8 februari 2012

De wet inzake de geschiktheidseis in het financiële recht treedt op 1 juli 2012 in werking

door Compliance Platform Trustkantoren

De wet inzake de geschiktheidseis in het financiële recht (*), relevant voor onder meer trustkantoren, is in het Staatsblad verschenen. Blijkens het besluit tot inwerkingtreding wordt de wet op 1 juli 2012 van kracht. Zie over het wetsvoorstel een eerder bericht op deze site.

(*) Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet financiële markten BES en de Wet toezicht trustkantoren in verband met de introductie van de geschiktheidseis en de versterking van de samenwerking tussen de toezichthouders in het kader van de geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets

3 februari 2012

Toezicht DNB op trustkantoren: speciale aandacht voor doelvennootschappen die consultancydiensten verlenen en voor naleving sanctieregelgeving

door Ellen Timmer

De Nederlandsche Bank heeft vandaag de brochure ‘Thema’s DNB Toezicht 2012’  uitgebracht. In die brochure is ook aandacht voor trustkantoren, zoals door R.J. Lugard wordt gesignaleerd in een bericht op de LinkedIn groep van Trustbase. DNB gaat zich tijdens het onderzoek in 2012 richten op doelvennootschappen die consultancydiensten verlenen.

Op pagina 17 van de brochure schrijft DNB dat de Financial Action Task Force in haar evaluatierapport over Nederland heeft aangegeven dat er bij bepaalde sectoren zoals verzekeraars, betaalinstellingen en trustkantoren meer aandacht dient te worden besteed aan met name toezicht op de sanctieregelgeving. Dit zal een speerpunt zijn van het integriteitstoezicht van DNB in 2012.

17 januari 2012

Artikel Van Gelder: “Geschiktheidseis bestuurders en commissarissen: recente ontwikkelingen in Nederland en Europa”

door Compliance Platform Trustkantoren

Ook trustkantoren zullen met de geschiktheidseis te maken krijgen, zie het eerdere bericht. Over die eis heeft AFM-medewerkster Annick van Gelder voor het Jaarboek Compliance 2012 een artikel geschreven, dat via de AFM-website kan worden gedownload. Op deze pagina kondigt de AFM het artikel aan. Dit is een link naar het artikel zelf (pdf).

4 januari 2012

Wijzigingen in de Wet toezicht trustkantoren treden op 1 juli 2012 in werking

door Compliance Platform Trustkantoren

Onlangs zijn wijzigingen op de Wet toezicht trustkantoren in het Staatsblad verschenen, zie het eerdere bericht op dit weblog. Inmiddels is bekend geworden dat de wijzigingen op 1 juli 2012 in werking treden. Zie hierover het artikel van Aike van der Staay op Trustbase.nu en het besluit tot inwerkingtreding op dit adres.

28 december 2011

Geschiktheidseis geïntroduceerd in de Wet toezicht trustkantoren

door Compliance Platform Trustkantoren

Onlangs is een wetsvoorstel (*) door de Tweede Kamer aangenomen, waarin de Wet toezicht trustkantoren wordt gewijzigd op het punt van geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets. De wijziging is blijkens het wetsvoorstel zoals aan de Eerste Kamer is voorgelegd als volgt:

In de artikelen 4, onderdeel b, en 11, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren wordt telkens «de deskundigheid» vervangen door: de geschiktheid.

De memorie van antwoord zegt het volgende over het begrip “geschiktheid”:

Er is gekozen om de term geschikt te hanteren in plaats van de term deskundig omdat de term geschikt beter aangeeft dat er bij de beoordeling van bestuurders en commissarissen breder getoetst wordt dan alleen op kennis en ervaring. In de toelichting bij het wetsvoorstel is opgenomen dat bijvoorbeeld ook op vaardigheden en professioneel gedrag wordt getoetst. Een bestuurder of commissaris die zich niet professioneel gedraagt kan bijvoorbeeld in de nieuwe situatie aangemerkt worden als «niet geschikt» in plaats van «niet deskundig». Ook benadrukt de term geschiktheid beter dat niet alleen naar individuele deskundigheid wordt gekeken maar naar de vraag of de betrokkene geschikt is om zitting te nemen in het bestuurs- of toezichthoudend orgaan, rekening houdend met de samenstelling van dit orgaan. De nieuwe geschiktheidseis is, net als de huidige deskundigheidseis, een open norm waarbij geen nadere wettelijke eisen zijn gesteld. Wel is deze norm door de toezichthouders nader geduid door de Beleidsregel Deskundigheid 2011. De begripsverandering bevestigt en benadrukt de reeds ingezette weg en zal beperkte gevolgen hebben voor deze beleidsregel. Vandaar dat niet is gewacht op een evaluatie van de beleidsregel.

Het overgangsrecht is als volgt omschreven:

Indien een persoon als bedoeld in de artikelen 4, onderdeel b, en 11, tweede lid, van de Wet toezicht trustkantoren voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet deskundig is, wordt die persoon vanaf dat tijdstip geacht te beschikken over de daartoe ingevolge de Wet toezicht trustkantoren vereiste geschiktheid, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een beoordeling of herbeoordeling van die geschiktheid.

Zie over de achtergrond van deze regelgeving ook de brief van de minister van financiën van 20 oktober 2011:

Het wetsvoorstel ter verbetering van de geschiktheid- en betrouwbaarheidstoets heb ik eind mei 2011, als onderdeel van een pakket aan wetsvoorstellen op het terrein van de financiële markten, bij de Tweede Kamer ingediend (kamerstukken 2010/11, 32 786, nr.2).

Op 24 oktober 2011 zal hierover een wetgevingsoverleg plaatsvinden. Met de adviezen van DNB en AFM is uiteraard rekening gehouden bij het opstellen van het wetsvoorstel. Dit staat ook zo verwoord in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. Niet alle punten van de toezichthouders zijn overgenomen. Hierop zal ik aan de hand van de wetgevingswensen van de AFM kort ingaan.

De AFM geeft in haar wetgevingsbrief de voorkeur aan een ‘paraplu’-bepaling waarin zowel het element van deskundigheid als betrouwbaarheid is vervat. Omdat deskundigheid en betrouwbaarheid van een geheel andere aard zijn, en daardoor een andere uitwerking behoeven, heb ik daarvoor niet gekozen. Een belangrijk verschil is bijvoorbeeld dat betrouwbaarheid een ondeelbaar begrip is waadoor niet relevant is waar een bestuurder of commissaris binnen de financiële sector werkzaam is. Deskundigheid, en de nieuwe term geschiktheid, zijn daarentegen afgestemd op het soort branche en onderneming waarbij ook de samenstelling van het gehele bestuurs- of toezichthoudend orgaan een belangrijke rol speelt. De situatie dat iemand zowel kan worden aangemerkt als geschikt (wat betreft kennis, ervaring, vaardigheden en professioneel gedrag) en tevens als onbetrouwbaar (vanwege een antecedent), zal niet lang voortbestaan. Een onbetrouwbare bestuurder of commissaris zal immers zijn functie niet mogen aanvaarden of, indien het om een nieuw antecedent gaat, zijn functie moeten neerleggen.

Tot slot wordt door de AFM gesproken van een dubbele toetsing, terwijl de strekking van het wetsvoorstel een toets door de vergunningverlenende toezichthouder inhoudt met daarnaast een marginale toetsing door de niet-vergunningverlenende toezichthouder. Omdat reeds in de huidige situatie bestaande praktijk is dat de toezichthouders met elkaar meekijken bij de toetsen, zullen de meerkosten mijns inziens beperkt blijven. Nieuw is dus niet de manier van toetsen maar vooral het feit dat de niet-vergunningverlenende toezichthouder in dit proces een doorslaggevende stem krijgt indien zij, in tegenstelling tot de vergunningverlenende toezichthouder, een persoon ongeschikt of onbetrouwbaar acht.

(*) 32 786 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet financiële markten BES en de Wet toezicht trustkantoren in verband met de introductie van de geschiktheidseis en de versterking van de samenwerking tussen de toezichthouders in het kader van de geschiktheidstoets en de betrouwbaarheidstoets

22 december 2011

SEO Economisch Onderzoek publiceert rapport “Trust matters”

door Compliance Platform Trustkantoren

Op de site van SEO Economisch Onderzoek wordt gemeld dat het door deze onderneming opgestelde rapport over de trustkantorensector is uitgebracht. Dit rapport werd op 24 november 2011 gepresenteerd tijdens een symposium van de koepelorganisaties VIMS-DFA met als titel Mainport-Holland.nl.

Op verzoek van brancheorganisaties VIMS en DFA is de Nederlandse trustsector onderzocht en is nagegaan wat het economisch belang is en is daarover in 2008  gerapporteerd. Het op 24 november 2011 gepresenteerde rapport is een vervolgonderzoek.

De presentatie kan hier (bij SEO Economisch Onderzoek) worden gedownload. Het complete rapport staat op dezelfde site.

20 december 2011

Wetsvoorstel dat de Wet toezicht trustkantoren wijzigt op 20 december 2011 in het Staatsblad

door Compliance Platform Trustkantoren

Het voorstel voor de Wijzigingswet financiële markten 2012, met onder meer wijziging van de Wet toezicht trustkantoren is op 14 december 2011 door de Eerste Kamer aangenomen, aldus de handelingen. De wet is op 20 december 2011 in het Staatsblad verschenen. Wanneer de wet in werking zal treden, is nog niet bekend. Aangenomen mag worden dat dit op korte termijn zal zijn.

Tags:
14 december 2011

Bijeenkomst Compliance Platform Trustkantoren over UK Bribery Act, 15 december 2011

door Compliance Platform Trustkantoren

Op  donderdag 15 december a.s. zal er weer een bijeenkomst zijn van het Compliance Platform voor trustkantoren, georganiseerd door enkele vrijwilligers werkzaam in de trustbranche. Bijeenkomsten van het Compliance Platform kunnen worden bijgewoond door een ieder die zich met compliance in de trustsector bezighoudt. Er is gelegenheid van gedachten te wisselen over een actueel onderwerp naar aanleiding van een inleiding door een spreker. Dian Brouwer, advocaat bij CMS Derks Star Busmann zal de aanwezigen het een en ander vertellen over de UK-Bribery Act. Er zal voldoende gelegenheid zijn om vragen te stellen en tijdens de borrel, na afloop, kan er genetwerkt worden. Het Amsterdamse kantoor van CMS is zo vriendelijk om op 15 december a.s. gastvrijheid te verlenen.

Ontvangst: 16.00 uur
Aanvang presentatie: 16.30 uur
Locatie: CMS Derks Star Busmann, Mondriaantoren, 16e etage, Amstelplein 8A, 1096 BC Amsterdam

Deelnemers worden verzocht zoveel mogelijk met openbaar vervoer te komen, aangezien de parkeergelegenheid beperkt is. Het Amstelstation is op loopafstand. Er wordt van iedereen een bijdrage van EUR 5 gevraagd, zodat de gastheer en -vrouw alsmede de spreekster op passende wijze kunnen worden bedankt. Aanmelding is mogelijk tot 7 december a.s. per e-mail aan Marianne van Rappard (rappa205@planet.nl).

1 december 2011

Wijzigingswet financiële markten 2012 wijzigt Wet toezicht trustkantoren

door Compliance Platform Trustkantoren

Onlangs is de Wijzigingswet financiële markten 2012 aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel ligt thans bij de Eerste Kamer, kijk hier voor de html versie.

De wijzigingen in de Wet toezicht trustkantoren zijn de volgende:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:

c. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die

1°. een belang houdt van 25 procent of meer van het kapitaalbelang van een doelvennootschap;

2°. 25 procent of meer van de stemrechten van de algemene vergadering van een doelvennootschap kan uitoefenen;

3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een doelvennootschap;

4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een doelvennootschap is; of

5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een doelvennootschap;

tenzij de doelvennootschap een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn;

2. Onderdeel d wordt als volgt gewijzigd:

a. Subonderdeel 3 komt te luiden:

3°. het verkopen van of bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen;.

b. Onder vernummering van onder 5° tot onder 6° wordt een subonderdeel ingevoegd, luidende:

5°. het ten behoeve van de cliënt gebruik maken van een vennootschap, die tot dezelfde groep behoort als waarvan het trustkantoor deel uit maakt;.

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

j. trustkantoor met zetel in een niet-aangewezen staat: trustkantoor met zetel in een staat buiten Nederland die niet op grond van artikel 2, vijfde lid, is aangewezen als staat waar toezicht op trustkantoren wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen.

B

Artikel 2 komt te luiden:

1. Het is verboden zonder vergunning van de toezichthouder vanuit een vestiging in Nederland als trustkantoor werkzaam te zijn.

2. Het is een ieder met zetel buiten Nederland verboden zonder vergunning van de toezichthouder als trustkantoor werkzaam te zijn door middel van het verrichten van diensten naar Nederland.

3. Het is verboden werkzaamheden te verrichten gericht op het verlenen van trustdiensten door een trustkantoor met zetel in een niet-aangewezen staat dat niet beschikt over een vergunning als bedoeld in het tweede lid.

4. Het eerste lid, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op:

a. de toezichthouder;

b. een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

c. een rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon die beroeps- of bedrijfsmatig opdrachten van tijdelijke aard die betrekking hebben op management- en organisatievraagstukken, met daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden, uitvoert of doet uitvoeren, voor zover deze de diensten, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, verleent.

5. Het tweede lid is niet van toepassing op trustkantoren met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat waar toezicht op het verlenen van trustdiensten wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen.

6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het aanwijzen van staten.

7. Het besluit tot aanwijzing kan door Onze Minister worden ingetrokken.

8. Een besluit tot aanwijzing van een staat als bedoeld in het derde lid of de intrekking daarvan wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

C

Na artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

1. Onze Minister kan vrijstelling verlenen van artikel 2, eerste, tweede of derde lid, indien de situatie van een onderscheiden categorie trustkantoren dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

2. De toezichthouder kan, op verzoek, ontheffing verlenen van artikel 2, eerste, tweede of derde lid, indien de specifieke situatie van een trustkantoor dat rechtvaardigt, mits zulks naar zijn oordeel niet in strijd is met de belangen die deze wet beoogt te beschermen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

3. Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid kan, onder door de toezichthouder te stellen voorschriften en beperkingen, aan een groep van trustkantoren worden verleend. Tenzij in de vergunning anders is bepaald, geldt de vergunning, alsmede de daaraan verbonden voorschriften of gestelde beperkingen, in gelijke zin voor alle trustkantoren die onderdeel uitmaken van de groep.

D

Artikel 11, tweede lid, komt te luiden:

2. Indien van de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a, b of c bedoelde personen, voor zover zij via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur het beleid bepalen of mede bepalen van het trustkantoor, de betrouwbaarheid niet langer buiten twijfel staat, of de deskundigheid niet langer voldoende is, kan de toezichthouder:

a. met betrekking tot de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde personen een aanwijzing geven aan het trustkantoor dat deze personen het beleid van het trustkantoor niet meer kunnen bepalen of mede bepalen;

b. aan de in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, bedoelde personen een aanwijzing geven om binnen een door de toezichthouder gestelde redelijke termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.

E

Artikel 20, eerste lid, komt te luiden:

1. De toezichthouder kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste tot en met derde lid, 2a, eerste tot en met derde lid, 3, derde lid, 5, 9, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 10, 11, 14, tweede lid, 16, tweede lid, 24, eerste lid en 25, vierde lid.

F

Artikel 21, eerste lid, komt te luiden:

1. De toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste tot en met derde lid, 2a, eerste tot en met derde lid 3, derde lid, 5, 9, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 10, 11, 14, tweede lid, 16, tweede lid, 24, eerste lid en 25, vierde lid.

G

Na artikel 23 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 7A. AANWIJZING ILLEGAAL TRUSTKANTOOR EN AANSTELLING CURATOR

Artikel 24

1. De toezichthouder kan een ieder die werkzaam is als trustkantoor zonder daartoe bevoegd te zijn op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, een aanwijzing geven die is gericht op het beëindigen van de desbetreffende werkzaamheden.

2. De aanwijzing vermeldt:

a. de werkzaamheden die in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verleend;

b. indien van toepassing, een aanduiding van de plaats en het tijdstip waarop of de periode waarin in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehandeld;

c. de wijze waarop de dienstverlening dient te worden afgebouwd en beëindigd;

d. de termijn waarin het handelen in strijd met het bedoelde verbod moet zijn beëindigd.

3. Voordat de toezichthouder een aanwijzing geeft, stelt hij de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.

Artikel 25

1. De toezichthouder kan één of meer personen benoemen als curator ten aanzien van alle of bepaalde organen of vertegenwoordigers van een trustkantoor indien dat trustkantoor niet voldoet aan hetgeen ingevolge deze wet is bepaald.

2. Het besluit ingevolge het eerste lid wordt slechts genomen:

a. nadat door het trustkantoor niet of niet volledig binnen de gestelde termijn aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 11, eerste lid, gevolg is gegeven; of

b. indien de in het eerste lid bedoelde overtreding een adequate functionering van het trustkantoor ernstig in gevaar brengt en dat trustkantoor voorafgaand in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen over het voorgenomen besluit.

3. Het benoemingsbesluit bevat onder meer een beschrijving van de belangen waardoor de curator zich dient te laten leiden. De toezichthouder benoemt de curator voor ten hoogste twee jaren, met de mogelijkheid om deze termijn telkens voor ten hoogste een jaar te verlengen; de verlenging wordt terstond van kracht. Met ingang van het tijdstip waarop het besluit tot benoeming van de curator aan het trustkantoor is bekendgemaakt mogen de desbetreffende organen of vertegenwoordigers hun bevoegdheden slechts uitoefenen na goedkeuring door de curator en met inachtneming van de opdrachten van de curator.

4. Na de benoeming van een curator:

a. verlenen de organen en de vertegenwoordigers van het trustkantoor de curator alle medewerking;

b. kan de toezichthouder de betrokken organen of vertegenwoordigers van het trustkantoor toestaan bepaalde rechtshandelingen zonder goedkeuring te verrichten;

c. kan de toezichthouder te allen tijde de door hem aangewezen curator vervangen;

d. is voor schade ten gevolge van handelingen, die zijn verricht in strijd met een besluit als bedoeld in het eerste lid, elke persoon die deel uitmaakt van het orgaan van het trustkantoor dat deze handelingen verrichtte, hoofdelijk aansprakelijk tegenover het trustkantoor, tenzij het verrichten van deze handelingen niet aan hem is te verwijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden;

e. zijn de handelingen, bedoeld in onderdeel d, voor zover deze rechtshandelingen zijn, vernietigbaar, indien de wederpartij wist of behoorde te weten dat de vereiste goedkeuring ontbrak.

5. Zodra de omstandigheid, bedoeld in het eerste lid, niet langer aanwezig is, trekt de toezichthouder het besluit tot benoeming van de curator in. De toezichthouder maakt het besluit tot intrekking onverwijld bekend aan het trustkantoor.

6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een ieder die beroeps- of bedrijfshalve een dienst verleent zonder een daartoe strekkende vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

7. De kosten van de in het eerste lid bedoelde maatregel komen voor rekening van het in dat lid bedoelde trustkantoor.