Posts tagged ‘DNB’

25 september 2015

DNB nieuwsbrief trustkantoren

door Ellen Timmer

De nieuwste DNB-nieuwsbrief voor trustkantoren is uitgekomen.
Onderwerpen:

Cliëntenacceptatie door een opvolgend trustkantoor

Interessant is dat op grond van het bericht bedoeld in de tweede bullet, het opvolgende trustkantoor bij de cliëntenacceptatie moet betrekken wat de redenen waren voor de cliënt en diens doelvennootschappen, om te vertrekken bij het vorige trustkantoor. Het opvolgende trustkantoor kan daar niet zo eenvoudig achter komen vanwege de geheimhoudingsverplichtingen van de voorganger. DNB zegt wel heel gemakkelijk “Tevens verwacht DNB dat trustkantoren hun organisatie zodanig inrichten dat zij hier op een effectieve wijze aan kunnen voldoen. Trustkantoren kunnen onder meer aandacht besteden aan de waarborgen voor dergelijke informatieuitwisseling in de afspraken met clienten en in de service agreements.

Naar verwachting zal het nog wel enige tijd duren voordat in alle contracten regelingen zijn opgenomen, die dergelijke informatievoorziening aan een opvolgend trustkantoor mogelijk maken. Overigens verbiedt de Wwft dat het trustkantoor dat een ongebruikelijke transactie heeft gemeld, deze informatie aan het opvolgende trustkantoor verstrekt.

Tags: , ,
8 september 2015

Doorberekening kosten AFM en DNB aan de sector | marktbeïnvloeding sector trustkantoren via tariefstructuur

door Ellen Timmer

Een trend in de regelgeving is dat de rijksoverheid probeert de kosten van toezicht zoveel mogelijk op de onder toezicht staande ondernemingen te verhalen. Over dat principe kan het nodige worden gezegd, wat ik hier niet ga doen.

Wet bekostiging financieel toezicht

In het financiële toezicht gebeurt de doorberekening via de Wet bekostiging financieel toezicht, met een nadere uitwerking in een uitvoeringsregeling, voor 2015 is dat de Regeling bekostiging financieel toezicht 2015. Op grond van de wet dient de toezichthouder tweemaal per jaar een inspraakbijeenkomst (‘overleg’) te organiseren met een ‘daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging’ van de onder toezicht staande ondernemingen. De toezichthouder hoeft geen gehoor te geven aan de wensen van die ondernemingen.

Opvallend is dat de wet geen normen bevat voor de verdeling van de kosten over de vergunninghouders binnen een vergunninghoudergroep. Dat biedt voor degene die de regeling vaststelt (het ministerie van financiën) mooie mogelijkheden om via de kostenbijdrage invloed uit te oefenen op de markt, zoals blijkt uit het navolgende voorbeeld.

Beïnvloeding markt via de tarieven | trustkantoren

De bijdrage die trustkantoren betalen is afhankelijk van hun omzet. Voor hen geldt een soort schijventarief (de schijf is de omzetcategorie). Het tarief binnen de schijf is een vast bedrag.

De grote trustkantoren (omzet meer dan 5 miljoen euro) betalen in 2015 EUR 88.000 aan De Nederlandsche Bank (DNB), terwijl kleinere trustkantoren bedragen betalen die variëren tussen EUR 5.500 (omzet minder dan EUR 100.000) en EUR 62.000 (omzet meer dan 2 miljoen euro tot en met 5 miljoen euro). Er zijn zeven schijven. De complete tabel is te vinden in de Regeling bekostiging financieel toezicht 2015.

Als de bijdrage wordt afgezet tegen de top van iedere schijf, is de bijdrage achtereenvolgens 5,5%, 6,25%, 4,2%, 3,1%, 2,25% en 1,24% van de omzet (eerste tot en met zesde schijf), terwijl de zevende schijf begint met 1,76% van de omzet en dan onbeperkt daalt. Zie de spreadsheet die ik heb gemaakt. Met name trustkantoren met een omzet aan de onderkant van de eerste tot en met derde schijf zijn heel onvoordelig uit.

Kennelijk gaat de minister er van uit dat de controle bij grote trustkantoren goedkoper is dan bij kleine en dienen kleine trustkantoren te worden ontmoedigd, met name bij een omzet van EUR 500.000 en minder.

Hoewel in de toelichting op de regeling wordt gezegd dat kleine ondernemingen worden ontzien, blijkt daar in de praktijk bij trustkantoren weinig van. Kennelijk was dit in het eerdere systeem ook al zo, want in de toelichting staat dat de tarieven voor kleine trustkantoren ten opzicht van het verleden relatief minder zouden zijn gestegen:

In de categorieën (…) ‘Betaalinstellingen, clearinginstellingen en elektronischgeldinstellingen’ en ‘Trustkantoren’ van DNB bestaat de heffing uit een vast tarief dat afhangt van de omvang van de instelling. Om de kleinere partijen te ontzien is ervoor gekozen om de vaste tarieven voor de kleinere partijen in deze categorieën minder te laten stijgen dan de vaste tarieven voor de grotere partijen. Daarbij geldt dat hoe groter de instelling is, hoe groter de procentuele stijging van het tarief.

Marktbeïnvloeding

Geconcludeerd kan worden dat via het systeem van doorberekening van kosten aan ondernemingen de overheid een mooi instrument er bij heeft gekregen om de markt te beïnvloeden.

Wellicht dat een liefhebber zin heeft om de totale tariefstructuur van de Regeling bekostiging financieel toezicht 2015 te onderzoeken en na te gaan of er ook bij andere groepen vergunninghouders dit soort marktbeïnvloedingssystemen worden toegepast.

Meer informatie

Dit artikel is ook geplaatst op mijn algemene weblog.

Aanvulling 28 december 2015
Inzake de tarieven die DNB in rekening brengt is informatie te vinden in een bijlage bij een kamerstuk (Verslag van een schriftelijk overleg over de regeling bekostiging financieel toezicht 2015), zie deze locatie. Het is een overzicht inzake alle ondernemingen die onder AFM- en DNB-toezicht staan. De trustkantoren zijn op pagina 3 te vinden.

 

19 augustus 2015

DNB komt met guidance integriteitsanalyse

door Ellen Timmer

In een bericht van 17 augustus 2015 meldt DNB dat de uitkomst van een onderzoek door DNB in 2015 naar ruim 170 integriteitrisicoanalyses van banken, verzekeraars, betaalinstellingen, trustkantoren en pensioenfondsen is dat meer dan 80% van de analyses niet voldoet en dat er vele instellingen zijn die niet over een integriteitrisicoanalyse beschikken.

Dit bericht kan opmerkelijk worden genoemd. Het zou nl. kunnen betekenen dat DNB de verwachtingen omtrent het uitvoeren van integriteitrisicoanalyses onvoldoende onder de vergunninghouders heeft gecommuniceerd, zodat zij niet op de hoogte waren wat er van hen werd verwacht. Het illustreert ook dat DNB bekendheid veronderstelt in ‘de markt’ waar die bekendheid er helemaal niet is.

Het is verheugend dat DNB nu guidance op het gebied van integriteitsrisicoanalyse publiceert. Jammer is dat daar geen publieke internetconsultatie aan is vooraf gegaan. Zoiets hoort wel bij een dergelijk document. Wat dat betreft doet de AFM het anders, wat blijkt uit hun consultatie over de beleidsregel incidentenmelding, waar DNB een voorbeeld aan zou kunnen nemen.

Onderstaand het complete bericht van DNB:

Good practices “De Integriteitrisicoanalyse – meer waar dat moet, minder waar dat kan”

Relevant voor: ba, bti, pf, tk, vz, wi
Geldigheid: geldig
Datum: 17 augustus 2015
Status: factsheet
Referentie: 01823
Auteur: DNB

In 2015 heeft DNB ruim 170 integriteitrisicoanalyses van banken, verzekeraars, betaalinstellingen, trustkantoren en pensioenfondsen beoordeeld. Uit de deze beoordeling blijkt dat meer dan 80% van de analyses niet voldoet en dat er vele instellingen zijn die niet over een integriteitrisicoanalyse beschikken. DNB vindt het zorgelijk dat dit cruciale onderdeel bij zo veel instellingen niet op orde is en heeft daarom besloten deze good practices te publiceren.

In de good practices kunnen financiële instellingen en pensioenfondsen lezen welke stappen een instelling of fonds moet nemen om een gedegen integriteitrisicoanalyse op te stellen. Een integriteitrisicoanalyse is niet alleen een wettelijke verplichting. Zonder deze risicoanalyse kan een instelling of fonds de integriteitwetgeving niet risicogebaseerd naleven. Daarnaast is de integriteitrisicoanalyse een voorwaarde voor een toereikende inrichting van de integere bedrijfsvoering.

De good practices beschrijven waarom een instelling of een fonds een integriteitrisicoanalyse moet maken, hoe dat gedaan kan worden en welke gevolgen aan de risicoanalyse verbonden moeten worden.

Good Practices
De integriteitrisicoanalyse

Dit bericht is ook op mijn algemene weblog geplaatst.

4 augustus 2015

Informatie FATF, relevant voor Wwft-naleving

door Ellen Timmer

Op 7 juli 2015 heeft DNB een nieuwsbericht geplaatst over FATF informatie inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. DNB schrijft:

De FATF heeft naar aanleiding van haar plenaire vergadering (juni 2015) twee documenten doen uitgaan waarin wordt gewezen op landen met tekortkomingen in hun systeem ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering:

1. FATF Public statement – 26 juni 2015
2. Improving Global AML/CFT compliance: ongoing process – 26 juni 2015

Bepaalde landen hebben laten zien tekortkomingen serieus te willen aanpakken. Andere laten minder vooruitgang zien, zoals de door de FATF in het ‘public statement’ genoemde landen. Deze landen laten ernstige tekortkomingen zien (Iran, Noord-Korea). Voor deze landen wijzen DNB en het Ministerie van Financiën erop dat verscherpte maatregelen ten aanzien van relaties met ingezetenen van deze landen en het uitvoeren van transacties van/naar deze landen nodig zijn.

Daarnaast noemt het ‘public statement’ landen die onvoldoende verbetering hebben laten zien of zich niet hebben gecommitteerd aan een actieplan (Algerije, Myanmar). DNB en het Ministerie van Financiën wijzen erop dat het onderhouden van zakelijke relaties met ingezetenen van deze landen of het uitvoeren van transacties van/naar deze landen een hoger risico op witwassen en/of terrorismefinanciering met zich meebrengen. Zie de tekst van het ‘public statement’ voor informatie over de landenspecifieke risico’s.

Het document ‘improving global AML/CFT compliance’ bevat een lijst met landen die ernstige tekortkomingen hebben in hun AML/CFT systeem maar die wél gecommitteerd zijn om deze tekortkomingen te adresseren. Deze lijst bestaat uit de volgende landen: Afghanistan, Angola, Bosnië Herzegovina, Ecuador, Guyana, Irak, Laos, Panama, Papua Nieuw-Guinea, Soedan, Syrië, Uganda en Jemen. Indonesië heeft significante vooruitgang laten zien wat ertoe heeft geleid dat het niet langer in het document genoemd wordt.

Van financiële instellingen wordt verwacht dat zij in het kader van de te nemen AML/CFT-maatregelen de specifieke omstandigheden in acht nemen. Hiervoor wordt verwezen naar de gepubliceerde Q&A van DNB ‘FATF Waarschuwingslijsten’.

In de volgende plenaire vergadering (oktober 2015) zal de FATF de documenten herzien indien daar aanleiding voor is.

Tags: , ,
6 juli 2015

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer

In de laatste nieuwsbrief van DNB voor trustkantoren komen een aantal thema’s aan de orde die hier al besproken zijn:

3 juli 2015

DNB verzoekt om ingrijpende herziening Wet toezicht trustkantoren

door Ellen Timmer

In een brief van 25 juni jl. aan de minister van financiën laat De Nederlandsche Bank weten dat ingrijpende herziening van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) wordt gewenst. In het onderstaande bespreek ik de belangrijkste punten die DNB aan de orde stelt.

  • DNB schrijft in de brief dat er geen breed geïnstitutionaliseerde integriteitsstandaard bij trustkantoren zou zijn; ik zou menen dat dit één van de onderwerpen is waarmee brancheorganisatie Holland Quaestor druk bezig is. Nu Rome ook niet in één dag kon worden gebouwd, is de vraag of de mededeling van DNB als kritiek op de brancheorganisatie moet worden opgevat. Maar over de initiatieven in de sector spreekt DNB in het geheel niet.
  • DNB laat weten dat er voortbouwend op de per 1 januari 2015 gewijzigde Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (Rib Wtt) wijziging van de Wtt nodig is. DNB schrijft “De invoering van de Rib Wtt heeft in de praktijk niet geleid tot voortgaande structurele verbeteringen in het gewenste tempo“. Bijzonder: de Rib Wtt is op 1 januari 2015 ingevoerd en nu al denkt DNB dat het niet hard genoeg gaat.
  • In de brief komt impliciet de gedachte van DNB terug dat het cliëntenonderzoek onder de Wtt minder ver zou gaan dan onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), mij lijkt die gedachte onjuist. Maar misschien gaat het DNB in de bewuste passage meer om aansluiting in de sfeer van de organisatorische eisen bij de Wet op het financieel toezicht (Wft). Ten slotte wordt door DNB verwezen naar voorbeelden in artikelen 3:10 en 3:17 Wft. Als ik zie dat DNB spreekt over mitigeren van integriteitsrisico’s, dan lijkt me dat wijziging van de Wtt niet nodig is om dat te bereiken. Dus de vraag is waarom DNB over dit soort wijzigingen spreekt, is het meer gericht op de beeldvorming?
  • DNB laat weten dat het een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers wenst, naar model van artikel 3:15 Wft. Voorts meent DNB nu dat (deels) uitbesteden van compliance aan externe partijen een belemmering zou vormen voor internalisering van integriteit binnen een trustkantoor. Het lijkt er op dat DNB van mening is dat kleine(re) trustkantoren niet goed zouden kunnen functioneren. DNB schrijft: “DNB stelt daarom voor om verdere internalisering van integriteit binnen een trustkantoor voortaan te laten geschieden via een geïntegreerde compliancefunctie, hetgeen ook bijdraagt aan de professionalisering van de sector“. Al eerder signaleerde ik dat DNB kennelijk van de veronderstelling uitgaat dat kleine trustkantoren hun werk minder goed doen dan grote. DNB geeft geen toelichting op deze wens. De vraag is of de aard van de activiteiten van trustkantoren (toch vooral het besturen van rechtspersonen) wel geschikt is voor grote organisaties. Het karakter van de bedrijfsactiviteiten van een trustkantoor is tenslotte geheel anders dan van bijvoorbeeld banken of verzekeringsmaatschappijen. Het zou fijn zijn als DNB dit punt van een inhoudelijke onderbouwing zou kunnen voorzien, bijvoorbeeld door middel van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek over management en organisatie van dienstverlenende ondernemingen. Mijn persoonlijke indruk is namelijk dat ‘big’ lang niet altijd ‘beautiful’ is.
  • DNB meent dat in sommige structuren het trustkantoor op te grote afstand staat om haar taken in de sfeer van integriteit goed te vervullen. DNB wil hier over met het ministerie in overleg treden; uit de brief wordt niet duidelijk met welk doel.
  • Opnieuw wordt door DNB om meer bevoegdheden in de sfeer van handhaving gevraagd, zoals verruiming van de mogelijkheden om boetes te publiceren en intrekking van de vergunning. (Dat laatste kan toch al?) Bij de publicatiewens teken ik aan dat naming & shaming zonder rechterlijk toezicht een zeer gevaarlijke activiteit is, zoals door de gang van zaken bij de AFM wordt geïllustreerd. Als de AFM op een later tijdstip laat weten door de rechter tot de orde te zijn geroepen, is het kwaad voor de belanghebbende al geschied. Ik ben van mening dat de beslissing tot het openbaar maken van boetebesluiten bij de rechter thuis hoort, aangezien het een strafkarakter heeft.

De minister van financiën schrijft naar aanleiding van de wetgevingswensen van DNB:

Trustsector
Ik onderschrijf het belang van goede regelgeving voor de trustsector, en zal daartoe in overleg met DNB inventariseren waar de bestaande trustregelgeving aanpassing behoeft.

Het bovenstaande illustreert dat de trustkantorensector nog de nodige veranderingen kan verwachten.

Meer informatie:

Aanvulling 10 juli 2015

Vandaag verscheen in het FD een artikel van Siem Eikelenboom en Gaby de Groot over de wetgevingswensen van DNB. Lees ook de reacties onder het artikel. Van dezelfde auteurs verscheen het artikel ‘DNB en trustkantoren, een moeizame relatie‘. Het derde artikel, van dezelfde auteurs plus Vasco van der Boon, gaat over het afnemen door DNB van de trustvergunning van Intercity Corporate Management (ICM).

2 juli 2015

Informatievoorziening sanctieregelgeving door DNB

door Ellen Timmer

DNB heeft via een nieuwsbrief van vandaag bekend gemaakt dat de informatievoorziening inzake sanctieregelgeving is aangepast. Het betreft de volgende pagina’s:

Op de ‘Wegwijs’ pagina zijn onder meer links naar Nederlandse informatie, zoals de Nederlandse personenlijst, de laatste DNB leidraad en dergelijke te vinden.
Een link naar de Europese overzichtspagina over sanctieregelgeving trof ik er niet aan. Het zou goed zijn als die pagina aan de rubriek ‘Gerelateerde websites’ zou worden toegevoegd.

Overigens blijf ik de DNB-informatie onoverzichtelijk vinden. Vanwege het grote belang van de sanctieregelgeving, ook voor partijen die er weinig mee te maken hebben (en dus geen dure adviseurs inhuren), zou het prettig zijn als de informatie op een betere manier bij elkaar werd gebracht, bijvoorbeeld op de manier zoals dat inzake de Wet Normering Topinkomens is gebeurd op www.topinkomens.nl.

29 juni 2015

Transparantie DNB | onderzoek onder stakeholders

door Ellen Timmer

In de nieuwste editie van het DNB Magazine wordt verslag gedaan van een onderzoek onder stakeholders, waartoe ook de onder toezicht staande ondernemingen zoals trustkantoren worden gerekend.

Uit het verslag blijkt dat de communicatie door DNB wel wat moderner en aansprakender kan. Als de toezichthouder risico’s signaleert, dan zien de stakeholders graag dat DNB meer toelichting geeft en ruimte maakt voor bespreking. Ook willen de stakeholders dat de toezichthouder duidelijker aangeeft aan welke verwachtingen ze moeten voldoen. Er is behoefte aan uitleg over de toezichtstrategie, inclusief beantwoording van vragen waarom DNB bepaalde eisen stelt en wat het oplevert. De ondervraagden ervaren een verschil tussen mondelinge en geschreven informatie, wat verwarring kan wekken. Over de themaonderzoeken wordt in het verslag vermeld dat het stakeholders niet altijd even duidelijk is waarom DNB het onderzoek doet en waarvoor. DNB wil bij elk onderzoek drie communicatiemomenten inbouwen, ten eerste de aankondiging, ten tweede een update over de voortgang en tot slot een duidelijk verslag van de belangrijkste bevindingen. In het verslag wordt uitgesproken dat transparantie een speerpunt van DNB is.

Mijn aantekening: op dit moment is er over veel thema’s op het gebied van compliance door trustkantoren onduidelijkheid. Trustkantoren hebben soms de indruk dat het beleid en de uitleg van de regelgeving tijdens de toezichtbezoeken wordt bedacht, wat natuurlijk een verkeerde volgorde is. Het is te hopen dat de informatievoorziening van DNB over onderwerpen die trustkantoren aangaan zal verbeteren.

Meer informatie:

DNB Magazine nr. 2 van 2015, te zijner tijd te vinden via het digitale archief (bij het afsluiten van dit artikel stond magazine nr. 2 er nog niet bij).

Tags:
11 juni 2015

Speerpunten FEC voor 2015: trustkantoren, terrorismefinanciering en sanctieregelgeving

door Ellen Timmer

Het Financieel Expertise Centrum (FEC) is een samenwerkingsverband tussen een aantal bestuursorganen en andere overheidsinstellingen en bestaat uit:

  • Autoriteit Financiële Markten (AFM)
  • Belastingdienst
  • De Nederlandsche Bank (DNB)
  • Financial Intelligence Unit – Nederland (FIU)
  • Fiscale Opsporingsdienst (FIOD)
  • Openbaar Ministerie (OM)
  • Politie

Dit samenwerkingsverband houdt zich bezig met toezicht, controle, opsporing en vervolging in de financieel-economische sfeer. Uit het in april 2015 bekend gemaakte jaarplan voor dit jaar (hier te vinden), blijkt dat de FEC een aantal speerpunten heeft aangewezen, te weten trustkantoren, terrorismefinanciering en sanctieregelgeving. Dit zijn onderwerpen waar DNB in 2014 al veel aandacht voor heeft gevraagd. Opvallend is dat het hier om een branche (de trustkantoren) en om twee aandachtsgebieden (terrorismefinanciering en sanctieregelgeving) die een groot aantal ondernemingen kunnen raken.

Het onderwerp terrorismefinanciering is relevant voor alle ondernemingen die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vallen, terwijl sanctieregelgeving voor ‘een ieder’ geldt. Voor beide onderwerpen geldt dat het juridische mandarijnenwetenschappen betreft die door weinigen worden doorgrond en waarmee de overheid ook tobt. Om hier goed mee om te gaan, zowel in de sfeer van preventie en naleving van regelgeving (‘compliance’) als toezicht, is een grote uitdaging.

Toelichting FEC

Onderstaand de toelichting van FEC op de keuze voor de speerpunten:

3.4.2 Trustkantoren

Resultaten: Het ontwikkelen van een gezamenlijke effectieve en integrale aanpak van vergunninghoudende trustkantoren die er toe leidt dat de beheersing van integriteitsrisico’s door trustkantoren op orde is. Trustkantoren nemen eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van risico- identificatie en -mitigatie en hebben het belang van integriteit ingebed in de bedrijfscultuur en de relatie met klanten. In gevallen waar de integere bedrijfsvoering nog niet als interne norm geldt, worden passende maatregelen ingezet om het beoogde resultaat te realiseren. Hiertoe zal 1) een inventarisatie plaatsvinden van de rol, bevoegdheden en bijdrage van de deelnemende partners aan hierboven genoemde resultaat; 2) onderlinge kennisuitwisseling plaatsvinden over de trustsector; 3) een aanpak worden opgeleverd met afspraken over concrete activiteiten inclusief een specifiek op de trustsector toegespitst handhavingsbeleid, gebaseerd op de criteria van het tripartiete overleg, waaraan OM, AFM, DNB en FIOD deelnemen.

Trekker en deelnemers: DNB met de FEC-eenheid en de betrokken FEC-partners en -waarnemers eventuele overige relevante partijen. Tevens zal samenwerking worden gezocht met BFT.

Achtergrond: Door het aantrekkelijke vestigingsklimaat heeft Nederland een omvangrijke trustsector. Deze brengt een relatief groot integriteitrisico met zich en daarmee ook een reputatierisico voor de Nederlandse financiële sector. Niet alle trustkantoren beheersen integriteitrisico’s (met name faciliteren van witwassen, belastingontduiking en ontwijking van sanctiemaatregelen) afdoende. De hoofdoorzaak hiervan is dat deze kantoren een onvoldoende integere bedrijfscultuur kennen: de letter van de wet wordt mechanisch toegepast en mitigatie van risico’s vindt vooral plaats nadat DNB deze expliciet onder de aandacht heeft gebracht. In de periode 2016-2018 zullen de gemaakte afspraken via een programmatische aanpak worden uitgevoerd in concrete casus.

3.4.3. Terrorismefinanciering

Resultaten: 1) De financiële netwerken van bij de FEC-partners en FEC-participanten bekende in- en uitreizigers en andere relevante personen en entiteiten zijn op basis van FEC-signalen in kaart gebracht. Daardoor is onder meer inzicht verkregen in de wijze waarop en door wie de in- en uitreizigers worden gefinancierd; 2) In alle gevallen waarin het verkregen inzicht daartoe aanleiding geeft, is een interventiestrategie opgesteld; 3) Ten slotte zijn typologieën van potentiële soorten terrorismefinanciering geformuleerd.

Trekker en deelnemers: OM is samen met de FEC-eenheid trekker. Deelnemers zijn de FEC-partners en -waarnemers en de beoogde participanten: de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Douane, Koninklijke Marechaussee (KMar), Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Belastingdienst/Toeslagen.

Achtergrond: In september 2014 is het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Daarmee is Jihadisme de komende tijd, en zeker in 2015 (waarop het jaarplan FEC ziet), een prioriteit in beleid en uitvoering van overheidsorganisaties. Terrorismebestrijding en met name de financiële kant daarvan, is een onderdeel van de versterking van de integriteit van de financiële sector en vrijwel alle FEC-partners kunnen daar een bijdrage aan leveren. Daarnaast wordt mogelijk door dit thema ook meer inzicht verkregen in de terroristische netwerken, groeperingen of (rechts)personen, en zogenoemde facilitatoren. Zie verder ook paragraaf 3.2.5 waar aanvullende resultaten zijn geformuleerd om informatie-uitwisseling mogelijk te maken. Over de aanpak op het thema terrorismefinanciering wordt de Tweede Kamer door de minister van Veiligheid en Justitie geïnformeerd middels de Voortgangsrapportage Actieprogramma Jihadisme.

3.4.6 Sanctieregelgeving

Resultaten: Eind 2015 bestaat een integrale aanpak van de FEC-partners in de situaties waarin financiële sanctieregelgeving niet wordt nageleefd. De integrale aanpak omvat afspraken ten aanzien van toezicht en handhaving van de financiële sanctieregelgeving. Het brengt onder andere de taakverdeling en bevoegdheden van betrokken diensten in beeld, zodat signalen van niet naleving effectief kunnen worden opgepakt in de handhavingsketen volgens de gemaakte afspraken.

Trekker en deelnemers: Ministerie van Financiën, de FEC-eenheid en betrokken FEC-partners en -waarnemers.

Achtergrond: Vrijwel alle FEC-partners en –waarnemers hebben een rol in de handhavingsketen op het gebied van sanctiewetgeving. Mede gelet op de actualiteit, de toenemende complexiteit van de sancties en de snelheid waarmee sancties elkaar momenteel opvolgen, is het voor een effectieve handhavingsketen van belang dat de ketenpartners hierin samenwerken als één overheid. Doel van het project is mede om op die wijze een bijdrage te leveren aan de tot standkoming van een handhavingsarrangement zoals het ministerie van Financiën dat met het OM en alle betrokken partners af wil sluiten.

Dit bericht is ook gepubliceerd op mijn algemene weblog.

4 juni 2015

‘Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid’

door Ellen Timmer

Onder de titel ‘Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid’ verscheen in de nieuwsbrief voor verzekeraars een artikel dat voor alle ondernemingen onder DNB-toezicht van belang is:

Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid
Nieuwsbericht 27 mei 2015

DNB doet een themaonderzoek integriteitsrisicoanalyse. Doel is dat instellingen niet alleen een analyse maken, maar die ook vertalen in het beleid.

In maart 2015 is het onderzoek van start gegaan. Het onderzoek moet erin resulteren dat instellingen beschikken over een integriteitsrisicoanalyse die voldoet aan het normenkader en die aantoonbaar zijn weerslag heeft in hun integriteitsbeleid.

Verwachtingen
DNB verwacht dat elke instelling regelmatig een gedegen integriteitsrisicoanalyse maakt, waarin wordt ingegaan op integriteitsrisico’s als witwassen, terrorismefinanciering, sancties, corruptie, belangenverstrengeling, fraude en fiscaliteit. Zonder adequate integriteitsrisicoanalyse kunnen de instellingen eigenlijk de vereisten van integere bedrijfsvoering niet goed naleven. De regelgeving staat een risicogebaseerde benadering toe, maar onontbeerlijk is een pro-actief nadenken over integriteitrisico’s en een weldoordachte risicoanalyse. De risicoanalyse vormt de basis voor een visie en strategie voor de beheersing van integriteitrisico’s.

Onderzoek
DNB heeft voor dit onderzoek circa honderd instellingen uit vijf sectoren (banken, verzekeraars, pensioenfondsen, betaalinstellingen en trustkantoren) gevraagd om hun integriteitsrisicoanalyse. Daarnaast is gebruikgemaakt van de integriteitsrisicoanalyses van onder toezicht staande instellingen die bij andere onderzoeken zijn opgevraagd. Een eerste beoordeling van deze analyses laat zien dat de gebruikte systematiek varieert van globale, beschrijvende analyses tot gedetailleerde, cijfermatige analyses. Verder valt op dat de risicoanalyses zich beperken tot een klein aantal integriteitrisico’s en daarbij diepgang missen. En de instellingen waar DNB eerder wees op het belang van de risicoanalyse, hebben nu een (redelijk) goede analyse opgeleverd.

Guidance
DNB stelt guidance op om de instellingen een leidraad te geven bij het opstellen van een risicoanalyse. Hierbij maakt DNB gebruik van de goede voorbeelden uit de aangeleverde analyses. In de guidance staat onder meer:
◾ de noodzaak van een integriteitrisicoanalyse
◾ hoe een instelling een analyse kan opstellen
◾welke onderwerpen aan bod moeten komen.

DNB wil deze guidance in het derde kwartaal publiceren. Tegelijkertijd krijgen de individuele instellingen dan een terugkoppeling op hun risicoanalyse.

Tags: