Posts tagged ‘personentoetsing’

3 mei 2013

Wijzigingen in voor trustkantoren relevante informatie van DNB

door Ellen Timmer

Uit de nieuwsbrief van DNB van heden blijkt dat een aantal internetpagina’s met voor trustkantoren relevante informatie zijn aangepast. Onderstaand een overzicht van de pagina’s met de toelichting van DNB over de inhoud.

  • Toetsing bestuurders, commissarissen en andere beleidsbepalers. Bestuurders, commissarissen en andere beleidsbepalers van onder toezicht staande ondernemingen worden op betrouwbaarheid en/of geschiktheid getoetst. Afhankelijk van het type onderneming wordt deze toetsing uitgevoerd door DNB of AFM. Een voorgenomen benoeming dient altijd gemeld te worden aan DNB, via het Meldingsformulier Benoeming. Als de kandidaat niet eerder door DNB of AFM is getoetst, moet ook het Betrouwbaarheidsformulier ingediend worden.
  • Wegwijs in sanctieregelgeving. Op deze pagina zijn de vindplaatsen van alle informatie inzake sanctieregelingen, ontheffingsmogelijkheden, meldingen en vragen opgenomen.
  • 4 december 2012

    Nieuwsbrief DNB met als thema’s toetsingsgesprekken kandidaat-bestuurders, consultancydiensten, groei sector, procedurehandboek

    door Ellen Timmer

    DNB heeft vandaag een nieuwsbrief verspreid. Onderwerpen van het decembernummer:

    16 augustus 2012

    De ene beleidsbepaler is de andere niet

    door Ellen Timmer

    Het financiële toezichtrecht is een volledig eigen circuit, met eigen terminologie en een geheel eigen aanpak. Zo kent het financiële toezichtrecht een eigen begrip ‘beleidsbepaler’ dat geheel afwijkt van wat in het rechtspersonenrecht als zodanig wordt aangeduid [1].

    Op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) dienen beleidsbepalers bij ondernemingen die onder toezicht staan, getoetst te worden door de overheid, te weten door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) respectievelijk De Nederlandsche Bank (DNB).  Artikel 4:9 Wft schrijft voor dat degenen die het dagelijks beleid bepalen worden getoetst op geschiktheid en vakbekwaamheid; artikel 4:10 Wft betreft de toetsing van de betrouwbaarheid van beleidsbepalers. Het begrip ‘beleidsbepaler’ wordt in de Wft zelf niet nader toegelicht. Opmerkelijk genoeg is die nadere uitwerking ook niet in de recent in werking getreden Beleidsregel geschiktheid 2012 te vinden.

    Ook voor trustkantoren geldt dat de beleidsbepalers worden getoetst, nl. op grond van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) door DNB. Ook hier geldt de Beleidsregel geschiktheid 2012.

    Beleidsbepaler bij de AFM (financieel dienstverleners)
    De toelichting op ‘beleidsbepaler’ is bij de AFM wel op een heel opmerkelijke plaats te vinden, nl. in de toelichting bij het formulier waarmee de vergunning kan worden aangevraagd [2], de zgn. ‘invulinstructie’. De instructie maakt onderscheid tussen:

    • Dagelijks beleidsbepalers
    • Medebeleidsbepalers
    • Toezichthouders

    Dagelijks beleidsbepalers
    Dagelijks beleidsbepalers zijn volgens de instructie van de AFM:

    • De personen die formeel de positie van bestuurder binnen de onderneming bekleden (statutair bestuurders). Deze personen staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Iedereen die formeel de positie van bestuurder heeft, is volgens de AFM dagelijks beleidsbepaler, ongeacht zijn of haar portefeuille en ongeacht of hij of zij gebruik maakt van de bij die functie behorende bevoegdheden.
    • De personen die formeel niet de positie van statutair bestuurder bekleden, maar feitelijk de dagelijkse leiding hebben binnen de onderneming. De AFM geeft het volgende voorbeeld: een medewerker van uw onderneming heeft een volledige volmacht en staat in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven als procuratiehouder zonder beperkingen [3]. Deze persoon kan volgens de AFM kwalificeren als een dagelijks beleidsbepaler.

    Medebeleidsbepalers
    Volgens de instructie van de AFM zijn dit personen die “invloed van betekenis kunnen uitoefenen op de dagelijkse leiding” van de onderneming. Medebeleidsbepalers zijn volgens de AFM:

    • de personen die meer dan 50% van de aandelen of zeggenschap hebben in de onderneming.
    • de personen die feitelijk invloed van betekenis kunnen uitoefenen op de dagelijkse leiding van uw onderneming.

    Nu de AFM het bij ‘personen’ altijd over natuurlijke personen heeft, is de vraag wat het eerste criterium betekent als de aandeelhouder een rechtspersoon is. Is de indirecte uiteindelijke belanghebbende (directeur-grootaandeelhouder) dan medebeleidsbepaler, of gaat het om de statutair bestuurders van de aandeelhouder?

    Verder wordt er door de AFM een raadselachtig onderscheid gemaakt tussen “feitelijk de dagelijkse leiding hebben” (beleidsbepaler) en “personen die feitelijk invloed van betekenis kunnen uitoefenen” (medebeleidsbepalers) .

    Toezichthouders
    Volgens de instructie worden personen die toezicht houden op het bestuur van de onderneming aangemerkt als toezichthouders. Toezichthouders zijn in ieder geval:

    • De personen die formeel de positie van toezichthouder bekleden binnen de onderneming (bijvoorbeeld: leden van de raad van commissarissen en raad van toezicht).
    • De personen die feitelijk toezicht houden op het bestuur van de onderneming.

    Interessant is dat de invulinstructie een “feitelijke toezichthouder” introduceert.

    Beleidsbepaler bij DNB
    DNB heeft de informatie eveneens in de toelichting op het vergunningaanvraagformulier verstopt. DNB vraagt naar de gegevens inzake de “Bestuurders, commissarissen, (mede)beleidsbepalers” van het trustkantoor. In een voetnoot schrijft DNB “Bestuurder: eigenaren van éénmanszaken of beherende vennoten van een commanditaire vennootschap of vennoten van een vennootschap onder firma zijn ook bestuurder.” Het begrip (mede)beleidsbepaler wordt niet toegelicht.

    De verschillende beleidsbepalers in de diverse wetten… (formulier betrouwbaarheidstoetsing)
    Het meldingsformulier inzake beleidsbepalers en functies (formulier betrouwbaarheidstoetsing), zoals onder meer te vinden bij DNB (het is één formulier dat door alle bestuursorganen wordt gebruikt) levert boeiend leesvoer op. In dit formulier worden de verschillende begrippen overigens niet toegelicht.

    Uit het overzicht op pagina 3 blijkt dat de verschillende wetten verschillende onderscheiden kennen.  Hierna het overzicht, met vermelding van de toetsing, G = geschiktheid, B = betrouwbaarheid:

    Wet toezicht accountantsorganisaties(Wta)
    Beleidsbepaler (B)
    Medebeleidsbepaler (B)

    Wet op het financieel toezicht (Wft)
    (Dagelijks) beleidsbepaler (B+G)
    Medebeleidsbepaler (B)
    Lid van toezichthoudend orgaan (B+G)
    Houder van een VVGB (meerderheidsbelang) (B)
    Aanvrager van een VVGB (B)
    Houder gekwalificeerd belang in een betaalinstelling (B)
    Wettelijk vertegenwoordiger (alleen bij verzekeraars) (B+G)

    Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt)
    Bestuurder (B)
    Dagelijks (mede) beleidsbepaler (B)
    Persoon met benoemings- en ontslagrecht (B)
    Houder van een gekwalificeerde deelneming (B+G)

    Wet toezicht trustkantoren (Wtt)
    Bestuurder (B+G)
    Houder van een gekwalificeerde deelneming (B)
    Commissaris (B+G)
    (Mede) beleidsbepaler (B+G)

    Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb)
    (Mede) beleidsbepaler (B+G)

    Pensioenwet (Pw)
    (Mede) beleidsbepaler (B+G)

    Tot slot
    Al doet de AFM meer aan informatievoorziening dan DNB, het blijft opmerkelijk dat nadere informatie over het begrip ‘beleidsbepaler’, dat zo belangrijk is in het financiële toezicht, door beide bestuursorganen wordt verstopt in een toelichting bij de aanvraag voor een vergunning.

    [1] In het rechtspersonenrecht is de ‘beleidsbepaler’ de persoon die feitelijk als statutair bestuurder optreedt, al is hij formeel niet als zodanig benoemd of ingeschreven. De wettelijke omschrijving luidt: “degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder“. Dat betekent dat gewone leidinggevenden niet onder dit begrip vallen.

    [2] De vindplaats betreft de aanvraag voor de vergunning voor financieel dienstverleners. Wellicht dat dezelfde informatie in de invulinstructies voor andere Wft-plichtige ondernemers staat.

    [3] Dat is opmerkelijk omdat deze eis ten aanzien van bestuurders niet wordt gesteld. Deze kunnen ook beperkt bevoegd zijn.

    18 juli 2012

    Beleidsregel geschiktheid 2012 (bericht DNB)

    door Ellen Timmer

    Op 9 juli 2012 heeft DNB bekend gemaakt dat op 1 juli de Beleidsregel geschiktheid 2012 in werking is getreden. DNB geeft in de kop van het bericht niet aan dat deze beleidsregel voor trustkantoren geldt (met de aanduiding “tk”) terwijl deze beleidsregel wel degelijk voor deze groep geldt, zoals uit de introductie blijkt: “Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) en de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) inzake de toetsing van de geschiktheid van beleidsbepalers krachtens (…) de Wet toezicht trustkantoren (Beleidsregel geschiktheid 2012)” (*).

    xxx

    Beleidsregel geschiktheid 2012

    De Beleidsregel geschiktheid 2012 verduidelijkt wat de toezichthouders verstaan onder ‘geschiktheid’ en welke aspecten bij de toetsing van een beleidsbepaler in aanmerking worden genomen. Per 1 juli 2012 dienen zowel dagelijks beleidsbepalers als leden van het intern toezichthoudende orgaan van financiële ondernemingen geschikt te zijn voor de uitoefening van hun functie.

    De Beleidsregel deskundigheid is per 1 juli aangepast naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet introductie geschiktheidseis. De beleidsregel heet vanaf nu Beleidsregel geschiktheid 2012.Met deze aanpassing van de beleidsregel voeren AFM en DNB een aantal kleinere aanpassingen door. In het najaar van 2012 zal een uitgebreide gezamenlijke evaluatie van de Beleidsregel geschiktheid 2012 worden uitgevoerd door de AFM en DNB. In deze evaluatie zullen ook ervaringen van de commissaris toetsingen die op dit moment worden uitgevoerd worden meegenomen.

    Lees hier de volledige Beleidsregel geschiktheid 2012

    De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Beleidsregel deskundigheid 2011 zijn:

    • Aanpassing aan de terminologie van de Wet introductie geschiktheidseis [1] die per 1 juli 2012 in werking treedt. Daarin wordt de deskundigheidseis vervangen door een geschiktheidseis. De introductie van deze geschiktheidseis behelst geen inhoudelijke wijziging. De term ‘deskundig(heid)’ is vervangen door ‘geschiktheid’. Deze nieuwe term bestaat uit dezelfde componenten, namelijk ‘kennis’, ‘vaardigheden’ en ‘professioneel gedrag’.
    • Per 1 juli 2012 vallen alle verzekeraars in Groep A. De AFM en DNB hebben in de praktijk geconstateerd dat de criteria op basis waarvan bestuurders (en commissarissen) van natura-uitvaart-verzekeraars en onderlinge waarborgmaatschappijen met verklaring in Groep C worden getoetst, hen onvoldoende in staat stellen een oordeel te vormen over de geschiktheid van de te toetsen persoon. Daarom is er voor gekozen beide typen financiële ondernemingen over te hevelen naar Groep A. In deze Groep A kan op basis van principle based criteria iemands geschiktheid worden getoetst.
    • In de Beleidsregel geschiktheid 2012 wordt verduidelijkt dat beleidsbepalers uit Groep C ook getoetst kunnen worden op basis van de vereisten die worden gesteld in hoofdstuk 1. De AFM en DNB hebben geconstateerd dat de bestaande rule based toetsing van bestuurders (en commissarissen) van instellingen uit Groep C bij toetreding tot de markt hen in sommige gevallen onvoldoende in staat stelt een oordeel te vormen over de geschiktheid van de te toetsen persoon. In de Beleidsregel geschiktheid 2012 wordt daarom duidelijker tot uitdrukking gebracht dat financieel dienstverleners, ook kunnen worden getoetst op basis van de vereisten die worden gesteld in hoofdstuk 1, indien daar redelijke aanleiding voor bestaat.

    ______
    [1] Dit betreft de Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet financiële markten BES en de Wet toezicht trustkantoren in verband met de introductie van de geschiktheidseis en de versterking van de samenwerking tussen de toezichthouders in het kader van de geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets(Stb. 2012, 7). Deze wijzigingswet treedt met ingang van 1 juli 2012 in werking; zie het Besluit van 18 januari 2012 (Stb. 2012, 23).

    (*) Het valt op dat trustkantoren op meer pagina’s niet worden genoemd, zoals bij het meldingsformulier benoeming en bij toetsing bestuurders, commissarissen en andere beleidsbepalers. Zou men wellicht “tk” overal hebben vervangen door “gtk” (geldtransactiekantoren)?

    11 juli 2012

    Spelregels geschiktheidstoetsing, bericht DNB

    door Ellen Timmer

    Op dit weblog is al eerder gemeld dat de eisen die gesteld worden aan bestuurders en toezichthouders van trustkantoren worden gewijzigd. Onderstaand een bericht van DNB over de spelregels inzake geschiktheidstoetsing

    Spelregels geschiktheidstoetsing

    Nieuwsbericht
    Datum 6 juli 2012

    Vanaf 1 juli toetsen DNB en AFM niet alleen bestuurders, maar ook leden van Raden van Commissarissen en van Toezicht op hun geschiktheid, wat voorheen deskundigheid werd genoemd. Deze toetsing verloopt beter als de instellingen zich houden aan een paar spelregels.

    Spelregels bij voorgenomen benoemingen

    • Onderbouwing geschiktheid
      DNB verwacht een schriftelijke onderbouwing van de geschiktheid van een persoon aan de hand van het functieprofiel en de overwegingen en besluitvorming benoeming. In de praktijk is deze informatie vaak erg summier of niet gerelateerd aan het functieprofiel. Dit leidt tot vertraging in het toetsingsproces, omdat DNB opnieuw het verzoek moet doen de gevraagde informatie aan te leveren.
    • Eerst kennis opdoen, daarna benoemen
      Een kandidaat moet beschikken over het gewenste kennisniveau vóórdat hij of zij wordt aangemeld als bestuurder of lid van de Raad van Commissarissen/Toezicht. Bij hoge uitzondering stemmen DNB/AFM in met benoemingen die van deze regel hiervan afwijken: en dan onder de strikte voorwaarde dat binnen een bepaalde periode de kennis alsnog wordt opgedaan, bijvoorbeeld door middel van een specifieke opleiding. Gebeurt dat niet, dan kan de toezichthouder alsnog een negatieve beslissing nemen.
    • Elk nieuw antecedent melden
      Betaalinstellingen zijn wettelijk verplicht om wijzigingen in antecedenten van bestuurders of Raadsleden te melden bij AFM/DNB. Denk daarbij bijvoorbeeld aan fiscale vergrijpboetes of verkeersmisdrijven als rijden over invloed. In de praktijk blijkt dat betaalinstellingen dit soort zaken niet altijd melden. De toezichthouders nemen dit zwaar op. Het niet melden van een nieuw antecedent leidt tot een toezichtantecedent voor de betaalinstelling en/of betrokken persoon.

    Meer informatie?
    Meer informatie over de toetsingen kunt u vinden in het Informatiebulletin Toetsingen.

    7 maart 2012

    Mededelingen DNB inzake uitvoering nieuwe regelgeving per 1 juli 2012 inzake geschiktheidseis

    door Ellen Timmer

    DNB deelt op zijn website over de uitvoering van de nieuwe regelgeving inzake de geschiktheidseis onder meer het volgende mee:

    Geschiktheidstoets per 1 juli 2012
    Per 1 juli 2012 zal de geschiktheidstoets worden ingevoerd. Dit betekent dat het begrip deskundigheid wordt vervangen door het begrip geschiktheid. Deze wijziging beoogt geen inhoudelijke verandering van de toets, maar is bedoeld om beter uit te kunnen drukken of iemand geschikt is. Als iemand bijvoorbeeld weinig beschikbaar is, dan kan deze persoon wel deskundig zijn, maar niet geschikt om de functie uit te oefenen.
    Naast het begrip geschikt, blijft het begrip betrouwbaarheid bestaan. Naast de beleidsbepalers moeten met ingang van 1 juli 2012 tevens medebeleidsbepalers zoals commissarissen getoetst worden op geschiktheid. Zittende medebeleidsbepalers – die nog niet eerder zijn getoetst op geschiktheid – zullen op de herbenoemingsdatum getoetst moeten worden. Uiteindelijk moet de hele populatie van zittende medebeleidsbepalers op 31 december 2015 zijn getoetst op geschiktheid.

    Relevante regelgeving
    Bij de betrouwbaarheidstoets en de deskundigheidtoets zijn onder meer de volgende beleidsregels van belang:

    Deskundigheidstoetsing:
    • Beleidsregel Deskundigheid 2011

    Betrouwbaarheidstoetsing:
    • Wft: Besluit prudentiële regels Wft – Bijlage A
    • Pw en Wvb: Bijlage behorend bij artikel 32 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
    • Wtt en Wgt: Bijlage A1 van de Beleidsregel Betrouwbaarheidstoetsing

    8 februari 2012

    De wet inzake de geschiktheidseis in het financiële recht treedt op 1 juli 2012 in werking

    door Compliance Platform Trustkantoren

    De wet inzake de geschiktheidseis in het financiële recht (*), relevant voor onder meer trustkantoren, is in het Staatsblad verschenen. Blijkens het besluit tot inwerkingtreding wordt de wet op 1 juli 2012 van kracht. Zie over het wetsvoorstel een eerder bericht op deze site.

    (*) Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet financiële markten BES en de Wet toezicht trustkantoren in verband met de introductie van de geschiktheidseis en de versterking van de samenwerking tussen de toezichthouders in het kader van de geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets

    17 januari 2012

    Artikel Van Gelder: “Geschiktheidseis bestuurders en commissarissen: recente ontwikkelingen in Nederland en Europa”

    door Compliance Platform Trustkantoren

    Ook trustkantoren zullen met de geschiktheidseis te maken krijgen, zie het eerdere bericht. Over die eis heeft AFM-medewerkster Annick van Gelder voor het Jaarboek Compliance 2012 een artikel geschreven, dat via de AFM-website kan worden gedownload. Op deze pagina kondigt de AFM het artikel aan. Dit is een link naar het artikel zelf (pdf).

    28 december 2011

    Geschiktheidseis geïntroduceerd in de Wet toezicht trustkantoren

    door Compliance Platform Trustkantoren

    Onlangs is een wetsvoorstel (*) door de Tweede Kamer aangenomen, waarin de Wet toezicht trustkantoren wordt gewijzigd op het punt van geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets. De wijziging is blijkens het wetsvoorstel zoals aan de Eerste Kamer is voorgelegd als volgt:

    In de artikelen 4, onderdeel b, en 11, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren wordt telkens «de deskundigheid» vervangen door: de geschiktheid.

    De memorie van antwoord zegt het volgende over het begrip “geschiktheid”:

    Er is gekozen om de term geschikt te hanteren in plaats van de term deskundig omdat de term geschikt beter aangeeft dat er bij de beoordeling van bestuurders en commissarissen breder getoetst wordt dan alleen op kennis en ervaring. In de toelichting bij het wetsvoorstel is opgenomen dat bijvoorbeeld ook op vaardigheden en professioneel gedrag wordt getoetst. Een bestuurder of commissaris die zich niet professioneel gedraagt kan bijvoorbeeld in de nieuwe situatie aangemerkt worden als «niet geschikt» in plaats van «niet deskundig». Ook benadrukt de term geschiktheid beter dat niet alleen naar individuele deskundigheid wordt gekeken maar naar de vraag of de betrokkene geschikt is om zitting te nemen in het bestuurs- of toezichthoudend orgaan, rekening houdend met de samenstelling van dit orgaan. De nieuwe geschiktheidseis is, net als de huidige deskundigheidseis, een open norm waarbij geen nadere wettelijke eisen zijn gesteld. Wel is deze norm door de toezichthouders nader geduid door de Beleidsregel Deskundigheid 2011. De begripsverandering bevestigt en benadrukt de reeds ingezette weg en zal beperkte gevolgen hebben voor deze beleidsregel. Vandaar dat niet is gewacht op een evaluatie van de beleidsregel.

    Het overgangsrecht is als volgt omschreven:

    Indien een persoon als bedoeld in de artikelen 4, onderdeel b, en 11, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet deskundig is, wordt die persoon vanaf dat tijdstip geacht te beschikken over de daartoe ingevolge de Wet toezicht trustkantoren vereiste geschiktheid, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een beoordeling of herbeoordeling van die geschiktheid.

    Zie over de achtergrond van deze regelgeving ook de brief van de minister van financiën van 20 oktober 2011:

    Het wetsvoorstel ter verbetering van de geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets heb ik eind mei 2011, als onderdeel van een pakket aan wetsvoorstellen op het terrein van de financiële markten, bij de Tweede Kamer ingediend (kamerstukken 2010/11, 32 786, nr.2).

    Op 24 oktober 2011 zal hierover een wetgevingsoverleg plaatsvinden. Met de adviezen van DNB en AFM is uiteraard rekening gehouden bij het opstellen van het wetsvoorstel. Dit staat ook zo verwoord in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. Niet alle punten van de toezichthouders zijn overgenomen. Hierop zal ik aan de hand van de wetgevingswensen van de AFM kort ingaan.

    De AFM geeft in haar wetgevingsbrief de voorkeur aan een ‘paraplu’-bepaling waarin zowel het element van deskundigheid als betrouwbaarheid is vervat. Omdat deskundigheid en betrouwbaarheid van een geheel andere aard zijn, en daardoor een andere uitwerking behoeven, heb ik daarvoor niet gekozen. Een belangrijk verschil is bijvoorbeeld dat betrouwbaarheid een ondeelbaar begrip is waadoor niet relevant is waar een bestuurder of commissaris binnen de financiële sector werkzaam is. Deskundigheid, en de nieuwe term geschiktheid, zijn daarentegen afgestemd op het soort branche en onderneming waarbij ook de samenstelling van het gehele bestuurs- of toezichthoudend orgaan een belangrijke rol speelt. De situatie dat iemand zowel kan worden aangemerkt als geschikt (wat betreft kennis, ervaring, vaardigheden en professioneel gedrag) en tevens als onbetrouwbaar (vanwege een antecedent), zal niet lang voortbestaan. Een onbetrouwbare bestuurder of commissaris zal immers zijn functie niet mogen aanvaarden of, indien het om een nieuw antecedent gaat, zijn functie moeten neerleggen.

    Tot slot wordt door de AFM gesproken van een dubbele toetsing, terwijl de strekking van het wetsvoorstel een toets door de vergunningverlenende toezichthouder inhoudt met daarnaast een marginale toetsing door de niet-vergunningverlenende toezichthouder. Omdat reeds in de huidige situatie bestaande praktijk is dat de toezichthouders met elkaar meekijken bij de toetsen, zullen de meerkosten mijns inziens beperkt blijven. Nieuw is dus niet de manier van toetsen maar vooral het feit dat de niet-vergunningverlenende toezichthouder in dit proces een doorslaggevende stem krijgt indien zij, in tegenstelling tot de vergunningverlenende toezichthouder, een persoon ongeschikt of onbetrouwbaar acht.

    (*) 32 786 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet financiële markten BES en de Wet toezicht trustkantoren in verband met de introductie van de geschiktheidseis en de versterking van de samenwerking tussen de toezichthouders in het kader van de geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets