4 augustus 2015

Informatie FATF, relevant voor Wwft-naleving

door Ellen Timmer

Op 7 juli 2015 heeft DNB een nieuwsbericht geplaatst over FATF informatie inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. DNB schrijft:

De FATF heeft naar aanleiding van haar plenaire vergadering (juni 2015) twee documenten doen uitgaan waarin wordt gewezen op landen met tekortkomingen in hun systeem ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering:

1. FATF Public statement – 26 juni 2015
2. Improving Global AML/CFT compliance: ongoing process – 26 juni 2015

Bepaalde landen hebben laten zien tekortkomingen serieus te willen aanpakken. Andere laten minder vooruitgang zien, zoals de door de FATF in het ‘public statement’ genoemde landen. Deze landen laten ernstige tekortkomingen zien (Iran, Noord-Korea). Voor deze landen wijzen DNB en het Ministerie van Financiën erop dat verscherpte maatregelen ten aanzien van relaties met ingezetenen van deze landen en het uitvoeren van transacties van/naar deze landen nodig zijn.

Daarnaast noemt het ‘public statement’ landen die onvoldoende verbetering hebben laten zien of zich niet hebben gecommitteerd aan een actieplan (Algerije, Myanmar). DNB en het Ministerie van Financiën wijzen erop dat het onderhouden van zakelijke relaties met ingezetenen van deze landen of het uitvoeren van transacties van/naar deze landen een hoger risico op witwassen en/of terrorismefinanciering met zich meebrengen. Zie de tekst van het ‘public statement’ voor informatie over de landenspecifieke risico’s.

Het document ‘improving global AML/CFT compliance’ bevat een lijst met landen die ernstige tekortkomingen hebben in hun AML/CFT systeem maar die wél gecommitteerd zijn om deze tekortkomingen te adresseren. Deze lijst bestaat uit de volgende landen: Afghanistan, Angola, Bosnië Herzegovina, Ecuador, Guyana, Irak, Laos, Panama, Papua Nieuw-Guinea, Soedan, Syrië, Uganda en Jemen. Indonesië heeft significante vooruitgang laten zien wat ertoe heeft geleid dat het niet langer in het document genoemd wordt.

Van financiële instellingen wordt verwacht dat zij in het kader van de te nemen AML/CFT-maatregelen de specifieke omstandigheden in acht nemen. Hiervoor wordt verwezen naar de gepubliceerde Q&A van DNB ‘FATF Waarschuwingslijsten’.

In de volgende plenaire vergadering (oktober 2015) zal de FATF de documenten herzien indien daar aanleiding voor is.

Tags: , ,
28 juli 2015

Informeel verkennend overleg over de toekomst van trustkantoren in Nederland

door Compliance Platform Trustkantoren

Naar aanleiding van de brief dd 25 juni jl. van DNB aan de Minister van Financien omtrent het aanscherpen van de wet- en regelgeving voor de trustsector, veronderstellen wij dat er bij de kleine en middelgrote trustkantoren behoefte is om over deze brief met elkaar van gedachten te wisselen. De verwachting is dat de voorstellen van DNB voor deze kantoren verregaande consequenties kan gaan hebben.
Hierbij moet worden gedacht aan de vereisten van ten minste twee beleidsbepalers en de aanwezigheid van een interne compliance officer. De beoogde maatregelen wekken de indruk dat er wordt aangestuurd op een consolidatie binnen de trustsector. Wij zijn van mening dat consolidatie niet hoeft te leiden tot verbetering van de kwaliteit en denken dat er alternatieven zijn die tot een beter resultaat leiden. Verder denken wij dat het belangrijk is overleg te plegen over de praktijk van compliance in onze sector.

Het Compliance Platform wil daarom kleine en middelgrote trustkantoren uitnodigen voor een vertrouwelijk overleg zonder de aanwezigheid van commerciële dienstverleners, software leveranciers en/of banken. Voor dit overleg nodigen we directeuren/beleidsbepalers en compliance officers van kleine en middelgrote trustkantoren uit. De bijeenkomst zal het karakter krijgen van een informeel verkennend overleg en plaatsvinden op:

woensdag 26 augustus 2015 van 16.00 – 18.00 uur
ten kantore van Pellicaan Advocaten Amsterdam
Delflandlaan 1, 1062 EA Amsterdam

Geïnteresseerde kantoren kunnen zich aanmelden door middel van een e-mail aan Marianne van Rappard. Aan degenen die zich aanmelden wordt geen bevestiging van deelname verstuurd.

Namens het Compliance Platform:
Marianne van Rappard en Stijn Wortelboer

6 juli 2015

Nieuwsbrief DNB voor trustkantoren

door Ellen Timmer

In de laatste nieuwsbrief van DNB voor trustkantoren komen een aantal thema’s aan de orde die hier al besproken zijn:

3 juli 2015

DNB verzoekt om ingrijpende herziening Wet toezicht trustkantoren

door Ellen Timmer

In een brief van 25 juni jl. aan de minister van financiën laat De Nederlandsche Bank weten dat ingrijpende herziening van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) wordt gewenst. In het onderstaande bespreek ik de belangrijkste punten die DNB aan de orde stelt.

  • DNB schrijft in de brief dat er geen breed geïnstitutionaliseerde integriteitsstandaard bij trustkantoren zou zijn; ik zou menen dat dit één van de onderwerpen is waarmee brancheorganisatie Holland Quaestor druk bezig is. Nu Rome ook niet in één dag kon worden gebouwd, is de vraag of de mededeling van DNB als kritiek op de brancheorganisatie moet worden opgevat. Maar over de initiatieven in de sector spreekt DNB in het geheel niet.
  • DNB laat weten dat er voortbouwend op de per 1 januari 2015 gewijzigde Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (Rib Wtt) wijziging van de Wtt nodig is. DNB schrijft “De invoering van de Rib Wtt heeft in de praktijk niet geleid tot voortgaande structurele verbeteringen in het gewenste tempo“. Bijzonder: de Rib Wtt is op 1 januari 2015 ingevoerd en nu al denkt DNB dat het niet hard genoeg gaat.
  • In de brief komt impliciet de gedachte van DNB terug dat het cliëntenonderzoek onder de Wtt minder ver zou gaan dan onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), mij lijkt die gedachte onjuist. Maar misschien gaat het DNB in de bewuste passage meer om aansluiting in de sfeer van de organisatorische eisen bij de Wet op het financieel toezicht (Wft). Ten slotte wordt door DNB verwezen naar voorbeelden in artikelen 3:10 en 3:17 Wft. Als ik zie dat DNB spreekt over mitigeren van integriteitsrisico’s, dan lijkt me dat wijziging van de Wtt niet nodig is om dat te bereiken. Dus de vraag is waarom DNB over dit soort wijzigingen spreekt, is het meer gericht op de beeldvorming?
  • DNB laat weten dat het een norm voor twee dagelijks beleidsbepalers wenst, naar model van artikel 3:15 Wft. Voorts meent DNB nu dat (deels) uitbesteden van compliance aan externe partijen een belemmering zou vormen voor internalisering van integriteit binnen een trustkantoor. Het lijkt er op dat DNB van mening is dat kleine(re) trustkantoren niet goed zouden kunnen functioneren. DNB schrijft: “DNB stelt daarom voor om verdere internalisering van integriteit binnen een trustkantoor voortaan te laten geschieden via een geïntegreerde compliancefunctie, hetgeen ook bijdraagt aan de professionalisering van de sector“. Al eerder signaleerde ik dat DNB kennelijk van de veronderstelling uitgaat dat kleine trustkantoren hun werk minder goed doen dan grote. DNB geeft geen toelichting op deze wens. De vraag is of de aard van de activiteiten van trustkantoren (toch vooral het besturen van rechtspersonen) wel geschikt is voor grote organisaties. Het karakter van de bedrijfsactiviteiten van een trustkantoor is tenslotte geheel anders dan van bijvoorbeeld banken of verzekeringsmaatschappijen. Het zou fijn zijn als DNB dit punt van een inhoudelijke onderbouwing zou kunnen voorzien, bijvoorbeeld door middel van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek over management en organisatie van dienstverlenende ondernemingen. Mijn persoonlijke indruk is namelijk dat ‘big’ lang niet altijd ‘beautiful’ is.
  • DNB meent dat in sommige structuren het trustkantoor op te grote afstand staat om haar taken in de sfeer van integriteit goed te vervullen. DNB wil hier over met het ministerie in overleg treden; uit de brief wordt niet duidelijk met welk doel.
  • Opnieuw wordt door DNB om meer bevoegdheden in de sfeer van handhaving gevraagd, zoals verruiming van de mogelijkheden om boetes te publiceren en intrekking van de vergunning. (Dat laatste kan toch al?) Bij de publicatiewens teken ik aan dat naming & shaming zonder rechterlijk toezicht een zeer gevaarlijke activiteit is, zoals door de gang van zaken bij de AFM wordt geïllustreerd. Als de AFM op een later tijdstip laat weten door de rechter tot de orde te zijn geroepen, is het kwaad voor de belanghebbende al geschied. Ik ben van mening dat de beslissing tot het openbaar maken van boetebesluiten bij de rechter thuis hoort, aangezien het een strafkarakter heeft.

De minister van financiën schrijft naar aanleiding van de wetgevingswensen van DNB:

Trustsector
Ik onderschrijf het belang van goede regelgeving voor de trustsector, en zal daartoe in overleg met DNB inventariseren waar de bestaande trustregelgeving aanpassing behoeft.

Het bovenstaande illustreert dat de trustkantorensector nog de nodige veranderingen kan verwachten.

Meer informatie:

Aanvulling 10 juli 2015

Vandaag verscheen in het FD een artikel van Siem Eikelenboom en Gaby de Groot over de wetgevingswensen van DNB. Lees ook de reacties onder het artikel. Van dezelfde auteurs verscheen het artikel ‘DNB en trustkantoren, een moeizame relatie‘. Het derde artikel, van dezelfde auteurs plus Vasco van der Boon, gaat over het afnemen door DNB van de trustvergunning van Intercity Corporate Management (ICM).

2 juli 2015

Informatievoorziening sanctieregelgeving door DNB

door Ellen Timmer

DNB heeft via een nieuwsbrief van vandaag bekend gemaakt dat de informatievoorziening inzake sanctieregelgeving is aangepast. Het betreft de volgende pagina’s:

Op de ‘Wegwijs’ pagina zijn onder meer links naar Nederlandse informatie, zoals de Nederlandse personenlijst, de laatste DNB leidraad en dergelijke te vinden.
Een link naar de Europese overzichtspagina over sanctieregelgeving trof ik er niet aan. Het zou goed zijn als die pagina aan de rubriek ‘Gerelateerde websites’ zou worden toegevoegd.

Overigens blijf ik de DNB-informatie onoverzichtelijk vinden. Vanwege het grote belang van de sanctieregelgeving, ook voor partijen die er weinig mee te maken hebben (en dus geen dure adviseurs inhuren), zou het prettig zijn als de informatie op een betere manier bij elkaar werd gebracht, bijvoorbeeld op de manier zoals dat inzake de Wet Normering Topinkomens is gebeurd op www.topinkomens.nl.

29 juni 2015

Transparantie DNB | onderzoek onder stakeholders

door Ellen Timmer

In de nieuwste editie van het DNB Magazine wordt verslag gedaan van een onderzoek onder stakeholders, waartoe ook de onder toezicht staande ondernemingen zoals trustkantoren worden gerekend.

Uit het verslag blijkt dat de communicatie door DNB wel wat moderner en aansprakender kan. Als de toezichthouder risico’s signaleert, dan zien de stakeholders graag dat DNB meer toelichting geeft en ruimte maakt voor bespreking. Ook willen de stakeholders dat de toezichthouder duidelijker aangeeft aan welke verwachtingen ze moeten voldoen. Er is behoefte aan uitleg over de toezichtstrategie, inclusief beantwoording van vragen waarom DNB bepaalde eisen stelt en wat het oplevert. De ondervraagden ervaren een verschil tussen mondelinge en geschreven informatie, wat verwarring kan wekken. Over de themaonderzoeken wordt in het verslag vermeld dat het stakeholders niet altijd even duidelijk is waarom DNB het onderzoek doet en waarvoor. DNB wil bij elk onderzoek drie communicatiemomenten inbouwen, ten eerste de aankondiging, ten tweede een update over de voortgang en tot slot een duidelijk verslag van de belangrijkste bevindingen. In het verslag wordt uitgesproken dat transparantie een speerpunt van DNB is.

Mijn aantekening: op dit moment is er over veel thema’s op het gebied van compliance door trustkantoren onduidelijkheid. Trustkantoren hebben soms de indruk dat het beleid en de uitleg van de regelgeving tijdens de toezichtbezoeken wordt bedacht, wat natuurlijk een verkeerde volgorde is. Het is te hopen dat de informatievoorziening van DNB over onderwerpen die trustkantoren aangaan zal verbeteren.

Meer informatie:

DNB Magazine nr. 2 van 2015, te zijner tijd te vinden via het digitale archief (bij het afsluiten van dit artikel stond magazine nr. 2 er nog niet bij).

Tags:
18 juni 2015

Trustkantoren melden meer ongebruikelijke transacties

door Ellen Timmer

Onlangs is het jaarverslag 2014 van FIU-Nederland uitgebracht. Uit het jaarverslag blijkt dat de inspanningen van FIU-Nederland om trustkantoren te informeren over de meldplicht ongebruikelijke transacties vruchten heben afgeworpen. Het aantal meldingen neemt toe en het aantal actieve melders is ook toegenomen ten opzichte van de voorgaande jaren.

Uit de statistieken blijkt dat het aantal meldingen is gegroeid van 38 in 2012, naar 88 in 2013 en vervolgens naar 201 in 2014. De groei in 2014 is waarschijnlijk veroorzaakt door meldingen die betrekking hebben op overtreding van de Europese sancties tegen Oekraïne en Rusland. In 2012 kwamen de meldingen van zes trustkantoren. In 2013 deden 22 trustkantoren meldingen. In 2014 was het aantal trustkantoren dat meldingen deed gegroeid naar 31. Opvallend is dat van de in 2014 gemelde 201 transacties er door FIU-Nederland 149 ‘verdacht’ zijn verklaard.

Nog steeds komen de meeste meldingen van ongebruikelijke transacties van geldtransactiekantoren (233.989 in 2014), banken (14.696 in 2014) en voertuigenhandelaars (3.871 in 2014).

12 juni 2015

4th Anti Money Laundering Directive published in the EU Official Journal

door Ellen Timmer

On 5 June 2015 the 4th Anti Money Laundering Directive has been published in the EU Official Journal. Member states of the EU will have to implement the Directive by 26 June 2017.

More information on
Directive (EU) 2015/849 of the European Parliament and of the Council of 20 May 2015 on the prevention of the use of the financial system for the purposes of money laundering or terrorist financing, amending Regulation (EU) No 648/2012 of the European Parliament and of the Council, and repealing Directive 2005/60/EC of the European Parliament and of the Council and Commission Directive 2006/70/EC (Text with EEA relevance):

11 juni 2015

Speerpunten FEC voor 2015: trustkantoren, terrorismefinanciering en sanctieregelgeving

door Ellen Timmer

Het Financieel Expertise Centrum (FEC) is een samenwerkingsverband tussen een aantal bestuursorganen en andere overheidsinstellingen en bestaat uit:

  • Autoriteit Financiële Markten (AFM)
  • Belastingdienst
  • De Nederlandsche Bank (DNB)
  • Financial Intelligence Unit – Nederland (FIU)
  • Fiscale Opsporingsdienst (FIOD)
  • Openbaar Ministerie (OM)
  • Politie

Dit samenwerkingsverband houdt zich bezig met toezicht, controle, opsporing en vervolging in de financieel-economische sfeer. Uit het in april 2015 bekend gemaakte jaarplan voor dit jaar (hier te vinden), blijkt dat de FEC een aantal speerpunten heeft aangewezen, te weten trustkantoren, terrorismefinanciering en sanctieregelgeving. Dit zijn onderwerpen waar DNB in 2014 al veel aandacht voor heeft gevraagd. Opvallend is dat het hier om een branche (de trustkantoren) en om twee aandachtsgebieden (terrorismefinanciering en sanctieregelgeving) die een groot aantal ondernemingen kunnen raken.

Het onderwerp terrorismefinanciering is relevant voor alle ondernemingen die onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) vallen, terwijl sanctieregelgeving voor ‘een ieder’ geldt. Voor beide onderwerpen geldt dat het juridische mandarijnenwetenschappen betreft die door weinigen worden doorgrond en waarmee de overheid ook tobt. Om hier goed mee om te gaan, zowel in de sfeer van preventie en naleving van regelgeving (‘compliance’) als toezicht, is een grote uitdaging.

Toelichting FEC

Onderstaand de toelichting van FEC op de keuze voor de speerpunten:

3.4.2 Trustkantoren

Resultaten: Het ontwikkelen van een gezamenlijke effectieve en integrale aanpak van vergunninghoudende trustkantoren die er toe leidt dat de beheersing van integriteitsrisico’s door trustkantoren op orde is. Trustkantoren nemen eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van risico- identificatie en -mitigatie en hebben het belang van integriteit ingebed in de bedrijfscultuur en de relatie met klanten. In gevallen waar de integere bedrijfsvoering nog niet als interne norm geldt, worden passende maatregelen ingezet om het beoogde resultaat te realiseren. Hiertoe zal 1) een inventarisatie plaatsvinden van de rol, bevoegdheden en bijdrage van de deelnemende partners aan hierboven genoemde resultaat; 2) onderlinge kennisuitwisseling plaatsvinden over de trustsector; 3) een aanpak worden opgeleverd met afspraken over concrete activiteiten inclusief een specifiek op de trustsector toegespitst handhavingsbeleid, gebaseerd op de criteria van het tripartiete overleg, waaraan OM, AFM, DNB en FIOD deelnemen.

Trekker en deelnemers: DNB met de FEC-eenheid en de betrokken FEC-partners en -waarnemers eventuele overige relevante partijen. Tevens zal samenwerking worden gezocht met BFT.

Achtergrond: Door het aantrekkelijke vestigingsklimaat heeft Nederland een omvangrijke trustsector. Deze brengt een relatief groot integriteitrisico met zich en daarmee ook een reputatierisico voor de Nederlandse financiële sector. Niet alle trustkantoren beheersen integriteitrisico’s (met name faciliteren van witwassen, belastingontduiking en ontwijking van sanctiemaatregelen) afdoende. De hoofdoorzaak hiervan is dat deze kantoren een onvoldoende integere bedrijfscultuur kennen: de letter van de wet wordt mechanisch toegepast en mitigatie van risico’s vindt vooral plaats nadat DNB deze expliciet onder de aandacht heeft gebracht. In de periode 2016-2018 zullen de gemaakte afspraken via een programmatische aanpak worden uitgevoerd in concrete casus.

3.4.3. Terrorismefinanciering

Resultaten: 1) De financiële netwerken van bij de FEC-partners en FEC-participanten bekende in- en uitreizigers en andere relevante personen en entiteiten zijn op basis van FEC-signalen in kaart gebracht. Daardoor is onder meer inzicht verkregen in de wijze waarop en door wie de in- en uitreizigers worden gefinancierd; 2) In alle gevallen waarin het verkregen inzicht daartoe aanleiding geeft, is een interventiestrategie opgesteld; 3) Ten slotte zijn typologieën van potentiële soorten terrorismefinanciering geformuleerd.

Trekker en deelnemers: OM is samen met de FEC-eenheid trekker. Deelnemers zijn de FEC-partners en -waarnemers en de beoogde participanten: de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Douane, Koninklijke Marechaussee (KMar), Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Belastingdienst/Toeslagen.

Achtergrond: In september 2014 is het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme aan de Tweede Kamer gepresenteerd. Daarmee is Jihadisme de komende tijd, en zeker in 2015 (waarop het jaarplan FEC ziet), een prioriteit in beleid en uitvoering van overheidsorganisaties. Terrorismebestrijding en met name de financiële kant daarvan, is een onderdeel van de versterking van de integriteit van de financiële sector en vrijwel alle FEC-partners kunnen daar een bijdrage aan leveren. Daarnaast wordt mogelijk door dit thema ook meer inzicht verkregen in de terroristische netwerken, groeperingen of (rechts)personen, en zogenoemde facilitatoren. Zie verder ook paragraaf 3.2.5 waar aanvullende resultaten zijn geformuleerd om informatie-uitwisseling mogelijk te maken. Over de aanpak op het thema terrorismefinanciering wordt de Tweede Kamer door de minister van Veiligheid en Justitie geïnformeerd middels de Voortgangsrapportage Actieprogramma Jihadisme.

3.4.6 Sanctieregelgeving

Resultaten: Eind 2015 bestaat een integrale aanpak van de FEC-partners in de situaties waarin financiële sanctieregelgeving niet wordt nageleefd. De integrale aanpak omvat afspraken ten aanzien van toezicht en handhaving van de financiële sanctieregelgeving. Het brengt onder andere de taakverdeling en bevoegdheden van betrokken diensten in beeld, zodat signalen van niet naleving effectief kunnen worden opgepakt in de handhavingsketen volgens de gemaakte afspraken.

Trekker en deelnemers: Ministerie van Financiën, de FEC-eenheid en betrokken FEC-partners en -waarnemers.

Achtergrond: Vrijwel alle FEC-partners en –waarnemers hebben een rol in de handhavingsketen op het gebied van sanctiewetgeving. Mede gelet op de actualiteit, de toenemende complexiteit van de sancties en de snelheid waarmee sancties elkaar momenteel opvolgen, is het voor een effectieve handhavingsketen van belang dat de ketenpartners hierin samenwerken als één overheid. Doel van het project is mede om op die wijze een bijdrage te leveren aan de tot standkoming van een handhavingsarrangement zoals het ministerie van Financiën dat met het OM en alle betrokken partners af wil sluiten.

Dit bericht is ook gepubliceerd op mijn algemene weblog.

4 juni 2015

‘Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid’

door Ellen Timmer

Onder de titel ‘Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid’ verscheen in de nieuwsbrief voor verzekeraars een artikel dat voor alle ondernemingen onder DNB-toezicht van belang is:

Integriteit: analyse moet vertaald worden in beleid
Nieuwsbericht 27 mei 2015

DNB doet een themaonderzoek integriteitsrisicoanalyse. Doel is dat instellingen niet alleen een analyse maken, maar die ook vertalen in het beleid.

In maart 2015 is het onderzoek van start gegaan. Het onderzoek moet erin resulteren dat instellingen beschikken over een integriteitsrisicoanalyse die voldoet aan het normenkader en die aantoonbaar zijn weerslag heeft in hun integriteitsbeleid.

Verwachtingen
DNB verwacht dat elke instelling regelmatig een gedegen integriteitsrisicoanalyse maakt, waarin wordt ingegaan op integriteitsrisico’s als witwassen, terrorismefinanciering, sancties, corruptie, belangenverstrengeling, fraude en fiscaliteit. Zonder adequate integriteitsrisicoanalyse kunnen de instellingen eigenlijk de vereisten van integere bedrijfsvoering niet goed naleven. De regelgeving staat een risicogebaseerde benadering toe, maar onontbeerlijk is een pro-actief nadenken over integriteitrisico’s en een weldoordachte risicoanalyse. De risicoanalyse vormt de basis voor een visie en strategie voor de beheersing van integriteitrisico’s.

Onderzoek
DNB heeft voor dit onderzoek circa honderd instellingen uit vijf sectoren (banken, verzekeraars, pensioenfondsen, betaalinstellingen en trustkantoren) gevraagd om hun integriteitsrisicoanalyse. Daarnaast is gebruikgemaakt van de integriteitsrisicoanalyses van onder toezicht staande instellingen die bij andere onderzoeken zijn opgevraagd. Een eerste beoordeling van deze analyses laat zien dat de gebruikte systematiek varieert van globale, beschrijvende analyses tot gedetailleerde, cijfermatige analyses. Verder valt op dat de risicoanalyses zich beperken tot een klein aantal integriteitrisico’s en daarbij diepgang missen. En de instellingen waar DNB eerder wees op het belang van de risicoanalyse, hebben nu een (redelijk) goede analyse opgeleverd.

Guidance
DNB stelt guidance op om de instellingen een leidraad te geven bij het opstellen van een risicoanalyse. Hierbij maakt DNB gebruik van de goede voorbeelden uit de aangeleverde analyses. In de guidance staat onder meer:
◾ de noodzaak van een integriteitrisicoanalyse
◾ hoe een instelling een analyse kan opstellen
◾welke onderwerpen aan bod moeten komen.

DNB wil deze guidance in het derde kwartaal publiceren. Tegelijkertijd krijgen de individuele instellingen dan een terugkoppeling op hun risicoanalyse.

Tags: