Begin juli 2013 beantwoordde het college van burgemeester & wethouders vragen van gemeenteraadsleden over de activiteiten van trustkantoren in Amsterdam, zie dit pdf bestand.
DNB verzoekt om maatregelen tegen kleine trustkantoren / ten minste twee dagelijkse beleidsbepalers
Gisteren heeft de minister van financiën een wetgevingsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd, samen met brieven van DNB en AFM met hun “verlanglijstjes”. Daar komt de trustsector ook in voor. DNB verzoekt in zijn brief om maatregelen tegen kleine trustkantoren, de Bank schrijft:
Minimaal twee dagelijkse beleidsbepalers trustkantoren
De afgelopen jaren is een toename te zien van het aantal kleine trustkantoren, waarbij het dagelijks beleid vaak bepaald wordt door één natuurlijke persoon. Vanuit het uitvoerend toezicht op trustkantoren komt naar voren dat er een verhoogd integriteitsrisico bestaat bij deze eenmanskantoren. Er is sprake van onvoldoende checks and balances, omdat er geen sprake is van functiescheiding. Dit verhoogde risico wordt thans gedeeltelijk gemitigeerd door te eisen dat een dergelijk kantoor een externe compliance officer aanstelt en er extra eisen worden gesteld aan deze uitbesteding. Deze bieden in de praktijk echter onvoldoende waarborg dat dit risico voldoende wordt gemitigeerd.
Van trustkantoren wordt verwacht dat zij als poortwachter de toegang tot het financiële systeem bewaken. DNB is van mening dat deze poortwachterfunctie in de praktijk onvoldoende kan worden uitgeoefend door een trustkantoor zonder voldoende omvang en een dagelijkse beleidsbepaler die zich volledig op deze functie toelegt. De voorgenomen wijzigingen van de Regeling Integere Bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren ten aanzien van de interne controle zijn een goede tussenstap richting een strenger wettelijk kader ten aanzien van de integere bedrijfsvoering van trustkantoren. In aanvulling hierop acht DNB het van belang dat er ten minste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen.
DNB verzoekt om de Wtt aan te vullen met een artikel overeenkomstig artikel 3:15 Wet op het financieel toezicht en te vereisen dat bij trustkantoren er ten minste twee natuurlijke personen optreden als dagelijkse beleidsbepaler.
De minister reageert als volgt:
Ik onderken dat bij trustkantoren waar het dagelijks beleid wordt bepaald door niet meer dan één persoon sprake kan zijn van een verhoogd integriteitsrisico. In dat verband is in de voorgenomen herziening van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren een versterking van de compliancefunctie opgenomen. In aanvulling daarop ben ik voornemens te regelen dat ten minste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen van een trustkantoor, tenzij blijkt dat de met bedoelde herziening van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren dit risico adequaat wordt ondervangen. Daartoe zal ik het effect van die herziening, in overleg met DNB als toezichthouder, een jaar na inwerkingtreding evalueren.
Wetsvoorstel financieren van terrorisme naar verwachting op 9 juli a.s. door de Eerste Kamer
In een eerder artikel attendeerde ik er op dat in een vorig jaar ingediend wetsvoorstel het begrip “financieren van terrorisme” zodanig wordt uitgerekt, dat het voor een gewone (Wwft-plichtige) burger nauwelijks meer is te volgen. Zo valt ook het verschaffen van inlichtingen onder het nieuwe begrip. Dit is iets waar trustkantoren, aangezien zij onder de Wwft vallen, alert op dienen te zijn.
Op 30 mei jl. is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen, zodat het inmiddels bij de Eerste Kamer ligt. Uit een korte aantekening van 3 juli jl. blijkt dat het voorstel naar verwachting op 9 juli a.s. door de Eerste Kamer zal worden aangenomen:
De leden van de SP – fractie ( Quik ) leveren inbreng voor het verslag. De commissie stelt voor het wetsvoorstel op 9 juli af te doen als hamerstuk, onder voorbehoud dat de regering uiterlijk 5 juli 2013 antwoordt.
Aanvulling 24 juli 2013: het voorstel is inderdaad aangenomen en vervolgens op 18 juli jl. in het Staatsblad geplaatst. De wijzigingen treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dat besluit heb ik nog niet aangetroffen.
DNB denkt dat trustkantoren te weinig ongebruikelijke transacties melden
Hoewel je zou denken dat er weinig ongebruikelijke transacties te melden zijn, als trustkantoren hun Wtt-verplichtingen goed naleven, denkt DNB daar anders over, zo blijkt uit de laatste nieuwsbrief van DNB.
Trustkantoren melden meer ongebruikelijke transacties, maar aantal meldingen nog altijd laag
Nieuwsbericht 4 juli 2013
Het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties door trustkantoren is gestegen van 26 in 2011 naar 38 in 2012. Desondanks acht DNB het aantal meldingen nog altijd laag en komt daarom in actie met voorlichting én handhaving.
Trustkantoren moeten ongebruikelijke transacties melden aan de Financial Intelligence Unit (FIU) Nederland op basis van de verplichtingen voortvloeiend uit de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Het melden van (voorgenomen) ongebruikelijke transacties vormt een belangrijk onderdeel van de monitoring van klanten en transacties en is essentieel voor de goede uitoefening van de poortwachtersfunctie door trustkantoren.
Gemelde ongebruikelijke transacties
Cijfers van het FIU-Nederland tonen aan dat trustkantoren in 2012 meer ongebruikelijke transacties hebben gemeld, van 26 in 2011 naar 38 in 2012. Van deze 38 meldingen zijn tien transacties na eigen onderzoek van FIU-Nederland aangemerkt als verdachte transacties. In 2011 kon FIU-Nederland drie meldingen van ongebruikelijke transacties aanmelden als verdacht. Daarentegen is het aantal meldende trustkantoren in 2012 gedaald van acht naar zes kantoren. Het lage aantal meldingen en het beperkte aantal trustkantoren dat meldt, zijn voor DNB wederom reden aandacht te vragen voor de meldplicht bij trustkantoren. Op 10 oktober 2013 organiseert FIU-Nederland een relatiedag voor trustkantoren. Op deze dag wordt de trustsector verder voorgelicht over de meldplicht mede aan de hand van verschillende praktijkvoorbeelden van ongebruikelijke transacties.OM doet onderzoek naar niet-melder
Om de noodzaak van het melden van ongebruikelijke transacties verder onder de aandacht te brengen van trustkantoren neemt DNB tevens deel aan het niet-melders project van het Openbaar Ministerie. In dit project ‘Niet-Melders’ doet het OM strafrechtelijk onderzoek naar niet-melders van ongebruikelijke transacties. In het najaar van 2013 wordt een nieuwe actieronde van het OM verwacht. Op het niet-melden van ongebruikelijke transacties staat een maximale gevangenisstraf van twee jaar of een maximale boete van 18.500 euro.Resultaten project Niet-Melders in 2012
In 2012 zijn er tijdens twee actiedagen een aantal personen onderzocht, die werden verdacht van het niet, onjuist of te laat melden van ongebruikelijke transacties. De eerste actiedag van 4 juli 2012 resulteerde in vijf strafrechtelijke onderzoeken. De tweede actiedag, 21 november 2012, leverde acht strafrechtelijke onderzoeken op. In deze onderzoeken in 2012 waren geen trustkantoren betrokken (Bron: jaarverslag 2012 FIU-Nederland).
Het project Niet-Melders is een gezamenlijk project van DNB, de FIOD, de Nationale Recherche, de FIU-Nederland, het BFT en de Belastingdienst Holland Midden/Unit MOT onder leiding van het OM (Functioneel Parket) gericht op het verbeteren van het naleefgedrag van de regels van de Wwft en in het bijzonder het melden van ongebruikelijke transacties.
FATF-publicaties voor juridische beroepsbeoefenaren en over “Politically Exposed Persons”
Legal Professionals
Op 25 juni jl. heeft de FATF bekend gemaakt dat het rapport “Money Laundering and Terrorist Financing Vulnerabilities of Legal Professionals” is vastgesteld. Het rapport is in pdf-vorm ter beschikking gesteld.
Aan dit rapport is niet meegewerkt door internationale advocatenorganisatiede CC BE, de “Council of Bars & Law Societies of Europe“, aangezien de CC BE het niet eens was met de gekozen aanpak. Zie daarover mijn eerdere bericht en de daar genoemde bronnen.
De aankondiging op de FATF-site is hieronder weergegeven:
Money Laundering and Terrorist Financing Vulnerabilities of Legal Professionals
Criminals seek out the involvement of legal professionals in their ML/TF activities, sometimes because a legal professional is required to complete certain transactions, and sometimes to access specialised legal and notarial skills and services which could assist the laundering of the proceeds of crime and the funding of terrorism.
The report identifies a number of ML/TF methods that commonly employ or, in some countries, require the services of a legal professional. Inherently these activities pose ML/TF risk. When clients seek to misuse the legal professional’s services in these areas, even law abiding legal professionals may be vulnerable. The methods are:
- misuse of client accounts
- purchase of real property
- creation of trusts and companies
- management of trusts and companies
- managing client affairs and making introductions
- undertaking certain litigation
- setting up and managing charities
The report also describes red flag indicators of ML/TF which may be useful to legal professionals, self-regulatory bodies (SRBs), competent authorities and law enforcement agencies.
In this report, over 100 case studies referring to these and other ML/TF methods were taken into account. Some of these case studies show that not all legal professionals are undertaking client due diligence (CDD) when required. Even where due diligence is obtained, if the legal professional lacks understanding of the ML/TF vulnerabilities and red flag indicators, they are less able to use that information to prevent the misuse of their services.
The report also challenges the perception sometimes held by criminals, and at times supported by claims from legal professionals themselves, that legal professional privilege or professional secrecy would lawfully enable a legal professional to continue to act for a client who was engaging in criminal activity and/or prevent law enforcement from accessing information to enable the client to be prosecuted.
Politically Exposed Persons
Voorts heeft de FATF ook zijn licht laten schijnen over de PEP’s, de “Politically Exposed Persons”. Over dat onderwerp werd onlangs de “FATF Guidance: Politically Exposed Persons (Recommendations 12 and 22)” uitgebracht. Zie voor de aankondiging deze pagina; het rapport (pdf) is hier te vinden.
Bericht DNB over doorstroomvennootschappen
Vandaag heeft DNB een nieuwsbrief uitgebracht waarin onder meer het nieuwe fenomeen doorstroomvennootschappen aan de orde komt. DNB schrijft:
Doorstroomvennootschappen van trustkantoren onderzocht door DNB
Nieuwsbericht
Datum 4 juli 2013DNB constateert grote integriteitsrisico’s bij trustkantoren die Ubo-Ubo structuren in combinatie met adviesdiensten of handelsactiviteiten mogelijk maken via eigen doorstroomvennootschappen. Dienstverlening via deze structuren vergroot de risico’s op het witwassen van geld door cliënten.
Dit voorjaar heeft DNB onderzoek gedaan bij vier trustkantoren naar de dienstverlening via zogenoemde doorstroomvennootschappen. Doorstroomvennootschappen (of inhouse-vennootschappen) zijn vennootschappen die tot dezelfde groep behoren als het trustkantoor en gebruikt worden voor de dienstverlening aan klanten. Deze vorm van dienstverlening valt sinds juli 2012 onder de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en daarmee onder het toezicht van DNB.
Uit het onderzoek blijkt dat trustkantoren deze doorstroomvennootschappen voor zeer verschillende vormen van dienstverlening gebruiken. Van diensten voor bedrijven die rechten op intellectueel eigendom en image rights exploiteren tot diensten voor consultancybureaus. Handels- en financieringsactiviteiten, zoals het uit- en doorlenen van een door de cliënt verstrekte lening of eenmalige financiële transacties, zijn ook diensten die trustkantoren via doorstroomvennootschappen hun cliënten aanbieden.
Risicostructuren
In een aantal gevallen blijkt deze vorm van dienstverlening een verhoogde kans op integriteitrisico’s met zich mee te brengen, zo constateert DNB. Bijvoorbeeld in geval een doorstroomvennootschap diensten afneemt van een cliënt, en deze vervolgens aan een onderneming van diezelfde cliënt levert; ook wel ultimate beneficial owner (UBO) genoemd. Deze zogenaamde ‘ubo-ubo structuren’ worden vooral gebruikt voor consultancy diensten en handelsactiviteiten.Een praktijkvoorbeeld hiervan is een structuur waarbij de cliënt, een vennootschap, de doorstroomvennootschap inhuurde voor het doen van internationaal marktonderzoek op het gebied van telecommunicatie. De doorstroomvennootschap huurde vervolgens een buitenlandse vennootschap in om dit marktonderzoek feitelijk uit te voeren. Vervolgens bleek dat de UBO van deze buitenlandse vennootschap ook de UBO en/of directeur van de cliënt was, die in eerste instantie de doorstroomvennootschap inhuurde voor het uitvoeren van het betreffende marktonderzoek. In een dergelijke situatie is het voor een trustkantoor lastig om vast te stellen of het marktonderzoek daadwerkelijk en tegen een redelijke prijs wordt uitgevoerd, en of de structuur niet gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het witwassen van geld.
Verplichting
Trustkantoren zijn bij deze dienstverlening verplicht op grond van artikel 16a Regeling interne bedrijfsvoering Wtt (Rib), vast te stellen of, net als bij ‘reguliere’ consultancy doelvennootschappen, de geleverde consultancy diensten daadwerkelijk zijn geleverd én of de afgesproken prijs redelijk is. Dit is noodzakelijk om de integriteitsrisico’s te beperken.DNB heeft de betreffende trustkantoren gewezen op de geconstateerde verhoogde integriteitrisico’s en ziet er op toe dat zij passende maatregelen nemen om deze risico’s op te sporen en te beperken. Bijvoorbeeld door deze klanten regelmatiger te monitoren en hun cliëntendossiers vaker te reviewen. Een aantal trustkantoren heeft inmiddels afscheid genomen van klanten met dergelijke hoog risicostructuren. Wanneer de betreffende trustkantoren onvoldoende maatregelen nemen zal DNB handhavend optreden.
Nieuwe Richtsnoeren Wwft voor belastingadviseurs
De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) heeft bekend gemaakt dat er overleg is met de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) over nieuwe Richtsnoeren ter uitvoering van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
De NOB heeft al Richtsnoeren vastgesteld. Dit zijn de Richtsnoeren van 24 juni 2013, “Richtsnoeren voor de interpretatie van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) voor belastingadviseurs“. Deze richten zich uitsluitend op belastingadviseurs.
Naar verwachting zal er te zijner tijd een versie van NOB en NBA gezamenlijk verschijnen.
De NOB schrijft:
Berichtdatum: 28-06-2013
De NOB heeft in samenspraak met het RB en de werkgroep Fraude van de NBA de Richtsnoeren voor de interpretatie van de WWFT voor belastingadviseurs en accountants geactualiseerd. Deze Richtsnoeren zullen voor leden van de NBA de status van een NBA-Handreiking krijgen na goedkeuring door het bestuur van de NBA en consultatie van de leden. Gezien het belang voor de praktijk heeft de NOB besloten de richtsnoeren voor belastingadviseurs alvast te publiceren. Mogelijk dat naar aanleiding van de procedure bij de NBA tot het aanbrengen van wijzigingen besloten wordt. In dat geval zal een nieuwe versie worden uitgebracht.
DNB jaagt op ‘virtuele trustkantoren’
Vandaag verscheen een bericht in het AD onder de titel “DNB jaagt op wegsluiskantoren“. Dit artikel is ook door De Telegraaf en RTL-Z overgenomen. Wat de aanleiding voor het artikel is, wordt niet duidelijk. In het artikel wordt gemeld dat het om iets meer dan tien ondernemingen gaat, “maar vermoedelijk verdwijnen via deze instellingen jaarlijks miljoenen euro’s uit het zicht van autoriteiten“.
De activiteiten van DNB zijn gebaseerd op de wijziging van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) per 1 juli 2012, op grond waarvan het begrip “trustkantoren” is verruimd met de zgn. “virtuele trustkantoren”, een hoogst merkwaardige term. Over dit begrip schreef ik het artikel “Virtuele trustkantoren bestaan niet”. Voorts bespreek ik in een ander artikel een nota (parlementaire geschiedenis) waarin dit begrip aan de orde komt. Zie voorts de nieuwsbrief van DNB van juli 2012, onder het kopje “virtuele trustkantoren”.
The anti-money laundering system in the context of globalisation: a Panopticon built on quicksand? (proefschrift)
In 2011 verscheen het proefschrift van mevrouw Liliya Gelemerova, “The anti-money laundering system in the context of globalisation: a Panopticon built on quicksand?“. Uit het proefschrift blijkt dat de customer due diligence van de antiwitwaswetgeving niet goed functioneert. Zie hierover het persbericht van de universiteit van Tilburg. Inmiddels is de pdf-versie van dit proefschrift bekend gemaakt, zodat iedereen van het proefschrift kan kennis nemen.
Nieuwe leidraad Wwft door rijksoverheid
Het ministerie van financiën heeft een geactualiseerde Wwft leidraad gepubliceerd. Via deze pagina is het zonder enige toelichting te vinden. Vreemd is dat dit bericht niet door de rijksoverheid wordt bekend gemaakt.
Ik kwam het voor het eerst tegen in een bericht van AccountancyNieuws van 22 mei 2013. Bij FIU Nederland is dit nieuws nog niet te vinden en staat nog de oude leidraad uit 2011.
Het illustreert het eerder door mij gesignaleerde gebrekkige informatiebeleid van de rijksoverheid.