Posts tagged ‘bemiddelen’

2 november 2012

Aanpassing DNB-internetpagina’s over trustkantoren

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Blijkens een bericht van DNB zijn een aantal internetpagina’s over trustkantoren op de website van DNB aangepast. Hierna volgt het overzicht dat DNB geeft, met de links naar de gewijzigde pagina’s.

  • Trustkantoren – overzicht markttoegang – nieuw
  • Introductie Trustkantoren – gewijzigd
  • Wat is een Trustkantoor – gewijzigd
  • Wat is een trustdienst? – nieuw
  • Doorstroomvennootschap of inhouse-vennootschap – Wtt – nieuw
  • Termijn voor behandeling vergunningaanvraag trustkantoor – gewijzid
  • Vereisten voor een vergunning van een trustkantoor – gewijzigd
  • Begrip bemiddelen Wet Toezicht Trustkantoren – gewijzigd
  • Groepsbegrip onder de Wet Toezicht Trustkantoren – gewijzigd
  • Indienen stukken vergunning trustkantoor – gewijzigd
  • Vragen over de aanvraag van een vergunning voor trustkantoren – gewijzigd
  • Kosten aanvraag vergunning trustkantoor – gewijzigd 
  • Register trustkantoren – gewijzigd
10 oktober 2012

‘Bemiddelen’ in de Wtt, toelichting DNB

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Inmiddels is er een korte toelichting op het begrip ‘bemiddelen’ verschenen op de website van DNB. Deze toelichting, geplaatst op http://www.toezicht.dnb.nl/2/50-226567.jsp, luidt op dit moment:

Per 1 juli 2012 is de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gewijzigd zodat als trustdienst wordt aangemerkt, naast de verkoop van rechtspersonen tevens het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen.

Artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 3°, Wtt bepaalt dat als trustdienst wordt aangemerkt, naast de verkoop van rechtspersonen, het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen. Omdat dergelijke dienstverlening naar haar aard risico’s met zich brengt, en trustkantoren dergelijke diensten betrekkelijk vaak verlenen, is bemiddeling bij de verkoop van rechtspersonen onder de reikwijdte van de wet gebracht. Dit betekent dat een ieder die zich bezig houdt met deze activiteiten een vergunningaanvraag voor het zijn van trustkantoor bij DNB moet indienen.

Onder bemiddelen in de zin van dit artikel wordt verstaan het als tussenpersoon werkzaam bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. Er moet dus sprake zijn van meer dan slechts het met elkaar in contact brengen van partijen; de bemiddelaar verricht werkzaamheden om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Een enkele doorverwijzing zal dan ook in beginsel niet gelden als bemiddeling.

Zie over dit onderwerp ook mijn eerdere bericht.

Tags:
11 juli 2012

Wat moet worden verstaan onder ‘bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen’ in de Wtt

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Een belangrijke wijziging in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) per 1 juli 2012 is dat de bemiddeling bij de verkoop van rechtspersonen onder de Wtt-vergunningplicht is gebracht. Zie hierover ook het artikel dat ik met Van der Wulp schreef.

Een van de vragen die in verband hiermee rijzen, is wat in de Wtt onder ‘bemiddelen’ moet worden verstaan. Uit het besluit tot wijziging van de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (Rib), de tekst van het wijzigingsbesluit is hier (pdf) te vinden, blijkt hoe DNB hier over denkt. In het wijzigingsbesluit wordt in de toelichting over ‘bemiddelen’ het volgende gezegd (onderstreping door mij):

Onder bemiddelen wordt verstaan: als tussenpersoon werkzaam zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. Zodoende moet sprake zijn van meer dan slechts het met elkaar in contact brengen van partijen; de bemiddelaar verricht werkzaamheden om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Een enkele doorverwijzing zal dan ook in beginsel niet gelden als bemiddeling.

Bijzonder is dat als geen sprake is van enige Wtt-relevante activiteit, DNB van mening is dat het trustkantoor toch nog administratieve verplichtingen heeft. Want DNB schrijft in de toelichting dat het trustkantoor in de administratie moet vastleggen naar wie wordt verwezen:

Wel zal het trustkantoor ten behoeve van een integere bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, schriftelijk moeten vastleggen naar welke partijen verwezen wordt.

Dit levert de interessante vraag op of DNB wel verplichtingen aan trustkantoren kan opleggen terwijl doorverwijzing niet Wtt-plichtig is. Het lijkt me dat er een wettelijke basis nodig is, om een registratieplicht op te leggen inzake doorverwijzing.

Opmerkelijk is dat in de toelichting bij de wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft over het begrip ‘bemiddelen’ niets wordt gezegd.

Tags:
11 juli 2012

Bericht DNB over de wijzigingen in Wtt en Rib

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Onderstaand het bericht van DNB over de wijzigingen in Wtt en Rib, zoals te vinden op de DNB-site.

Wijziging Wtt en Rib

Nieuwsbericht
Datum: 11 juli 2012

Per 1 juli 2012 is de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gewijzigd. Dit brengt een aantal belangrijke veranderingen met zich mee voor trustkantoren.

De wijzigingen zijn drieledig:

1. Wijziging van het begrip ‘uiteindelijk belanghebbende’.
2. Wijziging van de reikwijdte van de Wtt.
3. Wijziging van handhavingsbevoegdheden van DNB.

1. Uiteindelijk belanghebbende
De grens voor de kwalificatie als uiteindelijk belanghebbende (UBO) is in de wet verhoogd van 10 naar 25 procent. Dit betekent dat een natuurlijk persoon pas als uiteindelijk belanghebbende wordt aangemerkt als hij ten minste 25% kapitaalbelang heeft, 25% van de stemrechten houdt, begunstigde is van ten minste 25% van het vermogen of een bijzondere zeggenschap heeft over 25% of meer van het vermogen in een doelvennootschap. Deze wetswijziging is vooral van belang voor de cliëntidentificatie-procedures van trustkantoren.

2. Reikwijdte Wtt
Op 1 juli 2012 is de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) zodanig gewijzigd dat twee nieuwe activiteiten als trustdienst onder de reikwijdte van de wet zijn gebracht:
1. Het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen.
2. Het ten behoeve van de cliënt gebruik maken van een zogenoemde doorstroomvennootschap.

Bemiddelen
Naast de verkoop van rechtspersonen is met ingang van 1 juli 2012 het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen ook aangemerkt als een dienst in de zin van de Wtt. Hiervoor is dus een trustvergunning vereist.

Van bemiddelen is sprake wanneer een trustkantoor kopers en verkopers van rechtspersonen met elkaar in contact brengt. Dit kan onder andere blijken uit het gegeven dat het trustkantoor een vergoeding krijgt voor het verlenen van deze diensten. Van het vergunning houdende trustkantoor wordt verwacht dat het op de hoogte is van de intenties van partijen betrokken bij de overdracht. Het trustkantoor moet aannemelijk maken dat de betrokken rechtspersonen niet gebruikt zullen worden voor het witwassen van criminele geldstromen of het financieren van terrorisme.

Doorstroomvennootschappen
Een doorstroomvennootschap is een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als het trustkantoor en door de cliënt, bijvoorbeeld om fiscale redenen, wordt gebruikt om gelden te ontvangen en uit te keren. Het eigendom van de doorstroomvennootschap is hierbij niet van belang. Met de wetswijziging is het gebruik maken van een doorstroomvennootschap ook een trustdienst geworden.

Virtuele trustkantoren
Virtuele trustkantoren verrichten trustactiviteiten in Nederland, maar niet vanuit een Nederlandse vestiging. Meestal voor Nederlandse vermogende particulieren en ondernemingen die belasting willen ontwijken of anoniem rechtspersonen willen gebruiken. Virtuele trustkantoren vallen met de wetswijziging onder de verbodsbepaling, doordat de vestigingseis komt te vervallen.

De komende periode besteedt DNB extra aandacht aan partijen die zonder de vereiste vergunning bovengenoemde activiteiten verrichten. DNB neemt in het bijzonder (het bemiddelen bij) de verkoop van rechtspersonen onder de loep. DNB zal met een aantal gerichte handhavingsacties optreden tegen illegale marktpartijen. Hierbij werkt DNB nauw samen met de Belastingdienst, FIOD en het Openbaar Ministerie.

3. Handhavingsbevoegdheden
De wetswijziging breidt de bevoegdheden van DNB uit om een aanwijzing te geven. Met ingang van 1 juli 2012 kan DNB een aanwijzing opleggen aan illegale trustkantoren. Daarnaast kan DNB bij een trustkantoor een (stille) curator aanstellen.

Nieuwe Regeling integere bedrijfsvoering Wtt
De uitbreiding van de wet maakt een aanvulling van onderliggende regelgeving, de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (‘Regeling’), noodzakelijk. In de nieuwe Regeling, die per 1 juli van kracht is, is verduidelijkt hoe trustkantoren het cliëntenonderzoek moeten vormgeven bij het uitvoeren van de twee nieuwe trustdiensten ‘Doorstroomvennootschappen’ en ‘Bemiddelen’.

De wijziging van de Regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op Open Boek Toezicht. Hier kunt u ook het feedbackdocument terug vinden, waarin de analyse van de consultatieronde is opgenomen. Op 1 januari 2013 wordt de Regeling omgezet in een ministeriële regeling. DNB en het Ministerie van Financiën werken gezamenlijk aan deze overgang.

27 juni 2012

Wijziging Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren, onder meer in verband met vergunningplichtig worden van bemiddeling bij de verkoop van rechtspersonen

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Op grond van een regeling van 13 juni 2012 is de Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren gewijzigd met het oog op de inwerkingtreding per 1 juli a.s. van belangrijke wijzigingen in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Op die datum wordt onder meer het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen vergunningplichtig op grond van de Wtt. De wijziging in de vrijstellingsregeling luidt als volgt:

ARTIKEL II

In de Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren worden na artikel 3 twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

1. Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan personen, indien deze uitsluitend bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 3°, van de Wet toezicht trustkantoren voor zover:

a. hun bemiddeling is gericht op de verkoop van een rechtspersoon door een trustkantoor dat beschikt over een vergunning op grond van de Wet toezicht trustkantoren;

b. de rechtspersoon op welke de bemiddeling betrekking heeft een onderneming drijft en de verkoop van die rechtspersoon geen verband houdt met beëindiging van die onderneming onder voortzetting van die rechtspersoon.

2. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, worden de volgende voorschriften verbonden:

a. de bemiddelaar beschikt over procedures gericht op het achterhalen van de intentie van de beoogde koper van de rechtspersoon met betrekking tot de onderneming die de rechtspersoon drijft en het schriftelijk vastleggen van die intentie;

b. de bemiddelaar leeft de procedures, bedoeld in onderdeel a, na;

c. de bemiddelaar draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van de overeenkomst tot bemiddeling en de overeenkomst tot verkoop van de rechtspersoon;

d. de bemiddelaar bewaart de stukken, bedoeld in onderdelen a en c, gedurende ten minste vijf jaar en houdt deze op een voor de toezichthouder toegankelijke wijze beschikbaar.

Artikel 3b

1. Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren genoemde verbod wordt verleend aan de hierna te noemen personen onder de hierna te noemen voorwaarden, indien deze uitsluitend de dienst verlenen genoemd in artikel 1, onderdeel d, onder 5°, van de Wet toezicht trustkantoren:

a. advocaten en personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten gericht op het incasseren van vorderingen, voor zover zij de bedoelde dienst verlenen door middel van een stichting die:

1°. als enige activiteit heeft het tijdelijke beheer van gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en

2°. uitsluitend werkzaam is voor personen die niet zelf gerechtigd zijn tot de gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de stichting en de betrokken personen blijkt;

b. betaaldienstverleners die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in of vanuit Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen voor zover de bedoelde dienst betrekking heeft op gelden die zijn of worden ontvangen van betaaldienstgebruikers in verband met het verlenen van betaaldiensten;

c. bewindvoerders die:

1°. benoemd zijn op grond van artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet; en

2°. personen zijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering, voor zover zij gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.

2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de begrippen ‘betaaldienstverlener’, ‘betaaldienstgebruiker’, ‘betaaldienst’ en ‘bewindvoerder’ verstaan: hetgeen daaronder in de Wet op het financieel toezicht wordt verstaan.

De Wtt wordt een heel interessante wet nu er allerlei ondernemingsactiviteiten onder worden gebracht die weinig te maken hebben met het klassieke werk van trustkantoren. Er is alle aanleiding voor een analyse van deze merkwaardige wet (maar daar heb ik nu even geen tijd voor).

(*) Regeling van de Minister van Financiën van 13 juni 2012, nr. FM/2012/882M, tot wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft in verband met de bepalingen ten aanzien van wisselinstellingen in de Wet op het financieel toezicht en de implementatie van de herziene Prospectusrichtlijn (PbEU L 327/1) en tot wijziging van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren in verband met de wijziging van de Wet toezicht trustkantoren

Tags: ,
%d bloggers liken dit: