Posts tagged ‘Wwft’

14 augustus 2013

Nieuwe informatiebron voor Wwft cliëntenonderzoek: de database van ICIJ

door Ellen Timmer

Een groep journalisten, opererend onder de naam The International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), doet onderzoek naar misbruik van offshore vennootschappen. Zie voor een korte beschrijving van de activiteiten van de ICIJ deze pagina.

In het kader van de activiteiten betreffende offshore vennootschappen heeft de ICIJ een Offshore Leaks Database samengesteld, die ook voor het publiek te raadplegen is. Ondernemingen die cliëntenonderzoek dienen uit te voeren op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) kunnen er hun voordeel mee doen.

Tags: ,
12 augustus 2013

Wijziging Wet toezicht trustkantoren in het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2014

door Ellen Timmer

In een op 31 juli jl. ingediende nota van wijziging in het kader van de behandeling van het voorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt ook tekst inzake de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) aangepast. Onderstaand volgen allereerst de voorgestelde wijzigingen en vervolgens de toelichting.

Onderwerpen die onder meer aan de orde komen:

  • Definitie van dienstverlening door een trustkantoor.
  • Definitie van het begrip “uiteindelijk belanghebbende“;
  • De grondslag voor het stellen van regels aan trustkantoren met het oog op een integere bedrijfsvoering.
  • Uitbreiding van de aanwijzingsbevoegdheid.
  • Afstemming tussen Wtt en Wwft.
  • Wijziging van de Wet op de economische delicten.

Wijzigingsvoorstel

S
Artikel XIV, onderdeel A, komt te luiden:

A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:
c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:
1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust;
tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;

2. Onderdeel d wordt als volgt gewijzigd:
a. Subonderdeel 1 komt te luiden:
1°. het zijn van bestuurder of vennoot van een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is; .
b. In subonderdeel 2 vervalt “als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt” en wordt “tot dezelfde groep behorende” vervangen door: tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende.
c. In subonderdeel 4 wordt “een, niet tot dezelfde groep als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt behorende” vervangen door: een niet tot dezelfde groep behorende. d. In subonderdeel 5 wordt “een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt” vervangen door: een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van de vennootschap.

T
Artikel XIV, onderdeel D, subonderdeel 1, komt te luiden:
1. In de aanhef wordt na “begrepen” ingevoegd “regels omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door trustkantoren, alsmede” en wordt “, zodanig dat” vervangen door: alsmede die ertoe strekken dat.

U
Artikel XVI, onderdeel A, komt te luiden:
A
Artikel 1, eerste lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 1 wordt “die ingevolge artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, van die wet geregistreerd is” vervangen door: , niet zijnde een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap waarvoor op grond van artikel 2:11, tweede lid, of artikel 2:16, vierde lid, van die wet geen vergunning tot uitoefening van het bedrijf van bank vereist is;.
2. Subonderdeel 2 komt te luiden:
2°. degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden die zijn opgenomen onder punt 2, 3, 5, 6, 9, 10 en 12 van Bijlage I van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU 2006, L 177);.

V
In artikel XVI wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende:
Ba
Artikel 5, eerste lid, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 2 wordt “met zetel in Nederland” vervangen door: waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren is verleend.
2. In subonderdeel 4 wordt “een instelling als bedoeld onder 2°” vervangen door: een instelling als bedoeld onder 1° of 3°.

W
Aan artikel XVI worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

E
In de artikelen 26 en 27 wordt “de artikelen 2, 3, eerste tot en met derde en zevende lid,” tot en met “34 en 35 van deze wet” telkens vervangen door “de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste tot en met vijfde, zevende en achtste lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, eerste tot en met vijfde lid, 9, eerste lid, 10, tweede lid, 11, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, en 35 en 38, eerste, tweede en vierde lid, van deze wet” en wordt de punt aan het eind van het eerste lid telkens vervangen door: , alsmede ter zake van het geen gevolg geven dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een krachtens artikel 32 gegeven aanwijzing.

F
Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32
Indien een instelling niet voldoet aan haar verplichtingen op grond van de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste tot en met vijfde, zevende en achtste lid, 4, eerste lid, tweede lid, tweede volzin, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 6, tweede lid, 7, tweede lid, 8, eerste tot en met vijfde lid, 9, eerste lid, 10, tweede lid, 11, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, 35 en 38, eerste, tweede en vierde lid, van deze wet, artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht, het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2006/1781 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU 2010, L 345) en het bepaalde in Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2010, L 302), kan de op grond van artikel 24, eerste lid, aangewezen persoon door middel van het geven van een aanwijzing de instelling verplichten binnen een door de op grond van artikel 24, eerste lid, aangewezen persoon gestelde termijn een bepaalde gedragslijn te volgen.

X
Na artikel XIX wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIXa
Artikel 1, onder 2°, van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:
1. In de zinsnede met betrekking tot de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme wordt “de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23 eerste en tweede lid, 33 en 34” vervangen door: de artikelen 2, 2a, eerste en tweede lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste, tweede en vierde lid, 8, 9, eerste lid, 16, 17, tweede lid, 23, eerste tot en met derde lid, 32, 33, 34, en 38, eerste, tweede en vierde lid.
2. In de zinsnede met betrekking tot de Wet toezicht trustkantoren wordt “de artikelen 2, eerste en derde tot en met vijfde lid,” vervangen door: de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, 2a,.

Toelichting op de voorgestelde wijzigingen

S
In artikel 1, onderdeel d, wordt het begrip dienst gedefinieerd, ter afbakening van de werkzaamheden die vallen onder de vergunningplicht van de Wet toezicht trustkantoren. Het begrip dienst is onderdeel van de definitie van het begrip trustkantoor in onderdeel a. Zodoende kan het gebruik van de term trustkantoor in de definitie van dienst leiden tot verwarring, nu het lijkt alsof daarmee de definitie van trustkantoor indirect naar zichzelf verwijst. Om dit te vermijden wordt de term trustkantoor geschrapt uit de definitie van dienst in onderdeel d. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

T
Artikel 10 bevat de grondslag voor het stellen van regels aan trustkantoren met het oog op een integere bedrijfsvoering. In die regels worden trustkantoren ondermeer verplicht desgevraagd inlichtingen te verstrekken over (voormalige) personeelsleden aan een ander trustkantoor of financiële instelling. Voor alle duidelijkheid wordt met de onderhavige wijziging de bevoegdheid tot het stellen van regels ter zake geëxpliciteerd in deze grondslag.

U
In onderdeel U wordt een wijziging van artikel 1, onderdeel a, onder 2°, ingevoegd. De wijziging strekt ertoe de reikwijdte van de Wwft nader af te stemmen op de derde witwasrichtlijn [4]. Thans wordt in dit onderdeel verwezen naar de definitie van financiële instelling in de Wet op het financieel toezicht. Die definitie ziet echter mede op “het verwerven of houden van deelnemingen”, hetgeen buiten de reikwijdte van de derde witwasrichtlijn valt. Om die reden wordt de verwijzing naar die definitie vervangen door de inhoud van die definitie, onder weglaten van het bedoelde element. Ook is de verwijzing naar bepaalde punten van bijlage I bij de herziene richtlijn banken [5] niet overgenomen uit die definitie, nu de daar bedoelde werkzaamheden reeds zijn benoemd in andere subonderdelen van artikel 1, onderdeel a, van de Wwft: punt 4 overlapt met subonderdeel 20, de punten 7, 8 en 11 overlappen met subonderdeel 6, en punt 15 overlapt met subonderdeel 22.

V
In artikel 5, eerste lid, van de Wwft is geregeld dat het verplichte cliëntenonderzoek onder voorwaarden door een derde kan worden uitgevoerd. In onderdeel a zijn de categorieën derden aangewezen die daarvoor in aanmerking komen. Daarbij is telkens als vereiste opgenomen dat de derde zijn zetel in Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie heeft, met uitzondering van trustkantoren waarvoor een zetel in Nederland is vereist. Echter, de vergunningplicht in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) is per 1 juli 2012 uitgebreid tot het met zetel buiten Nederland verrichten van trustdiensten naar Nederland. In aansluiting daarbij wordt in subonderdeel 2 het vereiste van een zetel in Nederland vervangen door het vereiste van een vergunning op grond van de Wtt. In subonderdeel 4 is geregeld dat de derde zijn zetel ook kan hebben in een andere staat indien deze daartoe door de Minister van Financiën is aangewezen. Daarbij is ten onrechte verwezen naar subonderdeel 2 (trustkantoren), terwijl juist verwezen moest worden naar subonderdelen 1 (financiële instellingen) en 3 (juridische dienstverleners). Dit wordt hersteld met de wijziging in het nieuwe onderdeel Ba.

W
Toezichthouders kunnen thans een aanwijzing geven aan instellingen in geval van overtreding van de voorschriften inzake de melding van ongebruikelijke transacties en de opleiding van personeel. In de toezichtpraktijk is gebleken dat het instrument van de aanwijzing ook ten aanzien van andere voorschriften van nut kan zijn. De wijziging van artikel 32 strekt ertoe de mogelijkheid tot het geven van een aanwijzing uit te breiden tot alle voorschriften waarvan overtreding bedreigd wordt met een boete. Door een verwijzing naar artikel 32 op te nemen in de artikelen 26 en 27 kan ook voor het niet naleven van een aanwijzing een boete of een last onder dwangsom worden opgelegd.

X
De wijziging van de Wet op de economische delicten strekt tot strafbaarstelling van overtreding van de voorschriften die bij wetswijziging van 1 januari 2013 (Stb. 2012, 686) zijn opgenomen in de Wwft. Die voorschriften liggen op het terrein van het verplichte cliëntenonderzoek en de meldingsplicht inzake ongebruikelijke transacties. De wijziging van de Wet op de economische delicten strekt voorts tot strafbaarstelling van overtreding van de vergunningplicht die per 1 juli 2012 (Stb. 2011, 610) is ingevoerd in de Wet toezicht trustkantoren. Die vergunningplicht geldt voor het als trustkantoor werkzaam zijn door middel van het verrichten van diensten naar Nederland.

Noten
[4] Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PbEU 2005, L 309).
[5] Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU 2006, L 177).

Aanvulling 8 oktober 2013

Inmiddels is het wetsvoorstel “Wijzigingswet financiële markten 2014” aangenomen door de Tweede Kamer. Het lijkt er op dat de voorstellen waarover ik hierboven schreef zijn overgenomen. De wijzigingstekst inzake de Wtt, als opgenomen in artikel XIV luidt als volgt:

ARTIKEL XIV
De Wet toezicht trustkantoren wordt als volgt gewijzigd:

A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:

c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die:
1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon;
3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een rechtspersoon;
4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust is; of
5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een rechtspersoon of een trust; tenzij die rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEU 2004, L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;

2. Onderdeel d wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 1 komt te luiden:

1°. het zijn van bestuurder of vennoot van een rechtspersoon of vennootschap in opdracht van een rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon die niet tot dezelfde groep behoort als degene die bestuurder of vennoot is;.

b. In subonderdeel 2 vervalt «als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt» en wordt «tot dezelfde groep behorende» vervangen door: tot dezelfde groep als die rechtspersoon of vennootschap behorende.

c. In subonderdeel 4 wordt «een, niet tot dezelfde groep als waarvan het trustkantoor deel uitmaakt behorende» vervangen door: een niet tot dezelfde groep behorende.

d. In subonderdeel 5 wordt «een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt» vervangen door: een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als degene die gebruik maakt van de vennootschap.

B
In artikel 2a wordt «artikel 2, eerste, tweede of derde lid,» telkens vervangen door: de bij of krachtens de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 10, eerste lid, gestelde regels,.

C
In artikel 9, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 2, derde lid» vervangen door: artikel 2a, eerste lid.

D
Artikel 10, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt na «begrepen» ingevoegd «regels omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door trustkantoren, alsmede» en wordt «, zodanig dat» vervangen door: alsmede die ertoe strekken dat.

2. De onderdelen a en b komen te luiden:

a. het trustkantoor cliëntenonderzoek verricht dat het trustkantoor onder meer in staat stelt de identiteit te kennen van de cliënt en de uiteindelijk belanghebbende of over informatie te beschikken waaruit blijkt dat er geen uiteindelijk belanghebbende is;
b. het trustkantoor kennis heeft van de herkomst en de bestemming van de gelden van de doelvennootschap, de trust of de vennootschap waarvan het trustkantoor gebruikmaakt in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 5°;.

3. In onderdeel e wordt «de uiteindelijk belanghebbende» vervangen door «de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende» en wordt de punt aan het eind van subonderdeel 4° vervangen door een puntkomma.

4. Onderdeel f komt te luiden:

f. het trustkantoor bij het bemiddelen bij de verkoop van een vennootschap in de zin van artikel 1, onderdeel d, onder 3°, de identiteit kent van de koper en de verkoper en van de uiteindelijk belanghebbende van de koper en de verkoper;.

5. Onderdeel h wordt vervangen door twee onderdelen, luidende:

h. het trustkantoor kennis heeft van het doel van zijn dienstverlening en onderzoekt of aan die dienstverlening integriteitsrisico’s zijn verbonden;
i. door het trustkantoor geen dienst wordt verleend, indien niet wordt voldaan aan onderdeel a.

29 juli 2013

Nieuwe definitie “terrorismefinanciering” treedt op 1 september 2013 in werking

door Ellen Timmer

Blijkens een besluit van 19 juli 2013 treedt op 1 september 2013 een wijziging in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) in werking als gevolg van de wet strafbaarstelling financieren van terrorisme van 10 juli jl. Door de wetswijziging komt artikel 1, eerste lid, onderdeel i Wwft te luiden:

i. financieren van terrorisme: de gedraging strafbaar gesteld in artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht

Artikel 421 Wetboek van Strafrecht luidt met ingang van 1 september 2013:

Artikel 421
1. Als schuldig aan het financieren van terrorisme wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie:

a. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf;
b. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in:

– de artikelen 117 tot en met 117b alsmede artikel 285, indien dat misdrijf is gericht tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen;
– de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, de artikelen 161quater, 173a en 284a alsmede de artikelen 140, 157, 225, 310 tot en met 312, 317, 318, 321, 322 en 326, indien het feit opzettelijk wederrechtelijk handelen betreft met betrekking tot kernmateriaal;
– de artikelen 162, 162a, 166, 168, 282a, 352, 385a tot en met 385d;
– de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 121 tot en met 123, 140, 157, 161, 161bis, 161sexies, 164, 170, 172, 287, 288 en 289, indien het feiten betreft die worden gepleegd door middel van het opzettelijk wederrechtelijk tot ontlading of ontploffing brengen van een springstof of ander voorwerp, of het laten vrijkomen, verspreiden of inwerken van een voorwerp, waardoor levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke materiële schade te duchten is.

2. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Opmerkelijk is dat ook het verschaffen van inlichtingen onder het begrip “terrorismefinanciering” valt, zie hierover mijn eerdere bericht: Volgens wetsvoorstel omvat financieren van terrorisme ook het verschaffen van inlichtingen (14 maart 2013).

5 juli 2013

Wetsvoorstel financieren van terrorisme naar verwachting op 9 juli a.s. door de Eerste Kamer

door Ellen Timmer

In een eerder artikel attendeerde ik er op dat in een vorig jaar ingediend wetsvoorstel het begrip “financieren van terrorisme” zodanig wordt uitgerekt, dat het voor een gewone (Wwft-plichtige) burger nauwelijks meer is te volgen. Zo valt ook het verschaffen van inlichtingen onder het nieuwe begrip. Dit is iets waar trustkantoren, aangezien zij onder de Wwft vallen, alert op dienen te zijn.

Op 30 mei jl. is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen, zodat het inmiddels bij de Eerste Kamer ligt. Uit een korte aantekening van 3 juli jl. blijkt dat het voorstel naar verwachting op 9 juli a.s. door de Eerste Kamer zal worden aangenomen:

De leden van de SP – fractie ( Quik ) leveren inbreng voor het verslag. De commissie stelt voor het wetsvoorstel op 9 juli af te doen als hamerstuk, onder voorbehoud dat de regering uiterlijk 5 juli 2013 antwoordt.

Aanvulling 24 juli 2013: het voorstel is inderdaad aangenomen en vervolgens op 18 juli jl. in het Staatsblad geplaatst. De wijzigingen treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dat besluit heb ik nog niet aangetroffen.

4 juli 2013

DNB denkt dat trustkantoren te weinig ongebruikelijke transacties melden

door Ellen Timmer

Hoewel je zou denken dat er weinig ongebruikelijke transacties te melden zijn, als trustkantoren hun Wtt-verplichtingen goed naleven, denkt DNB daar anders over, zo blijkt uit de laatste nieuwsbrief van DNB.

Trustkantoren melden meer ongebruikelijke transacties, maar aantal meldingen nog altijd laag

Nieuwsbericht 4 juli 2013

Het aantal meldingen van ongebruikelijke transacties door trustkantoren is gestegen van 26 in 2011 naar 38 in 2012. Desondanks acht DNB het aantal meldingen nog altijd laag en komt daarom in actie met voorlichting én handhaving.

Trustkantoren moeten ongebruikelijke transacties melden aan de Financial Intelligence Unit (FIU) Nederland op basis van de verplichtingen voortvloeiend uit de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Het melden van (voorgenomen) ongebruikelijke transacties vormt een belangrijk onderdeel van de monitoring van klanten en transacties en is essentieel voor de goede uitoefening van de poortwachtersfunctie door trustkantoren.

Gemelde ongebruikelijke transacties
Cijfers van het FIU-Nederland tonen aan dat trustkantoren in 2012 meer ongebruikelijke transacties hebben gemeld, van 26 in 2011 naar 38 in 2012. Van deze 38 meldingen zijn tien transacties na eigen onderzoek van FIU-Nederland aangemerkt als verdachte transacties. In 2011 kon FIU-Nederland drie meldingen van ongebruikelijke transacties aanmelden als verdacht. Daarentegen is het aantal meldende trustkantoren in 2012 gedaald van acht naar zes kantoren. Het lage aantal meldingen en het beperkte aantal trustkantoren dat meldt, zijn voor DNB wederom reden aandacht te vragen voor de meldplicht bij trustkantoren. Op 10 oktober 2013 organiseert FIU-Nederland een relatiedag voor trustkantoren. Op deze dag wordt de trustsector verder voorgelicht over de meldplicht mede aan de hand van verschillende praktijkvoorbeelden van ongebruikelijke transacties.

OM doet onderzoek naar niet-melder
Om de noodzaak van het melden van ongebruikelijke transacties verder onder de aandacht te brengen van trustkantoren neemt DNB tevens deel aan het niet-melders project van het Openbaar Ministerie. In dit project ‘Niet-Melders’ doet het OM strafrechtelijk onderzoek naar niet-melders van ongebruikelijke transacties. In het najaar van 2013 wordt een nieuwe actieronde van het OM verwacht. Op het niet-melden van ongebruikelijke transacties staat een maximale gevangenisstraf van twee jaar of een maximale boete van 18.500 euro.

Resultaten project Niet-Melders in 2012
In 2012 zijn er tijdens twee actiedagen een aantal personen onderzocht, die werden verdacht van het niet, onjuist of te laat melden van ongebruikelijke transacties. De eerste actiedag van 4 juli 2012 resulteerde in vijf strafrechtelijke onderzoeken. De tweede actiedag, 21 november 2012, leverde acht strafrechtelijke onderzoeken op. In deze onderzoeken in 2012 waren geen trustkantoren betrokken (Bron: jaarverslag 2012 FIU-Nederland).
Het project Niet-Melders is een gezamenlijk project van DNB, de FIOD, de Nationale Recherche, de FIU-Nederland, het BFT en de Belastingdienst Holland Midden/Unit MOT onder leiding van het OM (Functioneel Parket) gericht op het verbeteren van het naleefgedrag van de regels van de Wwft en in het bijzonder het melden van ongebruikelijke transacties.

Tags: , ,
3 juli 2013

Nieuwe Richtsnoeren Wwft voor belastingadviseurs

door Ellen Timmer

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) heeft bekend gemaakt dat er overleg is met de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) over nieuwe Richtsnoeren ter uitvoering van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

De NOB heeft al Richtsnoeren vastgesteld. Dit zijn de Richtsnoeren van 24 juni 2013, “Richtsnoeren voor de interpretatie van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) voor belastingadviseurs“. Deze richten zich uitsluitend op belastingadviseurs.

Naar verwachting zal er te zijner tijd een versie van NOB en NBA gezamenlijk verschijnen.

De NOB schrijft:

Berichtdatum: 28-06-2013

De NOB heeft in samenspraak met het RB en de werkgroep Fraude van de NBA de Richtsnoeren voor de interpretatie van de WWFT voor belastingadviseurs en accountants geactualiseerd. Deze Richtsnoeren zullen voor leden van de NBA de status van een NBA-Handreiking krijgen na goedkeuring door het bestuur van de NBA en consultatie van de leden. Gezien het belang voor de praktijk heeft de NOB besloten de richtsnoeren voor belastingadviseurs alvast te publiceren. Mogelijk dat naar aanleiding van de procedure bij de NBA tot het aanbrengen van wijzigingen besloten wordt. In dat geval zal een nieuwe versie worden uitgebracht.

Tags:
27 mei 2013

The anti-money laundering system in the context of globalisation: a Panopticon built on quicksand? (proefschrift)

door Ellen Timmer

In 2011 verscheen het proefschrift van mevrouw Liliya Gelemerova, “The anti-money laundering system in the context of globalisation: a Panopticon built on quicksand?“. Uit het proefschrift blijkt dat de customer due diligence van de antiwitwaswetgeving niet goed functioneert. Zie hierover het persbericht van de universiteit van Tilburg. Inmiddels is de pdf-versie van dit proefschrift bekend gemaakt, zodat iedereen van het proefschrift kan kennis nemen.

Tags:
23 mei 2013

Nieuwe leidraad Wwft door rijksoverheid

door Ellen Timmer

Het ministerie van financiën heeft een geactualiseerde Wwft leidraad gepubliceerd. Via deze pagina is het zonder enige toelichting te vinden. Vreemd is dat dit bericht niet door de rijksoverheid wordt bekend gemaakt.

Ik kwam het voor het eerst tegen in een bericht van AccountancyNieuws van 22 mei 2013. Bij FIU Nederland is dit nieuws nog niet te vinden en staat nog de oude leidraad uit 2011.

Het illustreert het eerder door mij gesignaleerde gebrekkige informatiebeleid van de rijksoverheid.

Tags:
28 maart 2013

DNB start onderzoek naleving Wwft

door Ellen Timmer

In een bericht dat is opgenomen in de nieuwsbrief voor banken, laat DNB weten dat dit voorjaar onderzoek zal worden gedaan naar naleving van de Wwft, ook bij trustkantoren. Hierna volgt de tekst.

DNB start onderzoek naleving Wwft

Nieuwsbericht 28 maart 2013

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is gewijzigd. Dit voorjaar controleert DNB de naleving daarvan.

Belangrijke wetswijzigingen
Per 1 januari 2013 is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) gewijzigd. De belangrijke wijzingen zijn:

  • Banken moeten informatie over klanten altijd actueel houden.
  • De identiteit van de zogenoemde ‘uiteindelijk belanghebbende’ moet altijd worden geverifieerd. Deze verificatie kan risicogebaseerd plaatsvinden: naarmate het risicoprofiel van een klant hoger is, moet een bank meer informatie inwinnen over diens identiteit.
  • Banken moeten voortdurend alert zijn op ongebruikelijke transactiepatronen en transacties die een hoger witwasrisico inhouden.

Politiek prominenten
De Wwft bevat ook nieuwe voorschriften voor politiek prominente personen (PEP). Dit betekent dat voortaan ook buitenlandse PEP’s die in Nederland wonen onder het verscherpte cliëntenonderzoek vallen. Eerder gold dit verscherpte toezicht al voor PEP’s die buiten Nederland wonen.
DNB heeft de banken een coulanceperiode van drie maanden geboden. In deze periode konden de banken hun systemen aanpassen, zodat ze vanaf 1 april 2013 aan deze nieuwe bepaling kunnen voldoen.

Eisen aan banken
Wat moeten banken doen om te voldoen aan de vernieuwde Wwft? De hierboven genoemde belangrijke wetswijzigingen zijn al opgenomen in de DNB Leidraad Wwft uit 2011. Dat betekent dat ze daarmee al gangbare praktijk moeten zijn. Nu wordt deze praktijk in de wet verankerd. Dit betekent dat het nu niet langer om aanbevelingen gaat, maar om wettelijke bepalingen.

Thema-onderzoek van DNB
DNB gaat in de eerste helft van 2013 controleren op de naleving van de Wwft. De toezichthouder stuurt dit voorjaar een vragenlijst naar een aantal banken, levensverzekeraars en trustkantoren. Zij krijgen vragen over de manier waarop ze hun cliënten monitoren en screenen. Ook onderzoekt DNB of banken en andere instellingen voldoende alert zijn op ongebruikelijke transacties.
Op basis van dit vooronderzoek selecteert DNB een tiental instellingen voor verder onderzoek. DNB zal het onderzoek dit najaar afronden en de belangrijkste generieke bevindingen ook via deze Nieuwsbrief bekend maken.

Meer informatie
Wilt u meer weten? Mail Maud Bökkerink van het DNB Expertisecentrum Cultuur, Organisatie en Integriteit: m.j.bokkerink@dnb.nl

14 maart 2013

Verschaffen van inlichtingen kan onder terrorismefinanciering vallen (naar aanleiding van wetsvoorstel)

door Ellen Timmer

Op 22 november 2012 is een wetsvoorstel inzake strafbaarstelling financieren van terrorisme ingediend. Op 5 februari 2013 is het verslag vastgesteld. Het valt te verwachten dat het voorstel snel door Tweede en Eerste Kamer wordt aangenomen, aangezien wetgeving op het gebied van witwassen, terrorismefinanciering en aanverwante terreinen veelal in een noodtempo door het parlement wordt gejaagd.

Dit soort strafwetgeving is niet alleen van belang voor strafrechtspecialisten. Degenen die zich moeten houden aan de Nederlandse toezichtwetgeving, zoals de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Wet op het financieel toezicht (Wft) krijgen ook met strafrechtelijke begrippen als “witwassen” en “terrorisme financieren” te maken.

Het begrip “financiering van terrorisme” in het voorgestelde artikel 421

In het wetsvoorstel werd voorgesteld een nieuwe titel XXXI. in het Wetboek van Strafrecht op te nemen:

TITEL XXXI. FINANCIEREN VAN TERRORISME
Artikel 421
1. Als schuldig aan het financieren van terrorisme wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie:
a. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf;
b. hij die zich of een ander opzettelijk middelen of inlichtingen verschaft dan wel opzettelijk voorwerpen verzamelt, verwerft, voorhanden heeft of aan een ander verschaft, die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in:
– de artikelen 117 tot en met 117b alsmede artikel 285, indien dat misdrijf is gericht tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen;
– de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, de artikelen 161quater, 173a en 284a alsmede de artikelen 140, 157, 225, 310 tot en met 312, 317, 318, 321, 322 en 326, indien het feit opzettelijk wederrechtelijk handelen betreft met betrekking tot kernmateriaal;
– de artikelen 162, 162a, 166, 168, 282a, 352, 385a tot en met 385d;
– de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 121 tot en met 123, 140, 157, 161, 161bis, 161sexies, 164, 170, 172, 287, 288 en 289, indien het feiten betreft die worden gepleegd door middel van het opzettelijk wederrechtelijk tot ontlading of ontploffing brengen van een springstof of ander voorwerp, of het laten vrijkomen, verspreiden of inwerken van een voorwerp, waardoor levensgevaar, gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke materiële schade te duchten is.
2. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Interessant is dat het begrip “financieren” van terrorisme een heel ruim gebied van activiteiten omvat, nl. het opzettelijk,

  • zichzelf (!) of een ander middelen of inlichtingen verschaffen, of
  • voorwerpen verzamelen, verwerven, voorhanden hebben of aan een ander verschaffen,

als die middelen/inlichtingen/voorwerpen geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, dienen om geldelijke steun te verlenen aan een terroristisch misdrijf. De grote vraag is natuurlijk wanneer sprake is van opzet, zeker als iemand inlichtingen verschaft. Ook rondom begrippen als “geldelijke steun verlenen” en dit “middellijk” doen, kunnen vele vraagtekens worden gezet.

Deze bepaling komt naast alle andere bepalingen in ons strafrecht die op terrorisme betrekking hebben en dat zijn er inmiddels een respectabel aantal.

Is de nieuwe strafbepaling wel nodig; relatie met FATF standpunt

In het verslag van 5 februari jl. worden een groot aantal vragen gesteld. De VVD merkt op:

In het wetsvoorstel wordt aangegeven dat het tot stand is gekomen na kritiek van de Financial ActionTask Force (FATF) op de Nederlandse wijze van strafbaarstelling van het financieren van terrorisme, namelijk via de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen ex artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de strafbaarstelling van deelneming aan een terroristische organisatie ex artikel 140a jo. 140, vierde lid Sr. Deze leden vragen de regering of het inderdaad klopt dat internationale verdragen dwingen tot een autonome strafbaarstelling van de financiering van terroristische activiteiten. Wat is de status van de FATF en kan deze organisatie bindende verplichtingen opleggen? Wat zouden de gevolgen vanuit internationaal oogpunt zijn als er naar aanleiding van de kritiek van de FATF niet zou zijn gekozen voor het presenteren van een wetsvoorstel met een autonome strafbaarstelling van financiering van terroristische activiteiten? Wat zijn de Nederlandse overwegingen geweest een autonome strafbaarstelling voor te stellen? Is er binnen de FATF voldoende aandacht voor staten waarin het financieren van terroristische activiteiten in het geheel nog niet strafbaar is? Dringt de Nederlandse regering erop aan dat de FATF ook ten opzichte van die landen druk uitoefent te komen tot een effectieve aanpak van terrorisme?

Ook de PvdA stelt dergelijke vragen:

Deze wetswijziging wordt voorgesteld op advies van de FATF. De regering is van mening dat de huidige uitwerking van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (VN Verdrag) hetzelfde doel bereikt als het wetsvoorstel dat nu voorligt. Is er ruimte geweest in de beoordeling van het advies van de FATF niet te volgen omdat, in de geest van het verdrag, is voldaan aan de verdragsrechtelijke plicht? Kan worden aangegeven hoe die afweging tot stand is gekomen? Ook het College van procureurs-generaal concludeert in haar advies dat de huidige regelgeving reeds voldoet aan de voorwaarden gesteld in de Interpretive Note (verbindende uitleg) van de FATF. Waarom is tóch besloten tot het aanpassen van de huidige regeling? Kan de regering bij de beantwoording van deze vraag de dubbele strafbaarheid betrekken? Immers, een van de redenen die de FATF noemt voor de aanpassing van de huidige regelgeving zijn de problemen die zouden kunnen ontstaan bij het verlenen van wederzijdse internationale rechtshulp als gevolg van het ontbreken van de dubbele strafbaarheid. Deelt de regering de mening van de FATF dat bij een rechtshulpverzoek problemen kunnen ontstaan ten aanzien van de dubbele strafbaarheid? Is uit de rechtspraktijk gebleken dat dit probleem bestaat? Zo ja, kan de regering daar voorbeelden van geven? Als er nog geen voorbeelden uit de rechtspraktijk zijn, waarop baseert de regering en de FATF dan dat vermoeden?

De regering is van mening dat onder de huidige regelgeving terrorismefinanciering in beginsel ook met toepassing van artikel 46 Sr effectief kon worden bestreden. Is het onderhavige wetsvoorstel een beperking of een uitbreiding ten opzichte van de huidige regeling? Zo ja, wil de regering op die beperking of uitbreiding ingaan en daarin tevens aangeven wat die verandering tot gevolg heeft voor de rechtspraktijk?

De regering werkt door middel van dit wetsvoorstel nadere adviezen van de FATF uit om personen of instanties die meewerken aan het financieren van terroristische misdrijven of pogingen daartoe strafbaar te stellen. (…)

Kritische vragen komen ook van SP en D66:

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Zij constateren dat het wetsvoorstel beoogt het financieren van terrorisme uitdrukkelijk en expliciet strafbaar te stellen en dat hiertoe een nieuw artikel 421 Sr wordt geïntroduceerd. Naar huidig recht is het financieren van daden van terrorisme vervolgbaar als strafbare voorbereiding van een ernstig misdrijf ex artikel 46 Sr. Daarnaast is naar huidig recht het verlenen van geldelijke steun aan een terroristische organisatie strafbaar als deelneming aan die organisatie. Kan de regering toelichten tot welke problemen de huidige mogelijkheden leiden en waarom een nieuw artikel nodig c.q. wenselijk is? De regering stelt ervan overtuigd te zijn dat terrorismefinanciering in beginsel ook met toepassing van artikel 46 Sr effectief kan worden bestreden. Kan de regering inzicht bieden in de resultaten tot nu toe? Hoeveel personen en organisaties zijn de laatste jaren op grond van deze bepalingen aangepakt? Worden er momenteel personen niet vervolgd ten aanzien van wie dat wel wenselijk zou zijn? Welk probleem lost dit wetsvoorstel op? (…)

De leden van de D66- fractie begrijpen dat het voorliggende wetsvoorstel voortkomt uit de verplichtingen die Nederland heeft jegens de FATF en haar aanbeveling en voorkeur voor een autonome strafbaarstelling. Desondanks blijft de regering overtuigd dat terrorismefinanciering in beginsel ook met toepassing van artikel 46 Sr effectief kan worden bestreden. Kan de regering scherp toezien op de toegevoegde waarde van dit wetsvoorstel en is er in dat kader ruimte voor een mogelijke evaluatie? Als dit wetsvoorstel daadwerkelijk overbodig blijk te zijn, is intrekking dan mogelijk in overleg met de FATF?

Compliance

Er worden ook vragen gesteld die betrekking hebben op de positie van financiële instellingen, die met deze strafbaarstelling rekening moeten houden:

De leden van de PvdA-fractie vragen of dit in de praktijk niet tot problemen zal leiden. In hoeverre moet een financiële instelling alert zijn als een cliënt gebruik wil maken van haar diensten en deze cliënt ooit veroordeeld is voor een terroristisch misdrijf of deelname aan een terroristische organisatie? Wordt van de financiële instelling verwacht dit te melden bij de politie of het Openbaar Ministerie (OM)? Als de financiële instelling het niet meldt en toch sterk het vermoeden heeft dat er iets niet klopt, kan de financiële instelling dan vervolgd worden voor medeplichtigheid aan het financieren van terrorisme of een poging daartoe? Kan in deze casus sprake zijn van voorwaardelijk opzet? Kan de regering ingaan op deze casus?

Het vervolg

Het is interessant om te zien wat het vervolg van dit voorstel zal zijn.

Meer informatie: het dossier bij overheid.nl, site Eerste Kamer