Archive for ‘Vaktechniek’

18 juli 2012

Beleidsregel geschiktheid 2012 (bericht DNB)

door Ellen Timmer

Op 9 juli 2012 heeft DNB bekend gemaakt dat op 1 juli de Beleidsregel geschiktheid 2012 in werking is getreden. DNB geeft in de kop van het bericht niet aan dat deze beleidsregel voor trustkantoren geldt (met de aanduiding “tk”) terwijl deze beleidsregel wel degelijk voor deze groep geldt, zoals uit de introductie blijkt: “Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) inzake de toetsing van de geschiktheid van beleidsbepalers krachtens (…) de Wet toezicht trustkantoren (Beleidsregel geschiktheid 2012)” (*).

xxx

Beleidsregel geschiktheid 2012

De Beleidsregel geschiktheid 2012 verduidelijkt wat de toezichthouders verstaan onder ‘geschiktheid’ en welke aspecten bij de toetsing van een beleidsbepaler in aanmerking worden genomen. Per 1 juli 2012 dienen zowel dagelijks beleidsbepalers als leden van het intern toezichthoudende orgaan van financiële ondernemingen geschikt te zijn voor de uitoefening van hun functie.

De Beleidsregel deskundigheid is per 1 juli aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet introductie geschiktheidseis. De beleidsregel heet vanaf nu Beleidsregel geschiktheid 2012.Met deze aanpassing van de beleidsregel voeren AFM en DNB een aantal kleinere aanpassingen door. In het najaar van 2012 zal een uitgebreide gezamenlijke evaluatie van de Beleidsregel geschiktheid 2012 worden uitgevoerd door de AFM en DNB. In deze evaluatie zullen ook ervaringen van de commissaris toetsingen die op dit moment worden uitgevoerd worden meegenomen.

Lees hier de volledige Beleidsregel geschiktheid 2012

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Beleidsregel deskundigheid 2011 zijn:

  • Aanpassing aan de terminologie van de Wet introductie geschiktheidseis [1] die per 1 juli 2012 in werking treedt. Daarin wordt de deskundigheidseis vervangen door een geschiktheidseis. De introductie van deze geschiktheidseis behelst geen inhoudelijke wijziging. De term ‘deskundig(heid)’ is vervangen door ‘geschiktheid’. Deze nieuwe term bestaat uit dezelfde componenten, namelijk ‘kennis’, ‘vaardigheden’ en ‘professioneel gedrag’.
  • Per 1 juli 2012 vallen alle verzekeraars in Groep A. De AFM en DNB hebben in de praktijk geconstateerd dat de criteria op basis waarvan bestuurders (en commissarissen) van natura-uitvaart-verzekeraars en onderlinge waarborgmaatschappijen met verklaring in Groep C worden getoetst, hen onvoldoende in staat stellen een oordeel te vormen over de geschiktheid van de te toetsen persoon. Daarom is er voor gekozen beide typen financiële ondernemingen over te hevelen naar Groep A. In deze Groep A kan op basis van principle based criteria iemands geschiktheid worden getoetst.
  • In de Beleidsregel geschiktheid 2012 wordt verduidelijkt dat beleidsbepalers uit Groep C ook getoetst kunnen worden op basis van de vereisten die worden gesteld in hoofdstuk 1. De AFM en DNB hebben geconstateerd dat de bestaande rule based toetsing van bestuurders (en commissarissen) van instellingen uit Groep C bij toetreding tot de markt hen in sommige gevallen onvoldoende in staat stelt een oordeel te vormen over de geschiktheid van de te toetsen persoon. In de Beleidsregel geschiktheid 2012 wordt daarom duidelijker tot uitdrukking gebracht dat financieel dienstverleners, ook kunnen worden getoetst op basis van de vereisten die worden gesteld in hoofdstuk 1, indien daar redelijke aanleiding voor bestaat.

______
[1] Dit betreft de Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet financiële markten BES en de Wet toezicht trustkantoren in verband met de introductie van de geschiktheidseis en de versterking van de samenwerking tussen de toezichthouders in het kader van de geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets(Stb. 2012, 7). Deze wijzigingswet treedt met ingang van 1 juli 2012 in werking; zie het Besluit van 18 januari 2012 (Stb. 2012, 23).

(*) Het valt op dat trustkantoren op meer pagina’s niet worden genoemd, zoals bij het meldingsformulier benoeming en bij toetsing bestuurders, commissarissen en andere beleidsbepalers. Zou men wellicht “tk” overal hebben vervangen door “gtk” (geldtransactiekantoren)?

11 juli 2012

Wat moet worden verstaan onder ‘bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen’ in de Wtt

door Ellen Timmer

Een belangrijke wijziging in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) per 1 juli 2012 is dat de bemiddeling bij de verkoop van rechtspersonen onder de Wtt-vergunningplicht is gebracht. Zie hierover ook het artikel dat ik met Van der Wulp schreef.

Een van de vragen die in verband hiermee rijzen, is wat in de Wtt onder ‘bemiddelen’ moet worden verstaan. Uit het besluit tot wijziging van de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (Rib), de tekst van het wijzigingsbesluit is hier (pdf) te vinden, blijkt hoe DNB hier over denkt. In het wijzigingsbesluit wordt in de toelichting over ‘bemiddelen’ het volgende gezegd (onderstreping door mij):

Onder bemiddelen wordt verstaan: als tussenpersoon werkzaam zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. Zodoende moet sprake zijn van meer dan slechts het met elkaar in contact brengen van partijen; de bemiddelaar verricht werkzaamheden om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Een enkele doorverwijzing zal dan ook in beginsel niet gelden als bemiddeling.

Bijzonder is dat als geen sprake is van enige Wtt-relevante activiteit, DNB van mening is dat het trustkantoor toch nog administratieve verplichtingen heeft. Want DNB schrijft in de toelichting dat het trustkantoor in de administratie moet vastleggen naar wie wordt verwezen:

Wel zal het trustkantoor ten behoeve van een integere bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, schriftelijk moeten vastleggen naar welke partijen verwezen wordt.

Dit levert de interessante vraag op of DNB wel verplichtingen aan trustkantoren kan opleggen terwijl doorverwijzing niet Wtt-plichtig is. Het lijkt me dat er een wettelijke basis nodig is, om een registratieplicht op te leggen inzake doorverwijzing.

Opmerkelijk is dat in de toelichting bij de wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft over het begrip ‘bemiddelen’ niets wordt gezegd.

Tags:
11 juli 2012

Wijziging Regeling integere bedrijfsvoering Wtt

door Ellen Timmer

Op 3 juli 2012 heeft DNB de wijziging in de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (Rib) bekend gemaakt. De tekst van het wijzigingsbesluit is hier (pdf) te vinden. Interessant is dat DNB in de toelichting ook ingaat op de vraag wat er onder ‘bemiddelen’ in de zin van de Wtt moet worden verstaan.

Het bijbehorende nieuwsbericht van DNB luidt:

Wijziging Regeling integere bedrijfsvoering Wtt

Nieuwsbericht
Datum 3 juli 2012

Naar aanleiding van wijzigingen in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) wijzigt DNB de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt. De wijzigingen zullen worden gepubliceerd in de Staatscourant. Deze Regeling treedt in werking op de dag na het verschijnen van de Staatscourant waarin zij  gepubliceerd wordt en werkt terug tot en met 1 juli 2012.

Op 1 juli 2012 is de Wtt gewijzigd. Twee nieuwe activiteiten zijn als trustdienst onder de reikwijdte van de wet gebracht: het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen én het ten behoeve van de cliënt gebruik maken van een zogenaamde doorstroomvennootschap. Deze uitbreiding maakt een aanvulling van de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt noodzakelijk, om te verduidelijken hoe trustkantoren het cliëntenonderzoek moeten vormgeven bij het uitvoeren van deze twee nieuwe trustdiensten. Het ministerie van Financiën heeft een wijziging doorgevoerd in de Vrijstellingsregeling Wtt.

De wijzigingen worden gepubliceerd op Open Boek Toezicht en in het Staatsblad. Daarnaast publiceert DNB het feedbackdocument, met de analyse van de consultatiereacties nav de wijzigingen van de Regeling, op Open Boek Toezicht.

Tags:
11 juli 2012

DNB publiceert tweede nieuwsbrief voor trustkantoren

door Compliance Platform Trustkantoren

In maart 2012 publiceerde DNB de eerste nieuwsbrief voor trustkantoren. In juli 2012 verscheen de tweede nieuwsbrief; aan deze nieuwsbrief heb ik in de vorige drie berichten op dit weblog aandacht besteed.

U kunt zich abonneren op deze nieuwsbrief. U krijgt dan een e-mailbericht op het moment dat er een nieuwe nieuwsbrief verschijnt.
Klik hier om u aan te melden.

Tags:
11 juli 2012

Spelregels geschiktheidstoetsing, bericht DNB

door Ellen Timmer

Op dit weblog is al eerder gemeld dat de eisen die gesteld worden aan bestuurders en toezichthouders van trustkantoren worden gewijzigd. Onderstaand een bericht van DNB over de spelregels inzake geschiktheidstoetsing

Spelregels geschiktheidstoetsing

Nieuwsbericht
Datum 6 juli 2012

Vanaf 1 juli toetsen DNB en AFM niet alleen bestuurders, maar ook leden van Raden van Commissarissen en van Toezicht op hun geschiktheid, wat voorheen deskundigheid werd genoemd. Deze toetsing verloopt beter als de instellingen zich houden aan een paar spelregels.

Spelregels bij voorgenomen benoemingen

  • Onderbouwing geschiktheid
    DNB verwacht een schriftelijke onderbouwing van de geschiktheid van een persoon aan de hand van het functieprofiel en de overwegingen en besluitvorming benoeming. In de praktijk is deze informatie vaak erg summier of niet gerelateerd aan het functieprofiel. Dit leidt tot vertraging in het toetsingsproces, omdat DNB opnieuw het verzoek moet doen de gevraagde informatie aan te leveren.
  • Eerst kennis opdoen, daarna benoemen
    Een kandidaat moet beschikken over het gewenste kennisniveau vóórdat hij of zij wordt aangemeld als bestuurder of lid van de Raad van Commissarissen/Toezicht. Bij hoge uitzondering stemmen DNB/AFM in met benoemingen die van deze regel hiervan afwijken: en dan onder de strikte voorwaarde dat binnen een bepaalde periode de kennis alsnog wordt opgedaan, bijvoorbeeld door middel van een specifieke opleiding. Gebeurt dat niet, dan kan de toezichthouder alsnog een negatieve beslissing nemen.
  • Elk nieuw antecedent melden
    Betaalinstellingen zijn wettelijk verplicht om wijzigingen in antecedenten van bestuurders of Raadsleden te melden bij AFM/DNB. Denk daarbij bijvoorbeeld aan fiscale vergrijpboetes of verkeersmisdrijven als rijden over invloed. In de praktijk blijkt dat betaalinstellingen dit soort zaken niet altijd melden. De toezichthouders nemen dit zwaar op. Het niet melden van een nieuw antecedent leidt tot een toezichtantecedent voor de betaalinstelling en/of betrokken persoon.

Meer informatie?
Meer informatie over de toetsingen kunt u vinden in het Informatiebulletin Toetsingen.

11 juli 2012

Naleving sanctieregelgeving door trustkantoren, een bericht van DNB

door Ellen Timmer

Op 11 juli 2012 publiceerde DNB in de nieuwsbrief ook een bericht over de naleving van de sanctieregelgeving, zie onderstaand de tekst.

Overigens valt op dat DNB zich nog steeds niet uitlaat over wat er onder “alle relevante relaties, natuurlijke- en rechtspersonen bij een financiële dienst of financiële transactie” wordt verstaan. Dit blijf ik onbegrijpelijk vinden, gelet op de verplichting tot ‘guidance’ en de Nederlandse en Europese beginselen van behoorlijk bestuur.

Sanctieregelgeving: ook voor u van belang

Nieuwsbericht
Datum 11 juli 2012

Trustkantoren zijn verplicht maatregelen te nemen in hun administratie en interne controle om naleving van de Sanctieregelgeving te waarborgen. Wanneer er sprake is van een ‘hit’ moet u dit direct melden bij DNB.

Waarom is er de Sanctieregelgeving?
Sancties worden ingezet als reactie op schendingen van onder andere het internationaal recht of mensenrechten en vormen een belangrijk wapen tegen terrorisme. Het voorbereiden van terroristische aanslagen wordt bemoeilijkt door bijvoorbeeld het bevriezen van tegoeden. Daarom is het van groot belang dat trustkantoren zich houden aan de Sanctieregelgeving.

Wat betekent de Sanctieregelgeving voor uw instelling?
Er zijn twee soorten financiële sancties:

1. Een gebod tot het bevriezen van tegoeden van bepaalde personen en entiteiten.
2. Een verbod of beperking op het verlenen van financiële diensten gericht tegen bepaalde landen en gebieden.

Op de EU-freezelist kunt u zien van welke personen en entiteiten een instelling tegoeden moet bevriezen. Financiële sanctieregimes gericht tegen bepaalde landen en gebieden staan niet op de Freeze-list. Daarvoor moet u de specifieke verordening voor dit land of gebied raadplegen.

Bij uitvoering van de sanctieregelgeving bent u zelf verplicht maatregelen te treffen in uw administratieve organisatie en interne controle om naleving van de Sanctieregelgeving te waarborgen. U mag daarbij zelf bepalen hoe deze maatregelen er uitzien. Een trustkantoor moet bijvoorbeeld alle relevante relaties, natuurlijke- en rechtspersonen bij een financiële dienst of financiële transactie screenen op overeenkomsten met namen die voorkomen op de Freeze-list. Als u signaleert dat de identiteit van een relatie overeenkomt met een persoon of bedrijf vermeld op de Freeze-list, moet u dit direct aan DNB melden.

Waar kan ik de up-to-date verordeningen vinden?
DNB maakt dagelijks nieuwe, gewijzigde en ingetrokken verordeningen bekend door middel van nieuwsberichten, e-mail-attenderingsservice en tweets (@DNB_NL). Voor meer informatie zie: Open Boek Toezicht en EUR-Lex.

11 juli 2012

Bericht DNB over de wijzigingen in Wtt en Rib

door Ellen Timmer

Onderstaand het bericht van DNB over de wijzigingen in Wtt en Rib, zoals te vinden op de DNB-site.

Wijziging Wtt en Rib

Nieuwsbericht
Datum: 11 juli 2012

Per 1 juli 2012 is de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gewijzigd. Dit brengt een aantal belangrijke veranderingen met zich mee voor trustkantoren.

De wijzigingen zijn drieledig:

1. Wijziging van het begrip ‘uiteindelijk belanghebbende’.
2. Wijziging van de reikwijdte van de Wtt.
3. Wijziging van handhavingsbevoegdheden van DNB.

1. Uiteindelijk belanghebbende
De grens voor de kwalificatie als uiteindelijk belanghebbende (UBO) is in de wet verhoogd van 10 naar 25 procent. Dit betekent dat een natuurlijk persoon pas als uiteindelijk belanghebbende wordt aangemerkt als hij ten minste 25% kapitaalbelang heeft, 25% van de stemrechten houdt, begunstigde is van ten minste 25% van het vermogen of een bijzondere zeggenschap heeft over 25% of meer van het vermogen in een doelvennootschap. Deze wetswijziging is vooral van belang voor de cliëntidentificatie-procedures van trustkantoren.

2. Reikwijdte Wtt
Op 1 juli 2012 is de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) zodanig gewijzigd dat twee nieuwe activiteiten als trustdienst onder de reikwijdte van de wet zijn gebracht:
1. Het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen.
2. Het ten behoeve van de cliënt gebruik maken van een zogenoemde doorstroomvennootschap.

Bemiddelen
Naast de verkoop van rechtspersonen is met ingang van 1 juli 2012 het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen ook aangemerkt als een dienst in de zin van de Wtt. Hiervoor is dus een trustvergunning vereist.

Van bemiddelen is sprake wanneer een trustkantoor kopers en verkopers van rechtspersonen met elkaar in contact brengt. Dit kan onder andere blijken uit het gegeven dat het trustkantoor een vergoeding krijgt voor het verlenen van deze diensten. Van het vergunning houdende trustkantoor wordt verwacht dat het op de hoogte is van de intenties van partijen betrokken bij de overdracht. Het trustkantoor moet aannemelijk maken dat de betrokken rechtspersonen niet gebruikt zullen worden voor het witwassen van criminele geldstromen of het financieren van terrorisme.

Doorstroomvennootschappen
Een doorstroomvennootschap is een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als het trustkantoor en door de cliënt, bijvoorbeeld om fiscale redenen, wordt gebruikt om gelden te ontvangen en uit te keren. Het eigendom van de doorstroomvennootschap is hierbij niet van belang. Met de wetswijziging is het gebruik maken van een doorstroomvennootschap ook een trustdienst geworden.

Virtuele trustkantoren
Virtuele trustkantoren verrichten trustactiviteiten in Nederland, maar niet vanuit een Nederlandse vestiging. Meestal voor Nederlandse vermogende particulieren en ondernemingen die belasting willen ontwijken of anoniem rechtspersonen willen gebruiken. Virtuele trustkantoren vallen met de wetswijziging onder de verbodsbepaling, doordat de vestigingseis komt te vervallen.

De komende periode besteedt DNB extra aandacht aan partijen die zonder de vereiste vergunning bovengenoemde activiteiten verrichten. DNB neemt in het bijzonder (het bemiddelen bij) de verkoop van rechtspersonen onder de loep. DNB zal met een aantal gerichte handhavingsacties optreden tegen illegale marktpartijen. Hierbij werkt DNB nauw samen met de Belastingdienst, FIOD en het Openbaar Ministerie.

3. Handhavingsbevoegdheden
De wetswijziging breidt de bevoegdheden van DNB uit om een aanwijzing te geven. Met ingang van 1 juli 2012 kan DNB een aanwijzing opleggen aan illegale trustkantoren. Daarnaast kan DNB bij een trustkantoor een (stille) curator aanstellen.

Nieuwe Regeling integere bedrijfsvoering Wtt
De uitbreiding van de wet maakt een aanvulling van onderliggende regelgeving, de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (‘Regeling’), noodzakelijk. In de nieuwe Regeling, die per 1 juli van kracht is, is verduidelijkt hoe trustkantoren het cliëntenonderzoek moeten vormgeven bij het uitvoeren van de twee nieuwe trustdiensten ‘Doorstroomvennootschappen’ en ‘Bemiddelen’.

De wijziging van de Regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op Open Boek Toezicht. Hier kunt u ook het feedbackdocument terug vinden, waarin de analyse van de consultatieronde is opgenomen. Op 1 januari 2013 wordt de Regeling omgezet in een ministeriële regeling. DNB en het Ministerie van Financiën werken gezamenlijk aan deze overgang.

27 juni 2012

Wijziging Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren, onder meer in verband met vergunningplichtig worden van bemiddeling bij de verkoop van rechtspersonen

door Ellen Timmer

Op grond van een regeling van 13 juni 2012 is de Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren gewijzigd met het oog op de inwerkingtreding per 1 juli a.s. van belangrijke wijzigingen in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Op die datum wordt onder meer het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen vergunningplichtig op grond van de Wtt. De wijziging in de vrijstellingsregeling luidt als volgt:

ARTIKEL II

In de Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren worden na artikel 3 twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

1. Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan personen, indien deze uitsluitend bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 3°, van de Wet toezicht trustkantoren voor zover:

a. hun bemiddeling is gericht op de verkoop van een rechtspersoon door een trustkantoor dat beschikt over een vergunning op grond van de Wet toezicht trustkantoren;

b. de rechtspersoon op welke de bemiddeling betrekking heeft een onderneming drijft en de verkoop van die rechtspersoon geen verband houdt met beëindiging van die onderneming onder voortzetting van die rechtspersoon.

2. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, worden de volgende voorschriften verbonden:

a. de bemiddelaar beschikt over procedures gericht op het achterhalen van de intentie van de beoogde koper van de rechtspersoon met betrekking tot de onderneming die de rechtspersoon drijft en het schriftelijk vastleggen van die intentie;

b. de bemiddelaar leeft de procedures, bedoeld in onderdeel a, na;

c. de bemiddelaar draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van de overeenkomst tot bemiddeling en de overeenkomst tot verkoop van de rechtspersoon;

d. de bemiddelaar bewaart de stukken, bedoeld in onderdelen a en c, gedurende ten minste vijf jaar en houdt deze op een voor de toezichthouder toegankelijke wijze beschikbaar.

Artikel 3b

1. Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan de hierna te noemen personen onder de hierna te noemen voorwaarden, indien deze uitsluitend de dienst verlenen genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 5°, van de Wet toezicht trustkantoren:

a. advocaten en personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten gericht op het incasseren van vorderingen, voor zover zij de bedoelde dienst verlenen door middel van een stichting die:

1°. als enige activiteit heeft het tijdelijke beheer van gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en

2°. uitsluitend werkzaam is voor personen die niet zelf gerechtigd zijn tot de gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de stichting en de betrokken personen blijkt;

b. betaaldienstverleners die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in of vanuit Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen voor zover de bedoelde dienst betrekking heeft op gelden die zijn of worden ontvangen van betaaldienstgebruikers in verband met het verlenen van betaaldiensten;

c. bewindvoerders die:

1°. benoemd zijn op grond van artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet; en

2°. personen zijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering, voor zover zij gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.

2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de begrippen ‘betaaldienstverlener’, ‘betaaldienstgebruiker’, ‘betaaldienst’ en ‘bewindvoerder’ verstaan: hetgeen daaronder in de Wet op het financieel toezicht wordt verstaan.

De Wtt wordt een heel interessante wet nu er allerlei ondernemingsactiviteiten onder worden gebracht die weinig te maken hebben met het klassieke werk van trustkantoren. Er is alle aanleiding voor een analyse van deze merkwaardige wet (maar daar heb ik nu even geen tijd voor).

(*) Regeling van de Minister van Financiën van 13 juni 2012, nr. FM/2012/882M, tot wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft in verband met de bepalingen ten aanzien van wisselinstellingen in de Wet op het financieel toezicht en de implementatie van de herziene Prospectusrichtlijn (PbEU L 327/1) en tot wijziging van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren in verband met de wijziging van de Wet toezicht trustkantoren

Tags: ,
25 juni 2012

Relatiedag FIU-Nederland met presentaties over onder meer virtueel bankieren en de witwasjurisprudentie

door Ellen Timmer

Op 5 juni 2012 organiseerde FIU-Nederland een relatiedag. Meer informatie: het nieuwsbericht en de pagina over de relatiedag. Op de laatstgenoemde pagina zijn te vinden:

29 mei 2012

Regeling integere bedrijfsvoering (Rib) wordt een ministerieel besluit

door Compliance Platform Trustkantoren

Medio 2012 zal de Regeling integere bedrijfsvoering (Rib), nu een regeling van DNB, worden vervangen door een ministeriële regeling.
Op 2 mei jl. is het navolgende besluit (*) genomen door de Minister van Financiën:

Artikel 1
De regels met het oog op een integere bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren, worden gesteld bij regeling van Onze Minister.

Artikel 2
Het besluit van 7 februari 2004, houdende de overdracht van de bevoegdheid tot het stellen van regels met het oog op een integere bedrijfsvoering door trustkantoren (Overdrachtsbesluit integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren) (Stb. 2004, 58) wordt ingetrokken.

Artikel 3
Dit besluit wordt aangehaald als: Overdrachtbesluit integere 2012 bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren.

Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Het besluit wordt als volgt toegelicht:

Bij besluit van 7 februari 2004 (Overdrachtsbesluit integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren) is de bevoegdheid van artikel 10, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) overgedragen aan de toezichthouder op de trustkantoren, De Nederlandsche Bank N.V. (DNB).

Met de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren heeft DNB invulling gegeven aan die bevoegdheid.

In 2009 is de Wtt geëvalueerd; het desbetreffende rapport is in april 2010 vastgesteld. [1] Een van de aanbevelingen in het rapport betreft het opschalen van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren van een toezichthouderregel naar een ministeriële regeling in lijn met de wijze waarop de vroegere toezichthouderregelingen ingevolge voorlopers van de Wet op het financieel toezicht thans als ministeriële regeling onder die wet zijn gebracht.

Om uitvoering te geven aan die aanbeveling is de bevoegdheid van artikel 10, eerste lid, van de Wtt tot het stellen van regels aan de minister overgedragen.

Tegelijk met de inwerkingtreding van het onderhavige besluit zal, ter vervanging van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren van DNB, een ministeriële regeling integere bedrijfsvoering worden vastgesteld.

[1] Bijlage bij Kamerstukken II 2009/10, 32 384, nr. 1.

(*) Besluit van 2 mei 2012 houdende de overdracht van de bevoegdheid tot het stellen van regels met het oog op een integere bedrijfsvoering door trustkantoren (Overdrachtbesluit 2012 integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren)

Tags: