Posts tagged ‘DNB’

27 februari 2013

Trustkantoor is financiële instelling

door mr R.W. van der Grinten

In tegenstelling tot wat enkele auteurs zoals Frielink (Toezicht trustkantoren in Nederland, eerste druk, pagina 2)  en Lugard (Tijdschrift voor Compliance, 2006-04) in het verleden meenden, zijn trustkantoren weldegelijk financiële instellingen. In het onderstaande arrest wordt in r.o. 5 vastgesteld dat: ´´Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het toezicht uit hoofde van de Wtt valt onder de taken en bevoegdheden van DNB als genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wtt volgt dat een ruime uitleg wordt gegeven aan het begrip financiële instellingen en dat trustkantoren door de wetgever worden aangemerkt als financiële instellingen.´´

In het onderstaande arrest wordt bevestigd dat DNB niet op basis van een WOB procedure gesommeerd kan worden inzage te geven in allerhande niet publiek voorhanden zijnde stukken. Ook wordt bevestigd dat DNB wel rekening heeft te houden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals verwoord in de Awb.

Hierna volgt de integrale tekst van arrest 201208382/1/A3.

Datum uitspraak: 23 januari 2013

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK van de Raad van State

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B en S Management Rhoon B.V., gevestigd te Poortugaal, gemeente Albrandswaard (hierna: BSMR),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 januari 2011 inzaak nr. 10/3221 in het geding tussen:

BSMR

en

De Nederlandsche Bank N.V (hierna: DNB).

Procesverloop

Bij brief van 16 maart 2010 heeft DNB een verzoek van BSMR om openbaarmaking van documenten afgewezen.

Bij besluit van 22 juli 2010 heeft DNB het door BSMR daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 13 januari 2011 heeft de rechtbank het door BSMR daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het door BSMR gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft BSMR bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb) hoger beroep ingesteld.

DNB heeft een verweerschrift ingediend.

Bij uitspraak van 2 februari 2012 heeft het CBb zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep van BSMR kennis te nemen en bepaald dat het hoger beroep met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht zal worden doorgezonden aan de Afdeling.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 december 2012, waar BSMR, vertegenwoordigd door haar [directeur], en DNB, vertegenwoordigd door mr. S.M.C. Nuyten, advocaat te Amsterdam en mr. E. Kogan, werkzaam bij DNB, zijn verschenen.

Overwegingen

1.  Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) is deze wet van toepassing op de volgende bestuursorganen:

a.  (…);

b.  (…);

c.  (…);

d.  andere bestuursorganen, voor zover niet bij algemene maatregel van bestuur uitgezonderd.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat het daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998, heeft De Nederlandsche Bank tot taak het uitoefenen van toezicht op financiële instellingen op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder j, van de Wet toezicht trustkantoren (hierna: Wtt) wordt in die wet en de daarop berustende bepalingen onder toezichthouder verstaan: De Nederlandsche Bank N.V.

Ingevolge artikel 12, eerste lid, worden gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde omtrent afzonderlijke rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, zijn ontvangen, niet gepubliceerd en zijn deze geheim.

Ingevolge het tweede lid is het aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge deze wet verstrekt of van een instantie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, verkregen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en bescheiden ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit bestuursorganen WNo en Wob (hierna: het Besluit) is als bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, van de Wob uitgezonderd: de Nederlandsche Bank N.V., voor zover belast met de werkzaamheden die voortvloeien uit dan wel verband houden met haar taken op grond van de artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, en 3 van de Bankwet 1998, en haar taken en bevoegdheden ingevolge artikel 4, eerste lid van de Bankwet 1998, de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het notarisambt en de Wet op het financieel toezicht, alsmede, voor zover nog van toepassing op grond van de artikelen 2a, 5, 8, 17, 18, 19, 20a, 22, 25a, 46 en 49 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet, de Pensioen- en spaarfondsenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling zoals deze luidden op 31 december 2006.

2.  Bij brief van 5 februari 2010 heeft BSMR DNB op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van vergunningaanvragen van BSMR, Adcomp en Forum. Tevens ziet het verzoek op dossiers over virtuele kamerverhuur en het risicoanalyse-dossier met betrekking tot advocatenkantoor Nauta Dutilh.

Bij brief van 16 maart 2010 heeft DNB zich op het standpunt gesteld dat zij op grond van artikel 1a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wob gelezen in samenhang met artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit is uitgezonderd van de toepassing van de Wob. Hiertoe heeft zij in aanmerking genomen dat onder artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998 ook de toezichtwerkzaamheden vallen die zij op grond van de Wtt uitoefent.

Aan het besluit van 22 juli 2010 tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van BSMR heeft DNB ten grondslag gelegd dat de Wob niet op haar van toepassing is, wat maakt dat haar beslissing op het verzoek van BSMR van 16 maart 2010 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van deAlgemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar kon worden gemaakt.

3.  De rechtbank heeft geoordeeld dat DNB zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de verwijzing in artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit naar de taken en de bevoegdheden van DNB op grond van artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998 mede ziet op het toezicht uit hoofde van de Wtt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat DNB met betrekking tot de door BSMR opgevraagde informatie niet kan worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van de Wob.Voorts komt DNB op grond van artikel 12, eerste lid, van de Wtt evenmin de bevoegdheid toe om de door BSMR gevraagde informatie openbaar te maken.

Onder verwijzing naar jurisprudentie van de Afdeling heeft de rechtbank evenwel geoordeeld dat DNB zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de brief van 16 maart 2010 niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Gelet hierop heeft DNB het door BSMR gemaakte bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, aldus de rechtbank.

4.  BSMR betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat DNB niet kan worden aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van de Wob. Hiertoe voert zij aan dat het toezicht dat aan DNB is toegewezen op grond van de Wtt niet valt onder de werkzaamheden genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998. Voorts heeft de rechtbank miskend dat zij niet als financiële instelling kan worden gekwalificeerd als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998, nu zij geen financiële instelling is maar handelsactiviteiten onderneemt. Ten slotte heeft de rechtbank ten onrechte aangenomen dat de gevraagde documenten onder artikel 12 van de Wtt vallen.

5.  Mede gelet op haar uitspraak van 30 maart 2011 in zaak nr.<a target=”_blank” href=”http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?verdict_id=QM4ou8ZgxGM%3D”>201007835/1/H3</a>is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank met juistheid en op goede gronden heeft geoordeeld dat de brief van 16 maart 2010 als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb moet worden aangemerkt.

Het verzoek van BSMR heeft betrekking op stukken die DNB op grond van de Wtt onder zich heeft.

Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het toezicht uit hoofde van de Wtt valt onder de taken en bevoegdheden van DNB als genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Bankwet 1998. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wtt volgt dat een ruime uitleg wordt gegeven aan het begrip financiële instellingen en dat trustkantoren door de wetgever worden aangemerkt als financiële instellingen. Met juistheid heeft de rechtbank dan ook geoordeeld dat DNB met betrekking tot de door BSMR verzochte openbaarmaking van documenten als bestuursorgaan in de zin van de Wob is uitgezonderd. Nu de Wob op het verzoek van BSMR niet van toepassing is, wordt aan een toets aan artikel 2, eerste lid, van de Wob, gelezen in samenhang met artikel 12, eerste lid, van de Wtt, niet toegekomen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank met juistheid het beroep gegrond verklaard, het besluit van 22 juli 2010 vernietigd en het bezwaar alsnog ongegrond verklaard.

6.  Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7.  Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. G. Snijders, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van staat.

w.g. Van Altena  w.g. Klein

voorzitter  ambtenaar van staat

Tags: ,
19 februari 2013

DNB onderzoekt gedrag & cultuur bij trustkantoren

door mr R.W. van der Grinten

Onderstaand een nieuwsbericht van DNB.

Datum 15 februari 2013

In februari 2013 start DNB een onderzoek naar gedrag & cultuur bij 4 trustkantoren. Wat houdt dat in, toezicht op gedrag & cultuur en wat betekent dit onderzoek voor trustkantoren? Een interview met Melanie de Waal en Ingeborg Rademakers, toezichthouders bij het Expertisecentrum Cultuur, Organisatie en Integriteit van DNB.

Wat voor onderzoek gaat DNB doen?

‘In februari start onderzoek naar het gedrag & cultuur van twee grotere trustkantoren en twee kleinere trustkantoren. Daarvoor houden we gesprekken met de bestuursleden en de compliance officers, en zullen we ook vergaderingen bijwonen.    We kijken vooral naar de besluitvorming en leiderschap, de gedragspatronen en groepsdynamiek die deze kunnen versterken of verzwakken. Hierbij spelen de dieperliggende waarden en overtuigingen, ofwel de mindset, binnen een trustkantoor ook een rol. Al deze begrippen zijn nieuw voor de trustsector en het onderzoek zal mede behulpzaam zijn om bestuurders van trustkantoren hier meer inzicht in te bieden.’

Waarom besteedt DNB vanuit het toezicht aandacht aan gedrag & cultuur bij trustkantoren?

Het gedrag en de cultuur bij een trustkantoor heeft grote invloed op de financiële prestaties, de aandacht voor integriteitsrisico’s en de reputatie van trustkantoren, en daarmee breder ook op het vertrouwen in de financiële sector. Door binnen het toezicht specifiek te kijken naar gedrag en cultuur aspecten bij de trustkantoren kunnen we (integriteits)risico’s die samenhangen met het gedrag en de cultuur binnen een trustkantoor in een vroeg stadium op het spoor komen en beïnvloeden. Een dominante bestuurder die weinig tegenspraak duldt, loopt bijvoorbeeld het risico dat hij te weinig luistert naar de mening van de compliance officer, die hem waarschuwt voor bepaalde integriteitsrisico’s bij de cliëntacceptatie. Daardoor kunnen klanten geaccepteerd worden die niet voldoen aan de integriteitseisen.

Wat betekent dit onderzoek voor trustkantoren?

Trustkantoren spelen als poortwachter een belangrijke rol in het bewaken van de integriteit van de financiële sector. Zij hebben er belang bij dat het vertrouwen in de financiële sector niet wordt geschaad door gedrag dat een risico vormt voor hun prestaties, integriteit en reputatie en andersom.

DNB wil met dit onderzoek de bestuurders van de trustkantoren een spiegel voorhouden. Het zet aan tot discussie over het eigen gedrag en de eigen cultuur, waarbij zowel de goede voorbeelden als de verbeterpunten aan de orde komen. Daar waar wij risico’s signaleren, verwachten we dat trustkantoren zelf met verbeteracties komen en deze in gang zetten. De algemene resultaten van dit onderzoek zal DNB na afronding van het onderzoek presenteren aan de sector.

Tags: ,
19 februari 2013

DNB doet in 2013 onderzoek naar doorstroomvennootschappen

door mr R.W. van der Grinten

Onderstaand een nieuwsbericht van DNB over onderzoek naar doorstroomvennootschappen.

Datum 15 februari 2013

Begin 2013 is DNB een themaonderzoek gestart naar doorstroomvennootschappen bij trustkantoren. De cliënten van doorstroomvennootschappen, ook wel ‘inhouse’-vennootschappen genoemd, vallen namelijk sinds 1 juli 2012 onder de Wtt.

Start themaonderzoek doorstroomvennootschappen

Sinds 1 juli 2012 vallen de doorstroomvennootschappen binnen de reikwijdte van de Wtt en daarmee binnen het toezicht van DNB, omdat aan de cliënten van deze doorstroomvennootschappen en de transacties die daarmee gepaard gaan integriteitsrisico’s zijn verbonden. Deze risico’s zijn voor DNB voldoende aanleiding om begin 2013 het themaonderzoek ‘Doorstroomvennootschappen bij trustkantoren’ te starten.

In dit onderzoek kijkt DNB naar de dienstverlening aan cliënten via doorstroomvennootschappen en in het bijzonder naar consultancydiensten, waar DNB in 2012 uitvoerig onderzoek naar heeft gedaan, leningen en royalties. Binnen één doorstroomvennootschap worden vaak verschillende cliënten bedient en zijn er dus meerdere geldstromen. Dit bemoeilijkt de monitoring van de geldstromen alsook het inzicht in de onderbouwing van de transacties, wat doorstroomvennootschappen tot een risicovolle trustdienst maakt.    Van de trustkantoren wordt verwacht dat ze de clientacceptatiedossiers voor de cliënten in de doorstroomvennootschapen op gelijke wijze inrichten als voor bestaande Wtt-klanten. DNB zal bij onvoldoende naleving van de normen bij doorstroomvennootschappen direct handhavend kunnen optreden.

Doorstroomvennootschap

Per 1 juli 2012 is de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) gewijzigd waardoor als trustdienst wordt aangemerkt het ten behoeve van een cliënt gebruikmaken van een vennootschap die tot dezelfde groep behoort als het trustkantoor.    De wettelijke verplichtingen zien niet alleen op bestaande trustkantoren. Ook andere  partijen, onder meer belastingadviseurs en juridisch adviesbureaus, die voor hun cliënten gebruik maken van deze zogenoemde inhouse- of doorstroomvennootschappen zijn verplicht een trustvergunning aan te vragen. Een voorbeeld van een doorstroomvennootschap bij een niet-trustkantoor is de belastingadviseur die zijn cliënt een royaltystructuur adviseert en tevens aanbiedt dat de cliënt voor deze structuur gebruik kan maken van een vennootschap van de belastingadviseur.

Eisen aan de bedrijfsvoering

De wettelijke eisen die gelden voor de dienstverlening aan cliënten door middel van een eigen doorstroomvennootschap zijn vergelijkbaar met de Wtt-normen zoals die gelden voor doelvennootschappen van trustkantoren. Zo bepaalt de wet dat het trustkantoor moet voldoen aan de ‘ken-uw-klant’ eisen  en de verdere vereisten voor cliëntacceptatie; zoals kennis van het doel van de  dienstverlening aan de cliënt en de herkomst en bestemming van de middelen. Tot slot zal het trustkantoor ook een individuele risicoanalyse moeten maken van de cliënt.

Aandacht voor Meldingen Ongebruikelijke Transacties

DNB besteedt in 2013 extra aandacht aan het wijzen van trustkantoren op de verplichting om Meldingen Ongebruikelijke Transacties (MOT) te melden aan de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU). Ook voor ongebruikelijke transacties van cliënten in doorstroomvennootschappen geldt dat trustkantoren deze moeten melden aan FIU-Nederland. DNB verwijst voor extra informatie, uitleg over de meldindicatoren en FAQ over MOT-meldingen naar de website van FIU-Nederland.

19 februari 2013

Wijzigingen van de WWFT per 1 januari 2013 in werking getreden

door mr R.W. van der Grinten

Onderstaand een nieuwsbericht van DNB over de wijzigingen van de WWFT per 1 januari 2013.

Datum 5 februari 2013

Op 1 januari 2013 is een wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) in werking getreden die strekt tot aanvulling en verbetering van de wet. DNB vindt het belangrijk dat instellingen bijdragen aan een schone sector en zich niet inlaten met financieel economische criminaliteit. De aanpassingen van de WWFT verduidelijken onder andere het cliëntenonderzoek, waardoor doelgerichter toezicht kan plaatsvinden.

Aanpassingen cliëntenonderzoek

De meeste wijzigingen betreffen een verduidelijking van de bepalingen over het cliëntenonderzoek. De WWFT bepaalt nu duidelijker dat de instelling de uiteindelijk belanghebbende altijd geïdentificeerd moet hebben, maar dat de verificatie risicogebaseerd kan plaatsvinden. Tevens bepaalt de wet dat de instelling de verzamelde informatie over de cliënt actueel moet houden. Ook zijn nu expliciete bepalingen opgenomen voor het identificeren en verifiëren van de vertegenwoordiger, de personenvennootschap en de trust. Een groot deel van de aangescherpte bepalingen waren al in de DNB Leidraad WWFT/SW opgenomen en zijn daarom al gangbare praktijk voor de banken en de levensverzekeraars. Met andere woorden, de wet is explicieter geworden.

Vereisten voor PEP’s

Een nieuw vereiste is dat de instelling niet alleen van de cliënt, maar nu ook van de uiteindelijk belanghebbende moet controleren of deze een politiek prominent persoon (politically-exposed person, PEP) is. Ook nieuw is het vereiste dat PEP’s die in Nederland wonen maar een niet-Nederlandse nationaliteit hebben, onder het verscherpte cliëntenonderzoek vallen. Voor levensverzekeraar is er echter een uitzondering gemaakt voor deze extra maatregelen voor buitenlandse PEP’s die in Nederland wonen.    Door de nieuwe maatregelen die voor PEP’s zijn gaan gelden, dienen instellingen over het algemeen hun systemen aan te passen. DNB heeft daarom besloten tot 1 april 2013 een zekere coulance te betrachten bij het handhaven van die gewijzigde bepalingen die een materiele aanpassing van de systemen vereisen.

Monitoring en melden ongebruikelijke transacties

De WWFT stelt nu ook expliciet dat instellingen aandacht moeten besteden aan ongebruikelijke transactiepatronen en transacties die naar hun aard een hoger risico inhouden. Ook moeten instellingen maatregelen te treffen ter voorkoming van risico’s die samenhangen met het gebruik van nieuwe technologieën. Een verdere wijziging betreft de bepaling dat de meldtermijn voor ongebruikelijke transacties weer onverwijld is geworden. Dit was overigens al zo onder de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties die in 2008 is ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WWFT.

WWFT thema-onderzoeken

DNB start in 2013 weer diverse thema-onderzoeken waarbij DNB onder meer zal kijken naar de naleving van de WWFT. Instellingen die in deze thema-onderzoeken betrokken worden, zijn bijkantoren van in Nederland gevestigde buitenlandse banken waarbij aandacht zal worden besteed aan controles van het betalingsverkeer en correspondentrelaties, en banken en levensverzekeraars waarbij de voortdurende controle van klanten en monitoring van activiteiten aan de orde zal komen.

Tags: , ,
2 november 2012

Aanpassing DNB-internetpagina’s over trustkantoren

door Ellen Timmer

Blijkens een bericht van DNB zijn een aantal internetpagina’s over trustkantoren op de website van DNB aangepast. Hierna volgt het overzicht dat DNB geeft, met de links naar de gewijzigde pagina’s.

  • Trustkantoren – overzicht markttoegang – nieuw
  • Introductie Trustkantoren – gewijzigd
  • Wat is een Trustkantoor – gewijzigd
  • Wat is een trustdienst? – nieuw
  • Doorstroomvennootschap of inhouse-vennootschap – Wtt – nieuw
  • Termijn voor behandeling vergunningaanvraag trustkantoor – gewijzid
  • Vereisten voor een vergunning van een trustkantoor – gewijzigd
  • Begrip bemiddelen Wet Toezicht Trustkantoren – gewijzigd
  • Groepsbegrip onder de Wet Toezicht Trustkantoren – gewijzigd
  • Indienen stukken vergunning trustkantoor – gewijzigd
  • Vragen over de aanvraag van een vergunning voor trustkantoren – gewijzigd
  • Kosten aanvraag vergunning trustkantoor – gewijzigd 
  • Register trustkantoren – gewijzigd
11 juli 2012

DNB publiceert tweede nieuwsbrief voor trustkantoren

door Compliance Platform Trustkantoren

In maart 2012 publiceerde DNB de eerste nieuwsbrief voor trustkantoren. In juli 2012 verscheen de tweede nieuwsbrief; aan deze nieuwsbrief heb ik in de vorige drie berichten op dit weblog aandacht besteed.

U kunt zich abonneren op deze nieuwsbrief. U krijgt dan een e-mailbericht op het moment dat er een nieuwe nieuwsbrief verschijnt.
Klik hier om u aan te melden.

Tags: