Posts tagged ‘DNB’

2 november 2014

DNB heeft website vernieuwd

door Ellen Timmer

De website van DNB is onlangs vernieuwd, wat tot gevolg heeft gehad dat ook de pagina’s voor trustkantoren zijn aangepast. Nog steeds gaat informatie per type onder toezicht gestelden schuil onder het vage begrip “Open Boek Toezicht”. Onder ‘sectoren’ is de informatie voor/over trustkantoren te vinden.

Hopelijk is nu sprake van vaste internetpagina adressen, zodat het makkelijker wordt om deeplinks te plaatsen naar bepaalde pagina’s. De naam van de trustkantoren ‘voorpagina’ wijst daar niet op, die naam luidt nu ‘http://www.toezicht.dnb.nl/4/5/11/50-204672.jsp?s=n‘, wat kan betekenen dat het adres variabel is. Prettig is dat de trustkantoren voorpagina onder ‘Algemeen’ een link naar het register heeft staan.

Toch lijken er nog steeds verwijzingen te staan naar pagina’s die niet voor trustkantoren relevant zijn. Zo gaat ‘Publicatie van sancties & Openbare waarschuwingen’ alleen over publicaties op grond van de Wft (en niet de Wtt). In de rubriek ‘Recente wijzigingen‘ zijn ook pagina’s te vinden, die ik zo snel niet via een andere route terugzag. In die rubriek zijn een aantal berichten verdwaald die niet voor trustkantoren bestemd zijn, zoals ‘Bijdrage aan hersteleis’ vervalt in de aanloop naar het nieuwe FTK.

De pagina’s voor/over trustkantoren lijken inhoudelijk nauwelijks te zijn gewijzigd.

Vraag en antwoord DNB

Misschien zijn de vraag & antwoord berichten, te vinden via  ‘Recente wijzigingen‘, nieuw. Onderstaand een overzicht van de Q&A’s, met na ‘>>>’ enkele opmerkingen van mijn kant:

Q&A – Risicoanalyse bedrijfsvoering. Hoe geeft een trustkantoor uitvoering aan de verplichting tot het periodiek uitvoeren van een risicoanalyse jegens de integere bedrijfsvoering (artikel 4 Rib Wtt 2014)?
Q&A – Inrichting compliance functie. Hoe draagt een trustkantoor zorg voor een onafhankelijke en effectieve compliancefunctie ten aanzien van haar werkzaamheden (artikel 7 Rib Wtt 2014)?
Q&A – Inrichting audit functie. Hoe draagt een trustkantoor zorg voor een onafhankelijke en effectieve audit functie ten aanzien van haar werkzaamheden (artikel 7 Rib Wtt 2014)? >>> Meer informatie van DNB over het nieuwe audit-fenomeen in de Rib
Q&A – Risicoanalyse Dienstverlening. Hoe geeft een trustkantoor uitvoering aan de verplichting tot het onderzoeken van de integriteitrisico’s die aan de dienstverlening zijn verbonden (artikel 23 Rib Wtt 2014)? >>> Over domicilieverlening wordt gezegd dat dit een een verhoogd risico zou opleveren. Voorts spreekt DNB over ‘dienstverlening die relatief veel politiek prominente personen (PEP’s) aantrekt uit landen die hoog scoren op de Corruption Perception Index’. Een hyperlink naar de genoemde Corruption Perception Index ontbreekt.
Q&A – Uitvoeren cliëntenonderzoek. Hoe geeft een trustkantoor op adequate wijze vorm aan het verplichte cliëntenonderzoek? >>> DNB schrijft hier onder meer dat niet alleen de potentiële cliënt dient te worden onderzocht, “Dit betekent dat het trustkantoor voortaan dus ook onderzoek doet naar aanbrengers of tussenpersonen. (…) De dubbele onderzoekverplichting zal in een aantal gevallen leiden tot een uitbreiding van het aantal te onderzoeken partijen die bij de dienstverlening betrokken zijn.” Uit de voorbeelden blijkt dat er onderzoek moet worden gedaan naar de buitenlandse belastingadviseur die een opdracht aanbrengt en naar de multinational die een Nederlandse bv wil oprichten.
Q&A – Uitvoering onderzoek herkomst vermogen. Hoe geeft een trustkantoor op adequate wijze vorm aan het verplichte onderzoek naar de herkomst van vermogen?
Q&A – Onderzoek naar doel van de structuur. Hoe geeft een trustkantoor op adequate wijze vorm aan het verplichte onderzoek naar het doel van de structuur?
Q&A – Dienstverlening aan PEP’s. Hoe gaat een trustkantoor om met politiek prominente personen (politically exposed persons, PEPs)?

De informatie blijft zeer globaal van karakter en geeft niet de ‘guidance’ die van een bestuursorgaan als DNB verwacht mag worden. Dat betekent dat er toch nog veelvuldig contact met DNB nodig kan zijn, waar het bestuursorgaan blijkens deze pagina ook voor open staat.

23 september 2014

DNB nieuwsbrief september 2014, onder meer over geschiktheidstoetsing, kosten toezicht en aanpassing procedurehandboeken

door Ellen Timmer

Vandaag heeft DNB een nieuwsbrief gericht op trustkantoren verspreid. Onderwerpen van de artikelen zijn:

29 augustus 2014

Presentatie bij VCO op 9 september 2014 over “De toenemende invloed van de overheid op management van ondernemingen”

door Ellen Timmer

Tijdens de bijeenkomst van de Vereniging van Compliance Officers van 9 september 2014 zal ik een lezing geven over de toenemende overheidsinvloed op het management van ondernemingen. Lees hier de uitnodiging. Onder meer staat er in de uitnodiging:

Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht verbonden aan Pellicaan Advocaten N.V., zal een presentatie geven over de toenemende overheidsinvloed op de personele bezetting van ondernemingen. Financiële instellingen hebben hier al langer mee te maken vanwege de geschiktheidstoetsing door DNB en AFM.

De overheid gaat zich steeds vaker met de personele organisatie van ondernemingen bemoeien, wat wordt geïllustreerd door recente wijzigingen in de trustsector. Onder meer zijn alle trustkantoren verplicht om over een onafhankelijke auditfunctie te beschikken en wenst DNB dat alle trustkantoren in de toekomst twee ‘beleidsbepalers’ hebben.

De in aantocht zijnde nieuwe Europese antiwitwasregelgeving zal naar verwachting tot gevolg hebben dat bij een aantal niet-financiële ondernemingen ook toetsing van functionarissen zal gaan plaats vinden. Een andere vorm van overheidsinvloed is het bestuursverbod, dat volgens kabinetsplannen in het civiele recht zal worden geïntroduceerd.

Kortom: een onderwerp dat volop in beweging is.

5 augustus 2014

DNB: “De Sanctiewet: de financiële sector als poortwachter”

door Ellen Timmer

DNB heeft vandaag een bericht over de Sanctiewet gepubliceerd:

De Sanctiewet: de financiële sector als poortwachter

De oplopende politieke spanningen rond het conflict in Oekraïne en de vliegramp met vlucht MH17 hebben ertoe geleid dat de Europese Unie en de Verenigde Staten sancties hebben afgekondigd tegen personen en entiteiten die betrokken zijn bij dit conflict. De financiële sector heeft een belangrijke functie als poortwachter bij de uitvoering van die sancties. Dit DNBulletin schetst de achtergronden bij de sancties en de rol van de Nederlandse financiële sector bij de uitvoering daarvan.
De afgelopen weken heeft de Europese Unie sancties afgekondigd tegen ruim honderd personen en entiteiten die betrokken zijn bij het conflict. Daarnaast zijn er restricties opgelegd aan financiële transacties met Russische staatsbanken en gelden er voor enkele sectoren handelsbeperkingen. De afgelopen jaren zijn er overigens vaker sancties opgelegd tegen personen, entiteiten en landen wereldwijd. Deze sancties kregen niet altijd veel aandacht: naast sancties tegen terroristen en hun organisaties, ging het in eerdere gevallen bijvoorbeeld om sancties die de handel in bepaalde goederen tegengaan of sancties die waren gericht op personen uit conflictgebieden op het Afrikaanse continent, of tegen dictatoriale regimes.

Sanctiemaatregelen
Sancties zijn politieke instrumenten in het buitenland- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie. Het zijn dwingende instrumenten die worden ingezet als reactie op schendingen van het internationaal recht of de mensenrechten of om verandering te brengen in beleid wanneer wettelijke of democratische beginselen niet worden nageleefd.

Sancties vormen ook een belangrijk wapen in de strijd tegen terrorisme. Door de tegoeden van terroristen te bevriezen wordt het weliswaar niet onmogelijk om terroristische aanslagen voor te bereiden en uit te voeren, het wordt wel moeilijker.
De meest voorkomende sancties zijn wapenembargo’s en handelsrestricties, reis- en visumrestricties en financiële sancties. Er zijn grofweg twee soorten financiële sancties te onderscheiden: een gebod tot het bevriezen van tegoeden en ander financieel bezit, en een verbod op het verlenen van financiële diensten. Het gaat dan om betalingsverkeer, handelsfinanciering, (transport)verzekeringen, maar ook de directievoering over doelvennootschappen door trustkantoren.

Hoe controleren financiële instellingen de naleving?
Sancties moeten door iedereen worden nageleefd en dus ook door financiële instellingen. Het niet naleven van sancties is een economisch delict. Financiële instellingen fungeren als poortwachter om ongewenste elementen in ons financiële stelsel waar nodig te identificeren, te weren en ongewenste transacties tegen te gaan. Op basis van integriteits-, anti-terrorisme- en anti-witwas-wetgeving wordt van financiële instellingen verwacht dat zij hun klant kennen.
Als een nieuwe of gewijzigde sanctieregeling wordt uitgevaardigd, moeten financiële instellingen nagaan of zij de in de sanctieregeling opgenomen personen, bedrijven of entiteiten als relatie hebben. Daarnaast moeten ze nagaan of ze met hun dienstverlening in potentie ongeoorloofde transacties mede uitvoeren of faciliteren. Aan dat soort transacties mag geen medewerking meer worden verleend. Als daarvan sprake is moet een financiële onderneming direct actie ondernemen. Wat een financiële onderneming precies moet doen hangt af van de aard van de dienstverlening door de financiële instelling en de bepalingen in de sanctieregeling. Hierbij kan gedacht worden aan het verplicht bevriezen van een tegoed op een bankrekening, het blokkeren van een verzekerings- of pensioenpolis of het beëindigen van een handelskrediet. De financiële instelling moet DNB onmiddellijk informeren over bijvoorbeeld een bevriezing.
Financiële instellingen kunnen zich niet beperken tot een check op de gepubliceerde namen op de sanctielijst, maar moeten er alles aan doen om te doorgronden wie de uiteindelijke zeggenschap heeft bij een klant. Deze zogenoemde UBO (‘ultimate beneficial owner’) kan zich bijvoorbeeld verschuilen achter ondernemingen, stichtingen of personen. Het is dus zaak dat financiële instellingen te allen tijde weten wie hun daadwerkelijke klant is. Dit is ook verplicht gesteld in wetgeving. Daarnaast zullen financiële instellingen de financiële relaties van hun klant in hun onderzoek moeten betrekken en moeten nagaan of die wellicht voorkomen op een sanctielijst. Dit alles om te voorkomen dat een financiële instelling op welke manier dan ook meewerkt aan verboden transacties.

Toezicht op de naleving van de Sanctiewet
DNB en AFM houden in de financiële sector toezicht op de naleving van de sancties. Zij kijken naar de effectiviteit van procedures en maatregelen van financiële instellingen die zijn gericht op de naleving van de sancties. Bij overtreding kunnen zij een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete aan een instelling opleggen. Ook kunnen ze strafrechtelijk aangifte doen. Ontvangen meldingen worden door DNB en AFM beoordeeld. Als er sprake is van een (voorgenomen) transactie die in strijd is met de sancties, dan sturen zij de melding daarvan door aan het ministerie van Financiën. Ook zal er, indien nodig, aanvullend onderzoek worden verricht naar de melding.

25 juli 2014

Meer risicogebaseerd toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer

Hoewel ik in de veronderstelling verkeerde dat het toezicht op trustkantoren in hoge mate risicogebaseerd is, denkt DNB daar blijkens de wetgevingsbrief die onlangs is bekend gemaakt anders over.

Naar aanleiding van de mededelingen van DNB deelt de minister van financiën het volgende mee:

Risicogebaseerd toezicht  trustkantoren
Ik sta welwillend tegenover de wens voor een meer risicogebaseerd  regelgevend kader voor trustkantoren. Ten aanzien van het eerste  punt (verruiming van de mogelijkheid om boetes te publiceren)  verwijs ik naar het betreffende onderdeel in deze brief. Ten aanzien  van het tweede punt, verruiming van de mogelijkheden tot het  intrekken van de vergunning  kan ik berichten dat ik positief  tegenover de wens van DNB sta. Ik zal in overleg met DNB de mogelijkheden verkennen.

DNB schrijft in de brief dat een betere gelijkschakeling tussen Wtt en Wft/Wwft zou moeten plaats vinden, door het invoeren van normen voor beheerste en integere bedrijfsvoering in de Wtt, naar model van artikel 3:17 Wft. In samenhang daarmee zou een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers moeten worden ingevoerd naar het model van artikel 3:15 Wft. De cliëntenidentificatie zou net zo risicogebaseerd moeten worden als in de Wwft (ik begrijp van het verhaal over de cliëntenidentificatie helemaal niets, eerlijk gezegd).

Zie voor de complete tekst de brief van DNB, een helaas niet citeerbaar pdf bestand, zodat ik de tekst niet makkelijk kon kopiëren en in dit bericht plakken.

Zie over naming & shaming het andere bericht op dit blog.

Aanvulling 28 juli 2014
Met dank aan Nicolaas Weeda, bij wie het OCR programma wel werkte, onderstaand passages uit de brief van DNB over trustkantoren:

Publicatie van lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes
Bij het streven naar meer transparantie, past ook een beleid om door de toezichthouder opgelegde handhavingsmaatregelen, zoals bestuurlijke boetes, openbaar te maken. In de recente praktijk is gebleken dat er een verschil bestaat tussen DNB en de AFM ten aanzien van de publicatie van bestuurlijke boetes vanwege overtreding op het gebied van de beheerste en integere bedrijfsvoering. In de consultatieversie van het Implementatiebesluit CRD IV en CRR is voorzien dat di t verschil voor nieuwe gevallen wordt opgeheven. DNB verwelkomt dit.

Ten aanzien de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en de Sanctiewet l 977 (Sw) ontbreekt op dit moment nog de mogelijkheid tot publicatie van lasten onder dwangsom of van bestuurlijke boetes. Het opnemen van een dergelijke bepaling in deze wetten zou goed aansluiten bij het streven van DNB naar meer transparantie en de preventieve werking hiervan.

Hetzelfde geldt voor lasten onder dwangsom of bestuurlijke boetes die DNB oplegt op grond van artikel 9c, eerste respectievelijk tweede lid, van de Bankwet 1998 voor overtredingen van – kort gezegd – de echtheids- en geschiktheidsvereisten voor eurobankbiljetten als bedoeld in artikel 9a, eerste tot en met derde lid, van de Bankwet 1998 of voor overtredingen van de Verordening valsemunterij (EG) nr. 1338/2001. Ook voor andere regelgeving waar DNB toezicht op houdt, zoals SEPA, geldt dat DNB streeft naar het zoveel mogelijk transparantie.

DNB verzoekt om de bevoegdheid om lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes te publiceren die worden opgelegd in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), Wet toezicht trustkantoren ( Wtt) en de Sanctiewet 1977 (Sw), dan wel op grond van artikel 9c, eerste respectievelijk tweede lid, van de Bankwet 1998. (…)

Risicogebaseerd toezicht trustkantoren

DNB verwelkomt de aanstaande wijziging van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren (Rib Wtt). De wijziging van de Rib is een belangrijke stap in hel streven van DNB naar een trustsector met professionele en goed bestuurde trustkantoren die voldoen aan wel- en regelgeving. In het belang van verdere professionalisering en toekomstbestendigheid van de trustsector acht DNB het van belang om voortbouwend op de nieuwe Rib, de Wtt nader te herzien en meer risicogebaseerd in te richten en in lijn te brengen met de institutionele eisen uit de Wft en de cliëntidentificatievereisten  ui t de Wwft.

Een betere gelijkschakeling tussen de Wtt en de Wft/ Wwft zou kunnen worden gerealiseerd door het invoeren van normen voor beheerste en integere bedrijfsvoering i n de Wtt, naar model van 3: 17 Wft, door te expliciteren dat de bedrijfsvoering van trustkantoren erop gericht moet zijn om de risico’s die het bedrijf van trustkantoor met zich meebrengt te mitigeren. In samenhang hiermee zou een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers moeten worden ingevoerd, naar model van 3: 15 Wft. Tevens zouden de cliëntidentificatievereisten voor trustkantoren  meer risicogebaseerd moeten worden ingericht, naar model van de Wwft en zou de afbakening van de reikwijdte van de Wtt en de onder de wet gereguleerde diensten moeten worden herzien, ter beperking van het inherente integriteitrisico dat bepaalde diensten met zich meebrengen.

In aanvulling op het aanscherpen van de vereisten voor trustkantoren is het noodzakelijk dat van formele handhavingsmaatregelen een signaal uitgaat door verruiming van de mogelijkheden om boetes te publiceren, naar model van afdeling 1.5.2 van de Wft. In het geval dat een trustkantoor structureel niet in staat is om aan de wettelijke normen te voldoen en DNB vaststelt dat er geen andere middelen openstaan om naleving van de normen af te dwingen, dan moet DNB voldoende mogelijkheid hebben om de vergunning in te trekken, naar model van 1: 104 Wft.

Tot slot geldt dat de Beleidsregel Betrouwbaarheidsloetsing van DNB en AFM na een recente wijziging van regelgeving alleen nog van toepassing is op trustkantoren. Voor Wft-instellingen zijn de bepalingen aangaande de betrouwbaarheidstoetsing sinds enige tijd opgenomen in het Besluit prudentiële regels. Ook voor trustkantoren zouden deze regels op termijn in bijvoorbeeld de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt 2014 kunnen worden ingevoegd. De Beleidsregel Betrouwbaarheidstoetsing zou dan kunnen worden ingetrokken.

DNB denkt graag mee over de mogelijkheden het regelgevend kader voor trustkantoren meer risicogebaseerd te maken, in lijn met de Wft, om verdere professionalisering van de sector te kunnen bevorderen.

NB Door mij is niet gecheckt of een en ander volledig goed is overgekomen. Raadpleeg als het nodig is de originele tekst.

 

25 juli 2014

Naming and shaming in de Wtt: publicatie van lasten onder dwangsom en boetes

door Ellen Timmer

Uit de wetgevingsbrief van de minister van financiën van 15 juli 2014 (wetgevingsbrief op het terrein van de financiële markten) blijkt dat de minister gehoor zal gaan geven aan het verzoek van DNB. Dat verzoek hield in dat DNB meer bevoegdheden wenst om lasten onder dwangsom en boetes opgelegd aan onder DNB-toezicht staande instellingen bekend te mogen maken. Een en ander zoals de AFM dit al veel langer doet.

DNB schrijft in de eigen brief dat in de recente praktijk is gebleken dat er een verschil bestaat tussen DNB en AFM ten aanzien van de publicatie van boetes vanwege overtreding op het gebied van de beheerste en integere bedrijfsvoering. In de Wwft, Wtt en Sanctiewet 1977 ontbreekt op dit moment een dergelijke publicatiemogelijkheid. DNB meent dat het opnemen van een dergelijke bepaling in deze wetten goed aansluit bij het streven van DNB naar meer transparantie. Voorts meent DNB dat er een preventieve werking. van kan uitgaan.

Straffen zonder rechter

Persoonlijk blijf ik er moeite mee hebben dat sancties door AFM en DNB bekend mogen worden gemaakt, terwijl het geschil met de financiële onderneming nog niet aan de rechter is voorgelegd. Publicatie van dit soort gegevens is nl. de facto als een straf te beschouwen, een straf die niet ongedaan kan worden gemaakt, ook al zou het trustkantoor gelijk krijgen van de rechter.

Straffen horen door de rechter te worden opgelegd, niet door een bestuursorgaan. Ik zie ook niet in waarom er niet een speciale strafprocedure zou kunnen worden gecreëerd, waarin DNB en AFM als aanklager (in plaats van het Openbaar Ministerie) kunnen optreden. Het is hoog tijd dat het procesrecht op dit punt wordt aangepast.

Zie over naming & shaming ook de berichten op mijn algemene weblog.

8 juli 2014

Column Pieter Lakeman over DNB

door Ellen Timmer

Pieter Lakeman schreef een column voor Ftm, waar hij uithaalt naar DNB. Intro: “De Nederlandsche Bank is onder leiding van Klaas Knot verworden tot een bemoeizuchtige club machtswellustelingen. Dat betoogt columnist Pieter Lakeman.

Tags:
29 april 2014

Factsheet geschiktheidstoetsing vergunningverlening trustkantoren is aangepast

door Ellen Timmer

In de nieuwsbrief van 29 april 2014 laat DNB weten dat voor trustkantoren het factsheet over de geschiktheidstoetsing voor de vergunningverlening aangepast. DNB schrijft dat het van belang is hiervan kennis te nemen. De huidige tekst is hier te vinden. Er staat:

Vergunningaanvraag Trustkantoren – geschiktheidstoetsing

Eén van de voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning voor een trustkantoor is dat de bestuurders, commissarissen en (mede) beleidsbepalers (hierna: bestuurder) geschikt worden geacht om het beroep of bedrijf van trustkantoor uit te oefenen.

Geschiktheid is een zware voorwaarde
Het is de ervaring van DNB dat aanvragers niet altijd geheel op de hoogte zijn van de vereisten ten aanzien van de geschiktheid, terwijl de geschiktheid op het moment van de vergunningaanvraag moet worden aangetoond. Als op het moment van de vergunningaanvraag niet aan deze geschiktheidsvereisten wordt voldaan, zal DNB de vergunningaanvraag moeten afwijzen. Ook in dat geval dient u leges te betalen (in 2014: EUR 3.200,-). DNB adviseert een potentiële aanvrager / bestuurder dan ook om zorgvuldig na te gaan of aan de voorwaarden van geschiktheid wordt voldaan. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor de betrouwbaarheidstoets .

Aantonen van geschiktheid
De beoordeling of iemand geschikt is voor de voorgenomen functie vindt plaats op grond van de Beleidsregel geschiktheid 2012. Op grond van deze beleidsregel moet de bestuurder van een trustkantoor aantonen dat hij of zij beschikt over:

* Bestuurlijke vaardigheden nodig voor het (dagelijks) beleid;
* Leidinggevende vaardigheden in een hiërarchische verhouding; en
* Algemene en specifieke vakinhoudelijke kennis.

Deze vaardigheden en kennis moeten zijn opgedaan in een relevante werkomgeving gedurende ten minste twee jaar, waarvan minimaal één jaar aaneengesloten. De algemene en specifiek vakinhoudelijke kennis moet zijn opgedaan maximaal vijf jaar voorafgaand aan het moment van toetreding. De geschiktheid ten aanzien van de bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden moeten zijn opgedaan maximaal tien jaar voorafgaand aan het moment van aantreden. Minimaal zal een bestuurder kennis en ervaring moeten hebben opgedaan op het gebied van antiwitwas- en terrorisme financiering. Ook de relevante wet- regelgeving moet actief bekend zijn.

Beleidsregel geschiktheid 2012

Meer informatie:

7 april 2014

Bedrijfsleven financiert DNB maar heeft geen zeggenschap over de begroting van DNB

door Ellen Timmer

Prof. mr. Danny Busch maakt zich zorgen over het nieuwe systeem van financiering van DNB en AFM met ingang van 2015, zo blijkt uit dit bericht. Hij schrijft onder meer:

Het verdwijnen van financiële prikkels bij de overheid leidt er mogelijk toe dat er geen reden meer is voor de toezichthouders om kritisch te kijken naar de inzet van de middelen

De auteur constateert terecht dat het een vreemde zaak is dat invloed van degenen die de kosten moeten betalen op de bedrijfsvoering van de toezichthouders ontbreekt. Al eerder las ik berichten, waarin auteurs zich afvragen of de kosten van algemene voorlichting door DNB en AFM wel voor rekening van de vergunninghouders moeten komen.

Tags:
20 maart 2014

Hoe zat het ook al weer met domicilie. Over wettelijke verplichtingen van degene die bedrijfsmatig domicilie verleent

door Ellen Timmer

De overheid houdt het zorgvuldig geheim, maar domicilieverlening is tegenwoordig een zwaar gereguleerde bezigheid. In Nederland bestaan momenteel drie soorten domicilie:

[a] Domicilieverlening in de zin van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). In die wet wordt domicilieverlening gedefinieerd als:

het in opdracht van een niet tot dezelfde groep behorende rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon, ter beschikking stellen van het adres of het postadres [*] aan een andere rechtspersoon of vennootschap, indien bepaalde bijkomende werkzaamheden [**] wordt verricht ten behoeve van die rechtspersoon of vennootschap of ten behoeve van een, tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende, andere rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon

Belanghebbenden dienen er op te letten dat er zeer snel sprake is van bijkomende werkzaamheden, met name “het op privaatrechtelijk gebied geven van advies of het verlenen van bijstand”. De toepasselijkheid van de Wtt heeft grote gevolgen: de ondernemer die deze domiciliediensten verleent dient bij De Nederlandsche Bank een vergunning aan te vragen en dient als vergunninghouder aan een groot aantal eisen te voldoen. Zie voor meer informatie de DNB-pagina over de Wtt.

[b] Domicilieverlening in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). De definitie is hier: het beroeps- of bedrijfsmatig een adres of postadres ter beschikking stellen. Dit is ruimer dan de Wtt, waar naar adres en postadres op grond van de Handelsregisterwet [*] wordt verwezen. Zie voor meer informatie over de Wwft de site van FIU-Nederland. Overigens valt op dat domicilieverleners niet als Wwft-melder bij FIU-Nederland worden genoemd. De toezichthouder is het Bureau Toezicht Wwft van de belastingdienst. Zie voor informatie de site van de belastingdienst.

[c] Overige domicilieverlening, dat wil zeggen domicilieverlening die niet onder [a] of [b] valt en dus niet gereguleerd is.

Door de gebrekkige informatievoorziening vrees ik dat er de nodige domicilieverleners buiten de trust(kantoren)sector zijn die niet van hun wettelijke verplichtingen op de hoogte zijn. Zij komen er pas achter als een overheidstoezichthouder of opsporingsinstantie vanwege onderzoek naar strafbare feiten de domicilieverlener op het spoor komt.

[*] Adres of postadres bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel c, en 14, eerste lid, onderdeel c, van de Handelsregisterwet 2007.

[**] In de wet wordt het volgende genoemd:

i) het op privaatrechtelijk gebied geven van advies of het verlenen van bijstand, met uitzondering van het verrichten van receptiewerkzaamheden;
ii) het verstrekken van belastingadvies of het verzorgen van belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden;
iii) het verrichten van werkzaamheden in verband met het opstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het voeren van administraties;
iv) het werven van een bestuurder voor een rechtspersoon of vennootschap;
v) andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bijkomende werkzaamheden.