acceptatie kan plaatsvinden. Voor verhoogde risicostructuren zijn additionele vereisten gesteld aan een trustkantoor.

Wees ervan bewust dat het overgangsrecht bepaalt dat een trustkantoor zijn huidige cliëntacceptatiedossier (inclusief de invulling van het UBO- en PEP-begrip) moet omzetten bij de eerst volgende periodieke of ‘event-driven’ review (bijvoorbeeld na contact met de cliënt dat raakt aan de aard van de dienstverlening of een ‘bad press’ alert) na inwerkingtreding van de Wtt18.

DNB zal de komende maanden in haar nieuwsbrieven aandacht blijven geven aan het parlementaire proces, de voorgestelde wijzigingen en de gevolgen daarvan voor trustkantoren.

31 januari 2018

Januari nieuwsbrief DNB

door Ellen Timmer

Vandaag heeft DNB de nieuwsbrief voor trustkantoren bekend gemaakt. Daarin komen aan de orde:

  • Beperkte blik op fiscale risico’s
  • Cliëntendossiers onvoldoende belicht in SIRA, waarbij op de ‘good practices’ van DNB wordt geattendeerd
  • Incidentmelding: welke informatie is nodig
  • Aanpak illegale trustkantoren; trustkantoren worden opgeroepen mogelijk illegale situaties bij DNB te melden
  • Rondetafelbijeenkomsten over maatschappelijke betamelijkheid
  • Uitvraag ISI-formulier
  • Eigen vermogen alternatieve bewaarders
  • Informatiebijeenkomst toetsingen
  • Indienen toetsingsformulieren
  • Rib Wtt Audit Richtlijn voor trustkantoren > DNB attendeert op deze HQ richtlijn
30 maart 2017

Nieuwsbrief trustkantoren door DNB

door Ellen Timmer

Vandaag heeft DNB een nieuwsbrief voor trustkantoren uitgebracht. De onderwerpen:

10 oktober 2016

Rol trustkantoren in fiscale constructies | verslag expertmeeting

door Ellen Timmer

Op 12 september 2016 vond op initiatief van de tweede kamer commissie financiën een expertmeeting plaats over fiscale constructies, waarin de rol van trustkantoren uitgebreid aan bod kwam. Tijdens de bijeenkomst spraken onder meer Koelewijn, Nagelmaker en Elderson. Lees het verslag zoals op overheid.nl is verschenen.