Archive for ‘Vaktechniek’

2 maart 2022

Uitspraak over opzegging bankrelatie met trustkantoor van 5 januari jl. in de AMLC nieuwsbrief

door Ellen Timmer

De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, waarin ING Bank werd verboden de bankrekening van een trustkantoor te sluiten, heeft ook de nieuwsbrief van het AMLC gehaald. Zij schrijven:

Rechtbank Amsterdam, 5 januari 2022, Bankrelatie trustkantoor:
ECLI:NL:RBAMS:2022:42

ING heeft in 2019 besloten de bankrelatie met een klein trustkantoor te willen beëindigen, omdat de bank niet langer bereid is om de hogere risico’s te aanvaarden die verbonden zijn aan de trustsector. De bank verwijst daarvoor naar onderzoek van DNB waaruit blijkt dat sommige trustkantoren de regels onvoldoende naleven. Meer specifiek stelt de bank dat het hier gaat om een klein trustkantoor met onvoldoende kennis en kunde in huis voor complexe internationale structuren die achter doelvennootschappen zitten, zonder gedegen compliance officier en raad van commissarissen of ander toezichthoudend orgaan. Het trustkantoor betwist dit en zegt dat zij al haar cliënten kent doordat zij een relatief kleine organisatie is met korte lijnen. Het kantoor onderzoekt grondig wie de UBO is en wat de structuur en de herkomst van het vermogen van de onderneming is alvorens zij hiermee in zee gaan. Bovendien beschikt het trustkantoor al sinds 2009 over een compliance officer.
De rechtbank komt op basis van een belangenafweging tot de conclusie dat de bankrelatie moet worden voortgezet. Bij beëindiging kan het trustkantoor haar onderneming niet meer voortzetten nu andere banken hebben aangegeven haar geen bankrekening te zullen geven, terwijl er geen concrete aanwijzingen zijn dat juist dit trustkantoor een integriteitsrisico vormt voor ING. Dit betekent niet dat dit in de toekomst niet anders kan komen te liggen. Er wordt door de rechtbank dan ook geen termijn verbonden aan de voortzetting van de bankrelatie, zoals door het trustkantoor is gevraagd.
Het klopt dat DNB kritisch is op de trustsector, omdat de sector regelmatig in verband wordt gebracht met belastingontduiking en witwassen. ING probeert de dienstverlening aan de trustsector sinds 2017 daarom sterk in te perken12, maar mocht hier de bestaande bankrelatie niet beëindigen van de rechter. De rechter geeft wel expliciet aan dat dit in de toekomst anders kan komen te liggen, bijvoorbeeld door concrete verdenkingen van witwassen of door maatschappelijke of politieke ontwikkelingen.

Over de uitspraak schreef ik al eerder.

2 februari 2022

DNB draagt op de Pandora Papers database te gebruiken voor het cliëntenonderzoek | Wwft

door Ellen Timmer

Op 27 januari maakte DNB bekend dat de ondernemingen onder toezicht van DNB, zoals trustkantoren, worden opgedragen om hun klanten- en relatiebestand te checken in de Pandora Papers database van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ).

DNB schreef:

Wat moeten instellingen doen met de Pandora-papers?
27 januari 2022

DNB verwacht dat onder toezicht staande instellingen de informatie zoals de Pandora Papers in de voortdurende controle van hun cliënten en de bepaling van het risicoprofiel van deze cliënten betrekken (conform de CDD bepalingen uit de Wwft en Wtt 2018), indien nodig aanvullend onderzoek verrichten en adequate maatregelen treffen. Ook verwacht DNB dat instellingen nagaan in hoeverre deze informatie en berichtgeving impact heeft op de eigen organisatie en hun eigen bestuurders/commissarissen en daar passende maatregelen op nemen. Waar sprake is van misstanden verwacht DNB dat instellingen dit melden bij hun toezichthouder.

Gelekte informatie
Vanaf 3 oktober 2021 verscheen in diverse media wereldwijd berichtgeving over de zogenaamde Pandora Papers. In Nederland is daar door onder andere het FD en Trouw verslag over gedaan. Deze papers zijn in het bezit van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) en volgen op eerdere onthullingen zoals de Panama Papers, Paradise Papers, etc. De Pandora Papers omvatten circa 11,9 miljoen bestanden en documenten die gelekte vertrouwelijke informatie bevatten afkomstig van 14 financiële dienstverleners en advocatenkantoren.

Prominente personen
De berichtgeving over de Pandora Papers beschrijft onder andere hoe door diverse prominente personen (politici, wereldleiders, miljardairs en andere beroemdheden) mogelijk misbruik is gemaakt van offshore structuren in belastingparadijzen om bezittingen en vermogensbestanddelen te verhullen. Op 6 december 2021 heeft het ICIJ het eerste deel van de data set van de Pandora Papers met informatie van twee van de 14 offshore dienstverleners gepubliceerd via hun Offshore Leaks database. Naar verwachting zal op termijn de overige data ook worden gepubliceerd.

DNB vermeldt niet op grond waarvan de door ICIJ gepubliceerde informatie betrouwbaar zou zijn en ook niet welke overheden deze organisatie financieren. Interessant is dat DNB kennelijk van mening is dat op illegale wijze verkregen gegevens gebruikt mogen worden voor een AML/CFT-cliëntenonderzoek (dus in de misdaadbestrijding is illegaal handelen geoorloofd!).

ICIJ en de database
Een inleidend verhaal van ICIJ over de Pandora Papers is hier te vinden. De Pandora Papers zijn onderdeel van de Offshore Leaks Database, die kan worden bekeken nadat de volgende disclaimer is geaccordeerd:

Please read the statement below before searching
There are legitimate uses for offshore companies and trusts. The inclusion of a person or entity in the ICIJ Offshore Leaks Database is not intended to suggest or imply that they have engaged in illegal or improper conduct. Many people and entities have the same or similar names. We suggest you confirm the identities of any individuals or entities included in the database based on addresses or other identifiable information. The data comes directly from the leaked files ICIJ has received in connection with various investigations and each dataset encompasses a defined time period specified in the database. Some information may have changed over time. Please contact us if you find an error in the database.

Deze database kan ook worden gedownload (niet uitgeprobeerd).

Tags: ,
23 januari 2022

Tegenspraak ter verhoging van de kwaliteit van de overheid

door Ellen Timmer

Theodor Kockelkoren, tegenwoordig inspecteur-generaal der Mijnen, publiceerde een column voor het Tijdschrift voor Toezicht, dat ook op de site van het Staatstoezicht op de Mijnen te vinden is: De kracht van tegenspraak.
Naar aanleiding van de recente overheidsmissers, zoals de toeslagenaffaire, bespreekt Kockelkoren de Code goed openbaar bestuur uit 2009, die er in theorie goed uitziet. De praktijk laat een minder goed beeld zien:

Zowel de toeslagenaffaire als het overheidshandelen met betrekking tot de gaswinning in Groningen toont dat ons systeem van checks and balances onvoldoende goed functioneert. Dat er fouten gemaakt worden begrijpt namelijk iedereen. Dat we echter moeite hebben om deze te zien, vinden we ingewikkelder om te begrijpen. En dat we niet ingrijpen terwijl deze fouten gestaag pijnlijker en dramatischer worden, vinden we onbegrijpelijk. Daar ligt een pijngrens.

De toezichthouders moeten verder gaan dan uitvoeren van de wetten en bijdragen aan de politieke doelen van de eigen ministers:

We mogen van toezichthouders verwachten dat ze niet slechts de letter van de wet beoordelen, maar dat ze toetsen of de publieke belangen die de wetgever beoogde te borgen ook daadwerkelijk geborgd worden. En als dat onvoldoende het geval is, dat ze heldere en zo nodig krachtige signalen aan de wetgever afgeven dat bijsturing noodzakelijk is.

We gaan zien of er iets terecht komt van alle goede bedoelingen en of ook anderen dan consumenten (= kiezers) er profijt van hebben.
Bijvoorbeeld in de witwasbestrijding is hier grote behoefte aan, aangezien daar onuitvoerbare taken worden neergelegd bij een grote waaier van verschillende soorten ondernemingen waarvan een belangrijk deel de regels nauwelijks begrijpt.

 

Meer informatie:

Kockelkoren verwijst naar de Nederlandse code voor goed openbaar bestuur uit 2009 en naar een blog van Bernard ter Haar.

Tags:
21 januari 2022

Leerzame boetes van een toezichthouder met vele petten | Wwft

door Ellen Timmer

Er zijn Wwft-plichtige ondernemingen die pas achter de Wwft komen als zij van de toezichthouder een boete krijgen, ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de boekhoudkantoren die in het verleden door sancties achter hun Wwft-verplichtingen kwamen [1] en tegenwoordig worden voorgelicht [2].

Trustkantoren weten uiteraard al lang van de Wwft af maar zitten meer met de vraag op welke manier zij de wet moeten naleven.

Leerzame boete
Sinds enige jaren [3] kunnen door de toezichthouder opgelegde boetes vanwege de niet-naleving van de Wwft openbaar worden gemaakt. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel staat dat in beginsel alle besluiten openbaar worden gemaakt. Als reden voor openbaarmaking wordt onder meer genoemd (‘instellingen’ = Wwft-plichtigen; markering door mij):

Daarnaast leidt het openbaar maken van sanctiebesluiten ertoe dat andere instellingen kennis nemen van de gedragingen die kunnen leiden tot handhaving en de invulling die de toezichthoudende autoriteit aan wettelijke normen geeft.

Het is onverkwikkelijk als Wwft-plichtigen er pas achter komen hoe wettelijke normen moeten worden geïnterpreteerd door oplegging van een boete.

Vele petten
Ik vind dat bekendmaking van interpretatie van regels via boetebesluiten niet hoort te kunnen, zeker niet omdat die toezichthouder in de financiële sector zeer vele petten heeft (meer dan ‘dubbel’). Zo heeft DNB in de sector van de trustkantoren een meervoudige rol: DNB mag wensenlijstjes bij het ministerie van financiën indienen, DNB maakt uitvoeringsregelgeving, DNB legt toezichtbezoeken af en als klapper op de vuurpijl mag DNB ook nog sancties opleggen en openbaar maken.

Hier is sprake van ernstige belangenverstrengeling bij DNB. Terwijl financiële instellingen bij het minste of geringste wegens belangenverstrengeling allerlei maatregelen moeten nemen, kan DNB zijn goddelijke gang gaan.

Mijn standpunt:

  1. Alleen sanctieoplegging als de ondernemer redelijkerwijs op de hoogte kan zijn van de invulling die aan de wettelijke norm moet worden gegeven.
  2. DNB en AFM horen niet langer sancties te kunnen opleggen. Zij dienen een rol te krijgen die vergelijkbaar is met het Openbaar Ministerie.

Als een ondernemer redelijkerwijs niet op de hoogte kan zijn van een interpretatie, is op zijn hoogst een waarschuwing passend. Nog beter is dat het voorval aanleiding is voor de toezichthouder om bekendheid te geven aan de interpretatie, zodat de belanghebbenden op de hoogte zijn.

Transparantie van het toezicht hoort een van de kernwaarden in het financiële toezicht te zijn.

 

NB Niet alleen onherroepelijke boetes kunnen openbaar worden gemaakt. De gewijzigde Wwft maakt het ook mogelijk boetes waartegen bezwaar is gemaakt of waartegen beroep is ingesteld openbaar te maken. Als het standpunt van de toezicht later onjuist blijkt te zijn geweest, is de publicitaire schade al opgetreden.

 

 

Noten

[1] Een voorbeeld bespreek ik in dit artikel.

[2] Zie het jaarverslag 2019 en het jaarverslag 2020 van het Bureau Financieel Toezicht, waarin werd aangegeven dat men druk is met voorlichting omdat veel boekhouders nog niet van de Wwft afweten. In het verslag 2020 staat:

[3] Dit is geïntroduceerd in de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn, dossier overheid.nl.

18 januari 2022

Opzegging door bank van trustkantoor ongeldig, uitspraak 5 januari 2022 | Wwft

door Ellen Timmer

Op 5 januari jl. is een belangrijk vonnis over opzegging door een bank gewezen, dat nog niet via rechtspraak.nl openbaar is gemaakt. De uitspraak is van belang voor trustkantoren en andere vermeende hoog risico branches.

In deze zaak maakte het trustkantoor bezwaar tegen opzegging door de bank, die de opzegging motiveerde door te stellen dat trustkantoren niet meer passen in haar ‘risk appetite‘, tenzij een breed scala aan diensten wordt afgenomen. De Rechtbank Amsterdam overweegt dat het toetsingskader als volgt luidt, waarbij ik de namen van partijen heb vervangen door [trustkantoor] en [bank]:

4.2. Vast staat, [trustkantoor] heeft dit ook niet betwist, dat [bank] een contractueel recht tot opzegging heeft. Het beginsel van de contractsvrijheid brengt ook mee dat iedereen het recht heeft om niet te worden verplicht een contractuele relatie aan te gaan met een ander. Ook banken hebben dit recht. Banken kunnen bovendien zonder meer een gerechtvaardigd belang hebben om cliënten te weigeren vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s, en dit belang kan eraan in de weg staan een bank te verplichten een betaalrekening aan te bieden. Dit recht is fundamenteel en zwaarwegend, maar het is niet onbegrensd. Bij de begrenzing van dit recht voor banken is onder meer van belang dat hun maatschappelijke functie een bijzondere zorgplicht meebrengt, ook ten opzichte van derden. Met de belangen van die derden dienen zij rekening te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat het vrijwel onmogelijk is om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer, laat staan om een bedrijf te exploiteren, zonder te beschikken over een betaalrekening bij een bank. Dit geldt niet alleen voor natuurlijke personen, maar ook voor rechtspersonen. Een rechtspersoon staat wat het vermogensrecht betreft met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit. Weliswaar geldt de wettelijke verplichting van artikel 4:7If van de Wet op het financieel toezicht (Wft), die voor consumenten geldt, niet voor rechtspersonen, maar daaruit vloeit niet voort dat de contractsvrijheid van banken ten opzichte van rechtspersonen in het geheel niet kan worden ingeperkt. Daarom kan een bank onder bijzondere omstandigheden worden verplicht een contractuele relatie aan te gaan, of aan te houden, met een rechtspersoon. Of die verplichting bestaat dient te worden bepaald door het belang van de bank te onderzoeken en af te wegen tegen het belang van de klant. Het is dus aan de rechtbank de belangen van zowel [bank] als [trustkantoor] te onderzoeken en deze tegen elkaar af te wegen (zie ook HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652).

De Rechtbank oordeelt dat van individuele verwijten aan het adres van het trustkantoor in deze zaak geen sprake is en dat de hiervoor bedoelde afweging in het voordeel van het trustkantoor uitvalt:

4.8. Dit leidt tot de volgende belangenafweging. Uit 4.7 volgt dat het besluit om afscheid te nemen van [trustkantoor] een beleidsmatige keuze was. Op zichzelf staat het een bank vrij haar beleid met betrekking tot het accepteren en behouden van cliënten te wijzigen, maar bij de wijze waarop daaraan in een concreet geval uitvoering wordt gegeven, geldt wel de maatstaf zoals weergeven onder 4.2. De wens van [bank] om de genoemde risico’s uit te sluiten is legitiem, maar moet afgewogen worden tegen de belangen van [trustkantoor]. De rechtbank is van oordeel dat bij de huidige stand van zaken het belang van [trustkantoor] bij voortzetting van de bankrelatie zwaarder dient te wegen dan het belang van [bank] bij beëindiging daarvan. Beëindiging van de relatie zal er immers toe leiden dat de kans groot is dat [trustkantoor] haar onderneming niet meer kan voortzetten, terwijl er geen concrete aanwijzingen bestaan dat juist [trustkantoor] een integriteitsrisico vormt voor [bank] en/of dat [bank] daardoor voor onevenredig hoge kosten wordt geplaatst. Het belang van [bank] bij beëindiging van de bankrelatie is op dit moment dan ook relatief beperkt.

De uitspraak maakt duidelijk dat banken onrechtmatig handelen als zij legitieme ondernemingen uitsluiten van het bancaire systeem. Dit ligt in het verlengde van de uitspraak van de Hoge Raad van 5 november 2021 die ik hier al besprak.

 

Zie over dit onderwerp de berichten op dit blog met de tags de-risking en dienstweigering banken.

18 januari 2022

Maatschappelijke betamelijkheid van banken en de besmettelijkheid van trustkantoren

door Ellen Timmer

Banken zijn bijzondere organisaties. Ze zeggen mensenrechten te respecteren en maatschappelijk betamelijk te handelen, maar of dat in de praktijk ook gebeurt…

Sportvereniging
Van iemand verbonden aan een trustkantoor hoorde ik dat zijn sportvereniging, waar hij bestuurder van is, ineens rare vragen kreeg van de bank. Kennelijk zijn niet alleen trustkantoren ‘besmet’, maar is ook iedereen die er een functie vervult is per definitie een vermoedelijke crimineel, wat er voor zorgt dat alle organisaties waaraan trustkantoorbestuurders verbonden zijn, zelfs sportclubs, verdacht zijn. Mij lijkt dat maatschappelijk onbetamelijk.

Privé-financiering
Eveneens bont werd het gemaakt door een bank het die een financieringsaanvraag kreeg van een bv van iemand die werknemer (geen directeur) van een trustkantoor is. De werknemer heeft een beperkte volmacht voor het trustkantoor, wat voor de bank voldoende is om de aanvraag van zijn persoonlijke bv te weigeren, zonder verder te kijken naar de specifieke rol van de werknemer bij het trustkantoor en andere omstandigheden.

Onbetamelijk
Trustkantoren die zich moeite getroosten hun wettelijke taken goed uit te voeren worden niet beloond door banken, zij worden over één kam geschoren met de zwakke broeders (die je overal hebt). Kennelijk wordt door banken uitsluitend gehandeld op basis van vooroordelen. Dat is overigens niet iets waarmee alleen trustkantoren te maken hebben, ‘de-risking’ is endemisch in de financiële sector.

In de praktijk hebben benadeelden meestal geen zin om een en ander aan de kaak te stellen.

De maatschappelijke betamelijkheid is in de twee voorbeelden ver te zoeken. Het is hoog tijd dat banken hun gedrag ten opzichte van Nederlandse burgers verbeteren en niet meer uit angst voor DNB hun klanten onfatsoenlijk behandelen.

 

PS Voor andere voorbeelden houd ik me aanbevolen.

27 december 2021

DNB nieuws

door Ellen Timmer

In de meest recente nieuwsbrief laat DNB weten aan de merkwaardige beleidsregel maatschappelijke betamelijkheid trustkantoren vast te houden, ook al staan er alleen procedureregels in. Verder maakt men melding van de nieuwe leges voor personentoetsing, die variëren tussen 1.100 en 2.000 euro per toetsing. Verder werd een algemeen bericht over cybersecurity geplaatst, dat geldt voor trustkantoren en voor financiële instellingen.

24 december 2021

The virtual registered office in Europe | consultation European Commission

door Ellen Timmer

For Dutch trust offices, with their specialisation in providing domiciliation for companies, it will be interesting that the European Commission has started a consultation on digital company law that also includes questions on a virtual registered office.

In the questionnaire the virtual registered office is introduced as follows:

With the digitalisation of the economy and companies operating in an increasingly virtual environment, new questions/challenges also appear for traditional company law rules. These include the use of new technologies and new scenarios, such as companies with virtual rather than physical registered offices. Traditionally, a registered office refers to the physical address of a company. For legal and administrative reasons, all companies are normally required to have a registered seat, which usually corresponds to the location where the company has its physical office. However, in the recent years, the perception of how business can be conducted has evolved. While the concept of a “virtual registered office” is not defined, there are more and more companies operating without permanent physical offices.

 

The following questions are asked:

Question 27. What do you understand by the concept of a virtual registered office?
Question 28. Do you think that virtual registered offices can serve real business needs?
Question 29. In your experience, is the use of virtual registered offices widespread/growing?
Question 30. In your opinion, what is the overall impact of companies using virtual registered offices?
Question 31. What issues does the use of virtual registered offices raise?
Question 32. Is there a need for any action to address the use of virtual registered offices?

 

On my personal blog (in Dutch) I have written an article on the plans of the future of the Dutch trade register. In the Netherlands SMEs experience major problems with the disclosure of private data through the trade register, not only unwanted commercial approaches, but also nuisance and threats. Many smaller companies use a residential address of the owner, shareholder or director as their business address, which is increasingly causing problems. The Dutch government is looking for a solution that respects the purpose of the trade register.

We’ll see if Europe is going to do something in regard of virtual registered offices.

Tags:
17 december 2021

DNB onder de loep | evaluatie 2016-2020

door Ellen Timmer

Het optreden van DNB is onderzocht in het kader van een periodieke evaluatie. Deze maand is het rapport openbaar gemaakt, samen met een brief van de minister van Financiën en de reactie van DNB. Trustkantoren komen in de evaluatie niet afzonderlijk aan de orde. Ongetwijfeld zijn er elementen die voor trustkantoren relevant zijn, zoals de kritiek op de wijze waarop gegevens worden uitgevraagd (pagina 22/23).

De aanbevelingen kunnen ook voor de trustkantorensector relevant zijn:

 

Aanbeveling 1: Heb aandacht voor het draagvlak voor de invulling van het risicogebaseerde toezicht. DNB kan het draagvlak bijvoorbeeld vergroten door transparant te zijn over de afwegingen om op bepaalde risico’s wel of juist minder te focussen, of door actief stakeholders te consulteren. Uiteraard dient DNB hierbij te allen tijde de onafhankelijkheid in het oog te houden en een afweging te maken tussen transparantie en effectiviteit van het toezicht.

Aanbeveling 2: IT is essentieel voor het toezicht. Draag zorg voor een IT-infrastructuur waarmee de ambities op het gebied van datagedreven toezicht behaald kunnen worden.

Aanbeveling 3: Het is belangrijk om kansen door innovatie niet onbenut te laten, maar het bieden van ruimte daarvoor blijkt binnen de bestaande wetgeving niet eenvoudig. We moedigen DNB aan om in dialoog met de sector te blijven zoeken naar mogelijkheden om ruimte te bieden voor innovatie. Daarbij kan ook worden gekeken naar regulatory sandboxes in andere landen, zoals het VK.

Aanbeveling 4: Herintroduceer de samenwerking met de AFM op de strategische agenda van DNB. Niet alleen om te voorkomen dat dubbel werk wordt gedaan en dat onder toezicht staande instellingen worden geconfronteerd met onnodige overlap. Ook om krachten te bundelen en gezamenlijke uitdagingen ook gezamenlijk tegemoet te treden (bijvoorbeeld datagedreven toezicht, effectmeting).

Aanbeveling 5. Maak, eventueel samen met andere toezichthouders, afspraken met de AP over de invulling van het toezicht op financiële instellingen inzake het opvragen van data. Aanbevolen wordt om deze afspraken vast te leggen in een convenant.

Aanbeveling 6: Doordenk of de governance van DNB nog steeds effectief en efficiënt is, rekening houdend met belangrijke ontwikkelingen en gewijzigde omstandigheden, waaronder in ieder geval de “Europeanisering” en de digitalisering van samenleving en toezicht.

Aanbeveling 7: Zet de inspanningen om effectmeting structureler en meer integraal vorm te geven kracht bij. Rapporteer in het jaarverslag over de grootste risico’s in de financiële markten en het (aannemelijke) effect van het toezicht door DNB daarop.

Aanbeveling 8: Blijf openstaan voor kritische geluiden van buiten en gebruiken deze als mogelijkheid om de effectiviteit van het toezicht en het functioneren van de organisatie te verbeteren. Specifiek kan DNB deze zbo-evaluatie (en ook andere onderzoeken waaruit kan worden geleerd) aangrijpen als aanleiding voor het doorvoeren van verbeteringen en het leggen van nieuwe accenten.

 

Meer informatie:
Kaderwetevaluaties Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank 2016-2020: brief minister van Financiën, evaluatie DNB, reactie DNB.

Tags:
14 december 2021

Prof. Unger begrijpt trustkantoren niet | Wwft, Wtt 2018

door Ellen Timmer

In het kader van het rapport door de Commissie Doorstroomvennootschappen (ik schreef er al over) zijn position papers van leden van de commissie openbaar gemaakt. Onder meer werd de paper van prof. dr. Brigitte Unger, een van de hofleveranciers van de overheid als het om witwasbestrijding gaat, gepubliceerd.

Vestigingsland
In haar paper bespreekt zij onder meer de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland voor rechtspersonen [1], zij schrijft onder meer:

Het is niet de dalende Vpb (die in bijna alle landen daalt), maar de vele mogelijkheden door dubbel belastingscontracten (double tax treatise), special tax rulings, niet vol openbare Ultimate Beneficial Owner registers om belasting te ontwijken en wit te wassen. Slimme grote bedrijven hebben weinig reden om belasting te ontduiken. Ze kunnen makkelijker legaal belasting ontwijken.

Haar laatste twee volzinnen klinken logisch.

Ubo-register
Hoe ze er bij komt dat openbare ubo-registers (“niet vol openbare Ultimate Beneficial Owner registers“) zouden bijdragen aan bestrijding van belastingontwijking en witwassen, is mij overigens een raadsel. Ze legt het ook niet uit. Vermoedelijk is dat gebaseerd op de veronderstelling dat niet-transparante door de overheid of private onbekende partijen gefinancierde not-for-profit organisaties beter dan overheden in staat zijn om misdaad op te sporen [2]. Zulke organisaties worden niet gehinderd door verplichtingen op het gebied van zorgvuldige omgang met persoonsgegevens en andere vertrouwelijke gegevens en de kwaliteit van hun werk wordt niet getoetst, laat staan dat de betrokken personen op integriteit worden gescreend. Datzelfde probleem geldt voor de ‘Leaks’, zoals Panama Papers, waarvan mevrouw Unger zegt dat het een belangrijke bron van informatie zou, terwijl de integriteit en juistheid er van niet kan worden getoetst (bijvoorbeeld: wat is er weg gelaten omdat dit politiek niet uit kwam?).

Trustkantoren
Het lijkt er op dat mevrouw Unger het onderscheid tussen trustkantoren en doelvennootschappen niet kent, in haar paper spreekt ze op diverse plaatsen over trustkantoren, waar ze op doelvennootschappen doelt, zoals in de passages “Nederlandse trustkantoren in ontwikkelingslanden in de mijnbouw” en “Het gaat niet om de afschaffing van trustkantoren, maar om het identificeren van rotte appels – ook wanneer ze legale middelen (belastingontwijking) gebruiken“. Zie voorts paragraaf 13 waar ze een Oekraïner noemt die “in Nederland een trustkantoor heeft“, ook hier is doelvennootschap bedoeld, net als in paragraaf 21 “MNEs financieren zich niet via de bank – maar via trustkantoren“.

In paragraaf 9 over de doorstroomvennootschap maakt Unger het helemaal bont door te veronderstellen dat ‘trustkantoor’ hetzelfde is als een doorstroomvennootschap [3]:

maar wat is dan anders dan bij een trustkantoor? Of anders gevraagd: welke doorstroomvennootschappen zijn g e e n trustkantoren?
En wat zijn de functies van trustkantoren? Doen trustkantoren nog iets anders dan geld te laten doorstromen?

Het is schokkend om te constateren dat deze hoogleraar het juridische concept van de Wtt 2018 niet begrijpt [4].

De economische kwaliteiten van mevrouw Unger kan ik niet beoordelen, maar juridisch is ze niet goed op de hoogte.

 

Noten

[1] Zie bijvoorbeeld de tekst onder het kopje ‘3. Nederland moet ook zijn internationale reputatie beschermen’.
[2] Voor zover mij bekend is daar geen bewijs van. Zie ook haar paragraaf 4 waarin zij zich beroept op Transparency International en Tax Justice Network, organisaties die veronderstellen dat burgeropsporing door private organisaties als zijzelf zou bijdragen aan de misdaadbestrijding. In paragraaf 18 meent ze dat via een transparant ubo-register de georganiseerde misdaad kan worden getraceerd; hoe ze er bij komt dat dit mogelijk is, legt ze niet uit. Ik kan me niet voorstellen dat misdadigers als ubo geregistreerd gaan worden.
[3] Ze gaat er aan voorbij dat een doelvennootschap niet hetzelfde is als een ‘offshore vennootschap’ of een Bijzondere Financiële Instelling (BFI) en ze vergist zich in paragraaf 9 als ze denkt dat BFI alleen spraakgebruik is.
[4] Eveneens onjuist is de veronderstelling in paragraaf 9 onder c. dat de doelvennootschappen die door SEO in 2008 zijn onderzocht uitsluitend buitenlandse aandeelhouders zouden hebben. Onder d. in paragraaf 9 wordt het helemaal bizar. Paragraaf 10 spreekt op rommelige wijze over substance (niet altijd relevant voor doelvennootschappen), belastingontwijking als enige doel (er zijn ook andere redenen voor doelvennootschappen in Nederland) en opnieuw over doelvennootschappen die alleen buitenlandse aandeelhouders zouden hebben.

Tags: