Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod naar Tweede Kamer

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Begin september is het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod naar de Tweede Kamer gestuurd. Eerder is over het voornemen een wetgevingsconsultatie gehouden, meer informatie is via de rubriek bestuursverbod te vinden. Ook brancheorganisatie Holland Quaestor heeft aan die consultatie meegedaan, zo blijkt uit de memorie van toelichting.

Het KNB schrijft naar aanleiding van het wetsvoorstel:

Wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod naar Tweede Kamer
04 september 2014
Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil verhinderen dat malafide bestuurders hun activiteiten kunnen blijven voortzetten. Een malafide bestuurder mag daarom straks maximaal vijf jaar geen rechtspersoon meer besturen als de rechter een civielrechtelijk bestuursverbod heeft opgelegd. Dit staat in het wetsvoorstel dat Opstelten op 3 september bij de Tweede Kamer heeft ingediend.
De maatregel is onderdeel van het wetgevingsprogramma ‘Herijking Faillissementsrecht’ en is gericht op een effectievere bestrijding van faillissementsfraude. Met de invoering van het bestuursverbod wil Opstelten voorkomen dat bestuurders fraudeleuze activiteiten maskeren met een web van rechtspersonen of steeds nieuwe ondernemingen oprichten om ze vervolgens failliet te laten gaan.
Een bestuursverbod kan niet zomaar worden opgelegd. De bestuurder moet een bijzonder verwijt treffen, zoals de vaststelling van aansprakelijkheid wegens wanbeleid dat tot een faillissement heeft geleid, maar ook het doelbewust benadelen van schuldeisers door vlak voor een faillissement bedrijfsvermogen weg te sluizen of voor zelfverrijking aan te wenden. Een verbod zou ook kunnen worden opgelegd als de curator ernstig wordt tegengewerkt of als sprake is van opvolgende faillissementen waarbij een bestuurder in drie jaar tijd bij drie of meer faillissementen betrokken is geweest. Als een bestuursverbod wordt opgelegd, kan de betrokkene – tenzij de rechter anders beslist – bij geen enkele rechtspersoon aanblijven als bestuurder. Ook kan hij niet opnieuw als bestuurder of commissaris worden benoemd.

Rol van de notaris
Minister Opstelten geeft de notaris een grote rol bij de handhaving van het verbod. Hij schrijft: ‘De handhaving van het civielrechtelijk bestuursverbod wordt op verschillende manieren geborgd. In de eerste plaats zullen de notaris en de Kamer van Koophandel hierin een rol hebben. Zij mogen niet meewerken aan de oprichting en inschrijving van een rechtspersoon waarin een bestuurder wordt benoemd die een bestuursverbod opgelegd heeft gekregen.’ Omdat bestuursverboden zullen worden ingeschreven bij het Handelsregister kunnen de notaris en de Kamer van Koophandel eenvoudig online nagaan of een persoon die een onderneming wil oprichten of als bestuurder wil worden ingeschreven een bestuursverbod heeft. Voor de KNB is voorkoming en bestrijding van faillissementsfraude erg belangrijk. De KNB heeft daarom gepleit voor spoedige invoering van een civielrechtelijk bestuursverbod.

Artikelen 106a en 106b

De kernbepalingen van het voorstel zijn de voorstellen voor artikelen 106a en 106b:

Artikel 106a
1. Op vordering van de curator of op verzoek van het openbaar ministerie kan de rechtbank een bestuursverbod opleggen aan de bestuurder van een in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek genoemde rechtspersoon, de gewezen bestuurder daaronder begrepen, als tijdens of in de drie jaren voorafgaand aan het uitspreken van het faillissement van die rechtspersoon:
a. door de rechter bij onherroepelijk geworden uitspraak is geoordeeld dat hij voor zijn handelen of nalaten bij die rechtspersoon aansprakelijk is, als bedoeld in de artikelen 138 of 248 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. de bestuurder doelbewust namens de rechtspersoon rechtshandelingen heeft verricht, toegelaten of mogelijk gemaakt waardoor schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld en die overeenkomstig de artikelen 42 of 47 bij onherroepelijk geworden uitspraak door de rechter zijn vernietigd;
c. de bestuurder, ondanks een verzoek van de curator, in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatie- of medewerkingsverplichtingen, bedoeld in deze wet, jegens de curator;
d. de bestuurder, hetzij als zodanig, hetzij als natuurlijke persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement van een rechtspersoon en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft; of
e. aan de rechtspersoon of de bestuurder ervan een boete wegens een vergrijp als bedoeld in de artikelen 67d, 67e of 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is opgelegd en deze beschikking onherroepelijk is.
2. Een bestuursverbod kan mede worden uitgesproken jegens de bestuurder van een of meer rechtspersonen die bestuurder is of zijn als bedoeld in het eerste lid.
3. De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek aan het openbaar ministerie of de curator de voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, benodigde gegevens.
4. Met uitzondering van het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing op een natuurlijke persoon die handelt of heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Artikel 106b
1. Een bestuurder aan wie een bestuursverbod is opgelegd, kan gedurende vijf jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, of zoveel korter als in de uitspraak is bepaald, niet tot bestuurder of commissaris van een in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek genoemde rechtspersoon worden benoemd. Een benoeming tot bestuurder of commissaris in weerwil van een onherroepelijk opgelegd bestuursverbod is nietig.
2. Tenzij in de uitspraak anders is bepaald, vormt het bestuursverbod voor betrokkene tevens een beletsel voor de uitoefening van zijn functie als bestuurder of commissaris bij alle op grond van artikel 106c, tweede lid, in de procedure betrokken rechtspersonen.
3. De griffier van de rechtbank, of in geval van hoger beroep, van het gerechtshof, biedt de onherroepelijke uitspraak waarin een bestuursverbod is opgelegd met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan, die terstond tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het Handelsregister overgaat. Tevens wordt het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, geregistreerd bij het Handelsregister.
4. De rechtbank regelt zo nodig alle overige gevolgen van het door haar uitgesproken bestuursverbod.
5. De rechtbank kan ter verzekering van de naleving van haar uitspraak een dwangsom opleggen. Wordt de dwangsom verbeurd, dan komt deze toe aan de boedel of, als daarvan geen sprake is, aan de staat. De Minister van Veiligheid en Justitie kan de ontvangen gelden besteden aan nader door hem te bepalen doeleinden van faillissementsfraudebestrijding.
6. Een uitspraak houdende oplegging van een bestuursverbod kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Meer informatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: