Posts tagged ‘DNB’

20 december 2013

Bericht DNB over naleving van Wwft en Sanctiewet door door ondernemingen die onder toezicht van DNB staan

door Ellen Timmer

Op 19 december jl. heeft DNB op de site een bericht geplaatst over naleving van Wwft en Sanctiewet door ondernemingen die onder toezicht van DNB staan, onder meer trustkantoren. Opmerkelijk is dat het bericht betrekking heeft op een grotere groep ondernemingen die onder DNB-toezicht staan, maar dat de meeste voorbeelden betrekking hebben op banken.
Hierna volgt de tekst zoals nu op de site van DNB staat:

Q&A Beoordeling Ongoing Due Diligence Proces (WWFT en SW)

Vraag:

Hoe beoordeelt DNB het “ongoing due diligence” proces bij instellingen in het kader van de WWFT en RTSW?

Antwoord:

Ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) dient een instelling een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen. Verder dient een instelling ingevolge de Regeling Toezicht Sanctiewet 1977 (RTSW) ook administratieve organisatie en interne controle maatregelen te hebben om de sanctieregelgeving te kunnen naleven. Bij de beoordeling van dit ongoing due diligence proces bij instellingen in het kader van de WWFT en de RTSW kijkt DNB naar de volgende onderwerpen:

  • hoe worden de gegevens van cliënten actueel gehouden (periodieke review);
  • hoe worden de transacties gemonitord;
  • hoe worden ongebruikelijke transacties gedetecteerd; en
  • hoe vindt de screening tegen de sanctielijsten plaats.

Proces van periodieke review

Ingevolge artikel 3 leden 2(d) en 8 WWFT dient een instelling voortdurende controle op de zakelijke relatie uit te oefenen en ervoor te zorgen dat de gegevens van de cliënt, de uiteindelijke belanghebbende en andere personen waar gegevens over zijn verzameld, actueel gehouden worden. Daarnaast volgt uit artikel 14 lid 4 Besluit Prudentiele Regels (Bpr) dat de instelling over procedures en maatregelen beschikt met betrekking tot de analyse van gegevens van cliënten, onder meer om afwijkende transactiepatronen te kunnen detecteren. Hieruit volgt eveneens dat cliënten en door de cliënt afgenomen producten of diensten gemonitord moeten worden.

De instelling actualiseert hiertoe op basis van risicogebaseerde en adequate maatregelen, periodiek de informatie over de cliënt en, indien nodig, het risicoprofiel van de cliënt. In het beleid en de procedures wordt bepaald op welk wijze en hoe vaak deze actualisering plaatsvindt. Er is daarbij een duidelijke cyclus per risicocategorie of klantensoort, bijvoorbeeld hoog risico minstens 1 keer per jaar, midden risico minstens 1 keer per 2 tot 5 jaar, en laag risico binnen 5 jaar of op basis van een goed omschreven ‘event driven review’. Er zijn ook controlemomenten en signalen benoemd wanneer de cliënt gereviewd zal worden.

Voorbeelden van elementen in een adequaat proces

  • De bank heeft het klantenbestand gekoppeld aan het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Hierdoor kunnen bepaalde klantgegevens up-to-date gehouden worden en kunnen wijzigingen in klantgegevens, die aanleiding kunnen zijn voor een cliëntreview, sneller worden gesignaleerd.
  • Bij zoekopdrachten naar externe signalen over cliënten (‘bad press’) worden checks op de naam van de cliënt uitgevoerd in combinatie met andere zoektermen zoals bijvoorbeeld ‘fraude’ en ‘witwassen’.
  • Bij de periodieke review wordt gekeken naar het rekeningverloop van het afgelopen jaar.

Voorbeelden van tekortkomingen in het proces

  • Er is geen of nauwelijks aandacht voor laag risico cliënten, ook niet bij wijzigingen.
  • Uitkomsten uit de transactiemonitoring of externe signalen zijn geen aanleiding om de cliënt te reviewen.
  • Het onderzoek naar externe signalen schiet tekort waardoor reviews niet (tijdig) plaatsvinden.
  • De periodieke review van cliënten en het monitoren van transacties worden beschouwd als twee afzonderlijke processen in plaats van complementaire processen, waardoor bij de periodieke review niet naar het transactieverleden wordt gekeken.

Proces van transactiemonitoring

Ingevolge artikelen 2a, 3 lid 2(d), 9 lid 3 WWFT en artikel 14 lid 4 Bpr monitort de instelling de transacties van cliënten. De instelling heeft procedures en processen om de rekeningen, activiteiten en/of transacties van cliënten te monitoren om inzicht te krijgen en te houden in de aard en achtergrond van cliënten en hun financieel gedrag en om afwijkende transactiepatronen, zoals ongebruikelijke transactiepatronen en transacties die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme, te detecteren. Er is hiertoe een efficiënt systeem (handmatig of geautomatiseerd) om te controleren of alle opmerkelijke en mogelijke ongebruikelijke transacties worden gedetecteerd . Het systeem heeft een duidelijke uitgebreide lijst van business rules die op gedefinieerde momenten en bij wetswijzigingen worden herzien. Het van elke cliënt opgestelde risicoprofiel werkt door in de monitoring van de transacties en activiteiten van de cliënt.

Voorbeelden van elementen in een adequaat proces

  • De bank stelt een risicoprofiel op van een klant en per (soort) klantenrisicoprofiel wordt een transactieprofiel opgesteld.
  • De bank beschikt over goed doordachte gedifferentieerde scenario’s en business rules, waaronder op de (soort) cliënt afgestemde limieten.
  • De bank is een lerende organisatie die op basis van ervaringen van haarzelf en anderen (bijvoorbeeld creditcardmaatschappijen) de scenario’s en rules verfijnt.
  • De bank test periodiek de effectiviteit van het transactiemonitoringsproces en verricht trendanalyses. De uitkomsten van de trendanalyses worden verwerkt in scenario’s en rules.

Voorbeelden van tekortkomingen in het proces

  • De bank hanteert hoge transactielimieten voor de business rules, en de business rules richten zicht voornamelijk op contante transacties.
  • De bank neemt hoog risico landen, waaronder de landen op de waarschuwingslijst van de FATF, niet mee bij de transactiemonitoring.
  • Er is onvoldoende capaciteit om alerts te beoordelen en er is geen toegang tot oudere, reeds onderzochte of gesloten alerts.
  • Bij een decentrale monitoring wordt er niet zorg gedragen voor adequate kennis over de Nederlandse markt, hebben medewerkers geen toegang tot alle informatie, vindt geen check plaats op de kwaliteit van de monitoring, of wordt geen zorg gedragen voor een adequate training met betrekking tot transactiemonitoring.
  • Er is geen frequente, helder geagendeerde monitoring.

Proces van detecteren van ongebruikelijke transacties

Ingevolge art 2(a), 16 en 23 WWFT is de instelling verplicht ongebruikelijke transacties te melden aan de FIU-NL. De instelling heeft hiertoe een uitgebreide lijst van relevante indicatoren of red flags opgesteld en aan medewerkers ter beschikking gesteld teneinde ongebruikelijke transacties te kunnen detecteren. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan ongebruikelijke transactiepatronen en transacties die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.

Voorbeeld van een element in een adequaat proces

  • De bank heeft beleid ontwikkeld omtrent het verwerken van ontvangen doormeldingen van FIU-NL in het klantenrisicoprofiel.

Voorbeeld van een tekortkoming in het proces

  • De enige indicatoren die aan medewerkers ter beschikking zijn gesteld, zijn verwijzingen naar de objectieve en subjectieve indicatoren die op grond van het Uitvoeringsbesluit WWFT zijn aangewezen.

Proces van sanctiescreening

Ingevolge artikel 2 van de RTSW dient de instelling maatregelen te hebben getroffen ter naleving van de sanctieregelgeving op het gebied van de administratieve organisatie en interne controle. De instelling heeft de sanctieregelgeving en het interne sanctiebeleid vertaald naar passende procedures en maatregelen (ook gericht op de jurisdicties waar de instelling opereert). Bij het screenen tegen de sanctielijsten worden alle namen en andere relevante gegevens van natuurlijke personen en rechtspersonen die in de klantendossier staan (inclusief uiteindelijk belanghebbende, gemachtigde, begunstigde, etc.) gecontroleerd tegen de EU en Nederlandse sanctielijsten. Het screenen van relaties gebeurt bij acceptatie, periodiek en/of bij wijziging klantenbestand en sanctielijsten.

Voorbeelden van elementen in een adequaat proces

  • De bank maakt voor de screening van haar relaties niet uitsluitend gebruik van de sanctielijsten maar gebruikt tevens eigen lijsten die zij aan de hand van voor haar relevante criteria heeft samengesteld, zoals bijvoorbeeld voor bepaalde regio’s, plaatsnamen, havensteden, scheepsnamen en relaties waarvan afscheid is genomen.
  • De bank heeft duidelijk beleid omtrent alle gesanctioneerde landen en medewerkers zijn op de hoogte van ontwikkelingen in de sanctieregelgeving.

Voorbeelden van tekortkomingen in het proces

  • Personen en entiteiten die op de suppressie lijsten staan, worden niet periodiek of bij wijzigingen in de (EU of Nederlandse) sanctielijsten gescreend.
  • Er worden geen actuele sanctielijsten gebruikt.
7 oktober 2013

DNB onderzoekt functiescheiding bij kleine trustkantoren

door Ellen Timmer

In een nieuwsbericht van 3 oktober jl. laat DNB weten functiescheiding bij kleine trustkantoren te gaan onderzoeken.

Aankondiging themaonderzoek ‘functiescheiding bij kleine trustkantoren’
DNB start dit najaar een themaonderzoek naar de wijze waarop kleine trustkantoren de functiescheiding (tussen functies met een uitvoerend en controlerend karakter) hebben opgezet en hoe deze in de praktijk wordt toegepast. Het hebben van functiescheiding is een essentiele beheersmaatregel om integriteitsrisico’s binnen de trustdienstverlening het hoofd te bieden. Op grond van de Regeling Integere Bedrijfsvoering is deze functiescheiding bovendien verplicht.
Tijdens het onderzoek zullen toezichthouders van DNB diverse kleine trustkantoren bezoeken. Na afronding van het onderzoek informeert DNB de trustsector over de uitkomsten via de DNB Nieuwsbrief Trustkantoren.

9 september 2013

Themaonderzoek commanditaire vennootschappen door DNB

door Compliance Platform Trustkantoren

Voor de volledigheid melden wij hier ook het bericht inzake het themaonderzoek van DNB:

Aankondiging themaonderzoek commanditaire vennootschappen van 22 augustus jl.:

Nieuwsbericht
Datum 22 augustus 2013

DNB start dit najaar een themaonderzoek naar de dienstverlening van trustkantoren aan commanditaire vennootschappen (CV’s). In het project onderzoekt DNB de integriteitsrisico’s die aan CV-structuren zijn verbonden en welke maatregelen trustkantoren nemen om deze risico’s te beheersen.

In het licht van het onderzoek verwijst DNB uitdrukkelijk naar de vragen opgenomen in het ISI-formulier 2013 en onderstreept het belang van een juiste invulling van het ISI-formulier. Na afronding van het onderzoek in december 2013 informeert DNB de trustsector over de uitkomsten via de DNB Nieuwsbrief Trustkantoren.

15 augustus 2013

Naar een beter financieel toezicht met De Nederlandsche Bank

door Ellen Timmer

Op ManagementSite verscheen op 14 augustus jl. een interview met Femke de Vries, divisiedirecteur Toezicht Expertisecentra bij De Nederlandsche Bank onder de titel “Naar een beter financieel toezicht”. Citaat:

Voor DNB is de belangrijkste les dat we het toezicht meer vooruitblikkend willen maken. We willen problemen op het spoor komen voordat ze zich vertalen in de cijfers. Als dat gebeurt sta je als toezichthouder vaak machteloos.

Tags:
4 juli 2013

DNB denkt dat trustkantoren te weinig ongebruikelijke transacties melden

door Ellen Timmer

Hoewel je zou denken dat er weinig ongebruikelijke transacties te melden zijn, als trustkantoren hun Wtt-verplichtingen goed naleven, denkt DNB daar anders over, zo blijkt uit de laatste nieuwsbrief van DNB.

Trustkantoren melden meer ongebruikelijke transacties, maar aantal meldingen nog altijd laag

Nieuwsbericht 4 juli 2013

Het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties door trustkantoren is gestegen van 26 in 2011 naar 38 in 2012. Desondanks acht DNB het aantal meldingen nog altijd laag en komt daarom in actie met voorlichting én handhaving.

Trustkantoren moeten ongebruikelijke transacties melden aan de Financial Intelligence Unit (FIU) Nederland op basis van de verplichtingen voortvloeiend uit de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Het melden van (voorgenomen) ongebruikelijke transacties vormt een belangrijk onderdeel van de monitoring van klanten en transacties en is essentieel voor de goede uitoefening van de poortwachtersfunctie door trustkantoren.

Gemelde ongebruikelijke transacties
Cijfers van het FIU-Nederland tonen aan dat trustkantoren in 2012 meer ongebruikelijke transacties hebben gemeld, van 26 in 2011 naar 38 in 2012. Van deze 38 meldingen zijn tien transacties na eigen onderzoek van FIU-Nederland aangemerkt als verdachte transacties. In 2011 kon FIU-Nederland drie meldingen van ongebruikelijke transacties aanmelden als verdacht. Daarentegen is het aantal meldende trustkantoren in 2012 gedaald van acht naar zes kantoren. Het lage aantal meldingen en het beperkte aantal trustkantoren dat meldt, zijn voor DNB wederom reden aandacht te vragen voor de meldplicht bij trustkantoren. Op 10 oktober 2013 organiseert FIU-Nederland een relatiedag voor trustkantoren. Op deze dag wordt de trustsector verder voorgelicht over de meldplicht mede aan de hand van verschillende praktijkvoorbeelden van ongebruikelijke transacties.

OM doet onderzoek naar niet-melder
Om de noodzaak van het melden van ongebruikelijke transacties verder onder de aandacht te brengen van trustkantoren neemt DNB tevens deel aan het niet-melders project van het Openbaar Ministerie. In dit project ‘Niet-Melders’ doet het OM strafrechtelijk onderzoek naar niet-melders van ongebruikelijke transacties. In het najaar van 2013 wordt een nieuwe actieronde van het OM verwacht. Op het niet-melden van ongebruikelijke transacties staat een maximale gevangenisstraf van twee jaar of een maximale boete van 18.500 euro.

Resultaten project Niet-Melders in 2012
In 2012 zijn er tijdens twee actiedagen een aantal personen onderzocht, die werden verdacht van het niet, onjuist of te laat melden van ongebruikelijke transacties. De eerste actiedag van 4 juli 2012 resulteerde in vijf strafrechtelijke onderzoeken. De tweede actiedag, 21 november 2012, leverde acht strafrechtelijke onderzoeken op. In deze onderzoeken in 2012 waren geen trustkantoren betrokken (Bron: jaarverslag 2012 FIU-Nederland).
Het project Niet-Melders is een gezamenlijk project van DNB, de FIOD, de Nationale Recherche, de FIU-Nederland, het BFT en de Belastingdienst Holland Midden/Unit MOT onder leiding van het OM (Functioneel Parket) gericht op het verbeteren van het naleefgedrag van de regels van de Wwft en in het bijzonder het melden van ongebruikelijke transacties.

Tags: , ,
4 juli 2013

Bericht DNB over doorstroomvennootschappen

door Ellen Timmer

Vandaag heeft DNB een nieuwsbrief uitgebracht waarin onder meer het nieuwe fenomeen doorstroomvennootschappen aan de orde komt. DNB schrijft:

Doorstroomvennootschappen van trustkantoren onderzocht door DNB

Nieuwsbericht
Datum 4 juli 2013

DNB constateert grote integriteitsrisico’s bij trustkantoren die Ubo-Ubo structuren in combinatie met adviesdiensten of handelsactiviteiten mogelijk maken via eigen doorstroomvennootschappen. Dienstverlening via deze structuren vergroot de risico’s op het witwassen van geld door cliënten.

Dit voorjaar heeft DNB onderzoek gedaan bij vier trustkantoren naar de dienstverlening via zogenoemde doorstroomvennootschappen. Doorstroomvennootschappen (of inhouse-vennootschappen) zijn vennootschappen die tot dezelfde groep behoren als het trustkantoor en gebruikt worden voor de dienstverlening aan klanten. Deze vorm van dienstverlening valt sinds juli 2012 onder de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en daarmee onder het toezicht van DNB.

Uit het onderzoek blijkt dat trustkantoren deze doorstroomvennootschappen voor zeer verschillende vormen van dienstverlening gebruiken. Van diensten voor bedrijven die rechten op intellectueel eigendom en image rights exploiteren tot diensten voor consultancybureaus. Handels- en financieringsactiviteiten, zoals het uit- en doorlenen van een door de cliënt verstrekte lening of eenmalige financiële transacties, zijn ook diensten die trustkantoren via doorstroomvennootschappen hun cliënten aanbieden.

Risicostructuren
In een aantal gevallen blijkt deze vorm van dienstverlening een verhoogde kans op integriteitrisico’s met zich mee te brengen, zo constateert DNB. Bijvoorbeeld in geval een doorstroomvennootschap diensten afneemt van een cliënt, en deze vervolgens aan een onderneming van diezelfde cliënt levert; ook wel ultimate beneficial owner (UBO) genoemd. Deze zogenaamde ‘ubo-ubo structuren’ worden vooral gebruikt voor consultancy diensten en handelsactiviteiten.

Een praktijkvoorbeeld hiervan is een structuur waarbij de cliënt, een vennootschap, de doorstroomvennootschap inhuurde voor het doen van internationaal marktonderzoek op het gebied van telecommunicatie. De doorstroomvennootschap huurde vervolgens een buitenlandse vennootschap in om dit marktonderzoek feitelijk uit te voeren. Vervolgens bleek dat de UBO van deze buitenlandse vennootschap ook de UBO en/of directeur van de cliënt was, die in eerste instantie de doorstroomvennootschap inhuurde voor het uitvoeren van het betreffende marktonderzoek. In een dergelijke situatie is het voor een trustkantoor lastig om vast te stellen of het marktonderzoek daadwerkelijk en tegen een redelijke prijs wordt uitgevoerd, en of de structuur niet gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het witwassen van geld.

Verplichting
Trustkantoren zijn bij deze dienstverlening verplicht op grond van artikel 16a Regeling interne bedrijfsvoering Wtt (Rib), vast te stellen of, net als bij ‘reguliere’ consultancy doelvennootschappen, de geleverde consultancy diensten daadwerkelijk zijn geleverd én of de afgesproken prijs redelijk is. Dit is noodzakelijk om de integriteitsrisico’s te beperken.

DNB heeft de betreffende trustkantoren gewezen op de geconstateerde verhoogde integriteitrisico’s en ziet er op toe dat zij passende maatregelen nemen om deze risico’s op te sporen en te beperken. Bijvoorbeeld door deze klanten regelmatiger te monitoren en hun cliëntendossiers vaker te reviewen. Een aantal trustkantoren heeft inmiddels afscheid genomen van klanten met dergelijke hoog risicostructuren. Wanneer de betreffende trustkantoren onvoldoende maatregelen nemen zal DNB handhavend optreden.

16 april 2013

Uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven over complianceverplichtingen op grond van de Wet toezicht trustkantoren

door Ellen Timmer

Op 28 maart jl. heeft College van Beroep voor het bedrijfsleven een belangrijke uitspraak gedaan over complianceverplichtingen op grond van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). Naar alle waarschijnlijkheid heeft deze uitspraak een bredere betekenis voor het financiële toezichtrecht. Onderwerpen die onder meer aan de orde komen:

  • “domicilieverlening” in de zin van de Wtt
  • de grondslag voor de ‘documentatieverplichtingen’ voor trustkantoren
  • bestuursrechtelijke resultaatsverplichtingen
  • de bewijslast
  • de wijze waarop de last is omschreven in de last onder dwangsom
  • de cautie

Belangrijke overwegingen over de ‘resultaatsverplichtingen’ in het bestuursrecht:

5.3.6  Ten aanzien van de achtste, elfde en twaalfde grief van [appellant] overweegt het College dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat op trustkantoren op grond van de artikelen 12, 13, 14 en 18 van de Rib een aantal duidelijke (resultaats)verplichtingen rust. De in deze artikelen neergelegde verplichtingen zijn concreet ten aanzien van het verzamelen, controleren en administreren van specifiek omschreven informatie. Het College vermag niet in te zien dat het hier niet (ook) om resultaatsverplichtingen zou gaan, nu specifiek is bepaald over welke kennis het trustkantoor dient te beschikken en welke gegevens opgevraagd en in de cliëntadministratie vastgelegd moeten worden. Dat een trustkantoor, zoals [appellant] betoogt, wellicht “geen absolute zekerheid” kan verkrijgen omtrent een deel van de onderwerpen waarvan documentatie is vereist, doet daar niet aan af. Daargelaten wat onder “absolute zekerheid” moet worden verstaan, merkt het College op dat “absolute zekerheid” niet de maatstaf is aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een trustkantoor aan de uit de Wtt en Rib voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
De stelling van [appellant] dat ten aanzien van de verplichtingen op grond van het eerste lid van artikel 10 Wtt en de Rib voor haar niet (voldoende) kenbaar is geweest op welke wijze zij daaraan moest voldoen, kan niet worden gevolgd. In aansluiting op hetgeen hiervoor is overwogen, is het College van oordeel dat de in de Rib neergelegde normen voldoende concreet duidelijk maken, welke handelingen van een trustkantoor worden verlangd.
Het College ziet voorts in de gedingstukken geen aanleiding voor het oordeel dat de eisen die DNB aan de inrichting van het cliëntacceptatiedossier en het vergaren van de gevraagde informatie heeft gesteld, voor [appellant] niet voldoende duidelijk waren of dat deze eisen, zoals [appellant] heeft gesteld, zouden hebben gewisseld. Uit de stukken blijkt dat DNB in haar brieven naar aanleiding van de gehouden bezoeken steeds uiteen heeft gezet waarom en op welke punten de dossiers van [appellant] te kort schoten.

Op een later tijdstip hoop ik aandacht te kunnen besteden aan de betekenis van deze uitspraak voor de financiële toezichtpraktijk.

Tags: , , ,
28 maart 2013

DNB start onderzoek naleving Wwft

door Ellen Timmer

In een bericht dat is opgenomen in de nieuwsbrief voor banken, laat DNB weten dat dit voorjaar onderzoek zal worden gedaan naar naleving van de Wwft, ook bij trustkantoren. Hierna volgt de tekst.

DNB start onderzoek naleving Wwft

Nieuwsbericht 28 maart 2013

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is gewijzigd. Dit voorjaar controleert DNB de naleving daarvan.

Belangrijke wetswijzigingen
Per 1 januari 2013 is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) gewijzigd. De belangrijke wijzingen zijn:

  • Banken moeten informatie over klanten altijd actueel houden.
  • De identiteit van de zogenoemde ‘uiteindelijk belanghebbende’ moet altijd worden geverifieerd. Deze verificatie kan risicogebaseerd plaatsvinden: naarmate het risicoprofiel van een klant hoger is, moet een bank meer informatie inwinnen over diens identiteit.
  • Banken moeten voortdurend alert zijn op ongebruikelijke transactiepatronen en transacties die een hoger witwasrisico inhouden.

Politiek prominenten
De Wwft bevat ook nieuwe voorschriften voor politiek prominente personen (PEP). Dit betekent dat voortaan ook buitenlandse PEP’s die in Nederland wonen onder het verscherpte cliëntenonderzoek vallen. Eerder gold dit verscherpte toezicht al voor PEP’s die buiten Nederland wonen.
DNB heeft de banken een coulanceperiode van drie maanden geboden. In deze periode konden de banken hun systemen aanpassen, zodat ze vanaf 1 april 2013 aan deze nieuwe bepaling kunnen voldoen.

Eisen aan banken
Wat moeten banken doen om te voldoen aan de vernieuwde Wwft? De hierboven genoemde belangrijke wetswijzigingen zijn al opgenomen in de DNB Leidraad Wwft uit 2011. Dat betekent dat ze daarmee al gangbare praktijk moeten zijn. Nu wordt deze praktijk in de wet verankerd. Dit betekent dat het nu niet langer om aanbevelingen gaat, maar om wettelijke bepalingen.

Thema-onderzoek van DNB
DNB gaat in de eerste helft van 2013 controleren op de naleving van de Wwft. De toezichthouder stuurt dit voorjaar een vragenlijst naar een aantal banken, levensverzekeraars en trustkantoren. Zij krijgen vragen over de manier waarop ze hun cliënten monitoren en screenen. Ook onderzoekt DNB of banken en andere instellingen voldoende alert zijn op ongebruikelijke transacties.
Op basis van dit vooronderzoek selecteert DNB een tiental instellingen voor verder onderzoek. DNB zal het onderzoek dit najaar afronden en de belangrijkste generieke bevindingen ook via deze Nieuwsbrief bekend maken.

Meer informatie
Wilt u meer weten? Mail Maud Bökkerink van het DNB Expertisecentrum Cultuur, Organisatie en Integriteit: m.j.bokkerink@dnb.nl

7 maart 2013

Aanpak van illegale trustkantoren door DNB

door Ellen Timmer

Misschien een beetje laat om te signaleren, maar vorige jaar verscheen in het DNB Magazine een wel zeer oninformatief artikel over de trustkantoren sector. Weliswaar was het thema “de mensen van het Frederiksplein”, maar dat betekent dan nog niet dat je de marketing mensen een vrije hand moet geven in het schrijven van een stukje dat alleen op “feel good” misdaadbestrijding is gericht.

Tenslotte is in 2012 de Wet toezicht trustkantoren ingrijpend gewijzigd en het begrip “trustdiensten” sterk verruimd. Daar hadden de lezers van het DNB Magazine ook over geïnformeerd mogen worden.

1 maart 2013

Bericht DNB “Kosten doorlopend toezicht op trustkantoren”

door Ellen Timmer

Op 25 februari 2012 publiceerde DNB onderstaand bericht op de website:

Kosten doorlopend toezicht op trustkantoren

De Nederlandsche Bank (DNB) brengt jaarlijks kosten in rekening aan trustkantoren met een vergunning van DNB voor de kosten van de uitvoering van haar toezicht. Met ingang van 1 januari 2013 is de berekeningswijze van deze jaarlijkse kosten gewijzigd.

Op grond van de Wet bekostiging financieel toezicht (Wbft) zullen trustkantoren een procentueel aandeel van de zogenoemde overige kosten uit de begroting van DNB voor hun rekening moeten nemen. In 2013 is dit percentage bepaald op 0.9 procent. Voor de jaren 2014 – 2017 bedraagt dit percentage 1.2 procent van de totale toezichtkosten.

De kosten die een individueel trustkantoor moet betalen voor het toezicht wordt vervolgens bepaald  aan de hand van een maatstaf. De maatstaf voor trustkantoren is de omzet (bijlage II van de Wbft) waarbij de hoogte van het in rekening te brengen bedrag voor het trustkantoor wordt bepaald door de daadwerkelijk behaalde omzet uit trustdiensten.

Voor de kosten die in rekening worden gebracht, wordt de omzet verdeeld in bandbreedtes waaraan de tarieven zijn gekoppeld. Deze zullen uiterlijk per 1 juni van elk jaar op voorstel van DNB bij ministeriële regeling worden vastgesteld. Wat een individueel trustkantoor moet betalen, kan deze na 1 juni met behulp van de ministeriële regeling zelf uitrekenen. De factuur wordt in de tweede helft van het jaar verzonden.