Posts tagged ‘Wtt’

11 december 2013

Wijziging Wtt op grond van de Wijzigingswet financiële markten 2014

door Ellen Timmer

De Wijzigingswet financiële markten 2014, die ook wijzigingen van de Wtt bevat, is op 19 november jl. door de Eerste Kamer aangenomen en onlangs in het Staatsblad verschenen. De inwerkingtreding kan binnenkort worden verwacht.
Meer vindplaatsen in dit eerdere bericht.

Aanvulling 27 januari 2014

De wijzigingen zijn op 1 januari 2014 in werking getreden. De wijzigingsbepaling luidt als volgt:

ARTIKEL XIV
De Wet toezicht trustkantoren wordt als volgt gewijzigd:

A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:
c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:
1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust; tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;

2. Onderdeel d wordt als volgt gewijzigd:
a. Subonderdeel 1 komt te luiden:
1°. het zijn van bestuurder of vennoot van een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is;.
b. In subonderdeel 2 vervalt «als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt» en wordt «tot dezelfde groep behorende» vervangen door: tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende.
c. In subonderdeel 4 wordt «een, niet tot dezelfde groep als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt behorende» vervangen door: een niet tot dezelfde groep behorende.
d. In subonderdeel 5 wordt «een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt» vervangen door: een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van de vennootschap.

B
In artikel 2a wordt «artikel 2, eerste, tweede of derde lid,» telkens vervangen door: de bij of krachtens de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 10, eerste lid, gestelde regels,.

C
In artikel 9, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 2, derde lid» vervangen door: artikel 2a, eerste lid.

D
Artikel 10, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt na «begrepen» ingevoegd «regels omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door trustkantoren, alsmede» en wordt «, zodanig dat» vervangen door: alsmede die ertoe strekken dat.

2. De onderdelen a en b komen te luiden:
a. het trustkantoor cliëntenonderzoek verricht dat het trustkantoor onder meer in staat stelt de identiteit te kennen van de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende of over informatie te beschikken waaruit blijkt dat er geen uiteindelijk belanghebbende is;
b. het trustkantoor kennis heeft van de herkomst en de bestemming van de gelden van de doelvennootschap, de trust of de vennootschap waarvan het trustkantoor gebruikmaakt in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 5°;.

3. In onderdeel e wordt «de uiteindelijk belanghebbende» vervangen door «de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende» en wordt de punt aan het eind van subonderdeel 4° vervangen door een puntkomma.

4. Onderdeel f komt te luiden:
f. het trustkantoor bij het bemiddelen bij de verkoop van een vennootschap in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 3°, de identiteit kent van de koper en de verkoper en van de uiteindelijk belanghebbende van de koper en de verkoper;.

5. Onderdeel h wordt vervangen door twee onderdelen, luidende:
h. het trustkantoor kennis heeft van het doel van zijn dienstverlening en onderzoekt of aan die dienstverlening integriteitsrisico’s zijn verbonden;
i. door het trustkantoor geen dienst wordt verleend, indien niet wordt voldaan aan onderdeel a.

28 november 2013

Wtt geldt niet voor VvE bestuurders

door Ellen Timmer

Uit een bericht op Vastgoed Management Nederland blijkt dat VvE-bestuurders van de Wtt zullen worden vrijgesteld:

Beheer en bestuur van VvE’s niet binnen reikwijdte Wet Toezicht Trustkantoren (WTT)!
26-11-2013

VGM NL bereikt doorbraak met betrekking tot vergunningplicht.
Naar aanleiding van berichten die ons vanuit de leden bereikten over een mogelijke vergunningplicht voor de externe professionele bestuurder of beheerder van VvE’s is het bestuur in contact getreden met De Nederlandsche Bank, het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Meerdere gesprekken hebben ertoe geleid dat is vastgesteld dat het beheren en besturen van VvE’s niet binnen de reikwijdte van de Wet Toezicht Trustkantoren (WTT) valt. Men is thans doende met het opstellen van een zogenaamd vrijstellingsbesluit op de wet.
Het VGM NL bestuur is zeer content dat zij dit resultaat voor haar leden heeft kunnen bereiken. In de bijlage treft u een notitie aan die voortgang, stand van zaken en praktijk nader beschrijft.

Op de site van VGM is een notitie te vinden waarin dit wordt toegelicht.

Tags:
27 november 2013

“Transacties beter monitoren”, bericht DNB over uitkomst onderzoek naar transactiemonitoring

door Ellen Timmer

In het bericht van 18 november jl. maakt DNB de uitkomsten van het onderzoek naar transactiemonitoring bekend.

Transacties beter monitoren
Nieuwsbericht 18 november 2013

Het themaonderzoek ‘Ongoing due diligence’ bij trustkantoren is onlangs afgerond. De belangrijkste conclusies.

Van maart tot november heeft DNB het themaonderzoek ‘Ongoing due diligence’ uitgevoerd bij trustkantoren, banken en verzekeraars. In dit project heeft DNB onderzocht hoe bovenstaande organisaties de integriteitsrisico’s van hun cliënten monitoren.

Trustkantoren
Op basis van potentiële risico’s heeft DNB tien trustkantoren gevraagd een vragenlijst in te vullen om een beter beeld te krijgen van de mogelijke kwetsbaarheden in de cliënt- en transactiemonitoring. De uitkomsten laten zien dat trustkantoren voldoende scoren op de onderdelen ‘het actueel houden van cliëntgegevens’ en ‘screening tegen de sanctielijsten’, maar onvoldoende scoren op de onderdelen ‘monitoren van transacties’ en ‘detecteren en melden van ongebruikelijke transacties’.
De uitkomsten waren voor DNB aanleiding om nader onderzoek te doen bij de trustkantoren, waarbij is gesproken met het bestuur en direct betrokkenen, zoals accountmanagers en compliance medewerkers.

Lage aantal meldingen
Trustkantoren melden te weinig ongebruikelijke transacties. Volgens de branchevereniging Holland Quaestor wordt het lage aantal meldingen onder meer veroorzaakt door de dubbele belangen die trustbestuurders hier dikwijls bij hebben: zij moeten ongebruikelijke transacties melden, maar zijn tegelijkertijd vaak bestuurder van de organisatie die deze ongebruikelijke transactie heeft uitgevoerd. Ook denken sommige trustkantoren dat bij het melden van ongebruikelijke transacties direct afscheid moet worden genomen van de klant.

Transactiemonitoring onvoldoende
Verder laten de uitkomsten zien dat de transactiemonitoring vaak onvoldoende werkt. De wijze en diepgang van de monitoring sluiten niet altijd aan bij het risicoprofiel van de cliënt. Dit heeft ook zijn weerslag op het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties. Als een trustkantoor de transactie niet als ongebruikelijk herkent, kan hij deze ook niet melden.

Regels
Omdat DNB de onderzoeksresultaten zorgelijk vindt, heeft zij deze op 2 oktober 2013 besproken met de branchevereniging, Holland Quaestor. Voor de branchevereniging zijn de resultaten aanleiding om met de trustkantoren striktere regels af te spreken voor het monitoren van transacties en het detecteren van ongebruikelijke transacties.

Formele maatregelen
Naast het nog geven van guidance heeft DNB ook actief moeten handhaven. De tekortkomingen bij drie van de twaalf onderzochte trustkantoren waren dermate ernstig dat dit tot formele maatregelen heeft geleid.

Inmiddels zijn er naar aanleiding van dit bericht kamervragen gesteld door Merkies (SP).

2 oktober 2013

Internetconsultatie over de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2013

door Ellen Timmer

Gisteren is de internetconsultatie over de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2013 van start gegaan. Onderstaand de consultatiegegevens.

Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2013

De ontwerpregeling Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2013 (hierna: Rib Wtt 2013) bevat een aantal wijzigingen ten opzichte van de thans geldende Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren (hierna: Rib Wtt).

Consultatie gegevens
Publicatiedatum 01-10-2013
Einddatum consultatie 15-11-2013
Type regeling Ministeriële regeling
Organisatie Financien

Doel van de regeling
De onderhavige regeling vervangt de thans geldende Rib Wtt. Inhoudelijke wijzigingen betreffen met name de volgende onderwerpen:

1. Cliëntenonderzoek
2. Interne controle op de naleving van wettelijke voorschriften (compliance- en auditfunctie)
3. Analyse en ondervanging van integriteitsrisico’s
4. Opleiding van (extern) personeel

De thans geldende Rib Wtt is een regeling van de Nederlandsche Bank als toezichthouder; de onderhavige regeling is een ministeriële regeling.

Concept regeling
Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2013 Pdf-document 153 kB

Doelgroepen die door de regeling worden geraakt
Trustkantoren

Verwachte effecten van de regeling
De regeling stelt regels inzake de integere bedrijfsvoering van trustkantoren en heeft als grondslag artikel 10 van de Wet toezicht trustkantoren (hierna: Wtt) en artikel 1 van het Overdrachtbesluit integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2012. Als opvolger van de thans geldende Rib Wtt bevat de regeling in veel opzichten een uitbreiding en aanscherping van de geldende regels. Voor een nadere beschrijving van de verwachte effecten wordt verwezen naar de (artikelsgewijze) toelichting bij de desbetreffende onderwerpen.

Het voornemen is de regeling nog in 2013 te publiceren. Om trustkantoren voldoende gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de implementatie van de gewijzigde regels, is het voornemen de regeling eerst medio 2014 in werking te laten treden, tegelijk met het Overdrachtbesluit integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2012.

Doel van de consultatie
Met deze consultatie wil het ministerie van Financiën graag belanghebbenden informeren over de voorgenomen regeling en iedereen de mogelijkheid bieden hierop te reageren.

Op welke onderdelen van de regeling wordt een reactie gevraagd
De reacties mogen betrekking hebben op alle onderdelen van de ontwerpregeling.

Publicatie reacties
Reacties worden gepubliceerd tijdens de loop van de consultatie. Alleen die reacties worden gepubliceerd waarvan is aangeven, door de inzender, dat deze openbaar mogen zijn. Voordat reacties gepubliceerd worden, worden deze eerst gecontroleerd op beledigende of aanstootgevende uitspraken. Deze controle kan enkele dagen duren.

Reageer op consultatie
Geef uw reactie op deze consultatie

9 september 2013

Themaonderzoek commanditaire vennootschappen door DNB

door Compliance Platform Trustkantoren

Voor de volledigheid melden wij hier ook het bericht inzake het themaonderzoek van DNB:

Aankondiging themaonderzoek commanditaire vennootschappen van 22 augustus jl.:

Nieuwsbericht
Datum 22 augustus 2013

DNB start dit najaar een themaonderzoek naar de dienstverlening van trustkantoren aan commanditaire vennootschappen (CV’s). In het project onderzoekt DNB de integriteitsrisico’s die aan CV-structuren zijn verbonden en welke maatregelen trustkantoren nemen om deze risico’s te beheersen.

In het licht van het onderzoek verwijst DNB uitdrukkelijk naar de vragen opgenomen in het ISI-formulier 2013 en onderstreept het belang van een juiste invulling van het ISI-formulier. Na afronding van het onderzoek in december 2013 informeert DNB de trustsector over de uitkomsten via de DNB Nieuwsbrief Trustkantoren.

3 september 2013

Nieuwe plannen inzake het toezicht op trustkantoren

door Ellen Timmer

Iedereen zal inmiddels kennis hebben genomen van de brief van 30 augustus jl. met de kabinetsreactie op de rapporten inzake belastingheffing bij internationale ondernemingen. In de brief worden ook voor trustkantoren relevante voornemens vermeld, nl. op pagina 9:

Het kabinet is zich van dit risico bewust en heeft zich onder andere voorgenomen om in overleg met DNB de Regeling Integere Bedrijfsvoering Wet Toezicht Trustkantoren aan te scherpen [noot 12].

[noot 12] Deze aanscherping vloeit ook voort uit de IMF-evaluatie inzake de implementatie van de internationale standaarden tegen witwassen en terrorisme financiering (FATF) uit 2011.

Meer informatie:

12 augustus 2013

Wijziging Wet toezicht trustkantoren in het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2014

door Ellen Timmer

In een op 31 juli jl. ingediende nota van wijziging in het kader van de behandeling van het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt ook tekst inzake de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) aangepast. Onderstaand volgen allereerst de voorgestelde wijzigingen en vervolgens de toelichting.

Onderwerpen die onder meer aan de orde komen:

  • Definitie van dienstverlening door een trustkantoor.
  • Definitie van het begrip “uiteindelijk belanghebbende“;
  • De grondslag voor het stellen van regels aan trustkantoren met het oog op een integere bedrijfsvoering.
  • Uitbreiding van de aanwijzingsbevoegdheid.
  • Afstemming tussen Wtt en Wwft.
  • Wijziging van de Wet op de economische delicten.

Wijzigingsvoorstel

S
Artikel XIV, onderdeel A, komt te luiden:

A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:
c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:
1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust;
tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;

2. Onderdeel d wordt als volgt gewijzigd:
a. Subonderdeel 1 komt te luiden:
1°. het zijn van bestuurder of vennoot van een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is; .
b. In subonderdeel 2 vervalt “als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt” en wordt “tot dezelfde groep behorende” vervangen door: tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende.
c. In subonderdeel 4 wordt “een, niet tot dezelfde groep als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt behorende” vervangen door: een niet tot dezelfde groep behorende. d. In subonderdeel 5 wordt “een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt” vervangen door: een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van de vennootschap.

T
Artikel XIV, onderdeel D, subonderdeel 1, komt te luiden:
1. In de aanhef wordt na “begrepen” ingevoegd “regels omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door trustkantoren, alsmede” en wordt “, zodanig dat” vervangen door: alsmede die ertoe strekken dat.

U
Artikel XVI, onderdeel A, komt te luiden:
A
Artikel 1, eerste lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 1 wordt “die ingevolge artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, van die wet geregistreerd is” vervangen door: , niet zijnde een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap waarvoor op grond van artikel 2:11, tweede lid, of artikel 2:16, vierde lid, van die wet geen vergunning tot uitoefening van het bedrijf van bank vereist is;.
2. Subonderdeel 2 komt te luiden:
2°. degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden die zijn opgenomen onder punt 2, 3, 5, 6, 9, 10 en 12 van Bijlage I van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU 2006, L 177);.

V
In artikel XVI wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ba
Artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 2 wordt “met zetel in Nederland” vervangen door: waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren is verleend.
2. In subonderdeel 4 wordt “een instelling als bedoeld onder 2°” vervangen door: een instelling als bedoeld onder 1° of 3°.

W
Aan artikel XVI worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

E
In de artikelen 26 en 27 wordt “de artikelen 2, 3, eerste tot en met derde en zevende lid,” tot en met “34 en 35 van deze wet” telkens vervangen door “de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste tot en met vijfde, zevende en achtste lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, eerste tot en met vijfde lid, 9, eerste lid, 10, tweede lid, 11, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, en 35 en 38, eerste, tweede en vierde lid, van deze wet” en wordt de punt aan het eind van het eerste lid telkens vervangen door: , alsmede ter zake van het geen gevolg geven dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een krachtens artikel 32 gegeven aanwijzing.

F
Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32
Indien een instelling niet voldoet aan haar verplichtingen op grond van de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste tot en met vijfde, zevende en achtste lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, eerste tot en met vijfde lid, 9, eerste lid, 10, tweede lid, 11, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, 35 en 38, eerste, tweede en vierde lid, van deze wet, artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2006/1781 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU 2010, L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010, L 302), kan de op grond van artikel 24, eerste lid, aangewezen persoon door middel van het geven van een aanwijzing de instelling verplichten binnen een door de op grond van artikel 24, eerste lid, aangewezen persoon gestelde termijn een bepaalde gedragslijn te volgen.

X
Na artikel XIX wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIXa
Artikel 1, onder 2°, van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:
1. In de zinsnede met betrekking tot de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme wordt “de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23 eerste en tweede lid, 33 en 34” vervangen door: de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 8, 9, eerste lid, 16, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, en 38, eerste, tweede en vierde lid.
2. In de zinsnede met betrekking tot de Wet toezicht trustkantoren wordt “de artikelen 2, eerste en derde tot en met vijfde lid,” vervangen door: de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, 2a,.

Toelichting op de voorgestelde wijzigingen

S
In artikel 1, onderdeel d, wordt het begrip dienst gedefinieerd, ter afbakening van de werkzaamheden die vallen onder de vergunningplicht van de Wet toezicht trustkantoren. Het begrip dienst is onderdeel van de definitie van het begrip trustkantoor in onderdeel a. Zodoende kan het gebruik van de term trustkantoor in de definitie van dienst leiden tot verwarring, nu het lijkt alsof daarmee de definitie van trustkantoor indirect naar zichzelf verwijst. Om dit te vermijden wordt de term trustkantoor geschrapt uit de definitie van dienst in onderdeel d. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

T
Artikel 10 bevat de grondslag voor het stellen van regels aan trustkantoren met het oog op een integere bedrijfsvoering. In die regels worden trustkantoren ondermeer verplicht desgevraagd inlichtingen te verstrekken over (voormalige) personeelsleden aan een ander trustkantoor of financiële instelling. Voor alle duidelijkheid wordt met de onderhavige wijziging de bevoegdheid tot het stellen van regels ter zake geëxpliciteerd in deze grondslag.

U
In onderdeel U wordt een wijziging van artikel 1, onderdeel a, onder 2°, ingevoegd. De wijziging strekt ertoe de reikwijdte van de Wwft nader af te stemmen op de derde witwasrichtlijn [4]. Thans wordt in dit onderdeel verwezen naar de definitie van financiële instelling in de Wet op het financieel toezicht. Die definitie ziet echter mede op “het verwerven of houden van deelnemingen”, hetgeen buiten de reikwijdte van de derde witwasrichtlijn valt. Om die reden wordt de verwijzing naar die definitie vervangen door de inhoud van die definitie, onder weglaten van het bedoelde element. Ook is de verwijzing naar bepaalde punten van bijlage I bij de herziene richtlijn banken [5] niet overgenomen uit die definitie, nu de daar bedoelde werkzaamheden reeds zijn benoemd in andere subonderdelen van artikel 1, onderdeel a, van de Wwft: punt 4 overlapt met subonderdeel 20, de punten 7, 8 en 11 overlappen met subonderdeel 6, en punt 15 overlapt met subonderdeel 22.

V
In artikel 5, eerste lid, van de Wwft is geregeld dat het verplichte cliëntenonderzoek onder voorwaarden door een derde kan worden uitgevoerd. In onderdeel a zijn de categorieën derden aangewezen die daarvoor in aanmerking komen. Daarbij is telkens als vereiste opgenomen dat de derde zijn zetel in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie heeft, met uitzondering van trustkantoren waarvoor een zetel in Nederland is vereist. Echter, de vergunningplicht in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) is per 1 juli 2012 uitgebreid tot het met zetel buiten Nederland verrichten van trustdiensten naar Nederland. In aansluiting daarbij wordt in subonderdeel 2 het vereiste van een zetel in Nederland vervangen door het vereiste van een vergunning op grond van de Wtt. In subonderdeel 4 is geregeld dat de derde zijn zetel ook kan hebben in een andere staat indien deze daartoe door de Minister van Financiën is aangewezen. Daarbij is ten onrechte verwezen naar subonderdeel 2 (trustkantoren), terwijl juist verwezen moest worden naar subonderdelen 1 (financiële instellingen) en 3 (juridische dienstverleners). Dit wordt hersteld met de wijziging in het nieuwe onderdeel Ba.

W
Toezichthouders kunnen thans een aanwijzing geven aan instellingen in geval van overtreding van de voorschriften inzake de melding van ongebruikelijke transacties en de opleiding van personeel. In de toezichtpraktijk is gebleken dat het instrument van de aanwijzing ook ten aanzien van andere voorschriften van nut kan zijn. De wijziging van artikel 32 strekt ertoe de mogelijkheid tot het geven van een aanwijzing uit te breiden tot alle voorschriften waarvan overtreding bedreigd wordt met een boete. Door een verwijzing naar artikel 32 op te nemen in de artikelen 26 en 27 kan ook voor het niet naleven van een aanwijzing een boete of een last onder dwangsom worden opgelegd.

X
De wijziging van de Wet op de economische delicten strekt tot strafbaarstelling van overtreding van de voorschriften die bij wetswijziging van 1 januari 2013 (Stb. 2012, 686) zijn opgenomen in de Wwft. Die voorschriften liggen op het terrein van het verplichte cliëntenonderzoek en de meldingsplicht inzake ongebruikelijke transacties. De wijziging van de Wet op de economische delicten strekt voorts tot strafbaarstelling van overtreding van de vergunningplicht die per 1 juli 2012 (Stb. 2011, 610) is ingevoerd in de Wet toezicht trustkantoren. Die vergunningplicht geldt voor het als trustkantoor werkzaam zijn door middel van het verrichten van diensten naar Nederland.

Noten
[4] Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PbEU 2005, L 309).
[5] Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU 2006, L 177).

Aanvulling 8 oktober 2013

Inmiddels is het wetsvoorstel “Wijzigingswet financiële markten 2014” aangenomen door de Tweede Kamer. Het lijkt er op dat de voorstellen waarover ik hierboven schreef zijn overgenomen. De wijzigingstekst inzake de Wtt, als opgenomen in artikel XIV luidt als volgt:

ARTIKEL XIV
De Wet toezicht trustkantoren wordt als volgt gewijzigd:

A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:

c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:
1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust; tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;

2. Onderdeel d wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 1 komt te luiden:

1°. het zijn van bestuurder of vennoot van een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is;.

b. In subonderdeel 2 vervalt «als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt» en wordt «tot dezelfde groep behorende» vervangen door: tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende.

c. In subonderdeel 4 wordt «een, niet tot dezelfde groep als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt behorende» vervangen door: een niet tot dezelfde groep behorende.

d. In subonderdeel 5 wordt «een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt» vervangen door: een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van de vennootschap.

B
In artikel 2a wordt «artikel 2, eerste, tweede of derde lid,» telkens vervangen door: de bij of krachtens de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 10, eerste lid, gestelde regels,.

C
In artikel 9, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 2, derde lid» vervangen door: artikel 2a, eerste lid.

D
Artikel 10, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt na «begrepen» ingevoegd «regels omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door trustkantoren, alsmede» en wordt «, zodanig dat» vervangen door: alsmede die ertoe strekken dat.

2. De onderdelen a en b komen te luiden:

a. het trustkantoor cliëntenonderzoek verricht dat het trustkantoor onder meer in staat stelt de identiteit te kennen van de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende of over informatie te beschikken waaruit blijkt dat er geen uiteindelijk belanghebbende is;
b. het trustkantoor kennis heeft van de herkomst en de bestemming van de gelden van de doelvennootschap, de trust of de vennootschap waarvan het trustkantoor gebruikmaakt in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 5°;.

3. In onderdeel e wordt «de uiteindelijk belanghebbende» vervangen door «de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende» en wordt de punt aan het eind van subonderdeel 4° vervangen door een puntkomma.

4. Onderdeel f komt te luiden:

f. het trustkantoor bij het bemiddelen bij de verkoop van een vennootschap in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 3°, de identiteit kent van de koper en de verkoper en van de uiteindelijk belanghebbende van de koper en de verkoper;.

5. Onderdeel h wordt vervangen door twee onderdelen, luidende:

h. het trustkantoor kennis heeft van het doel van zijn dienstverlening en onderzoekt of aan die dienstverlening integriteitsrisico’s zijn verbonden;
i. door het trustkantoor geen dienst wordt verleend, indien niet wordt voldaan aan onderdeel a.

9 juli 2013

DNB verzoekt om maatregelen tegen kleine trustkantoren / ten minste twee dagelijkse beleidsbepalers

door Ellen Timmer

Gisteren heeft de minister van financiën een wetgevingsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd, samen met brieven van DNB en AFM met hun “verlanglijstjes”. Daar komt de trustsector ook in voor. DNB verzoekt in zijn brief om maatregelen tegen kleine trustkantoren, de Bank schrijft:

Minimaal twee dagelijkse beleidsbepalers trustkantoren

De afgelopen jaren is een toename te zien van het aantal kleine trustkantoren, waarbij het dagelijks beleid vaak bepaald wordt door één natuurlijke persoon. Vanuit het uitvoerend toezicht op trustkantoren komt naar voren dat er een verhoogd integriteitsrisico bestaat bij deze eenmanskantoren. Er is sprake van onvoldoende checks and balances, omdat er geen sprake is van functiescheiding. Dit verhoogde risico wordt thans gedeeltelijk gemitigeerd door te eisen dat een dergelijk kantoor een externe compliance officer aanstelt en er extra eisen worden gesteld aan deze uitbesteding. Deze bieden in de praktijk echter onvoldoende waarborg dat dit risico voldoende wordt gemitigeerd.

Van trustkantoren wordt verwacht dat zij als poortwachter de toegang tot het financiële systeem bewaken. DNB is van mening dat deze poortwachterfunctie in de praktijk onvoldoende kan worden uitgeoefend door een trustkantoor zonder voldoende omvang en een dagelijkse beleidsbepaler die zich volledig op deze functie toelegt. De voorgenomen wijzigingen van de Regeling Integere Bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren ten aanzien van de interne controle zijn een goede tussenstap richting een strenger wettelijk kader ten aanzien van de integere bedrijfsvoering van trustkantoren. In aanvulling hierop acht DNB het van belang dat er ten minste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen.

DNB verzoekt om de Wtt aan te vullen met een artikel overeenkomstig artikel 3:15 Wet op het financieel toezicht en te vereisen dat bij trustkantoren er ten minste twee natuurlijke personen optreden als dagelijkse beleidsbepaler.

De minister reageert als volgt:

Ik onderken dat bij trustkantoren waar het dagelijks beleid wordt bepaald door niet meer dan één persoon sprake kan zijn van een verhoogd integriteitsrisico. In dat verband is in de voorgenomen herziening van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren een versterking van de compliancefunctie opgenomen. In aanvulling daarop ben ik voornemens te regelen dat ten minste twee natuurlijke personen het dagelijks beleid bepalen van een trustkantoor, tenzij blijkt dat de met bedoelde herziening van de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren dit risico adequaat wordt ondervangen. Daartoe zal ik het effect van die herziening, in overleg met DNB als toezichthouder, een jaar na inwerkingtreding evalueren.

4 juli 2013

Bericht DNB over doorstroomvennootschappen

door Ellen Timmer

Vandaag heeft DNB een nieuwsbrief uitgebracht waarin onder meer het nieuwe fenomeen doorstroomvennootschappen aan de orde komt. DNB schrijft:

Doorstroomvennootschappen van trustkantoren onderzocht door DNB

Nieuwsbericht
Datum 4 juli 2013

DNB constateert grote integriteitsrisico’s bij trustkantoren die Ubo-Ubo structuren in combinatie met adviesdiensten of handelsactiviteiten mogelijk maken via eigen doorstroomvennootschappen. Dienstverlening via deze structuren vergroot de risico’s op het witwassen van geld door cliënten.

Dit voorjaar heeft DNB onderzoek gedaan bij vier trustkantoren naar de dienstverlening via zogenoemde doorstroomvennootschappen. Doorstroomvennootschappen (of inhouse-vennootschappen) zijn vennootschappen die tot dezelfde groep behoren als het trustkantoor en gebruikt worden voor de dienstverlening aan klanten. Deze vorm van dienstverlening valt sinds juli 2012 onder de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en daarmee onder het toezicht van DNB.

Uit het onderzoek blijkt dat trustkantoren deze doorstroomvennootschappen voor zeer verschillende vormen van dienstverlening gebruiken. Van diensten voor bedrijven die rechten op intellectueel eigendom en image rights exploiteren tot diensten voor consultancybureaus. Handels- en financieringsactiviteiten, zoals het uit- en doorlenen van een door de cliënt verstrekte lening of eenmalige financiële transacties, zijn ook diensten die trustkantoren via doorstroomvennootschappen hun cliënten aanbieden.

Risicostructuren
In een aantal gevallen blijkt deze vorm van dienstverlening een verhoogde kans op integriteitrisico’s met zich mee te brengen, zo constateert DNB. Bijvoorbeeld in geval een doorstroomvennootschap diensten afneemt van een cliënt, en deze vervolgens aan een onderneming van diezelfde cliënt levert; ook wel ultimate beneficial owner (UBO) genoemd. Deze zogenaamde ‘ubo-ubo structuren’ worden vooral gebruikt voor consultancy diensten en handelsactiviteiten.

Een praktijkvoorbeeld hiervan is een structuur waarbij de cliënt, een vennootschap, de doorstroomvennootschap inhuurde voor het doen van internationaal marktonderzoek op het gebied van telecommunicatie. De doorstroomvennootschap huurde vervolgens een buitenlandse vennootschap in om dit marktonderzoek feitelijk uit te voeren. Vervolgens bleek dat de UBO van deze buitenlandse vennootschap ook de UBO en/of directeur van de cliënt was, die in eerste instantie de doorstroomvennootschap inhuurde voor het uitvoeren van het betreffende marktonderzoek. In een dergelijke situatie is het voor een trustkantoor lastig om vast te stellen of het marktonderzoek daadwerkelijk en tegen een redelijke prijs wordt uitgevoerd, en of de structuur niet gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het witwassen van geld.

Verplichting
Trustkantoren zijn bij deze dienstverlening verplicht op grond van artikel 16a Regeling interne bedrijfsvoering Wtt (Rib), vast te stellen of, net als bij ‘reguliere’ consultancy doelvennootschappen, de geleverde consultancy diensten daadwerkelijk zijn geleverd én of de afgesproken prijs redelijk is. Dit is noodzakelijk om de integriteitsrisico’s te beperken.

DNB heeft de betreffende trustkantoren gewezen op de geconstateerde verhoogde integriteitrisico’s en ziet er op toe dat zij passende maatregelen nemen om deze risico’s op te sporen en te beperken. Bijvoorbeeld door deze klanten regelmatiger te monitoren en hun cliëntendossiers vaker te reviewen. Een aantal trustkantoren heeft inmiddels afscheid genomen van klanten met dergelijke hoog risicostructuren. Wanneer de betreffende trustkantoren onvoldoende maatregelen nemen zal DNB handhavend optreden.

16 mei 2013

Nieuwe wijzigingen van de Wet toezicht trustkantoren in aantocht

door Ellen Timmer

Gisteren is door de minister van financiën een voorstel “Wijzigingswet financiële markten 2014” bekend gemaakt. Van dit voorstel maakt ook een wijziging van de Wtt deel uit. Het voorstel inzake de Wtt luidt:

ARTIKEL XIV

De Wet toezicht trustkantoren wordt als volgt gewijzigd:

A
Artikel 1, onderdeel c, komt te luiden:

c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:

1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust;

tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;.

B
In artikel 2a wordt “artikel 2, eerste, tweede of derde lid,” telkens vervangen door: de bij of krachtens de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 10, eerste lid, gestelde regels,.

C
In artikel 9, eerste lid, onderdeel b, wordt “artikel 2, derde lid” vervangen door: artikel 2a, eerste lid.

D
Artikel 10, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt “, zodanig dat” vervangen door: die ertoe strekken dat.

2. De onderdelen a en b komen te luiden:

a. het trustkantoor cliëntenonderzoek verricht dat het trustkantoor onder meer in staat stelt de identiteit te kennen van de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende of over informatie te beschikken waaruit blijkt dat er geen uiteindelijk belanghebbende is;
b. het trustkantoor kennis heeft van de herkomst en de bestemming van de gelden van de doelvennootschap, de trust of de vennootschap waarvan het trustkantoor gebruikmaakt in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 5°;.

3. In onderdeel e wordt “de uiteindelijk belanghebbende” vervangen door “de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende” en wordt de punt aan het eind van subonderdeel 4° vervangen door een puntkomma.

4. Onderdeel f komt te luiden:

f. het trustkantoor bij het bemiddelen bij de verkoop van een vennootschap in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 3°, de identiteit kent van de koper en de verkoper en van de uiteindelijk belanghebbende van de koper en de verkoper;.

5. Onderdeel h wordt vervangen door twee onderdelen, luidende:

h. het trustkantoor kennis heeft van het doel van zijn dienstverlening en onderzoekt of aan die dienstverlening integriteitsrisico’s zijn verbonden;
i. door het trustkantoor geen dienst wordt verleend, indien niet wordt voldaan aan onderdeel a.

Dit wordt als volgt toegelicht in de memorie van toelichting:

g. wijzigingen Wtt
De inhoudelijke wijzigingen van de Wet toezicht trustkantoren hebben betrekking op de definitie van het begrip ‘Uiteindelijk belanghebbende’ en de formulering van de grondslag voor nadere regels inzake integere bedrijfsvoering. Deze wijzigingen houden verband met de recente uitbreiding van de reikwijdte van de wet en de voorziene aanscherping van de regels inzake integere bedrijfsvoering voor trustkantoren.

(…)

ARTIKEL XIV
A
De definitie van uiteindelijk belanghebbende in artikel 1, onderdeel c, wordt opnieuw vastgesteld in verband met de verruiming van de reikwijdte van deze bepaling. Thans is deze definitie nog gericht op de doelvennootschap, overeenkomstig de reikwijdte van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt), zoals die tot 1 juli 2012 gold. Sinds die datum vallen ook het gebruik van een vennootschap ten behoeve van een cliënt en het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen onder deze wet. In de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren zijn per diezelfde datum regels gesteld met betrekking tot het onderzoek dat trustkantoren moeten uitvoeren naar de uiteindelijk belanghebbenden van partijen die betrokken zijn bij die dienstverlening. De voorgestelde herziening van de definitie van uiteindelijk belanghebbende strekt ertoe, die regels beter te laten aansluiten bij de Wtt. Voor de formulering is aangesloten bij de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

B en C
De wijzigingen in de artikelen 2a en 9 strekken tot herstel van enkele omissies. De vrijstelling en ontheffing op grond van artikel 2a moeten, naast de vergunningplicht, kunnen zien op alle overige verplichtingen bij of krachtens deze wet gesteld. Daartoe wordt voorgesteld ook te verwijzen naar artikel 10, eerste lid, op grond waarvan regels worden gesteld met het oog op een integere bedrijfs- voering. Voorts wordt in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, ten onrechte verwezen naar artikel 2, derde lid, waar verwezen had moeten worden naar artikel 2a, eerste lid. Met de onderhavige wijziging wordt deze fout hersteld.

D
Artikel 10, eerste lid, bevat de grondslag voor het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur stellen van regels ten behoeve van een integere bedrijfsvoering. Daarbij wordt een niet-limitatieve opsomming gegeven van regels die binnen de reikwijdte van die grondslag vallen. Deze bepaling is uitgewerkt in de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren. Die regeling is per 1 juli 2012 aangevuld met regels gerelateerd aan de diensten die per diezelfde datum onder de reikwijdte van de Wtt zijn gebracht. Om hiervan blijk te geven wordt voorgesteld die regels te benoemen in de opsomming in artikel 10 van de Wtt. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt te verduidelijken dat een trustkantoor in algemene zin kennis heeft van het doel van zijn dienstverlening en onderzoekt of aan die dienstverlening integriteitsrisico’s zijn verbonden. Dit sluit aan bij de huidige praktijk.