5 september 2012

Studentenscriptie over de internationale sanctielijsten

door Ellen Timmer

Een Belgische student, Didier De Prins, schreef een scriptie over de juridische aspecten van de sanctielijsten, te vinden via de site allescripties.nl ‘Terrorismefinanciering: de blacklists met personen en organisaties’, om te downloaden is registratie nodig.

Hij beschrijft de internationale regelgeving en de regelgeving in België. In zijn conclusie schrijft hij onder mee:

De blacklists en de gerelateerde bevriezing van tegoeden zijn een adequaat instrument voor de preventieve bestrijding van terreurdaden, desniettegenstaande bevinden ze zich in een conflictrelatie met het recht op een eerlijk proces.

27 augustus 2012

Proefschrift “Regulering van de Nederlandse trustsector” door Melis van der Wulp

door Ellen Timmer

Op 27 september a.s. verwacht Melis van der Wulp te promoveren op een proefschrift, getiteld “Regulering van de Nederlandse trustsector | Strafrechtelijke handhaving van financiële toezichtwetgeving betreffende trustkantoren“. Het boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Kerckebosch. Het boek ligt boven aan mijn stapel van leesvoornemens.

16 augustus 2012

De ene beleidsbepaler is de andere niet

door Ellen Timmer

Het financiële toezichtrecht is een volledig eigen circuit, met eigen terminologie en een geheel eigen aanpak. Zo kent het financiële toezichtrecht een eigen begrip ‘beleidsbepaler’ dat geheel afwijkt van wat in het rechtspersonenrecht als zodanig wordt aangeduid [1].

Op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) dienen beleidsbepalers bij ondernemingen die onder toezicht staan, getoetst te worden door de overheid, te weten door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) respectievelijk De Nederlandsche Bank (DNB).  Artikel 4:9 Wft schrijft voor dat degenen die het dagelijks beleid bepalen worden getoetst op geschiktheid en vakbekwaamheid; artikel 4:10 Wft betreft de toetsing van de betrouwbaarheid van beleidsbepalers. Het begrip ‘beleidsbepaler’ wordt in de Wft zelf niet nader toegelicht. Opmerkelijk genoeg is die nadere uitwerking ook niet in de recent in werking getreden Beleidsregel geschiktheid 2012 te vinden.

Ook voor trustkantoren geldt dat de beleidsbepalers worden getoetst, nl. op grond van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) door DNB. Ook hier geldt de Beleidsregel geschiktheid 2012.

Beleidsbepaler bij de AFM (financieel dienstverleners)
De toelichting op ‘beleidsbepaler’ is bij de AFM wel op een heel opmerkelijke plaats te vinden, nl. in de toelichting bij het formulier waarmee de vergunning kan worden aangevraagd [2], de zgn. ‘invulinstructie’. De instructie maakt onderscheid tussen:

  • Dagelijks beleidsbepalers
  • Medebeleidsbepalers
  • Toezichthouders

Dagelijks beleidsbepalers
Dagelijks beleidsbepalers zijn volgens de instructie van de AFM:

  • De personen die formeel de positie van bestuurder binnen de onderneming bekleden (statutair bestuurders). Deze personen staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Iedereen die formeel de positie van bestuurder heeft, is volgens de AFM dagelijks beleidsbepaler, ongeacht zijn of haar portefeuille en ongeacht of hij of zij gebruik maakt van de bij die functie behorende bevoegdheden.
  • De personen die formeel niet de positie van statutair bestuurder bekleden, maar feitelijk de dagelijkse leiding hebben binnen de onderneming. De AFM geeft het volgende voorbeeld: een medewerker van uw onderneming heeft een volledige volmacht en staat in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven als procuratiehouder zonder beperkingen [3]. Deze persoon kan volgens de AFM kwalificeren als een dagelijks beleidsbepaler.

Medebeleidsbepalers
Volgens de instructie van de AFM zijn dit personen die “invloed van betekenis kunnen uitoefenen op de dagelijkse leiding” van de onderneming. Medebeleidsbepalers zijn volgens de AFM:

  • de personen die meer dan 50% van de aandelen of zeggenschap hebben in de onderneming.
  • de personen die feitelijk invloed van betekenis kunnen uitoefenen op de dagelijkse leiding van uw onderneming.

Nu de AFM het bij ‘personen’ altijd over natuurlijke personen heeft, is de vraag wat het eerste criterium betekent als de aandeelhouder een rechtspersoon is. Is de indirecte uiteindelijke belanghebbende (directeur-grootaandeelhouder) dan medebeleidsbepaler, of gaat het om de statutair bestuurders van de aandeelhouder?

Verder wordt er door de AFM een raadselachtig onderscheid gemaakt tussen “feitelijk de dagelijkse leiding hebben” (beleidsbepaler) en “personen die feitelijk invloed van betekenis kunnen uitoefenen” (medebeleidsbepalers) .

Toezichthouders
Volgens de instructie worden personen die toezicht houden op het bestuur van de onderneming aangemerkt als toezichthouders. Toezichthouders zijn in ieder geval:

  • De personen die formeel de positie van toezichthouder bekleden binnen de onderneming (bijvoorbeeld: leden van de raad van commissarissen en raad van toezicht).
  • De personen die feitelijk toezicht houden op het bestuur van de onderneming.

Interessant is dat de invulinstructie een “feitelijke toezichthouder” introduceert.

Beleidsbepaler bij DNB
DNB heeft de informatie eveneens in de toelichting op het vergunningaanvraagformulier verstopt. DNB vraagt naar de gegevens inzake de “Bestuurders, commissarissen, (mede)beleidsbepalers” van het trustkantoor. In een voetnoot schrijft DNB “Bestuurder: eigenaren van éénmanszaken of beherende vennoten van een commanditaire vennootschap of vennoten van een vennootschap onder firma zijn ook bestuurder.” Het begrip (mede)beleidsbepaler wordt niet toegelicht.

De verschillende beleidsbepalers in de diverse wetten… (formulier betrouwbaarheidstoetsing)
Het meldingsformulier inzake beleidsbepalers en functies (formulier betrouwbaarheidstoetsing), zoals onder meer te vinden bij DNB (het is één formulier dat door alle bestuursorganen wordt gebruikt) levert boeiend leesvoer op. In dit formulier worden de verschillende begrippen overigens niet toegelicht.

Uit het overzicht op pagina 3 blijkt dat de verschillende wetten verschillende onderscheiden kennen.  Hierna het overzicht, met vermelding van de toetsing, G = geschiktheid, B = betrouwbaarheid:

Wet toezicht accountantsorganisaties(Wta)
Beleidsbepaler (B)
Medebeleidsbepaler (B)

Wet op het financieel toezicht (Wft)
(Dagelijks) beleidsbepaler (B+G)
Medebeleidsbepaler (B)
Lid van toezichthoudend orgaan (B+G)
Houder van een VVGB (meerderheidsbelang) (B)
Aanvrager van een VVGB (B)
Houder gekwalificeerd belang in een betaalinstelling (B)
Wettelijk vertegenwoordiger (alleen bij verzekeraars) (B+G)

Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt)
Bestuurder (B)
Dagelijks (mede) beleidsbepaler (B)
Persoon met benoemings- en ontslagrecht (B)
Houder van een gekwalificeerde deelneming (B+G)

Wet toezicht trustkantoren (Wtt)
Bestuurder (B+G)
Houder van een gekwalificeerde deelneming (B)
Commissaris (B+G)
(Mede) beleidsbepaler (B+G)

Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb)
(Mede) beleidsbepaler (B+G)

Pensioenwet (Pw)
(Mede) beleidsbepaler (B+G)

Tot slot
Al doet de AFM meer aan informatievoorziening dan DNB, het blijft opmerkelijk dat nadere informatie over het begrip ‘beleidsbepaler’, dat zo belangrijk is in het financiële toezicht, door beide bestuursorganen wordt verstopt in een toelichting bij de aanvraag voor een vergunning.

[1] In het rechtspersonenrecht is de ‘beleidsbepaler’ de persoon die feitelijk als statutair bestuurder optreedt, al is hij formeel niet als zodanig benoemd of ingeschreven. De wettelijke omschrijving luidt: “degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder“. Dat betekent dat gewone leidinggevenden niet onder dit begrip vallen.

[2] De vindplaats betreft de aanvraag voor de vergunning voor financieel dienstverleners. Wellicht dat dezelfde informatie in de invulinstructies voor andere Wft-plichtige ondernemers staat.

[3] Dat is opmerkelijk omdat deze eis ten aanzien van bestuurders niet wordt gesteld. Deze kunnen ook beperkt bevoegd zijn.

1 augustus 2012

Engelse vertaling Rib

door Compliance Platform Trustkantoren

Uit een bericht in de Confiad groep op LinkedIn blijkt dat Confiad aan belangstellende trustkantoren een Engelse vertaling van de Rib verkoopt, waarop tot 10 augustus 2012 kan worden ingetekend. Meer informatie op de website van Confiad.

Tags:
30 juli 2012

Trustkantoor in het nieuws door uitspraak Ondernemingskamer

door Ellen Timmer

Op 19 juli jl. is door de Ondernemingskamer een uitspraak gewezen in een zaak waarin een trustkantoor, Equity Trust, één van de bestuurders van een rechtspersoon was. Inmiddels zijn al diverse artikelen over deze zaak verschenen, onder meer:

De complete uitspraak is door het FD op het internet gezet. In de uitspraak concludeert de Ondernemingskamer dat sprake is van wanbeleid. Ter zake van de individuele verantwoordelijkheid van ieder van de (voormalige) bestuurders en beleidsbepalers, merkt de Ondernemingskamer op dat hen een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.

Over het trustkantoor zegt de Ondernemingskamer dat deze uitsluitend op instructie van de feitelijke opdrachtgever heeft gehandeld en geen eigen afweging heeft gemaakt over de toelaatbaarheid van die instructies (par. 3.61, 3.64). Aan Equity Trust valt daarom een ernstig verwijt te maken en het trustkantoor is verantwoordelijk voor de situatie die nu het voortbestaan van de onderneming bedreigt, aldus de rechter (par. 3.63). De Ondernemingskamer besluit dat het trustkantoor naast twee andere bestuurders voor het geheel aansprakelijk is voor de kosten van het onderzoek (par. 3.67).

De uitspraak illustreert dat trustkantoren te maken hebben met dezelfde wettelijke bepalingen als andere statutair bestuurders. Zij mogen zich niet alleen laten leiden door de belangen van hun feitelijke opdrachtgevers, maar moeten ook rekening houden met de belangen van anderen die bij de doelvennootschap zijn betrokken. Het zonder kritische toetsing uitvoeren van instructies van aandeelhouders en uiteindelijke belanghebbenden, kan tot bestuurdersaansprakelijkheid leiden.

Aanvulling 20 augustus 2012
Opmerkelijk is dat de uitspraak wel een nummer op rechtspraak.nl heeft, nl. BX4160 maar dat de uitspraak blijkens het bericht op rechtspraak.nl ” is ingetrokken door de centrale redactie”. Ik ben benieuwd wat hier achter steekt.

Aanvulling 12 december 2012
Inmiddels is de geanonimiseerde uitspraak terug op de rechtspraak.nl site, nu onder nummer BY5611.

Aanvulling 24 april 2014
Op 4 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de cassatieprocedure over de in dit artikel genoemde uitspraak, zie mijn bericht.
In juli 2012 publiceerde het FD de complete pdf-versie van de uitspraak van de Ondernemingskamer. Inmiddels staat in de huidige versie van het artikel (alleen toegang voor abonnees) dat het om een “ongepubliceerd arrest” gaat. De pdf-versie van de uitspraak staat nog steeds op het hierboven genoemde adres.

18 juli 2012

Beleidsregel geschiktheid 2012 (bericht DNB)

door Ellen Timmer

Op 9 juli 2012 heeft DNB bekend gemaakt dat op 1 juli de Beleidsregel geschiktheid 2012 in werking is getreden. DNB geeft in de kop van het bericht niet aan dat deze beleidsregel voor trustkantoren geldt (met de aanduiding “tk”) terwijl deze beleidsregel wel degelijk voor deze groep geldt, zoals uit de introductie blijkt: “Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) inzake de toetsing van de geschiktheid van beleidsbepalers krachtens (…) de Wet toezicht trustkantoren (Beleidsregel geschiktheid 2012)” (*).

xxx

Beleidsregel geschiktheid 2012

De Beleidsregel geschiktheid 2012 verduidelijkt wat de toezichthouders verstaan onder ‘geschiktheid’ en welke aspecten bij de toetsing van een beleidsbepaler in aanmerking worden genomen. Per 1 juli 2012 dienen zowel dagelijks beleidsbepalers als leden van het intern toezichthoudende orgaan van financiële ondernemingen geschikt te zijn voor de uitoefening van hun functie.

De Beleidsregel deskundigheid is per 1 juli aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet introductie geschiktheidseis. De beleidsregel heet vanaf nu Beleidsregel geschiktheid 2012.Met deze aanpassing van de beleidsregel voeren AFM en DNB een aantal kleinere aanpassingen door. In het najaar van 2012 zal een uitgebreide gezamenlijke evaluatie van de Beleidsregel geschiktheid 2012 worden uitgevoerd door de AFM en DNB. In deze evaluatie zullen ook ervaringen van de commissaris toetsingen die op dit moment worden uitgevoerd worden meegenomen.

Lees hier de volledige Beleidsregel geschiktheid 2012

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Beleidsregel deskundigheid 2011 zijn:

  • Aanpassing aan de terminologie van de Wet introductie geschiktheidseis [1] die per 1 juli 2012 in werking treedt. Daarin wordt de deskundigheidseis vervangen door een geschiktheidseis. De introductie van deze geschiktheidseis behelst geen inhoudelijke wijziging. De term ‘deskundig(heid)’ is vervangen door ‘geschiktheid’. Deze nieuwe term bestaat uit dezelfde componenten, namelijk ‘kennis’, ‘vaardigheden’ en ‘professioneel gedrag’.
  • Per 1 juli 2012 vallen alle verzekeraars in Groep A. De AFM en DNB hebben in de praktijk geconstateerd dat de criteria op basis waarvan bestuurders (en commissarissen) van natura-uitvaart-verzekeraars en onderlinge waarborgmaatschappijen met verklaring in Groep C worden getoetst, hen onvoldoende in staat stellen een oordeel te vormen over de geschiktheid van de te toetsen persoon. Daarom is er voor gekozen beide typen financiële ondernemingen over te hevelen naar Groep A. In deze Groep A kan op basis van principle based criteria iemands geschiktheid worden getoetst.
  • In de Beleidsregel geschiktheid 2012 wordt verduidelijkt dat beleidsbepalers uit Groep C ook getoetst kunnen worden op basis van de vereisten die worden gesteld in hoofdstuk 1. De AFM en DNB hebben geconstateerd dat de bestaande rule based toetsing van bestuurders (en commissarissen) van instellingen uit Groep C bij toetreding tot de markt hen in sommige gevallen onvoldoende in staat stelt een oordeel te vormen over de geschiktheid van de te toetsen persoon. In de Beleidsregel geschiktheid 2012 wordt daarom duidelijker tot uitdrukking gebracht dat financieel dienstverleners, ook kunnen worden getoetst op basis van de vereisten die worden gesteld in hoofdstuk 1, indien daar redelijke aanleiding voor bestaat.

______
[1] Dit betreft de Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet financiële markten BES en de Wet toezicht trustkantoren in verband met de introductie van de geschiktheidseis en de versterking van de samenwerking tussen de toezichthouders in het kader van de geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets(Stb. 2012, 7). Deze wijzigingswet treedt met ingang van 1 juli 2012 in werking; zie het Besluit van 18 januari 2012 (Stb. 2012, 23).

(*) Het valt op dat trustkantoren op meer pagina’s niet worden genoemd, zoals bij het meldingsformulier benoeming en bij toetsing bestuurders, commissarissen en andere beleidsbepalers. Zou men wellicht “tk” overal hebben vervangen door “gtk” (geldtransactiekantoren)?

11 juli 2012

Wat moet worden verstaan onder ‘bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen’ in de Wtt

door Ellen Timmer

Een belangrijke wijziging in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) per 1 juli 2012 is dat de bemiddeling bij de verkoop van rechtspersonen onder de Wtt-vergunningplicht is gebracht. Zie hierover ook het artikel dat ik met Van der Wulp schreef.

Een van de vragen die in verband hiermee rijzen, is wat in de Wtt onder ‘bemiddelen’ moet worden verstaan. Uit het besluit tot wijziging van de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (Rib), de tekst van het wijzigingsbesluit is hier (pdf) te vinden, blijkt hoe DNB hier over denkt. In het wijzigingsbesluit wordt in de toelichting over ‘bemiddelen’ het volgende gezegd (onderstreping door mij):

Onder bemiddelen wordt verstaan: als tussenpersoon werkzaam zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. Zodoende moet sprake zijn van meer dan slechts het met elkaar in contact brengen van partijen; de bemiddelaar verricht werkzaamheden om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Een enkele doorverwijzing zal dan ook in beginsel niet gelden als bemiddeling.

Bijzonder is dat als geen sprake is van enige Wtt-relevante activiteit, DNB van mening is dat het trustkantoor toch nog administratieve verplichtingen heeft. Want DNB schrijft in de toelichting dat het trustkantoor in de administratie moet vastleggen naar wie wordt verwezen:

Wel zal het trustkantoor ten behoeve van een integere bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, schriftelijk moeten vastleggen naar welke partijen verwezen wordt.

Dit levert de interessante vraag op of DNB wel verplichtingen aan trustkantoren kan opleggen terwijl doorverwijzing niet Wtt-plichtig is. Het lijkt me dat er een wettelijke basis nodig is, om een registratieplicht op te leggen inzake doorverwijzing.

Opmerkelijk is dat in de toelichting bij de wijziging van de Vrijstellingsregeling Wft over het begrip ‘bemiddelen’ niets wordt gezegd.

Tags:
11 juli 2012

Wijziging Regeling integere bedrijfsvoering Wtt

door Ellen Timmer

Op 3 juli 2012 heeft DNB de wijziging in de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt (Rib) bekend gemaakt. De tekst van het wijzigingsbesluit is hier (pdf) te vinden. Interessant is dat DNB in de toelichting ook ingaat op de vraag wat er onder ‘bemiddelen’ in de zin van de Wtt moet worden verstaan.

Het bijbehorende nieuwsbericht van DNB luidt:

Wijziging Regeling integere bedrijfsvoering Wtt

Nieuwsbericht
Datum 3 juli 2012

Naar aanleiding van wijzigingen in de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) wijzigt DNB de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt. De wijzigingen zullen worden gepubliceerd in de Staatscourant. Deze Regeling treedt in werking op de dag na het verschijnen van de Staatscourant waarin zij  gepubliceerd wordt en werkt terug tot en met 1 juli 2012.

Op 1 juli 2012 is de Wtt gewijzigd. Twee nieuwe activiteiten zijn als trustdienst onder de reikwijdte van de wet gebracht: het bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen én het ten behoeve van de cliënt gebruik maken van een zogenaamde doorstroomvennootschap. Deze uitbreiding maakt een aanvulling van de Regeling integere bedrijfsvoering Wtt noodzakelijk, om te verduidelijken hoe trustkantoren het cliëntenonderzoek moeten vormgeven bij het uitvoeren van deze twee nieuwe trustdiensten. Het ministerie van Financiën heeft een wijziging doorgevoerd in de Vrijstellingsregeling Wtt.

De wijzigingen worden gepubliceerd op Open Boek Toezicht en in het Staatsblad. Daarnaast publiceert DNB het feedbackdocument, met de analyse van de consultatiereacties nav de wijzigingen van de Regeling, op Open Boek Toezicht.

Tags:
11 juli 2012

DNB publiceert tweede nieuwsbrief voor trustkantoren

door Compliance Platform Trustkantoren

In maart 2012 publiceerde DNB de eerste nieuwsbrief voor trustkantoren. In juli 2012 verscheen de tweede nieuwsbrief; aan deze nieuwsbrief heb ik in de vorige drie berichten op dit weblog aandacht besteed.

U kunt zich abonneren op deze nieuwsbrief. U krijgt dan een e-mailbericht op het moment dat er een nieuwe nieuwsbrief verschijnt.
Klik hier om u aan te melden.

Tags:
11 juli 2012

Spelregels geschiktheidstoetsing, bericht DNB

door Ellen Timmer

Op dit weblog is al eerder gemeld dat de eisen die gesteld worden aan bestuurders en toezichthouders van trustkantoren worden gewijzigd. Onderstaand een bericht van DNB over de spelregels inzake geschiktheidstoetsing

Spelregels geschiktheidstoetsing

Nieuwsbericht
Datum 6 juli 2012

Vanaf 1 juli toetsen DNB en AFM niet alleen bestuurders, maar ook leden van Raden van Commissarissen en van Toezicht op hun geschiktheid, wat voorheen deskundigheid werd genoemd. Deze toetsing verloopt beter als de instellingen zich houden aan een paar spelregels.

Spelregels bij voorgenomen benoemingen

  • Onderbouwing geschiktheid
    DNB verwacht een schriftelijke onderbouwing van de geschiktheid van een persoon aan de hand van het functieprofiel en de overwegingen en besluitvorming benoeming. In de praktijk is deze informatie vaak erg summier of niet gerelateerd aan het functieprofiel. Dit leidt tot vertraging in het toetsingsproces, omdat DNB opnieuw het verzoek moet doen de gevraagde informatie aan te leveren.
  • Eerst kennis opdoen, daarna benoemen
    Een kandidaat moet beschikken over het gewenste kennisniveau vóórdat hij of zij wordt aangemeld als bestuurder of lid van de Raad van Commissarissen/Toezicht. Bij hoge uitzondering stemmen DNB/AFM in met benoemingen die van deze regel hiervan afwijken: en dan onder de strikte voorwaarde dat binnen een bepaalde periode de kennis alsnog wordt opgedaan, bijvoorbeeld door middel van een specifieke opleiding. Gebeurt dat niet, dan kan de toezichthouder alsnog een negatieve beslissing nemen.
  • Elk nieuw antecedent melden
    Betaalinstellingen zijn wettelijk verplicht om wijzigingen in antecedenten van bestuurders of Raadsleden te melden bij AFM/DNB. Denk daarbij bijvoorbeeld aan fiscale vergrijpboetes of verkeersmisdrijven als rijden over invloed. In de praktijk blijkt dat betaalinstellingen dit soort zaken niet altijd melden. De toezichthouders nemen dit zwaar op. Het niet melden van een nieuw antecedent leidt tot een toezichtantecedent voor de betaalinstelling en/of betrokken persoon.

Meer informatie?
Meer informatie over de toetsingen kunt u vinden in het Informatiebulletin Toetsingen.