Archive for ‘Vaktechniek’

5 november 2014

Money laundering prevention guide: a global first for lawyers

door Ellen Timmer

The International Bar Association (IBA) today announces on its website a new money laundering prevention guide for lawyers.

A new guide aiming to provide lawyers across the world with practical guidance in detecting and preventing money laundering has been produced by the International Bar Association (IBA) in conjunction with the American Bar Association (ABA) and the Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE). (…) The Guide can be downloaded free of charge from theIBA Anti-Money Laundering Forum website. Click here to download the Guide.

Confusing is that the link to the Guide refers to a page with general information on the IBA Anti-Money Laundering Legislation Implementation Group (AMLLIG) and that you really have to look well to find the link to the guide.

The Netherlands was represented in AMLLIG by Willem Calkoen, Jan Eijsbouts and Max Vermeij. More information is to be found on this page.

More information

Tags:
2 november 2014

DNB heeft website vernieuwd

door Ellen Timmer

De website van DNB is onlangs vernieuwd, wat tot gevolg heeft gehad dat ook de pagina’s voor trustkantoren zijn aangepast. Nog steeds gaat informatie per type onder toezicht gestelden schuil onder het vage begrip “Open Boek Toezicht”. Onder ‘sectoren’ is de informatie voor/over trustkantoren te vinden.

Hopelijk is nu sprake van vaste internetpagina adressen, zodat het makkelijker wordt om deeplinks te plaatsen naar bepaalde pagina’s. De naam van de trustkantoren ‘voorpagina’ wijst daar niet op, die naam luidt nu ‘http://www.toezicht.dnb.nl/4/5/11/50-204672.jsp?s=n‘, wat kan betekenen dat het adres variabel is. Prettig is dat de trustkantoren voorpagina onder ‘Algemeen’ een link naar het register heeft staan.

Toch lijken er nog steeds verwijzingen te staan naar pagina’s die niet voor trustkantoren relevant zijn. Zo gaat ‘Publicatie van sancties & Openbare waarschuwingen’ alleen over publicaties op grond van de Wft (en niet de Wtt). In de rubriek ‘Recente wijzigingen‘ zijn ook pagina’s te vinden, die ik zo snel niet via een andere route terugzag. In die rubriek zijn een aantal berichten verdwaald die niet voor trustkantoren bestemd zijn, zoals ‘Bijdrage aan hersteleis’ vervalt in de aanloop naar het nieuwe FTK.

De pagina’s voor/over trustkantoren lijken inhoudelijk nauwelijks te zijn gewijzigd.

Vraag en antwoord DNB

Misschien zijn de vraag & antwoord berichten, te vinden via  ‘Recente wijzigingen‘, nieuw. Onderstaand een overzicht van de Q&A’s, met na ‘>>>’ enkele opmerkingen van mijn kant:

Q&A – Risicoanalyse bedrijfsvoering. Hoe geeft een trustkantoor uitvoering aan de verplichting tot het periodiek uitvoeren van een risicoanalyse jegens de integere bedrijfsvoering (artikel 4 Rib Wtt 2014)?
Q&A – Inrichting compliance functie. Hoe draagt een trustkantoor zorg voor een onafhankelijke en effectieve compliancefunctie ten aanzien van haar werkzaamheden (artikel 7 Rib Wtt 2014)?
Q&A – Inrichting audit functie. Hoe draagt een trustkantoor zorg voor een onafhankelijke en effectieve audit functie ten aanzien van haar werkzaamheden (artikel 7 Rib Wtt 2014)? >>> Meer informatie van DNB over het nieuwe audit-fenomeen in de Rib
Q&A – Risicoanalyse Dienstverlening. Hoe geeft een trustkantoor uitvoering aan de verplichting tot het onderzoeken van de integriteitrisico’s die aan de dienstverlening zijn verbonden (artikel 23 Rib Wtt 2014)? >>> Over domicilieverlening wordt gezegd dat dit een een verhoogd risico zou opleveren. Voorts spreekt DNB over ‘dienstverlening die relatief veel politiek prominente personen (PEP’s) aantrekt uit landen die hoog scoren op de Corruption Perception Index’. Een hyperlink naar de genoemde Corruption Perception Index ontbreekt.
Q&A – Uitvoeren cliëntenonderzoek. Hoe geeft een trustkantoor op adequate wijze vorm aan het verplichte cliëntenonderzoek? >>> DNB schrijft hier onder meer dat niet alleen de potentiële cliënt dient te worden onderzocht, “Dit betekent dat het trustkantoor voortaan dus ook onderzoek doet naar aanbrengers of tussenpersonen. (…) De dubbele onderzoekverplichting zal in een aantal gevallen leiden tot een uitbreiding van het aantal te onderzoeken partijen die bij de dienstverlening betrokken zijn.” Uit de voorbeelden blijkt dat er onderzoek moet worden gedaan naar de buitenlandse belastingadviseur die een opdracht aanbrengt en naar de multinational die een Nederlandse bv wil oprichten.
Q&A – Uitvoering onderzoek herkomst vermogen. Hoe geeft een trustkantoor op adequate wijze vorm aan het verplichte onderzoek naar de herkomst van vermogen?
Q&A – Onderzoek naar doel van de structuur. Hoe geeft een trustkantoor op adequate wijze vorm aan het verplichte onderzoek naar het doel van de structuur?
Q&A – Dienstverlening aan PEP’s. Hoe gaat een trustkantoor om met politiek prominente personen (politically exposed persons, PEPs)?

De informatie blijft zeer globaal van karakter en geeft niet de ‘guidance’ die van een bestuursorgaan als DNB verwacht mag worden. Dat betekent dat er toch nog veelvuldig contact met DNB nodig kan zijn, waar het bestuursorgaan blijkens deze pagina ook voor open staat.

1 oktober 2014

Minister van financiën doet toezeggingen inzake vermindering regeldruk in de bankensector

door Ellen Timmer

Naar aanleiding van de brief van de minister van financiën en de bijbehorende actiepuntenlijst van 29 september 2014 heb ik een artikel geschreven dat hier is te vinden.

De problematiek van snel wijzigende regelgeving  en de hoge nalevingskosten speelt niet alleen bij banken. Ook de trustkantorensector heeft te maken met een lappendeken van regelgeving en uitvoeringsvoorschriften, wat door het overzicht op deze pagina wordt geïllustreerd. Dat overzicht omvat alleen de ‘compliance’ regels. Daar komt dan alle andere regelgeving bij, zoals de fiscale regelgeving in verschillende landen, civiel recht (met inbegrip van het rechtspersonenrecht).

Hoewel de regelgevingsituatie in de sector van de trustkantoren wellicht wat overzichtelijker is dan bij banken, lijken de voorstellen voor de bankensector ook voor de trust interessant.

30 september 2014

Vertaling nieuwe Rib

door Ellen Timmer

Vertaalbureau Plus Ultra Legal Translations & Legislation laat in een nieuwsbericht weten een Engelse vertaling te hebben gemaakt van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014. Meer informatie bij het vertaalbureau.

23 september 2014

DNB nieuwsbrief september 2014, onder meer over geschiktheidstoetsing, kosten toezicht en aanpassing procedurehandboeken

door Ellen Timmer

Vandaag heeft DNB een nieuwsbrief gericht op trustkantoren verspreid. Onderwerpen van de artikelen zijn:

22 september 2014

Wordt het tijd voor een Nationale Fraude Autoriteit?

door Ellen Timmer

Op 12 juni 2014 heeft kamerlid Sharon Gesthuizen een initiatiefnota ingediend, getiteld “Naar een Nationale Fraude Autoriteit (NFA)”. Zij stelt voor om een volwaardige Nationale Fraude Autoriteit op te richten, naar Brits voorbeeld, die de fraudebestrijding naar een hoger plan moet tillen. Onlangs heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie vragen en opmerkingen ingediend over de initiatiefnota. Meer informatie in mijn artikel op mijn algemene weblog.

19 september 2014

Guide to Anti-Bribery and Corruption Laws

door Ellen Timmer

CMS heeft een Engelstalige gids, “Guide to Anti-Bribery and Corruption Laws”, uitgebracht, waarmee iedereen die internationaal werkt en met dat soort regelgeving te maken kan krijgen, zijn voordeel kan doen. Opvallend is wel dat het aantal besproken landen beperkt is. Buiten Europa en aangrenzend (zoals de Oekraïene) kom ik alleen Rusland, Brazilië, China en India tegen.

De gids, in pdf-formaat, is hier te downloaden.

Tags:
15 september 2014

Europese sanctieregels gaan ook gelden in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

door Ellen Timmer

Begin september is het voorstel voor de Rijkssanctiewet ingediend bij de Tweede Kamer. Doel van de Rijkssanctiewet is blijkens de memorie van toelichting om er voor te zorgen dat de Europese sanctieregels ook worden toegepast door de landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Zie de onderstaande toelichting:

Voor Europese sancties – hetzij sancties die uitsluitend door de Europese Unie zijn vastgesteld, hetzij sancties die door de EU als aanvullende autonome maatregelen in aanvulling op een VN-sanctie worden geplaatst, rust een dergelijke verplichting uitsluitend op het land Nederland.

Dat Nederland wel uitvoering geeft aan Europese sancties en de landen in het Caribisch deel van het Koninkrijk niet, doet afbreuk aan de eenheid van het buitenlands beleid van het Koninkrijk. Deze discrepantie springt nog sterker in het oog door de omstandigheid dat de Sanctiewet 1977 bij gelegenheid van de herziening van de Koninkrijksverhoudingen op 10 oktober 2010 van toepassing is verklaard op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De strekking van het voorstel wordt als volgt omschreven:

De onderhavige rijkswet strekt ertoe de eenheid van het buitenlands beleid van het Koninkrijk te waarborgen, in die zin dat besluiten, vastgesteld in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie, houdende beperkende maatregelen met het oog op de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme die voor het land Nederland een bindend karakter hebben, ook in de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten zullen worden uitgevoerd. Artikel 3, eerste lid, onder b, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden bepaalt dat de buitenlandse betrekkingen een aangelegenheid van het Koninkrijk zijn. Gelet op oogmerk en inhoud van de onderhavige rijkswet steunt deze op deze statutaire grondslag. De aard en de effectiviteit van het buitenlands beleid op het gebied van bestrijding van internationale georganiseerde misdaad en terrorisme, en in het bijzonder de in artikel 1 van het voorstel bedoelde sanctiemaatregelen, brengen met zich dat eenvormige toepassing in het gehele Koninkrijk noodzakelijk is. De snelheid van wijziging van vestiging van (rechts)personen en verplaatsing van middelen is zo hoog, dat het niet van toepassing zijn van de sanctiemaatregelen in alle landen van het Koninkrijk de werking daarvan zou kunnen ondermijnen.

Het komt er op neer dat Aruba, Curaçao en Sint Maarten na inwerkingtreding gebonden zijn aan Europese sanctieregimes.

Meer informatie

9 september 2014

Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod naar Tweede Kamer

door Ellen Timmer

Begin september is het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod naar de Tweede Kamer gestuurd. Eerder is over het voornemen een wetgevingsconsultatie gehouden, meer informatie is via de rubriek bestuursverbod te vinden. Ook brancheorganisatie Holland Quaestor heeft aan die consultatie meegedaan, zo blijkt uit de memorie van toelichting.

Het KNB schrijft naar aanleiding van het wetsvoorstel:

Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod naar Tweede Kamer
04 september 2014
Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil verhinderen dat malafide bestuurders hun activiteiten kunnen blijven voortzetten. Een malafide bestuurder mag daarom straks maximaal vijf jaar geen rechtspersoon meer besturen als de rechter een civielrechtelijk bestuursverbod heeft opgelegd. Dit staat in het wetsvoorstel dat Opstelten op 3 september bij de Tweede Kamer heeft ingediend.
De maatregel is onderdeel van het wetgevingsprogramma ‘Herijking Faillissementsrecht’ en is gericht op een effectievere bestrijding van faillissementsfraude. Met de invoering van het bestuursverbod wil Opstelten voorkomen dat bestuurders fraudeleuze activiteiten maskeren met een web van rechtspersonen of steeds nieuwe ondernemingen oprichten om ze vervolgens failliet te laten gaan.
Een bestuursverbod kan niet zomaar worden opgelegd. De bestuurder moet een bijzonder verwijt treffen, zoals de vaststelling van aansprakelijkheid wegens wanbeleid dat tot een faillissement heeft geleid, maar ook het doelbewust benadelen van schuldeisers door vlak voor een faillissement bedrijfsvermogen weg te sluizen of voor zelfverrijking aan te wenden. Een verbod zou ook kunnen worden opgelegd als de curator ernstig wordt tegengewerkt of als sprake is van opvolgende faillissementen waarbij een bestuurder in drie jaar tijd bij drie of meer faillissementen betrokken is geweest. Als een bestuursverbod wordt opgelegd, kan de betrokkene – tenzij de rechter anders beslist – bij geen enkele rechtspersoon aanblijven als bestuurder. Ook kan hij niet opnieuw als bestuurder of commissaris worden benoemd.

Rol van de notaris
Minister Opstelten geeft de notaris een grote rol bij de handhaving van het verbod. Hij schrijft: ‘De handhaving van het civielrechtelijk bestuursverbod wordt op verschillende manieren geborgd. In de eerste plaats zullen de notaris en de Kamer van Koophandel hierin een rol hebben. Zij mogen niet meewerken aan de oprichting en inschrijving van een rechtspersoon waarin een bestuurder wordt benoemd die een bestuursverbod opgelegd heeft gekregen.’ Omdat bestuursverboden zullen worden ingeschreven bij het Handelsregister kunnen de notaris en de Kamer van Koophandel eenvoudig online nagaan of een persoon die een onderneming wil oprichten of als bestuurder wil worden ingeschreven een bestuursverbod heeft. Voor de KNB is voorkoming en bestrijding van faillissementsfraude erg belangrijk. De KNB heeft daarom gepleit voor spoedige invoering van een civielrechtelijk bestuursverbod.

Artikelen 106a en 106b

De kernbepalingen van het voorstel zijn de voorstellen voor artikelen 106a en 106b:

Artikel 106a
1. Op vordering van de curator of op verzoek van het openbaar ministerie kan de rechtbank een bestuursverbod opleggen aan de bestuurder van een in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek genoemde rechtspersoon, de gewezen bestuurder daaronder begrepen, als tijdens of in de drie jaren voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement van die rechtspersoon:
a. door de rechter bij onherroepelijk geworden uitspraak is geoordeeld dat hij voor zijn handelen of nalaten bij die rechtspersoon aansprakelijk is, als bedoeld in de artikelen 138 of 248 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. de bestuurder doelbewust namens de rechtspersoon rechtshandelingen heeft verricht, toegelaten of mogelijk gemaakt waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld en die overeenkomstig de artikelen 42 of 47 bij onherroepelijk geworden uitspraak door de rechter zijn vernietigd;
c. de bestuurder, ondanks een verzoek van de curator, in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatie- of medewerkingsverplichtingen, bedoeld in deze wet, jegens de curator;
d. de bestuurder, hetzij als zodanig, hetzij als natuurlijke persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement van een rechtspersoon en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft; of
e. aan de rechtspersoon of de bestuurder ervan een boete wegens een vergrijp als bedoeld in de artikelen 67d, 67e of 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is opgelegd en deze beschikking onherroepelijk is.
2. Een bestuursverbod kan mede worden uitgesproken jegens de bestuurder van een of meer rechtspersonen die bestuurder is of zijn als bedoeld in het eerste lid.
3. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek aan het openbaar ministerie of de curator de voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, benodigde gegevens.
4. Met uitzondering van het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op een natuurlijke persoon die handelt of heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Artikel 106b
1. Een bestuurder aan wie een bestuursverbod is opgelegd, kan gedurende vijf jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, of zoveel korter als in de uitspraak is bepaald, niet tot bestuurder of commissaris van een in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek genoemde rechtspersoon worden benoemd. Een benoeming tot bestuurder of commissaris in weerwil van een onherroepelijk opgelegd bestuursverbod is nietig.
2. Tenzij in de uitspraak anders is bepaald, vormt het bestuursverbod voor betrokkene tevens een beletsel voor de uitoefening van zijn functie als bestuurder of commissaris bij alle op grond van artikel 106c, tweede lid, in de procedure betrokken rechtspersonen.
3. De griffier van de rechtbank, of in geval van hoger beroep, van het gerechtshof, biedt de onherroepelijke uitspraak waarin een bestuursverbod is opgelegd met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan, die terstond tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het Handelsregister overgaat. Tevens wordt het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, geregistreerd bij het Handelsregister.
4. De rechtbank regelt zo nodig alle overige gevolgen van het door haar uitgesproken bestuursverbod.
5. De rechtbank kan ter verzekering van de naleving van haar uitspraak een dwangsom opleggen. Wordt de dwangsom verbeurd, dan komt deze toe aan de boedel of, als daarvan geen sprake is, aan de staat. De Minister van Veiligheid en Justitie kan de ontvangen gelden besteden aan nader door hem te bepalen doeleinden van faillissementsfraudebestrijding.
6. Een uitspraak houdende oplegging van een bestuursverbod kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Meer informatie

28 augustus 2014

Toezichtkosten voor rekening financiële ondernemingen, nota naar aanleiding van verslag

door Ellen Timmer

In een eerder bericht op dit weblog – Pleidooi zes brancheorganisaties in de financiële sector voor checks en balances in toezichtkosten – besteedde ik aandacht aan de overheidsplannen om alle kosten van de toezichthouders aan de onder toezicht vallende ondernemingen door te berekenen.
Aan die plannen wordt vastgehouden, zo blijkt uit de onlangs uitgebrachte nota naar aanleiding van verslag. Opmerkelijk is dat de door de toezichthouders geïncasseerde boetes maar voor een beperkt deel in mindering komen op het budget van de toezichthouder en dat ook de kosten gemoeid met betrokkenheid bij nieuwe wetgeving en voorlichting volledig voor de ondernemingen zullen komen.