Parlementaire ondervraging naar fiscale constructies

door Ellen Timmer, advocaat ondernemingsrecht @Pellicaan

Fiscale “constructies” krijgen speciale aandacht in de tweede kamer, aangezien er kamerleden zijn die over dat onderwerp een parlementaire ondervraging willen laten plaats vinden. Trustkantoren spelen in de gedachten van de initiatiefnemers een centrale rol. Het voorstel is aan de tweede kamer ter besluitvorming voorgelegd.

Onderstaand de tekst uit het parlementaire document inzake aanleiding, probleemschets en achtergrond:

1. Aanleiding en probleemschets
Internationale belastingontwijking en de rol die Nederland daarin speelt, staan in het brandpunt van de maatschappelijke en politieke belangstelling. Vanuit zowel de OESO als de EU zijn maatregelen in gang gezet die Nederland zullen raken. Nederland zelf heeft al enkele maatregelen genomen tegen belastingontwijkende praktijken door vennootschappen zonder substantie en is bezig het toezicht op trustkantoren aan te scherpen.

De recente onthullingen rond de «Panama papers» door het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), in Nederland vertegenwoordigd door Trouw en het Financieele Dagblad, hebben de nationale en internationale initiatieven in een stroomversnelling gebracht. Staatssteunonderzoeken van de Europese Commissie leggen bloot hoe multinationals hun belastingen drukken. Recente voorbeelden zijn Starbucks, Apple en Ikea, die er van verdacht worden kunstmatig en in strijd met de regels voor de een gelijk speelveld op de interne markt hun belastingafdracht drukken.

Nederland speelt een centrale rol in internationale fiscale structuren. Vooral de enorme in- en uitgaande financiële stromen via de zogenoemde bijzondere financiële instellingen trekken nationaal en ook internationaal de aandacht. Deze stromen belopen volgens het SEO rapport «Uit de schaduw van het bankwezen» ruim 4000 miljard euro, waarmee Nederland een van de grootste financiële knooppunten ter wereld is. [1 ] Daarnaast zijn er signalen dat mogelijk aanzienlijke vermogens van Nederlandse ingezetenen aan het zicht van de belastingdienst worden onttrokken.
De rol die de Nederlandse trustsector en de fiscale adviespraktijk bij deze financiële stromen spelen is omstreden. Bij toezichthouders bestaat de stellige indruk dat de trustsector onvoldoende «in control» is en dat commerciële motieven prevaleren boven transparantie en het actief tegengaan van ongewenste of zelfs illegale structuren. [2 ] De belastingdienst en de fiscale opsporingsautoriteiten blijken grote moeite te hebben om vermogens die aan het zicht worden onttrokken te detecteren en vervolgens effectief tot invordering van belasting over te gaan.

Bij toonaangevende fiscalisten tenslotte leeft, zo bleek uit de expertmeeting fiscale constructies van 12 september jl., de vrees dat «lege brievenbusfirma’s» de reputatie van Nederland bezoedelen en daarmee schade berokkenen aan internationale ondernemingen die in Nederland reële activiteiten ontplooien en hoogwaardige werkgelegenheid scheppen.

Het is daarom van groot belang dat het parlement in korte tijd meer inzicht krijgt in de werkwijze van de trustsector en van de fiscale adviespraktijk. Dit inzicht zal zich in elk geval moeten toespitsen op de vraagstukken rond het afzonderen van particuliere vermogens en het doorsluizen van kapitaal via in Nederland gevestigde ondernemingen met niet of nauwelijks reële economische activiteiten. Dit kan informatie opleveren over welke verantwoorde en gedragen maatregelen mogelijk zijn om eventueel ongewenste praktijken aan te pakken.

2. Achtergronden
In de procedurevergadering van 18 mei 2016 besprak de vaste commissie voor Financiën een voorstel van de initiatiefnemers tot het houden van een parlementaire ondervraging, een nieuw instrument van de Kamer onder de Wet op de parlementaire enquête 2008 (hierna Wpe 2008, zie box), over fiscale constructies. Het voorstel voorzag in twee fasen. De eerste fase was gericht op kennisvergaring over de thematiek en werd ingevuld door middel van een expertmeeting met het doel om de vraagstelling voor een eventueel vervolgonderzoek scherper te definiëren en af te bakenen. Na afronding van de eerste fase zou worden besloten of een vervolgonderzoek in de vorm van een parlementaire ondervraging (de tweede fase) nodig is. In de procedurevergadering werd een werkgroep samengesteld uit leden van de commissie (hierna: de werkgroep), aan wie de taak werd toegekend om in samenspraak met de initiatiefnemers tot een voorstel te komen voor de nadere invulling van de expertmeeting.

[1] http://www.seo.nl/pagina/article/uit-de-schaduw-van-het-bankwezen/
[2] Position paper DNB ten behoeve van het rondetafelgesprek trustsector van 23 maart 2016

Bron: stuk nummer 2, vindplaats hier onder.

NB Opvallend is dat de kamerleden het archief van het FD gebruiken als bron voor een position paper van DNB.

Meer informatie:


Aanvulling 16 november 2016

Uit een bericht van de Tweede Kamer blijkt dat het voorstel is aangenomen. Het kamerstuk dat is aangenomen, is hier te vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: